Tweede prijs: Hoe stil toch steeds de lente komt
Ongehoord! Poëzieprijs 2014
De tweede prijs in de Ongehoord! Poëziewedstrijd 2014 was voor het gedicht ‘Hoe stil toch steeds de lente komt’van Martin Aart de Jong. De jury schrijft in haar juryrapport over dit gedicht:
Ieder jurylid had dit gedicht uit de zee van inzendingen individueel reeds opgevangen en genoteerd in zijn eigen persoonlijke top drie. Dit gedicht, met zijn prachtige cadans en mix van scheppingskracht en humor, was vanaf het begin al verzekerd voor een notitie in de algemene jury top drie. Slechts één gedicht vonden wij nog net iets beter dan deze, maar weet dat er over dit gedicht ook uitvoerig gesproken is.
De tweede plaats van de Ongehoord Poëziewedstrijd 2014, gaat met veel aanzien naar het gedicht Hoe stil toch steeds de Lente komt van Martin Aart de Jong.
.
Hoe stil toch steeds de lente komt.
Wanneer het ongehoord orgasme van mijn buurvrouw
klinkt weet ik dat het weer zondagochtend is. De liefde
in vol bedrijf. Het duurt een uur dan is de klus geklaard.
De buurman staat op het balkon en rookt een sigaret.
Rook kringelt naar de wolken. Zo komt alles op zijn plek.
Het is de regelmaat die leven zinvol maakt. Zij slaat haar
badjas om. De kraan loopt. Is het gek dit op te schrijven
nu de wereld traag ontwaakt uit een warme winterslaap?
Vogels breken stilte met gezang. Ze fluiten langs de huizen
die zich rij na rij hebben opgesteld in de stad. Je moet wat
met je leven doen. Uitbloeien als een paardenbloem, zaad
verspreiden op de lentewind. De straat gevuld met stemmen.
De lucht is vol met pluizenbollen die zich zacht en stil
traag dansend verspreiden over de dansvloer van de stad.
.
Geplaatst op 18 november 2014, in Ongehoord!, Poëziewedstrijd en getagd als 2e prijs, bibliotheek Rotterdam, Bibliotheektheater, dichter, gedicht, Hoe stil toch steeds de lente komt, Martin Aart de Jong, Ongehoord poëziewedstrijd, poëzie, Rotterdam, stichting Ongehoord!. Markeer de permalink als favoriet. 4 reacties.





Wat ’n heerlijk gedicht!
Sorry, maar dit is geen gedicht.Dit is proza!
Poëtisch proza, prozaïsch gedicht? Wie zal het zeggen, wie definieert wat proza is en wat niet? Feit is dat dit gedicht binnen de kaders van de reglementen valt en dat de jury het heeft bekroond. Over smaak valt te twisten maar ook over vorm blijkt.
Inderdaad, het is een discussie waar je op zich niet uitkomt omdat je elkaar niet met meetbare argumenten kunt overtuigen. Vergelijk het een beetje met een discussie over het geloof. Maar toch constateer ik dat het de laatste jaren in schrijfwedstrijden bijna alleen maar niet-rijmende gedichten zijn die in de prijzen vallen. Ik krijg de indruk dat rijmende gedichten veel sneller afvallen, omdat menig jurylid het misschien associeert met een simpel Sinterklaasgedicht? En dat vind ik jammer, want ik vind een rijmend gedicht veel mooier. Bovendien is het schrijven van een zogenaamd prozagedicht veel eenvoudiger. Je hebt immers niet de beperking van het moeten rijmen. Maar dat is natuurlijk een persoonlijke smaak; ik realiseer me dat anderen daar geheel anders over kunnen denken.
Het winnende gedicht heeft nog wel een bepaald ritme en wil ik nog wel zien als een gedicht, maar dit gedicht is in mijn ogen een stuk proza dat in vier stukjes is verdeeld.
Maar hartelijk dank voor uw reactie. Ik luid dus eigenlijk een beetje de noodklok voor het rijmende gedicht (wel met een glimlach overigens) en ben benieuwd of er nog meer mensen reageren.
Wat overigens misschien ook nog het overwegen waard is: maak twee categorieën, een voor rijmende en een voor niet-rijmende gedichten.