Site-archief

Derrel Fest

Derrel Niemeijer (1977-2016)

.

Op 13 oktober 2016 overleed de eerste nachtburgemeester van Eindhoven, dichter, uitgever, columnist en allround bijzonder mens Derrel Niemeijer (1977-2016). Naar aanleiding van zijn overlijden 10 jaar geleden organiseren Abraham von Solo en Irene Siekman op 10 en 11 oktober het Derrelfest 2026. Ik heb louter mooie herinneringen aan deze rebelse maar eigenlijk heel lieve en correcte man die ons veel te vroeg verliet. Zijn manier van dichten, zijn performances, zijn volledig uit de hand gelopen B@Mfest, zijn liefde voor de poëzie, ik schreef voor zijn herdenkingsbundel het gedicht ‘Voor Derrel’ en zoals in het gedicht beschreven zal ik hem mij altijd herinneren.

En nu dus een herdenking van deze kleurrijke dichter, die als beginnend dichter graag naar de podia van poëziestichting Ongehoord! kwam en passagier van het eerste uur van de Poëziebus was. In zijn eigen Eindhoven op plekken waar veel van zijn voetstappen liggen. Zoals in de Gouden Bal en in Artspace Flipside. Komt allen want dit gaat iets bijzonders worden, al is het maar een grote reünie van dichters die Derrel van dichtbij gekend en gewaardeerd hebben. Hieronder vind je de uitnodiging, er is ook een Facebookgroep aangemaakt voor dit event.


Op zaterdag 10 oktober: Het grootste en gekste Open Podium voor woordkunst dat je je kunt voorstellen!
Iedereen kan meedoen.
Iedereen komt aan de beurt.
Alle remmen los!
En dat alles ter ere van de tien jaar geleden naar de eeuwige dichtvelden verhuisde Nachtburgemeester van Eindhoven: Derrel Niemeijer.
De volgende dag op zondag 11 oktober is er een heuse herdenkingshappening met een uitgebreid cultureel programma in de voormalige Artspace Flipside in Woensel (tegenwoordig T56).
Met onder andere, mogelijk wel of niet, in volstrekt willekeurige volgorde, lijfelijk dan wel in geest aanwezig:
DICHTERS: Lynn van Hooff, Gijs ter Haar, Jules Deelder, Doeko L., Petra Fenijn, Von Solo, Monique Hendriks, Gert Vanlerberghe, O’ ten Tic Tim, Pom Wolff, Hans F. Marijnissen, Menno Smit, Simon Vinkenoog, Andrew Cartwright, Joz Knoop, Gerard Scharn, Willem Adelaar, Paul Sterk, Pit van Nes, Irene Siekman, Finn Pelser, William S. Burroughs, Lea Theunissen, Jan Ducheyne, Think Poets e.v.a.
MUZIEK: Iris Penning, Stijn Charpentier, Woordspoken
FILM: Gershard Coxx (unieke avant-première)
Met kunstexpo!
PRAKTISCH:
10 oktober, 15:00 uur – laat (inloop 14:00 uur)
(Sl)open Mic @ Cafe de Gouden Bal
Hoogstraat 112a (gratis toegang)
11 oktober, 14:00 – 16:30 uur (inloop 13:00 uur)
Happening @ Artspace Flipside (T56)
Tarwelaan 56 (gratis toegang)
met kunstexpo!
derrelfest.podiumpoezie.nl
En natuurlijk geen bericht over Derrel zonder gedicht van Derrel. Uit zijn bundel ‘Krankzinnig Aangedicht!!!!!!‘ uit 2013 het gedicht ‘Bedorven vruchten’.
.
Bedorven vruchten
.
Op baby’s gaan zitten is
niet hetzelfde als babysitten, dat had de moeder moeten
vertellen van te voren.
Nu geen geld
en 1 dood op mijn geweten.
Zal niet de 1ste keer zijn
dat ik iets heb gedood,
op de handdoek
nog het massagraf van
fruitvliegjes en
de vensterbank ligt vol
met anders gevleugelde.
Elfjes gooi ik op sterk water
want wil alleen
een “Engeltje” in
mijn leven.

.

Poetry bundeltjes

Gerrit Krol

.

In een kringloopwinkel kocht ik vier kleine bundeltjes die in 2001, 2004, 2005 en 2006 werden uitgegeven naar aanleiding van Poetry International in Rotterdam. In 2001, toen Rotterdam Culturele hoofdstad was van Europa, was het thema van Poetry International ‘Lof der zotheid’ naar het boek van, de misschien wel beroemdste Rotterdammer, Desiderius Erasmus (1466-1536). In zijn beroemde satirische werk, ‘Lof der zotheid’, dat hij rond 1509 schreef, nam hij praktijken van allerlei maatschappelijke groepen op de korrel.

Met dit in gedachte werd een aantal dichters (Jules Deelder, Gerrit Komrij, Ramsey Nasr, Wim T. Schippers, Toon Tellegen, Leo Vroman, Mohammed Benzakour, Gerrit Krol, Joke van Leeuwen en Hagar Peeters) gevraagd een gedicht te schrijven. Deze gedichten staan in dit kleine bundeltje.

Ik koos voor het gedicht ‘Als’ van Gerrit Krol (1934-2013) om hier te delen.

.

Als

.

Als ik een kleur was, zou ik wit zijn.

Was ik een vrouw, dan was ik iets zachts.

Als ik God was – ik zou de mensen straffen.

Was ik de duivel, dan natuurlijk niet.

Als ik een kip was, zou ik liever een haan zijn.

Was ik een klok, dan stond ik vaak stil.

Als ik een boek was, lag ik graag open.

Helaas, na 1x lezen hebt u mij uit.

Als ik verboden was, zou ik branden.

Was ik een clown, dan liet ik een traan.

Als ik een aap was, zoudt u om mij lachen.

Was ik een roos, dan was u een hoed.

Als ik de zon was, zou de hemel zwart zijn.

Scheen ik alleen maar ’s nachts.

.

Bijzondere bundel

De kat van Aboe Hoeraira

.

“In 1816 kreeg Johann Wolfgang Goethe (1749-1832) van zijn uitgever het vertaalde werk van de 14e eeuws Perzische dichter Hafez cadeau, diens ‘Divan’. Vanaf dat moment dompelde de Reus van Weimar zich onder in een cultuur die hem al zijn leven lang fascineerde. Het resultaat was zijn ‘West-östlicher Divan’.”

Zo begint de flaptekst op de bundel ‘De kat van Aboe Hoeraira’ uit 2013. Een uitgave (deel 5) in de Testudo-reeks, van uitgeverij Tortuca (tijdschrift voor literatuur een beeldende kunst). Twee honderd jaar na het verschijnen van ‘West-östlicher Divan’ heropende vertaler Ard Postuma deze poëtische schatkist en tegelijkertijd nodigde hij ruim veertig dichters, vertalers, componisten en filosofen uit om op het werk van Goethe te reageren. Onder hen dichters als Jana Beranová, H.C. ten Berge, Ellen Deckwitz, Kees ’t Hart, Neeltje Maria Min, Marjoleine de Vos, Nachoem M. Wijnberg, Anton Korteweg en Ilja Leonard Pfeijffer.

Uit ‘Usch Nameh’ Boek van de liefde koos ik voor het vertaalde gedicht ‘Leesboek’ van Goethe (Lesebuch) en de reactie op dit gedicht van dichter Nyk de Vries (1971) met het gedicht met de titel ‘Boek’. Ik plaats ze hier beide zodat het eigenlijk een dubbel gedicht wordt.

.

Leesboek

.

Wonderbaarlijkst boek der boeken

is het boek der liefde;

‘k heb het nauwgezet gelezen:

een paar pagina’s geluk,

reeksen vol ellende,

scheiding: één alinea.

Weerzien! één kort hoofdstuk maar,

fragmentarisch. Delen treurnis

met verklaringen gestrekt,

en geen eind in zicht.

O Nisami! – maar tenslotte

heb jij toch de weg gevonden;

wat niet raadbaar is, wie raadt het?

Liefsten die elkaar hervinden.

.

Boek

.

Ik had het boek wel duizend keer gelezen. Letterlijk. Het

was heel veel werk. ik kende het van binnen en van buiten.

En toch kon ik mijn broer, toen hij terugkwam van zijn

reis en we met z’n allen in de kleine achterkamer zaten,

er niks over zeggen. Er hing een gekke sfeer, niet een die

uitnodigde tot vertellen. Ik drentelde maar rond, van de

tafel naar de keuken, en op het laatst vertrok ik naar mijn

kamer. Ik ging liggen op bed, nam het boek en las het

nog een keer.

.

 

Niet te dicht bij de zon

Merlijn Huntjens

.

Dit jaar publiceerde Merlijn Huntjens (1991) bij uitgeverij de Harmonie zijn nieuwe bundel ‘Onder mij de mat’.  Merlijn ken ik al vanaf 2013, hij stond op het podium van poëziestichting Ongehoord!, reisde mee met de Poëziebus in 2015 en zijn gedichten verschenen in MUGzine #6 in 2021.

Pasgeleden was ik in de boekhandel Dominicanen in Maastricht (voor wie deze boekhandel niet kent, ga er heen! prachtig gehuisvest in een voormalige Dominicaner kerk) en struinend door de poëziesectie (waar in een verleden ook mijn eigen debuutbundel ‘Zichtbaar alleen‘ waarnaar dit blog vernoemd is, zich in de collectie bevond) kwam ik deze bundel weer tegen en las daarin het gedicht ‘Niet te dicht bij de zon’.

Ik moest meteen aan het verhaal van Icarus denken maar Merlijn Huntjens geeft er zo zijn eigen draai aan. In recensies van de bundel ‘Onder mij de mat’ lees ik: ‘Onder mij de mat nodigt de lezer uit tot fysieke en emotionele eerlijkheid. De gedichten blijven hangen door hun combinatie van zintuiglijke en existentiële scherpte, en zetten aan tot nadenken over wie we zijn, waar we vandaan komen en wat het betekent om te vallen, zowel letterlijk als figuurlijk.’ (Danny Danker) en: ‘Bij het lezen en herlezen van deze bundel nam Merlijn Huntjens me bij de hand en toonde me verschillende fysieke en transcendente zaken in de bewustzijnstoestand tussen de materiële en de immateriële wereld.’ (Anneruth Wibaut).

Hoe het ook zij, ik werd gegrepen door het gedicht ‘Niet te dicht bij de zon’ en wist dat ik dit hier met jullie wilde delen. Een mooie opstap naar het lezen van de hele bundel wat mij betreft.

.

Niet te dicht bij de zon

.

het blijft ultralang licht

in de zomervakantie die zich onder mij opent

.

een schaakbord

op een kraakhelder gekleurd jaren negentig tafelkleed

met buzz lightyear die woody op zijn rug heeft genomen

.

het beeld wordt herhaald

totdat buzz en woody niet meer op tafel passen

er aan de zijkant vanaf vallenb

dat is geen vliegen dat is sierlijk neerstorten

.

oma laat me winnen

omdat ze na afloop tegen mij wil zeggen dat ik gewonnen heb

zwarte pionnen vallen door het bord

de tafel

loodrecht omlaag

.

opa vraagt wie er gewonnen heeft

ik kan het niet meer zegt ze

ik kan ook niet meer

mijn voorouders vragen met regelmaat aan elkaar

of de dingen die in tekenfilms gebeuren kunnen bestaan

.

 

Ogenneuk

Piet-Hein Zijl

.

Ik kocht de bundel ‘Zoals een haan een ei legt’, de beste 100 gedichten uit de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2009. Het leuke aan dit soort bundels is dat er veel dichters in staan waar ik nog nooit van gehoord heb, dichters die blijkbaar in een zekere anonimiteit de pen ter hand nemen (of het toetsenbord) en daar een gedicht mee schrijven, opsturen naar de wedstrijdredactie en daar dan worden uitgekozen als één van de beste 100 inzenders. Ik heb al eerder geschreven over de editie van 2012, 2013, 2014, en 2016, en nu dus die van 2009.

In deze editie ken ik van de 100 beste gedichten (het zijn minder dan 100 dichters want een aantal is met twee gedichten opgenomen) er welgeteld 9 en dan alleen van naam (de enige die ik ken van een  bundel die ik gerecenseerd heb is Robin Veen). Maar lezend in de bundel kwam ik bij het laatste gedicht met de intrigerende titel ‘ogenneuk’. Bij het lezen van zo’n titel heb ik meteen een beeld en dat blijkt wonderwel te kloppen met hetgeen de dichter in het gedicht heeft willen beschrijven.

Het gedicht is van Piet-Hein Zijl (1946). Zijl is beeldend kunstenaar, tekenaar en graficus (etser), pianist en dus blijkbaar ook dichter. Heel veel meer kwam ik niet tegen maar laat het gedicht voor zichzelf spreken.

.

ogenneuk

.

met de jongedame van de kassa had ik

een halfminuutje of daaromtrent

ogenneuk want we lachen glim over mijn dichten over tijd

misschien kwam ik ook wel eerder klaar

of had ik me eerder al uit in elk geval de diepte van haar ogen

teruggetrokken zo sprankelend bruin en amandelvormig jong

of zij welllicht uit de mijne

.

dit alles na voltanken

Suzi in elk geval stroomde ervan over

zou binnenkort weleens over tijd kunnen zijn

net als mijn dochter dat is

.

met autobaby maar ook met mensenbaby amandelvormig ogend

zal kleinzoon Milo willen spelen

ook met de baby natuurlijk van zijn moeder het broertje

zo luidt de bestelling

‘mijn baby’ heet nu al trots zijn bezit

.

nu nog zijn mama met buikgriepachtige verschijnselen

die geen veel te vroege baby baren mag

geef alsjeblieft Milo zijn echte broertje of dan maar zusje

.

Kloten

Bart FM Droog

.

Op Tzum las ik een recensie van de bundel ‘Veldheer en andere liefdesgedichten’ van Bart FM Droog (1966), en ondanks dat de recensie over een deel van de bundel niet mals was, werd ik toch nieuwsgierig. Op zoek naar meer info kwam ik op de website van Bart FM Droog uit en daar is de hele bundel uit 2009 in een tweede druk uit 2013 volledig te lezen. Bart FM Droog is geen onbekende op dit blog, er staan verschillende blogberichten waarin zijn naam voor komt en een paar met gedichten van zijn hand maar dit is de eerste keer dat ik een bundel van hem als onderwerp heb gekozen.

‘Veldheer en andere liefdesgedichten’ bevat verschillende gedichten die al eerder elders verschenen en in de ‘licht herziene verantwoording’ geeft Droog bij verschillende gedichten nog wat extra informatie die het lezen, dat moet gezegd, veraangenaamd. Het gedicht dat ik koos ‘Kloten’ zo lees ik, is geschreven in opdracht van Tsead Bruinja en Daniël Dee voor de bloemlezing ‘Klotengedichten, poëzie over de mannelijke genitaliën’ uit 2005.

.

Kloten

 

Je hebt kloten en je kan een klootzak zijn
het een sluit het ander niet uit en zelfs klootschieten
– de enige sport die bekoort – kan anders
geïnterpreteerd een klotenstreek zijn

.
maar liefst heb ik kloten omklemd in zachte hand
daar waar men niet zeikt over dit en dat of dot
nee, met nek in de rug, benen gestrekt en dan

.
nog een hand, ja, zo’n hand die woelt en voelt
het zaad oproept, oproept en ja en och
en lijf aan lijf bezweet en al en goed, zo goed
niets zo goed als kloten geleegd door jou.

.

Stripgedicht

Marc Weikamp

.

In het poëzietijdschrift Awater wordt in elke editie een kunstenaar gevraagd een gedicht te ‘verstrippen’. In jaargang 9 uit 2010 verscheen er zelfs een essay over het in stripvorm weergeven van gedichten in Awater door Patty Scholten. Inmiddels zijn we vele jaren verder en is het in stripvorm weergeven van gedichten niet nieuw meer in Nederland. Dat blijkt ook uit de bundel beeldverhalen van gedichten en liedteksten ‘Dichter in de Achterhoek’ uit 2021 van grafisch ontwerper en illustrator Marc Weikamp (1976).

De 6 gedichten (en liederen) die Marc Weikamp in stripvorm omzette zijn heel divers maar hebben allemaal gemeen dat ze een directe link hebben met de Achterhoek. Dit zijn die gedichten en liederen:

-Willem Sluiter is de eerste dichter die de naam Achterhoek bezigt. Zijn beroemde dichtregels ‘Waer iemant duisent vreugden soek, Mijn vreugt is in dees’ achter-hoek’ werden in 1668 gepubliceerd.

-Herdenking, van A.C.W. Staring (1767-1840), is een gedicht over natuur en ontluikende verliefdheid uit de Romantiek.

-‘Ik heb van de natuur nog nooit genoten / Als hier op Hoonte in de Achterhoek’. Deze regel komt uit het gedicht ‘Hoonte’ (1949) van Gerrit Achterberg dat hij schreef tijdens zijn verblijf in Neede.

-Het dialect-lied ‘Oerend hard’ (1976) van Normaal geeft een heel herkenbaar Achterhoekgevoel; de beleving van de kameraadschap, de boeren (sub) cultuur en de no-nonsens mentaliteit.

-‘Vrouw Begeerdink’ (1992) is een humoristisch lied van de Achterhoekse dialect-band Boh Foi Toch. Het is geschreven door Hans Keuper, zanger en tekstdichter.

-‘Eensklaps roeken’ (2013) van H.C. ten Berge, speelt zich af op de verkeersbrug over de IJssel bij Zutphen. De brug vormt de entree tot de Achterhoek, zoals op een bord langs de weg staat te lezen.

Hieronder zie je een paar voorbeelden van wat Marc ervan heeft gemaakt. Het boek met alle gedichten is nog steeds te koop.

.

 

De lente komt

Ali Şerik

.

Afgelopen week moest ik in de bibliotheek van Utrecht zijn en wanneer ik daar ben loop ik altijd even naar de poëzie afdeling. Om wat tijd te doden nam ik plaats op een deel van de tijdschriften en krantenafdeling op de tweede verdieping en las ik het tijdschrift ‘Schreef’ proza en poëzie door en voor liefhebbers, uitgegeven door Taalpodium, een vereniging van ruim honderd (vrijetijds-)schrijvers en -dichters, waarvan diverse leden hun sporen verdiend hebben met het winnen van dicht- en verhalenwedstrijden, anderen met de uitgave van dichtbundels, verhalenbundels en romans.

In ‘Schreef’ dat vier keer per jaar verschijnt staat poëzie van allerlei dichters die niet of vaak nog maar net gepubliceerd zijn, opgenomen met een gedicht. Een van die dichters is Ali Şerik (1962). Deze uit Turkije afkomstige dichter publiceerde in Turkije drie dichtbundels en in Nederland inmiddels 5 bundels waaronder ‘De zachte veren van de tijd‘ uit 2024.

Voor het Nationale Boekblog schrijft hij van maart 2012 tot augustus 2013 elke vrijdag een gedicht. In 2024 begint hij hier opnieuw mee, nu maandelijks met een gedicht. Op dit moment publiceert hij ook regelmatig gedichten in het blad ‘Dichter’ van Plint. Ook is Ali recensent voor Meander.

In de ‘Schreef’ is het gedicht ‘De lente komt’ van zijn hand opgenomen. En hoewel de zomer bijna een feit is, toch een toepasselijk gedicht voor deze tijd van het jaar.

.

De lente komt

.

Wat zeker is, is dat de lente komt.

Of wij lief voor elkaar zijn

of het tegendeel proberen te bewijzen

de lente komt sowieso, als een eigenwijze kleuter.

.

De kou van de winter ontdooit

bomen schudden zich wakker

de leeuwerik is weer terug om te zingen.

De lente komt als vechtende meerkoeten.

.

De aarde ontwaakt met spinnen en vleermuizen

houten vogelnestjes worden schoongemaakt

winterjassen krijgen een stille plek.

De lente komt als de vleugels van zwanen.

.

Zaad voor nieuw leven ontkiemt

geschreeuw van kinderen steekt de straat over

iemand kust iemand vol op zijn of haar mond.

Wat zeker is, is dat de lente komt.

.

Voorproefje

Josse Kok

.

Momenteel ben ik bezig met het lezen van de nieuwe bundel van Josse Kok getiteld ‘Schulp’ die dit jaar verscheen bij uitgeverij Opwenteling. Opwenteling is een uitgeverij die ik al tijden volg omdat ze een eigen gezicht en geluid hebben. Ik schreef al over dichters die bij Opwenteling publiceerden als Anouk Smies en Joris Miedema en over hun durf om buiten de lijntjes te kleuren.

En nu lees ik, met veel plezier, dat kan ik alvast prijs geven, de nieuwste bundel van dichter Josse Kok (1983). Op de website van Opwenteling lees ik:  Na enkele jaren voordragen bracht hij in 2013 zijn debuut ‘Ik heb geslacht’ uit bij Uitgeverij Liverse te Dordrecht, die werd genomineerd voor de Buddingh’-prijs 2014. In 2018 verscheen zijn tweede bundel ‘Probeert u het later nog eens’ bij Opwenteling, in 2026 opgevolgd dus door ‘Schulp’. Werk van hem verscheen onder andere in Liegend Konijn, De Optimist en Revisor.

Om nog niet alles prijs te geven maar toch een kijkje in de keuken van Josse te geven hier alvast een gedicht uit ‘Schulp’ over een bijzonder beestje de Axolotl (zoek maar op).

.

Axolotl

.

Ergens beneden, in mijn troggen

waar de bodems tektonisch knuffelen

zwemt een roze amfibie in mij rond.

.

Ik wil hem de weg naar buiten wijzen,

laten zien aan nieuwsgierige biologen

want hij verdient een warmer water.

Als ik hem zie bewegen en wil

grijpen, ontspartelt hij mij.

.

Hij is de bacterie die ik niet kwijt

mag raken, een teer doodsvonnis

dat zich verschuilt in mijn borst.

.

Zijn aanwezigheid ontsluiert

mijn zwakte, voedt de zachte

tint in mijn starre korst.

.

Jarig

Jana Beranova

.

Alle dichters die op dit blog aan de orde komen zijn ooit geboren en hebben dus een geboortedag. Wanneer een dichter nog leeft heeft deze dus ook een verjaardag. Nou is het niet mijn gewoonte om bij elke verjaardag van elke dichter die nog leeft een blog aan die dichter te wijden maar vandaag maak ik een uitzondering.

Vandaag is dichter Jana Beranová (1932) jarig en ze wordt 94 jaar. Omdat ik Jana als dichter en mens goed heb leren kennen in de afgelopen bijna 20 jaar en omdat ik al twee keer in de jury van de prijs die naar haar vernoemd is heb mogen plaats nemen, leek het me niet meer dan goed en rechtvaardig hier even stil te staan bij deze bijzondere vrouw.

Jana Beranová is Tsjechische van geboorte, maar moest na 1948 met haar ouders vluchten en kwam in Nederland terecht. Zij studeerde in Rotterdam af in de economie. Zij werd bekend met haar vertalingen van Tsjechische schrijvers en dichters, onder wie Milan Kundera (onder andere zijn klassieker ‘De ondraaglijke lichtheid van het bestaan’) en de Tsjechische schrijver, dichter en journalist en Nobelprijswinnaar (1984) Jaroslav Seifert (1901-1986).

In 2008 verscheen ‘De geboorte van Sisyphus‘: de verzamelde in het Nederlands vertaalde poëzie van een oud-stadgenoot van Jana, de Tsjechische dichter en immunoloog Miroslav Holub (1923-1998). Inmiddels was haar naam als dichter en vertaler gevestigd en van 2009 tot 2010 was ze stadsdichter van Rotterdam. Jana was docente poëzie aan de Amsterdamse schrijversvakschool en politiek actief binnen de schrijversorganisatie PEN International, dat zich inzet voor vervolgde schrijvers. Landelijke beroemdheid kreeg zij met een tekst die ze maakte voor Amnesty International: ‘Als niemand luistert naar niemand vallen er doden in plaats van woorden’.

Voor haar inspanningen voor de Tsjechische literatuur kreeg Jana Beranová in 2005 van de Tsjechische staat een hoge onderscheiding. In 2024 ontving ze de prestigieuze Gratias Agit Prijs, voor haar bijdrage aan de promotie van Tsjechië in het buitenland. Voor haar inzet voor de Rotterdamse letteren kreeg Beranová in 2008 de Erasmusspeld. In 2025 werd de driejaarlijkse Anna Blaman Prijs aan haar toegekend voor haar gehele oeuvre.

Sinds 2019 wordt de Jana Beranováprijs uitgereikt aan een Nederlandstalige auteur die de artistieke vrijheid en integriteit vooropstelt, zonder te hechten aan waardering op grond van conventionele, modieuze of morele criteria. Ik voel mij vereerd dat ik al tweemaal in de jury ben gevraagd voor deze bijzondere prijs.

Zoals ik hierboven al schreef heb ik mooie herinneringen aan de momenten dat ik samen met Jana mocht voordragen (zoals bij de begrafenis van wederzijdse vriend en dichter Hvroje Pero Senda (1945-2013), dat ze in de jury zat van de poëziewedstrijd van poëziestichting Ongehoord! en de malen dat ik haar sprak en naar haar mocht luisteren zoals bijvoorbeeld bij de uitreiking van de naar haar genoemde prijs in 2023 toen de prijs werd uitgereikt aan Wim T. Schippers. Bij deze van harte gefeliciteerd Jana en op naar de 100!

Uit de bundel ‘Tussentonen’ uit 2004 haar gedicht ‘Jasje’.

.

Jasje

.

Alle seizoenen waren harde winters.
Zou ze zich verborgen hebben in dit bontjasje
dat hij ooit met liefde gewatteerd
om haar smalle schouders had gelegd?

Zou zij zo de kou hebben kunnen weren
van al die landverhuizingen en andere doden,
van de angst en de grimmige wortels
zodat ze zacht zou vallen als ze zou vallen?

Zou ze op een dag
in dit jasje
de oneindige koude
zijn ingedoken?

Je bewaart het, bladert het door: de mouwen,
het haast onvindbare sluitinkje, de kraag;
het ding slijt, rafelt, vervaalt als een veelgelezen boek.

Je schudt met de mot de tijd eruit
en vult het op met je eigen lijf
al durf je zo de straat niet op.

Niemand weet dat het jasje
van geverfd konijn is
en niet van nerts.

.