Site-archief
Stripgedicht
Marc Weikamp
.
In het poëzietijdschrift Awater wordt in elke editie een kunstenaar gevraagd een gedicht te ‘verstrippen’. In jaargang 9 uit 2010 verscheen er zelfs een essay over het in stripvorm weergeven van gedichten in Awater door Patty Scholten. Inmiddels zijn we vele jaren verder en is het in stripvorm weergeven van gedichten niet nieuw meer in Nederland. Dat blijkt ook uit de bundel beeldverhalen van gedichten en liedteksten ‘Dichter in de Achterhoek’ uit 2021 van grafisch ontwerper en illustrator Marc Weikamp (1976).
De 6 gedichten (en liederen) die Marc Weikamp in stripvorm omzette zijn heel divers maar hebben allemaal gemeen dat ze een directe link hebben met de Achterhoek. Dit zijn die gedichten en liederen:
-Willem Sluiter is de eerste dichter die de naam Achterhoek bezigt. Zijn beroemde dichtregels ‘Waer iemant duisent vreugden soek, Mijn vreugt is in dees’ achter-hoek’ werden in 1668 gepubliceerd.
-Herdenking, van A.C.W. Staring (1767-1840), is een gedicht over natuur en ontluikende verliefdheid uit de Romantiek.
-‘Ik heb van de natuur nog nooit genoten / Als hier op Hoonte in de Achterhoek’. Deze regel komt uit het gedicht ‘Hoonte’ (1949) van Gerrit Achterberg dat hij schreef tijdens zijn verblijf in Neede.
-Het dialect-lied ‘Oerend hard’ (1976) van Normaal geeft een heel herkenbaar Achterhoekgevoel; de beleving van de kameraadschap, de boeren (sub) cultuur en de no-nonsens mentaliteit.
-‘Vrouw Begeerdink’ (1992) is een humoristisch lied van de Achterhoekse dialect-band Boh Foi Toch. Het is geschreven door Hans Keuper, zanger en tekstdichter.
-‘Eensklaps roeken’ (2013) van H.C. ten Berge, speelt zich af op de verkeersbrug over de IJssel bij Zutphen. De brug vormt de entree tot de Achterhoek, zoals op een bord langs de weg staat te lezen.
Hieronder zie je een paar voorbeelden van wat Marc ervan heeft gemaakt. Het boek met alle gedichten is nog steeds te koop.
.
De lente komt
Ali Şerik
.
Afgelopen week moest ik in de bibliotheek van Utrecht zijn en wanneer ik daar ben loop ik altijd even naar de poëzie afdeling. Om wat tijd te doden nam ik plaats op een deel van de tijdschriften en krantenafdeling op de tweede verdieping en las ik het tijdschrift ‘Schreef’ proza en poëzie door en voor liefhebbers, uitgegeven door Taalpodium, een vereniging van ruim honderd (vrijetijds-)schrijvers en -dichters, waarvan diverse leden hun sporen verdiend hebben met het winnen van dicht- en verhalenwedstrijden, anderen met de uitgave van dichtbundels, verhalenbundels en romans.
In ‘Schreef’ dat vier keer per jaar verschijnt staat poëzie van allerlei dichters die niet of vaak nog maar net gepubliceerd zijn, opgenomen met een gedicht. Een van die dichters is Ali Şerik (1962). Deze uit Turkije afkomstige dichter publiceerde in Turkije drie dichtbundels en in Nederland inmiddels 5 bundels waaronder ‘De zachte veren van de tijd‘ uit 2024.
Voor het Nationale Boekblog schrijft hij van maart 2012 tot augustus 2013 elke vrijdag een gedicht. In 2024 begint hij hier opnieuw mee, nu maandelijks met een gedicht. Op dit moment publiceert hij ook regelmatig gedichten in het blad ‘Dichter’ van Plint. Ook is Ali recensent voor Meander.
In de ‘Schreef’ is het gedicht ‘De lente komt’ van zijn hand opgenomen. En hoewel de zomer bijna een feit is, toch een toepasselijk gedicht voor deze tijd van het jaar.
.
De lente komt
.
Wat zeker is, is dat de lente komt.
Of wij lief voor elkaar zijn
of het tegendeel proberen te bewijzen
de lente komt sowieso, als een eigenwijze kleuter.
.
De kou van de winter ontdooit
bomen schudden zich wakker
de leeuwerik is weer terug om te zingen.
De lente komt als vechtende meerkoeten.
.
De aarde ontwaakt met spinnen en vleermuizen
houten vogelnestjes worden schoongemaakt
winterjassen krijgen een stille plek.
De lente komt als de vleugels van zwanen.
.
Zaad voor nieuw leven ontkiemt
geschreeuw van kinderen steekt de straat over
iemand kust iemand vol op zijn of haar mond.
Wat zeker is, is dat de lente komt.
.
Voorproefje
Josse Kok
.
Momenteel ben ik bezig met het lezen van de nieuwe bundel van Josse Kok getiteld ‘Schulp’ die dit jaar verscheen bij uitgeverij Opwenteling. Opwenteling is een uitgeverij die ik al tijden volg omdat ze een eigen gezicht en geluid hebben. Ik schreef al over dichters die bij Opwenteling publiceerden als Anouk Smies en Joris Miedema en over hun durf om buiten de lijntjes te kleuren.
En nu lees ik, met veel plezier, dat kan ik alvast prijs geven, de nieuwste bundel van dichter Josse Kok (1983). Op de website van Opwenteling lees ik: Na enkele jaren voordragen bracht hij in 2013 zijn debuut ‘Ik heb geslacht’ uit bij Uitgeverij Liverse te Dordrecht, die werd genomineerd voor de Buddingh’-prijs 2014. In 2018 verscheen zijn tweede bundel ‘Probeert u het later nog eens’ bij Opwenteling, in 2026 opgevolgd dus door ‘Schulp’. Werk van hem verscheen onder andere in Liegend Konijn, De Optimist en Revisor.
Om nog niet alles prijs te geven maar toch een kijkje in de keuken van Josse te geven hier alvast een gedicht uit ‘Schulp’ over een bijzonder beestje de Axolotl (zoek maar op).
.
Axolotl
.
Ergens beneden, in mijn troggen
waar de bodems tektonisch knuffelen
zwemt een roze amfibie in mij rond.
.
Ik wil hem de weg naar buiten wijzen,
laten zien aan nieuwsgierige biologen
want hij verdient een warmer water.
Als ik hem zie bewegen en wil
grijpen, ontspartelt hij mij.
.
Hij is de bacterie die ik niet kwijt
mag raken, een teer doodsvonnis
dat zich verschuilt in mijn borst.
.
Zijn aanwezigheid ontsluiert
mijn zwakte, voedt de zachte
tint in mijn starre korst.
.
Jarig
Jana Beranova
.
Alle dichters die op dit blog aan de orde komen zijn ooit geboren en hebben dus een geboortedag. Wanneer een dichter nog leeft heeft deze dus ook een verjaardag. Nou is het niet mijn gewoonte om bij elke verjaardag van elke dichter die nog leeft een blog aan die dichter te wijden maar vandaag maak ik een uitzondering.
Vandaag is dichter Jana Beranová (1932) jarig en ze wordt 94 jaar. Omdat ik Jana als dichter en mens goed heb leren kennen in de afgelopen bijna 20 jaar en omdat ik al twee keer in de jury van de prijs die naar haar vernoemd is heb mogen plaats nemen, leek het me niet meer dan goed en rechtvaardig hier even stil te staan bij deze bijzondere vrouw.
Jana Beranová is Tsjechische van geboorte, maar moest na 1948 met haar ouders vluchten en kwam in Nederland terecht. Zij studeerde in Rotterdam af in de economie. Zij werd bekend met haar vertalingen van Tsjechische schrijvers en dichters, onder wie Milan Kundera (onder andere zijn klassieker ‘De ondraaglijke lichtheid van het bestaan’) en de Tsjechische schrijver, dichter en journalist en Nobelprijswinnaar (1984) Jaroslav Seifert (1901-1986).
In 2008 verscheen ‘De geboorte van Sisyphus‘: de verzamelde in het Nederlands vertaalde poëzie van een oud-stadgenoot van Jana, de Tsjechische dichter en immunoloog Miroslav Holub (1923-1998). Inmiddels was haar naam als dichter en vertaler gevestigd en van 2009 tot 2010 was ze stadsdichter van Rotterdam. Jana was docente poëzie aan de Amsterdamse schrijversvakschool en politiek actief binnen de schrijversorganisatie PEN International, dat zich inzet voor vervolgde schrijvers. Landelijke beroemdheid kreeg zij met een tekst die ze maakte voor Amnesty International: ‘Als niemand luistert naar niemand vallen er doden in plaats van woorden’.
Voor haar inspanningen voor de Tsjechische literatuur kreeg Jana Beranová in 2005 van de Tsjechische staat een hoge onderscheiding. In 2024 ontving ze de prestigieuze Gratias Agit Prijs, voor haar bijdrage aan de promotie van Tsjechië in het buitenland. Voor haar inzet voor de Rotterdamse letteren kreeg Beranová in 2008 de Erasmusspeld. In 2025 werd de driejaarlijkse Anna Blaman Prijs aan haar toegekend voor haar gehele oeuvre.
Sinds 2019 wordt de Jana Beranováprijs uitgereikt aan een Nederlandstalige auteur die de artistieke vrijheid en integriteit vooropstelt, zonder te hechten aan waardering op grond van conventionele, modieuze of morele criteria. Ik voel mij vereerd dat ik al tweemaal in de jury ben gevraagd voor deze bijzondere prijs.
Zoals ik hierboven al schreef heb ik mooie herinneringen aan de momenten dat ik samen met Jana mocht voordragen (zoals bij de begrafenis van wederzijdse vriend en dichter Hvroje Pero Senda (1945-2013), dat ze in de jury zat van de poëziewedstrijd van poëziestichting Ongehoord! en de malen dat ik haar sprak en naar haar mocht luisteren zoals bijvoorbeeld bij de uitreiking van de naar haar genoemde prijs in 2023 toen de prijs werd uitgereikt aan Wim T. Schippers. Bij deze van harte gefeliciteerd Jana en op naar de 100!
Uit de bundel ‘Tussentonen’ uit 2004 haar gedicht ‘Jasje’.
.
Jasje
.
Alle seizoenen waren harde winters.
Zou ze zich verborgen hebben in dit bontjasje
dat hij ooit met liefde gewatteerd
om haar smalle schouders had gelegd?
Zou zij zo de kou hebben kunnen weren
van al die landverhuizingen en andere doden,
van de angst en de grimmige wortels
zodat ze zacht zou vallen als ze zou vallen?
Zou ze op een dag
in dit jasje
de oneindige koude
zijn ingedoken?
Je bewaart het, bladert het door: de mouwen,
het haast onvindbare sluitinkje, de kraag;
het ding slijt, rafelt, vervaalt als een veelgelezen boek.
Je schudt met de mot de tijd eruit
en vult het op met je eigen lijf
al durf je zo de straat niet op.
Niemand weet dat het jasje
van geverfd konijn is
en niet van nerts.
.
Dit hier is bijna nergens
Henk van Raak
.
Enige tijd geleden was ik in Tilburg in de zeer goed geoutilleerde tweedehandsboekenzaak de Boekenschop (dit is geen verschrijving). Ruim 30.000 boeken hebben ze op voorraad en de opbrengst gaat naar een goed doel. De poëzieafdeling beslaat maar liefst een volledige kast (ruim 5 meter), iets waar de gemiddelde boekenwinkel een puntje aan kan zuigen. Op zichzelf begrijp ik dat wel, aan poëzie valt gewoon te weinig te verdienen en een tweede handswinkel kan oudere bundels gewoon langer in voorraad hebben, waar ik dan juist weer heel blij van word.
Ik kocht er de bundel van Paul Celan, een bundel van Lévi Weemoedt die ik nog niet had en de bundel ‘Door mij spreken verboden stemmen‘. Van de eigenaar van de winkel kreeg ik bij het afrekenen nog een bundeltje mee van een heel goede klant van haar die in 2025 op 72 jarige leeftijd was overleden, de journalist en dichter Henk van Raak. Van Raak was betrokken bij de oprichting van de Literaire Kring Goirle en een tijd lang voorzitter. Hij was ook een serieus boekenverzamelaar, zijn huis was tot en met de zolder gevuld met boeken.
Als dichter debuteerde hij in 2013 met de bundel ‘Dit hier is bijna nergens’ en in 2015 verscheen ‘Plaatsen waar ik nog ben’. Zijn derde bundel waar hij aan werkte zal niet gepubliceerd worden. Favoriete dichters had van Raak ook en niet de minste; Fernando Pessoa, Constantínos Kaváfis, Federico Garcia Lorca en de Nederlandse dichters Rutger Kopland en Judith Herzberg.
De toon van zijn poëzie is melancholisch en zijn dichterlijke houding is filosofisch-beschouwend. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het gedicht ‘Herinnering’.
.
Herinnering
.
Al droom ik graag terug naar het verleden,
ik weet dat de herinnering het minst
van alles te vertrouwen is.
.
Men kleedt haar aan als een etalagepop
en maakt van wat schamele kleding was
een blauw tuniek met zilveren knopen.
.
Met terugwerkende kracht wordt
rechtgezet dat ik mij vroeger
knollen voor citroenen liet verkopen.
.
Witte dieren
Ellen Deckwitz
.
Ellen Deckwitz (1982) is geen onbekende op dit blog. Zo schreef ik al over haar bundel ‘Hoi feest?‘ uit 2012, over Das Mag uit 2013, over een bijdrage aan literair tijdschrift Liter uit 2009 en over ‘Nog een lente‘ de bundel van Meander uit 2010 waarin ook een bijdrage van haar was opgenomen. En dit is slechts een keuze uit de berichten, er waren er meer waarin haar naam genoemd werd. Deckwitz is dan ook al ruim 26 jaar actief als dichter, Ze debuteerde in 2007 met een poëziesatire ‘Moordwijven’ samen met Ruth Koops van ’t Jagt maar haar debuut als solodichter kwam in 2011 met de bundel ‘De steen vreest mij’.
En dan heb ik nog niet gehad over haar bijdrage aan de poëzie, anders dan in dichtbundels of poetry slams, in de vorm van de twee boeken over het lezen van poëzie; ‘Olijven moet je leren lezen’, eerste hulp bij het leren begrijpen van poëzie uit 2016 en ‘Dit gaat niet over grasmaaien’ handboek voor de beginnende poëzieliefhebber. Alle reden dus om nog eens iets van haar hand te delen.
Ik ben even op zoek gegaan naar een van haar bundels in mijn boekenkasten (geen sinecure wanneer je de poëziebundels niet op alfabet of welke andere manier dan ook heb ontsloten) en de eerste bundel die ik tegenkwam was ‘De blanke gave‘ uit 2015. Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘Witte dieren’.
.
Witte dieren
.
Je bent maar even de kamer uit en er zit meteen weer
een vlies op het bad. In de damp lijkt het peertje een mistklok.
.
Door het velletje heen stap je in het water maar je zult
de bodem niet voelen, ik verzeker het je vader.
.
Het was de kuip
waarmee we de beestjes drenketen.
.
Soms stak er een paardenhoofd uit, smekend:
‘Ik ben wat peziger maar ook ik geef melk.’
.
We leidden hen naar de kamer en de haarsprieten
uit je kop, het is riet
.
bij een stilgevallen meer. wat is het water bruin,
zei je, en wat een vreemde ruimte om te slapen.
.
Ik ruik gewoon de weides door de muren heen.
.
De tegels knapten onder je blik. In de verte
zagen wij die velden ook.
.
Babel nu
Aad van der Waal
.
In de bundel ‘Daar begint de poëzie’, alweer een bundel met de beste 100 gedichten van de Turing Gedichtenwedstrijd, dit keer uit 2013, lees ik het gedicht ‘Babel nu’ van Aad van der Waal. In dit gedicht klinkt onverholen kritiek op de (perverse) verdeling van geld en welvaart in de wereld door. Benieuwd naar deze dichter ging ik op zoek. Aad van der Waal staat bekend als de meest aanwezige en productiefste stadsdichter van Apeldoorn. Bij zijn afscheid van de functie van stadsdichter (2017-2020) verscheen er een bundel met zijn stadsgedichten (tachtig gedichten) met als titel ‘Apeldoorn tussen twee kussen’. Het eerste gedicht dat Aad van der Waal in 2017 als stadsdichter van Apeldoorn schreef was Kus I; het gedicht waarmee hij drie jaar later afsloot, heet ‘Kus II’.
Aad van der Waal (1963) is naast dichter ook theatermaker, acteur, muzikant, toneelschrijver en oprichter van theater Merlijn in Apeldoorn. De poëzie van van der Waal typeert zich door zijn toegankelijke manier van schrijven, de vele kwinkslagen, treffende woordspelingen, kritische noten en soms ook ontroerende verzen. De twee kussen uit de titel van zijn afscheidsbundel als stadsdichter verwijzen naar 2 kussen. Het eerste gedicht ‘Kus I’ verwijst naar het beeld op het stationsplein in Apeldoorn van Jeroen Henneman ‘De Kus’. Het beeld is geplaatst rond 2007. ‘Kus II’ schreef hij aan het begin van de Coronaperiode toen iedereen anderhalve meter afstand moest houden.
Maar het gedicht waar hij in 2013 meedeed aan de Turing Gedichtenwedstrijd staat los van zijn stadsdichterschap. Een gedicht met twee gezichten, aan de ene kant de welvarende, rijke Westerling, afgewisseld met arme ‘Oosterlingen’ die geen cent te makke hebben.
.
Babel nu
.
Jan Willem wil ‘m medium gebraden
en na ’t dessert een bolknak met cognac
Romano slaat geen acht meer op de maden
en schraapt zijn kostje uit een vuilnisbak
Gerardus wil het nieuwste apparaatje
en Katja; mode van het duurste merk
Nawal begraaft haar uitgedroogde maatje
Vasil verliest zijn jeugd in mannenwerk
Andréas krijgt een Rolex van zijn oma
Rashid; een schijntje voor zijn rechter nier
Marina sleept een cruise uit haar diploma
Mei-lan verkoopt haar lijfje per kwartier
Er gapen tussen talloze verhalen
vaak kloven die geen tolk meer kan vertalen
.
Maar ook geen maar
Marijke Voerman
.
Wanneer ik de naam Marijke Voerman (1976) google dan kom ik allerlei berichten tegen maar eigenlijk niets waarmee ik haar in verband kan brengen met een gedicht van haar hand in de bundel die ik nu in mijn handen heb. Ze blijkt directeur van het Cabral instituut te zijn (privé school in Amsterdam) en daarvoor was ze onder andere onderwijzer aan het Luzac College en het PCC in Alkmaar.
En toch schrijf ik over haar, als dichter. Want in de eerder genoemde bundel ‘Hier lonkt een spiegel’ uit 2001, in opdracht gemaakt van Bureau Interim, onder redactie van Suzanne Meeuwissen en Ruben van Gogh, is een gedicht van haar opgenomen getiteld ‘Maar ook geen maar’. Ik schreef eerder over deze bundel in 2013 toen ik met een nieuwe categorie begon op dit blog ‘uit mijn boekenkast‘, een categorie waarin ik nog steeds regelmatig berichten in plaats, tegenwoordig onder de titel ‘blind gepakt’.
Terug naar Marijke Voerman. Ze studeerde Nederlands aan de universiteit van Amsterdam en stond dus wel te boek als dichter, anders wordt je niet door de samenstellers gevraagd. De titel van de bundel ‘Hier lonkt een spiegel’ komt uit het gedicht ‘Dit is mijn dag’ van Menno Wigman: “Hier lonkt een spiegel naar verwonderd licht. Daar breekt een vlinder uit. En dat ben ik.”
.
Maar ook geen maar
.
Ik wil weten waar ik aan toe ben
geef mij geen hyperbool of cirkel
geen homerische vergelijking
geen onnodige dubbele punt
geen gelul achteraf na de komma,
een misschien in een stem
maar ook geen maar.
Wel een goedgeplaatste punt
als een begrepen grap
een klinkend zoentje
het ‘ja’ van de bruid
het feest der herkenning
van o ja, ik heb het, eureka!
Stevig herkenbaar
als stamppot andijvie
en boeren na cola.
.
Fries en fruitig
Tsjêbbe Hettinga
“Wat was die man goed” schrijft Hans Puper in 2017 in zijn recensie op de website van Meander, van de bundel ‘Het vaderpaard / it faderpaard‘ uit 2017 van de Friese dichter Tsjêbbe Hettinga (1949-2013). Hettinga behoort ongetwijfeld tot de grootste dichters die Friesland heeft voortgebracht. Hij paarde een uniek taalscheppend vermogen aan een even uniek voordrachtstalent, waarmee hij zijn toehoorders steeds weer wist te betoveren.
Ik las in het magazine Mezza van maart 2025 een kort interview met (toen nog) voormalig dichter des vaderlands Tsead Bruinja (1974) over het Fries (zijn taal). Bruinja antwoord op de vraag wat zijn favoriete Friese boek is: “De gedichtenbundel Het vaderpaard of in het Fries It faderpaard van Tsjêbbe Hettinga. Hij had beperkt zicht, en toch nam hij je mee in de meest beeldende, liefdevolle, ruige en speelse gedichten.”
De meeste vertalingen in deze bundel zijn gemaakt door Hettinga en Benno Barnard. De gedichten die Hettinga niet zelf letterlijk voorvertaalde, zijn door Tsead Bruinja en Teake Oppewal samen met Barnard naar het Nederlands vertaald. Tsjêbbe Hettinga (1949-2013) kreeg als Fries dichter internationale bekendheid, mede na een fameus optreden op de Frankfurter Buchmesse (1993).
In 2001 kreeg hij de Friese prestigieuze Gysbert Japicxprijs voor zijn zevende dichtbundel ‘Fan oer see en fierder’ uit 2000. Een deel van zijn werk is al eerder met een Nederlandse vertaling verschenen. Uit de bundel die je in full text kunt vinden op het web, nam ik het gedicht ‘Nieuwe lente’ of (en) in het Fries ‘Nije maitiid’.
Nieuwe lente
de bomen rond
de boerenerven
dragen nu meer macht
dan het nieuwerwetse proletariaat
dat mijn dorp bezeilt
en mijn land verhardt
want de bladeren en de bloemen
baden in de zon en
veranderen het landschap
er komt geen hand aan te pas
.
Nije maitiid
de beammen om
de boerehiemen hinne
drage nomearmacht
asit nijmoaderige proletariaat
dat myn doarp besylt
enmyn lân ferhurdet
want de blêden en de blommen
baaie yn ’esinneen
feroarjeitlânskip
sûnderien hântaast
.















