Site-archief
Het gezin
Dubbelgedicht
.
Vandaag een dubbelgedicht over het gezin, de hoeksteen van de samenleving zoals sommige mensen ernaar kijken. Tegenwoordig vaker een samengesteld gezin of een mozaïekgezin (met plusouders, Vlaams voor stiefouders zo leerde ik afgelopen weekend in Leuven) maar de boodschap is duidelijk. Ik koos voor twee gedichten met toevallig exact dezelfde titel namelijk ‘Het gezin’.
Het eerste gedicht is van Anthonie Donker (1902-1965) en is genomen uit ‘De grondtoon’ Een keuze uit de gedichten, uit 1963. Het tweede gedicht is van Charles Ducal (1952) en is genomen uit de bundel ‘Het huwelijk’ uit 1996.
.
Het gezin
.
Het was zo vreemd weemoedig het te weten,
ons samenzijn, de zomeravond buiten,
dit vredige – en toch niet te vergeten
dat vrede noch geluk de tijd kan stuiten.
.
De rode schemering zonk op de ruiten.
Toen zwegen wij, alsof we elkaar verweten
wat niemand wist. Wij hoorden afgemeten
klokslagen de stilte trillend omsluiten.
.
Zouden wij lang nog bij elkander wezen?
Angstig van liefde ontvluchtte ik hun ogen,
eenzaam en naar mijzelve afgewezen.
.
Had mij de rode schemering bedrogen
of rees in allen een onmeetlijk vrezen?
De donkre takken langs het raam bewogen.
.
Het gezin
.
Vader, moeder, hun eenvoudig leven.
Vingers om het mes, de smakeloze plicht.
Zijn kaken malen vreedzaam. Kouwe kip.
Haar lichaam heeft niets mee te delen
.
tenzij: dat zij met elkaar een tafel delen
zonder brekend glas en zonder gif.
Het kind scheurt een toevallig moordbericht
uit oude kranten, inkt in sombere vegen
.
als een teken op zijn wang.
Want alles kan in een eenvoudig leven:
vader, moeder, mes geslepen,
en een kind uit zelfbedwang.
.
Boottocht met muziek
Anna Enquist
.
Vrijdag dus een greep uit mijn boekenkast. Vandaag pakte ik de bundel ‘Klaarlichte dag’ uit 1996 van Anna Enquist (1945) uit een van mijn boekenkasten. Zonder te kijken opende ik deze bundel op pagina 49 en daar staat het gedicht ‘Boottocht met muziek’.
.
Boottocht met muziek
.
Als het dan moet, dan met twee hoorns
aan boord. Je stapt in de wiegende bek
van de boot, de hoornspelers blazen
een dun accoord, blazen weg wat je weet
langs muren en tuinen, spelen dwars door
het laatste woord. het kan je niet schelen.
.
Hoornblazers dragen het hart op de arm,
zij duwen hun lied met de vuist in de keel
over water voort. Ze voeren je blind naar
het stilste licht, waar geen overkant is.
Als het dan moet, dan tussen boven-
en onderstem, met twee hoorns aan boord.
.
Lernert Engelberts
Nog eens
.
Daar sta ik weer voor mijn almaar uitdijende boekenkast (stapels dichtbundels op dichtbundels). En dit keer pak ik zonder te kijken de bundel ‘Ik heb alleen woorden’ De honderd meest troostrijke gedichten over afscheid en rouw uit de Nederlandse poëzie, uit 1998 . De bundel gedichten werd verzameld door Hans Warren en Mario Molengraaf. Ik open de bundel op een willekeurige bladzijde (pagina 70 dit keer) en daar staat het gedicht ‘Nog eens’ van dichter en televisiemaker Lernert Engelberts (1977) dat werd opgenomen uit de bundel ‘Oedipoes werpt jongen’ uit 1996.
.
Nog eens
.
De dood, de mooiste
van alle mogelijkheden,
laat ook vannacht op zich wachten.
Al ligt het koele mes tegen
zijn pols, zijn vlees lijkt van ijzer.
.
Al heeft hij de afscheidsbrief geschreven
-waarin hij vraagt om begrip niet om compassie-
morgenvroeg wordt hij gewoon weer wakker,
slaat de dekens van zich af,
scheurt de brief tot kleine stukjes,
legt het mes terug in de la.
.
Dagdromer
Benzokarim
.
In 2023 was dichter en performer Benzokarim (1996) één van de Rotterdamse dichters tijdens het Kunst- en Dichtproject Raamwerk | Dichtwerk op het Noordereiland bij de NE Studio’s. In 2022 was hij gedebuteerd met de bundel ‘El Ghorba’ en in datzelfde jaar won hij de El Hizjra literatuurprijs voor poëzie. In 2025 verscheen zijn nieuwste bundel ‘Ons gaan allemaal’ waarvoor hij de Granate Prijs 2025 en de Jan Campert-Prijs 2025 ontving. Hij was coördinator van Poetry Circle Den Haag en trad op bij podia als Woorden Worden Zinnen, Mensen Zeggen Dingen en Mooie Woorden. In 2025 en 2026 is Benzokarim stadsdichter van Rotterdam.
Als introductie wellicht, een (voetbal) gedicht uit zijn debuutbundel ‘El Ghorba’ getiteld ‘Dagdromer’.
.
Dagdromer
.
Ik ben een geboren dagdromer.
Won het WK nog vóór de pauze.
Passeerde alle tegenstand zoals alleen Ronaldinho dat kan.
Draaide om de wereld als Zidane.
Beet van me af als Davids.
Was loyaal als Totti.
Dienstbaar als Kaka.
Dirigerend als Pirlo.
Een muur als Van der Sar.
Doelgericht als Rooney.
Verrassend als Roberto Carlos.
Zwevend als Zlatan.
Snijdend als Robben.
Op het randje als Ramos.
Een beest in de één tegen één als Ronaldo.
In de pauze kregen we allemaal een naam.
een positie.
Dan waren we allemaal even wereldberoemd.
Op het pleintje van de P.C. Hooftschool.
.
Bloed
Naomi Shihab Nye
.
Terwijl ik in de chaos zit van een woonkamer die geschilderd wordt, lees ik in ‘The United States of Poetry‘ uit 1996, dat de schilders uit voorzorg uit mijn boekenkast hebben gehaald omdat het uitsteekt. Het blijft een fijn boek om in te lezen; groot, mooi vormgegeven en vol gedichten van dichters die ik niet ken. En daarnaast ook nog eens uitermate informatief.
Ook dit keer kom ik iets bijzonders tegen (ik lees dichtbundels zelden van kop tot staart, tenzij voor een recensie) namelijk een gedicht van Naomi Shihab Nye (1952). Nye is een Palestijns-Amerikaanse dichter , redacteur, songwriter en romanschrijver . Ze is geboren uit een Palestijnse vader en een Amerikaanse moeder. Op zesjarige leeftijd begon ze met het schrijven van haar eerste gedichten. In totaal heeft ze meer dan vijfendertig boeken gepubliceerd en aan honderden andere boeken bijgedragen. Haar werk omvat poëzie, jeugdliteratuur, prentenboeken en romans. Nye heeft gedurende haar carrière talloze prijzen ontvangen, waaronder de NSK Neustadt-prijs voor kinderliteratuur in 2013 , was de Young People’s Poet Laureate van de Poetry Foundation voor de periode 2019-2022, en in 2024 ontving ze de Wallace Stevens Award en de Texas Writers Award.
In ‘The United States of Poetry’ is het gedicht ‘Blood’ opgenomen. ‘Blood’ of ‘Bloed’ zoals de vertaling luidt, gaat over het eigen identiteitsgevoel van de dichter als Palestijns-Amerikaanse die opgroeide tussen de twee culturen. Het gedicht begint met de spreekster die een paar verhalen uit haar jeugd vertelt. Dit waren momenten waarop haar vader uitlegde wat een “echte Arabier” is. Deze verhalen gingen altijd gepaard met spreekwoordelijke uitspraken of gebeurtenissen. Er waren humoristische momenten in andermans huizen, vreemde ontmoetingen voor hun eigen deur en verschrikkelijke gebeurtenissen die elke verklaring tartten.
Dat laatste is waar de tweede helft van het gedicht zich op richt. Er gebeurde iets dat Nye en haar familie schokte. Ze wendde zich, zoals altijd, tot haar vader voor antwoorden, maar hij had er geen. Vervolgens ging ze naar het platteland rondom haar Amerikaanse huis en vroeg de schapen, de koeien en de lucht wat ze moest denken, doen en wat voor soort persoon ze moest worden.
Een van de redenen dat ik aan dit gedicht bleef hangen terwijl ik in The United States of Poetry’ las was dat, hoewel dit gedicht uit haar bundel ‘Words under the Words; selected poems’ uit 1995 komt, het thema, helaas vandaag de dag nog steeds heel erg actueel is. En dan vooral de gebeurtenis in de vierde strofe, een gebeurtenis ‘waarvan de krantenkoppen stollen in haar bloed’ die helaas na 1995 nog steeds en regelmatig terugkeert in de actualiteit. Hieronder de vertaling van ‘Blood’. Het origineel is hier te lezen.
.
Bloed
.
Naamkundige
Ed Leeflang
.
Ik sta voor mijn boekenkast en zonder te kijken pulk ik de bundel ‘Liereman’ van Ed Leeflang (1929-2008) uit 1996 de kast. De bundel heeft een boodschap van Brigit aan Walter (mij beide onbekend) voor zijn verjaardag met een ps: Let’s keep in touch. Ik weet niet of Walter dat gedaan heeft, het cadeau verdween in ieder geval uit zijn kast (hij kreeg het op 1 juli 2000) en kwam al weer wat jaren geleden in mijn kast terecht. Waarschijnlijk via een kringloopwinkel of tweedehandsboekenwinkel.
Terug naar de bundel. Ik open de bundel op een willekeurige bladzijde en daar op pagina 25 staat het gedicht ‘Naamkundige’. Nou is het tegenwoordig een sport om je kind de meest exotische namen te geven. Op de website jmouders.nl staan de meest bijzondere voornamen gegeven in 2017 (het is al een tijd aan de gang). Namen als Qinoa, Servet, Lasso, Wijn en Qut (ik verzin het niet) doen je toch ernstig achter je oor krabben.
In het gedicht ‘Naamkundige’ uit de bundel ‘Liereman’ speelde Ed Leeflang al met de gedachte aan bijzondere voornamen.
.
Naamkundige
.
Jukke, Helle, Neeke, Ruis,
Maarle, Luwe, Gosse, Grietsen,
Zwier, Heikine, Halver, Lum,
Mork, Jappichje, Jildau, Homk,
Hope, Hedsert, Vake, Zwi.
.
Vader van fiches, hoeder van scharen,
bevolklte uren, geroepen namen,
allen bewoonden uw kalme kamer,
gezoogd en vervloekt
en hoelang door wie?.
.
Lupines
Seamus Heaney
.
Behalve heel veel Nederlandstalige dichtbundels en een groot aantal dichtbundels in het Engels (en een enkele in een andere taal) bezit ik ook verschillende vertaalde bundels van buitenlandse dichters. Een van die bundel pakte ik uit mijn boekenkast in de rubriek ‘Blind gepakt’. Het betreft hier de bundel ‘Elektrisch licht’ van de Ierse dichter, docent, vertaler en toneelschrijver Seamus Heaney (1939-2013) die in 1995 de Nobelprijs voor de literatuur ontving. De vertaling werd verzorgd door Hans Mirck en Peter Nijmeijer.
‘Elektrisch licht’ bevat de gedichten uit de bundel ‘Electric light’ uit 2001 en een selectie van gedichten uit ‘Het eerste koninkrijk’ dat in vertaling van Peter Nijmeijer in 1996 verscheen. Ik opende de bundel op een willekeurige pagina (de pagina’s zijn vreemd genoeg niet genummerd) en daar staat het gedicht ‘Lupines’.
.
Lupines
.
Ze stonden. En stonden nergens voor. Gewoon door te staan.
Te wachten. Niet voorhanden. Maar daar.
Zeker. Zeker en niet buigend.
Rozevingerige dageraad en marineblauwe nachtbloem.
.
Zaadpakjes om mee te beginnen, roze en azuur,
Licht filterend, kleine nerveuze belofte:
Lupinehalmen, erotica van de toekomst,
Lippenveeg van het blauw en diepe opbrengst van de aarde.
.
O pastellen torentjes, peulen en spitstoelopende stengels
Die op hun bodem stonden voor het verloop van onze hele zomer
En zelfs wanneer ze verbleekten nooit zouden stokken.
En niets hiervan ging ons begrip te boven.
.
Vrijdag
Miriam Van hee
.
In 1996 publiceerde Mirjam Van hee de bundel ‘Achter de bergen’. Haar dichterlijke stem ligt dichtbij de spreektaal. Haar poëzie is, zoals ik achter op deze bundel lees, de poëzie van iemand die stamelend haar eigen kwetsbaarheid verwoordt om daardoor sterker te worden, iemand die tracht met zichzelf in het reine te kome, die zich oefent in weerbaarheid tegen de grote onverkwikkelijkheden van het leven: de onwetendheid, het verraad, de vergankelijkheid.
Ronkende taal van de uitgever en zeker ik lees in deze bundel gedichten die bij deze beschrijvingen aansluiten maar ook gewoon mooie gedichten. Zoals de gedichten die de dagen van de week als titel hebben. En omdat het vandaag vrijdag is hier het gedicht ‘vrijdag’ uit deze bundel.
.
vrijdag
.
de nacht was al over de helft
op de radio werd bach
op piano gespeeld
.
ik wilde niet slapen
maar waken opdat je zou komen
en zien maar misschien
wilde jij net hetzelfde en zo
.
werd het ochtend met sneeuw
op de daken die
tegen de middag
verdween
.
Laatste dag
Charles Bukowski
.
Ook in de vakantie mag een gedicht van de Amerikaanse dichter Charles Bukowski (1920-1994) natuurlijk niet ontbreken. Uit de bundel ‘Burning in Water, Drowning in Flame: Selected Poems 1955-1973’ uit 1996 het gedicht ‘the trash men’.
Dit was de laatste dag van mijn vakantie. Ik wil Marianne heel hartelijk bedanken voor haar inspirerende gastblogs van de afgelopen week. Ik denk zeker voor herhaling vatbaar.
the trash men
.


















