Categorie archief: Poëziewedstrijden
Soldaatje spelen
Laurens Hoevenaren
.
Het is soms wonderlijk hoe ik aan informatie over poëzie, gedichten of dichters kom. Zo kwam ik op Facebook een video over een website tegen waar je miljoenen boeken kon downloaden en/of beluisteren. De website welib.org heb ik bekeken en ik heb daar gewoon eens gekeken of en welke poëzie in het Nederlands daar terug te vinden is. Een van mijn eerste hits was ‘De schuilkelders van de poëzie’ van De Scriptomanen Vzw.
Vzw de Scriptomanen organiseerde in 2014 in samenwerking met de Afdelingen Literaire Creatie en Voordracht van de Academie voor Podiumkunsten Aalst een poëziewedstrijd, naar aanleiding van 100 Jaar Kerstbestand Eerste Wereldoorlog, met als thema ‘Oorlog & Vrede’. Een poëziewedstrijd dus waarvan een bundel is uitgegeven.
Onder de inzenders van de gedichten een voor mij bekende namen als Hervé Deleu en Gerard Scharn, beide winnaar van de Ongehoord! poëziewedstrijd (respectievelijk in 2012, de eerste editie, en 2014). Toch werd een andere dichter als laureaat gekozen of in het Nederlands tot winnaar van deze poëziewedstrijd, namelijk Laurens Hoevenaren met het gedicht ‘Soldaatje spelen’ (die overigens ook de tweede plaats won met een ander gedicht).
In het juryrapport opgesteld door Ellen Lanckman, wordt het winnende gedicht als volgt beschreven: “Soldaatje spelen / Hoe ver is veilig hier vandaan? De gedichten Soldaatje spelen en Hoe ver is veilig hier vandaan? zijn de respectievelijke nummer een en twee van de wedstrijd. Ze werden beide geschreven door Laurens Hoevenaren en waren erg aan elkaar gewaagd. De jury was het unaniem eens dat de gedichten kwalitatief hoogstaand zijn: er is nagedacht over de vorm, de inhoud, het ritme én het onderwerp. Dat Soldaatje spelen als winnend gedicht werd gekozen, ligt enkel en alleen aan het verschil in smaak van de juryleden onderling. Beide gedichten zijn literaire pareltjes. Een terechte winnaar!”
Laurens Hoevenaren (1960) debuteerde in 2015 met de bundel ‘Hoe ver is veilig hiervandaan?’, werd met gedichten opgenomen in vele verzamelbundels en won in 2015 de Jotie T’Hooft poëzieprijs en de Turing gedichtenwedstrijd. Wil je het andere gedicht ook lezen zoek deze bundel dan zelf even op. Hieronder het winnende gedicht.
.
Soldaatje spelen
.
we gingen kruisen tellen
op het allereerste veld
maar wisten niet
wat er na honderd kwam
dus deden we: wie vindt de jongste
je had er wel van zeventien
.
en daarna: wie heet er net als jij
dezelfde voornaam gaf vijf punten
een achternaam wel tien
.
ooit vond ik er
mijn voor- en achternaam
in marmeren zonlicht staan
toen ben ik stil
en zonder punten
heel stil gegaan
.
Ogenneuk
Piet-Hein Zijl
.
Ik kocht de bundel ‘Zoals een haan een ei legt’, de beste 100 gedichten uit de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2009. Het leuke aan dit soort bundels is dat er veel dichters in staan waar ik nog nooit van gehoord heb, dichters die blijkbaar in een zekere anonimiteit de pen ter hand nemen (of het toetsenbord) en daar een gedicht mee schrijven, opsturen naar de wedstrijdredactie en daar dan worden uitgekozen als één van de beste 100 inzenders. Ik heb al eerder geschreven over de editie van 2012, 2013, 2014, en 2016, en nu dus die van 2009.
In deze editie ken ik van de 100 beste gedichten (het zijn minder dan 100 dichters want een aantal is met twee gedichten opgenomen) er welgeteld 9 en dan alleen van naam (de enige die ik ken van een bundel die ik gerecenseerd heb is Robin Veen). Maar lezend in de bundel kwam ik bij het laatste gedicht met de intrigerende titel ‘ogenneuk’. Bij het lezen van zo’n titel heb ik meteen een beeld en dat blijkt wonderwel te kloppen met hetgeen de dichter in het gedicht heeft willen beschrijven.
Het gedicht is van Piet-Hein Zijl (1946). Zijl is beeldend kunstenaar, tekenaar en graficus (etser), pianist en dus blijkbaar ook dichter. Heel veel meer kwam ik niet tegen maar laat het gedicht voor zichzelf spreken.
.
ogenneuk
.
met de jongedame van de kassa had ik
een halfminuutje of daaromtrent
ogenneuk want we lachen glim over mijn dichten over tijd
misschien kwam ik ook wel eerder klaar
of had ik me eerder al uit in elk geval de diepte van haar ogen
teruggetrokken zo sprankelend bruin en amandelvormig jong
of zij welllicht uit de mijne
.
dit alles na voltanken
Suzi in elk geval stroomde ervan over
zou binnenkort weleens over tijd kunnen zijn
net als mijn dochter dat is
.
met autobaby maar ook met mensenbaby amandelvormig ogend
zal kleinzoon Milo willen spelen
ook met de baby natuurlijk van zijn moeder het broertje
zo luidt de bestelling
‘mijn baby’ heet nu al trots zijn bezit
.
nu nog zijn mama met buikgriepachtige verschijnselen
die geen veel te vroege baby baren mag
geef alsjeblieft Milo zijn echte broertje of dan maar zusje
.
poëzieprijzen
Een overzicht
Ik hoor weleens dat je als schrijver of dichter pas echt meetelt als je een prijs hebt gewonnen of gekregen. En, wordt er dan vaak achteraan gezegd, dat is vrijwel elke dichter (in dit geval) omdat er zo ontzettend veel poëzie- en dichtersprijzen zijn. Nu kan ik beamen dat er veel prijzen worden uitgereikt in dichtersland maar zo ontzettend veel zijn er nu ook weer niet. Ja er zijn vele kleine prijzen en winnaars van dichtwedstrijden (die zijn er genoeg) maar de prijzen die er toe doen, dat zijn er niet zo vreselijk veel. Ik ben eens gaan zoeken en kwam tot de volgende prijzen in Nederland (NL) en Vlaanderen (V). Ik heb een aantal prijzen overgeslagen die niet meer worden uitgereikt of die overgegaan zijn in een andere prijs (bijvoorbeeld de Turing gedichtenwedstrijd , de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en de VSB poëzieprijs).
- De Grote poëzieprijs voor een Nederlandstalige bundel, opvolger van de VSB Poëzieprijs (NL)
- Herman de Coninckprijs voor een Nederlandstalige bundel (V)
- P.C. Hooftprijs. oeuvreprijs wisselend poëzie en proza (NL)
- Constantijn Huygens-prijs, oeuvreprijs voor poëzie en proza (NL)
- Prijs der Nederlandse Letteren, driejaarlijkse onderscheiding (NL)
- Driejaarlijkse cultuurprijs voor letteren (V)
- Poëzieprijs Melopee, jaarlijkse prijs voor oorspronkelijk Nederlandstalig gedicht (V)
- C. Buddingh’-prijs, voor een Nederlandstalig poëziedebuut (NL)
- Debutantenprijs van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (NL)
- NK Poetryslam, voor slampoëzie (NL)
- Belgisch Kampioenschap poetry slam (V)
- Ida Gerhardt poëzieprijs (NL)
- Sybren Poletprijs, driejaarlijks voor experimentele literatuur (NL)
- Jotie ‘T Hooft poëzieprijs (tweejaarlijks) voor het beste neo-romantische gedicht (V)
- Poëzieprijs Boontje (VL)
- Adriaan Roland Holstprijs, voor een oeuvre (NL)
- Johan Polak poëzieprijs (NL)
Daarnaast zijn er nog een aantal regionale en gespecialiseerde prijzen:
- Kees Stip-prijs
- Awater poëzieprijs
- Jan Campert-prijs
- J.C. Bloem-poëzieprijs
- Jana Beranová-prijs
- Theo Thijssenprijs
- Anna Blamanprijs
- Rob de Vos-prijs (Meander)
- Frans Vogel poëzieprijs
- Granate prijs
- De Zeef poëzieprijs
En heel veel lokale en kleine dichtersprijzen en gedichtenwedstrijden uiteraard. Maar dat zijn er echt teveel om op te noemen. Alle reden dus om te denken dat je als dichter een vrij grote kans maakt op een prijs. Uit al deze prijzen en winnaars heb ik een dichter, Maaike de Wolf, gekozen die in 2025 de Herman de Coninckprijs won met haar bundel ‘De dansvloer is van iedereen’. Uit deze bundel komt het gedicht ‘Holte’.
.
Holte
.
Mijn rechterbeen herbergt een banaal soort pijn
die opspeelt als het kouder, nu het ouder wordt.
Wees niet verbaasd als je ziet wie ik ben, mijn hartslag daalt
zo onder de veertig slagen als ik zit, als ik hier blijf, wachtend.
Zie ook de meedogenloze gokker, de obsessief strijkende huisvrouw
die aan mij verloren gingen, talent dat tussen mijn benen ontsnapte.
Nog steeds meisje dat dezelfde wapens als de jongens wil, schrik niet
als ik mijn haren in een neonroze verdwijnpunt verf.
Zoekend naar woorden zak ik een baarmoeder in.
Op de bodem lig ik, badend in belofte.
.
AMAI en MUG
Instadichtersbal
.
Ik wil één gedicht voor alle vrouwen. Het zou een
monument worden en tegelijkertijd een toevluchtsoord
van woorden die nodig zijn om een plek te bouwen
die ons heel houdt.
Ik schrijf er kamers in. Zinnen zijn het pleisterwerk
op wonden, de wanden slechts in potlood,
zodat we vrij zijn om ons binnen of buiten de lijnen
te bewegen. Ze uit te vegen tot zachte roze rullen
die we wegblazen als een kus van een vlakke hand.
Hier is een plek voor de vrouw die inwaarts schreeuwt
zo hard ze kan in een land waar zij wordt stuk gezwegen.
Er is een bed voor de vrouw die nog leeft, omdat ze
deed waar zij het bangst voor was. Een rugtas en haar
kind in halfslaap op de heup genomen.
Hier komen de vrouwen die niet voldoen, omdat de
norm een vorm is die niemand past. Je hoeft
maar weinig te doen om een lastige vrouw te zijn.
In dit gedicht ligt een wet te wachten die zacht is
voor het vrouwenlijf. Hier verblijven zij die
kozen of dat niet mochten, hulp zochten, maar niet
kregen, achterbleven met een lege schoot of meer leven
dan ze konden dragen.
Hier is plek voor Zij Die Hen zullen heten of een M in hun pas
kregen als een verkeerd gespelde naam. Hier gaan de vrouwen
die niet bidden tot de goede God of de juiste huid bewonen.
Hier zal het meisje wonen die in bomen klimt en probeert
om staand te plassen. Hier past de vrouw die niet geloofd wordt,
beroofd en weggehoond wordt. De vrouw die moeder, loeder, hoer,
secreet, een nymf, een milf, frigide heet. Een maagd, een heks,
te sexy is, die lesbisch is of niet meer van mannen houdt, de vrouw
die ziek is of te oud, want niet meer vruchtbaar is,
het vermogen mist tot gehoorzaamheid.
Ik wil één gedicht voor alle vrouwen. Opgevouwen tot
een klein geheim, bewaard in de zakken van jurken en
broeken, onder sluiers en de bandjes van een kanten bh.
En dat we het aan elkaar kunnen geven of herlezen
wanneer we zoeken naar woorden, een plek die vrouwen
heel houdt of onszelf.
.
Jana Beranová krijgt Anna Blaman Prijs
Jana Beranová
.
Gisteren is bekend geworden dat dichter, schrijver en vertaler Jana Beranová (1932) de Anna Blaman Prijs 2025 krijgt. De Anna Blaman Prijs is de bekroning van een waardevol auteurschap in en voor Rotterdam en daarmee de bevordering van het literaire klimaat in Rotterdam en omgeving. Alleen schrijvers die wonen of werken in de regio Rotterdam of op een andere manier nauw verbonden zijn met de stad, komen in aanmerking voor de prijs. De oeuvreprijs wordt één keer per drie jaar uitgereikt in het stadhuis van Rotterdam. De prijs is een initiatief van de Anjerstichting, de voorloper van het Prins Bernhard Cultuurfonds, en werd in 1965 ingesteld. In 1966 werd de prijs voor het eerst uitgereikt. De Anna Blaman Prijs is sinds 2015 eigendom van Passionate Bulkboek.
Rotterdamse schrijvers en dichters die de prijs eerder kregen (de zogenaamde laureaten) waren onder andere Bob den Uyl, Jules Deelder, C.B. Vaandrager, Frank Koenegracht, Jan Eijkelboom, Hester Knibbe, Rien Vroegindeweij, Anne Vegter en Ester Naomi Perquin.
De jury van de Anna Blaman Prijs 2025 bestaat uit juryvoorzitter Wim Pijbes (directeur stichting Droom en Daad), Diana Chin-A-Fat (directeur Poetry International), Alek Dabrowski (redacteur poëzietijdschrift Awater), Diewertje Mertens (literatuurcritica) en Renée dan Breems (hoofd Leesbevordering & advies Passionate Bulkboek). De prijs wordt overhandigd aan Jana op 28 november 2025 door burgemeester Schouten in de Burgerzaal van het stadhuis van Rotterdam. Naast een bokaal bestaat de prijs uit een geldbedrag van € 15.000.
Ik ken Jana al lang en heb op verschillende momenten met haar samengewerkt (MUGzine, poëziepodia), voorgedragen (onder andere een gedicht bij de begrafenis van dichter Pero Senda), was ze juryvoorzitter van de eerste poëziewedstrijd van poëziestichting Ongehoord! en ik mocht jurylid zijn van de prijs die haar naam draagt, de Jana Beranováprijs.. Ik kan me geen betere prijswinnaar bedenken voor deze Rotterdamse prijs dan zij.
In 2001 schreef het gedicht ‘Zonder bagage’ voor het project Beelden in vervoering in het kader van Rotterdam Culturele hoofdstad 2001, bij het beeld ‘Lost Luggage Depot’ van Jeff Wall naast Hotel New York in Rotterdam. Met dit monument symboliseert kunstenaar Jeff Wall de emigranten, die begin vorige eeuw naar Amerika vertrokken. Het gedicht staat ook in haar bundel ‘Tussen aarde en hemel’ uit 2002.
.
Zonder bagage
Ik heb een roofdierhart en roofdiermond,
verorber land na land, elk moment is
het moment voor de sprong.
Ik knoop tijd aan elkaar.
Hoe het komt?
De grens, klemvast, was een ver geheim.
Het was nacht, de maan was rood.
De hoge heuvel sleepte stenen aan
waar ’t licht afdroop als
afscheidstranen. Het gevaar
verbond de wond.
We liepen.
De bergkam had
gaten in zijn tanden en het kind
vleugels op haar rug:
schooltasje, foto van de klas,
krabbel van de eerste liefde.
De mens is een bundel
verzwegen verhalen, klaar om
op te stijgen, uit te varen,
verstoppertje te spelen, alleen
tijdelijk in een haven.
Daar
zoek ik weleens tussen sleetse
koffers, reistassen en andere bagage
het schooltasje terug. De eerste
verte. Hoe ik dat doe?
Ik leg me op de grond en vouw me
op tot een pakketje. Verloren maar
vrij om te gaan als de maan
zich schurkt tegen de havenkade.
.
Jouw mooiste woorden
Poëziewedstrijd Stad Oostende
.
Ook dit jaar organiseert de Stad Oostende in Vlaanderen weer een poëziewedstrijd, de veertiende editie alweer. Deelnemen kan tot 30 september en het prijzengeld liegt er niet om, maar liefst € 3.000,- voor de winnaar, € 1.500,- voor de tweede prijs en € 750,- voor de derde prijs ligt klaar. Drie dagen geleden schreef ik een bericht over Sandra Roobaert en zij won deze prijs in 2022. Andere prijswinnaars van de afgelopen jaren zijn o.a. Jan-Paul Rosenberg (2019-2020), Nanny Luijsterburg (2023-2024), Wout Waanders (2011-2012), Radna Fabias (2015-2016) en Bianca Boer (2017-2018).
Een zevenkoppige jury, bestaande uit Ivo van Strijtem, Tülin Erkan, Geert Van Istendael, Koen Stassijns, Hannah Chris Lomans, Lies Van Gasse en Koen Vergeer, buigt zich over alle inzendingen en lauwert de winnaars tijdens een feestelijke proclamatie in CC De Grote Post. Alle informatie over deelname vind je op deze website.
Van Jan-Paul Rosenberg is het winnende gedicht ‘De winterzwemmer’.
.
De winterzwemmer
L’oeil véritable de la terre, c’est l’eau (Gaston Bachelard)
1
Dit is het pad dat mij verbindt, het licht
valt op de oever dicht en koele schemering
bezweert de wind die afmeert in mijn hand, de zon
laat al mijn schubben glanzen en ontkooit
het ijskoudbloedig dier dat uit het zwart
van zijn versteende bodem naar me tast
en door mij heen zwemt met de laatste
schaduwschemeringen van de nacht.
2
Het licht verbergt zich in de spiegel van de lucht
sleurt mij de diepte in, mijn hart pompt schuim. Ik zwem
(het hoofd omlaag) tussen de benen van de morgenstond
de vrijheid in, mijn voeten laat ik op de oever staan
en keer terug naar waar ik met mijn vissenstaart
mijn oorsprong vond, daar plant ik mij
met ingesponnen zeemeerminnen voort.
3
Steeds duik ik onder om te weten hoe de zon
zich door de duisternis verplaatst, in de onzichtbaarheid
beneden mij, voorbij de onderstroom word ik weer wat
ik was: ontworteld visioen. Wie weet wat al dit water
zonder mij heeft meegemaakt, vannacht, in wederzij
van al mijn oogopslagen drijven baarzen, snoeken
zoeken in mijn elementen onderdak.
4
Koud water is een hond die scherper bijt dan wind.
Al wat ik wist voer ik in weefsels mee, mijn ijsbeslagen
ledematen en mijn hoofd vol sneeuw. Het meer een schilderij
van licht, de jonge dag het vuur waaraan een zwaan zich laaft
en als een onontdekte stilte aan mij knaagt. Voor wie mij zoekt, kom naar de rand
en zie: ik ben van glas, mijn hoofd een vlam en schaduw van het kristallijne vlak
waarop het oerlicht schaatst en mij omhoog trekt, de versteende wolken langs.
5
Halverwege de verdwenen oevers zie ik hem, mijn tegenpool
en vraag hem wie hij is. Weet je dat niet vraagt hij, ik ben als jij
het beest dat door je dromen zwemt, waar kom je dan vandaan
vraag ik, hij wijst de richting aan waarheen ik ga, ik vraag
waar ga je heen, hij zegt stroomafwaarts en waarheen
ga jij? Ik kijk hem aan maar zie mezelf alsof ik sterf
en draai me om, drijf weg uit deze droom, ontkom
stroomopwaarts, naar de bron
.
Rouwmuur
Lieve Desmet
.
In de week waarin ik bezig ben met de aanvraag bij de CultuurSchakel in Den Haag om financiën te krijgen voor de activiteiten van Dichter bij de Dood (naast de dichtersmanifestatie op 1 november Allerheiligen, de poëziepodia dit jaar hopelijk ook een dichtwedstrijd en een workshop Rouwpoëzie), las ik in ‘De 44 beste gedichten van de Herman de Coninckprijs 2025’ het gedicht ‘Rouwmuur’ van de Vlaamse dichter Lieve Desmet (1959).
Desmet is actief in de sector van het algemeen welzijnswerk. Sinds 2004 geeft ze ook les aan de Karel De Grote Hogeschool in Antwerpen en ze maakt deel uit van de dichterspoule van ’De eenzame uitvaart ’ in Leuven. Gedichten van Lieve Desmet werden gepubliceerd in verschillende literaire tijdschriften zoals Deus ex Machina, De Brakke Hond , Het Liegend Konijn en Poëziekrant. In 2020 werden gedichten van haar opgenomen in de tentoonstelling ’Rodin, Meunier en Minne’ museum M in Leuven. Lieve Desmet is lid van de beheerraad van de schrijfresidentie het ‘Huis van de dichter ’ in Watou.
Ze debuteerde in 1993 met de bundel ‘Een kat in een vreemd pakhuis’. Hierna volgde ‘De bedauwde ruimte’ (2003), ‘In de maat van de zee’ (2016) en in 2024 de bundel ‘In de wind staan’ bij uitgeverij P. Uit deze laatste bundel is het gedicht ‘Rouwmuur’ afkomstig. In dit gedicht lees je een dichter die het verstaat om dichter bij ‘De eenzame uitvaart’ te zijn.
.
Rouwmuur
.
Kom bij dauw en buig hier onder de stapelwolken
in je mooie verenkleed waaronder ik graag school.
Lees mijn naam in steen.
.
Ik ben niet langer van gewicht,
sla mijn ogen niet meer neer,
als deze oude muur werp ik schaduw.
.
Kom en biecht zo nodig, eet je boterhammen,
breek als in je kindertijd.
Ik zal horen hoe je bloedt, mijn naam roept.
.
Ik help je ons verloren brood te kneden
help een bres te slaan.
.
Ga dan na de buien huiswaarts,
kom terug
tot je mij kunt missen met pantoffels aan.
.
Gouden Flits-reeks
Lotte Dodion
.
In een winkeltje op de Veluwe vond ik een bijzonder boekje. Ik dacht eerst dat het een Gouden Boekje was van vroeger, die ik nog ken uit mijn jeugd (Wim is weg) maar alleen de uiterlijke vorm doet er erg aan denken. De inhoud is helemaal anders. Het is een bundeltje uitgegeven en samengesteld door Jeugd en Poëzie, Doe Maar Dicht Maar en stichting Kinderen en Poëzie in Mechelen in 2005.
Onder leiding van Juryvoorzitter Jos van Hest koos een jury bestaande uit Daniël Dee, Joris Denoo, Christina Guirlande, Coen van Peppelenbos, Frank Pollet, Jaap Robben, Jan Smeekens, Mieke Vanpol en Francis Verdoodt, de winnaars van de Gouden, Zilveren en Bronzen Flits. De Flitsen (projzen voor een poëziewedstrijd) werden uitgereikt aan Kinderen tot 12 jaar en Jongeren tot 20 jaar.
Winnaars waren bij de Kinderen de 11 jarige Kathleen Van Gucht (goud), de 10 jarige Mitchel Lindhout (zilver) en de 7 jarige Kiki de Klerk. Bij de jongeren tot 20 jaar gingen de prijzen naar 17 jarige Gillis De Troyer (goud), de 20 jarige Saar Deroo (zilver) en de 18 jarige Erik Thijs Wedershoven. Eerlijk gezegd voor mij allemaal onbekende namen.
In de bundel staan echter alle gedichten die bijna hebben gewonnen zoals Jos van Hest het zo mooi opschreef in het juryrapport. Tegen de bijna-winnaars zegt hij daar: blijf schrijven en laat je niet op je kop zitten door zo’n stelletje juryleden.
Dat een paar van de dichters die bijna wonnen dit niet hebben laten gebeuren blijkt uit de namen die ik wel ken en in dit bundeltje staan: Anne van den Dool (toen 12 jaar), Lieke Marsman (toen 14 jaar) en Lotte Dodion (toen 17 jaar). Heel leuk om gedichten van deze dichters te lezen toen ze nog jong, onbekend en veelbelovend waren.
Ik heb van deze drie dichters in de dop het gedicht ‘lijkbleekje’ van Lotte Dodion gekozen.
.
lijkbleekje
.
hij heeft haar glazen kist besteld
en kijkt met een kabouterhartje toe
hoe slaap als een oud wijf op haar ligt en
adem uit haar duwt tot de laatste zucht
dan pas beseft hij welk vergif ze heeft gekregen
want hij kust haar
en het helpt niet
.
Doe mee aan de Rob de Vos poëziewedstrijd
Monique Leferink op Reinink
.
Ook in 2025 organiseert Literair E-magazine voor Nederlandstalige poëzie Meander, weer een poëziewedstrijd vernoemd naar de oprichter van Meander Rob de Vos. Eerdere winnaars van deze poëzieprijs waren Mandy Eggerding (2020), Nicholas Van Herck (2021), Jan-Paul Rosenberg (2022) Steven Van Der Heyden (2023) en Monique Leferink op Reinink (2024).
Voor de eerste editie was ik één van de juryleden en daarna heb ik altijd aandacht besteed aan deze wedstrijd op dit blog. Zo ook dit keer.
Vanaf 1 april t/m 30 september mag iedere deelnemer één gedicht insturen. Het is voor de zevende keer dat deze wedstrijd wordt georganiseerd (de eerste jaren als de Meander poëziewedstrijd). Ook dit jaar is er een verplicht thema en krijgen alle 10 genomineerden een publicatie van hun gedicht. Thema dit jaar is ‘Dwalen’.
‘Not all those who wander are lost.’ – J.R.R. Tolkien
Soms is dwalen een zoektocht. Soms is het een bestemming op zich. In het thema ‘Dwalen’ ligt ruimte voor ontdekking, voor verlies, voor het onbekende en voor het vinden van onverwachte paden. Hoe vertaal jij dit in poëzie?
Het ingezonden gedicht is:
- in het Nederlands geschreven
- in een Word-bijlage (géén PDF-bestand)
- niet langer dan één A4 formaat, in lettergrootte 12
- in een normaal leesbaar lettertype (niet vetgedrukt, niet in kleur)
- niet ondertekend met je naam
- geïnspireerd op het thema
- nooit ergens eerder gepubliceerd
- nooit genomineerd of bekroond
- niet kwetsend of discriminerend
- na inzending niet meer te veranderen
De jury bestaat in 2025 uit:
- Peter Vermaat (juryvoorzitter, recensent)
- Hettie Marzak (recensent)
- Anneruth Wibaut (schrijver, dichter, recensent)
- Annet Zaagsma (dichter)
- Marc Bruynseraede (schrijver, dichter, recensent)
- Tom Veys (schrijver, dichter, recensent)
Er worden tien gedichten genomineerd en daar komen drie winnaars uit voort. De genomineerden krijgen persoonlijk bericht. De datum van bekendmaking is in het najaar en wordt tijdig aangekondigd. In december volgt er een algemeen juryrapport dat gepubliceerd wordt op Meander. Voor alle informatie kijk je op de website van Meander of op de website van https://schrijvenonline.org/ of op schrijverspunt.nl. Hier zijn ook alle voorwaarden en het wedstrijdreglement te lezen.
Zoals geschreven was de winnaar van de Rob de Vos poëziewedstrijd in 2024 Monique Leferink op Reinink. Haar winnende gedicht ‘Canto’ lees je hieronder.
.
Canto
–
Ik denk aan rivieren, licht op rivieren
aan de zwarte gaten in zijn geheugen
aan hoe hij steeds meer naar binnen groeit
zijn ingevallen wangen, open mond
en het cirkelen van gieren
–
ik denk aan rivieren, licht op rivieren
aan hoe zij door wankele gangen dwaalt
ongenode gasten als schaduwen achter zich aan
de tijd een half open vuilniszak
op de vloer van haar bestaan
–
ik denk aan rivieren, licht op rivieren
aan hoe hij het wit papieren zakdoekje zorgvuldig opvouwt
dan zegt ‘ik ben een klootzak, ik ga dood, wat moet ik doen?’
zij zijn deken rechttrekt, op de vlucht voor een man
die haar komt ontvoeren
–
ik denk aan rivieren, licht op rivieren
aan de afgeplakte spiegel, het deksel op de postoel
de blinde herhalingen, hoe het kwijt en vergeet
en steeds maar raakt, teloor gaat
in alle sponningen van het vreemde
–
ik denk aan rivieren, licht op rivieren,
aan haar luier en de schilfers op zijn paarse voeten
zijn knieën in een hoek van de kamer
het gordijn waarachter een eik en iets al blauw
en zij, zo eindeloos de verte.
.















