Site-archief
Tekening
Vicky Francken
.
Vorig jaar schreef ik een blogbericht over ‘De ritssluiting van de zee‘ een bundel samengesteld door Jeugd en Poëzie, Doe Maar Dicht Maar en stichting Kinderen en Poëzie in Mechelen in 2005. De reden dat ik daar toen over schreef was dat in die bundel gedichten van piepjonge dichters stonden die inmiddels bekend waren geworden zoals Anne van den Dool (12 jaar), Lieke Marsman (14 jaar) en Lotte Dodion (17 jaar).
Ik moest meteen aan deze bundel en dit bericht denken toen ik in een kringloopwinkel de bundel ‘Doe Maar Dicht Maar‘ uit 2003 doorlas. In deze bundel namelijk las ik tussen de vele gedichten van jonge dichters een gedicht van Vicky Francken (toen 13 jaar). Francken (1989) studeerde Frans en vertaalwetenschap aan de Universiteit Utrecht en is thans vertaler uit het Frans en Engels. Zij publiceerde onder andere in Het Liegend Konijn, Revisor, Hollands Maandblad, Tirade en Meander. Na de Meander Dichtersprijs in 2008 ontving ze de Hollands Maandblad Schrijversbeurs voor Poëzie. In 2017 debuteerde ze met de bundel ‘Röntgenfotomodel‘ dat later dat jaar de C. Buddingh’-prijs voor debutanten won. Ook was zij lid van het Utrechts Stadsdichtersgild en droeg de Letters 989 t/m 1157 (2018-2022) bij aan de Letters van Utrecht.
Terug naar ‘Doe Maar Dicht Maar‘ en het gedicht van Vicky Francken in die bundel. Haar gedicht is getiteld ‘Tekening’
.
Tekening
.
Ik vaar
met mijn boot
zonder roer of kompas
.
Ik speel
in mijn orkest
zonder begeleiding of bas
.
Ik kijk
naar mijn klok
zonder wijzers of getik
.
Ik schets
een meisje
een meisje zoals ik
.
Bij een overlijden
Jozef Deleu (1937-2026)
.
Bijna een jaar geleden schreef ik op dit blog over het stoppen van Jozef Deleu met Het Liegend Konijn. Ik schreef dit toen onder de titel ‘einde van een tijdperk’. Dat dit tijdperk binnen een jaar ook echt een einde zou hebben met het overlijden van de aartsvader van dit prachtige magazine had ik, en velen met mij waarschijnlijk, niet kunnen bedenken. Op 21 oktober werd bekend gemaakt dat Jozef Deleu (1937-2026) was overleden. Met hem is de poëzie in het Nederlandse taalgebied opnieuw een dichter en vertegenwoordiger van de poëzie armer, die ertoe deed.
Jozef Deleu debuteerde in 1963 als dichter met de bundel ‘Schaduwlopen’ nadat hij in 1962 al was gedebuteerd als schrijver van de novelle ‘De ontmoeting’. In zijn werk staat de mens in heden, verleden en toekomst centraal en geeft het besef van de tijdelijkheid van het leven zijn werk een melancholisch karakter. In 2003, op 65 jarige leeftijd begint hij Het Liegend Konijn, een tijdschrift voor hedendaagse Nederlandstalige poëzie, dat door vriend en vijand (al zal hij die niet gehad hebben) zeer hoog gewaardeerd werd en waarvan precies een jaar geleden dus het laatste nummer verscheen.
Wat veel mensen waarschijnlijk niet weten is dat Jozef Deleu in 1957 oprichter was van het tijdschrift Ons Erfdeel (vanaf 2020 getiteld ‘De lage landen’) dat zich richt op kunst, taal, literatuur, geschiedenis en maatschappij in Vlaanderen en Nederland. In 1972 richtte hij het tijdschrift Septentrion, Arts, lettres et culture de Flandre et des Pays-Bas op, dat de Nederlandse cultuur bekendheid wil geven in de Franstalige landen en gebieden. Ook start Deleu met het uitgeven van jaarboeken in het Frans en Engels met diezelfde reden.
Voor zijn werk en inzet voor de taal, de cultuur en de poëzie ontvangt Jozef Deleu vele prijzen en onderscheidingen waaronder die van Commandeur in de Orde van Oranje – Nassau (Nederland, 1996), Officier des Arts et Lettres (Frankrijk, 2003) en Grootofficier in de Leopoldsorde en de kroonorde (België, 2003).
Maar ik zal hem vooral herinneren als degene die zoveel dichters, aankomend, gearriveerd en (bijna) vergeten een plek gaf in Het Liegend Konijn. En als dichter. Daarom hier als eerbetoon aan deze bijzondere man het gedicht ‘Angst’ uit zijn debuutbundel ‘Schaduwlopen’ uit 1963.
.
Angst
.
De lamp vult heel de kamer
met zijn bolle glazen oog.
Mijn ogen liggen gans verlaten
in de schaduw van mijn hoofd.
De slagen van de klokken naderen
uit het huis van God-zij-geloofd.
Ik zie een leger lampen in mijn kamer,
ik hoor de stemmen van een koor.
Niemand kan mij zien noch horen
De lampen gloeien rood.
Ik lig mijn lichaam te bewonen.
Is dit een teken misschien?
.
Dag stad
Twan Vet
.
Dichter, liedtekstdichter, prozaschrijver en voormalig stadsdichter van Amersfoort (2021-2024) Twan Vet (1998) is geen onbekende. Zo verscheen poëzie van hem in MUGzine #28, en schreef ik al over zijn debuutbundel ‘Troostpogingen‘ uit 2025. Je kunt je overigens afvragen of debuutbundel wel van toepassing is want in 2024 verscheen van hem de bundel ‘Dag stad’ met daarin een selectie van de stadsgedichten die hij schreef als stadsdichter.
Werk van Twan Vet verscheen ook in literaire tijdschriften en kranten als De Revisor, Het Liegend Konijn, DW B, Deus Ex Machina en NRC. Daarnaast is hij regelmatig te zien en horen op de radio en op festivals als Dichters in de Prinsentuin. Een van mijn favoriete schrijvers, en tegenwoordig presentator van het radioprogramma Taalstaat op radio 1, Ronald Giphart, schreef als aanbeveling over de bundel ‘Dag stad’: “Deze onweerstaanbare bundel van Twan vet heb ik al een tijdje bij me om onderweg in de trein te lezen, of luierend in bed, of op kantoor, in mijn huiskamer en zelfs als ik aan het koken ben. Vets taal is licht, helder en complex tegelijk, zijn trefzekere woorden dagen uit om verder te reizen naar vertrouwde onbekende werelden. Gedichten die je blijven vergezellen”.
Alle reden dus om een gedicht uit deze bundel te kiezen en hier te plaatsen. Ik koos voor het gedicht ‘Er wordt op je gewacht’.
.
Er wordt op je gewacht
.
We stapelden stenen in een stad, gingen ervoor staan,
bogen ons hoofd wat, dachten: het is nog niet af.
.
Er moest nog karakter in, levensdrift,
mensen zoals jij en ik.
.
Hier ligt nu de stad en weten we:
niets is ooit af in dit bestaan.
.
De kroegen, kerken, kunstenaars –
niets is ooit klaar, zelfs niet vandaag.
.
Zo is het uitzicht op de dag hier
niet alleen een canvas van wat was,
.
maar vooral van wat nog kan.
Hier ligt dus vandaag voor jou de stad –
.
er wordt op je gewacht.
.
Zomereditie MUG
Frouke Arns
.
Zoals ik pas geleden al schreef hebben we voor MUGzine nummer 33 voor het eerst een gastredacteur gevraagd. De eerste gastredacteur is Wim van Til en hij heeft een aantal zeer fijne dichters gevraagd een bijdrage te leveren. Naast gedichten van hemzelf heeft hij twee aanstormende talenten weten te strikken; Famke Houthoff en Solaris, en hij heeft Frouk Arns weten te overreden om een bijdrage te leveren waar ik persoonlijk heel blij mee ben. Ik heb grote waardering voor de poëzie van Frouke. En als klap op de vuurpijl heeft Wim ook nog eens de zeer getalenteerde Julia le Fevre zover gekregen dat zij voor de illustraties zorgde. Al met al een bijzonder geslaagd eerste gastredacteurschap dat zeker navolging gaat krijgt.
We verwachten nummer 33 van MUG in juli te publiceren, de laatste hand wordt momenteel gelegd aan de afwerking. Om alvast in de sfeer te komen heb ik een gedicht van Frouke Arns erbij gepakt uit De Revisor jaargang 2016 getiteld ‘Plattegrond’. Frouke Arns (1964) is tekstschrijver, redacteur, literair vertaler en dichter. In de periode 2015-2016 was zij Stadsdichter van Nijmegen. Haar gedichten werden gepubliceerd in onder meer de Poëziekrant, Het Liegend Konijn, Schrijven Magazine, Het Parool en nrc.next. Arns viel met haar werk verschillende keren in de prijzen. Zo won ze onder andere de Meander Dichtersprijs, de literaire prijs van de Stad Harelbeke en de jury- en publieksprijs van de Nijmeegse editie van ‘Aan het woord!’. Ook heeft ze inmiddels twee romans gepubliceerd, haar derde roman verschijnt deze zomer.
.
Plattegrond
.
Voorproefje
Josse Kok
.
Momenteel ben ik bezig met het lezen van de nieuwe bundel van Josse Kok getiteld ‘Schulp’ die dit jaar verscheen bij uitgeverij Opwenteling. Opwenteling is een uitgeverij die ik al tijden volg omdat ze een eigen gezicht en geluid hebben. Ik schreef al over dichters die bij Opwenteling publiceerden als Anouk Smies en Joris Miedema en over hun durf om buiten de lijntjes te kleuren.
En nu lees ik, met veel plezier, dat kan ik alvast prijs geven, de nieuwste bundel van dichter Josse Kok (1983). Op de website van Opwenteling lees ik: Na enkele jaren voordragen bracht hij in 2013 zijn debuut ‘Ik heb geslacht’ uit bij Uitgeverij Liverse te Dordrecht, die werd genomineerd voor de Buddingh’-prijs 2014. In 2018 verscheen zijn tweede bundel ‘Probeert u het later nog eens’ bij Opwenteling, in 2026 opgevolgd dus door ‘Schulp’. Werk van hem verscheen onder andere in Liegend Konijn, De Optimist en Revisor.
Om nog niet alles prijs te geven maar toch een kijkje in de keuken van Josse te geven hier alvast een gedicht uit ‘Schulp’ over een bijzonder beestje de Axolotl (zoek maar op).
.
Axolotl
.
Ergens beneden, in mijn troggen
waar de bodems tektonisch knuffelen
zwemt een roze amfibie in mij rond.
.
Ik wil hem de weg naar buiten wijzen,
laten zien aan nieuwsgierige biologen
want hij verdient een warmer water.
Als ik hem zie bewegen en wil
grijpen, ontspartelt hij mij.
.
Hij is de bacterie die ik niet kwijt
mag raken, een teer doodsvonnis
dat zich verschuilt in mijn borst.
.
Zijn aanwezigheid ontsluiert
mijn zwakte, voedt de zachte
tint in mijn starre korst.
.
Tongval van het verdwijnen
Anke Cuijpers
Slopersverdriet
Philip Hoorne
.
Vandaag een gedicht van een dichter in de geest van een andere dichter. Philip Hoorne (1964) is een Vlaamse dichter, schrijver, bloemlezer en recensent. Hij debuteerde in 2002 met de bundel ‘Niets met jou’ in de Sandwich-reeks onder redactie van Gerrit Komrij. De bundel werd genomineerd voor de Vlaamse Debuutprijs. Voor zijn tweede bundel ‘Inbreng nihil’ uit 2004 werd hij genomineerd voor de J.C. Bloemprijs.
Zijn werk werd opgenomen in meerdere bloemlezingen, onder meer in ‘De Nederlandse poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw in duizend en enige gedichten’ van Gerrit Komrij en verschijnt in literaire tijdschriften als Het liegend konijn, De Revisor, Bunker Hill, Landauer en Tirade. Hoorne richtte de poëzierecensiewebsite Poëzierapport op en schreef recensies voor onder meer Knack, de Poëziekrant en Meander.
In 2022 verscheen ‘Beste meneer, Bloem’, een selectie uit 20 jaar op J.C. Bloem geïnspireerd werk, uitgegeven door de Stichting Mr. J.C. Bloem Poëzieprijs. Wanneer een dichter wordt genomineerd voor de J.C. Bloemprijs, zoals Hoorne in 2005, dan wordt deze gevraagd een gedicht te schrijven geïnspireerd op de persoon Bloem, zijn werk of zelfs een regel of titel uit zijn oeuvre. In deze bundel zijn 20 van deze dichters (niet alle dichters hebben gereageerd op het verzoek tot het schrijven van een dergelijk gedicht) met hun gedicht opgenomen waaronder dus het gedicht ‘Slopersverdriet’ van Philip Hoorne.
.
Slopersverdriet
Naar ‘Insomnia’ van J.C. Bloem
.
Denkend aan de daad kan ik niet slopen,
En niet slopend denk ik aan de daad,
En mijn hamer aarzelt voor hij slaat,
Zijn puin en gruis mijn enige hopen?
.
Hoe onmachtig klinkt het schriel ‘ga lopen’,
Als een muur tegen de vlakte gaat.
Stof waait door de opgebroken straat.
‘k Denk dat ik mij beter op kan knopen.
.
Om de vrouw die zich te weinig geeft,
Slechts eens per maand wil minnekozen,
Te min haar vreugde om mijn krachtig zaad,
.
Tot meer paringsdaden niet in staat.
Op steenslag zal ik mijn kiemen lozen,
‘k Wil in mij geen leven dat niet leeft.
.
Poëziewandelingen
Dorien De Vylder
.
Op de website In de voetsporen van schrijvers, literaire wandelingen in Nederland en Vlaanderen, staan tal (20) van interessante literaire poëziewandelingen. Eén van die wandelingen wil ik hier behandelen en wel die in Damme. Want behalve dat Damme een heel gezellig en mooi historisch dorpje is in West Vlaanderen, herbergt het dorp ook het Tijl Uilenspiegelmuseum (de moeite waard) en profileert het zich al jarenlang als boekendorp van Vlaanderen.
Naar aanleiding van 25 jaar Damme Boekendorp vernieuwde Stad Damme in 2022, in samenwerking met curator Willy Tibergien van boekhandel Diogenes, een reeds bestaande literaire wandeling. De literaire wandeling werd een Poëziewandelpad en telt tien gedichten van tien dichters die bij het poëziefonds van uitgeverij Vrijdag publiceren.
Naast Esohe Weyden, Moya De Feyter, Sylvie Marie en David Troch is Dorien De Vylder één van de dichters waarvan een gedicht is opgenomen. Dorien De Vylder (1988) studeerde in 2011 af als apotheker. Ze debuteerde als dichter in 2017 met de bundel ‘Vertraagd stilleven’ gevolgd in 2020 door de bundel ‘Heerlijk afgebakend eindeloos’. Haar gedicht ‘Alles is er’ werd opgenomen in ‘De 44’, een bloemlezing met de 44 beste gedichten van de Herman de Coninckprijs 2021.
Ze won verschillende poëzieprijzen en bracht haar poëzie op het podium van onder andere het Kunstenfestival Watou, Felix Poetry Festival en Dichters in de Prinsentuin. Werk van haar verscheen in Het gezeefde gedicht, Het Liegend Konijn, Meander Magazine en Poëziekrant. Ook was ze enkele jaren (eind)redacteur bij het literaire tijdschrift Kluger Hans.
Uit haar bundel ‘Heerlijk afgebakend eindeloos’ nam ik het gedicht ‘Luciferdoosje’.
.
Luciferdoosje
.
Die strakke oostenwind, het eerste okkernootje, slaap in een
pissebed, deze maïshakselaar-schorpioen, een cheetasprint,
een verpletterende golf en een majestueuze rots, een leeg en
geblutst olievat met een houten kruis op gebonden, kastanjeglans,
een weggewaaide vlakte, een kapotte bladblazer, hoogzwangere
maretakbol, in een grimas getrokken nachtmerrie, blanco info-
bord, die dolende taxonoom, erosie, zwavelgeel, pimpelmees,
de vertrappelde vouwmeter, deze verreiker-giraf, de pauzeknop,
de pas genivelleerde asfaltweg. Al deze objecten raap ik op uit
de berm, ik pulk ze uit het onkruid, vanonder een peukje, vanuit
een achtergelaten reiskoffer, er gaat niks verloren, in mijn kleine,
kartonnen doosje vang ik ze op en schuif het dicht.
.
Wij hullen ons zeemeermin
Lena Plantinga
.
Ik ben groot fan van literaire- en poëzietijdschriften. Die lees ik in de koninklijke bibliotheek, openbare bibliotheken of via een abonnement. En natuurlijk ben ik zelf mede verantwoordelijk voor één van de leukste tijdschriften met poëzie (MUGzine). Deze week viel via een abonnement het literaire kunstmagazine Hard//hoofd door de brievenbus. Dit tijdschrift is voor 80% afhankelijk van donateurs en bevat derhalve geen advertenties. Wat zeker bijdraagt aan het leesplezier. Sinds kort ben ik erachter gekomen dat de uitgever Lisanne Brouwer een nichtje is van een van mijn beste vriendinnen en de chef Magazine Elianne van Elderen als aanstormend talent al met gedichten in nummer 4 van MUGzine (2020) stond. Nog meer reden dus om dit prachtige tijdschrift hier extra te promoten.
In #8 van Hard//hoofd met als thema Harnas staan, naast essays, proza, een beeldverhaal en veel kunst, gedichten opgenomen van Elise Vos, Roan Kasanmonadi, Sophia Blyden en Lena Plantinga. Deze laatste dichter, Lena Plantinga herinnerde ik me van haar voordracht tijdens De Nacht van de Poëzie in 2024 maar kende ik verder nog niet.
Plantinga (1999) is schrijver van proza, theaterstukken en dichter. Thema’s die vaak langskomen in haar werk zijn vrouwelijkheid, mythen en volksverhalen, popcultuur en moeders. In 2023 studeerde ze af aan de opleiding Writing for Performance (HKU). Behalve in Hard//hoofd verschenen gedichten van haar in Het Liegend Konijn en Tirade. Ze trad verder op bij onder andere Frontaal en Mensen Zeggen Dingen. Vanaf 2025 maakt ze deel uit van het Utrechts Stadsdichtersgilde.
In Hard//hoofd is haar gedicht ‘Wij hullen ons zeemeermin’ opgenomen.
.
Wij hullen ons zeemeermin
.
We vragen ChatGPT naar schrijfsters die zichzelf verdronken in zee, duiken een nacht
in de levens van een kleine lijst vrouwen om erachter te komen dat
het merendeel zichzelf door het hoofd schoot, van bruggen sprong
in een gesloten garage met een glas wodka en moeders bontjas aan de auto-uitlaatgassen
op vrije loop, overdosissen barbituraten of met zakken vol stenen een rivier in
.
‘excuses voor de verwarring’, zegt ChatGPT, wij wensen onszelf niet Ophelia,
wij hullen ons zeemermin, zoeken naar een prins, het liefst eentje
ver weg zodat we brieven kunnen schrijven en we likken onszelf schoon
met waterijstopjes van bubbelgum knettersuiker, hier hebben we op geoefend
met Barbies in bad, knakken benen in de juiste hoek, tijdens het schuiven
blijven de Barbiesnglimlachen en wij denken ons onsterfelijk
.
één schrijfster liep van de pier van Brighton af, ‘she stripped naked and walked into the sea,’
meldt de plaatselijke krant, voor Ann Quin afdreef schreef ze een kortverhaal
waarin een man het levenloze naakte lichaam van een vrouw over het strand sleept
zoekend naar de visueel aantrekkelijkste opstelling
onthoofd hij haar zoals wij scharen in onze Barbies staken, ‘kijk,’ zegt hij,
‘nu klopt het beeld’
.
onze tongen slushpuppieblauw spelen wij een spel met bontjassen aan
drukken in shotjesbar een voor een op de tanden van het groene zeemonster
tot haar kaken dichtslaan, leveren onze stem in door rietjes en leren in ruil
twerken zonder kont, dat betekent steeds verder zakken
tot we vastkoeken aan de plakkende biervloer en als de prins in storm afdwaalt
snijden wij ons los met scheermesjes omdat we hem willen redden
.
En de winnaar is..
Rob de Vosprijs en MUGzine
.
Zoals ik op 30 januari jongstleden al schreef gaan MUGzine en Meander een poëtische alliantie aan. Nu is dat niet de eerste keer dat we een samenwerkingsactiviteit doen want in het decembernummer van 2023 verscheen er al een editie van MUGzine (#20) met daarin de winnaars en de genomineerden van de Rob de Vosprijs 2023. Winanaar was toen Steven Van Der Heyden die al in #14 van MUGzine als dichter publiceerde (een MUGzine die toen al als richting ‘Metamorfosen’ had).
De jury van de Rob de Vosprijs 2025 bestond dit keer uit juryvoorzitter Peter Vermaat (recensent) en de leden Hettie Marzak (recensent), Anneruth Wibaut (schrijver/dichter/recensent), Annet Zaagsma (dichter), Marc Bruynseraede (schrijver/dichter/recensent) en Tom Veys (schrijver/dichter/recensent). Winnaar van de editie van 2025 werd dichter Rik Dereeper (1962) met het gedicht ‘Veldstraat 39’. Dereeper won al vele poëzieprijzen in Vlaanderen en Nederland en hij publiceerde poëzie in onder andere Het Liegend Konijn, Poëziekrant en De Gids.
De tweede prijs ging naar Koenrad Moerman en de derde prijs naar Irene Schoenmacker. Ok de zeven genomineerden gedichten staan gepubliceerd in #31 van MUGzine. De kunst is van de in Duitsland woonachtige Mariken van Heugten, het muggedicht is dit keer van Irene Wiersma en natuurlijk heeft ook deze editie van MUGzine een opvallend voorwoord van Marianne Hermans en staat op de achterpagina als altijd een nieuwe Luule.
De verschijningsdatum van #31 van MUGzine is medio volgende week (zowel op de website van mugzines.nl als op papier. Altijd de papieren versie van MUGzine ontvangen? Word dan donateur en stuur een mail naar mugazines@yahoo.com of verleng je donatie door € 22,50 over te maken.
Van de winnaar een gedicht waarmee hij in 2013 in de top 100 van de Turing Gedichtenwedstrijd kwam getiteld ‘Vier manieren om te dumpen’.
.
Vier manieren om te dumpen
Sinds zijn sluitspier soms een steek laat vallen
(elk chassis verslijt) en hij ons dan bescheten opbelt,
komen wij zijn kamer poetsen, gooien kruis of munt
om wie hem straks zal deporteren naar een ver tehuis.
Of dat ik hem ontvoer, terwijl mijn broers snel delven
naast een landweg. Door het nekschot valt hij dieper
dan de avond, staart hij even hemelhoog. De leegte
van zijn mond en oren vul ik met dezelfde grond.
Of strootje trekkend: wie vertilt zo iemand tot de nok?
Ik hijg voorbij de treden. Eens zijn hals gestropt,
bekijken wij hoe rap hij trappelt op een luchtfiets –
tot de benen doodstil bengelen. Er sijpelt iets uit hem.
Of een geweldig offerfeest. We zorgen dat hij nimmer
wederkeert, hem spietsend aan het spit. We draaien,
draaien vader in het rond en klinken op zijn erfenis.
En wissen van ons witste hemd het bloed, de stront.
.













