Site-archief
Niet te dicht bij de zon
Merlijn Huntjens
.
Dit jaar publiceerde Merlijn Huntjens (1991) bij uitgeverij de Harmonie zijn nieuwe bundel ‘Onder mij de mat’. Merlijn ken ik al vanaf 2013, hij stond op het podium van poëziestichting Ongehoord!, reisde mee met de Poëziebus in 2015 en zijn gedichten verschenen in MUGzine #6 in 2021.
Pasgeleden was ik in de boekhandel Dominicanen in Maastricht (voor wie deze boekhandel niet kent, ga er heen! prachtig gehuisvest in een voormalige Dominicaner kerk) en struinend door de poëziesectie (waar in een verleden ook mijn eigen debuutbundel ‘Zichtbaar alleen‘ waarnaar dit blog vernoemd is, zich in de collectie bevond) kwam ik deze bundel weer tegen en las daarin het gedicht ‘Niet te dicht bij de zon’.
Ik moest meteen aan het verhaal van Icarus denken maar Merlijn Huntjens geeft er zo zijn eigen draai aan. In recensies van de bundel ‘Onder mij de mat’ lees ik: ‘Onder mij de mat nodigt de lezer uit tot fysieke en emotionele eerlijkheid. De gedichten blijven hangen door hun combinatie van zintuiglijke en existentiële scherpte, en zetten aan tot nadenken over wie we zijn, waar we vandaan komen en wat het betekent om te vallen, zowel letterlijk als figuurlijk.’ (Danny Danker) en: ‘Bij het lezen en herlezen van deze bundel nam Merlijn Huntjens me bij de hand en toonde me verschillende fysieke en transcendente zaken in de bewustzijnstoestand tussen de materiële en de immateriële wereld.’ (Anneruth Wibaut).
Hoe het ook zij, ik werd gegrepen door het gedicht ‘Niet te dicht bij de zon’ en wist dat ik dit hier met jullie wilde delen. Een mooie opstap naar het lezen van de hele bundel wat mij betreft.
.
Niet te dicht bij de zon
.
het blijft ultralang licht
in de zomervakantie die zich onder mij opent
.
een schaakbord
op een kraakhelder gekleurd jaren negentig tafelkleed
met buzz lightyear die woody op zijn rug heeft genomen
.
het beeld wordt herhaald
totdat buzz en woody niet meer op tafel passen
er aan de zijkant vanaf vallenb
dat is geen vliegen dat is sierlijk neerstorten
.
oma laat me winnen
omdat ze na afloop tegen mij wil zeggen dat ik gewonnen heb
zwarte pionnen vallen door het bord
de tafel
loodrecht omlaag
.
opa vraagt wie er gewonnen heeft
ik kan het niet meer zegt ze
ik kan ook niet meer
mijn voorouders vragen met regelmaat aan elkaar
of de dingen die in tekenfilms gebeuren kunnen bestaan
.
Rhyme doesn’t pay
Paul van den Hout
.
Paul van den Hout (1939-2015) was een Nederlands dichter (light verse), vertaler en romanschrijver. Hij studeerde Grieks en Latijn in Leiden en Groningen en tijdens zijn studies raakte hij bevriend met voormalig dichter des vaderlands Driek van Wissen (1943-2010) en Jean Pierre Rawie (1951).
Als dichter publiceerde Van den Hout in het literaire tijdschrift Kort Verhaal, dat later zou worden omgedoopt tot De Tweede Ronde. Daarnaast verschenen er twee dichtbundels van zijn hand; ‘Oud heden’ (2002) en ‘De muze en de misdaad’ (2010) een verhaal in versvorm. Ook verschenen gedichten van hem in bloemlezingen zoals in ‘Komrij’s Nederlandse poëzie van de 19e t/m de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten’.
Dat de poëzie geen vetpot is blijkt ook uit het feit dat Van de n Hout voor zijn broodwinning een groot aantal titels uit de Bouquetreeks vertaalde.
In de bundel ‘Reisgenoten op dit narrenschip’ de geestigste gedichten uit vijftig nummers van De Tweede Ronde (1993), bijeengebracht en ingeleid door Jos Versteegen, kwam ik het sonnet ‘Rhyme doens’t pay’ tegen, een mooi voorbeeld van Van den Hout’s kunne.
.
Rhyme doesn’t pay
.
Van alle verzen die hij tobbend, weegt en wikt,
ze toetsend aan het oor, ze op de lippen proevend,
is ’t aantal dat hij overhoudt ronduit bedroevend,
als vel na volgeschreven vel wordt weggemikt.
.
Dan heeft die Dante het ‘m toch maar mooi geflikt,
verzucht hij, met verbeten nijd zijn pen dichtschroevend.
Maar ’s avonds in de kroeg hangt hij weer, dronken snoevend,
de Dichter uit, wat men – mèt zijn jenever – slikt.
.
Na jaren van droog brood, huurschuld en bedsermoenen
heeft hij toen op een nacht zijn hele werk verbrand
en, turend in het vuur, vervloekt zijn visioenen.
.
Zijn vrouw is trots op hem; ze kan hem nu wel zóenen:
hij heeft een heuse baan, een rekening courant,
en loopt ook nooit meer naast zijn braaf gepoetste schoenen.
.
Soldaatje spelen
Laurens Hoevenaren
.
Het is soms wonderlijk hoe ik aan informatie over poëzie, gedichten of dichters kom. Zo kwam ik op Facebook een video over een website tegen waar je miljoenen boeken kon downloaden en/of beluisteren. De website welib.org heb ik bekeken en ik heb daar gewoon eens gekeken of en welke poëzie in het Nederlands daar terug te vinden is. Een van mijn eerste hits was ‘De schuilkelders van de poëzie’ van De Scriptomanen Vzw.
Vzw de Scriptomanen organiseerde in 2014 in samenwerking met de Afdelingen Literaire Creatie en Voordracht van de Academie voor Podiumkunsten Aalst een poëziewedstrijd, naar aanleiding van 100 Jaar Kerstbestand Eerste Wereldoorlog, met als thema ‘Oorlog & Vrede’. Een poëziewedstrijd dus waarvan een bundel is uitgegeven.
Onder de inzenders van de gedichten een voor mij bekende namen als Hervé Deleu en Gerard Scharn, beide winnaar van de Ongehoord! poëziewedstrijd (respectievelijk in 2012, de eerste editie, en 2014). Toch werd een andere dichter als laureaat gekozen of in het Nederlands tot winnaar van deze poëziewedstrijd, namelijk Laurens Hoevenaren met het gedicht ‘Soldaatje spelen’ (die overigens ook de tweede plaats won met een ander gedicht).
In het juryrapport opgesteld door Ellen Lanckman, wordt het winnende gedicht als volgt beschreven: “Soldaatje spelen / Hoe ver is veilig hier vandaan? De gedichten Soldaatje spelen en Hoe ver is veilig hier vandaan? zijn de respectievelijke nummer een en twee van de wedstrijd. Ze werden beide geschreven door Laurens Hoevenaren en waren erg aan elkaar gewaagd. De jury was het unaniem eens dat de gedichten kwalitatief hoogstaand zijn: er is nagedacht over de vorm, de inhoud, het ritme én het onderwerp. Dat Soldaatje spelen als winnend gedicht werd gekozen, ligt enkel en alleen aan het verschil in smaak van de juryleden onderling. Beide gedichten zijn literaire pareltjes. Een terechte winnaar!”
Laurens Hoevenaren (1960) debuteerde in 2015 met de bundel ‘Hoe ver is veilig hiervandaan?’, werd met gedichten opgenomen in vele verzamelbundels en won in 2015 de Jotie T’Hooft poëzieprijs en de Turing gedichtenwedstrijd. Wil je het andere gedicht ook lezen zoek deze bundel dan zelf even op. Hieronder het winnende gedicht.
.
Soldaatje spelen
.
we gingen kruisen tellen
op het allereerste veld
maar wisten niet
wat er na honderd kwam
dus deden we: wie vindt de jongste
je had er wel van zeventien
.
en daarna: wie heet er net als jij
dezelfde voornaam gaf vijf punten
een achternaam wel tien
.
ooit vond ik er
mijn voor- en achternaam
in marmeren zonlicht staan
toen ben ik stil
en zonder punten
heel stil gegaan
.
Dus je wil schrijver/dichter worden?
Charles Bukowski
.
Op zoek naar wat informatie over een van mijn favoriete dichters, de Amerikaanse dichter Charles Bukowski (1920-1994) kwam ik op een website waar een uitspraak gedaan werd over de beste gedichten van Bukowski. Dat waren ‘Bluebird‘, ‘Roll the Dice’, ‘Dinosauria, We’ en ‘So You Want to Be a Writer’. Nu heb ik al vele gedichten van Charles Bukowski gedeeld op dit blog en één van deze vier al in 2015, maar drie dus nog niet. Alle reden om een begin te maken met een vervolg. Daarom vandaag het gedicht ‘So You Want to Be a Writer’ uit zijn bundel ‘sifting through the madness for the Word, the line, the way’ New Poems uit 2003. En voor Writer mag wat mij betreft ook ‘Poet’ worden gelezen.
.
So you want to be a writer
.
if it doesn’t come bursting out of you
in spite of everything,
don’t do it.
unless it comes unasked out of your
heart and your mind and your mouth
and your gut,
don’t do it.
if you have to sit for hours
staring at your computer screen
or hunched over your
typewriter
searching for words,
don’t do it.
if you’re doing it for money or
fame,
don’t do it.
if you’re doing it because you want
women in your bed,
don’t do it.
if you have to sit there and
rewrite it again and again,
don’t do it.
if it’s hard work just thinking about doing it,
don’t do it.
if you’re trying to write like somebody
else,
forget about it.
if you have to wait for it to roar out of
you,
then wait patiently.
if it never does roar out of you,
do something else.
if you first have to read it to your wife
or your girlfriend or your boyfriend
or your parents or to anybody at all,
you’re not ready.
don’t be like so many writers,
don’t be like so many thousands of
people who call themselves writers,
don’t be dull and boring and
pretentious, don’t be consumed with self-
love.
the libraries of the world have
yawned themselves to
sleep
over your kind.
don’t add to that.
don’t do it.
unless it comes out of
your soul like a rocket,
unless being still would
drive you to madness or
suicide or murder,
don’t do it.
unless the sun inside you is
burning your gut,
don’t do it.
when it is truly time,
and if you have been chosen,
it will do it by
itself and it will keep on doing it
until you die or it dies in you.
there is no other way.
and there never was.
.
De zelfverkozen dood
Rogi Wieg
.
Tien jaar geleden (ruim) was het een zwaar jaar voor de poëzie. Binnen een jaar pleegden maar liefst drie bekende Nederlandse dichters zelfmoord; Rogi Wieg (1962-2015), Joost Zwagerman (1963-2015) en Wim Brands (1959-2016). Drie generatiegenoten ook nog. In de geschiedenis zijn zij niet de enige dichters die zich van het leven beroofden, wat denk je van Jan Arends (1925-1974), Halbo C. Kool (1907-1968) en Jan Emmens (1924-1971). De bekendste dichter uit de 19e eeuw is François Haverschmidt (1835-1894) bekend onder zijn pseudoniem Piet Paaltjens. En kijken we nog verder terug dan is er in de 18e eeuw nog de Friese jonker Willem van Haren (1710-1768).
Uiteraard zijn er ook in het buitenland beroemde dichters die zichzelf van het leven beroofden: de bekendste Vlaming is natuurlijk Jotie ‘T Hooft (1956-1977), en de bekendste Amerikaanse dichter Sylvia Plath (1932-1963). Als je kijkt naar schrijvers (dus geen dichters) dan is de lijst nog veel langer. In 2015 wijdde de Volkskrant nog een artikel aan het fenomeen onder de kop ‘Waarom komt zelfmoord onder schrijvers relatief vaak voor?’. Ik weet niet of dit echt zo is (wie werden er meegenomen in het vergelijkend onderzoek?) maar elke zelfmoord is er een teveel. En de dichters die zelfmoord pleegden worden gemist.
Gelukkig is er altijd het werk van deze dichters. Zoals van Rogi Wieg. In 2015 verscheen bij uitgeverij In de Knipscheer ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’ een bloemlezing uit het poëtisch oeuvre van Rogi Wieg, samengesteld en ingeleid door Peter de Rijk. Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘In de zin dat ik het sterven niet ken’ dat oorspronkelijk verscheen in ‘De kam’ uit 2007.
.
In de zin dat ik het sterven niet ken
.
Ik zou me niet laten verleiden
door de vrouw, kennis laat me koud.
Het eeuwige leven,
.
in de zin dat ik het sterven niet ken,
een schildpad liggend op zijn rug,
die betekenis ken ik dan niet.
.
De appel niet hebben gezien,
de beet niet hebben gevoeld,
niet weten dat onder de schil de patholoog
aan het werk is.
.
God niet hebben gezien of gesproken.
Ik ben een alleswetende slak,
ik zou me niet laten verleiden.
.
Rafels
Jan Eijkelboom
.
Soms lees ik een gedicht en dan vallen me dingen op. Dat gebeurde me ook toen ik in de bundel ‘Je bent mijn liefste woord’ gedichten voor bijzondere momenten uit 2015 aan het lezen was. In deze bundel heeft Anne Vegter ‘nuttige gedichten’ bijeengebracht zoals te lezen is op de achterflap. Het uitgangspunt van deze bloemlezing was dan ook het nut van een gedicht. Op zichzelf natuurlijk een best leuke insteek als het gaat om bloemlezen van poëzie. Of zoals er ook staat: “We zoeken nu eenmaal vaak naar woorden bij bijzondere gelegenheden. En wanneer we iets moeilijk onder woorden kunnen brengen, zijn er gelukkig onze dichters die het voorwerk hebben gedaan”.
Toch was de opzet en uitvoering van deze bloemlezing niet waarom ik specifiek bij een gedicht bleef hangen. Dat was het woord ‘caran d’ache’ of eigenlijk het merk caran d’ache want voor zover ik weet is dat het merk van kleurpotloden. Even opgezocht voor je en ja hoor: Caran d’Ache is afgeleid van het Russische woord karandaš (карандаш), wat overstroming betekent. Deze term stamt oorspronkelijk van het Turkse kara-tash , wat zwarte steen (grafiet) betekent. Het is de naam van een gerenommeerd Zwitsers merk van luxe schrijfwaren en kunstenaarsbenodigdheden, genoemd naar de Frans-Russische cartoonist Emmanuel Poiré, die dit pseudoniem gebruikte.
De reden dat ik juist bij dit woord bleef hangen is dat ik zelf ooit het woord heb gebruikt in een gedicht en ik mij herinner dat Gerrit Komrij het ooit gebruikte in een gedicht. Soms is een aanleiding gelegen in het detail, zoals in dit geval. Het gedicht waarin ik het las is van Jan Eijkelboom (1926-2008) is getiteld ‘Rafels’ en het onderwerp is de dood of doodgaan. Het werd oorspronkelijk gepubliceerd in de bundel ‘Het arsenaal’ uit 2000.
.
Rafels
.
Toen ving een roodbruine stam nog
de ochtendzon op, puur cederhout
van caran d’ache.
.
Later fladderden er raven
tussen de al even gerafelde takken
van de lariks.
.
Een schicht: de schaduw
van één zwaluw schoot
door de zomer.
.
En in het sprookjesbos
is plotseling de stinkzwam
dwingend aanwezig.
.
Doodgaan behoort tot het zeer weinige
dat niet zou mogen. Toch
wordt het veel gedaan.
.
Dit hier is bijna nergens
Henk van Raak
.
Enige tijd geleden was ik in Tilburg in de zeer goed geoutilleerde tweedehandsboekenzaak de Boekenschop (dit is geen verschrijving). Ruim 30.000 boeken hebben ze op voorraad en de opbrengst gaat naar een goed doel. De poëzieafdeling beslaat maar liefst een volledige kast (ruim 5 meter), iets waar de gemiddelde boekenwinkel een puntje aan kan zuigen. Op zichzelf begrijp ik dat wel, aan poëzie valt gewoon te weinig te verdienen en een tweede handswinkel kan oudere bundels gewoon langer in voorraad hebben, waar ik dan juist weer heel blij van word.
Ik kocht er de bundel van Paul Celan, een bundel van Lévi Weemoedt die ik nog niet had en de bundel ‘Door mij spreken verboden stemmen‘. Van de eigenaar van de winkel kreeg ik bij het afrekenen nog een bundeltje mee van een heel goede klant van haar die in 2025 op 72 jarige leeftijd was overleden, de journalist en dichter Henk van Raak. Van Raak was betrokken bij de oprichting van de Literaire Kring Goirle en een tijd lang voorzitter. Hij was ook een serieus boekenverzamelaar, zijn huis was tot en met de zolder gevuld met boeken.
Als dichter debuteerde hij in 2013 met de bundel ‘Dit hier is bijna nergens’ en in 2015 verscheen ‘Plaatsen waar ik nog ben’. Zijn derde bundel waar hij aan werkte zal niet gepubliceerd worden. Favoriete dichters had van Raak ook en niet de minste; Fernando Pessoa, Constantínos Kaváfis, Federico Garcia Lorca en de Nederlandse dichters Rutger Kopland en Judith Herzberg.
De toon van zijn poëzie is melancholisch en zijn dichterlijke houding is filosofisch-beschouwend. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het gedicht ‘Herinnering’.
.
Herinnering
.
Al droom ik graag terug naar het verleden,
ik weet dat de herinnering het minst
van alles te vertrouwen is.
.
Men kleedt haar aan als een etalagepop
en maakt van wat schamele kleding was
een blauw tuniek met zilveren knopen.
.
Met terugwerkende kracht wordt
rechtgezet dat ik mij vroeger
knollen voor citroenen liet verkopen.
.
Ik alleen heb een
Sasja Janssen
.
Ik lees in de bundel ‘Ik trek mijn species aan’ van Sasja Janssen (1968) uit 2014, en daar blijf ik hangen bij een, op het eerste gezicht erotisch gedicht. Omdat het alweer even geleden is dat ik erotische poëzie deelde op dit blog ga ik dat vandaag met dat gedicht doen. Het gedicht zonder titel mag dan op het eerste gezicht erotisch zijn maar in een commentaar op de bundel van Fleur Speet van Athenaeum Boekhandel, lees ik ‘Dit is zinnelijke oerkrachtpoëzie’.
In 2015 werd ze genomineerd met deze bundel, in het juryverslag lees ik: ‘In deze uitdagend beklijvende bundel heeft Sasja Janssen ‘genoeg over ik gedicht’. In een fabelachtig echt spel tussen begin en einde en alles daartussenin, worden soorten van mensen geboren die vervolgens trachten te overleven. Misschien is seksualiteit het enige houvast, of in elk geval een benadering van identiteit. Zonder de soortnaam vrouw, is er geen beginnen aan. En dan nog: ‘Ik red het niet, dat gedoe over leven en dood’. De zinnen in ‘Ik trek mijn species aan’ prikkelen, pesten, doen lachen en nadenken in een perfect aan elkaar geregen korset van woorden.’
Hoe het ook zij, ik vind dit gedicht intrigerend en dat is voldoende reden om het hier te delen.
.
Ik alleen heb een kutje
als zeewier in bad of om een man gespannen huid
koele tegels, vaker dat vlees
er is dat nauwe, dat zoete, maar liever niet het stuwen
op een harde tl-middag als ik daar ben en jij niet.
.
Ik ben mijn geslacht
weg die kalverpoten die verleiden moesten
geen buik die hijgen gaat, mijn borsten
als ja mijn borsten iets anders doen
dan legt mijn hoofd zich erbij neer van een heel andere orde te zijn.
.













