Categorie archief: (bijna) vergeten dichters
Sor Juana
Dichter als mozaïek in een boekhandel
Inés de Asbaje y Ramírez de Santillana (1648/1651- 1695), die later bekend zou worden onder de naam Sor (Zuster) Juana Inés de la Cruz (kortweg Sor Juana), was een 17e-eeuwse schrijfster en dichter die niet alleen een grote invloed had op de literatuur, maar ook op de religieuze orde en het feminisme in Nieuw-Spanje, het huidige Mexico. Op haar zestiende werd ze ontdekt door Antonio Sebastián de Toledo, de onderkoning van Nieuw-Spanje en naar het hof gebracht. In die tijd waren religieuze vrouwen praktisch de enigen die onderwijs mochten volgen, dus trad ze halverwege haar tienerjaren, in 1667, in een klooster, het Convento de San Jerónimo in Mexico-Stad waar ze tot haar dood zou wonen en werken.
Hier kreeg ze ook de tijd om zich aan haar studies te wijden. Ook haar belangrijkste gedicht, ‘De droom’, schreef ze hier. In het klooster had ze als protegé van de onderkoning relatief veel vrijheid. Ze had er een ruime bibliotheek tot haar beschikking. Wel kwam ze vaak in botsing met kerkelijke functionarissen omdat die haar gedichten te ‘wereldlijk’ vonden. Ze streefde naar meer gelijke rechten voor vrouwen, en verdedigde het recht op onderwijs voor vrouwen. Hierdoor wordt ze wel als een voorloopster van het feminisme gezien. Toen ze zich, tijdens een pestepidemie in 1695, wijdde aan de zorg voor zieken, raakte ze zelf ook besmet en overleed.
De invloed van Sor Juana is tot op de dag van vandaag voelbaar, en haar in habijt gehulde gezicht prijkt sinds de jaren ’70 op Mexicaanse bankbiljetten. Een variant op dit portret is te vinden in de boekhandel Porrúa in het historische centrum van de stad. Librería Porrúa werd in 1900 opgericht door de drie broers Porrúa, die vanuit Spanje waren geëmigreerd. Hun belangrijkste boekhandel, waar dit mozaïek zich bevindt, werd geopend in 1910, hoewel het gebouw dateert uit de 18e eeuw. Hun bundel Mexicaanse poëzie uit 1914 wordt beschouwd als het eerste moderne boek dat volledig in het land is samengesteld en gedrukt.
Dit mozaïek of ‘muurschildering’, die op 12 november 2020 werd onthuld, staat op planken van 4,8 meter hoog en 3,6 meter breed en is gemaakt van boeken en houtskool. De keuze voor deze datum was geen toeval, aangezien het de 372e verjaardag van Sor Juana’s geboorte was. 12 november werd in 1980 ook gekozen als de Nationale Boekendag van Mexico, eveneens ter ere van Sor Juana’s betekenis, waardoor dit eerbetoon dubbel zo bijzonder is.
In De Tweede Ronde, jaargang 12 uit 1991 verscheen in vertaling van Catharina Blaauwendraad, een gedicht van Sor Juana.
.
.
Mijn ziel is op het lijf verliefd
René Verbeeck
.
De naam René Verbeeck (1904-1979) zal niet bij veel mensen een lichtje doen laten branden. Deze Vlaamse dichter was in zijn tijd echter geen onbekende dichter en was op het gebied van de poëzie onder de mensen brengen zeer actief. Hij is de auteur van elf dichtbundels en essayist.
Hij stond mee aan de wieg van de literaire tijdschriften De Tijdstroom (1930-1934) en Vormen (1936-1940) en richtte in 1937 de poëziereeks Bladen voor de Poëzie op. Tussen 1937 en 1943 verschenen in die reeks een zeventigtal dichtbundels, waaronder werk van collaboratiegezinde auteurs als Paul de Vree, Bert Peleman en Blanka Gijselen. Omdat hij samenwerkte met de Duitse bezetter zat hij na de oorlog 22 maanden in de gevangenis.
Samen met dichter als Buckinx en Demedts wordt hij gerekend tot de generatie van dertig, de zogenaamde postexpressionisten die een terugkeer naar de innerlijkheid en persoonlijke uitdrukking voorstonden. Verbeeck debuteerde in 1926 met de bundel ‘Oriëntering’ en pas in de jaren ’60 van de vorige eeuw werd zijn werk weer opgepakt en publiceerde hij een aantal bundels.
In 1973 werd een gedicht van Verbeeck opgenomen in ‘Gedichten 1973’ de poëziereeks van het Davidsfonds te Leuven onder redactie van Jos de Haes en Hubert van Herreweghen. Het gedicht ‘Mijn ziel is op het lijf verliefd’ lees je hieronder.
.
Mijn ziel is op het lijf verliefd
.
Mijn ziel is op het lijf verliefd
zij heeft er alles van ontvangen
.
zij mag in al zijn kamers wonen
in ’t wonder van de warmte binnenin
.
in ’t hart dat haar zo teder dwingt
te paren met de dingen die daarbuiten zijn.
.
zij kan er wandelen in haar ver verleden
over de vruchtbare weiden van de slaap
.
feestvieren in het schuimend bloed, ’t luidruchtig vlees
waarin de beenderen zo stil hun uur verbeiden.
.
zij krimpt ineen soms in de vingers van de pijn
die in de zenuw boort en beitelt
.
verstomt bij ’t instorten van de stem
terwijl vanuit de grond een andre dwingend roept
.
en leert allengs in liefdes lijflijk avontuur
– arm zieltje mij – wat tijd is en verval
.
en wat, wat kan zij later daarmee doen?
.
Christine de Pisan
Christine de Pisan
.
in ‘The Penguin Book of French Verse.1 To the Fifteenth Century, ingeleid en bijeengebracht door Brian Woledge, kwam ik een gedicht van Christine de Pisan (of Pizan) tegen, in het Frans en vertaald in het Engels met de titel ‘Ballade’. Haar naam zei me niet veel dus ik zocht haar op en wat blijkt:
Christine de Pisan (ca. 1364/1365 – ca. 1430) was een Franstalige schrijfster van Italiaanse afkomst. Nadat ze op 25-jarige leeftijd weduwe was geworden, begon ze met schrijven om haar familie te onderhouden. Daarmee was ze een van de eerste vrouwen die een professionele literaire carrière begon en werd ze een prominente moralist en politiek denker in middeleeuws Frankrijk.
Ze genoot als auteur de bescherming van leden van het hof van koning Karel VI van Frankrijk en schreef ook werken voor hen in opdracht. Ze schreef onder andere talrijke gedichten over hoofse liefde, een biografie van Karel V van Frankrijk, en verscheidene werken waarin zij opkwam voor vrouwen.
Alle reden dus om het gedicht ‘Ballade’ (dat vreemd genoeg ook in het Engels werd vertaald als ‘Ballade’ in plaats van ‘Ballad’ hier te plaatsen. In het Engels en in het originele Frans.
.
Ballade
.
Welcome back, my darling! Now put your arms around me and
kiss me. How have you been since you went away? Have you been
well and happy all the time? Come here, sit down beside me, and
tell me how things have been with you, both ill and well, for I must
know the full account of that.
.
Ballade
.
Tu soies le tres bien venu,
M’amour! Or m’embraceet me baise.
Et comment t’es tu maintenu
Puis ton depart? Sain et bien aise
As tu esté toujours? Ca vien,
Coste moi te sié et me conte
Comment t’a esté, mal ou bien;
car de ce vueil savoir le compte.
.
Polderland
Lou Loeber en Jan Willem Schulte Nordholt
.
Enige tijd geleden was ik in het Stedelijk Museum Schiedam. Voor wie dit museum niet kent, het is een absolute aanrader voor iedereen die van moderne kunst houdt. In het museum was (en nog is meen ik) een tentoonstelling te zien van werken van de kunstenaar Lou Loeber (1894-1983). Loeber was een sociaal maatschappelijk geëngageerde kunstenaar en lid van de SDAP (Sociaal Democratische Arbeiders Partij). Haar werk werd beïnvloed door het kubisme, De Stijl, expressionisme, neoplasticisme en symbolisme maar ze beschouwde zichzelf niet als een abstracte schilder. Al deze elementen en stijlfiguren zijn goed en herkenbaar te zien in de getoonde werken.
Bij een van de werken van Loeber, het schilderij getiteld ‘Verten’ hing een bordje met enige informatie. Dit schilderij is geïnspireerd door het gedicht ‘Polderland’ uit 1950 van Jan Willem Schulte Nordholt (1920-1995). Schulte Nordholt was dichter, historicus en hoogleraar in de geschiedenis en cultuur van Noord-Amerika. Hij is vooral bekend om zijn publicaties over de Verenigde Staten.
Als dichter debuteerde hij in 1943 met de bundel ‘Het bloeiende steen’ een illegale oorlogsuitgave, onder het pseudoniem W.S. Noordhout. Hierna zouden nog zeven dichtbundels verschijnen en verschillende bloemlezingen. Schulte Nordholt kreeg voor wijn werk als dichter onder andere de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs (1952), de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam (1961) en de Zilveren Anjer (1991).
Hieronder de afbeelding van het schilderij van Loeber ‘Verten’ en het gedicht van Schulte Nordholt ‘Polderland’.
.
Polderland
.
De verten komen eindeloos mij tegen,
Gaan door mij heen en achter mij te loor,
Ik rijd zo blank langs altijd nieuwe wegen,
Recht en gelukkig, en weet niet waarvoor
ik zoveel hemel heb van God gekregen,
.
Met zoveel wolken en met zoveel dromen,
Met zo’n oneindig aantal kleuren grijs.
Dit zijn de luchten waar God weer zal komen,
Dit is het landschap voor zijn paradijs.
.
Ach, d’avond valt – Rijd ik het donker door,
Dan is het groot geluid van wind en regen
Het enig landschap in mijn diepe oor.
.
Talen
Carl Sandburg
.
Carl Sandburg (1878-1967) was een vooraanstaand Amerikaans dichter, biograaf, journalist en redacteur. Hij won onder andere drie Pulitzerprijzen, twee voor poëzie ( voor ‘Cornhuskers’ in 1919 en in 1951 voor ‘The Complete Poems of Carl Sandburg’) en één voor zijn biografie van Abraham Lincoln (1940).
Tijdens zijn leven werd Sandburg algemeen beschouwd als “een belangrijke figuur in de hedendaagse literatuur”, met name vanwege zijn verzamelde gedichten, waaronder ‘Chicago Poems’ (1916), ‘Cornhuskers’ (1918) en ‘Smoke and Steel’ (1920). Hij genoot een ongeëvenaarde aantrekkingskracht als dichter in zijn tijd, omdat de breedte van zijn ervaringen hem verbond met zoveel facetten van het Amerikaanse leven.
Hij begon zijn schrijverscarrière als journalist voor de Chicago Daily News en schreef vervolgens poëzie, geschiedenisboeken, biografieën, romans, kinderboeken en filmrecensies. Hij verzamelde en redigeerde ook boeken met ballades en volksverhalen.
President Lyndon B. Johnson erkende Sandburg na zijn overlijden als een belangrijke stem en belichaming van Amerika. In 2000 heeft de Chicago Public Library Foundation de Carl Sandburg Literary Award in het leven geroepen, die jaarlijks wordt uitgereikt aan een geprezen auteur wiens werk het publieke bewustzijn van het geschreven woord heeft vergroot.
Op de website amblesideonline.org is een deel van zijn gedichten te lezen. Ik koos voor het gedicht ‘Languages’ dat ik voor het leesgemak vertaalde naar het Nederlands.
.
Talen
.
Er zijn geen handvatten aan een taal
waarmee mensen haar vastgrijpen
en markeren met tekens ter herinnering.
Deze taal is als een rivier, die
eens in de duizend jaar
een nieuwe koers uitslaat
en haar weg naar de oceaan verandert.
Het is bergwater dat
naar valleien stroomt
en van land tot land,
grenzen overschrijdt en zich vermengt.
Talen sterven als rivieren.
Woorden die vandaag om je tong gewikkeld zijn
en tussen je tanden en lippen
tot gedachten worden gevormd,
zullen over tienduizend jaar
vervaagde hiërogliefen zijn .
Zing – en zingend – onthoud
dat je lied sterft en verandert
en er morgen niet meer is,
net zomin als de wind
die tienduizend jaar geleden waaide.
.
Niek Verhaagen
Uit mijn boekenkast
.
Vandaag pakte ik de bundel ‘Dichters bij de Bezige Bij 1944-1984’ uit 1984, uit mijn boekenkast, opende deze op een willekeurige bladzijde (in dit geval pagina 275) en daar staat het gedicht zonder titel dat hieronder is overgenomen van Niek Verhagen (1915-1948). Het gedicht verscheen oorspronkelijk in zijn bundel ‘De laatste Adam’ uit 1944.
Als dichter is Niek Verhaagen vrijwel vergeten, toch kwam ik een aardig stuk tegen over hem en zijn poëzie op het blog van Teunis Bunt. In dat artikel schrijft hij onder andere: “In zijn beste gedichten mijdt Verhaagen de grote woorden en heeft hij vooral aandacht voor het alledaagse”.
.
Wat wilt Gij?… Dat ik verzen schrijven zal,
die ene deugd die ik misschien nog kende?-
Och, als ik mij aan deze stilte wende
en aan het lege beeld van dit verval,
.
dan zou ik woorden vinden, arm en smal
en haast geluidloos, maar toch allengs stemden
de klanken, die het levensritme remden,
te zamen … Als ik stil ben, klinkt het al.
.













