Site-archief
Tekening
Vicky Francken
.
Vorig jaar schreef ik een blogbericht over ‘De ritssluiting van de zee‘ een bundel samengesteld door Jeugd en Poëzie, Doe Maar Dicht Maar en stichting Kinderen en Poëzie in Mechelen in 2005. De reden dat ik daar toen over schreef was dat in die bundel gedichten van piepjonge dichters stonden die inmiddels bekend waren geworden zoals Anne van den Dool (12 jaar), Lieke Marsman (14 jaar) en Lotte Dodion (17 jaar).
Ik moest meteen aan deze bundel en dit bericht denken toen ik in een kringloopwinkel de bundel ‘Doe Maar Dicht Maar‘ uit 2003 doorlas. In deze bundel namelijk las ik tussen de vele gedichten van jonge dichters een gedicht van Vicky Francken (toen 13 jaar). Francken (1989) studeerde Frans en vertaalwetenschap aan de Universiteit Utrecht en is thans vertaler uit het Frans en Engels. Zij publiceerde onder andere in Het Liegend Konijn, Revisor, Hollands Maandblad, Tirade en Meander. Na de Meander Dichtersprijs in 2008 ontving ze de Hollands Maandblad Schrijversbeurs voor Poëzie. In 2017 debuteerde ze met de bundel ‘Röntgenfotomodel‘ dat later dat jaar de C. Buddingh’-prijs voor debutanten won. Ook was zij lid van het Utrechts Stadsdichtersgild en droeg de Letters 989 t/m 1157 (2018-2022) bij aan de Letters van Utrecht.
Terug naar ‘Doe Maar Dicht Maar‘ en het gedicht van Vicky Francken in die bundel. Haar gedicht is getiteld ‘Tekening’
.
Tekening
.
Ik vaar
met mijn boot
zonder roer of kompas
.
Ik speel
in mijn orkest
zonder begeleiding of bas
.
Ik kijk
naar mijn klok
zonder wijzers of getik
.
Ik schets
een meisje
een meisje zoals ik
.
Bij een overlijden
Jozef Deleu (1937-2026)
.
Bijna een jaar geleden schreef ik op dit blog over het stoppen van Jozef Deleu met Het Liegend Konijn. Ik schreef dit toen onder de titel ‘einde van een tijdperk’. Dat dit tijdperk binnen een jaar ook echt een einde zou hebben met het overlijden van de aartsvader van dit prachtige magazine had ik, en velen met mij waarschijnlijk, niet kunnen bedenken. Op 21 oktober werd bekend gemaakt dat Jozef Deleu (1937-2026) was overleden. Met hem is de poëzie in het Nederlandse taalgebied opnieuw een dichter en vertegenwoordiger van de poëzie armer, die ertoe deed.
Jozef Deleu debuteerde in 1963 als dichter met de bundel ‘Schaduwlopen’ nadat hij in 1962 al was gedebuteerd als schrijver van de novelle ‘De ontmoeting’. In zijn werk staat de mens in heden, verleden en toekomst centraal en geeft het besef van de tijdelijkheid van het leven zijn werk een melancholisch karakter. In 2003, op 65 jarige leeftijd begint hij Het Liegend Konijn, een tijdschrift voor hedendaagse Nederlandstalige poëzie, dat door vriend en vijand (al zal hij die niet gehad hebben) zeer hoog gewaardeerd werd en waarvan precies een jaar geleden dus het laatste nummer verscheen.
Wat veel mensen waarschijnlijk niet weten is dat Jozef Deleu in 1957 oprichter was van het tijdschrift Ons Erfdeel (vanaf 2020 getiteld ‘De lage landen’) dat zich richt op kunst, taal, literatuur, geschiedenis en maatschappij in Vlaanderen en Nederland. In 1972 richtte hij het tijdschrift Septentrion, Arts, lettres et culture de Flandre et des Pays-Bas op, dat de Nederlandse cultuur bekendheid wil geven in de Franstalige landen en gebieden. Ook start Deleu met het uitgeven van jaarboeken in het Frans en Engels met diezelfde reden.
Voor zijn werk en inzet voor de taal, de cultuur en de poëzie ontvangt Jozef Deleu vele prijzen en onderscheidingen waaronder die van Commandeur in de Orde van Oranje – Nassau (Nederland, 1996), Officier des Arts et Lettres (Frankrijk, 2003) en Grootofficier in de Leopoldsorde en de kroonorde (België, 2003).
Maar ik zal hem vooral herinneren als degene die zoveel dichters, aankomend, gearriveerd en (bijna) vergeten een plek gaf in Het Liegend Konijn. En als dichter. Daarom hier als eerbetoon aan deze bijzondere man het gedicht ‘Angst’ uit zijn debuutbundel ‘Schaduwlopen’ uit 1963.
.
Angst
.
De lamp vult heel de kamer
met zijn bolle glazen oog.
Mijn ogen liggen gans verlaten
in de schaduw van mijn hoofd.
De slagen van de klokken naderen
uit het huis van God-zij-geloofd.
Ik zie een leger lampen in mijn kamer,
ik hoor de stemmen van een koor.
Niemand kan mij zien noch horen
De lampen gloeien rood.
Ik lig mijn lichaam te bewonen.
Is dit een teken misschien?
.
Zo wordt u gelukkig
Billy Collins
.
Billy Collins (1941) is een Amerikaanse dichter die van 2001 tot 2003 Poet Laureate (dichter des vaderlands zeg maar) van de Verenigde Staten was. Hij was een vooraanstaand professor aan het Lehman College van de City University of New York tot 2016. Collins werd in 1992 erkend als een Literary Lion van de New York Public Library en werd van 2004 tot en met 2006 verkozen tot dichter van de staat New York. In 2016 werd Collins opgenomen in de American Academy of Arts and Letters . Sinds 2020 is hij docent in het MFA-programma aan Stony Brook Southampton.
Billy Collins wordt als dichter in Nederland zeer gewaardeerd. Dat blijkt uit het feit dat Kees van Kooten in 2010 een vertaling van zesentwintig van de meest exemplarische gedichten van Collins bundelde in ‘Zo wordt u gelukkig‘. En dat dichter Ingmar Heytze een groot bewonderaar is van de poëzie van Collins. Overigens werd ook hij door Kees van Kooten geattendeerd op zijn bestaan door voornoemde bundel (net als ik).
In een recensie van deze bundel schreef een recensent van het Dagblad van het Noorden: ‘Van Kooten laat zien dat humor in de literatuur zeer serieus genomen dient te worden en bezorgt zijn lezers daarmee urenlang leesplezier.’ Alle reden dus om een gedicht van Collins in vertaling van Kees van Kooten hier te delen. Ik koos voor het gedicht ‘Vanishing point’ in vertaling ‘verdwijnpunt’. Alle gedichten staan in twee talen naast elkaar in de bundel maar ik plaats hier alleen de vertaling.
.
Verdwijnpunt
‘Ik wil Parijs verbijsteren met een appel.’
-Paul Cézanne
.
U dacht dat het niet meer was dan een potloodstip
zoals academiestudenten midden op het doek plaatsten
voordat zij aan de schuur, de koeien en de schoven begonnen,
.
of anders het punt waar de treinrails samenkomen,
de plek waar machinisten naar turen vanuit hun cabine
die door de zinderende prairie
de dimensie uit dendert.
.
Maar hier sta ik op het verdwijnpunt
terugkijkend naar alles wat mij inzoomt,
schuren, koeien, rails, hooibergen, boeren, de hele mikmak
slinkend tot alles hier in dit gaatje verdwijnt
alsof het wordt aangetrokken door een horizontale zwaartekracht.
.
Ik ben de catcher achter de thuisplaat van de wereld,
de wetenschapper die een lekje in de werkelijkheid onderzoekt.
.
Ik zie hoe de geschiedenis van de bouwkunst zich oplost
in louter rechte lijnen die zichzelf ontvluchten
als mannen die vlam hebben gevat.
Alle standbeelden sinds Phidias komen hier samen.
Stel u een tijdperk voor dat al zijn eigen feiten
uit de encyclopedie kan verzwelgen.
.
Ik ben beland in de meetkundige hemel
waar elke ooit gestarte lijn zou willen zijn.
Hier verdwijnen zelfs uit tekeningen de verdwijnpunten.
En als u mij niet gelooft, moet u maar eens
kijken waar het perspectief van uw garage eindigt.
.
Wel eens gehoord van de appel die P{arijs verbijsterde?
Dit is hier de neus van de mier die het universum opsnoof.
.
Dus je wil schrijver/dichter worden?
Charles Bukowski
.
Op zoek naar wat informatie over een van mijn favoriete dichters, de Amerikaanse dichter Charles Bukowski (1920-1994) kwam ik op een website waar een uitspraak gedaan werd over de beste gedichten van Bukowski. Dat waren ‘Bluebird‘, ‘Roll the Dice’, ‘Dinosauria, We’ en ‘So You Want to Be a Writer’. Nu heb ik al vele gedichten van Charles Bukowski gedeeld op dit blog en één van deze vier al in 2015, maar drie dus nog niet. Alle reden om een begin te maken met een vervolg. Daarom vandaag het gedicht ‘So You Want to Be a Writer’ uit zijn bundel ‘sifting through the madness for the Word, the line, the way’ New Poems uit 2003. En voor Writer mag wat mij betreft ook ‘Poet’ worden gelezen.
.
So you want to be a writer
.
if it doesn’t come bursting out of you
in spite of everything,
don’t do it.
unless it comes unasked out of your
heart and your mind and your mouth
and your gut,
don’t do it.
if you have to sit for hours
staring at your computer screen
or hunched over your
typewriter
searching for words,
don’t do it.
if you’re doing it for money or
fame,
don’t do it.
if you’re doing it because you want
women in your bed,
don’t do it.
if you have to sit there and
rewrite it again and again,
don’t do it.
if it’s hard work just thinking about doing it,
don’t do it.
if you’re trying to write like somebody
else,
forget about it.
if you have to wait for it to roar out of
you,
then wait patiently.
if it never does roar out of you,
do something else.
if you first have to read it to your wife
or your girlfriend or your boyfriend
or your parents or to anybody at all,
you’re not ready.
don’t be like so many writers,
don’t be like so many thousands of
people who call themselves writers,
don’t be dull and boring and
pretentious, don’t be consumed with self-
love.
the libraries of the world have
yawned themselves to
sleep
over your kind.
don’t add to that.
don’t do it.
unless it comes out of
your soul like a rocket,
unless being still would
drive you to madness or
suicide or murder,
don’t do it.
unless the sun inside you is
burning your gut,
don’t do it.
when it is truly time,
and if you have been chosen,
it will do it by
itself and it will keep on doing it
until you die or it dies in you.
there is no other way.
and there never was.
.
Uit-spuit-de-bocht
Elma van Haren
.
Kinderliedjes zijn van alle tijden en het kinderliedje ‘In spin de bocht gaat in’ kennen velen van ons als een touwspringliedje waarbij je op een zeker moment in het liedje in het touw moest springen dat gedraaid werd. Dat zo’n liedje, in dit geval ‘In spin de bocht gaat in’ dat stamt uit ca. 1880 uit ‘Kinderdeuntjes, wiegeliedjes, speel-, tel-, raadsel- en andere rijmpjes’ samengesteld door J.J.A. Goeverneur, nog steeds inspireert blijkt uit een gedicht van Elma van Haren (1954).
In haar bundel ‘Uit de klatergouden boot gevallen’ uit 2025 kwam ik het gedicht ‘uit-spuit-de-bocht’ tegen en wie het voornoemde liedje kent weet dat dat de vervolgzin is op de titel(zin).
Elma van Haren studeerde aan de kunstacademie in ‘s-Hertogenbosch. In 1988 verscheen haar debuutbundel ‘De reis naar het welkom geheten’, waar ze de C. Buddingh’-prijs voor ontving op Poetry International in Rotterdam. Het was de eerste keer dat deze prijs werd uitgereikt.
In 1997 kreeg ze de Jan Campert-prijs voor de bundel ‘Grondstewardess’. Sinds de dichtbundel ‘De wiedeweerga’ (1998) schrijft ze ook voor kinderen. Sinds 2003 is ze jurylid van de P.C. Hooft-prijs en ze is redacteur van het Vlaamse literaire tijdschrift DW B.
.
Uit-spuit-de-bocht
.
Vanaf mijn fijnsnarig weefwerk in het Heelal bekeken,
Lijken Gaia’s bergen een fluwelen vrouwendracht,
Een donkerrode en okeren geplooide pracht,
Achteloos op een hoop gesmeten en zoals is gebleken
.
Grijpt het arrogante mannen bij de lurven onverwacht
En snijdt het hen de adem af, een doddelijk teken
Dat het voor hen niet goed toeven is in deze streken.
Vrouwgewaad wreekt hongermacht.
.
Rotsen breken de benen van de paarden
Doornen haken zich in mantels rondom.
Gaia’s geilheid piekt hoger dan haar mededogen,
.
Ze strooit fluweelheet zand in mannenogen,
Verdort hun tong tot taal verstomt, stort zich
Wellustig over de kam en bedelft hen onder aarde.
.
Als je groot bent
Tjitske Jansen
.
Vakantie is bij uitstek een periode van spel, en spelen moet en kun je je hele leven blijven doen. In het gedicht zonder titel van Tjitske Jansen (1971) uit haar onvolprezen debuutbundel ‘Het moest maar eens gaan sneeuwen‘ uit 2003, komt dat mooi naar voren.
.
Als je groot bent
wil je dan niet meer spelemn
of mag het dan niet meer?
.
Is er een leeftijd waarop iemand je komt vertellen:
‘Vanaf heden is pelen verboden’, en wie
zou degene zijn die mij dat kwam vertellen?
.
Toen ik weer de zon in liep, zag ik de buurvrouw
met een gieter achter mijn vader aanrennen.
Het mocht dus nog! Opgelucht
.
ging ik vissen in de beek. Ik nam mee:
een emmer en een tak met daaraan een touw.
Een haakje had ik niet nodig.
.
Deadline
Jean Pierre Rawie
.
Dag twee van -Kort weg- en dus geen deadline. Of toch, als titel van het gedicht dat ik voor vandaag gekozen heb van Jean Pierre Rawie (1951) uit de bundel ‘Vergeet mij niet’ gedichten over afscheid en herinnering (hoe toepasselijk) een Rainbow Pocket uit 2003. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Woelig stof‘ uit 1989.
.
Deadline
.
Ik ondervond het sterven aan den lijve,
in dagelijkse omgang met de dood;
ik leef nog; en ik kan er idioot
genoeg niets dieps of zinnigs over schrijven.
De meeste grote woorden zijn te groot
voor zoiets doodgewoons: in leven blijven.
Maar toch, ik kan de liefde nog bedrijven
en bijna alles doen ‘wat God verbood’.
Zo is het dus, jezelf te overleven;
ik kijk naar buiten door dezelfde ruit,
ik schrijf zoals ik altijd heb geschreven,
ik denk, voel, wind mij op en maak geluid,
maar ik besef: door stervenden omgeven
schuif ik alleen mijn deadline voor mij uit.
.
Hans Mirck
Gedicht over de oorlog
.
Naar aanleiding van een ansichtkaart die ik vond tussen mijn spullen (van tijdschrift Liter) met daarop een regel uit een gedicht van Lans Stroeve, ging ik eens neuzen op de website van ‘Liter’. Daarop kwam ik een gedicht van Hans Mirck tegen met een intrigerende titel geschreven aan het begin van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne.
Hanz Mirck (1970), is docent Nederlands en vertaler, muzikant, dichter, ex-stadsdichter van Zutphen en Apeldoorn (dat kan, zie ook Joris Brussels) en schrijver. Hij studeerde Nederlands aan de Universiteit Utrecht en studeerde af met de scriptie over de overeenkomsten tussen de teksten in Bredero’s Groot Lied-boeck en de popgroep Doe Maar. Hij gaf de teksten van de band uit in hun definitieve vorm in het boek “Dit is alles”.
Mirck organiseerde in Zutphen jaarlijks een poëziefestival en ook coördineerde hij voor de Zutphense gemeentelijke literaire stichting alle optredens. Hij was werkzaam voor de Ida Gerhardt Poëzie Prijs en lid van verschillende literaire jury’s. In 2002 debuteerde hij met de bundel ‘Het geluk weet niets van mij’, dat werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs 2003 en tot ‘aanrader’ bestempeld door Neeltje Maria Min en Gerrit Komrij. Na deze prijs werd hij gevraagd voor de jury van de J.C. Bloemprijs en bekleedt hij deze functie nog steeds.
In 2007 ontving hij de J.C. Bloemprijs voor zijn bundel ‘Wegsleepregeling van kracht’ (2006) en inmiddels staan er zeven dichtbundels alsmede romans en kindergedichten in zijn bibliografie. Mirck is ruim tien jaar actief als schrijfdocent en redacteur, onder andere voor de popgroep BLØF. Ook was hij redacteur van het literaire tijdschrift Parmentier en voor uitgeverijen als Passage en Vassallucci.
Het gedicht in ‘Liter’ heeft een nieuwsgierig makende titel en kun je hieronder lezen.
Recensie van het optreden van het Russisch staatsorkest in
het theater van Marioepol
Een goede noot vindt altijd een goede plaats
maar vanavond struikelden de triolen grotesk
over elkaar, syncopen waren kreupele cyclopen,
de crescendo’s onmachtig lawaai.
Dit was geen musiceren maar vreugdeloos
opvolgen van instructies. Een muziekstuk is de weg
van verre dreiging naar warm licht, loutering,
een climax van mededogen.
De violisten leken laf achter elkaar aan te strijken.
De paukenisten waren blinde kinderen
in een contrapuntisch zwembad,
slagwerkers blikslagers op een kinderboerderij,
de houtblazers megalomane pyromanen
en de koperblazers het luchtalarm,
de pianist speelde geen enkele noot
die niet gelogen was.
Was het zuiver, was het vals? Het was ongeïnspireerd.
De musici leken zelf niet in hun partij te geloven, zo wordt muziek
nooit magisch. Als het bombastisch moet klinken,
laat het dan ook bombastisch klinken!
Een goed stuk zorgt dat alle mensen in de donkere zaal
het innig met elkaar eens zijn, nu bleef de twijfel afleiden.
Een meesterwerk maakt alle ogen even vochtig,
nu knipperden we alleen, als doven.
En dan de dirigent. Te laat, dronken, ongearticuleerd.
Hij leek de enige die wel in vervoering was, terwijl juist hij
de enige zou moeten zijn die het hoofd koel hield.
Hij leek vooral naar huis te willen. Net als wij allemaal.
.
Diana Ozon en de Digitale Stad
Poëzie in Cyberspace en meer
.
Afgelopen vrijdag was ik in de Koninklijke Bibliotheek. In Club Erasmus aldaar werd een activiteite in het kader van de Poëzieweek georganiseerd met de intrigerende titel ‘Poëzie in Cyberspace: Diana Ozon & De Digitale Stad’. Presentator Melissa Giardina interviewde Dichter, schrijver en performer Diana Ozon (1959) pseudoniem van Diana Groenveld, en Lenny Vos, literatuuronderzoeker. Het programma was georganiseerd door Sophie Ham van de KB (conservator digitale collecties).
Het was om meerdere redenen een interessante en leuke middag. Diana Ozon bracht als een van de eerste dichters in Nederland taal en technologie samen. Ze was nauw betrokken bij De Digitale Stad (DDS) opgericht in 1994, waar kunstenaars, hackers, activisten, krakers en nieuwsgierige mensen elkaar konden vinden in een virtuele stad. Speciaal voor deze middag had Diana haar persoonlijk archief (met heel leuke en herkenbare foto’s uit die tijd) geraadpleegd en had ze vele foto’s uit die tijd meegebracht.
Onderwerpen die in het gesprek werden geadresseerd waren hoe technologie en subculturen elkaar beïnvloeden, wat de rol was van de krakersbeweging, hoe de verhoudingen waren destijds als het ging om de verdeling man/vrouw in de poëzie en uiteraard gaf Diana Ozon een performance waarbij ze putte uit haar oudste werk. Opvallend hierin was het gebruik van allerlei technologische en digitale termen, woorden en afkortingen. Zelfs in haar liefdesgedichten.
Al met al was het gesprek tussen de dichter, de interviewer en de literatuurwetenschapper heel interessant voor zowel poëzieliefhebbers als voor zij die geïnteresseerd zijn in de ontwikkelingen van de (digitale) technologie in Nederland en zelfs geïnteresseerden in de subculturen van de jaren ’80 en ’90. In een gesprek dat ik na de activiteit had met Diana Ozon refereerde ze nog aan het project ‘Dichter aan huis’ in Den Haag, waar ze goede herinneringen aan had. In 2003 nam Diana Ozon deel aan Dichter aan huis en uit de gelijknamige bundel nam ik haar gedicht zonder titel over dat oorspronkelijk verscheen in haar bundel ‘Ja, ik wil’ uit 2002.
.
O louterend water
mijn mooi molecule …
.
Jij stijgt tot de lippen
en slaat op de klippen.
Bron van alle leven
en kosmisch gegeven.
Helder van kleur
en reukloos van geur …
.
Voor meer dan tachtig procent
weet ik dat jij mij bent.
Je was in de moederbuik
en staat onder het kelderluik.
Je valt uit de hemel
en rijst uit de aarde …
.
O allerhoogste waarde
die men eider gratis gunt
jij vindt vanzelf
je diepste punt.
En jouw stille gronden
uit de hemel gezonden …
.
Kokend als damp of
bikkelhard als ijs
jij zit overal en
bent altijd op reis.
O louterend water
Mijn mooi molecule …
.
We prezen de Aarde,
de hemel, de zon
maar vergaten het water
de oersprong, de bron.
.
Componisten
Dubbelgedicht
.
In de categorie Dubbelgedicht vandaag twee gedichten over componisten. Het eerste gedicht is van Erwin Steyaert (1959) en is getiteld ‘Scenario voor koffiereclame’. Het gedicht komt uit de bundel ‘Handleiding voor het betrappen van stilte’ uit 2015. Steyaert is een Vlaams dichter. Hij studeerde klassieke filologie en filosofie. Zijn werk verscheen reeds in diverse literaire tijdschriften waaronder De Brakke Hond, Het liegend konijn, Ons Erfdeel en Deus Ex Machina. Tegenwoordig doceert hij klassieke talen in middelbare scholen.
Het tweede gedicht is van Luuk Gruwez (1953), ook een Vlaams dichter, schrijver en essayist. Na het verwerven van een schrijversbeurs in 1995 is hij fulltime-schrijver met dichtbundels en proza en daarnaast columns, eerst wekelijks in De Standaard, vanaf 2001 tot 2003 maandelijks in De Morgen. Zijn laatste dichtbundel ‘Balts’ is uit 2023. Het gedicht ‘God betreurt Mozart & co’ komt uit zijn bundel ‘Lagerwal’ uit 2008.
.
Scenario voor koffiereclame
.
Wolfgang, Ludwig, Joseph en Franz
drinken Douwe Egberts.
.
Ze lezen zwijgend elkaars partituren,
luisteren naar de muziek in hun hoofd.
Ze knikken instemmend,
denkend aan eigen stukken.
.
Af en toe schrapen ze de keel,
als om iets te zeggen, maar zeggen niets,
uit eerbied voor de stilte
die hen als gelijken behandelt.
.
Ver is de afgunst, ver de koorts in hun hoofd,
de haast van hun handen naar het klavier.
Hoe futiel, vinden ze nu, een leven lang
klanken te willen dwingen
.
tussen vijf lijnen op muziekpapier.
onooglijk smal lijkt de bandbreedte
van hun ontembaar verlangen
vergeleken met het wit van het blad.
.
Ze kijken elkaar aan, langdurig, ernstig,
alsof ze voor het eerst elkaars stilte horen.
Wat valt te verbeteren aan deze muziek?
Ze sluiten de ogen, drinken,
.
proeven rust die niet één wil verstoren.
.
God betreurt Mozart & co
.
Die Mozart had hij beter niet geschapen, de goede God:
massa’s overuren nodig voor een bestaantje van
maar vijfendertig jaar. hij had het bij de paradijselijke
sachertorte moeten laten of bij mozartkugeln
.
van Herr Fürst. Maar Mozart zelf? Welnee!
Ach, dat soort lastpakken met ADHD!
Voor elke fractie van hun dierbare seconden
vereisten zij een eeuwigheid of twee.
.
Velen leken tijdverlies en zeker niet de minsten:
jonge snaken als een Schumann of een Schubert.
En allemaal moesten zij aandacht, zoveel aandacht.
Artiesten meneer, nukkige en zeurderige kinderen
.
die maar blijven dreinen tot daar iemand roept
-gegarandeerd die ouwe Bach: ‘Wees toch eens stil,
ik kan mijn eigen Weinachtsoratorium niet horen
en net zomin mijn Goldbergvariationen.’
.
Hij had ze beter geen van allen geschapen,
had dat gegoochel met hun noten nooit begrepen.
Maar uitgerekend op die ene dag,
de dag der doodgewone alledaagse dingen,
toen er muziek ontsnapte uit de wereld
en toen de wereld daar heel stil van werd,
zat God eensklaps op blote knieën tot zichzelf
te bidden. Opdat toch niets verloren zou gaan.
.














