Categorie archief: dichters over dichters
Lorca over Neruda
Dichter over dichter
.
In de categorie waarin ik gedichten plaats van de ene dichter over of voor een andere dichter vandaag de dichters Federico Garcia Lorca (1898-1936) en Pablo Neruda (1904-1973). In de bundel ‘Voor duizend verliefden van hart’ de mooiste liefdesgedichten uit 1999 van Federico Garcia Lorca is het gedicht ‘Adam’ opgenomen. Het gedicht is opgedragen aan Pablo Neruda.
.
Adam
Voor Pablo Neruda
omringd door Spoken
.
Een boom van Bloed besproeit de ochtendstond
en doet de prille kraamvrouw kreunend zuchten.
In het raam kerft een grafiek van bot de lucht
en van haar stem blijven kristallen in de wond.
.
Terwijl het licht de blanco doelen grond
bereidt en raakt aan mythische geruchten
die voor het oproer in de aders vluchten
naar troebele appelfrisheid voor de mond,
.
droomt Adam in het leem in koortsige staat
een kind dat in galop tot hem zal komen
door het tweewangig geklop in zijn gelaat.
.
Maar een andere Adam, duisterder, zal dromen
van een onzijdige steenmaan zonder zaad
waar hem het lichtkind brandend zal ontkomen.
.
Slopersverdriet
Philip Hoorne
.
Vandaag een gedicht van een dichter in de geest van een andere dichter. Philip Hoorne (1964) is een Vlaamse dichter, schrijver, bloemlezer en recensent. Hij debuteerde in 2002 met de bundel ‘Niets met jou’ in de Sandwich-reeks onder redactie van Gerrit Komrij. De bundel werd genomineerd voor de Vlaamse Debuutprijs. Voor zijn tweede bundel ‘Inbreng nihil’ uit 2004 werd hij genomineerd voor de J.C. Bloemprijs.
Zijn werk werd opgenomen in meerdere bloemlezingen, onder meer in ‘De Nederlandse poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw in duizend en enige gedichten’ van Gerrit Komrij en verschijnt in literaire tijdschriften als Het liegend konijn, De Revisor, Bunker Hill, Landauer en Tirade. Hoorne richtte de poëzierecensiewebsite Poëzierapport op en schreef recensies voor onder meer Knack, de Poëziekrant en Meander.
In 2022 verscheen ‘Beste meneer, Bloem’, een selectie uit 20 jaar op J.C. Bloem geïnspireerd werk, uitgegeven door de Stichting Mr. J.C. Bloem Poëzieprijs. Wanneer een dichter wordt genomineerd voor de J.C. Bloemprijs, zoals Hoorne in 2005, dan wordt deze gevraagd een gedicht te schrijven geïnspireerd op de persoon Bloem, zijn werk of zelfs een regel of titel uit zijn oeuvre. In deze bundel zijn 20 van deze dichters (niet alle dichters hebben gereageerd op het verzoek tot het schrijven van een dergelijk gedicht) met hun gedicht opgenomen waaronder dus het gedicht ‘Slopersverdriet’ van Philip Hoorne.
.
Slopersverdriet
Naar ‘Insomnia’ van J.C. Bloem
.
Denkend aan de daad kan ik niet slopen,
En niet slopend denk ik aan de daad,
En mijn hamer aarzelt voor hij slaat,
Zijn puin en gruis mijn enige hopen?
.
Hoe onmachtig klinkt het schriel ‘ga lopen’,
Als een muur tegen de vlakte gaat.
Stof waait door de opgebroken straat.
‘k Denk dat ik mij beter op kan knopen.
.
Om de vrouw die zich te weinig geeft,
Slechts eens per maand wil minnekozen,
Te min haar vreugde om mijn krachtig zaad,
.
Tot meer paringsdaden niet in staat.
Op steenslag zal ik mijn kiemen lozen,
‘k Wil in mij geen leven dat niet leeft.
.
De mei van Heytze
Dichter over dichter
.
Toen ik in de bundel ‘Alle goeds‘ van Ingmar Heytze (1970) uit 2001, de titel van het gedicht ‘De mei van Heytze’ las, dacht ik in eerste instantie dat Ingmar een relatie in zijn gedicht had gelegd met het beroemde (in Nederland) gedicht ‘Mei’ van Herman Gorter (1864-1927) uit 1889 (waar ik tot mijn eigen verrassing nog nooit over geschreven heb op dit blog). Maar niets bleek minder waar, het gedicht is opgedragen aan Lévi Weemoedt (1948). In de categorie Dichter over dichter daarom dit gedicht.
.
De mei van Heytze
Voor Lévi Weemoedt
.
De kievit baltst zijn hoogste vlucht.
Het slachtvee dartelt in de zon.
Mijn ogen staren troebel
door een zonnebril van klei.
.
De herfst herhaalt zich achterwaarts.
Het broedsel stort zich uit het nest.
De nachtuil fladdert in mijn buik.
Ik zoek het laatste dodo-ei.
.
Dichter bij Achterberg
Simon Vinkenoog
.
Over de dichter Gerrit Achterberg (1905-1962) heb ik al vele malen geschreven op dit blog. In de categorie Dichter over dichter schreven al verschillende dichters een gedicht over deze toch wel omstreden dichter (hij kreeg 16 jaar TBS voor de moord op zijn hospita en de aanranding van haar dochter en hij verbleef meer dan vijf jaar in diverse forensisch psychiatrische inrichtingen), kwam hij in de categorie Dubbelgedicht terug en ook over zijn werk schreef ik meerdere malen.
In 1965 verscheen voor de eerste keer de bundel ‘Dichter bij Achterberg’ samengesteld door Wim Hazeu bij Nijgh & Van Ditmar. Mijn editie is een tweede gewijzigde druk uit 1981. In deze bundel staan maar liefst meer dan vijftig gedichten van Nederlandse en Vlaamse dichters, gewijd aan Gerrit Achterberg. Dat Achterberg niet alleen door tijdgenoten bewonderd werd als dichter (hij ontving onder andere in 1949 de P.C. Hooft-prijs en in 1959 de Constantijn Huygens-prijs en wordt hij beschouwd als een van de belangrijkste dichters in de twintigste-eeuwse Nederlandse poëzie) maar ook door dichters uit latere generaties blijkt uit de bijdragen in deze bundel; van Roland Holst, Mok, Vroman en Polet tot Lucebert, Büch en Vinkenoog. Allemaal schreven ze een gedicht over deze bijzondere dichter.
Achterin de bundel staan vele pagina’s noten met verwijzingen naar artikelen die geschreven zijn over Gerrit Achterger en informatie over de deelnemende dichters.
Volledig willekeurig en alleen maar omdat het vandaag zondag is, koos ik voor het gedicht ‘Zondag’ van Simon Vinkenoog (1928-2009) dat eerder verscheen in zijn bundel ‘Wondkoorts’ uit 1950.
.
Zondag
Voor Gerrit Achterberg
zesmaal de reis om het vers
in evenveel dagen
wakkerworden en de pijn
niet langer kunnen verdragen
.
zandloper woestijn
leeg – het glas gebroken
.
rijmpijn woordenwijn
vrij van de rust der zondagen
te zijn
en voortijds op jacht
naar het laatste woord
.
geen letter gelezen
geen bede verhoord
.
Jana Arns
Tussen messen slapen
.
De maand december is al druk (Kerstmis, Sinterklaas, Oud en Nieuw, oudejaarsbijeenkomsten, personeelsfeest, jureren Jana Beranováprijs) en dan heb ik mezelf ook nog als opdracht gegeven (naast elke dag een blog uiteraard) om in ieder geval twee bundels te recenseren. De ene is de nieuwe bundel van Alja Spaan (1957) ‘Iets dat op een route leek en een kaart van die andere wereld‘ en de andere is van Jana Arns (1983) ‘Tussen messen slapen’.
Dat deze twee recensies eraan komen staat vast, ik hoop nog voor eind dit jaar en anders begin van 2026. Van Alja deelde ik al een gedicht uit haar nieuwe bundel, van Jana nog niet. Op basis van een eerste snelle lezing ben ik ben heel benieuwd naar haar nieuwe bundel. Uit ‘Tussen messen slapen’ koos ik het gedicht met als titel ‘Voor Jotie T’Hooft’ wat dit gedicht meteen een bijdrage oplevert aan de categorie Dichter over dichter. Het is ook het gedicht waarnaar de bundel is vernoemd (de laatste zin van het gedicht). De Apgar-score is een snelle gezondheidsbeoordeling voor pasgeborenen 1 en 5 minuten na de geboorte. Er wordt dan gekeken naar de ademhaling, spierspanning, reflexen, kleur van de huid en de hartslag.
.
Voor Jotie T’Hooft
.
Bepaalden ze toen de apgarscore,
ze vonden geen pols.
.
Een zoon die in dagboeken sneed:
KEEP OUT in schaamrode letters
.
op de huid gebonden kaft
als invitatie voor geen redders.
.
De cijfercombinatie van studies,
genen en amfetamine vormde
de coördinaten naar de eerste hulp.
.
Daar trok hij de besteklade open,
stroopte zijn jeugd op,
bekende dat hij tussen de messen sliep.
.
Oude lied
Zwagerman en Kopland
.
Begin deze maand was de medewerkersdag van Meander, het literair e-magazine voor Nederlandstalige poëzie met haar nieuwsbrief die wekelijks naar ruim 5000 abonnees wordt gestuurd. Op deze dag werd ook een quiz georganiseerd over poëzie die ik samen met Cora de Vos had gemaakt. Een van de vragen die gesteld werd was ‘Rutger Kopland inspireerde met zijn gedicht ‘Jonge sla’ talloze dichters tot een bewuste imitatie in de stijl van het gedicht. Hoe noem je een dergelijke persiflage? Het antwoord op deze vraag is natuurlijk een pastiche.
In de bundel ‘Bekentenissen van de pseudomaan‘ van Joost Zwagerman (1963-2015) uit 2001 staat een pastiche op precies dit gedicht van Kopland. Overigens kwam Joost Zwagerman ook terug in de quiz (tot welke stroming behoorde Zwagerman?) en er was ook een vraag over Rutger Kopland (wat is de echte naam van Kopland?).
Terug naar het gedicht van Zwagerman. Het gedicht heeft de titel ‘Oude lied’.
.Oude lied, dichter over dichter
Oude lied
.
Hoe langer het duurt, hoe langer
je liefhebt
Rutger Kopland
.
Niks kan ik hebben,
het ontluiken van meisjes,
grote gevoelens, hun toefjes
ademhaar kan ik met vochtige ogen
zien verdorren, daar ben ik
werkelijk slap in.
.
maar oud smegma het hele jaar door,
ontijdig gekoekt, duvels hard,
in hun droge plooitjes, yess!
.













