Site-archief
Nogmaals Loeber
Afscheid van mijn schildersloopbaan
.
Schreef ik pas geleden nog over een bezoek aan het Stedelijk Museum Schiedam en aan het gedicht ‘Polderland’ van Jan Willem Schulte Nordholt (1920-1995) waar de kunstenaar Lou Loeber (1894-1983) een schilderij bij maakte, dit keer een gedicht van de hand van de kunstenaar (Loeber) zelf.
In 1974 maakte Lou Loeber haar laatste schilderij. Zoals het in het Stedelijk Museum Schiedam verwoord stond: “Tegen de achtergrond van subtiel verschillende tinten grijs, creëert ze een opwaartse beweging, bestaande uit eenvoudige blokjes en een licht ronde vorm. ‘Stijging’ noemt ze het schilderij, waarbij ze ook een gedicht schrijft.”
Prachtig hoe ‘kunstmensen’ kunst kunnen beschrijven en bijzonder dat de kunstenaar zelf een gedicht maakt bij (in dit geval) haar laatste schilderij. Hieronder het gedicht ‘Afscheid van mijn schildersloopbaan’ en het schilderij ‘Stijging’.
.
Afscheid van mijn schildersloopbaan
(geschreven in de ongewoon warme aprilmaand in 1974)
.
De bloeiende bloemen trekken mijn ogen naar boven
naar de zonnige, stralende hemel toe –
Dit is een hemel die veel kan beloven
licht en warmte en lente toe
.
De bloeiende bloemen trekken mijn ogen naar boven
naar de stormige wolkenhemel toe –
Dit is een hemel die veel kan beloven
regen en koelte en frisheid toe
.
De bloeiende bloemen trekken mijn ogen naar boven
naar de druilerige grijze hemel toe –
Dit is de hemel die ’t meest kan beloven
stilte en rust en vrede toe
.
Polderland
Lou Loeber en Jan Willem Schulte Nordholt
.
Enige tijd geleden was ik in het Stedelijk Museum Schiedam. Voor wie dit museum niet kent, het is een absolute aanrader voor iedereen die van moderne kunst houdt. In het museum was (en nog is meen ik) een tentoonstelling te zien van werken van de kunstenaar Lou Loeber (1894-1983). Loeber was een sociaal maatschappelijk geëngageerde kunstenaar en lid van de SDAP (Sociaal Democratische Arbeiders Partij). Haar werk werd beïnvloed door het kubisme, De Stijl, expressionisme, neoplasticisme en symbolisme maar ze beschouwde zichzelf niet als een abstracte schilder. Al deze elementen en stijlfiguren zijn goed en herkenbaar te zien in de getoonde werken.
Bij een van de werken van Loeber, het schilderij getiteld ‘Verten’ hing een bordje met enige informatie. Dit schilderij is geïnspireerd door het gedicht ‘Polderland’ uit 1950 van Jan Willem Schulte Nordholt (1920-1995). Schulte Nordholt was dichter, historicus en hoogleraar in de geschiedenis en cultuur van Noord-Amerika. Hij is vooral bekend om zijn publicaties over de Verenigde Staten.
Als dichter debuteerde hij in 1943 met de bundel ‘Het bloeiende steen’ een illegale oorlogsuitgave, onder het pseudoniem W.S. Noordhout. Hierna zouden nog zeven dichtbundels verschijnen en verschillende bloemlezingen. Schulte Nordholt kreeg voor wijn werk als dichter onder andere de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs (1952), de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam (1961) en de Zilveren Anjer (1991).
Hieronder de afbeelding van het schilderij van Loeber ‘Verten’ en het gedicht van Schulte Nordholt ‘Polderland’.
.
Polderland
.
De verten komen eindeloos mij tegen,
Gaan door mij heen en achter mij te loor,
Ik rijd zo blank langs altijd nieuwe wegen,
Recht en gelukkig, en weet niet waarvoor
ik zoveel hemel heb van God gekregen,
.
Met zoveel wolken en met zoveel dromen,
Met zo’n oneindig aantal kleuren grijs.
Dit zijn de luchten waar God weer zal komen,
Dit is het landschap voor zijn paradijs.
.
Ach, d’avond valt – Rijd ik het donker door,
Dan is het groot geluid van wind en regen
Het enig landschap in mijn diepe oor.
.
Dus je wil schrijver/dichter worden?
Charles Bukowski
.
Op zoek naar wat informatie over een van mijn favoriete dichters, de Amerikaanse dichter Charles Bukowski (1920-1994) kwam ik op een website waar een uitspraak gedaan werd over de beste gedichten van Bukowski. Dat waren ‘Bluebird‘, ‘Roll the Dice’, ‘Dinosauria, We’ en ‘So You Want to Be a Writer’. Nu heb ik al vele gedichten van Charles Bukowski gedeeld op dit blog en één van deze vier al in 2015, maar drie dus nog niet. Alle reden om een begin te maken met een vervolg. Daarom vandaag het gedicht ‘So You Want to Be a Writer’ uit zijn bundel ‘sifting through the madness for the Word, the line, the way’ New Poems uit 2003. En voor Writer mag wat mij betreft ook ‘Poet’ worden gelezen.
.
So you want to be a writer
.
if it doesn’t come bursting out of you
in spite of everything,
don’t do it.
unless it comes unasked out of your
heart and your mind and your mouth
and your gut,
don’t do it.
if you have to sit for hours
staring at your computer screen
or hunched over your
typewriter
searching for words,
don’t do it.
if you’re doing it for money or
fame,
don’t do it.
if you’re doing it because you want
women in your bed,
don’t do it.
if you have to sit there and
rewrite it again and again,
don’t do it.
if it’s hard work just thinking about doing it,
don’t do it.
if you’re trying to write like somebody
else,
forget about it.
if you have to wait for it to roar out of
you,
then wait patiently.
if it never does roar out of you,
do something else.
if you first have to read it to your wife
or your girlfriend or your boyfriend
or your parents or to anybody at all,
you’re not ready.
don’t be like so many writers,
don’t be like so many thousands of
people who call themselves writers,
don’t be dull and boring and
pretentious, don’t be consumed with self-
love.
the libraries of the world have
yawned themselves to
sleep
over your kind.
don’t add to that.
don’t do it.
unless it comes out of
your soul like a rocket,
unless being still would
drive you to madness or
suicide or murder,
don’t do it.
unless the sun inside you is
burning your gut,
don’t do it.
when it is truly time,
and if you have been chosen,
it will do it by
itself and it will keep on doing it
until you die or it dies in you.
there is no other way.
and there never was.
.
Verlichte nacht
Richard Dehmel
.
De Duitse dichter en schrijver Richard Dehmel (1863-1920) is voor de meeste lezers waarschijnlijk een onbekende. Maar Dehmel was in zijn tijd een omstreden dichter. Vanuit een hedendaags perspectief verwonderen wij ons erom maar in die tijd waren er heel andere normen en waarden. Waarom ging het?
Dehmels dichtbundel ‘Weib und Welt’ (Vrouw en Wereld) veroorzaakte eind jaren negentig van de 19e eeuw een schandaal. Dehmel werd aangeklaagd door de diep conservatieve dichter Börries von Münchhausen en vervolgd wegens obsceniteit en godslastering. Ondanks dat hij op technische gronden werd vrijgesproken, veroordeelde de rechtbank het werk als obsceen en godslasterlijk en beval dat het verbrand moest worden. Dehmel zou opnieuw worden vervolgd wegens obsceniteit en godslastering, maar werd net als eerder weer vrijgesproken.
De bundel drijft dan ook op erotiek, iets waar tegenwoordig niemand meer van opkijkt maar in het zeer conservatieve Duitsland van eind 19e eeuw was dat bijna zoiets als godslastering. In bijvoorbeeld het gedicht ‘Ins Weite’ spreekt Dehmel van ‘manna van de grenzeloze nacht’ en ‘het kwellend verlangen van wei, woud en wolkendek’. Dehmel bezingt tamelijk onverholen en ontegenzeggelijk subliem de vrouwelijke schaamstreek, het opperwezen alsmede de duivel.
Ook het gedicht ‘Venus Consolatrix’ (Troosteres Venus) werd als godslasterlijk en onzedelijk beoordeeld, en daarom moest het gedeeltelijk zwart worden gemaakt. In dit gedicht biedt Maria Magdalena haar ontblote geslachtsdeel aan als rustplaats, hét vlees dat Christus zelf begeerd zou hebben, aldus het gedicht. Ongetwijfeld iets waar ook hedendaagse christenen zich nog aan zouden ergeren.
Dehmel experimenteert er vrolijk op los in de bundel en hoewel de lust een grote rol speelt, net als de godsdienst, de vrouw en het vleselijk verlangen, zijn de gedichten nooit platvloers of schunnig. Op de website van Emile van Brakel vond ik een vertaling (van hem) van het gedicht ‘Verklärte Nacht’ of in vertaling ‘Verlichte nacht’. Oordeel zelf.
.
Verlichte nacht
.
Twee mensen gaan door kaal, kil woud;
de maan loopt mee, hun blik beschouwt.
De maan loopt over hoge eiken
geen wolkje omfloerst ’t hemellicht,
waarin de zwarte kruinen reiken.
De stem klinkt van een vrouwsgezicht:
Ik draag een kind, en niet van jou,
in zond’ en schuld ga ik naast jou.
Ik heb mijzelf zo zwaar misdaan;
Ik geloofde niet meer in geluk
toch hield een zwaar verlangen aan
naar levensvrucht, naar moedergeluk
en plicht – toen heb ik mij verstout,
liet mijn schaamte huiverend boud
bevoelen door ’n man zonder naam
én prees zelfs mijn ijdel gemoed.
Nu heeft het leven zich gewroken,
nú heb ik jou, o jou ontmoet.
Zij loopt met onbeholpen tree,
zij kijkt omhoog, de maan loopt mee;
haar donk’re blik verdrinkt in licht.
De stem klinkt van een mansgezicht.
Wees het kind door jou gekregen
toch onbezwaard toegenegen,
o zie, hoe klaar het heelal schittert!
Het grote Al glanst om ons twee,
jij drijft met mij op koude zee,
maar een eigen warmte glinstert
van jou in mij, van mij in jou;
’t vreemde kind met licht verkoren,
wordt voor en van mij geboren,
jij hebt de glans in mij geraakt,
jij hebt mijzelf tot kind gemaakt.
Hij pakt haar bij de volle dij,
in de lucht mengt zich hun adem vrij,
twee mensen gaan door helverlichte nacht.
.
Talen
Carl Sandburg
.
Carl Sandburg (1878-1967) was een vooraanstaand Amerikaans dichter, biograaf, journalist en redacteur. Hij won onder andere drie Pulitzerprijzen, twee voor poëzie ( voor ‘Cornhuskers’ in 1919 en in 1951 voor ‘The Complete Poems of Carl Sandburg’) en één voor zijn biografie van Abraham Lincoln (1940).
Tijdens zijn leven werd Sandburg algemeen beschouwd als “een belangrijke figuur in de hedendaagse literatuur”, met name vanwege zijn verzamelde gedichten, waaronder ‘Chicago Poems’ (1916), ‘Cornhuskers’ (1918) en ‘Smoke and Steel’ (1920). Hij genoot een ongeëvenaarde aantrekkingskracht als dichter in zijn tijd, omdat de breedte van zijn ervaringen hem verbond met zoveel facetten van het Amerikaanse leven.
Hij begon zijn schrijverscarrière als journalist voor de Chicago Daily News en schreef vervolgens poëzie, geschiedenisboeken, biografieën, romans, kinderboeken en filmrecensies. Hij verzamelde en redigeerde ook boeken met ballades en volksverhalen.
President Lyndon B. Johnson erkende Sandburg na zijn overlijden als een belangrijke stem en belichaming van Amerika. In 2000 heeft de Chicago Public Library Foundation de Carl Sandburg Literary Award in het leven geroepen, die jaarlijks wordt uitgereikt aan een geprezen auteur wiens werk het publieke bewustzijn van het geschreven woord heeft vergroot.
Op de website amblesideonline.org is een deel van zijn gedichten te lezen. Ik koos voor het gedicht ‘Languages’ dat ik voor het leesgemak vertaalde naar het Nederlands.
.
Talen
.
Er zijn geen handvatten aan een taal
waarmee mensen haar vastgrijpen
en markeren met tekens ter herinnering.
Deze taal is als een rivier, die
eens in de duizend jaar
een nieuwe koers uitslaat
en haar weg naar de oceaan verandert.
Het is bergwater dat
naar valleien stroomt
en van land tot land,
grenzen overschrijdt en zich vermengt.
Talen sterven als rivieren.
Woorden die vandaag om je tong gewikkeld zijn
en tussen je tanden en lippen
tot gedachten worden gevormd,
zullen over tienduizend jaar
vervaagde hiërogliefen zijn .
Zing – en zingend – onthoud
dat je lied sterft en verandert
en er morgen niet meer is,
net zomin als de wind
die tienduizend jaar geleden waaide.
.
De val
Eddy van Vliet
.
In de bundel ‘Gedichten 1993‘een keuze uit de tijdschriften, samengesteld door Hubert van Herreweghen (1920-2016) en Willy Spillebeen (1932)lees ik een gedicht van Eddy van Vliet. Eddy van Vliet was het pseudoniem van de Vlaamse dichter Eduard Léon Juliaan (1942 – 2002). Ik heb me altijd verbaasd en afgevraagd waarom iemand , een Vlaming, met zo’n welluidende naam zich van een pseudoniem voorzag dat zo Nederlands klinkt. Maar dat terzijde.
In de bundel staat het gedicht ‘De val’ van Eddy van Vliet dat werd genomen uit Dietsche Warande & Belfort (tegenwoordig beter bekend onder de veel mindere naam DW B) en gaat over hoe een man die zichzelf oud vindt (Eddy was denk ik 51 toen hij dit schreef, hoezo oud?) maar toch ook leeftijdloos, en weet er een mooie draai aan te geven in de slotzinnen.
.
De val
.
Ik ben heel goed in het vinden van de stoep
die struikelen doet. Een leeftijdloos moment.
De oude man die zich terugvindt in het wankelend kind.
.
Tussen vliegen en de onontkoombaarheid
van de zwaartekracht. ik verwacht mijn schaterlach
op andermans gezicht: de slapstick. De bananenschil
en de ober die zijn borden redden wil.
.
Wat niets van dit alles verschilt: het strelen
van vrouwenarmen, als steeds bereid
te beweren dat zij mij ontvangen.
.
Laatste dag
Charles Bukowski
.
Ook in de vakantie mag een gedicht van de Amerikaanse dichter Charles Bukowski (1920-1994) natuurlijk niet ontbreken. Uit de bundel ‘Burning in Water, Drowning in Flame: Selected Poems 1955-1973’ uit 1996 het gedicht ‘the trash men’.
Dit was de laatste dag van mijn vakantie. Ik wil Marianne heel hartelijk bedanken voor haar inspirerende gastblogs van de afgelopen week. Ik denk zeker voor herhaling vatbaar.
the trash men
.
Minirap ter overweging
L. Th. Lehman
.
Vandaag sta ik voor mijn boekenkast en daar pak ik, zonder te kijken, de bundel ‘ Zeventiende Nacht van de Poëzie’ uit 1997. Zoals inmiddels bekend sla ik deze bundel dan op een willekeurige pagina open en dan kom je, in dit geval uit bij het gedicht ‘Minirap ter overweging’ van de excentrieke Rotterdamse dichter, danser, surrealist, jurist en scheepsarcheoloog L. Th. Lehman (Louis Theodorus Lehman 1920-2012).
In dit gedicht klinkt kritiek ten opzichte van rap (“maak het maar bebabbelbaar”) en is toch ook grappig. In tegenstelling tot een aantal gedichten in deze bundel staat bij dit gedicht niet waar het uit genomen is, wat mij doet vermoeden dat Lehman het speciaal geschreven heeft voor de Nacht van de Poëzie of nog had liggen.
.
Minirap ter overweging
.
Tafeltje tiktak, klokje bom!
Dingen in de keuken vallen om.
Koekepan pingpong, kopje krak!
Uit door de voordeur, binnen door het dak.
.
Maak het maar, maak het maar,
maak het maar bebabbelbaar.
(te herhalen ad.infin.)
.
Anton Korteweg
Brief
.
Schreef ik een paar dagen geleden nog over een gedicht van Willem van Toorn getiteld ‘Brieven’, vandaag voeg ik daar een gedicht aan toe getiteld ‘Brief’. Ik kocht afgelopen weekend in een kringloopwinkel in Brugge de bundel ‘Gedichten 1992’ uit de Poëziereeks van het David Fonds, samengesteld door Hubert van Herreweghen (1920-2016) en Willy Spillebeen (1932).
In die bundel staat dus het gedicht ‘Brief’ van Anton Korteweg (1944). Dit gedicht werd eerder gepubliceerd in het tijdschrift Maatstaf. jaargang 39 uit 1991.
.
Brief
.
Wat ik niet kan! Op dezelfde rij tegels
honderden meters fietsen als een streep
en nooit de randen zelf maar raken. Als
aan elke kant van me het land ook maar
tien centimeter lager lag, hoe snel
verzwolg de afgrond me. Tennissend met
m’n zoon mis ik geen bal, in het echt
maakt m’n vader me in. Maar je weet,
er is bij ons geen afgrond meer en
mijn vader, hoe lang is hij dood al.
.














