Site-archief
Meneer K
Rutger Kopland
.
Staand voor mijn boekenkast, pak ik zonder te kijken een bundel van een plank. De bundel die ik gepakt heb is ‘Het orgeltje van yesterday’ uit 1968 van Rutger Kopland (1934-2012). Ik open de bundel op een willekeurige pagina (35 in dit geval) en daar staat het gedicht ‘Meneer K’ en op de tegenoverliggende pagina 34 het gedicht ‘Juffrouw A’. Allebei fraaie gedichten maar omdat ik ‘Meneer K’ als eerste zag wil ik dat vandaag met jullie delen.
.
Meneer K
.
Meneer K is nu voorgoed naar het gesticht
gebracht omdat hij iedere nacht naar moeder
wilde. het hielp niets meer als men zei
dat moeder 20 jaar geleden al gestorven was,
5 minuten later besteeg hij toch de brom-
fiets en verdween vol-gas in het duister.
.
Meneer K (51), zijn gezicht stil van verkalking,
weet niets meer, alleen tegen het einde van
de dag glimlacht hij als hij naar buiten kijkt
en ziet dat het al donker wordt. Kom zegt hij
dan, ik stap maar weer eens op.
.
Tussen hemel en aarde
Leo Mesman
.
In de bundel ‘Tussen hemel en aarde’ uit 2013 heeft Gerrit Komrij ‘vignetten, voetnoten en verzuchtingen over de poëzie’ opgeschreven. een zeer informatief en vermakelijk boek over poëzie. Zo schrijft hij over een vers van Leo Mesman, getiteld ‘Op de poëzij’ dat je hieronder kan lezen: “het vers mag krom zijn maar de observaties zijn terecht. Het gekibbel der poëten kent geen einde. En je doet er maar het beste aan ervan te genieten, zoals je ook kunt genieten van al het vals gevlei en de jaloezij in de showbiz-wereld of de voetballerij. Wat mij betreft zouden ze morgen moge starten met een RTL Boulevard voorde poëzie (gelukkig ben ik a-typisch).”
Ik merk dat het lezen van beschouwende en inhoudelijke boeken over poëzie me op nieuwe ideeën en inzichten brengt en, niet onbelangrijk, heel erg leuk zijn om te lezen. Zo schrijft Komrij dat hij het gedicht tegenkwam op de website van Leo Mesman (1949). Natuurlijk ben ook ik daar een kijkje gaan nemen en wat blijkt? Zijn blog (want dat is het feitelijk, net als dit blog) is een bron van gedichten in allerlei vormen en verdeeld in vele categorieën. Voor de liefhebber zeker een aanrader om daar eens te gaan kijken. In het gedicht waarover Komrij (1944-2012) schreef ‘Op de poëzij’ komt hij zelf ook aan het woord.
.
Op de poëzij
.
‘Poëzie, ’t is maar aanstellerij’,
zegt de dichter Komrij.
Maar net al hij ben ik toch blij:
het brengt leven in de brouwerij.
.
Niet alleen de poëzij!
.
Je krijgt er ook nog gratis
het gekibbel bij,
met vals gevlei en jaloezij:
‘wie kijkt er meest naar mij?’
.
Soldaatje spelen
Laurens Hoevenaren
.
Het is soms wonderlijk hoe ik aan informatie over poëzie, gedichten of dichters kom. Zo kwam ik op Facebook een video over een website tegen waar je miljoenen boeken kon downloaden en/of beluisteren. De website welib.org heb ik bekeken en ik heb daar gewoon eens gekeken of en welke poëzie in het Nederlands daar terug te vinden is. Een van mijn eerste hits was ‘De schuilkelders van de poëzie’ van De Scriptomanen Vzw.
Vzw de Scriptomanen organiseerde in 2014 in samenwerking met de Afdelingen Literaire Creatie en Voordracht van de Academie voor Podiumkunsten Aalst een poëziewedstrijd, naar aanleiding van 100 Jaar Kerstbestand Eerste Wereldoorlog, met als thema ‘Oorlog & Vrede’. Een poëziewedstrijd dus waarvan een bundel is uitgegeven.
Onder de inzenders van de gedichten een voor mij bekende namen als Hervé Deleu en Gerard Scharn, beide winnaar van de Ongehoord! poëziewedstrijd (respectievelijk in 2012, de eerste editie, en 2014). Toch werd een andere dichter als laureaat gekozen of in het Nederlands tot winnaar van deze poëziewedstrijd, namelijk Laurens Hoevenaren met het gedicht ‘Soldaatje spelen’ (die overigens ook de tweede plaats won met een ander gedicht).
In het juryrapport opgesteld door Ellen Lanckman, wordt het winnende gedicht als volgt beschreven: “Soldaatje spelen / Hoe ver is veilig hier vandaan? De gedichten Soldaatje spelen en Hoe ver is veilig hier vandaan? zijn de respectievelijke nummer een en twee van de wedstrijd. Ze werden beide geschreven door Laurens Hoevenaren en waren erg aan elkaar gewaagd. De jury was het unaniem eens dat de gedichten kwalitatief hoogstaand zijn: er is nagedacht over de vorm, de inhoud, het ritme én het onderwerp. Dat Soldaatje spelen als winnend gedicht werd gekozen, ligt enkel en alleen aan het verschil in smaak van de juryleden onderling. Beide gedichten zijn literaire pareltjes. Een terechte winnaar!”
Laurens Hoevenaren (1960) debuteerde in 2015 met de bundel ‘Hoe ver is veilig hiervandaan?’, werd met gedichten opgenomen in vele verzamelbundels en won in 2015 de Jotie T’Hooft poëzieprijs en de Turing gedichtenwedstrijd. Wil je het andere gedicht ook lezen zoek deze bundel dan zelf even op. Hieronder het winnende gedicht.
.
Soldaatje spelen
.
we gingen kruisen tellen
op het allereerste veld
maar wisten niet
wat er na honderd kwam
dus deden we: wie vindt de jongste
je had er wel van zeventien
.
en daarna: wie heet er net als jij
dezelfde voornaam gaf vijf punten
een achternaam wel tien
.
ooit vond ik er
mijn voor- en achternaam
in marmeren zonlicht staan
toen ben ik stil
en zonder punten
heel stil gegaan
.
Ogenneuk
Piet-Hein Zijl
.
Ik kocht de bundel ‘Zoals een haan een ei legt’, de beste 100 gedichten uit de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2009. Het leuke aan dit soort bundels is dat er veel dichters in staan waar ik nog nooit van gehoord heb, dichters die blijkbaar in een zekere anonimiteit de pen ter hand nemen (of het toetsenbord) en daar een gedicht mee schrijven, opsturen naar de wedstrijdredactie en daar dan worden uitgekozen als één van de beste 100 inzenders. Ik heb al eerder geschreven over de editie van 2012, 2013, 2014, en 2016, en nu dus die van 2009.
In deze editie ken ik van de 100 beste gedichten (het zijn minder dan 100 dichters want een aantal is met twee gedichten opgenomen) er welgeteld 9 en dan alleen van naam (de enige die ik ken van een bundel die ik gerecenseerd heb is Robin Veen). Maar lezend in de bundel kwam ik bij het laatste gedicht met de intrigerende titel ‘ogenneuk’. Bij het lezen van zo’n titel heb ik meteen een beeld en dat blijkt wonderwel te kloppen met hetgeen de dichter in het gedicht heeft willen beschrijven.
Het gedicht is van Piet-Hein Zijl (1946). Zijl is beeldend kunstenaar, tekenaar en graficus (etser), pianist en dus blijkbaar ook dichter. Heel veel meer kwam ik niet tegen maar laat het gedicht voor zichzelf spreken.
.
ogenneuk
.
met de jongedame van de kassa had ik
een halfminuutje of daaromtrent
ogenneuk want we lachen glim over mijn dichten over tijd
misschien kwam ik ook wel eerder klaar
of had ik me eerder al uit in elk geval de diepte van haar ogen
teruggetrokken zo sprankelend bruin en amandelvormig jong
of zij welllicht uit de mijne
.
dit alles na voltanken
Suzi in elk geval stroomde ervan over
zou binnenkort weleens over tijd kunnen zijn
net als mijn dochter dat is
.
met autobaby maar ook met mensenbaby amandelvormig ogend
zal kleinzoon Milo willen spelen
ook met de baby natuurlijk van zijn moeder het broertje
zo luidt de bestelling
‘mijn baby’ heet nu al trots zijn bezit
.
nu nog zijn mama met buikgriepachtige verschijnselen
die geen veel te vroege baby baren mag
geef alsjeblieft Milo zijn echte broertje of dan maar zusje
.
De lente komt
Ali Şerik
.
Afgelopen week moest ik in de bibliotheek van Utrecht zijn en wanneer ik daar ben loop ik altijd even naar de poëzie afdeling. Om wat tijd te doden nam ik plaats op een deel van de tijdschriften en krantenafdeling op de tweede verdieping en las ik het tijdschrift ‘Schreef’ proza en poëzie door en voor liefhebbers, uitgegeven door Taalpodium, een vereniging van ruim honderd (vrijetijds-)schrijvers en -dichters, waarvan diverse leden hun sporen verdiend hebben met het winnen van dicht- en verhalenwedstrijden, anderen met de uitgave van dichtbundels, verhalenbundels en romans.
In ‘Schreef’ dat vier keer per jaar verschijnt staat poëzie van allerlei dichters die niet of vaak nog maar net gepubliceerd zijn, opgenomen met een gedicht. Een van die dichters is Ali Şerik (1962). Deze uit Turkije afkomstige dichter publiceerde in Turkije drie dichtbundels en in Nederland inmiddels 5 bundels waaronder ‘De zachte veren van de tijd‘ uit 2024.
Voor het Nationale Boekblog schrijft hij van maart 2012 tot augustus 2013 elke vrijdag een gedicht. In 2024 begint hij hier opnieuw mee, nu maandelijks met een gedicht. Op dit moment publiceert hij ook regelmatig gedichten in het blad ‘Dichter’ van Plint. Ook is Ali recensent voor Meander.
In de ‘Schreef’ is het gedicht ‘De lente komt’ van zijn hand opgenomen. En hoewel de zomer bijna een feit is, toch een toepasselijk gedicht voor deze tijd van het jaar.
.
De lente komt
.
Wat zeker is, is dat de lente komt.
Of wij lief voor elkaar zijn
of het tegendeel proberen te bewijzen
de lente komt sowieso, als een eigenwijze kleuter.
.
De kou van de winter ontdooit
bomen schudden zich wakker
de leeuwerik is weer terug om te zingen.
De lente komt als vechtende meerkoeten.
.
De aarde ontwaakt met spinnen en vleermuizen
houten vogelnestjes worden schoongemaakt
winterjassen krijgen een stille plek.
De lente komt als de vleugels van zwanen.
.
Zaad voor nieuw leven ontkiemt
geschreeuw van kinderen steekt de straat over
iemand kust iemand vol op zijn of haar mond.
Wat zeker is, is dat de lente komt.
.
Zij is mijn moeder niet maar zwaait
Kira Wuck
.
Het kan je zomaar gebeuren, je loopt in een park en er zwaait iemand naar je. Iemand die je niet kent. Kira Wuck (1978) schreef er het gedicht ‘Zij is mijn moeder niet maar zwaait’ over. Het komt uit haar bundel ‘Finse meisjes’ uit 2012.
.
Zij is mijn moeder niet maar zwaait
.
Een vrouw met rossig haar
en zwarte rok loopt door het park
zij is mijn moeder niet maar zwaait
.
soms ging ik naar de stad
misschien liep ze tussen de mensen
op haar hoge hakken
een angstige reiger
waaromheen de lucht bevroor
.
ik zocht en zocht tot er niemand meer was
.
misschien huilde ze
misschien was ze gelukkig
.
Blind gepakt
Jive!
.Vandaag ben ik maar weer eens voor een van mijn boekenkasten gaan staan en heb daar, zonder te kijken, een willekeurige dichtbundel uit de kast gepakt. het bleek de bundel ‘Aambeeld‘ van Bernlef (1937-2012) te zijn uit 1998. Op nieuw pakte ik de bundel om deze op een willekeurige pagina topen te slaan en daar stond het gedicht ‘Dansles’. Ook bij dit gedicht had ik meteen een beeld. In een van de laatste afleveringen van ‘So you think you can dance’ werd door een koppel een Jive gedanst. In mijn idee een beetje ouderwetse dans maar na deze uitvoering was ik om: energiek, wild, technisch en prachtig om naar te kijken. De uitroep van het meisje in het gedicht begrijp ik nu ook veel beter.
.
Dansles
.
Leer mij jiven roept het meisje
Leer mij dat!
.
In de vensterbank zit de oude kat
te loeren naar de slanke lijster
.
op de achtegrond het bandje
met de iets te geblondeerde zangeres
‘There’ll Never Be Another You’
.
Leer mij jiven roept het meisje
Leer mij dat!
.
In de vensterban zit
nog steeds de oude kat.
.
Graf te B.
Sjoerd Kuyper
.
Toen ik in de bundel ‘Het heelal van jouw hart‘ de mooiste gedichten uit 2012 van Sjoerd Kuyper (1952) het gedicht ‘Graf te B.’ las moest ik meteen denken aan het gedicht ‘Graf te Blauwhuis‘ van Gerard Reve. Zou Kuyper dit gedicht in gedachten hebben gehad? Waarschijnlijk niet gezien het feit dat Sjoerd in Bergen aan Zee woont (wat een logischer verklaring voor de titel zou zijn). De bundel werd overigens samengesteld door Margje Kuyper (de vrouw van Sjoerd en aan wie de bundel is opgedragen) en Thomas Verbogt.
.
Graf te B.
.
Ik wilde nooit iets worden,
ik wilde liever zijn,
het liefst wie ik al was.
.
Nu wil ik niets geweest zijn.
Het is goed zoals het is:
.
geen grijsaard meer, geen man,
geen kind. Kus me
wind, ik ben het gras.
.
Deze aarde, wij hebben ze opgebruikt
Herwig Hensen
.
Afgelopen weekend las ik wat in de bundel ‘De Nederlandstalige poëzie in pocketformaat’ samengesteld door Philip Hoorne en Chrétien Breukers uitgegeven door Compaan uitgevers in 2012. Het aardige aan dit soort verzamelbundels is dat je altijd ontdekkingen doet, elke weer opnieuw namen van dichters tegenkomt die je niet kent. En dat was ook dit keer het geval.
In de bundel is een gedicht opgenomen met de titel ‘Deze aarde, wij hebben ze opgebruikt’ van Herwig Hensen. Meteen moest ik denken aan de Klimaatdichters, had ik een naam gemist? Maar niets bleek minder waar, Herwig Hensen (1917-1989) was al lang overleden toen de Klimaatdichters zich verenigden in een collectief met die naam.
De Vlaamse Herwig Hensen (pseudoniem van Florent Constant Albert Mielants jr.) was schrijver, docent wiskunde, docent dramaturgie en dichter. Aanvankelijk stond de poëzie van Herwig Hensen onder invloed van het impressionisme en het symbolisme van Karel van de Woestijne. Zijn later werk werd meer introvert. Zijn klassieke verzen geven afwisselend een smart weer om de waanzin van deze wereld en een bejubelen van het wonder van het leven.
Voor zijn werk werd hij meerdere malen bekroond, zo kreeg hij onder andere de Grote Driejaarlijkse Staatsprijs voor Poëzie (1938-1940). Zijn werk werd in meerdere talen vertaald. Hensen debuteerde in 1934 met een in eigen beheer uitgegeven bundel getiteld ‘Verzen’. Het gedicht ‘Deze aarde, wij hebben ze opgebruikt’ werd genomen uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1988. Het gedicht dateert waarschijnlijk uit 1971. Toen was deze dichter zijn tijd dus al ver vooruit met zijn gedachten en zorgen om het milieu en de waanzin van de wereld.
.
Deze aarde, wij hebben ze opgebruikt
.
Deze aarde, wij hebben ze opgebruikt:
Grond, wateren, beemden, bomen,
De vrucht die smaakt. De bloem die ruikt,
En ’t land waarvan wij dromen
.
Wat geven wij onze kinderen mee
Behalve spreuken en kogels?
Niet eens het zuivre zout van de zee
En ’t zingen van de vogels
.
Maar wél het gif en het haastige kruit,
en haat die alom kan passen.
Sindsdien doven de lentes uit
en dorren vroeg de grassen.
Belofte slaat over in ongeduld
voor wie geen hoop meer bewaren.
Wat zijn wij onder zoveel schuld?:
Bedriegers of barbaren?
.












