Site-archief
Liggen in de zon
Hans Andreus
.
Eindelijk, de zomer is begonnen (de meteorologische zomer begint op 1 jun i) en dat was de afgelopen dagen al een beetje te merken aan het heerlijke weer. Omdat het altijd een goed idee is om iets van dichter Hans Andreus (1926-1975) te delen, daarom een gedicht dat mooi aansluit bij deze nieuwe zomer.
Uit zijn bundel ‘Gedichten 1948-1975‘, uit 1975, nam ik dan ook het gedicht ‘Liggen in de zon’ dat oorspronkelijk verscheen in zijn bundel ‘Muziek voor kijkdieren’ uit 1951. Liggen in de zon, een aanbeveling die ik iedereen kan doen (maar wel goed smeren) en dan met een fijne dichtbundel van bijvoorbeeld Hans Andreus.
.
Liggen in de zon
.
Ik hoor het licht het zonlicht pizzicato
de warmte spreekt weer tegen mijn gezicht
ik lig weer dat gaat zo maar niet dat gaat zo
ik lig weer monomaan weer monodwaas van licht.
.
Ik lig languit lig in mijn huid te zingen
lig zacht te zingen antwoord op het licht
lig dwaas zo dwaas niet buiten mensen dingen
te zingen van het licht dat om en op mij ligt.
.
Ik lig hier duidelijk zeer duidelijk lig zonder
te weten hoe of wat ik lig alleen maar stil
ik weet alleen het licht van wonder boven wonder
ik weet alleen maar alles wat ik weten wil.
.
Gastredacteur Mugzine
Wim van Til
.
Vanaf dit jaar, te beginnen met de zomereditie die verschijnt medio juli/augustus, hebben wij van MUGzine iets nieuws. Het gastredacteurschap. Vanaf nu willen we elk jaar een dichter of poëzieliefhebber uitnodigen om als gastredacteur op te treden voor MUGzine en zelf te bepalen welke dichters en mogelijk ook welke kunstenaar/illustrator er in het zomernummer verschijnt.
De eerste dichter en allround poëzieliefhebber en kenner die we vroegen is Wim van Til (1955). Wim is naast dichter leraar Nederlands. Hij richtte in het jaar 2000 het Poëziecentrum Nederland op, een studie- en documentatiecentrum voor moderne Nederlandstalige poëzie dat ruim 17.000 bundels, vele bloemlezingen en vertaalde poëzie omvat en een uitgebreid knipselarchief met recensies, besprekingen, interviews en geschreven portretten van dichters en secundaire literatuur herbergt.
Sinds 1975 verschijnen met onregelmatige tussenpozen gedichten van hem in tijdschriften en bloemlezingen. Wim van Til debuteerde in 1981 met de bundel ‘Dichtmaken open’. Wim van Til ontving voor zijn werk bij het Poëziecentrum Nederland de eerste Esther Jansma-prijs.
Maar Wim is ook dichter en in de nieuwe MUGzine verschijnen ook nieuwe gedichten van zijn hand. Nu hier alvast een voorbeeld van zijn kunne, uit de bundel ‘De reestap over het leenveld’ uit 2002 het gedicht ‘Alles begint en herbegint met zwijgen’.
Alles begint en herbegint met zwijgen
.
Alles begint en herbegint met zwijgen
Alles begint en herbegint met zwijgen, de taal
die het verleden spreekt, is eigen. Wat eigen is,
is stervensmoe fragiel. Wie kilt mijn vragen nu
mijn weemoed strekt, wie warmt de dagen nu ik
leegte zie in naderend verschiet? Ginds in het oer
versliep zich onze dag. En elke stap daarna wordt
trager en trager; steeds sneller dwalen onze gebaren
terug naar het leenveld van onze ontmoeting.
Rondom mij herhaalt zich het water, herhaalt zich
herhaald wat ik vraag en een antwoord voltrekt
in dat ene moment van volmaaktheid als de dag
onaangedaan stil hangt tot de beulsknecht zich buigt.
Het zal eerder sneeuwen in de zomer dan dat haar
gestalte zich loutert en luistert voordat mijn woord
van zwijgen naar zwijgen vergaat.
.
Florentine Rey
Erotische gedichten
.
In een boekhandel in Frankrijk vond ik het boek ‘La poésie erotique aujourd’hui’ uit 2025, met daarin heel veel Franse erotische gedichten met prachtige tekeningen. Een van deze gedichten is van Florentine Rey (1975). Heel veel over haar kon ik niet terug vinden maar ik weet dat ze, na het oprichten van een artistieke productiestructuur op het snijvlak van kunst en technologie, zich heeft gewijd aan schrijven, dichten en performance.
Haar poëzie verscheen bij uitgeverijen als Bruno Doucey en Castor Astral. In de bundel is het onderstaande gedicht (vertaling gemaakt met behulp van AI, mijn Frans is helaas niet goed genoeg dit zelf te doen). Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Pampilles’ uit 2023.
.
Onder mijn Franse cancan-rok
knijpt mijn oog van ongekende gedachten zich samen
en streelt hun gulzige hoofden
ik heb de ambitie om met een hand
hun verlangen te vertalen, goed verlicht tussen
de dijen peddel ik voluit, vooral
het kleine geslacht dat daar staat
.
Vierde dag
Jan Kal
.
Vierde dag alweer en vandaag gekozen voor een gedicht van Jan Kal (1946). Dit keer uit de bundel ‘Assepoester’ uit 1981 met tekeningen van Irene Wolfferts. In deze bundel staan 39 sonnetten en als ik de voorlaatste bladzijde mag geloven (en waarom zou ik dat niet doen?) dan zijn deze sonnetten geschreven tussen 10 november 1975 en 7 maart 1980. Ik koos voor het sonnet met nummer I.
.
I
.
Er was eens een rijk man. Hij had een vrouw
van wie de levensdraad ten einde liep.
Er was één dochter, die ze bij zich riep,
met goudblond haar en ogen hemelsblauw.
.
Ze zei: ‘Liefkind, gedenk toch wie je schiep,
dan blijft de Lieve Heer je altijd trouw.
Weet dat ik uit de hemel je aanschouw.’
Daarna sloot zij haar ogen en ontsliep.
.
Vaak ging hert meisje naar haar Moeders graf,
en in de winter werd een wit tapijt
van schone sneeuw daarover uitgespreid.
.
De voorjaarszon smolt heel het kleed er af,
en op een dag met prachtig
trouwde haar Vader voor de tweede keer.
.
Hotelkamer
Koningsdag
.
Vanmorgen hoorde ik op de radio dat de koning en koningin vannacht in een van der Valkhotel hebben geslapen in Hurdegaryp (ze zijn zo gewoon gebleven). Omdat ik vandaag een gedicht wilde delen dat over een koning of over een vrijmarkt gaat (maar die kon ik zo snel niet vinden) heb ik dit gegeven aangegrepen. In de bundel ‘Door mij spreken verboden stemmen’ bloemlezing uit de moderne buitenlandse poëzie 1900-1950 samengesteld door Sybren Polet uit 1975 (1e druk 1961) vond ik het gedicht ‘Hotelkamer’.
Ik zie dat helemaal voor me, de koning en koningin in een kamer in een vleugel waar buiten de prinsesjes alleen maar beveiliging aanwezig is. ’s Morgens naar het ontbijtbuffet in de ontbijtzaal waar opnieuw geen andere gasten aanwezig zijn; broodje kaas, broodje jam, koffie en thee, heerlijk kneuterig allemaal. Het gedicht ‘Hotelkamer’ van de Tsjechische dichter Jiří Wolker (1900-1924) beschrijft zo’n kamer, zoals ook in het hotel waar de koninklijke familie verblijft. Het gedicht ‘Hotelkamer’ werd vertaald door J. Molitor.
Jiří Wolker behoort, ondanks zijn vroegtijdige dood op 23 jarige leeftijd (tuberculose), tot de belangrijkste Tsjechische dichters. Tijdens zijn leven publiceerde hij slechts drie boeken: ‘Host do domu‘ (Gast in het huis), ‘Svatý Kopeček’ en ‘Těžká hodina’ (Het zware uur) alle drie uitgegeven in 1921. De gedichten in ‘Host do domu’ worden gekenmerkt door elementen als harmonie, afwezigheid van conflicten, de schoonheid van het leven en liefde voor mensen en alledaagse dingen.
Wolker was samen met Karel Teige de oprichter van de Tsjechische kunststroming Proletářské umění (Proletarische kunst). Daarom werd hij beschouwd als een proletarische dichter, hoewel hij nooit tot de proletariërs behoorde. Deze stroming beeldde vooral de arbeidersklasse uit , haar onderdrukking en uitbuiting. Ze werd gekenmerkt door haat tegen oorlog en een verlangen naar een rechtvaardige wereld.
,
Hotelkamer
.
Een kamertje van zes kroon,
nummer vijfentwintig,
met uitzicht op een muur, wasstel en bed,
knikkebolt op een samengelijmde
stoel en tuurt
als een jonkvrouw rijk aan jaren,
die veel gezien heeft, niet bemind, geen min ervaren.
Wie des middags al komt voor de nacht
gaat zitten op het bed, met lege handen,
en denkt ingespannen na
of niet iemand
of niet iemand uit deze vreemde stad
kan komen om hem een onbetaalde glimlach te brengen
en iets goedigs, lichts en warms te zeggen,
dat zelfs de allerdroefste dingen in de kamer zien,
dat alles toch niet zó is als zij soms wel denken.
.
Flanders Literature
Albert Bontridder
.
Behalve van poëzie hou ik erg van alles wat met poëzie te maken heeft. Ook websites over poëzie of over dichters mag ik graag bekijken. Of het nu van één dichter is of, zoals in het geval van de poëziesectie van de website ‘Flanders Literature’, een website over meerdere dichters of poëzie in het algemeen, het heeft mijn interesse. Op de website ‘Flanders Literature’ staat in de poëzie sectie een overzicht van Vlaamse dichters. Het zijn er 45 en ik durf te beweren dat elk van deze dichters wel ergens op dit blog voorbij komt. Waarom deze website over het literaire landschap van Noord-België een Engelstalige titel heeft is me overigens een raadsel. Juist de Vlamingen staan bekend om hun behoud van de Nederlandse taal.
Eén van de 45 dichters is Albert Bontridder (1921-2015). Deze Vlaamse architect en dichter was, vanaf 1949, redacteur van het vernieuwende tijdschrift ‘Tijd en Mens‘, waarmee hij het modernisme in de Vlaamse poëzie en literatuur introduceerde. Bontridder debuteerde in 1951 met de bundel ‘Poésie se brise’ in het Frans en ‘Hoog water’ in het Nederlands. Zijn doorbraak kwam in 1955 met zijn maatschappelijk geëngageerde gedichten over Willie McGee in ‘Dood hout’.
Hij won in 1957 de Arkprijs van het Vrije Woord. In 1967 werd hij opgenomen in de groep rond het tijdschrift Kentering. In 1972 mocht Bontridder de Jan Campert-prijs in ontvangst nemen. In 1975 werd hij voorzitter van PEN Vlaanderen, in 1984 lid van de Académie Royale de Belgique, Classe des Beaux-Arts, en van 1987 tot 1993 was hij voorzitter van de Europese Vereniging ter Bevordering van de Poëzie.
Uit zijn laatste bundel uit 2012 getiteld ‘Wonen in de vloed’ komt het gedicht ‘Overweging’.
.
Overweging
.
De maat van alle dingen
– zo die al bestaat –
is de juiste nabijheid,
inclusief de geboden afstand
van wat mét ons
en tégen ons is,
niet in enige afgebakende ruimte,
niet in een vermoede
of gevreesde confrontatie,
maar in het begrip
van de buigzame,
weerbare,
slijtbare
tussenruimte.
.
Gouden munt
Tj. A. de Haan
.
In 2019 schreef ik een blogpost over de bundel ‘Album van de Indische poëzie‘ uit 2014. Ik plaatste daar toen een gedicht bij van de dichter Tj. A. de Haan. Naar aanleiding van dat bericht kreeg ik een reactie van zijn zoon die mij meer kon vertellen over zijn vader Tjaarda Aldert de Haan (1909-1984). Naar aanleiding van dit bericht heb ik een paar keer met dhr. de Haan gebeld en hij heeft zijn zus, mevrouw A.M. Schermer – de Haan gevraagd om mij een exemplaar van ‘Gouden munt’ en ‘Mnémosyné’ toe te sturen, wat ik graag aanvaarde. De bundel ‘Gouden munt‘ mocht ik houden en daar heb ik later weer een gedicht uit gedeeld.
Nu kreeg ik deze week opnieuw een reactie op mijn blog, dit keer van de zoon van Aldert Willem de Haan, Peter de Haan, en dus de kleinzoon van Tj. A. de Haan, dat zijn vader vorig jaar is overleden op 90 jarige leeftijd. Op zijn blog schreef hij een bericht over zijn vader en grootvader. Als eerbetoon schreef hij er een gedicht over. Ik heb goede herinneringen aan mijn gesprekken met Aldert Willem, ze waren inhoudelijk en hij wist veel over zijn vader te vertellen. Als eerbetoon van mij aan hem een gedicht van zijn vader (volg je me nog?) uit zijn bundel ‘Gouden munt’ uit 1975 en wel het titelgedicht.
.
die glansde in de zon,
een munt die ik aan niemand
en nooit meer kon geven.
ik hield hem vast in mijn droom,
ik hield hem vast als een vogel,
zo rustig in een boom.
was de munt plotseling
voorgoed uit mij verdwenen,
ik weet niet meer waarheen.
nu loop ik door de stad,
en vraag aan alle mensen:
wie heeft mijn munt gehad?
Nieuwjaarsreceptie
Daniël Dee
Op oudejaarsdag kijk ik graag nog even terug én vooruit. Het afgelopen jaar was weer een vol en poëtisch jaar. Opnieuw wist ik elke dag een bericht te schrijven en te plaatsen op dit blog, heb ik weer op mooie plekken mogen voordragen (op een dak, een begraafplaats, een kloostertuin, tijdens de presentatie van een bundel, in een kas) verschenen mijn gedichten in verzamelbundels en op de Poëziekalender, was ik actief in drie poëziestichtingen en verscheen er een dichtbundel bij MUGbooks en opnieuw vijf exemplaren van het minipoëziemagazine MUGzine.
Maar ik wil ook vooruitkijken naar nieuwe initiatieven, blogberichten, voordrachten en publicaties en hopelijk (de tijd!) een nieuwe dichtbundel na zoveel jaar. En zoals elk jaar zijn er de komende weken nieuwjaarsrecepties waar ik acte de présence zal geven, professioneel, uit nieuwsgierigheid of om mensen te ontmoeten en het beste te wensen voor weer een nieuw jaar. Dichter Daniël Dee (1975) schreef er in zijn bundel ‘Monsterproof’ uit 2010 een passend gedicht bij getiteld ‘Tijdens de nieuwjaarsreceptie of om het even welke bijeenkomst’.
.
Tijdens de nieuwjaarsreceptie of om het even welke bijeenkomst
een sociale fobie
waarom kan mijn verschijning niet versmelten met het bloemetjesgordijn
na een paar wijntjes gaat het wel glas recht houden niet morsen
.
iedereen heeft een ander
.
om iets tegen te melden geanimeerd ik weet niet eens waar
ik het over moet hebben geroezemoes stijgt op uit groepjes
als ik mijn ogen sluit dan kan ik er bijna op meewiegen
niet te lang mijn ogen sluiten aanschouw de nachtmerrie
een groepje van vier mannen gezonde mannen in mooie pakken
dure pakken bewegen in slowdance steeds dichter naar het raam
waar ik sta in mijn verschijning versmolten met het bloemetjesgordijn
ze nemen me niet waar de man met zijn rug naar me toe
ritselt zijn roos in mijn wijn nu doen alsof ik me bewust
even alleen heb teruggetrokken doen alsof ik even bel
met de gsm tegen mijn oor zeg ik ja dat begrijp ik ik zal
niet te lang meer blijven ik kom zo naar je toe als op dat
moment daadwerkelijk mijn mobiel begint te rinkelen
.















