Site-archief

Stripgedicht

Marc Weikamp

.

In het poëzietijdschrift Awater wordt in elke editie een kunstenaar gevraagd een gedicht te ‘verstrippen’. In jaargang 9 uit 2010 verscheen er zelfs een essay over het in stripvorm weergeven van gedichten in Awater door Patty Scholten. Inmiddels zijn we vele jaren verder en is het in stripvorm weergeven van gedichten niet nieuw meer in Nederland. Dat blijkt ook uit de bundel beeldverhalen van gedichten en liedteksten ‘Dichter in de Achterhoek’ uit 2021 van grafisch ontwerper en illustrator Marc Weikamp (1976).

De 6 gedichten (en liederen) die Marc Weikamp in stripvorm omzette zijn heel divers maar hebben allemaal gemeen dat ze een directe link hebben met de Achterhoek. Dit zijn die gedichten en liederen:

-Willem Sluiter is de eerste dichter die de naam Achterhoek bezigt. Zijn beroemde dichtregels ‘Waer iemant duisent vreugden soek, Mijn vreugt is in dees’ achter-hoek’ werden in 1668 gepubliceerd.

-Herdenking, van A.C.W. Staring (1767-1840), is een gedicht over natuur en ontluikende verliefdheid uit de Romantiek.

-‘Ik heb van de natuur nog nooit genoten / Als hier op Hoonte in de Achterhoek’. Deze regel komt uit het gedicht ‘Hoonte’ (1949) van Gerrit Achterberg dat hij schreef tijdens zijn verblijf in Neede.

-Het dialect-lied ‘Oerend hard’ (1976) van Normaal geeft een heel herkenbaar Achterhoekgevoel; de beleving van de kameraadschap, de boeren (sub) cultuur en de no-nonsens mentaliteit.

-‘Vrouw Begeerdink’ (1992) is een humoristisch lied van de Achterhoekse dialect-band Boh Foi Toch. Het is geschreven door Hans Keuper, zanger en tekstdichter.

-‘Eensklaps roeken’ (2013) van H.C. ten Berge, speelt zich af op de verkeersbrug over de IJssel bij Zutphen. De brug vormt de entree tot de Achterhoek, zoals op een bord langs de weg staat te lezen.

Hieronder zie je een paar voorbeelden van wat Marc ervan heeft gemaakt. Het boek met alle gedichten is nog steeds te koop.

.

 

We geven de zaak uit handen

MUGzine #33

.

Omdat wij, de makers van MUGzine, een bepaald idee hebben over hoe we MUGzine willen maken (verrassend eigenwijs, lieflijk irritant en niet onopgemerkt) hebben we voor de nieuwe editie iets nieuws bedacht: De gastredacteur. We willen poëziekenners en -liefhebbers gaan vragen of ze gastredacteur willen zijn van MUGzine. Hoe vaak en wanneer we dat gaan doen, tsja dat weten we zelf eigenlijk nog niet, maar tenminste een keer per jaar.

Een gastredacteur krijgt van ons de vrije hand om dichters te benaderen en te vragen om een bijdrage. Uiteraard geven we een gastredacteur wat kaders mee, MUGzine kent tenslotte haar beperkingen (A6 dus geen ellenlange gedichten en geen heel lange regels). En wanneer een gastredacteur ook een kunstenaar of illustrator wil aandragen dan mag dat ook.

Als eerste gastredacteur vroegen we Wim van Til (1955), voor wie ook maar enige notie heeft van de stand van de poëzie in Nederland, geen onbekende. Wim wist dichter en schrijver Frouke Arns te strikken en twee debuterende jonge talenten Famke Houthoff en Solaris. Uiteraard droeg hij zelf een paar gedichten aan en voor de illustraties wist hij niemand minder dan Julia le Fevre binnen te halen, de dochter van Esther Jansma.

Natuurlijk wordt de nieuwe editie geopend door onze redactiefilosoof Marianne en tekende Bart van BRRT.graphic.design voor de vormgeving, is de rubriek Muggenzuchten terug en ronden we ook deze editie af met een Luule.

Zoals je inmiddels ongetwijfeld weet is elke editie van MUGzine gratis te lezen op mugzines.nl maar de ware liefhebber wil natuurlijk het papieren kleinood dat van elk nummer wordt gemaakt thuis ontvangen. Dat kan heel eenvoudig door donateur te worden. Klik hier en lees hoe.

Geen blog zonder gedicht, dit keer van de gastredacteur zelve.

.

Bagdad-Amersfoort, enkele reis

.

Waar zwijgen zich keert tegen de kade,
deze tien vingers dit landschap betasten
en mijn muze rust in de val van blad,
verdwijnt wat ik liefheb.

Mijn woorden gaan scheep in de maan,
mijn lippen houden de wacht bij de bron.
Tot het water terugkeert,
houden mijn lippen de wacht.

.

 

Projectmedewerkers

Anne Vegter

.

Bij het zomernummer van poëzietijdschrift Awater zit dit keer de bundel (de Poëzieclubkeuze) ‘Projectmedewerkers’ van dichter Anne Vegter (1958). Deze poëzieclubkeuze krijg je meegestuurd als je lid bent van Awater. Je kunt ook gewoon een abonnement nemen en dan krijg je de tijdschriften zonder bundels toegestuurd. Anne Vegter schrijft naast poëzie ook kinderboeken, theatermonologen en verhalen en ontving verschillende prijzen voor haar werk, waaronder de Anna Blaman Prijs (2004) voor haar gehele oeuvre, en de Ida Gerhardt Poëzieprijs in 2022. Daarnaast was ze stadsdichter van Rotterdam (2021-2022) en Dichter des Vaderlands van 2013-2017.

De bundel ‘Projectmedewerkers’ bevat naast een vrij lang gedicht dat als een soort verhaal leest en uitsluitend op de onderste 5 cm van elke bladzijde is afgedrukt, een groot aantal illustraties en tekeningen van Vegter zelf en een reeks gedichten met de titel ‘voor de vervuiling 1 t/m 15’.

Ik weet dat het heel modern is om vooral ook een bijzondere lay out en vormgeving te kiezen in moderne bundels maar ik vind het toch vooral erg afleiden van waar het om draait., namelijk de teksten. Desalniettemin zijn Gina van den Berg en Vicky Francken erg enthousiast over deze bundel (niet voor niets verkozen tot Poëzieclubkeuze tenslotte door de redactie van Awater). Zij schrijven hierover onder andere: ” Projectmedewerkers laat zich lezen als een zeer persoonlijke bundel. In een rauw-poëtische familieopstelling belciht ze de moederrol vanuit verschillende perspectieven, in een razende, bijna gekmakende maalstroom aan woorden. De moederfiguur die uit de taal oprijst is menselijk, bijna driedimensionaal tastbaar. De moeder is geen madonna, geen onaantastbare Biedermeier spil van het gezin; haar zonen beuken op haar in, worstelen zich los, spreken haar tegen, putten uit een ander taalregister.”

Toch blijf ik moeite hebben met poëzie die geen gebruik maakt van leestekengebruik (interpunctie), waardoor mijn hoofd meer bezig is met te snappen waar zinnen beginnen en eindigen en niet waar die zinnen nu eigenlijk over gaan. In de gedichten ‘voor de vervuiling’ lukt dit beter, ook al ontbreken daar de leestekens (maar er staat dan wel ineens een ! en een :). Hier een voorbeeld ‘voor de vervuiling 12’.

.

voor de vervuiling 12

.

we wegen meer dan alle harde dingen min de vissen

we versleepten continenten we zeulden met soorten

ik zeg eet geen rund er is genoeg te helpen zonlicht

heeft een prijs er is genoeg troep en als het niet breekt

doet het niet mee klimaatheld! als jullie toch eens zo

over me dachten beschrijving van een geboorte:

gezeefd uit beendermeel roze vinnen zuurstofschuld

iets met vleugels tijdgebrek mijn tip: eet geen varken

ik zeg jullie érgens in geloven sjor dan de aardplaten aan

.

Tweede dag

Muziekles

.

Vandaag op de tweede dag van mijn vakantie een gedicht uit een van de leukste poëzietijdschriften voor kinderen van 6 tot 106 Dichter. Uit de editie nummer 2 van 2007, uitgegeven door Plint, dat als thema School heeft koos ik het gedicht ‘Muziekles’ van Bas Rompa (1957).

.

Muziekles

.

Open acht walnoten en

haal de hersentjes eruit.

.

Teken een notenbalk

op een oud plankje.

.

Leg een melodietje van

de lege halve doppen.

.

Eet de hersentjes op

en zing een bedankje.

.

Luminale fase

MUGzine #32

.

De donateurs hebben als het goed is vandaag of gisteren de nieuwste uitgave van het meest eigenwijze en meest particuliere poëziemagazine van de lage landen in de bus gekregen. Dit keer was de richting ‘De luminale of liminale fase fase’. Uit het voorwoord van onze redactiefilosoof: ‘Wat als wij de uitkomst zijn van een aardverschuiving die nog plaatsvinden moet, de landing van een vlucht naar voren drie seconden voor het nu’.

Met poëzie van Katelijne Brouwer (1966), Lies Wullaert en Meanderdichter Annet Zaagsma (1971). Of wat te denken van de illsutraties van de jongste kunstenaar tot nu toe Pseudowight (2002). Natuurlijk de vaste rubriek, de Luule op de achterzijde maar vooral veel poëzie. Heb je #32 al in huis? Veel leesplezier! Wil je 5 keer per jaar MUGzine ontvangen per post? Word dan donateur voor maar € 22,50. Daar koop je tegenwoordig bijna geen dichtbundel meer voor.

Voorproefje? Natuurlijk. Van de allereerste Meanderdichter Annet Zaagsma het gedicht ‘Koe’ uit haar derde bundel ‘Opgelet. Het materiaal moet ademen’  uit 2022.

.

Koe

.

dit maatwerk polyester kunstdier
is een aanwinst voor uw bedrijf, school of organisatie
zoals een cabriodak appelluizen tegenhoudt

kosmonauten zweefafval eten
groenoogdazen liefst vezels van palmbladeren
een mantelmeeuw met eetlepel

uw klittenbandfixatie kan ontwarren
vult zij transparante containers met rauwe gehaktballetjes
die zij van zichzelf aanprijst. kniesoor

dit is spelen voor volwassen onderwereldfiguren
in het dagelijks leven bezig met niets
dan geluidsoverlast voorkomen

mijn computer zegt: alles begint met melk
de wereld is drijfhout
aan uw voeten

.

De liminale fase

MUGzine #32 bijna klaar

.

April is daar, de lente is begonnen en dat betekent dat er een nieuwe MUG uitkomt. Dit keer is de richting van de MUG de luminale of liminale fase (een antropologisch begrip dat de chaotische, onzekere tussentijd beschrijft tussen twee situaties in). Nog nooit was MUGzine zo actueel. Maar het betreft hier slechts een richting, geen thema. De bijdragende dichters mogen dit naar eigen inzicht invullen met hun gedichten. En dat hebben ze gedaan.

In #32 is poëzie opgenomen van Katelijne Brouwer (1966), de Vlaamse dichter Lies Wullaert en de eerste Meanderdichter Annet Zaagsma (1971). Het artwork is dit keer van de jonge Ben Smeets a.k.a. Pseudowight (2002). Natuurlijk een voorwoord van Marianne en een Luule. Wil je nou een leuk poëtisch cadeau (zelf samenstellen)? Maak dan gebruik van onze voorjaarsactie die loopt tot de zomer.

MUGzine verschijnt op de website mugzines.nl maar de echte poëzieliefhebber wil al dat moois natuurlijk gewoon in handen hebben. Dat kan, word dan donateur. Of volg ons op Instagram, X of gewoon op dit blog.

Geen blogbericht zonder poëzie, vandaar hier een gedicht van Lies Wullaert.

.

zij las boeken, bouwde steden
en honderden huisjes aan het strand.
in het zandpaleis liet ze mensen toe,
daar speelde het lichte leven.
elke kamer had een bad, minstens een.
de mensen in de huisjes eromheen,
wasten en spiegelden zich in zee.
brachten water naar de grachten,
zetten voor hun kleinsten thee.
in het zandpaleis dachten zij niet
aan de zwaarte
in de huisjes eromheen.

.

Hans Mirck

Gedicht over de oorlog

.

Naar aanleiding van een ansichtkaart die ik vond tussen mijn spullen (van tijdschrift Liter) met daarop een regel uit een gedicht van Lans Stroeve, ging ik eens neuzen op de website van ‘Liter’. Daarop kwam ik een gedicht van Hans Mirck tegen met een intrigerende titel geschreven aan het begin van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne.

Hanz Mirck (1970), is docent Nederlands en vertaler, muzikant, dichter, ex-stadsdichter van Zutphen en Apeldoorn (dat kan, zie ook Joris Brussels) en schrijver. Hij studeerde Nederlands aan de Universiteit Utrecht en studeerde af met de scriptie over de overeenkomsten tussen de teksten in Bredero’s Groot Lied-boeck en de popgroep Doe Maar. Hij gaf de teksten van de band uit in hun definitieve vorm in het boek “Dit is alles”.

Mirck organiseerde in Zutphen jaarlijks een poëziefestival en ook coördineerde hij voor de Zutphense gemeentelijke literaire stichting alle optredens. Hij was werkzaam voor de Ida Gerhardt Poëzie Prijs en lid van verschillende literaire jury’s. In 2002 debuteerde hij met de bundel ‘Het geluk weet niets van mij’, dat werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs 2003 en tot ‘aanrader’ bestempeld door Neeltje Maria Min en Gerrit Komrij. Na deze prijs werd hij gevraagd voor de jury van de J.C. Bloemprijs en bekleedt hij deze functie nog steeds.

In 2007 ontving hij de J.C. Bloemprijs voor zijn bundel ‘Wegsleepregeling van kracht’ (2006) en inmiddels staan er zeven dichtbundels alsmede romans en kindergedichten in zijn bibliografie. Mirck is ruim tien jaar actief als schrijfdocent en redacteur, onder andere voor de popgroep BLØF. Ook was hij redacteur van het literaire tijdschrift Parmentier en voor uitgeverijen als Passage en Vassallucci.

Het gedicht in ‘Liter’ heeft een nieuwsgierig makende titel en kun je hieronder lezen.

 

Recensie van het optreden van het Russisch staatsorkest in
het theater van Marioepol

 

Een goede noot vindt altijd een goede plaats
maar vanavond struikelden de triolen grotesk
over elkaar, syncopen waren kreupele cyclopen,
de crescendo’s onmachtig lawaai.

Dit was geen musiceren maar vreugdeloos
opvolgen van instructies. Een muziekstuk is de weg
van verre dreiging naar warm licht, loutering,
een climax van mededogen.

De violisten leken laf achter elkaar aan te strijken.
De paukenisten waren blinde kinderen
in een contrapuntisch zwembad,
slagwerkers blikslagers op een kinderboerderij,

de houtblazers megalomane pyromanen
en de koperblazers het luchtalarm,
de pianist speelde geen enkele noot
die niet gelogen was.

Was het zuiver, was het vals? Het was ongeïnspireerd.
De musici leken zelf niet in hun partij te geloven, zo wordt muziek
nooit magisch. Als het bombastisch moet klinken,
laat het dan ook bombastisch klinken!

Een goed stuk zorgt dat alle mensen in de donkere zaal
het innig met elkaar eens zijn, nu bleef de twijfel afleiden.
Een meesterwerk maakt alle ogen even vochtig,
nu knipperden we alleen, als doven.

En dan de dirigent. Te laat, dronken, ongearticuleerd.
Hij leek de enige die wel in vervoering was, terwijl juist hij
de enige zou moeten zijn die het hoofd koel hield.
Hij leek vooral naar huis te willen. Net als wij allemaal.

.

Vers van de pers

MUGzine 31

.

De nieuwe MUGzine is er!, op papier en morgen op de website. Dit keer met de winnende en genomineerde gedichten van de Rob de Vosprijs (de poëzieprijs van Meander). Deze prijs werd in 2025 toegekend door de jury aan de Vlaamse dichter Rik Dereeper (1962). MUGzine #31 opent met het voorwoord van onze redactiefilosoof Marianne Hermans en daarna meteen het winnende gedicht van Dereeper getiteld ‘Veldstraat 39. Een extra aanbeveling voor de kunst in #31 van Mariken van Heugten die deze editie van een voorjaarstintje voorziet, en het MUGgedicht van dichter Irene Wiersma.

De jury van de Rob de Vosprijs bij monde van Marc Bruynseraede en Monique Wilmer-Leegwater schreef over het winnende gedicht van Rik Dereeper:

In ‘Veldstraat 39’ heeft de dichter het thema ‘Dwalen’ treffend weergegeven. Het gedicht ontroert door zijn sobere toon en precieze waarneming van ouderdom, herinnering en verlies. Met groot inlevingsvermogen en zuivere formulering laat de dichter verstaan wat het is aan dementie te lijden. De Jury werd getroffen door de heldere, beheerste taal, waarmee de dichter een man schetst die, op weg naar een huis dat ooit zijn huis was, letterlijk en figuurlijk de weg kwijt is. De twijfel, stuurloosheid, slepende traagheid geven gestalte aan de tragiek. Bij mij kwam het beeld voor ogen van ‘De aardappeleters’ van Vincent Van Gogh: het schaarse licht, het duistere van de scène, de onontkoombaarheid der dingen weegt door in de woorden van de dichter.

De zinnen ademen rust, onzekerheid en melancholie. De dichter vermijdt sentiment en kiest voor kleine observaties: het slaan van de torenklok, het zweet dat parelt, het zoemen van het struikgewas. Juist die details maken de emotie tastbaar, zonder ze te benoemen. Het gedicht toont beheersing, de dichter ademt stilte en suggestie uit.

Thematisch is het werk sterk gelaagd. Achter de zoektocht naar een adres schuilt het besef van het verdwalen in tijd en geheugen. De man zal ‘het woonhuis op een middag amper vinden’ en dat zal – in de toekomende tijd – legt een zachte voorbode van verlies. De slotstrofe brengt een indrukwekkende verschuiving: van concrete handelingen (‘zalf proberen’, ‘zijn gebit betalen’) naar een bijna metafysische aanvaarding van vergankelijkheid.
Vormgeving en taalgebruik zijn klassiek, gestructureerd in strofen van driemaal vijf versregels. De onderliggende betekenis in sober beeldgebruik, zonder taaltechnische kunstgrepen, vormgegeven.

Veldstraat 39 is een ingetogen miniatuur over ouder worden, geheugenverlies en het langzaam verdwijnen van wat eens vanzelfsprekend was. De dichter roept in enkele strofen een wereld van weemoed op, zonder één woord teveel.
Een gedicht dat staat als een huis. Het huis waarnaar de getroffene op zoek is.

Het gedicht staat dus in MUGzine #31. Om niet meteen alles hier al weg te geven kun je het gedicht lezen op de website of donateur worden van MUGzine. Een particulier en spontaan poëzie initiatief van drie mensen die een groot hart voor poëzie hebben. MUGzine gaat haar 6e jaar in en ‘is here to stay’. Wil je ons steunen om dit fijne minipoëziemagazine uit te blijven geven, word dan donateur en ontvang alle nummers van 2026 in je brievenbus. Wij doen er dan een leuk extraatje bij.

Om niet zonder gedicht te eindigen hier een ander prijswinnend gedicht van Rik Dereeper (prijswinnend in Poëziepad van A tot Z) uit De schaal van Dighter uit 2020.

.

De kennisboom voorbij

.

Paradijselijke wortels vroegen geen beloning
om de kruin vol appeltjes te hangen. Dankzij
hoge takken kreeg de Schepper wind te horen,
zag Hij wuifplezier. De laagste takken reikten

naar piepjong gevogelte en uitgefloten zielen,
naar de kortgearmde fruitplukster en al te luie
lekkerbek; hij droomde van een houten ladder
uit de stam waarboven verre vruchten lonkten.

Door zo’n hemels ooft ontstonden klimaapjes,
gezonde tanden, zaadpithandel, bloesemwinst
van gaarden, apfelstrudel, cider, sproeistoffen

en bovenal laagstammigen voor hooggehakte
heksen. Met hun lingerie polijsten zij de schil
en krijsen: wie in appels bijt, krijgt gore schijt.

.

Een blik over zee is genoeg voor een lome duik

MUGzine #30

.

Sluit je ogen. Transponeer jezelf van je dulle druilkantoor naar een windstille dag aan zee, panty en laarsjes in de tas en met je blote voeten door het zand. Een witgeel gestreepte strandstoel staat op de duintop op je te wachten, je zit en kijkt uit over de zee, een vluchtige vlinder tuimelt langs je oog, een lieveheersbeestje op je blote dij.

Zo begint het voorwoord van onze redactiefilosoof Marianne in de nieuwe MUGzine, nummer 30 en het laatste nummer van 2025. In dit nummer gedichten van Trudy Dijkshoorn, Bas Belleman (muggedicht), Dietske Geerlings, Elbert Gonggrijp en Jan Kleefstra. Het artwork is dit keer van Mark Fayot. En natuurlijk leveren we je een kakelverse Luule.

MUGzines zijn te lezen op mugzines.nl en voor de ware poëzieliefhebber is dit pronte en eigenwijze minipoëziemagazine (A6) ook op papier verkrijgbaar. Hoe? simpel, gewoon donateur worden en je ontvangt 5 keer per jaar een MUGzine in je brievenbus (plus altijd iets extra’s). Mugzine is een initiatief van MUGbooks, Poetry Affairs en BRRT.Graphic.Design.

Als opwarmertje een gedicht van Dietske Geerlings (1971) stadsdichter van Zutphen 2025-2026, getiteld ‘Eenzaamheid’.

.

Eenzaamheid

.

één

hart dat zo krachtig
verbindingen legt in een lichaam
klopt een weg naar buiten

maar strandt op de rand

het is niet eenvoudig
vat te krijgen op wat er
rondspookt in je hoofd

maar duizendmaalduizendvoudig

is de stilte tussen de tikken
van de klok die je verder en verder
voeren van je voorouders
terwijl je vastloopt in het wereldwijde web van

nu

voor wachten heb je allang geen woorden
meer nodig je staat stil met je rug tegen het raam

je kan het glas niet breken
de kou niet verdrijven
die tussen je botten omhoog kruipt

je lach zit aan de andere kant van je gezicht
waar je niet meer bij kunt
een grimas zit vast om je mond en stoot af

je begrijpt wel dat niemand jou schrijft
niemand jou belt want je ziet de wolf
in je eigen ogen en ruikt de angst in je vacht

ergens diep huist het

kind dat aanbelt
ernstig vraagt of je zegels wilt kopen

vrijmoedig legt het een blad en een pen
in het netwerk van je blauwe aderen
wacht geduldig tot je klaar bent
breekt een woord voor jou in twee stukken
deelt het en maakt voor even van één

saam

.

Hij komt, hij komt..

Nummer 30

.

Hij komt inderdaad, het laatste nummer van 2025, de nieuwe MUGzine. Dus als je nog geen cadeautje hebt voor Sinterklaas of Kerstmis is dit de uitgelezen (no pun intended) mogelijkheid om geliefden eens iets echt origineels te geven. En zoals je van ons gewend bent doen we er altijd een klein presentje bij. Dus geef iemand een MUGzine cadeau (gewoon of in een speciale MUGzine Japanse enveloppe) of nog beter, geef een jaar lang MUGzines in de brievenbus (5 exemplaren) en word donateur.

Het december nummer van MUGzine is weer een fraai exemplaar geworden. Met poëzie van Trudy Dijkshoorn, Elbert Gonggrijp, Dietske Geerlings en Jan Kleefstra. Het muggedicht is dit keer van Bas Belleman en de kunstenaar is dit keer Mark Fayot. Natuurlijk is er ook een kakelverse Luule en wordt je weer getrakteerd op een poëtisch voorwoord van Marianne.

Als opwarmertje hier alvast een gedicht van Jan Kleefstra (1964). Deze Friese dichter verschenen gedichten  in bloemlezingen als ‘Dichters in de Prinsentuin’ (2006), ‘Kastanjegedichten’ (2006), ‘Schoonheid’, Hernehim (2007), ‘Mengelwerk Drentse open’ 2007, ‘Openbare Bibliotheek Amsterdam’ (2007), ‘7e Regenboog, Breedevallei Dichters’ (2008), ‘Haarlemse Dichtlijn’ (2008), ‘Inkijk, interieurs in de Hollanderwijk’ (2009) en ‘Giftige simmer’ (2009). In 2008 kwam zijn Friestalig debuut uit, ‘Fragminten’, wat niet een vertaling is van de voormalige Nederlandse bundel met dezelfde naam.

.

Bloei kent geen denken

teder tot een eind gebracht

 

ongehavend op zwarte modder

zonder zomerstof gekmakend

vingerzacht groen op de wangen

 

langs het spoor van de achterblijver

het rag om roestige spijkers slaan

 

verwaaid zingen aanklampen

 

een stroomdraad spannen

.