Categorie archief: Uit mijn boekenkast

Maar ook geen maar

Marijke Voerman

.

Wanneer ik de naam Marijke Voerman (1976) google dan kom ik allerlei berichten tegen maar eigenlijk niets waarmee ik haar in verband kan brengen met een gedicht van haar hand in de bundel die ik nu in mijn handen heb. Ze blijkt directeur van het Cabral instituut te zijn (privé school in Amsterdam) en daarvoor was ze onder andere onderwijzer aan het Luzac College en het PCC in Alkmaar.

En toch schrijf ik over haar, als dichter. Want in de eerder genoemde bundel ‘Hier lonkt een spiegel’ uit 2001, in opdracht gemaakt van Bureau Interim, onder redactie van Suzanne Meeuwissen en Ruben van Gogh, is een gedicht van haar opgenomen getiteld ‘Maar ook geen maar’. Ik schreef eerder over deze bundel in 2013 toen ik met een nieuwe categorie begon op dit blog ‘uit mijn boekenkast‘, een categorie waarin ik nog steeds regelmatig berichten in plaats, tegenwoordig onder de titel ‘blind gepakt’.

Terug naar Marijke Voerman. Ze studeerde Nederlands aan de universiteit van Amsterdam en stond dus wel te boek als dichter, anders wordt je niet door de samenstellers gevraagd. De titel van de bundel ‘Hier lonkt een spiegel’ komt uit het gedicht ‘Dit is mijn dag’ van Menno Wigman: “Hier lonkt een spiegel naar verwonderd licht. Daar breekt een vlinder uit. En dat ben ik.”

.

Maar ook geen maar

.

Ik wil weten waar ik aan toe ben

geef mij geen hyperbool of cirkel

geen homerische vergelijking

geen onnodige dubbele punt

geen gelul achteraf na de komma,

een misschien in een stem

maar ook geen maar.

Wel een goedgeplaatste punt

als een begrepen grap

een klinkend zoentje

het ‘ja’ van de bruid

het feest der herkenning

van o ja, ik heb het, eureka!

Stevig herkenbaar

als stamppot andijvie

en boeren na cola.

.

Eenzaam

J.C. Bloem

.

Ook vandaag ben ik voor mijn boekenkast gaan staan en heb ik, dit keer met enig strekken, je wilt niet steeds dezelfde plank nemen, zonder te kijken een bundel gepakt. Dat is dit keer de bundel ‘Verzamelde gedichten’ van J. C. Bloem (1887-1966), een vijfde druk uit 1976. Ik open de bundel op een willekeurige bladzijde, 169 in dit geval, en daar staat het gedicht ‘Eenzaam’.

.

Eenzaam

.

Besloten in ’t gewonde zelf

Blijft elk, die niet meer hopen mag,

Toch rijst voor hem aan ’t laag gewelf

Steeds dag na grijze dag.

.

Maar is het zwak, een enkle maal,

Te wensen, dat er iemand was,

Die spreken zou in de éne taal,

Waardoor het hart genas?

.

Een mens, die oordeelt noch verwijt,

Maar die begrijpt door de eigen nood

Hoezeer de helse daaglijksheid

Des levens alles doodt.

.

Vergeefs. Onscheidbaar is de smart

Van ’t leven en moet doorgeleefd:

Er is voor de eenzaamheid van ’t hart

Geen mens, die uitkomst geeft.

.

Astrologie voor beginners

Charlotte Van den Broeck

.

Vandaag voor mijn boekenkast gaan staan en daar pulkte ik, zonder te kijken, de bundel ‘Kameleon’ van Charlotte Van den Broeck uit 2015, tussen een dikke stapel dunnen bundels tevoorschijn. Opnieuw zonder te kijken liet ik de pagina’s door mijn vingers gaan en toen ik stopte (op pagina 42) las ik het gedicht ‘Astrologie voor beginners’. Nou weet ik niet of je in astrologie gelooft of dat je het meer ziet als een onschuldig volksvermaak. Maar wat Charlotte Van den Broeck (1991) mij hier voorschotelt is een verlangen naar duiding (zou astrologie dan toch…?) maar nee, uiteindelijk blijken er aan den einder slechts halogeenlampen aan een lege hemel te staan.

.

Astrologie voor beginners

.

Kilometers onder de korst

bewijst  de aarde roodverbrand zijn rondheid.

.

Zo zullen ook wij op een dag

samenvallen op eenzelfde as: amper vrouw

bijna man met een uniseks regenjas.

.

Je blik, die mijn rok aan mijn enkels denkt.

Ik heb een huid, die enkel nog jouw vingers kent.

.

Die keer toen we de haas aanreden en in zijn ingewanden

de oorzaak van verdriet probeerden te lezen.

We vreesden dat het nooit zou drogen.

.

Misschien ligt er een antwoord in het oog van de telescoop.

Een verklarende wetmatigheid in de baan van Venus.

.

Nachtenlang hebben we gekeken.

We zagen enkel halogeenlampen aan een lege hemel.

.

.

 

Geluk

Ted van Lieshout

.

Vandaag is het vrijdag en zoals vaker ben ik voor mijn boekenkasten gaan staan met poëziebundels. Mijn ongeziene keuze blijkt de bundel ‘Van Hugo Claus tot Ramsey Nasr’ 265 klassiekers uit de poëzie van 1944 tot bijna vandaag, uit 2013, samengesteld door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem te zijn. Vervolgens een willekeurige bladzijde opengeslagen (dit keer pagina 281) en daar staat het gedicht ‘Geluk’ van Ted van Lieshout (1955). Het gedicht komt oorspronkelijk uit zijn bundel ‘Hou van mij’ bijna alle gedichten en veel beelden 1984-2009 uit 2009.

.

Geluk

.

Mama, waar heb jij het geluk

gelaten? Ik had het hier

neergelegd en nou is het weg!

.

Je zult het wel ergens hebben laten

slingeren of het is gestolen of

misschien per ongeluk weggegooid.

.

Wie zou mijn geluk willen stelen?

Wie niet?

.

Zachtheid

Sylvia Plath

.

Met enige regelmaat pak ik dichtbundels uit mijn kast. Om een gedicht te zoeken, om te genieten van wat een dichter heeft geschreven, om inspiratie op te doen of om in de categorie Uit mijn boekenkast verrassende gedichten te delen. Een van de bundels die ik met enige regelmaat ter hand neem is ‘Ariel‘ uitgegeven in 1965 van Sylvia Plath (1932-1963). Plath neemt een bijzondere plaats in in het poëtisch landschap wat mij betreft; een leven met een biploaire stoornis, een romance met Ted Hughes (prachtig beschreven in de roman ‘Jij zegt het‘ van Connie Palmen) en natuurlijk haar zelfmoord.

Lezend in de bundel bleef ik ‘hangen’ bij het gedicht ‘Zachtheid’. Allereerst omdat het (in de vertaling van Anneke Brassinga) zo’n prachtig gedicht is maar ook omdat het gedicht me doet denken aan alle ellende in de wereld, de oorlogen, de onverdraagzaamheid, de polarisatie. Dan is een gedicht als ‘Zachtheid’ een fluwelen pleister voor de ziel.

.

Zachtheid

.

Zachtheid schuifelt door mijn huis.

Vrouwe Zachtheid, zij is zo lief!

De blauwe en rode stenen van haar ringen

Doen de ramen beslaan, de spiegels

Zijn vol van haar glimlach.

.

Wat is echter dan de kreet van een kind?

Het krijsen van konijnen mag dan wilder zijn,

Maar een ziel heeft het niet.

Suiker geneest alles, zegt Zachtheid.

Suiker, broodnodige vloeistof,

.

De kristallen een klein compres.

O zachtheid, zachtheid,

zo zoetjes raapt zij de scherven!

Mijn Japans zijden gewaden, wanhopige vlinders,

Kunnen ieder moment worden opgeprikt, bedwelmd.

.

En daar kom jij, met een kop thee

In sluiers van stoom.

De bloedfontein is poëzie,

Niet te stelpen.

Twee kinderen reik je mij, twee rozen.

.

 

Fin de saison

Cees Nooteboom

.

Normaal gesproken ga ik op vrijdag vaak voor een van mijn boekenkasten staan en dan pak ik, zonder te kijken, een poëziebundel uit de kast. Daar open ik dan op een willekeurige bladzijde en het gedicht dat daar staat deel ik hier op mijn blog. Vandaag deed ik dat ook maar toen ik voor mijn boekenkast ging staan viel eigenlijk meteen de bundel ‘Aas’ van Cees Nooteboom uit 1982 mij op.

Nu mag inmiddels wel bekend zijn bij iedereen dat Cees Nooteboom (1933-2026) op 11 februari jongstleden is overleden. Daarom heb ik ervoor gekozen in dit geval niet het toeval te laten bepalen welke bundel ik pak maar deze bundel te pakken. Ik heb wel op een willekeurige bladzijde de bundel geopend en daar op pagina 31, staat het gedicht ‘Fin de saison’ waar je met een beetje fantasie het einde van een leven in zou kunnen zien.

.

Fin de saison

.

Het werd een maand als oktober.

De kleur van de wijn was onzichtbaar,

de obers verdronken in het bevroren

terras.

.

Dit is hoe de demon het deed:

hij waadde door het marmeren water

en tilde haar schim van de rots.

.

Zo zag het eruit:

de wind kwam aan over zee

met de nacht in zijn vleugels.

De demon vervoerde haar schaduw

naar waar ik die nooit meer kon zien.

.

Zo sloot hij het raadsel dat zij eenmaal

geweest was. Hij verbrandde mijn ogen en oren

en brak het verleden.

.

Toen liet hij haar gaan als een prooi

met haar scherven.

En mij, mij liet hij besterven

met de laatste fooi van het jaar.

.

Rottumerplaat

Edwin Fagel

.

Vandaag sta ik voor een van mijn boekenkasten en pak daar, volledig willekeurig, een bundel uit. Het is dit keer de bundel ‘Uw afwezigheid‘ uit 2007 van dichter Edwin Fagel (1973).  Ik neem de  bundel in mijn handen en laat de bladzijden langs mijn vingers glijden en op pagina 35 hou ik stil. Daar staat het gedicht ‘Op Rottumerplaat’.

.

Op Rottumerplaat

.

Ze waren er al lang, de scheuren in het ijs.

.

Vreemd, ik heb nog nooit zo veel aan mijn vader gedacht

als hier, op dit uitgestrekte strand,

in het gezelschap van een troep meeuwen.

.

God moet de wereld zo hebben bedoeld, alles zoals het is,

zonder reden daar om te lachen. Mijn vader

was een autoritaire man.

,

Ik hurk naakt in het zand.

.

‘Willem, ik ben ziek, ik bedoel:

ik ben bang. De meeuwen overleggen

hoe me te vermoorden.

Over.’

.

Liever sta ik in mijn tuin een pijpje te roken.

Maar voor dat soort gedachten is het nu te laat.

.

Verveling

Johanna Kruit

.

Vandaag ben ik voor mijn boekenkast gaan staan en zonder te kijken pakte ik een bundel uit de kast. Het bleek de bundel ‘Tikken tegen de maan’ 50 kindergedichten uit Nederland en Vlaanderen verzameld door Joke van Leeuwen met 48 gloednieuwe illustraties. De bundel uit 2010 is prachtig vorm gegeven en bevat inderdaad heel veel mooie illustraties bij de gedichten.

Zonder te kijken opende ik de bundel en daar op pagina 42 tegenover een tekening van Philip Hofman staat het gedicht ‘Verveling’ van Johanna Kruit (1940). Het gedicht verscheen oorspronkelijk in ‘Holland rijmt’ uit 1998.

.

Verveling

.

We deden niets

we keken maar naar wat gebeurde

hoe auto’s wachtten langs de stoeprand

hoe regen langs de ramen zeurde

we zwaaiden zelfs niet naar de buren

van de overkant.

.

We deden niets van wat we konden

en wilden niets van wat we moesten

we aten zelfs geen ijs of friet

we hoefden niets

we vonden iedereen een etter

en we verveelden ons te pletter.

.

 

Bart Meuleman

omdat ik ziek werd

.

Vandaag sta ik voor mijn boekenkast en pak ik van de onderste plank dit keer, zonder te kijken een bundel. Het is de bundel ‘omdat ik ziek werd’ van de Vlaamse schrijver, toneelschrijver, regisseur, essayist en dichter Bart Meuleman (1965) uit 2008. Opnieuw zonder te kijken open ik de bundel en daar lees ik het gedicht zonder titel met de intrigerende beginregel ‘zoals een vrouw, die overloopt van melk en liefde’. Dat gedicht wil ik hierbij met jullie delen.

Bart Meulemans publiceerde drie dichtbundels. In 2002 was hij writer in residence voor het literaire tijdschrift Yang. Voor zijn dichtbundel ‘Hulp’ ontving hij in 2004 het Charlotte Köhler Stipendium en werd hij genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. Zijn volgende bundel ‘omdat ik ziek werd’, kreeg nominaties voor onder andere de VSB Poëzieprijs en de Herman de Coninckprijs en zijn vooralsnog laatste bundel is uit 2015 en getiteld ‘Mijn soort muziek’

.

zoals een vrouw, die overloopt van melk en liefde

haar linkerhand naar een kussen brengt,

in die gedachte wil ik afscheid nemen.

.

overschouwend nog één enkele keer. uitsluitend

zachte gewassen.

.

niet het lichaam, de asse.

.

Het werk van het worden

Guillaume van der Graft

.

Ook in 2026 zal ik regelmatig voor een van mijn boekenkasten met poëzie gaan staan, soms op een stoel, soms door de knieën, om er zonder te kijken een dichtbundel uit te pakken. Een vorm van spontane poëzie noem ik het maar. Zonder vooropgezet plan een dichtbundel pakken en deze zonder te kijken op een willekeurige bladzijde openen en het gedicht dat daar staat, hier publiceren.

Vandaag pakte ik de bundel ‘Gedichten’ van Guillaume van der Graft (1920-2010), pseudoniem van Willem Barnard uit de kast dat gepubliceerd werd in 1970 (mijn 2e druk). Ik opende de bundel op pagina 144 en daar staat het gedicht ‘Het werk van het worden’.

.

Het werk van het worden

.

Ik ben uit de grond gemaakt

uit aarde ben ik geworden

ik ben aan het licht geraakt

.

een tong heeft mij getorst

een buik mij gebraakt

ik ben een van die woorden

.

die vuil zijn gemaakt

uit aarde ben ik geworden

ik ben in het licht gesteld

.

een oor  heeft mij opgeraapt

een geest mij gemeld

ik ga niet verloren

.