Categorie archief: Uit mijn boekenkast
Niek Verhaagen
Uit mijn boekenkast
.
Vandaag pakte ik de bundel ‘Dichters bij de Bezige Bij 1944-1984’ uit 1984, uit mijn boekenkast, opende deze op een willekeurige bladzijde (in dit geval pagina 275) en daar staat het gedicht zonder titel dat hieronder is overgenomen van Niek Verhagen (1915-1948). Het gedicht verscheen oorspronkelijk in zijn bundel ‘De laatste Adam’ uit 1944.
Als dichter is Niek Verhaagen vrijwel vergeten, toch kwam ik een aardig stuk tegen over hem en zijn poëzie op het blog van Teunis Bunt. In dat artikel schrijft hij onder andere: “In zijn beste gedichten mijdt Verhaagen de grote woorden en heeft hij vooral aandacht voor het alledaagse”.
.
Wat wilt Gij?… Dat ik verzen schrijven zal,
die ene deugd die ik misschien nog kende?-
Och, als ik mij aan deze stilte wende
en aan het lege beeld van dit verval,
.
dan zou ik woorden vinden, arm en smal
en haast geluidloos, maar toch allengs stemden
de klanken, die het levensritme remden,
te zamen … Als ik stil ben, klinkt het al.
.
De dood
K. Golesorkhi
.
Vandaag sta ik voor mijn boekenkast en daar pak ik, zonder te kijken, een bundel uit. Het blijkt de bundel ‘Stem van alarm stem van vuur’ geëngageerde poëzie uit Latijns-Amerika, Afrika en Azië. Ik open de bundel op een willekeurige pagina ((pagina 34) en daar staat een gedicht getiteld ‘De dood’ van K. Golesorkhi (1944-1974) met wie ik een verjaardag deel. Golsorkhi (zoals zijn naam luidt) was een Iraanse journalist, dichter en marxistisch activist. Golsorkhi was in 1969 hoofdredacteur van de kunstsectie van de krant Kayhan , waar hij populariteit verwierf met zijn linkse en revolutionaire poëzie. In 1974 kreeg hij de doodstraf als marxistisch revolutionair opgelegd door het regime van de Sjah.
.
De dood
.
Vraag mij niet naar liefde;
in dit land van toenemende duisternis
heeft, in de aanwezigheid van angst,
liefde
de Dood getrouwd,
en de Dood,
de bijtende Dood, de vluchtende Dood,
is een buurman voor je eeuwige eenzaamheid
in het wrede angstgif van slangen.
.
Hier is de stem van de mensen gevangene
van hun keel,
en bloed
zie je, wanneer je je ogen ook opent.
Vraag mij dus niet naar liefde;
kijk naar mijn borst
vóór hij verbrand is door kruit.
.
liefdesgedicht
Jean Pierre Rawie
.
Tussen alle bezigheden door ben ik momenteel erg druk met het lezen, ervaren, begrijpen, en genieten van een aantal nieuwe bundels waar ik een recensie over wil schrijven. Recensies van de bundels ‘Spiegel van de ziel’ van Antoon Van den Braembussche, ‘Randschade’ van Johan Clarysse, ‘Eenzame goden’ van Han van der Vegt, ‘Ruisen van berken’ van Jan Kleefstra en ‘Urgent & Uniek’ van Anne Broeksma (in die volgorde ook) komen allemaal in de komende maanden op dit blog.
Omdat ik elke dag iets wil schrijven over poëzie, betekent dat, dat ik soms ga voor het (zonder te kijken) kiezen voor een bundel uit mijn boekenkast, daar een willekeurig gedicht uit te kiezen en dat te delen op dit blog. Dat is dan ook wat ik vandaag gedaan heb. Het is de bundel ‘Wij hebben alles nog te goed‘ de mooiste liefdesgedichten van Jean Pierre Rawie (1951) uit 2001. En hoewel de titel suggereert dat het hier om liefdesgedichten gaat (en eigenlijk is dat ook zo, de liefde kent tenslotte vele gezichten), zijn de gedichten in deze bundel af en toe wrang, negatief, wraakzuchtig en donker.
Ik opende de bundel op pagina 15 en daar las ik het gedicht ‘Spinrag’. Een liefdesgedicht zoals ik ze graag lees.
.
Spinrag
.
Je had iets baan de heg staan te verschikken;
ik haalde de herfstdraden uit je haar,
en wist: dit is éen van die ogenblikken
die ik in mijn herinnering bewaar,
tegen de tijd.
Maar straks, als wij al weg
zijn en geen weet meer van ons tweeën hebben,
straks rukt wellicht in deze zelfde heg
de wind nog aan de spinnewebben.
.
De geheimen van wikke en dille
Wiel Kusters en Gerrit Kouwenaar
.
Vandaag, omdat het vrijdag is en ik het erg druk heb gehad, een bundel uit mijn boekenkast ‘blind gepakt’. In dit geval eens geen dichtbundel (verrassing!) maar ‘aantekeningen over poëzie’ van Wiel Kusters met de titel ‘De geheimen van wikke en dille’ uit 1988. In dit boek staan “indrukken die een gewone, aandachtige lezer van poëzie opdoet, verwoord op een manier die andere gewone en aandachtige lezers met gemak kunnen volgen”. Eigenlijk zou dit een motto van mijn blog kunnen zijn.
Maar terug naar Wiel Kusters (1947) en dit boek. Hij begint met een stuk over de dichter Kouwenaar en laat dat nou precies de dichter zijn over wie ik, zonder te kijken, een pagina opende (188). Daar staat het gedicht van Gerrit Kouwenaar (1923-2014) zonder titel met de beginzin ‘Men is vandaag ontzettend onsterfelijk’.
.
Men is vandaag ontzettend onsterfelijk
het is eindelijk de echte heldere herfst
die er haast nog niet is.
.
de bladeren vergelen, nog betrekkelijk groen
de wind is nog blauw, wijst geen enkele richting
de grond ligt nog onder het gras
.
men rookt de zwarte sigaar van de dokter
men raakt bezweet door het werpen van darts
men drinkt zijn zevende glas
.
in een ligstoel later men stippelt
onder het genot van dit tijdstip
een reis uit
.
de reis voor de komende heldere winter
en men vindt met de pink weer die heldere weg
naar dat denkbeeldige eindpunt-
.
Blind gepakt
Jive!
.Vandaag ben ik maar weer eens voor een van mijn boekenkasten gaan staan en heb daar, zonder te kijken, een willekeurige dichtbundel uit de kast gepakt. het bleek de bundel ‘Aambeeld‘ van Bernlef (1937-2012) te zijn uit 1998. Op nieuw pakte ik de bundel om deze op een willekeurige pagina topen te slaan en daar stond het gedicht ‘Dansles’. Ook bij dit gedicht had ik meteen een beeld. In een van de laatste afleveringen van ‘So you think you can dance’ werd door een koppel een Jive gedanst. In mijn idee een beetje ouderwetse dans maar na deze uitvoering was ik om: energiek, wild, technisch en prachtig om naar te kijken. De uitroep van het meisje in het gedicht begrijp ik nu ook veel beter.
.
Dansles
.
Leer mij jiven roept het meisje
Leer mij dat!
.
In de vensterbank zit de oude kat
te loeren naar de slanke lijster
.
op de achtegrond het bandje
met de iets te geblondeerde zangeres
‘There’ll Never Be Another You’
.
Leer mij jiven roept het meisje
Leer mij dat!
.
In de vensterban zit
nog steeds de oude kat.
.
Maar ook geen maar
Marijke Voerman
.
Wanneer ik de naam Marijke Voerman (1976) google dan kom ik allerlei berichten tegen maar eigenlijk niets waarmee ik haar in verband kan brengen met een gedicht van haar hand in de bundel die ik nu in mijn handen heb. Ze blijkt directeur van het Cabral instituut te zijn (privé school in Amsterdam) en daarvoor was ze onder andere onderwijzer aan het Luzac College en het PCC in Alkmaar.
En toch schrijf ik over haar, als dichter. Want in de eerder genoemde bundel ‘Hier lonkt een spiegel’ uit 2001, in opdracht gemaakt van Bureau Interim, onder redactie van Suzanne Meeuwissen en Ruben van Gogh, is een gedicht van haar opgenomen getiteld ‘Maar ook geen maar’. Ik schreef eerder over deze bundel in 2013 toen ik met een nieuwe categorie begon op dit blog ‘uit mijn boekenkast‘, een categorie waarin ik nog steeds regelmatig berichten in plaats, tegenwoordig onder de titel ‘blind gepakt’.
Terug naar Marijke Voerman. Ze studeerde Nederlands aan de universiteit van Amsterdam en stond dus wel te boek als dichter, anders wordt je niet door de samenstellers gevraagd. De titel van de bundel ‘Hier lonkt een spiegel’ komt uit het gedicht ‘Dit is mijn dag’ van Menno Wigman: “Hier lonkt een spiegel naar verwonderd licht. Daar breekt een vlinder uit. En dat ben ik.”
.
Maar ook geen maar
.
Ik wil weten waar ik aan toe ben
geef mij geen hyperbool of cirkel
geen homerische vergelijking
geen onnodige dubbele punt
geen gelul achteraf na de komma,
een misschien in een stem
maar ook geen maar.
Wel een goedgeplaatste punt
als een begrepen grap
een klinkend zoentje
het ‘ja’ van de bruid
het feest der herkenning
van o ja, ik heb het, eureka!
Stevig herkenbaar
als stamppot andijvie
en boeren na cola.
.
Eenzaam
J.C. Bloem
.
Ook vandaag ben ik voor mijn boekenkast gaan staan en heb ik, dit keer met enig strekken, je wilt niet steeds dezelfde plank nemen, zonder te kijken een bundel gepakt. Dat is dit keer de bundel ‘Verzamelde gedichten’ van J. C. Bloem (1887-1966), een vijfde druk uit 1976. Ik open de bundel op een willekeurige bladzijde, 169 in dit geval, en daar staat het gedicht ‘Eenzaam’.
.
Eenzaam
.
Besloten in ’t gewonde zelf
Blijft elk, die niet meer hopen mag,
Toch rijst voor hem aan ’t laag gewelf
Steeds dag na grijze dag.
.
Maar is het zwak, een enkle maal,
Te wensen, dat er iemand was,
Die spreken zou in de éne taal,
Waardoor het hart genas?
.
Een mens, die oordeelt noch verwijt,
Maar die begrijpt door de eigen nood
Hoezeer de helse daaglijksheid
Des levens alles doodt.
.
Vergeefs. Onscheidbaar is de smart
Van ’t leven en moet doorgeleefd:
Er is voor de eenzaamheid van ’t hart
Geen mens, die uitkomst geeft.
.
Astrologie voor beginners
Charlotte Van den Broeck
.
Vandaag voor mijn boekenkast gaan staan en daar pulkte ik, zonder te kijken, de bundel ‘Kameleon’ van Charlotte Van den Broeck uit 2015, tussen een dikke stapel dunnen bundels tevoorschijn. Opnieuw zonder te kijken liet ik de pagina’s door mijn vingers gaan en toen ik stopte (op pagina 42) las ik het gedicht ‘Astrologie voor beginners’. Nou weet ik niet of je in astrologie gelooft of dat je het meer ziet als een onschuldig volksvermaak. Maar wat Charlotte Van den Broeck (1991) mij hier voorschotelt is een verlangen naar duiding (zou astrologie dan toch…?) maar nee, uiteindelijk blijken er aan den einder slechts halogeenlampen aan een lege hemel te staan.
.
Astrologie voor beginners
.
Kilometers onder de korst
bewijst de aarde roodverbrand zijn rondheid.
.
Zo zullen ook wij op een dag
samenvallen op eenzelfde as: amper vrouw
bijna man met een uniseks regenjas.
.
Je blik, die mijn rok aan mijn enkels denkt.
Ik heb een huid, die enkel nog jouw vingers kent.
.
Die keer toen we de haas aanreden en in zijn ingewanden
de oorzaak van verdriet probeerden te lezen.
We vreesden dat het nooit zou drogen.
.
Misschien ligt er een antwoord in het oog van de telescoop.
Een verklarende wetmatigheid in de baan van Venus.
.
Nachtenlang hebben we gekeken.
We zagen enkel halogeenlampen aan een lege hemel.
.
.
Geluk
Ted van Lieshout
.
Vandaag is het vrijdag en zoals vaker ben ik voor mijn boekenkasten gaan staan met poëziebundels. Mijn ongeziene keuze blijkt de bundel ‘Van Hugo Claus tot Ramsey Nasr’ 265 klassiekers uit de poëzie van 1944 tot bijna vandaag, uit 2013, samengesteld door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem te zijn. Vervolgens een willekeurige bladzijde opengeslagen (dit keer pagina 281) en daar staat het gedicht ‘Geluk’ van Ted van Lieshout (1955). Het gedicht komt oorspronkelijk uit zijn bundel ‘Hou van mij’ bijna alle gedichten en veel beelden 1984-2009 uit 2009.
.
Geluk
.
Mama, waar heb jij het geluk
gelaten? Ik had het hier
neergelegd en nou is het weg!
.
Je zult het wel ergens hebben laten
slingeren of het is gestolen of
misschien per ongeluk weggegooid.
.
Wie zou mijn geluk willen stelen?
Wie niet?
.













