Site-archief
Waterdroom
C. B. Vaandrager
.
In 1991 publiceerde het Maritiem museum ‘Prins Hendrik’ te Rotterdam, ter gelegenheid van het eerste lustrum in het gebouw aan de Leuvenhaven de bundel ‘Waterdroom’. De samensteller E. Bos-Rietdijk koos een twintigtal gedichten over schepen en de zee uit vier eeuwen poëzie. Bij de keuze van de gedichten speelde vele factoren een rol. Allereerst de kwaliteit van het gedicht zelf maar ook de afwisseling in onderwerp met een lichte neiging tot een relatie met Rotterdam.
Het mag dan ook niet verwonderlijk zijn dat bijna alle grote Rotterdamse dichters vertegenwoordigd zijn in deze bundel. Jules Deelder, Riekus Waskowsky, C.B. Vaandrager en Jan Prins, allemaal staan ze in de bundel met een gedicht. Hoewel de keuze uit 4 eeuwen poëzie over schepen en de zee is, ligt de nadruk toch op de 20ste eeuw. Maar een paar gedichten zijn (veel) ouder zoals het gedicht van Jacobus Revius ‘Verrijsenisse’ dat uit de 17e eeuw dateert.
Naast de gedichten zijn een zwart/wit illustraties opgenomen, van boten, havens, vergezichten, de zee, de Maasvlakte, welke veelal ouder zijn dan de gedichten.Een fraaie, afwisselende bundel die maar weer eens het bewijs levert waarom ik graag themabundels lees. Ik koos voor een gedicht van C.B. Vaandrager (1935-1992) met de titel ‘(Vreemdelingenverkeer)’ omdat dat een thema is dat nooit ouderwets wordt en waar, met de opening van Fenix, het nieuwe kunstmuseum over migratie in Katendrecht in Rotterdam, weer volop aandacht voor is.
.
(Vreemdelingenverkeer)
.
Beweeglijk (de rivier)
en beweegbaar (de brug)
.
Busy (the river)
and movable (the bridge)
.
Beweglich (der Fluss)
und bewegbar (die Brücke)
.
Vloeined Nederlands
vloeiend Engels en
vloeiend Duits.
.
Kerstboom
Willem Hessels
.
Allereerst wens ik al mijn lezers een hele fijne kerstmis. Met familie of met vrienden, zoek elkaar op en heb het goed. Uiteraard heb ik voor deze eerste kerstdag naar een toepasselijk gedicht gezocht. Ik vond het in een bundel met de titel ‘Een ster wees de weg’ kerstgedichten uit alle tijden, bijeengebracht door Chr. Leeflang.
Willem Hessels is het pseudoniem van Henk Anthonie Mulder (1906-1949). Hessels was dichter en essayist en hij behoorde tot de jonge dichters die ca. 1930 rondom het tijdschrift Opwaartsche Wegen de zgn. Jong-Protestantse groep vormden. In 1934 emigreerde hij naar Zuid-Afrika.
Het gedicht ‘Kerstboom’ verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Windstilte’ van Hessels uit 1935. Het is wel een erg stichtelijk gedicht maar als tijdsbeeld is het weer best te genieten.
.
Kerstboom
.
De kerstboom brandt met stil gevlam
en maakt de ogen diep en zacht,
maar Hij Die eenmaal nederkwam
Hij is zo ver in deze nacht…
.
Een schrijnend ledig is ons hart
bij deze tooi die niets verhult
en waarvan iedre vlam ons brandt
met ’t branden onzer schuld –
.
een leugen wordt dit blanke licht,
een leugen zonder Hem –
.
ach lichte boom, één stonde licht,
ach lied, één englenstem –
.
Elvis
Robert Anker
.
Een paar dagen nadat ik schreef over de vele verzamelbundels die elk jaar verschijnen met poëzie op onderwerp of thema, kocht ik de bundel ‘Wees niet wreed’ gedichten voor Elvis Presley uit 2008. Verzamelbundels kunnen dus , in navolging van de bundel over Anne Frank, ook over personen gaan (vrijwel altijd personen die al zijn overleden). Meer dan tachtig Nederlandstalige dichters schreven op initiatief van de samenstellers Kees ’t Hart en John Schoorl, een gedicht over Elvis Presley (1935-1977).
De bundel bevat niet alleen lofzangen, maar ook onverwacht persoonlijke ontboezemingen, haatverklaringen, anekdotes en raadselachtige bezweringen. En lezend in de bundel kwam ik bijvoorbeeld het gedicht van Bart Chabot ‘het gebeurde in coevorden‘ tegen uit de bundel ‘De bril van Chabot’ die ik al eens plaatste op dit blog. In de bundel staan gedichten van bekende en minder bekende dichters maar veel grote namen uit de poëzie zijn vertegenwoordigd zoals Anna Enquist, Ingmar Heytze, F. Starik, Toon Tellegen, Vrouwkje Tuinman, Ilja Leonard Pfeijffer, Menno Wigman en Robert Anker. De meeste gedichten zijn speciaal voor deze bundel geschreven, slechts een paar bestonden al.
Uit ‘Wees niet wreed’ wil ik het gedicht van Robert Anker getiteld ‘Elvis’ hier met je delen.
.
Elvis
.
Hij wilde altijd voor ons zingen, zegt tante Lillian
Maar het licht moest uit alsjeblieft, ja ook daar.
Hij beeldde altijd iemand uit die hij wilde zijn.
.
Hij ligt op bed met Dewey Philips op de radio
Hoort bij de stemmen op het gras zijn eigen stem
Bij zijn gitaar, ‘My happiness’, een toekomst om de hoek.
.
Soms zit hij op de trap, altijd zijn moeder die hem roept
Hij komt, hij droomt niet want hij is al wat hij wordt:
Gelost vibrato in een stem die zichzelve imiteert.
.
Hij danste niet, zegt Regis, hij wist niet hoe dat moest.
Geborduurde poëzie
Joost Broere
.
Bij Studio Kers is begin dit jaar de bundel ‘Geborduurde poëzie’ van Joost Broere (1965) verschenen. Rotterdammer Joost Broere, die ernstig ziek is en in een hospice verblijft, debuteert hiermee als dichter die zijn gedichten of tekstjes in de geest van Jules Deelder (1944-2019) en C.B. Vaandrager (1935-1992) de wereld instuurt. Zijn goede vriend en Volkskrant journalist John Schoorl (zelf ook dichter) verzamelde jarenlang de oneliners (ironische en observerende waarnemingen) van Broere (vandaar de omschrijving van Schoorl ‘de best niet-dichtende dichter’) en bracht die tezamen in de bundel ‘Geborduurde poëzie’ als cadeau voor zijn 60ste verjaardag.
De droogkomische, stoïcijnse dichtregels die Schoorl noteerde zullen veel mensen niet direct als poëzie zien. Toch zijn ze heel goed te plaatsen in de absurdistische en ‘niet-poëtische’ gedichten van Vaandrager, Deelder en Riekus Waskowsky (1932 – 1977). Niet toevallig allemaal Rotterdamse dichters. Bijzonder en grappig ook dat Broere helemaal niet de intentie heeft dichter te worden, het lijkt hem een hoop nodeloos gedoe, en tijd ervoor heeft hij ook niet.
Toch verdient deze bundel wat mij betreft een plekje onder de poëziehemel. Heel veel mensen zullen smullen van de ‘gedichten’ van Joost Broere. Daarom hieronder een paar voorbeelden uit deze bundel.
.
Over hartzeer
.
Doet je hart pijn,
eet dan na het wandelen een garnalenkroket
.
Over voortplanten
.
Als de motor
eenmaal loopt
Draait het
vanzelf.
.
Over historisch besef
.
Voor die ene gelegenheid
droeg opa altijd
zijn Duitse tropenbroek.
.
De grondstof van het gedicht
Michaël Slory
.
Op zoek naar iets heel anders kwam ik op de website van Writers Unlimited terecht. Daar las ik over het slotprogramma van het Winternachtenfestival 2023. In dit avondvullende programma gingen dichters en kunstenaars op zoek naar de grondstof van het gedicht. Hoe worden het geweld van de delving van grondstoffen, de vernietiging van levens en werelden, en de uitputting van de aarde hoorbaar en voelbaar in taal? Waar is het gedicht van gemaakt: kan het zelf ook plunderen en schaden?
Dichters als Alara Adilow, Maarten van der Graaff, Marieke Lucas Rijneveld, Martin Rombouts, Maxime Garcia Diaz en Mustafa Stitou vulden deze avond met voordrachten, beeld, muziek en dans. Van de avond is een videoregistratie gemaakt die je hier kan bekijken. Als informatie bij deze avond werd een uitspraak van de Britse zoöloog, auteur en activist George Monbiot aangehaald: Wie een kinderboek over een boerderij openslaat ziet geen hypermoderne, destructieve industrie, maar lieflijke taferelen. Deze verdoezeling van de werkelijkheid is te wijten aan hardnekkige beelden over onze omgang met dier en land, die zijn ontleend aan de dichtkunst. ‘Een van de grootste bedreigingen voor het leven op aarde is poëzie,’ schreef hij dan ook provocatief.
Ik hou wel van dit soort uitspraken. het zet je aan het denken over wat taal vermag en hoe we ons verhouden tot de werkelijkheid. Dat het plunderen van de aarde is doorgedrongen tot de poëzie blijkt uit een gedicht van de Surinaamse dichter Michaël Slory (en dacht ik meteen aan de Klimaatdichters die dit tot speerpunt van hun poëzie hebben gemaakt). Het gedicht ‘Sinaasappel, bitter je schil’ van Michaël Slory (1935-2018) verscheen in 1966 in Contour jaargang 2, tijdschrift voor Literatuur.
.
Sinaasappel, bitter je schil
.
James Ramlal
Bhai
.
Ik schreef al een aantal keren over Surinaamse poëzie en dichters maar dichter, filosoof, vormingswerker en vedantist (Het Hindoeïstische Vedanta gaat er van uit dat de mens in essentie goddelijk is en dat het doel van ons leven is om deze essentie te ervaren) James Ramlal (1935-2018) die als dichter ook onder de naam Bhai bekend is, kende ik nog niet. Tot ik zijn naam tegenkwam bij een tentoonstelling over Anil Ramdas in de voormalige Amerikaanse ambassade in Den Haag. Bij een stukje over zijn leven in Nickerie was een strofe opgenomen van Bhai (volgens het opschrift pseudoniem van James Ramlall, met twee ll-en aan het eind in plaats van één l) over de rijstvelden van Nickerie.
Ramlal debuteerde in 1962 met acht van zijn gedichten in Soela onder de naam Bhai (broer). Twintig jaar later, in 1982, verscheen van zijn hand zijn enige bundel ‘Vindu’. Voor deze bundel ontving Bhai de Literatuurprijs van Suriname 1980-1982. Zijn weinige poëzie van daarna verscheen in De Ware Tijd Literair. Hij heeft ook in Tirade gepubliceerd. Zijn tweede bundel Avinash (onsterfelijk) werd in het Hindi gepubliceerd. Op de dag dat Ramlal overleed in 2018 stierf ook Michaël Slory, een andere iconische dichter uit Suriname.
Dr. James Ramlal, werd geboren als zoon van een rijstboer In de tijd, dat hij leerling was van de rooms-katholieke St. Paulusmulo en de openbare Surinaamse Kweekschool in Paramaribo, hielp Bhái zijn ouders met rijstplanten en -oogsten. Dat schoolgaande kinderen in die jaren meehielpen op de rijstakkers, was gebruikelijk. Toen bekommerde niemand zich om kinderarbeid. Later studeerde James Ramlal in Nederland en in India. Met die ervaring uit zijn jonge jaren kon de dichter Bhai als een ‘insider’ over de zware arbeid op de blubberige rijstvelden schrijven. Het volgende gedicht publiceerde Bhái in het literaire tijdschrift Soela 2 van 1962.
Rijste-smart
.
Slechts zij,
die uit rijst geboren zijn
Slechts zij,
die in rijst zijn opgegroeid
Slechts zij,
die door de rijst gestorven zijn
Kennen alleen de jammerklachten der halmen.
Want weet, dat iedere groei
In wezen sterven is
En iedere bloei vergaan.
Zo weet dan ook, dat iedere oogst
Zeer smart’lijk is.
.
Voorjaarsvakantiegedichten
Deel 1
.
Omdat ik dit jaar een wat langere voorjaarsvakantie neem, in plaats van een zomervakantie, zal ik de komende weken elke dag een vakantiegedicht plaatsen. Dat wil zeggen een gedicht, de bundel waaruit ik het gedicht nam, de naam van de dichter en het jaar van uitgave. Daarnaast zal op een aantal dagen van mijn vakantie een blogbericht op dit blog verschijnen van gastblogger en mede MUGzinemaker Marianne Hermans van Poetry Affairs.
Ik begin deze voorjaarsvakantiegedichten met het gedicht ‘Herinnering’ van schrijver en dichter Roel Houwink (1899-1987). Het gedicht komt uit de bundel ‘Witte velden’ uit 1935.
.
Herinnering
.
Vader, wij hebben nooit gesproken
over het leven met elkaar,
gij had het uwe, ik het mijne
en beide wisten wij, ’t is zwaar
te leven met een weerloos hart…
Zo hadden bêi we ons toegesloten
en gingen zwijgend naast elkaar:
ik heb den weg niet kunnen vinden,
al lag uw hand steeds voor de mijne klaar.
En nu gij heen gegaan zijt naar dat vreemde
en voor geen levende bereikbaar land,
nu breekt mijn vuist een hunkrend open
en zoekt vergeefs uw trouwe hand.
.














