Site-archief

Straatpoëzie in het ‘nieuws’

Willem Hussem

.

In de zomerspecial Lezen en Luisteren van Elseviers Weekblad (week 29/30) staat een aardig artikel over Straatpoëzie met als titel ‘Alleen dichters (soms dwazen) mogen schrijven op muren en glazen, geschreven door René van Rijckevorsel. In het artikel beschrijft René een wandeling met Gerben Beutick (masterstudent journalistiek en redactie stagiair bij dagblad Trouw, die deze wandeling langs poëzie in de openbare ruimte verzorgt in opdracht van de bibliotheek Utrecht.

In het artikel wordt de wandeling beschreven; langs welke gedichten men gaat, iets van de achtergrond van de gedichten en de dichters en er wordt wat breder stil gestaan bij straatpoëzie in het algemeen. Straatpoëzie die niet begint bij de neonletters op het verzekeringskantoor Nieuw Rotterdam, een regel van Lucebert ‘Alles van waarde is weerloos’ daterend van 1978, maar die al veel ouder is. Zo wordt bijvoorbeeld de regel ‘De cost gaet voor de baet uyt’ van de Romeinse toneelschrijver Platus dat al sinds 1912 de gevel van een gebouw aan het Damrak in Amsterdam siert, en de regels op de beurs van Berlage van Albert Verwey ‘Beidt uw tijd’ en Duur uw uur’ uit 1903.

Die laatste regels, en dan met name ‘Beidt uw tijd’ staan me heel goed bij. Toen ik in Amsterdam studeerde liep ik dagelijks langs de Beurs van Berlage en las ik die regel al (jaren ’80 van de vorige eeuw). Destijds heb ik er zelfs over geschreven in het huisblad van de P.A. Tiele Academie in Den Haag ‘Schuddegeest’.

De schrijver van het zeer inhoudelijke artikel maakt wat mij betreft wel een uitglijder. Over Ingmar Heytze (1970) van 2009 – 2011 de eerste stadsdichter van Utrecht en ruim vertegenwoordigd in de stad met straatpoëzie, schrijft René: “Heel virtuoos ongetwijfeld, maar het is geen poëzie die patsboem binnenkomt, zoals het gedicht over Truus” (Truus van Lier, verzetsvrouw die haar leven verloor in de oorlog). Ik vind hier wat van. Heytze wegzetten als een dichter zonder inhoud gaat me echt te ver. René begaat hier de fout die veel lezers van poëzie maken en dat is dat een gedicht emotioneel moet zijn of in ieder geval een emotie moet losmaken bij de lezer (en dan bedoelen ze meestal niet de emotie van schoonheid ervaren).

Elders in het artikel wordt het gedicht dat ik hier onder met jullie wil delen van Willem Hussem (1900-1974) als populair en aansprekend beoordeeld. Een aardig gedicht, zeker, maar in vergelijking met gedichten van Heytze zeker niet erboven uit stekend. Uiteraard wordt de onvolprezen studie ‘Poëzie buiten het boek‘ uit 2017 waar ze in 2021 op promoveerde, van Kila van der Starre (1988) aangehaald in het artikel, evenals de gedichten op vuilniswagens in Rotterdam en de Letters van Utrecht. Al met al geen nieuws maar aardig om te lezen, zeker voor lezers die niet veel hebben met poëzie.

.

zet het blauw

van de zee

tegen het

blauw van de

hemel veeg

er het wit

van een zeil

in en de

wind steekt op

.

 

 

Simone Atangana Bekono

Podcast en gedicht

.

Ik was wat aan het ronddolen op het wereld wijde web en kwam zo op de website van Kluger Hans terecht, en dan specifiek op het platform Roergebied. Daar stuitte ik op de podcast Grensgangers #9 uit 2020 waarin de Rotterdamse schrijver (van proza en poëzie zoals ze zelf zegt) Simone Atangana Bekono (1991) wordt geïnterviewd door Daan Janssens en Jens Meijen. In deze podcast gaat het over de debuutbundel van Simone met als titel ‘Hoe de eerste vonken zichtbaar waren’ uit 2017 en hoe deze tot stand is gekomen. Maar ook over haar schrijverschap, activistische noodzaak en de verschillen tussen poëzie en proza.

Op de website van Poetry International wordt zij geïntroduceerd met deze woorden: In de poëzie van Simone Atangana Bekono wisselen strijdvaardigheid en tederheid elkaar voortdurend af. Zij laat zien hoe het persoonlijke tegelijkertijd poëtisch, politiek en universeel kan zijn. In haar gedichten verkent ze het verband tussen lichaam en identiteit. Het besef een zwart en vrouwelijk lichaam te hebben leidt tot uiteenlopende gevoelens; van ontheemding, maar ook van woede jegens de mensen die dat lichaam, die identiteit onderdrukken. Typerend voor Atangana Bekono is dat zij haar ontegenzeggelijke politieke engagement niet verwerkt in lekker klinkende kreten maar op spannende wijze tot onderzoeksobject maakt. Voor haar debuutbundel ontvang zij de Poëziedebuutprijs aan Zee 2018 en het Charlotte Köhler Stipendium 2019

Het gedicht waarmee de Podcast begint heeft als titel ‘III’.

.

III

.

Ik schreef een gedicht dat over mezelf ging
ik schreef vijf versies van mezelf die mannelijk,
gebroken, lichaamloos en in de war waren
ik schreef mezelf in de hel van het kunstenaarschap en liet mij daarin wegrotten
ik schreef mezelf compleet weg en kwam tot een hoop lege woorden

Dat elke herinnering valt of staat bij het moment van ontsteking
dat context niet toegevoegd mag worden, maar vanzelf moet ontstaan
dat ik mijn vaders urn in de stoppenkast heb gezet toen hij mij op de vingers tikte
voor mijn onherleidbare motoriek en twijfelachtige borsten
dat ik alleen besta in het verlengde van het brein van een blanke, westerse man:
ik leen geld van een blanke, westerse man
ik koop toiletpapier voor een blanke, westerse man:
ik ben een gedachte-experiment van de blanke, westerse man

Want ik lig dronken op een vloer en hij vraagt wie ik ben
en ik ben een in een mal gepropte versie van Kunta Kinte
ik voel geen verbintenis met mijn gegeven naam

Ik lig dronken op een vloer en zie patronen in het plafond
de jongen naast mij is een kind dat ik kennis wil laten maken
met mijn donkerste gedachten
om hem kapot te maken
om hem op te voeden
ik ben het poppetje van een aapachtige jazzmuzikant
ik ben Sylvana, Loewija
een enorme kont waar mensen geld voor betalen om naar te staren
ik kan mezelf in honderden vormen presenteren

Ik ben een coole toevoeging, een drumstel, ik ben een godsdienstfanaat
met gele oogballen en een kapotgeschreeuwde mond,
ik ben een hofnar: ik trek een jurk aan, trek een huidkleurige jurk aan
ben zeventig kilogram vlees zonder naam, taal of herkomst
een nagelbijtende in elkaar stortende bloedende entiteit zonder concreet doel
all energy and no purpose
ik heb wel een goed rapport
goed gedaan en goed opgevoed

Ik ben een virus dat zichzelf opeet bij gebrek aan materie om zich mee te voeden
ik ben de meest huidkleurige jurk die je aan kunt trekken
een gewaagde keuze
en terwijl ik geolied op een hagelwit strand sta
tussen die honderden versies van mijzelf
vraag ik: ‘Zijn we al op vakantie?’
ik krijg geen antwoord

.

Eden

Jules Deelder

.

Vandaag voor mijn boekenkast gaan staan en daar, ongezien, de bundel ‘Dag & Nacht‘ van Jules Deelder (1944-2019) uit 2014 (uitgegeven destijds voor zijn 70ste verjaardag) gepakt. De gedichten in deze bundel zijn gekozen en ingeleid door (toen nog) burgemeester van Rotterdam Ahmed Aboutaleb. Zonder te kijken een willekeurige pagina opgeslagen , 82 in dit geval, en daar staat het gedicht ‘Eden’. Deelder is een vaste gast op mijn blog, zo kwam ik erachter dat de eerste keer dat ik over hem schreef al uit 2008 dateert.

.

Eden

.

Het leven in de Hof van Eden

was te mooi om waar te wezen

.

De zon kwam op de zon ging onder

De tijd was nog niet uitgevonden

.

Er was hemel er was aarde

Er was lucht en er was water

.

In het bos de wilde beesten

Er was Adam er was Eva

.

Ze leefden met elkaar in vrede

Zonder doel en zonder reden

.

Ze kenden oorzaak noch gevolg

Er was toekomst noch verleden

.

Ze waren en dat was genoeg

Te zijn zonder het te weten

.

Uit-spuit-de-bocht

Elma van Haren

.

Kinderliedjes zijn van alle tijden en het kinderliedje ‘In spin de bocht gaat in’ kennen velen van ons als een touwspringliedje waarbij je op een zeker moment in het liedje in het touw moest springen dat gedraaid werd. Dat zo’n liedje, in dit geval ‘In spin de bocht gaat in’ dat stamt uit ca. 1880 uit ‘Kinderdeuntjes, wiegeliedjes, speel-, tel-, raadsel- en andere rijmpjes’ samengesteld door J.J.A. Goeverneur, nog steeds inspireert blijkt uit een gedicht van Elma van Haren (1954).

In haar bundel ‘Uit de klatergouden boot gevallen’ uit 2025 kwam ik het gedicht ‘uit-spuit-de-bocht’ tegen en wie het voornoemde liedje kent weet dat dat de vervolgzin is op de titel(zin).

Elma van Haren studeerde aan de kunstacademie in ‘s-Hertogenbosch. In 1988 verscheen haar debuutbundel ‘De reis naar het welkom geheten’, waar ze de C. Buddingh’-prijs voor ontving op Poetry International in Rotterdam. Het was de eerste keer dat deze prijs werd uitgereikt.

In 1997 kreeg ze de Jan Campert-prijs voor de bundel ‘Grondstewardess’. Sinds de dichtbundel ‘De wiedeweerga’ (1998) schrijft ze ook voor kinderen. Sinds 2003 is ze jurylid van de P.C. Hooft-prijs en ze is redacteur van het Vlaamse literaire tijdschrift DW B.

.

Uit-spuit-de-bocht

.

Vanaf mijn fijnsnarig weefwerk in het Heelal bekeken,

Lijken Gaia’s bergen een fluwelen vrouwendracht,

Een donkerrode en okeren geplooide pracht,

Achteloos op een hoop gesmeten en zoals is gebleken

.

Grijpt het arrogante mannen bij de lurven onverwacht

En snijdt het hen de adem af, een doddelijk teken

Dat het voor hen niet goed toeven is in deze streken.

Vrouwgewaad wreekt hongermacht.

.

Rotsen breken de benen van de paarden

Doornen haken zich in mantels rondom.

Gaia’s geilheid piekt hoger dan haar mededogen,

.

Ze strooit fluweelheet zand in mannenogen,

Verdort hun tong tot taal verstomt, stort zich

Wellustig over de kam en bedelft hen onder aarde.

.

 

 

Die dag,

Kreek Daey Ouwens

.

Ik herinner me nog goed dat we dichter Kreek Daey Ouwens (1942) voor een bijdrage in MUGzine vroegen, het was voor nummer 9 in 2021. Het was door een gedicht dat ik las in de bundel ‘Wij zijn de menigte die moeder heet‘ uit 2018, samengesteld door Ester Naomi Perquin. Ik was meteen onder de indruk van haar poëzie en we besloten haar te vragen voor MUGzine. Ze reageerde meteen heel enthousiast op de uitnodiging en naar aanleiding van haar bijdrage had ik een heel leuk en inhoudelijk mooi gesprek met haar over de telefoon.

Na de publicatie van MUGzine nummer 9 verscheen poëzie van haar hand later in poëzietijdschrift Awater en schreef ik nog over haar poëzie in een dubbelgedicht. Tot ik las dat ze zou optreden bij Poetry International 2026 in Rotterdam. Ik was bij de opening van het festival en opnieuw was ik onder de indruk van haar performance en het gedicht dat ze daar voordroeg ‘Die dag,’.  Dit gedicht is ook opgenomen in de festivalbundel ‘Achter mij is een schaduw’ waarvan de titel uit juist dit gedicht genomen is. Dat gedicht wil ik hier graag met jullie delen.

.

Die dag,

.

Ik heb niets gevoeld

Ik heb niets geweten

Ik had het moeten weten, lief!

Ik sliep

Ik werd wakker

Ik stond op

Ik maakte koffie voor mezelf

Zo ver was ik van jouw sterven, dat ik koffie

maakte voor mijzelf.

.

-Daar is de deur

en daar is de deur

en daar is de deur en daar is de deur

en daar is de deur-

.

Ik ga naar buiten

Ik loop over straat

Ik loop over mijn kam

.

Achter mij is een schaduw

De schaduw is scheef

De schaduw is niet van mij

Zoals de schaduw van de bomen niet van de bomen is

.

Als ik mijn schaduw wil aanraken is er het ontwijken,

.

Foto: Theo Rikken

 

 

Campusdichters

Martina Pocchiari

.

Op de website van de universiteit van Utrecht verscheen in 2017 een aardig overzicht van Ries Agterberg over campusdichters aan universiteiten in Nederland. Ik weet dat er verschillende campusdichters actief zijn, ik schreef al over campusdichters in Nijmegen (Wout Waanders, Thijs Kersten, Merel van Slobbe), Antwerpen, (Esohe Weyden),  Twente, (Egbert van Hattem) en Groningen (Jephta de Visser).

In het artikel van Agterberg lees ik dat er ook campusdichters actief zijn in Tilburg, Rotterdam en Amsterdam (UvA en VU). In 2016 werd de eerste internationale campusdichter geïnstalleerd en wel aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam. De Italiaans Martina Pocchiari (1994) was toen masterstudente Marketing Management en inmiddels, 10 jaar later assistent professor aan de Esade Business School in Spanje.

Omdat ze de nieuwe, en eerste internationale, campusdichter van de Erasmus universiteit was, werd in het Erasmusmagazine een interview met haar geplaatst. Daar werd ook een Engelstalig gedicht bij geplaatst ‘Four times December’ dat ik heb vertaald en hieronder te lezen is.

.

Vier keer december Websie

.

Het was kouder, er waaide een fellere wind –

en in de wind gaf ik mijn hart weg.

Alles

is sindsdien veranderd.

Vandaag is de wind zachter;

de kou, gastvrij.

Maar mijn hart is bevroren

en te midden van een storm.

Hoeveel dingen kunnen er gebeuren,

bij een windvlaag.

Hoeveel dingen kunnen veranderen,

zonder dat wij het merken.

Ik verloor mijn hart in de wind, en nu

Ik weet niet waar het is neergezet.

Maar ik zal voortdurend over de wegen van de wereld

lopen om het opnieuw te vinden.

.

Wim T. Schippers overleden

Helaas dood

.

Gisteren werd bekend dat programmamaker, acteur, stemacteur, schrijver, dichter, presentator en beeldend kunstenaar Wim T. Schippers (1942-2026) is overleden. Er is ontzettend veel te vertellen over Wim T. Schippers maar ik zal me beperken tot de keren dat hij en zijn werk op dit blog een plek kregen. De eerste keer was in 2014, ik schreef toen een stuk over deel 3 in de Ronflonflon reeks (verwijzend naar het gelijknamige radioprogramma Ronflonflon met Jacques Plafond, dat Wim T. Schippers in de jaren 1984-1991 op radio 3 en radio 5 presenteerde en waar de huisdichter Wilhelmina Kuttjke (met twee T een prominente plaats innam) met als titel ‘Kuttje compleet’ gedichten van Wilhelmina Kuttje uitgelegd aan Jacques Plafond.

De keer daarna was in 2019 bij het overlijden van Janine van Elzakker, die de rol van Wilhelmina Kuttje vervulde in Ronflonflon met Jacques Plafond. In de overlijdensadvertentie stond toen de tekst: Helaas dood. Een typische Wim T. Schipperiaanse opmerking. In 2021 schreef ik over een verzamelbundel ‘Congressen‘ van de dienstenbond FNV waarin een van de verassende keuzes van Cox Habbema, de samensteller, van Wim T. Schippers was.

In 2022 schreef ik over een vakantiegedicht van Ingmar Heytze (zelf een groot bewonderaar van Wim T. Schippers) dat begint met een quote van Wim. En als laatste wijdde ik twee berichten aan de winnaar van de Jana Beranováprijs (waar ik als jurylid deel van uitmaakte). Die prijs werd in 2023 toegekend aan Wim T. Schippers. Wat ik me vooral heel goed herinner is de speech die Wim gaf bij de overhandiging van de prijs in Boekhandel Donner in Rotterdam. Ongelofelijk grappig, eloquent, absurd, typisch maar zo goed, zo typisch Wim T. Schippers. Hij was oprecht blij met de prijs vertelde hij (en iedereen aanwezig geloofde hem) omdat dit de eerste prijs was die hij kreeg voor zijn werk als schrijver/dichter. Hij had vele prijzen gekregen maar allemaal voor zijn werk als kunstenaar en scenarioschrijver.

Ik zal hem altijd onthouden om zijn geweldige shows, zijn programma’s op televisie, zijn radioprogramma’s en zelfs zijn manier van presenteren van Zomergasten bij de VPRO. En als dichter, want dat was hij ook. In 1975 verscheen onder de naam B. Servet (Barend Servet, een van zijn creaties) het bundeltje ‘Eén per pagina’ in een oplage van 1500 stuks. Ergens op internet las ik dat het hier een dichtbundel van de kunstenaar Fluxus betreft, die op amusante wijze aan zijn titel is gekomen doordat de uitgever de instructie om slechts één gedicht per pagina te plaatsen verkeerd begreep en het per ongeluk op de omslag afdrukte. Ik denk dat het allemaal uit het heerlijke absurde brein van Wim T. Schippers kwam.

In dit bundeltje korte gedichtjes, een die nu veel op de social media langs komt; Dood / Niks aan te doen. Een gedichtje dat doet denken aan de overlijdensadvertentie van Janine van Elzakker. Maar ook iets langere gedichtjes. Hier een paar voorbeelden.

.

Het zonnetje

.

Lacht het zonnetje?

of is het zonnetje soms kwaad

of alleen maar verdrietig.

De Maan

lacht de Maan?

een straatbeeld van zegge en schrijve

zeven pond en ruim drie ons

ik dank u wel

ik pas voor dergelijke gortige gedachten

dit soort poeha

staat mij in ’t geheel niet aan

doch mocht ik onverhoopt

op andere gedachten geraken

dan hoort u nog van mij

daar kunt u van op aan

het zij zo

.

Credo

.

daar kom ik ook nog es

aankakken

met wat wazig materiaal

.

Crossend door woestenijen

.

het bekende geëikel

van vallen en opstaan

in een extra dimensie

dit keer

want op weg naar jou, mijn liefste

.

 

Dichtregel in gebarentaal

Boaz Blume en Sam Onclin

 Na bijna 40 jaar dichtregels in geschreven woord te hebben geplaatst, is er nu voor het eerst een dichtregel in gebarentaal op een Rotterdamse vuilniswagen te bewonderen. Volledig in stilte, maar met groot enthousiasme en zwaaiende handen. Tijdens Poetry International  van afgelopen weekend, onthulde het dove- en slechthorende dichtersduo Boaz Blume en Sam Onclin samen met Thomas van Brakel manager Inzameling & Hergebruik een dichtregel in geschreven tekst (andere zijde van de wagen) én gebarentaal.

Met begeleiding van verschillende gebarentolken introduceerde Thomas van Brakel de vuilniswagen en benoemde de unieke samenwerking: “Ik ben trots op de dichtregels op onze wagens, omdat wat vuilnis is voor de één, kunst is voor de ander. En omdat dichten schoonheid is, en wij proberen schoonheid te brengen naar Rotterdam. We maken de stad schoon en voegen ook nog schoonheid toe. Dat op een inclusieve wijze doen, die alle Rotterdammers bereikt, is een groot goed. Want buiten is van ons allemaal.”

Dichter Boaz Blume was ontzettend blij: “In mijn dromen zijn de gebaren stormen, levend, krachtig en onvoorspelbaar. Dansende handen schrijven gedichten in de lucht, zichtbaar voor wie wil kijken”. Deze regel is een viering van hoe ik denk: in beelden, in beweging. De Nederlandse Gebarentaal is voor mij niet alleen communicatie, maar een artistieke expressie die mijn identiteit en creativiteit vormgeeft.”

Op de foto van links naar rechts: dichtersduo Som Onclin (haar optredens variëren van poëtische voordrachten waarin ik de kracht van gebarentaal onderzoek, tot dynamische theatervoorstellingen waarin ze verhalen vertelt via gebaren en lichaamsbewegingen) en Boaz Blume ( lid van het dove dichterscollectief Kitchen’s Light , treedt op met eigen werk in de Nederlandse Gebarentaal en docent Gebarentaal) en manager Inzameling & Hergebruik Thomas van Brakel. Uiterst rechts de gebarentolk.
.
                                                                                                                      Foto: Rosa Quist Photography

Projectmedewerkers

Anne Vegter

.

Bij het zomernummer van poëzietijdschrift Awater zit dit keer de bundel (de Poëzieclubkeuze) ‘Projectmedewerkers’ van dichter Anne Vegter (1958). Deze poëzieclubkeuze krijg je meegestuurd als je lid bent van Awater. Je kunt ook gewoon een abonnement nemen en dan krijg je de tijdschriften zonder bundels toegestuurd. Anne Vegter schrijft naast poëzie ook kinderboeken, theatermonologen en verhalen en ontving verschillende prijzen voor haar werk, waaronder de Anna Blaman Prijs (2004) voor haar gehele oeuvre, en de Ida Gerhardt Poëzieprijs in 2022. Daarnaast was ze stadsdichter van Rotterdam (2021-2022) en Dichter des Vaderlands van 2013-2017.

De bundel ‘Projectmedewerkers’ bevat naast een vrij lang gedicht dat als een soort verhaal leest en uitsluitend op de onderste 5 cm van elke bladzijde is afgedrukt, een groot aantal illustraties en tekeningen van Vegter zelf en een reeks gedichten met de titel ‘voor de vervuiling 1 t/m 15’.

Ik weet dat het heel modern is om vooral ook een bijzondere lay out en vormgeving te kiezen in moderne bundels maar ik vind het toch vooral erg afleiden van waar het om draait., namelijk de teksten. Desalniettemin zijn Gina van den Berg en Vicky Francken erg enthousiast over deze bundel (niet voor niets verkozen tot Poëzieclubkeuze tenslotte door de redactie van Awater). Zij schrijven hierover onder andere: ” Projectmedewerkers laat zich lezen als een zeer persoonlijke bundel. In een rauw-poëtische familieopstelling belciht ze de moederrol vanuit verschillende perspectieven, in een razende, bijna gekmakende maalstroom aan woorden. De moederfiguur die uit de taal oprijst is menselijk, bijna driedimensionaal tastbaar. De moeder is geen madonna, geen onaantastbare Biedermeier spil van het gezin; haar zonen beuken op haar in, worstelen zich los, spreken haar tegen, putten uit een ander taalregister.”

Toch blijf ik moeite hebben met poëzie die geen gebruik maakt van leestekengebruik (interpunctie), waardoor mijn hoofd meer bezig is met te snappen waar zinnen beginnen en eindigen en niet waar die zinnen nu eigenlijk over gaan. In de gedichten ‘voor de vervuiling’ lukt dit beter, ook al ontbreken daar de leestekens (maar er staat dan wel ineens een ! en een :). Hier een voorbeeld ‘voor de vervuiling 12’.

.

voor de vervuiling 12

.

we wegen meer dan alle harde dingen min de vissen

we versleepten continenten we zeulden met soorten

ik zeg eet geen rund er is genoeg te helpen zonlicht

heeft een prijs er is genoeg troep en als het niet breekt

doet het niet mee klimaatheld! als jullie toch eens zo

over me dachten beschrijving van een geboorte:

gezeefd uit beendermeel roze vinnen zuurstofschuld

iets met vleugels tijdgebrek mijn tip: eet geen varken

ik zeg jullie érgens in geloven sjor dan de aardplaten aan

.

Opening Poetry International 2026

Lynthia Julius

.

Afgelopen donderdagavond was de feestelijke opening van Poetry International 2026, alweer de 56ste editie, in Theater Zuidplein in Rotterdam. Het thema van deze editie is ‘Word on the street’ en voor de opening van het festival wordt elk jaar een gastregisseur uitgenodigd uit een andere kunstdiscipline. Dit keer was dit componist Merlijn Twaalfhoven, bekend om zijn grootschalige en interdisciplinaire muziekprojecten op vaak onconventionele locaties. Samen met de 18 dichters en het Koor op Zuid werd de opening een grote happening, waarbij vanaf het begin alle dichters en musici en een deel van het koor, en halverwege het programma ook het volledige koor op het podium aanwezig was en deelnam in het programma.

Dichters uit Nederland (Joost Baars, Kreek Daey Ouwens, Jörgen Gario, Nisrine Mbarki Ben Ayad), België (Dominique De Groen) en dichters uit Europa, Azië, Midden-Oosten, Australië, Afrika en Zuid Amerika. De dichters droegen, ondersteund en aangevuld door muziek en koor (en de zaal) een gedicht voor en voor boven het toneel was op een boventiteling, steeds de vertaling in het Nederlands te lezen.

Voor mij was de hele opening één groot hoogtepunt maar vooral de bijdrage van Joost Baars, Pia Tafdrup (Denemarken) door de bijdrage vanuit de zaal, Dalia Taha (Palestina) en Hendri Yulius Wijaya (Indonesië) vond ik indrukwekkend. Uiteraard werd door festivaldirecteur Diana Chin-A-Fat, stil gestaan bij het overlijden van Lieke Marsman. Al met al een fantastisch mooie avond. Uit de festivalbundel ‘Achter mij is een schaduw’ koos ik voor een gedicht van de Zuid Afrikaanse Lynthia Julius (1993) getiteld ‘Ménage à moi’.

Julius is een van de meest veelbelovende jonge stemmen binnen de hedendaagse Zuid-Afrikaanse poëzie. Ze groeide op in diamantstad Kimberley, en schrijft vanuit het Gariep-Afrikaans van de Noord-Kaap, in voortdurende wisselwerking met het Standaardafrikaans van de canon. Als filosoof opgeleid en later geschoold in Creatief Schrijven, gaf ze haar rauwe, compromisloze poëzie extra precisie en gelaagdheid. Julius laat zich niet inkaderen en schrijft met loepzuivere eerlijkheid over identiteit, macht en moederschap.

.

Ménage à moi

.

meisjes die met zichzelf spelen

zien de hemel

maar gaan er niet heen

.

zij met hun Olivia Grey

en chardonnay

die hun binnenste

verkennen met vingers en Rabbits

hun eigen benen laten beven

van lakens dammen maken

.

die hun kamerdeuren sluiten

niet wachten op een pik

in kussens kreunen

.

Lynthia is geboren

Lynthia is uit het zelfdoodsbed opgestaan

Lynthia komt

.