Site-archief
Lernert Engelberts
Nog eens
.
Daar sta ik weer voor mijn almaar uitdijende boekenkast (stapels dichtbundels op dichtbundels). En dit keer pak ik zonder te kijken de bundel ‘Ik heb alleen woorden’ De honderd meest troostrijke gedichten over afscheid en rouw uit de Nederlandse poëzie, uit 1998 . De bundel gedichten werd verzameld door Hans Warren en Mario Molengraaf. Ik open de bundel op een willekeurige bladzijde (pagina 70 dit keer) en daar staat het gedicht ‘Nog eens’ van dichter en televisiemaker Lernert Engelberts (1977) dat werd opgenomen uit de bundel ‘Oedipoes werpt jongen’ uit 1996.
.
Nog eens
.
De dood, de mooiste
van alle mogelijkheden,
laat ook vannacht op zich wachten.
Al ligt het koele mes tegen
zijn pols, zijn vlees lijkt van ijzer.
.
Al heeft hij de afscheidsbrief geschreven
-waarin hij vraagt om begrip niet om compassie-
morgenvroeg wordt hij gewoon weer wakker,
slaat de dekens van zich af,
scheurt de brief tot kleine stukjes,
legt het mes terug in de la.
.
Het wilde feest
Verfilmd verhalend gedicht
.
In 1928 schreef Joseph Moncure March (1899 – 1977) een Amerikaanse dichter, scenarioschrijver en essayist, een lang verhalend gedicht getiteld ‘The Wild Party’. Na een periode van vier jaar als hoofdredacteur van The Telephone Review werd March in 1925 hoofdredacteur van The New Yorker en hielp hij mee aan de oprichting van de voorpagina-sectie “Talk of the Town” van het tijdschrift. Hij verliet het tijdschrift en schreef het eerste van zijn twee belangrijke lange verhalende gedichten uit het Jazz-tijdperk , The Wild Party .
Vanwege de gewaagde inhoud kon dit gewelddadige verhaal over een variétédanseres die een feest vol drank en seks organiseert, pas in 1928 een uitgever vinden. Eenmaal gepubliceerd was het gedicht echter een groot succes, ondanks het verbod in Boston omdat het als obsceen werd beschouwd. In 1968 zou hij ‘The wild Party’ herzien.
In 1975 werd ‘The Wild Party’ verfilmd maar March veranderde het plot om het gedicht te vermengen met het Fatty Arbuckle -schandaal. De film, met onder andere Raquel Welch, die gebaseerd is op het verhalende gedicht gaat over een stomme filmkomiek (een type zoals Roscoe ‘Fatty’ Arbuckle) die met de komst van de geluidsfilm een extravagant feest geeft om zijn tanende carrière te redden. Zijn plan is om één laatste, groots stomme meesterwerk uit te brengen. Het feest loopt nogal uit de hand. Uit het gedicht ‘The Wild Party’ en deel vertaald naar het Nederlands.
.
Sommige liefde is vuur, sommige liefde is roest,
maar de felste, zuiverste liefde is lust.
En hun lust was overweldigend. Het voelde aan
als kletterende hamers, steen en staal,
en als woeste, brullende fakkels
die door ijzer heen scheuren en mensen blind maken.
Lange treinen denderden door spelonken onder
grijze, trillende straten, als woedende donder.
Bruisende motoren, schorre stoom die uitspuwde,
stampende voeten en schreeuwende menigten.
Een lust zo woest, dat ze het vlees van het bot hadden kunnen rukken
zonder te verkrampen.
.
De zelfverkozen dood
Rogi Wieg
.
Tien jaar geleden (ruim) was het een zwaar jaar voor de poëzie. Binnen een jaar pleegden maar liefst drie bekende Nederlandse dichters zelfmoord; Rogi Wieg (1962-2015), Joost Zwagerman (1963-2015) en Wim Brands (1959-2016). Drie generatiegenoten ook nog. In de geschiedenis zijn zij niet de enige dichters die zich van het leven beroofden, wat denk je van Jan Arends (1925-1974), Halbo C. Kool (1907-1968) en Jan Emmens (1924-1971). De bekendste dichter uit de 19e eeuw is François Haverschmidt (1835-1894) bekend onder zijn pseudoniem Piet Paaltjens. En kijken we nog verder terug dan is er in de 18e eeuw nog de Friese jonker Willem van Haren (1710-1768).
Uiteraard zijn er ook in het buitenland beroemde dichters die zichzelf van het leven beroofden: de bekendste Vlaming is natuurlijk Jotie ‘T Hooft (1956-1977), en de bekendste Amerikaanse dichter Sylvia Plath (1932-1963). Als je kijkt naar schrijvers (dus geen dichters) dan is de lijst nog veel langer. In 2015 wijdde de Volkskrant nog een artikel aan het fenomeen onder de kop ‘Waarom komt zelfmoord onder schrijvers relatief vaak voor?’. Ik weet niet of dit echt zo is (wie werden er meegenomen in het vergelijkend onderzoek?) maar elke zelfmoord is er een teveel. En de dichters die zelfmoord pleegden worden gemist.
Gelukkig is er altijd het werk van deze dichters. Zoals van Rogi Wieg. In 2015 verscheen bij uitgeverij In de Knipscheer ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’ een bloemlezing uit het poëtisch oeuvre van Rogi Wieg, samengesteld en ingeleid door Peter de Rijk. Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘In de zin dat ik het sterven niet ken’ dat oorspronkelijk verscheen in ‘De kam’ uit 2007.
.
In de zin dat ik het sterven niet ken
.
Ik zou me niet laten verleiden
door de vrouw, kennis laat me koud.
Het eeuwige leven,
.
in de zin dat ik het sterven niet ken,
een schildpad liggend op zijn rug,
die betekenis ken ik dan niet.
.
De appel niet hebben gezien,
de beet niet hebben gevoeld,
niet weten dat onder de schil de patholoog
aan het werk is.
.
God niet hebben gezien of gesproken.
Ik ben een alleswetende slak,
ik zou me niet laten verleiden.
.
Toen ik dood was (een versje)
Wim Hofman
.
De laatste tijd lees ik wat meer dichters op leeftijd. Ik weet niet wat daar de reden voor is (misschien is er helemaal geen reden maar is het toeval) maar ik merk dat ik geïnteresseerd ben in juist het wat oudere werk van oudere dichters. Zo las ik de afgelopen week in de bundel ‘Je bent mijn liefste woord’ gedichten voor bijzondere momenten uit 2015, een gedicht van schrijver, illustrator, beeldend kunstenaar en dichter Wim Hofman (1941).
Ik ken Wim als dichter al veel langer hoewel de meeste mensen hem vooral zullen kennen van zijn kinderboeken als ‘Wim’ uit 1977 en ‘Aap en beer’ uit 1984. Wim ken ik ook omdat hij een bijdrage schreef voor MUGzine #12. In die editie is naast werk van hem ook poëzie opgenomen van Anton Korteweg, Jana Beranová (die de Anna Blamanprijs heeft gekregen vorige week) en de Vlaamse dichter Amina Belôrf. In diezelfde editie zijn foto’s opgenomen van fotograaf Scarlett Hooft Graafland, die op dit moment een grote en mooie overzichtstentoonstelling heeft in het nieuwste rijksmuseum van Nederland Panorama Mesdag.
Terug naar het gedicht van Wim in ‘Je bent mijn liefste woord’ dat als titel draagt ‘Toen ik dood was (een versje)’. Het gedicht werd overgenomen uit zijn bundel ‘Na de storm’ uit 2005. Het bijzondere aan dit gedicht , vind ik, dat het door de toevoeging (een versje) lijkt alsof het een kinderversje is. Maar niets is minder waar. Het begint als versje maar de laatste twee strofen lopen daarbij uit de pas. Ook het onderwerp is nou niet direct iets voor een versje. Oordeel zelf.
.
Toen ik dood was (een versje)
.
toen ik dood was gingen jullie naar huis
en jullie ruimden alles op
schelpen stenen scherven gruis
.
gordijnen deuren en ramen open
in mijn bed een inktzwarte vlek
in de kast kakelden papieren
niets stond op zijn plek
.
mijn stoel was al kilometers ver
een stofwolkje op de oude straatweg
.
op tafel een taart zonder kaarsjes
maar met een kersje voor ieder een kersje
.
Hij moet bij mij zijn
Najaarseditie MUGzine
.
In oktober verschijnt de nieuwe MUGzine, editie 29 alweer en ik zal de komende weken elke keer een nieuwe naam noemen van een dichter die in deze editie met poëzie is vertegenwoordigd. In ieder geval kan ik de kunstenaar al prijsgeven. Dit is de IJslandse kunstenares Ragnhildur Jóhanns (1977). Zij heeft al vele tentoonstellingen gehad in IJsland maar ook in Litouwen en het Verenigd Koninkrijk.
De eerste dichter die ik kan vrijgeven is Sylvia Hubers (1965). In haar werk verkent zij het grensgebied tussen proza en poëzie. In 2003 debuteerde ze met de dichtbundel ‘Men zegt liefde’. Daarop volgden acht bundels poëzie, prozagedichten en zeer kort proza. Haar laatste bundel ‘Aanraken!’ kwam uit in 2022. Van 2009 tot 2013 was ze stadsdichter van Haarlem en ze maakt naast boeken en bundels ook poëzie ansichtkaarten.
Natuurlijk plaats ik hier alvast een voorproefje van de poëzie van Sylvia. Uit haar debuutbundel ‘Men zegt liefde’ het gedicht ‘Hij moet bij mij zijn’.
.
Hij moet bij mij zijn
.
Hij moet bij mij zijn
hij moet mij lezen
zijn hand op me leggen
me terugtrekken
uit het land van de doden.
Hij moet bij me zijn
hij moet zich over me uitspreiden
hij moet glimlachen
wanneer ik niet meer wil
hij moet applaudiseren.
Hij moet bij mij zijn
steeds als ik de deur open doe
moet ik zijn neus zien
die groot is uitgevallen
– veel te grote neus
voor zo’n kleine kerel –
toch moet hij bij mij zijn
.
Bij nader inzien
Maggie Smith
.
Maggie Smith (1977) is een Amerikaanse dichter, schrijver, redacteur en docent. Haar gedicht ‘Good Bones’ ging viral in 2016 en haar memoir ‘Je zou het hier schitterend kunnen maken’ was een New York Times-bestseller. Deze bundel die ook in de Nederlandse pers consequent ‘memoir’ wordt genoemd (vertaling: a historical account or biography written from a personal knowledge) is een verslag van het uiteenvallen van haar huwelijk en haar hernieuwde toewijding aan zichzelf. Smith verweeft momentopnames uit haar dagelijks leven met mijmeringen over geheimen, woede en vergeving, en komt tot de kern van het vertellen zelf.
De bundel is in het Nederlands vertaald door Susan Smit en Elisabeth van Borselen. Het verscheen in mei van dit jaar. Een lezer en fan schrijft op Hebban over deze bundel: “Je zou het hier schitterend kunnen maken’ is poëtisch, vol passende quotes van andere schrijvers en met moedige, wijze, bloedeerlijke stukken van Smith zelf.”
Poëzie van Maggie Smith werd veelvuldig bekroond, onder andere met twee Academy of American Poets Prizes, en het verscheen in The New Yorker en The Paris Review.
Uit deze bundel nam ik het poëtische prozastuk ‘Bij nader inzien’.
.
Bij nader inzien
.
Ik heb nog eens nagedacht over wat ik eerder zei, over dat ik
alles wilde terugdraaien. Hoe meer tijd er verstrijkt, hoe minder
ik dat voel. Rilke komt op deze momenten bij me naar boven,
en fluistert: ‘Geen enkel gevoel is definitief.’
Ik wil niet slechts kinderen hebben, ik wil deze kinderen.
Maar verdorie, ik zou willen dat ze een gemakkelijke weg
konden afleggen, Ik zou willen dat we allemaal een gemakke-
lijkere weg hadden.
Dit is waarover ik het meest nadenk: in een of ander parallel
universum kan ik de kinderen redden en het huwelijk over-
boord zetten. Dit is magisch denken. Als in een Griekse mythe
die we nog moeten ontdekken, een zoon en een dochter komen
uit mij voort, heel.
.
Reïncarnatie
Dag drie
.
Op dag drie van mijn vakantie een gedicht met een titel die dichters blijkbaar aanspreekt want ik plaatse al eerder een gedicht met de titel ‘Reïncarnatie’. Van Patricia Lasoen (1948) en van Daan Zonderland (1909-1977). Vandaag echter een gedicht met deze titel van Ester Naomi Perquin (1980) uit haar bundel ‘Servetten halfstok’ uit 2007.
.
Reïncarnatie
.
Wil iemand in mijn benen lopen,
in mijn mond zijn woorden leggen
en in mijn handen stijve vingers
soepel strekken voor pianospel
of strelen – wie wil mij aan?
.
Word ik de eerste keus of heeft
een mooier lichaam niet gepast?
Lig ik opgevouwen achteraan of
hang ik breeduit in de etalage?
.
Hoe weten zij hoe ik mij was?
Welk nog onzichtbaar etiket
is in mijn nekrand vastgezet?
.















