Categorie archief: Gedichten op vreemde plekken

Bevroren in de tijd

Frozen poets

.

De website frozenpoets.blogspot.com ken ik al wat langer maar vreemd genoeg heb ik er hier, op dit blog, nog nooit aandacht aan besteed. En een beetje aandacht verdient dit blog. Dichter Albert Hagenaars verzamelt al sinds oktober 2010 foto’s en voorbeelden van standbeelden, graven en andere artefacten van (inmiddels) 439 dichters.

Het doet me denken aan een combinatie van de categorie Gedichten op vreemde plekken en mijn instagram accounts @meerovergedichten en @struikeloverpoëzie, maar ere wie ere toekomt, deze blog is uniek in zijn soort en biedt heel veel geweldige informatie over dichters en poëzie. Neem dus vooral een uitgebreid bezoek en verwonder je over de prachtige beelden, de graven en andere artefacten die men in de loop der tijd heeft gewijd aan dichters.

Een van de dichters die ik er uit vond springen is George Rodenbach (1855-1898) en dan vooral het beeld dat er van hem gemaakt is en geplaatst is op zijn graf op begraafplaats Père Lachaise in Parijs. De foto is gemaakt door Albert Hagenaars zelf in oktober 2010 (daar dus terug te vinden).

Georges Raymond Constantin Rodenbach  was een Belgische symbolistische dichter en romanschrijver uit een Franse moeder en een Duitse vader. Rodenbach werkte als advocaat en journalist. Hij was een van de eerste medewerkers van het literaire tijdschrift La Jeune Belgique, en bracht de laatste tien jaar van zijn leven door in Parijs als correspondent van de Journal de Bruxelles. Hij publiceerde acht dichtbundels en vier romans, evenals korte verhalen, toneelstukken en kritieken. Een groot deel van zijn oeuvre is het resultaat van een hartstochtelijke idealisering van de rustige Vlaamse stadjes waarin hij zijn jeugd en vroege adolescentie had doorgebracht. Daarnaast wordt zijn werk gekenmerkt door een ‘zeer persoonlijk cachet van stilte, wazigheid, subtiele melancholie en mysticisme’. Rodenbach debuteerde in 1877 met de dichtbundel ‘Le Foyer et les Champs’. Zijn poëzie verscheen vooral in zijn beginjaren als schrijver en dichter, later zou hij zich meer op romans en korte verhalen toeleggen.

Natuurlijk bij deze informatie een gedicht van George Rodenbach en wel een zeer toepasselijk gedicht ‘Zoet herdenken’ dat verscheen in De Tweede Ronde, jaargang vijf uit 1984 in een vertaling van Peter Verstegen.

.

Zoet herdenken

.

O zoet herdenken van een liefde die verging!
O zoet herdenken van een droom die niet mocht wezen!
Je wandelt en denkt droef aan verzen, ooit gelezen;
Zeeschuim geeft aan het strand zilveren schittering.
.
Je hoort nog klokgelui, al is de kerk verdwenen!
O zoet herdenken van ziekbed en van herstel!
Bekoring van gedempte stemmen, van stil spel,
Waardoor de wildste ritmen ver verwijderd schenen.
.
Liefde die eindigt lijkt avondmelancholie;
Wie onderaan de berg zijn bloem geplukt heeft, moet
Zijn knieën verder sparen, ook zijn longen die
.
Zo moeten zwoegen als hij tot de top wil komen,
Want was de liefde die je ziel deed overstromen
Van langer duur geweest, dan was ze niet zo zoet!
.

Gedichten in het spoorwegmuseum

Gedichtenroute

.

In het spoorweg museum in Utrecht is een gedichtenroute voor alle leeftijden te volgen. ‘Bestijg nooit de trein zonder uw valies met dromen’. Deze eerste regel uit het gedicht ‘Bericht aan de reizigers’ (1934) van Jan van Nijlen (1884-1965) staat groot op de muur van het Maliebaanstation. Op de labels van de koffers onder dit gedicht staan verschillende ander gedichten, geïnspireerd door de trein.

Dat het gedicht ‘Bericht aan de reiziger’ tot allerhande inspiratie heeft geleid blijkt uit het gedicht van voormalig dichter des vaderlands Driek van Wissen (1943-2010) met diezelfde titel, of wat dacht je van de bundel ‘Gedicht aan de reizigers‘. En het gedicht van Jan van Nijlen is ook te lezen op het Centraal Station van Antwerpen.

Maar het Spoorwegmuseum gaat verder dan het plaatsen van gedichten over het spoor her en der in het museum. Als je zelf een mooi gedicht geschreven hebt over de trein en je wil dat terugzien in de verzameling labels op de koffers, dan kun je je gedicht doorsturen  per e-mail naar gedichten@spoorwegmuseum.nl

Elk half jaar worden twee nieuwe gedichten gekozen die worden toegevoegd op een label. Let wel, het gedicht mag uit maximaal 50 woorden bestaan en moet over treinreizen gaan. Het moet een zelf geschreven gedicht zijn. Over de selectie van de gedichten wordt niet gecorrespondeerd.

Om in stijl dit bericht te beëindigen een gedicht over treinreizen van dichter Armando (1929-2018) met als titel ‘September in de trein’ uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1999.

.

September in de trein

(fragment)

.

– oh, het is hier verboden te roken.

– verboden te roken? ja, verboden te roken.

– ja. het is nu eenmaal verboden, hè.

– er is anders elders nog plaats genoeg.

– nou ja, ik zit nou eenmaal.

– da’s waar.

– als ik zit dan zit ik.

.

Latrine poëzie

Toiletpoëzie 

 

De inscripties op de latrines van het voormalige Geboorteklooster in Tepoztlán, Mexico, zijn bijna volledig in de vergetelheid geraakt, maar bieden een onverwacht staaltje poëzie. Tegenwoordig is in het voormalige klooster het Museo de la Natividad gevestigd. Tijdens de renovatie van het historische gebouw werd graffiti ontdekt op de muren van de latrines. Aanvankelijk kon echter niemand de inhoud ontcijferen. 

Gelukkig  werd er tegelijkertijd aan de inwoners van Tepoztlán gevraagd om deel te nemen aan een ‘herinneringswedstrijd’ en voorwerpen met een betekenisvolle boodschap naar het museum te brengen.  Tot ieders verbazing meldde zich een vrouw met een stuk papier waarop een familielid de volledige tekst van de graffiti op het toilet had geschreven.

In tegenstelling tot wat je misschien zou verwachten in een oude kerkbadkamer, waren de korte teksten geen gebeden of religieuze verwijzingen, maar een reeks scabreuze gedichten, geschreven in 1840 door José Manuel de Mata en vervolgens in 1895 in het klooster geschilderd door José Donaciano. Ze gaan allemaal over toiletbezoek. Elk gedicht is nu afgedrukt op museumborden voor de latrine waar ze werden gevonden.  Hier zijn enkele voorbeelden:

‘Als je tijdens het eten fatsoenlijk bent,  in je kleding en spraak,  gedraag je dan ook netjes tijdens het toiletbezoek; toon jezelf dan niet onfatsoenlijk.’

‘Over ontlasting  maken we allemaal grapjes, en wanneer de tijd rijp is en de darmen weer tot rust komen, daalt de koning van zijn troon en verlaat de paus zijn stoel.’

Hoewel het klooster onder meer bekendstaat om het behoud van zijn originele muurschilderingen uit de Renaissance, is de poëzie van het buitentoilet een unieke bezienswaardigheid op zich.

Om toch met een hedendaags toiletgedicht te eindigen hier het gedicht ‘Sanitaire saltarello’ van dichter Erik Heyman (1960-2010).

.

Sanitaire saltarello

.

Laat alle water dan maar hier verdwijnen,

keer het de rug toch toe, neem het niet mee,

en raak verlost van alle onderhuidse pijnen.

Druk hier uw wil nog door, vergeef de druppel

niet die met de moed der wanhoop de om-

knelling wil vermijden. En zwijg mij dood, er is

papier genoeg om al uw zonden te belijden.

Weet dat ik u uit uw gedachten haal.

Dus lees en veeg mij weg, negeer mij straal.

.

After hours in Beelden aan Zee

Vleugels

.

Op vrijdag 10 juli vullen museum Beelden aan Zee in Scheveningen en Het Zwarte Schaap het museum met verhalen. Woorden die raken. Klanken die bewegen. Een avond vol voordrachten, muziek, workshops en ontmoetingen. Beelden aan Zee is niet alleen een museum van de beeldhouwkunst maar zoekt regelmatig de verbinding met andere vormen van kunst zoals bijvoorbeeld jazz, woordkunst en poëzie.

Het Zwarte Schaap is het podium voor spoken word en gesproken literatuur uit Den Haag. Hier krijgen zowel beginnende als ervaren makers een plek om te vertellen wat er speelt, om verhalen te laten horen die je nergens anders hoort. Tijdens After Hours brengen ze primeurs, bijzondere samenwerkingen en performances die je laten voelen wat literatuur kan doen.

Op 10 juli kun je onder andere voordrachten zien van Rachel Rumai Diaz (1990) & Maureen Ghazal (1995) en Maryam Abdelalim & Iduna Paalman (1991). Ook is er een Open Mic en kun je poëzie en meditatie doen (en nog veel meer). Tickets kun je hier bestellen. Om alvast in de sfeer te komen hier een gedicht van Maureen Ghazal dat in mei 2025 op de voorpagina van Trouw verscheen getiteld ‘Vleugels’.

.

Vleugels

.

Je weet dat het geen vanzelfsprekendheid is
om over de drempel van je voordeur te stappen.

’s Avonds maak je een wandeling
je loopt de dag door, ademt diep de duisternis in
die kalm is.

De hand van je geliefde laat je zo nu en dan los
morgen zal alles zich hernemen
je staat op uit een warm bed, wast je gezicht.

Je huis bewoon je als een tweede lichaam
je vertrouwt erop dat de muren je ruggengraat vormen
op de houten vloer leg je onbedekt je gemoed neer.

Soms waan je je een vogel al ben je
je ervan bewust dat je vleugels mist
je beweegt horizontaal, ook dat is weelde.

En toch heb je bij alles wat je doet
het idee dat de dingen zich kunnen omkeren
een dag die nacht wordt
de ruimte waarin je beweegt die vernauwt
je handen die andere handen omklemmen
tot ze verbleken en loslaten.

Op je netvlies spelen beelden af uit een ander landschap
de mensen die er wonen leven met ingehouden adem
spreken een taal die de jouwe zou kunnen zijn.

Je zou ze vleugels willen geven
in plaats daarvan richt je voor het slapengaan
je handen tot de hemel.

.

Ban

Piet Gerbrandy

.

Afgelopen dinsdag was ik te gast in De Chocoladefabriek, de bibliotheek van Gouda, voor een dag over merk-waardige medewerkersreis (een combinatie van marketing/communicatie en HRM) voor mijn werk. In de Chocoladefabriek waren we te gast in het deel waar de Drukkerswerkplaats is gevestigd. Een werkplaats met ouderwetse drukpersen, letterbakken, loden letters en waar de sfeer van een ouderwetse drukkerij hangt.

Maar er was in deze ruimte ook een lijn gespannen met allerlei voorbeelden van het drukwerk dat men daar maakt. En uiteraard, anders was ik er hier niet over begonnen, hing daar ook een fraai vormgegeven en gedrukt gedicht van Piet Gerbrandy (1958) getiteld ‘Ban’. Het gedicht dat in de gelijknamige bundel verscheen, werd door  dichter, classicus en poëzie-recensent Piet Gerbrandy geschreven voor de bibliofiele uitgeverij Sub Signo Leonis van de Drukkerswerkplaats.

De bundel ‘Ban’ dat ik een kleine genummerde oplage van 60 exemplaren verscheen, werd in 2017 feestelijk gepresenteerd en het eerste exemplaar werd overhandigt aan dichter Hedwig Selles.(1968). Het betreft hier een kleine bundel van 14 pagina’s.

Hieronder de foto van het drukwerk en de tekst van dit gedicht.

.

Ban

.

De dichter gaat zwanger van wat Muze of demonen hem opdringen.

Welke stappen zijn er nodig om wat dwars zit uit te bannen en met lezers te delen?

.

De dichter moet baren in ritme en klank, vluchtige taal groeit op

tot een lichaam van zinnen, woorden zoeken een bed van

letters in een hut van papier, waarin de lezer welkom is.

.

Zonder vormgever, zetter, drukker en binder is het gedicht dakloos en kwetsbaar.

.

Poëzieperiscoop

Trenčín

.

Van vrienden Ed en Brenda kreeg ik een appje vanuit Slowakije, vanuit Trenčín. In dat appje foto’s en een filmpje van een soort periscoop op een plein waaruit je, door te draaien aan de handel aan de zijkant, gedichten te horen krijgt. Uiteraard word ik daar nieuwsgierig van en Brenda stuurde me, nog voor ik kon gaan zoeken al een link toe (waarvoor dank!) over dit alleraardigste initiatief. 

Het betreft hier de Kaledomat of, zoals ie vernoemd is, de Poesiomat. Het is een bijzonder object dat lijkt op een periscoop van een onderzeeër. Het heeft een slinger en na het draaien werden er in eerste instantie kerstliederen uit verschillende landen van de Europese Unie afgespeeld. Nu biedt het echter gedichten van Trenčín-dichters van nu en vroeger, natuurgeluiden die verbonden zijn met de plek waar het staat, liederen en sprookjes.

Sinds 2015 plaatst de Tsjechische vereniging Piána na ulici, opgericht door Ondřej Kobza, poesiomats in de straten van de stad. “Oorspronkelijk ging het vooral om jukeboxen voor poëzie, maar in de loop der tijd is het concept uitgegroeid tot de huidige vorm, waarbij de Poesiomat de symboliek van een plek probeert vast te leggen – het is een soort versterker van de genius loci (de garantie van een plaats) “, legt Ondřej Kobza uit. “De magie van een plek kan verschillende vormen aannemen. Daarom kan een luisteraar van een Poesiomat, naast gedichten, bijvoorbeeld een sprookje of natuurgeluiden tegenkomen “, voegt hij eraan toe.

De Poesiomat die op het Štúrovo-plein in Trenčín in december 2025 is geplaatst, is de meest beluisterde van heel Tsjechië en Slowakije (meer dan 80 staan er al her en der), al meer dan 45.000 keer werden er gedichten afgespeeld. De Poesiomat werd ingesproken door acteurs en actrices van het Normálka Theater in Trenčín en door de acteur en mimespeler Pavol Seriš. 

Een van de dichters die te horen zijn in de Poesiomat is de dichter Rudolf Dobiáš (1934). Deze dichter heeft een zeer bewogen leven achter de rug, wat terugkomt in een van zijn bekendste gedichten ‘Niet-verzonden brief’, vertaald uit het Slowaaks door John Minahene.

.

Niet-verzonden brief

.

Met mijn eigen kruis in een koude cel
, ver van de hemel,
schreef ik naar huis: Ik voel me heel goed,
ik heb niets nodig.

De bewakers waken over mij,
wat heb ik nog te vrezen?
Ik weet dat Gods molens mij malen
en tot brood vermalen.

Mijn lichaam gloeit nu als door koorts
in Gods eigen gloeiende kolen,
en deze vier muren van puur wit
verheerlijken en prijzen Hem.

Mama, ik voel me prima. Dat is waar,
maar ik vind het wel jammer dat ik niet bij je kan zijn.

.

Dichtregel in gebarentaal

Boaz Blume en Sam Onclin

 Na bijna 40 jaar dichtregels in geschreven woord te hebben geplaatst, is er nu voor het eerst een dichtregel in gebarentaal op een Rotterdamse vuilniswagen te bewonderen. Volledig in stilte, maar met groot enthousiasme en zwaaiende handen. Tijdens Poetry International  van afgelopen weekend, onthulde het dove- en slechthorende dichtersduo Boaz Blume en Sam Onclin samen met Thomas van Brakel manager Inzameling & Hergebruik een dichtregel in geschreven tekst (andere zijde van de wagen) én gebarentaal.

Met begeleiding van verschillende gebarentolken introduceerde Thomas van Brakel de vuilniswagen en benoemde de unieke samenwerking: “Ik ben trots op de dichtregels op onze wagens, omdat wat vuilnis is voor de één, kunst is voor de ander. En omdat dichten schoonheid is, en wij proberen schoonheid te brengen naar Rotterdam. We maken de stad schoon en voegen ook nog schoonheid toe. Dat op een inclusieve wijze doen, die alle Rotterdammers bereikt, is een groot goed. Want buiten is van ons allemaal.”

Dichter Boaz Blume was ontzettend blij: “In mijn dromen zijn de gebaren stormen, levend, krachtig en onvoorspelbaar. Dansende handen schrijven gedichten in de lucht, zichtbaar voor wie wil kijken”. Deze regel is een viering van hoe ik denk: in beelden, in beweging. De Nederlandse Gebarentaal is voor mij niet alleen communicatie, maar een artistieke expressie die mijn identiteit en creativiteit vormgeeft.”

Op de foto van links naar rechts: dichtersduo Som Onclin (haar optredens variëren van poëtische voordrachten waarin ik de kracht van gebarentaal onderzoek, tot dynamische theatervoorstellingen waarin ze verhalen vertelt via gebaren en lichaamsbewegingen) en Boaz Blume ( lid van het dove dichterscollectief Kitchen’s Light , treedt op met eigen werk in de Nederlandse Gebarentaal en docent Gebarentaal) en manager Inzameling & Hergebruik Thomas van Brakel. Uiterst rechts de gebarentolk.
.
                                                                                                                      Foto: Rosa Quist Photography

Rijmelarij

Holland op z’n malst

.

In de nieuwsbrief van Meander en op verschillende social media kanalen verzorgt Jos van Hest al geruime tijd de rubriek Readymades. In deze rubriek verzamelt hij allerhande uitingen die hij tegenkomt en die op de een of andere manier als een vorm van readymade poëzie gezien kan worden. In de Volkskrant is er een rubriek die een beetje hetzelfde doet onder de noemer ‘De poëzie ligt op straat’.

Ik moest meteen denken aan deze twee vrolijke vormen van ‘poëzie’ toen ik in een kringloopwinkel een bundeltje tegen kwam (en kocht) met de titel ‘Holland op z’n malst’ uit 1978, een bundeling van koddige en ernstige opschriften op luifels, wagens, glazen, borden, graven en elders, samengesteld door Sam Waagenaar. Lezend in dit grappige bundeltje moest ik ook regelmatig denken aan de categorie Gedichten op vreemde plekken die ik jarenlang op dit blog heb bijgehouden.

In zijn inleiding schrijft Waagenaar dat na de serie oorlogen tegen Engeland er een tijd aanbrak van welvaart, In de schilderkunst maar ook in de literatuur. Hij haalt Vondel, Hooft en Cats aan en naar aanleiding van het lofschrift van Vollenhove op de dichter P.C. Hooft waarin hij schrijft: “Zoo ooit uw pen zich eer of duur belooft, begin toch niets in ’t Neerduitsch zonder Hooft”  vervolgt hij met: “Dat stukje literair advies werd volkomen nonchalant opzij gegooid, maar toch, misschien geïnspireerd door de grote Nederlandse dichters, nam Jan en Alleman de pen op en dichtte op zijn beurt.”

De resultaten waren niet direct verbeterde ediuties van de Gijsbrecht maar dat deed er niet toe, als ’t maar rijmde. Zodoende werd het rijmen en dichten een soort volksziekte, waarbij vergeleken het tegenwoordig op papier zetten van Sinterklaasgedichtjes niets anders dan een bloedarmoedige imitatie is. Ook de middenstand gaf zich hieraan over. Omdat er destijds nog geen reclame-experts waren, deed men dit gewoon zelf. Gedichtjes en rijmen werden geplaats op glazen, geschilderd op uithangborden, muren, deuren, schuttingen en toiletten.

In 1690 had een Amsterdamse uitgever Jeroen Jeroense, het idee om een verzameling aan te leggen van al deze puntdichten en graffiti.Veertig jaar later, in 1731 had hij drie verdere versies uit zijn uitgebreide verzameling toegevoegd. Uit de 2500 door Jeroense verzamelde dichterlijke vondsten koos Waagenaar 350 rijmelarijen en deze werden in dit bundeltje gepubliceerd. Hieronder een paar van de leukste voorbeelden.

.

Een paar Glas-schriften:

Hoe kan een jonge Vrou, een out man zoo bedriegen? Een ander maakt het Kint, en hy moet zitten wiegen.

Die in Venus Lusthof wil wandelen, moet stout zyn in ’t verzoek en zagtjes in het handelen.

Myn hert en tong blyft even jong. Maar myn standaart en myn bienen willen my niet langer dienen.

Een paar Luifel-schriften:

Tot een bakker omtrent Heusden:

Kain sloeg Abel in ’t Oosten doot, daarom woont hier Abel in ’t Westen, en hij bakt er broot.

Tot een Spekverkoper:

Die Saucysen koopt en weduwen trouwt, weet niet wat daar is in gedouwt.

Een paar Graf-schriften:

te Maaslands Sluis:

Hier in der aarde, by de swarte mollen, leid een Ontvanger van verscheiden Tollen; Is de Ziel in den Hemel, zo is alle dingen wel, want daar waaren ‘er veel die hem wenschten in de Hel.

Hier lyt Tryn Snaps, sy had altyd veel klaps, en dit en heeft ‘er tot den einde niet berouwen, maar ze leit daar ze leit, ze zal nou haar bek wel houwen.

.

Shrikanth Reddy

Poëzie op een bus

.

Het Amerikaanse Poetry in Motion-programma werd in 1992 gelanceerd door de Poetry Society of America (PSA) en is tegenwoordig een van de populairste publieke literaire programma’s in de Amerikaanse geschiedenis. Sinds 1992 plaatsen MTA (Metropolitan Transportation Authority) New York City Transit en de Poetry Society of America gedichten in het openbaar vervoer van de stad, in bussen en treinen, op posters en aan de muren van metrostations.

Poetry In Motion selecteert en toont elk kwartaal twee gedichten, in totaal acht per jaar, in de metro van New York City Transit. In de loop der jaren heeft het soortgelijke programma’s in meer dan 30 steden in het hele land geïnspireerd. Tot de meest recente toevoegingen aan Poetry In Motion behoren ‘ Little Prayer’ van Danez Smith en ‘Everything’ van Srikanth Reddy in Nashville.

In de meeste steden worden de winnende gedichten op posters in de bussen geplaatst. In Nashville, Tennessee, was de vraag vanuit de Music City-wedstrijd om gedichten van maximaal 25 woorden aan te leveren. De winnende gedichten werden aan de buitenkant van de bus afgedrukt (evenals op posters, OV-kaarten en bushaltes). Hieronder het gedicht van Srikanth Reddy (1973). 

Reddy is hoogleraar Engels en creatief schrijven aan de Universiteit van Chicago, zijn poëzie is gepubliceerd in Jacket magazine, Poetry Northwest,  Harper’s Magazine enThe Guardian en zijn literaire kritiek is verschenen in The New York Times , Lana Turner, Raritan, PEN America en andere publicaties. In oktober 2021 werd Reddy benoemd tot redacteur van Phoenix Poets, een boekenreeks uitgegeven door de University of Chicago Press en in december 2022 nam hij de rol van poëzieredacteur op zich voor The Paris Review.

 

Everything

She was watching the solar eclipse
through a piece of broken bottle

when he left home.
He found a blue kite in the forest

on the day she lay down
with a sailor. When his name changed,

she stitched a cloud to a quilt
made of rags. They did not meet,

so they could never be parted.
So she finished her prayer,

& he folded his map of the sea.

.

Poëzieweek 2026

Ramsey Nasr

Afgelopen week was ik in Assen in het Drents museum. Daar kwam ik behalve het gedicht ‘Symbiose’ uit 2011 van Jean Pierre Rawie (hieronder) in de hal bij de lift, ook dichter, schrijver, acteur en verzamelaar Ramsey Nasr tegen. In de bijzondere tentoonstelling Mikrokosmos – De wereld in een Wunderkammer komen klassieke Wunderkammer-objecten, hedendaagse rariteiten en beeldende kunst samen. Delen van verzamelingen van onder andere schrijver, dichter, bibliofiel en presentator Boudewijn Büch (1948-2002), bioloog Midas Dekkers, Tattoo-artiest Henk Schiffmacher, en ontdekkingsreiziger Redmond O’Hanlon zijn daar te bewonderen. Ik kan een bezoek aan het Drents Museum daarom ook zeker aanbevelen, zeer de moeite waard.

Toen ik vervolgens een paar dagen later op de website van de Poëzieweek 2026 aan het rondkijken was, kwam ik Ramsey Nasr (1974) opnieuw tegen. Onder leiding van Martine Wendrickx zet hij het nieuwe jaar in met vurige, intieme, kritische en liefdevolle gedichten in Het Predikheren, de bibliotheek van Mechelen in Vlaanderen op zondag 4 januari 2026.  Reden dat ik bij dit bericht bleef hangen was dat Het Predikheren, de bibliotheek in Mechelen is ingericht door KSA architecten, dezelfde interieurarchitecten die mijn nieuwe bibliotheek in Vlaardingen in de Grote Kerk gaan inrichten. Alle reden dus om een gedicht van Ramsey Nasr te plaatsen hier. In dit geval het gedicht het liefdesgedicht ‘In bed’ dat komt uit de bundel ’27 gedichten en geen lied’ uit 2000.

.

In bed

.

En dan te denken dat het niet

Meer worden zal dan dit: mijn lief

Haar lijf zacht op te tillen als

Zij plassen moet en mij niet ziet.

.