Site-archief

Woorden vallen uiteen

Sasha Stiles

.

In 2018 vroeg Sasha Stiles(1980), een Kalmykisch-Amerikaanse dichter, kunstenaar en AI-onderzoeker van de eerste generatie, zich af wat de opkomst van grote taalmodellen zou betekenen voor schrijvers en voor creativiteit in het algemeen. Om de mogelijkheden te verkennen, begon ze meer dan tien jaar aan analoge gedichten en onderzoek te vertalen naar een gepersonaliseerd AI-model, waarbij ze de menselijke stem aanvulde met de verbeeldingskracht van de volgende generatie.

Ze wordt algemeen erkend als een pionier op het gebied van generatieve literatuur en taalkunst. ‘Technelegy’ (2021), een gezamenlijk project van Stiles en haar poëtische alter ego,  is een vooruitziend artefact uit het tijdperk vóór ChatGPT, een verzameling generatieve gedichten ingebed in hun eigen trainingsdata, en een ongekend experiment dat verleden en toekomst, vrouw en machine, vers en code, elegie en woordspel versmelt, op zoek naar antwoorden op de dringende vraag: wat betekent het om mens te zijn in een bijna postmenselijke wereld? 

In een tentoonstelling getiteld “Poem in Residence” in het Museum of Modern Art in New York (MoMA) die tot het voorjaar van 2026 liep, onderzochten Sasha Stiles en haar samenwerkingsverband Technelegy wat het betekent om te leven in het tijdperk van kunstmatige intelligentie. Via een oneindige tekst, aangedreven door menselijke verbeelding en computeralgoritmes geïnspireerd op tekstkunst uit de collectie van MoMA, herschrijft het gedicht zichzelf elk uur. Wat hieruit voortkomt is niet alleen een nieuwe generatieve methodologie, maar ook een kader voor het begrijpen en uitdrukken van wat het betekent om vandaag de dag mens te zijn. 

Hieronder zie je een paar voorbeelden en van het eerste voorbeeld ook de tekst.

.

Words come undone
in our hands —
a pulse not heard
but felt. Deep
within, vibrations stir
the core. You
read — lines
form, meanings
shift. Each
mark a revelation.

.

Gebarentaalgedicht

Polder

 

Van Stefanie kreeg ik een tip dat er in Leiden wordt gewerkt aan een nieuwe vorm van muurgedichten, namelijk in de vorm van gebarentaal. Dit muurgedicht in gebarentaal, wordt weergegeven in de vorm van een videokunstwerk. Dit gedicht zal worden aangebracht op een muur in de Leidse Hortus Botanicus. De keuze voor het gedicht ‘Polder’ is een eerbetoon aan Wim Emmerik (1940-2015), een belangrijke pionier van de gebarentaal. ‘Polder’, één van Emmeriks op beeld vastgelegde gedichten, gaat over zijn relatie tot het vlakke Nederlandse polderlandschap. Initiatiefnemers zijn onder meer het Taalmuseum ­Leiden en het Leiden University ­Centre for Linguïstics (LUCL), één van de instituten van de Faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit Leiden. Wim Emmerik heeft een belangrijke rol gespeeld in het gebarentaalonderzoek in Nederland. In de jaren ’80 en ’90 was hij betrokken bij onderzoek van de Nederlandse Stichting voor het Dove en Slechthorende Kind (NSDSK)) en aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij ook vele generaties studenten gebarentaalles gaf.

Leiden staat bekend om zijn muurgedichten. Die zijn geschreven in allerlei verschillende talen, en laten de schoonheid zien van die diversiteit. Een gedicht in de Nederlandse gebarentaal – de moedertaal van de Nederlandse dovengemeenschap – mag daar natuurlijk niet aan ontbreken. Tenslotte is gebarentaal één van de uniek Nederlandse talen is, net zoals het Fries. Steek je de grens over naar België of Duitsland, dan hanteren ze daar een andere gebarentaal.’

Op de website van Voor de kunst https://www.voordekunst.nl/projecten/6035-muurgedicht-in-nederlandse-gebarentaal is het mogelijk om een bijdrage te leveren aan het verwezenlijken van dit bijzondere muurgedicht.

.