Categorie archief: Poëzie evenementen

Dichtregel in gebarentaal

Boaz Blume en Sam Onclin

 Na bijna 40 jaar dichtregels in geschreven woord te hebben geplaatst, is er nu voor het eerst een dichtregel in gebarentaal op een Rotterdamse vuilniswagen te bewonderen. Volledig in stilte, maar met groot enthousiasme en zwaaiende handen. Tijdens Poetry International  van afgelopen weekend, onthulde het dove- en slechthorende dichtersduo Boaz Blume en Sam Onclin samen met Thomas van Brakel manager Inzameling & Hergebruik een dichtregel in geschreven tekst (andere zijde van de wagen) én gebarentaal.

Met begeleiding van verschillende gebarentolken introduceerde Thomas van Brakel de vuilniswagen en benoemde de unieke samenwerking: “Ik ben trots op de dichtregels op onze wagens, omdat wat vuilnis is voor de één, kunst is voor de ander. En omdat dichten schoonheid is, en wij proberen schoonheid te brengen naar Rotterdam. We maken de stad schoon en voegen ook nog schoonheid toe. Dat op een inclusieve wijze doen, die alle Rotterdammers bereikt, is een groot goed. Want buiten is van ons allemaal.”

Dichter Boaz Blume was ontzettend blij: “In mijn dromen zijn de gebaren stormen, levend, krachtig en onvoorspelbaar. Dansende handen schrijven gedichten in de lucht, zichtbaar voor wie wil kijken”. Deze regel is een viering van hoe ik denk: in beelden, in beweging. De Nederlandse Gebarentaal is voor mij niet alleen communicatie, maar een artistieke expressie die mijn identiteit en creativiteit vormgeeft.”

Op de foto van links naar rechts: dichtersduo Som Onclin (haar optredens variëren van poëtische voordrachten waarin ik de kracht van gebarentaal onderzoek, tot dynamische theatervoorstellingen waarin ze verhalen vertelt via gebaren en lichaamsbewegingen) en Boaz Blume ( lid van het dove dichterscollectief Kitchen’s Light , treedt op met eigen werk in de Nederlandse Gebarentaal en docent Gebarentaal) en manager Inzameling & Hergebruik Thomas van Brakel. Uiterst rechts de gebarentolk.
.
                                                                                                                      Foto: Rosa Quist Photography

Opening Poetry International 2026

Lynthia Julius

.

Afgelopen donderdagavond was de feestelijke opening van Poetry International 2026, alweer de 56ste editie, in Theater Zuidplein in Rotterdam. Het thema van deze editie is ‘Word on the street’ en voor de opening van het festival wordt elk jaar een gastregisseur uitgenodigd uit een andere kunstdiscipline. Dit keer was dit componist Merlijn Twaalfhoven, bekend om zijn grootschalige en interdisciplinaire muziekprojecten op vaak onconventionele locaties. Samen met de 18 dichters en het Koor op Zuid werd de opening een grote happening, waarbij vanaf het begin alle dichters en musici en een deel van het koor, en halverwege het programma ook het volledige koor op het podium aanwezig was en deelnam in het programma.

Dichters uit Nederland (Joost Baars, Kreek Daey Ouwens, Jörgen Gario, Nisrine Mbarki Ben Ayad), België (Dominique De Groen) en dichters uit Europa, Azië, Midden-Oosten, Australië, Afrika en Zuid Amerika. De dichters droegen, ondersteund en aangevuld door muziek en koor (en de zaal) een gedicht voor en voor boven het toneel was op een boventiteling, steeds de vertaling in het Nederlands te lezen.

Voor mij was de hele opening één groot hoogtepunt maar vooral de bijdrage van Joost Baars, Pia Tafdrup (Denemarken) door de bijdrage vanuit de zaal, Dalia Taha (Palestina) en Hendri Yulius Wijaya (Indonesië) vond ik indrukwekkend. Uiteraard werd door festivaldirecteur Diana Chin-A-Fat, stil gestaan bij het overlijden van Lieke Marsman. Al met al een fantastisch mooie avond. Uit de festivalbundel ‘Achter mij is een schaduw’ koos ik voor een gedicht van de Zuid Afrikaanse Lynthia Julius (1993) getiteld ‘Ménage à moi’.

Julius is een van de meest veelbelovende jonge stemmen binnen de hedendaagse Zuid-Afrikaanse poëzie. Ze groeide op in diamantstad Kimberley, en schrijft vanuit het Gariep-Afrikaans van de Noord-Kaap, in voortdurende wisselwerking met het Standaardafrikaans van de canon. Als filosoof opgeleid en later geschoold in Creatief Schrijven, gaf ze haar rauwe, compromisloze poëzie extra precisie en gelaagdheid. Julius laat zich niet inkaderen en schrijft met loepzuivere eerlijkheid over identiteit, macht en moederschap.

.

Ménage à moi

.

meisjes die met zichzelf spelen

zien de hemel

maar gaan er niet heen

.

zij met hun Olivia Grey

en chardonnay

die hun binnenste

verkennen met vingers en Rabbits

hun eigen benen laten beven

van lakens dammen maken

.

die hun kamerdeuren sluiten

niet wachten op een pik

in kussens kreunen

.

Lynthia is geboren

Lynthia is uit het zelfdoodsbed opgestaan

Lynthia komt

.

Haarlemse Dichtlijn 2026

Cora de Vos

.

Afgelopen Hemelvaartsdag werd de jaarlijkse Haarlemse Dichtlijn georganiseerd. En hoewel ik een enthousiaste jaarlijkse deelnemer ben, was ik dit jaar tot mijn grote verdriet, helaas verhinderd. De Haarlemse Dichtlijn is elk jaar een hoogtepunt, een moment waarop je vele bekende dichtvrienden en -collega’s ontmoet en waar, door de organisatie veel energie en enthousiasme in wordt gestopt. Elk jaar krijgen 100 dichters de mogelijkheid om voor te dragen in de Haarlemse binnenstad.

Zo ook dit jaar. Het thema van dit jaar was ‘Gedaantewisseling’ en dankzij mijn medebestuurslid bij Meander en bestuurslid van de Haarlemse Dichtlijn Peer van den Hoven, ben ik in bezit gekomen van de festivalbundel. Deze bundel is verkrijgbaar bij de organisatie en ik heb na lezing gekozen om het gedicht ‘Uitwaaien’ van dichter Cora de Vos hier te plaatsen. Volgend jaar doe ik graag weer mee.

.

Uitwaaien

.

We trotseren de storm, waaien

uit onze jas, onze kippenveldhuid,

onze sluipmoordende cellen.

.

We smeken de laaiende wind:

neem ze mee, breek ze af,

verpulver ze tot niets!

.

We houden elkaar stevig vast

wankelen maar vallen niet,

niets blaast ons meer om.

.

Terug in de luwte van ons huis

trekken we een nieuwe huid aan,

wanen we ons schoon.

.

Oversteken

Marijke Hanegraaf

.

Toen ik een stapel poëziebundels wilde opruimen kwamen uit een van de bundels twee ansichtkaarten vallen. De ene was van de Volkskrant, uitgegeven ter gelegenheid van de 13e nacht van de poëzie (1993) met daarop waarschijnlijk het motto van die editie ‘De belichaming van de werkelijkheid maakt een verschil van dag en Nacht’. De andere was een gedichtenkaart ‘aangeboden door de Stichting Literaire Activiteiten Nijmegen’ met een gedicht van Marijke Hanegraaf (1946), een foto van Marjolijn Irik en bewerkt door Karla Mulder. Een mooi initiatief van SLAM. Ik heb een zwak voor stichtingen die literaire activiteiten organiseren. Zo was de allereerste poëziewedstrijd die ik won in Zwolle met het gedicht ‘In de tussentijd‘ en die werd georganiseerd door het SLAZ. Deze Stichting Literaire Activiteiten Zwolle bestaat niet meer maar ik heb er mooie herinneringen aan.

Nu is het niet voor het eerst dat ik iets in een poëziebundel vind, al eerder vond ik krantenknipsels, brieven, essays, persoonlijke notities en ook poëzie-ansichtkaarten. Deze twee kan ik dus mooi toevoegen aan dit stapeltje. Overigens vond ik ook een kaartje van de Nacht van de Poëzie in Utrecht in een gelijknamige bundel uit 1992 (de 12e editie). Een kaartje koste je in 1992 de somma van fl 40,- (40 gulden). Tegenwoordig koop je een kaartje voor € 47,50 maar in de voorverkoop voor maar € 34,- (moet je wel lid van ILFU zijn). Wat dat betreft is de prijs echt mooi laag gebleven, 34 jaar na dato.

Het gedicht van Marijke Hanegraaf is getiteld ‘Oversteken’ en is als afbeelding te klein om hier te kunnen lezen, daarom hier dat gedicht.

.

Oversteken

.

Opnieuw heerste in de uiterwaard het rusteloze

van stervelingen

.

maar ze droegen andere helmen, blauwe en gele

hoog op het hoofd als uitgelaten petten.

.

We trachtten de verre bewegingen te doorgronden

verzochten de rivier dringend zich te gedragen en

keer op keer dachten we terug aan de geniesoldaat

.

hoe hij een canvas boot over het blote water joeg

die woensdag om vijftien uur in ’44.

.

Achteraf kunnen we hem en zijn kameraden

minuten stilte geven, maar nooit meer

de beloofde nacht, het tamelijk veilig duister.

.

De boog is gehesen, de koelte van beton bewaakt.

We zagen ginds het roerloze van pijlers groeien

.

beschouwden lang genoeg de overkant als overkant.

Er ligt een brug die het voorbijgaan draagt.

.

AMAI en MUG

Instadichtersbal

.

Op zaterdag 28 maart organiseert AMAI het jaarlijkse Instadichtersbal in de Steentjeskerk in Eindhoven. Tijdens deze avond vol live optredens (van onder andere Ingmar Heytze en Yanaika Zomer), voordrachten en performances komen dichters, lezers en taalmakers bij elkaar en wordt het AMAIZING magazine 2026 feestelijk gepresenteerd. Van 1 december 2025 tot en met 12 januari 2026 konden Instagram dichters hun werk insturen voor de AMAI Awards. De jury bestaande uit Yanaika Zomer (1979) en Lotte Dodion (1987) selecteerde 144 gedichten uit de duizenden inzendingen en die worden gepubliceerd in het nieuwe AMAIZING Magazine.
Naast de winnende gedichten bevat het magazine een reeks verdiepende artikelen, interviews en portretten die de rijkdom van de Nederlandse online poëzie zichtbaar maken. Zo bevat het magazine een artikel met Lotte Dodion en Yanaika Zomer over de kracht van poëzie en de rol van Instagram, een interview met Bette Westera over schrijven voor kinderen en een portret van Ivo en Guido de Wijs en Theo Danes over light verse, vakmanschap en de kunst van het schaven aan taal.
Tickets voor het Instadichtersbal zijn nog te verkrijgen via de website van AMAI. Naast het Instadichtersbal werkt AMAI aan een Schrijverskompas, een overzicht van geselecteerde literaire magazines, microzines en schrijfplatforms die men in het magazine en op de website presenteren aan de lezers, deelnemers en volgers. Ook MUGzine is hiervoor benaderd en uiteraard werken we graag met AMAI mee aan het verder verrijken van het poëtisch landschap.
Geen blogbericht, ook niet een bericht over een evenement als dit, zonder gedicht, daarom een gedicht gekozen van Yanaika Zomer dat ik nam van haar website kustwijf.nl getiteld ‘Eén gedicht’ dat ze schreef voor Internationale Vrouwendag 2025.
.
Eén gedicht
.

Ik wil één gedicht voor alle vrouwen. Het zou een
monument worden en tegelijkertijd een toevluchtsoord
van woorden die nodig zijn om een plek te bouwen
die ons heel houdt.
Ik schrijf er kamers in. Zinnen zijn het pleisterwerk
op wonden, de wanden slechts in potlood,
zodat we vrij zijn om ons binnen of buiten de lijnen
te bewegen. Ze uit te vegen tot zachte roze rullen
die we wegblazen als een kus van een vlakke hand.

Hier is een plek voor de vrouw die inwaarts schreeuwt
zo hard ze kan in een land waar zij wordt stuk gezwegen.
Er is een bed voor de vrouw die nog leeft, omdat ze
deed waar zij het bangst voor was. Een rugtas en haar
kind in halfslaap op de heup genomen.
Hier komen de vrouwen die niet voldoen, omdat de
norm een vorm is die niemand past. Je hoeft
maar weinig te doen om een lastige vrouw te zijn.
In dit gedicht ligt een wet te wachten die zacht is
voor het vrouwenlijf. Hier verblijven zij die
kozen of dat niet mochten, hulp zochten, maar niet
kregen, achterbleven met een lege schoot of meer leven
dan ze konden dragen.

Hier is plek voor Zij Die Hen zullen heten of een M in hun pas
kregen als een verkeerd gespelde naam. Hier gaan de vrouwen
die niet bidden tot de goede God of de juiste huid bewonen.
Hier zal het meisje wonen die in bomen klimt en probeert
om staand te plassen. Hier past de vrouw die niet geloofd wordt,
beroofd en weggehoond wordt. De vrouw die moeder, loeder, hoer,
secreet, een nymf, een milf, frigide heet. Een maagd, een heks,
te sexy is, die lesbisch is of niet meer van mannen houdt, de vrouw
die ziek is of te oud, want niet meer vruchtbaar is,
het vermogen mist tot gehoorzaamheid.

Ik wil één gedicht voor alle vrouwen. Opgevouwen tot
een klein geheim, bewaard in de zakken van jurken en
broeken, onder sluiers en de bandjes van een kanten bh.
En dat we het aan elkaar kunnen geven of herlezen
wanneer we zoeken naar woorden, een plek die vrouwen
heel houdt of onszelf.

.

Nacht van de poëzie

Peggy Verzett

.

Vandaag pakte ik, zonder te kijken, uit een reeks dunne dichtbundeltjes de bundel ‘Nacht van de Poëzie, 2006’ uit mijn kast. Deze bundeltjes met gedichten van deelnemende dichters aan de Nacht zijn klein van omvang (22 dichters met bijna allemaal 1 gedicht) dus het was eenvoudig om de bundel ergens halverwege opnieuw ongezien te openen en daar de dichter Peggy Verzett (1958) te ontdekken met een gedicht zonder titel. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in haar bundel ‘Prijken die buik’ (2005) uit de cyclus ‘Cultnat’. Verzett is dichter, beeldend kunstenaar (olieverfschilderijen) docent Nederlands en Beeldende Vormgeving.

In 2010 verscheen van haar de bundel ‘Vissing’, in 2016 de bundel  ‘Haar vliegstro‘, in 2021 de bundel ‘Sneeuweieren / Snow Eggs’ en in 2023 de bundel ‘een ronde bol een ronde bol’. Uit de festival bundel van de Nacht van de Poëzie het volgende gedicht.

.

wij zagen een geborduurde

en een gevorderde winnaar

.

wij kozen de gevorderde

met de verre stad

.

achter droeg een verre stad met een brede rivier

toe-toe-toebedeelde morgens op willekeurige doorsneden

.

onze bladschuiven valhoogten en composieten

de wind weegt het vlees van de hypocrises

.

Anna!

hier is wat fraais begonnen

zet ’t likhout op een kier

.

door de gaten van onze kapsels

helt een lucht van gewelfde zucht

,

tussen de lamplicht en lamplicht

die langs zouden komen

.

Diana Ozon en de Digitale Stad

Poëzie in Cyberspace en meer

.

Afgelopen vrijdag was ik in de Koninklijke Bibliotheek. In Club Erasmus aldaar werd een activiteite in het kader van de Poëzieweek georganiseerd met de intrigerende titel ‘Poëzie in Cyberspace: Diana Ozon & De Digitale Stad’. Presentator Melissa Giardina interviewde Dichter, schrijver en performer Diana Ozon (1959) pseudoniem van Diana Groenveld, en Lenny Vos, literatuuronderzoeker. Het programma was georganiseerd door Sophie Ham van de KB (conservator digitale collecties).

Het was om meerdere redenen een interessante en leuke middag. Diana Ozon bracht als een van de eerste dichters in Nederland taal en technologie samen. Ze was nauw betrokken bij De Digitale Stad (DDS) opgericht in 1994, waar kunstenaars, hackers, activisten, krakers en nieuwsgierige mensen elkaar konden vinden  in een virtuele stad. Speciaal voor deze middag had Diana haar persoonlijk archief (met heel leuke en herkenbare foto’s uit die tijd) geraadpleegd en had ze vele foto’s uit die tijd meegebracht.

Onderwerpen die in het gesprek werden geadresseerd waren hoe technologie en subculturen elkaar beïnvloeden, wat de rol was van de krakersbeweging, hoe de verhoudingen waren destijds als het ging om de verdeling man/vrouw in de poëzie en uiteraard gaf Diana Ozon een performance waarbij ze putte uit haar oudste werk. Opvallend hierin was het gebruik van allerlei technologische en digitale termen, woorden en afkortingen. Zelfs in haar liefdesgedichten.

Al met al was het gesprek tussen de dichter, de interviewer en de literatuurwetenschapper heel interessant voor zowel poëzieliefhebbers als voor zij die geïnteresseerd zijn in de ontwikkelingen van de (digitale) technologie in Nederland en zelfs geïnteresseerden in de subculturen van de jaren ’80 en ’90. In een gesprek dat ik na de activiteit had met Diana Ozon refereerde ze nog aan het project ‘Dichter aan huis’ in Den Haag, waar ze goede herinneringen aan had. In 2003 nam Diana Ozon deel aan Dichter aan huis en uit de gelijknamige bundel nam ik haar gedicht zonder titel over dat oorspronkelijk verscheen in haar bundel ‘Ja, ik wil’ uit 2002.

.

O louterend water

mijn mooi molecule …

.

Jij stijgt tot de lippen

en slaat op de klippen.

Bron van alle leven

en kosmisch gegeven.

Helder van kleur

en reukloos van geur …

.

Voor meer dan tachtig procent

weet ik dat jij mij bent.

Je was in de moederbuik

en staat onder het kelderluik.

Je valt uit de hemel

en rijst uit de aarde …

.

O allerhoogste waarde

die men eider gratis gunt

jij vindt vanzelf

je diepste punt.

En jouw stille gronden

uit de hemel gezonden …

.

Kokend als damp of

bikkelhard als ijs

jij zit overal en

bent altijd op reis.

O louterend water

Mijn mooi molecule …

.

We prezen de Aarde,

de hemel, de zon

maar vergaten het water

de oersprong, de bron.

.

 

Poëziefest

DOK Delft 

.

Vanavond is er bij DOK Delft (de bibliotheek van Delft aan Vesteplein 100) een Poëziefest (geen feest, een fest, het staat er echt). Een avond vol activiteiten in het kader van de Poëzieweek 2026.

Wat kun je verwachten? Op het podium zullen bekende dichters zoals Joost Oomen en Sasja Janssen voordragen, je kunt naar de boekenmarkt, een workshop Poëzie en yoga door Elten Kiene meedoen, samen (vertaalde) poëzie lezen met VAK-docent Nadia Palliser of volg een workshop Poëzie schrijven door VAK-docent Marieke van der Honing. Voor de workshops dien je je wel van te voren op te geven). Deze avond wordt gehost door Angelika Geronymaki. De avond begint om 19.00 uur en duurt tot 22.00 (afsluiting met een borrel).

Als voorproefje van een van de voordragende dichters het gedicht ‘Lievegedicht’ van Joost Oomen (1990).

.

Lievegedicht

.

er zijn best wat mensen
die er niet in geloven

en er zijn mensen
die er wel in geloven
maar het helemaal verkeerd uitleggen
of verwarren met iets anders

die zeggen het is als een theekopje rum
terwijl het een theekopje jam moet zijn

die zeggen
een theekopje sinaasappelsap
waar de zon in schijnt
terwijl het juist het oranje sap zelf was
dat de zon deed schijnen
en het theekopje vertrok
als een zucht door de lucht

zo raakt alles door de war
een zwaan landt aan de verkeerde kant
van de waterspiegel
je gooit een stok en de hond komt
terug met een baar goud in zijn bek
je sok is nat, het hindert niet
je vindt haar mooier dan de maan
ze heeft krullen als de kringen in water
als er eendenkuikens voor het eerst
zwemmen gaan.

.

 

Stadsdichtersavond

Poëzieweek 2026

.

Wanneer ik door de activiteiten van de Poëzieweek 2026 blader word ik daar een beetje verdrietig van. Niet door het aanbod, integendeel, maar wel door het aanbod vanuit Nederland. Wat een schrale vertoning vergeleken bij het aanbod uit Vlaanderen. Ik schat dat 1 op de 8 activiteiten in Nederland plaatsvind en de overige 7 in Vlaanderen. Een oorzaak? Waarschijnlijk, maar ik weet dat niet zeker,  is het niet ondersteunen van de Poëzieweek door een partij van enig formaat (zoals tot een paar jaar geleden de CPNB) in Nederland één van de oorzaken. Wanneer een grote, invloedrijke partij zich verbindt aan de Poëzieweek, hier reclame voor maakt, activiteiten en communicatie aanjaagt (zoals bijvoorbeeld Het Poëziecentrum in Gent) dan is het aan de individuele organisaties om erop in te spelen. Ik mis zo’n partij in Nederland. En waarschijnlijk zijn er legio activiteiten in den lande die niet worden aangemeld op de website van de Poëzieweek (doe dit!) en valt het in de beleving mee. Daar hou ik me dan maar aan vast.

Maar los van dit gemis is er gelukkig toch nog wel wat te genieten, vooral dus in Vlaanderen maar ook zeker hier en daar in Nederland. Bijvoorbeeld in Groningen, in het Forum aan de Nieuwe Markt 1. Op donderdag 29 januari is daar de Stadsdichtersavond van 20.00 tot 21.30 uur. Wel moet je een kaartje kopen (€ 12,50) maar dat is te overzien. Op de eerste dag van de landelijke Poëzieweek draagt de zittende stadsdichter Esmé van den Boom (1993) het stokje over tijdens een feestelijke stadsdichtersavond. Wie de nieuwe stadsdichter is  wordt op deze avond bekend gemaakt.

Zelf neemt Esmé op grootse wijze afscheid van haar rol waarin de ontmoeting centraal stond, met de try-out van de poëtische voorstelling All Real Living is Meeting. Daarnaast zijn er optredens van schrijver Lieke van den Krommenacker, Spoken Word artiest en schrijver Oumaima Belkhdar en dichter en voormalig stadsdichter Lilian Zielstra. Esmé was Huisdichter van de Rijksuniversiteit Groningen, finalist van Write Now! en deelnemer aan het Zomerkamp van Das Mag. De gemeente Groningen kende haar het Hendrik de Vriesstipendium toe voor haar bundel ‘Eigen kamers’ uit 2019, over de toekomstdromen en -angsten van Groningse vrouwen. Daarnaast stond ze op vele podia als Noorderzon, Read My World, Dichters in de Prinsentuin en de Frankfurter Buchmesse. Uit haar bundel ‘Eigen kamers’ komt het gedicht hieronder zonder titel.

.

De mouwen van de truien die je droeg
in de lente om je lichaam geen zonlicht te gunnen.

Nu is het zomer en de honger je metgezel.
Jullie hebben elkaar beter leren kennen en soms
kleeft er suiker in de hoek van zijn waarschuwing:

Van wat er verloren kan gaan
en dat het makkelijker aan de muren
ontsnappen is dan aan je eigen tong.

Weet je nog dat je vroeger zong?
Dat er vrienden waren, een vrouw bij
de bakkerskraam die je een koekje gaf
dat je vingers van toen om je enkels
van nu zouden passen.

Je geest is groter dan de kuil in je matras.
Zo borduurt angst een ultimatum in je sloop
je eet een halve appel, oogst hoop.

.

Foto: Nienke Maat

sabel

Lize Spit

In een kringloopwinkel in Stadskanaal kocht ik de bundel ‘De Branie’ 2016 Dichters in de Prinsentuin. Nu heb ik een paar keer getracht een plekje in de Prinsentuin te bemachtigen, hoewel ver van mijn woonplaats een mooie plek om voor te dragen uit eigen werk, maar blijkbaar kon mijn werk de organisatoren niet bekoren want een aantal keren kreeg ik te horen dat men al vol zat of ik kreeg niks te horen (behalve dat ik niet uitgenodigd zou worden). Het is niet anders, jammer want ik draag dit festival een warm hart toe.

In 2016 werd een bundel uitgebracht, een bloemlezing waarin meer dan 40 dichters zijn bijeengebracht met een gedicht. Onder hen bekende namen en een aantal dichters waar ik niet eerder (en ook nooit nader meer) van gehoord had. En er staat een gedicht ‘sabel’ in van de Vlaamse schrijver Lize Spit (1988) waarvan ik even vergeten was dat ze ook poëzie schrijft. Dat doet ze zeker niet meer nadat ze doorbrak met haar roman ‘Het smelt’ in 2016. En hoewel ze poëzie publiceerde in onder andere Das Magazin, De Gids en de Poëziekrant lijkt het erop dat haar dagen als dichter achter ons liggen. Daarom hier het gedicht ‘sabel’ uit deze bloemlezing.

.

sabel

.

de buurman duwt zijn hond

de leiband strakgespannen als een sabel

de grasmaaier trekt de man die zijn ogen sluit

zo recht mogelijk achter zich uit

.

hier kan men hoogstens te pletter

lopen tegen lakens die maar niet drogen

op de hoek van het kerkhof ligt een café

daar zitten mensen te zitten

tot ze ergens anders te laat kunnen komen in hondenlevens

is er zeven keer minder tijd maar honden geven nooit de indruk

tenzij ze konijnen ruiken

.

duwen heeft veel weg van trekken

als het aan tegenovergestelde kanten plaatsvindt

.

zij die aan het kerkhof zitten bier drinken lijden waarschijnlijk

aan te weinig

fantasie bijvoorbeeld wat als de avond valt en onze hoofde

van onze rompen scheidt

.