Categorie archief: Poëzie evenementen
After hours in Beelden aan Zee
Vleugels
.
Op vrijdag 10 juli vullen museum Beelden aan Zee in Scheveningen en Het Zwarte Schaap het museum met verhalen. Woorden die raken. Klanken die bewegen. Een avond vol voordrachten, muziek, workshops en ontmoetingen. Beelden aan Zee is niet alleen een museum van de beeldhouwkunst maar zoekt regelmatig de verbinding met andere vormen van kunst zoals bijvoorbeeld jazz, woordkunst en poëzie.
Het Zwarte Schaap is het podium voor spoken word en gesproken literatuur uit Den Haag. Hier krijgen zowel beginnende als ervaren makers een plek om te vertellen wat er speelt, om verhalen te laten horen die je nergens anders hoort. Tijdens After Hours brengen ze primeurs, bijzondere samenwerkingen en performances die je laten voelen wat literatuur kan doen.
Op 10 juli kun je onder andere voordrachten zien van Rachel Rumai Diaz (1990) & Maureen Ghazal (1995) en Maryam Abdelalim & Iduna Paalman (1991). Ook is er een Open Mic en kun je poëzie en meditatie doen (en nog veel meer). Tickets kun je hier bestellen. Om alvast in de sfeer te komen hier een gedicht van Maureen Ghazal dat in mei 2025 op de voorpagina van Trouw verscheen getiteld ‘Vleugels’.
.
Vleugels
.
Je weet dat het geen vanzelfsprekendheid is
om over de drempel van je voordeur te stappen.
’s Avonds maak je een wandeling
je loopt de dag door, ademt diep de duisternis in
die kalm is.
De hand van je geliefde laat je zo nu en dan los
morgen zal alles zich hernemen
je staat op uit een warm bed, wast je gezicht.
Je huis bewoon je als een tweede lichaam
je vertrouwt erop dat de muren je ruggengraat vormen
op de houten vloer leg je onbedekt je gemoed neer.
Soms waan je je een vogel al ben je
je ervan bewust dat je vleugels mist
je beweegt horizontaal, ook dat is weelde.
En toch heb je bij alles wat je doet
het idee dat de dingen zich kunnen omkeren
een dag die nacht wordt
de ruimte waarin je beweegt die vernauwt
je handen die andere handen omklemmen
tot ze verbleken en loslaten.
Op je netvlies spelen beelden af uit een ander landschap
de mensen die er wonen leven met ingehouden adem
spreken een taal die de jouwe zou kunnen zijn.
Je zou ze vleugels willen geven
in plaats daarvan richt je voor het slapengaan
je handen tot de hemel.
.
Die dag,
Kreek Daey Ouwens
.
Ik herinner me nog goed dat we dichter Kreek Daey Ouwens (1942) voor een bijdrage in MUGzine vroegen, het was voor nummer 9 in 2021. Het was door een gedicht dat ik las in de bundel ‘Wij zijn de menigte die moeder heet‘ uit 2018, samengesteld door Ester Naomi Perquin. Ik was meteen onder de indruk van haar poëzie en we besloten haar te vragen voor MUGzine. Ze reageerde meteen heel enthousiast op de uitnodiging en naar aanleiding van haar bijdrage had ik een heel leuk en inhoudelijk mooi gesprek met haar over de telefoon.
Na de publicatie van MUGzine nummer 9 verscheen poëzie van haar hand later in poëzietijdschrift Awater en schreef ik nog over haar poëzie in een dubbelgedicht. Tot ik las dat ze zou optreden bij Poetry International 2026 in Rotterdam. Ik was bij de opening van het festival en opnieuw was ik onder de indruk van haar performance en het gedicht dat ze daar voordroeg ‘Die dag,’. Dit gedicht is ook opgenomen in de festivalbundel ‘Achter mij is een schaduw’ waarvan de titel uit juist dit gedicht genomen is. Dat gedicht wil ik hier graag met jullie delen.
.
Die dag,
.
Ik heb niets gevoeld
Ik heb niets geweten
Ik had het moeten weten, lief!
Ik sliep
Ik werd wakker
Ik stond op
Ik maakte koffie voor mezelf
Zo ver was ik van jouw sterven, dat ik koffie
maakte voor mijzelf.
.
-Daar is de deur
en daar is de deur
en daar is de deur en daar is de deur
en daar is de deur-
.
Ik ga naar buiten
Ik loop over straat
Ik loop over mijn kam
.
Achter mij is een schaduw
De schaduw is scheef
De schaduw is niet van mij
Zoals de schaduw van de bomen niet van de bomen is
.
Als ik mijn schaduw wil aanraken is er het ontwijken,
.
Foto: Theo Rikken
Haarlemse Dichtlijn 2026
Cora de Vos
.
Afgelopen Hemelvaartsdag werd de jaarlijkse Haarlemse Dichtlijn georganiseerd. En hoewel ik een enthousiaste jaarlijkse deelnemer ben, was ik dit jaar tot mijn grote verdriet, helaas verhinderd. De Haarlemse Dichtlijn is elk jaar een hoogtepunt, een moment waarop je vele bekende dichtvrienden en -collega’s ontmoet en waar, door de organisatie veel energie en enthousiasme in wordt gestopt. Elk jaar krijgen 100 dichters de mogelijkheid om voor te dragen in de Haarlemse binnenstad.
Zo ook dit jaar. Het thema van dit jaar was ‘Gedaantewisseling’ en dankzij mijn medebestuurslid bij Meander en bestuurslid van de Haarlemse Dichtlijn Peer van den Hoven, ben ik in bezit gekomen van de festivalbundel. Deze bundel is verkrijgbaar bij de organisatie en ik heb na lezing gekozen om het gedicht ‘Uitwaaien’ van dichter Cora de Vos hier te plaatsen. Volgend jaar doe ik graag weer mee.
.
Uitwaaien
.
We trotseren de storm, waaien
uit onze jas, onze kippenveldhuid,
onze sluipmoordende cellen.
.
We smeken de laaiende wind:
neem ze mee, breek ze af,
verpulver ze tot niets!
.
We houden elkaar stevig vast
wankelen maar vallen niet,
niets blaast ons meer om.
.
Terug in de luwte van ons huis
trekken we een nieuwe huid aan,
wanen we ons schoon.
.
Oversteken
Marijke Hanegraaf
.
Toen ik een stapel poëziebundels wilde opruimen kwamen uit een van de bundels twee ansichtkaarten vallen. De ene was van de Volkskrant, uitgegeven ter gelegenheid van de 13e nacht van de poëzie (1993) met daarop waarschijnlijk het motto van die editie ‘De belichaming van de werkelijkheid maakt een verschil van dag en Nacht’. De andere was een gedichtenkaart ‘aangeboden door de Stichting Literaire Activiteiten Nijmegen’ met een gedicht van Marijke Hanegraaf (1946), een foto van Marjolijn Irik en bewerkt door Karla Mulder. Een mooi initiatief van SLAM. Ik heb een zwak voor stichtingen die literaire activiteiten organiseren. Zo was de allereerste poëziewedstrijd die ik won in Zwolle met het gedicht ‘In de tussentijd‘ en die werd georganiseerd door het SLAZ. Deze Stichting Literaire Activiteiten Zwolle bestaat niet meer maar ik heb er mooie herinneringen aan.
Nu is het niet voor het eerst dat ik iets in een poëziebundel vind, al eerder vond ik krantenknipsels, brieven, essays, persoonlijke notities en ook poëzie-ansichtkaarten. Deze twee kan ik dus mooi toevoegen aan dit stapeltje. Overigens vond ik ook een kaartje van de Nacht van de Poëzie in Utrecht in een gelijknamige bundel uit 1992 (de 12e editie). Een kaartje koste je in 1992 de somma van fl 40,- (40 gulden). Tegenwoordig koop je een kaartje voor € 47,50 maar in de voorverkoop voor maar € 34,- (moet je wel lid van ILFU zijn). Wat dat betreft is de prijs echt mooi laag gebleven, 34 jaar na dato.
Het gedicht van Marijke Hanegraaf is getiteld ‘Oversteken’ en is als afbeelding te klein om hier te kunnen lezen, daarom hier dat gedicht.
.
Oversteken
.
Opnieuw heerste in de uiterwaard het rusteloze
van stervelingen
.
maar ze droegen andere helmen, blauwe en gele
hoog op het hoofd als uitgelaten petten.
.
We trachtten de verre bewegingen te doorgronden
verzochten de rivier dringend zich te gedragen en
keer op keer dachten we terug aan de geniesoldaat
.
hoe hij een canvas boot over het blote water joeg
die woensdag om vijftien uur in ’44.
.
Achteraf kunnen we hem en zijn kameraden
minuten stilte geven, maar nooit meer
de beloofde nacht, het tamelijk veilig duister.
.
De boog is gehesen, de koelte van beton bewaakt.
We zagen ginds het roerloze van pijlers groeien
.
beschouwden lang genoeg de overkant als overkant.
Er ligt een brug die het voorbijgaan draagt.
.
AMAI en MUG
Instadichtersbal
.
Ik wil één gedicht voor alle vrouwen. Het zou een
monument worden en tegelijkertijd een toevluchtsoord
van woorden die nodig zijn om een plek te bouwen
die ons heel houdt.
Ik schrijf er kamers in. Zinnen zijn het pleisterwerk
op wonden, de wanden slechts in potlood,
zodat we vrij zijn om ons binnen of buiten de lijnen
te bewegen. Ze uit te vegen tot zachte roze rullen
die we wegblazen als een kus van een vlakke hand.
Hier is een plek voor de vrouw die inwaarts schreeuwt
zo hard ze kan in een land waar zij wordt stuk gezwegen.
Er is een bed voor de vrouw die nog leeft, omdat ze
deed waar zij het bangst voor was. Een rugtas en haar
kind in halfslaap op de heup genomen.
Hier komen de vrouwen die niet voldoen, omdat de
norm een vorm is die niemand past. Je hoeft
maar weinig te doen om een lastige vrouw te zijn.
In dit gedicht ligt een wet te wachten die zacht is
voor het vrouwenlijf. Hier verblijven zij die
kozen of dat niet mochten, hulp zochten, maar niet
kregen, achterbleven met een lege schoot of meer leven
dan ze konden dragen.
Hier is plek voor Zij Die Hen zullen heten of een M in hun pas
kregen als een verkeerd gespelde naam. Hier gaan de vrouwen
die niet bidden tot de goede God of de juiste huid bewonen.
Hier zal het meisje wonen die in bomen klimt en probeert
om staand te plassen. Hier past de vrouw die niet geloofd wordt,
beroofd en weggehoond wordt. De vrouw die moeder, loeder, hoer,
secreet, een nymf, een milf, frigide heet. Een maagd, een heks,
te sexy is, die lesbisch is of niet meer van mannen houdt, de vrouw
die ziek is of te oud, want niet meer vruchtbaar is,
het vermogen mist tot gehoorzaamheid.
Ik wil één gedicht voor alle vrouwen. Opgevouwen tot
een klein geheim, bewaard in de zakken van jurken en
broeken, onder sluiers en de bandjes van een kanten bh.
En dat we het aan elkaar kunnen geven of herlezen
wanneer we zoeken naar woorden, een plek die vrouwen
heel houdt of onszelf.
.
Nacht van de poëzie
Peggy Verzett
.
Vandaag pakte ik, zonder te kijken, uit een reeks dunne dichtbundeltjes de bundel ‘Nacht van de Poëzie, 2006’ uit mijn kast. Deze bundeltjes met gedichten van deelnemende dichters aan de Nacht zijn klein van omvang (22 dichters met bijna allemaal 1 gedicht) dus het was eenvoudig om de bundel ergens halverwege opnieuw ongezien te openen en daar de dichter Peggy Verzett (1958) te ontdekken met een gedicht zonder titel. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in haar bundel ‘Prijken die buik’ (2005) uit de cyclus ‘Cultnat’. Verzett is dichter, beeldend kunstenaar (olieverfschilderijen) docent Nederlands en Beeldende Vormgeving.
In 2010 verscheen van haar de bundel ‘Vissing’, in 2016 de bundel ‘Haar vliegstro‘, in 2021 de bundel ‘Sneeuweieren / Snow Eggs’ en in 2023 de bundel ‘een ronde bol een ronde bol’. Uit de festival bundel van de Nacht van de Poëzie het volgende gedicht.
.
wij zagen een geborduurde
en een gevorderde winnaar
.
wij kozen de gevorderde
met de verre stad
.
achter droeg een verre stad met een brede rivier
toe-toe-toebedeelde morgens op willekeurige doorsneden
.
onze bladschuiven valhoogten en composieten
de wind weegt het vlees van de hypocrises
.
Anna!
hier is wat fraais begonnen
zet ’t likhout op een kier
.
door de gaten van onze kapsels
helt een lucht van gewelfde zucht
,
tussen de lamplicht en lamplicht
die langs zouden komen
.
Diana Ozon en de Digitale Stad
Poëzie in Cyberspace en meer
.
Afgelopen vrijdag was ik in de Koninklijke Bibliotheek. In Club Erasmus aldaar werd een activiteite in het kader van de Poëzieweek georganiseerd met de intrigerende titel ‘Poëzie in Cyberspace: Diana Ozon & De Digitale Stad’. Presentator Melissa Giardina interviewde Dichter, schrijver en performer Diana Ozon (1959) pseudoniem van Diana Groenveld, en Lenny Vos, literatuuronderzoeker. Het programma was georganiseerd door Sophie Ham van de KB (conservator digitale collecties).
Het was om meerdere redenen een interessante en leuke middag. Diana Ozon bracht als een van de eerste dichters in Nederland taal en technologie samen. Ze was nauw betrokken bij De Digitale Stad (DDS) opgericht in 1994, waar kunstenaars, hackers, activisten, krakers en nieuwsgierige mensen elkaar konden vinden in een virtuele stad. Speciaal voor deze middag had Diana haar persoonlijk archief (met heel leuke en herkenbare foto’s uit die tijd) geraadpleegd en had ze vele foto’s uit die tijd meegebracht.
Onderwerpen die in het gesprek werden geadresseerd waren hoe technologie en subculturen elkaar beïnvloeden, wat de rol was van de krakersbeweging, hoe de verhoudingen waren destijds als het ging om de verdeling man/vrouw in de poëzie en uiteraard gaf Diana Ozon een performance waarbij ze putte uit haar oudste werk. Opvallend hierin was het gebruik van allerlei technologische en digitale termen, woorden en afkortingen. Zelfs in haar liefdesgedichten.
Al met al was het gesprek tussen de dichter, de interviewer en de literatuurwetenschapper heel interessant voor zowel poëzieliefhebbers als voor zij die geïnteresseerd zijn in de ontwikkelingen van de (digitale) technologie in Nederland en zelfs geïnteresseerden in de subculturen van de jaren ’80 en ’90. In een gesprek dat ik na de activiteit had met Diana Ozon refereerde ze nog aan het project ‘Dichter aan huis’ in Den Haag, waar ze goede herinneringen aan had. In 2003 nam Diana Ozon deel aan Dichter aan huis en uit de gelijknamige bundel nam ik haar gedicht zonder titel over dat oorspronkelijk verscheen in haar bundel ‘Ja, ik wil’ uit 2002.
.
O louterend water
mijn mooi molecule …
.
Jij stijgt tot de lippen
en slaat op de klippen.
Bron van alle leven
en kosmisch gegeven.
Helder van kleur
en reukloos van geur …
.
Voor meer dan tachtig procent
weet ik dat jij mij bent.
Je was in de moederbuik
en staat onder het kelderluik.
Je valt uit de hemel
en rijst uit de aarde …
.
O allerhoogste waarde
die men eider gratis gunt
jij vindt vanzelf
je diepste punt.
En jouw stille gronden
uit de hemel gezonden …
.
Kokend als damp of
bikkelhard als ijs
jij zit overal en
bent altijd op reis.
O louterend water
Mijn mooi molecule …
.
We prezen de Aarde,
de hemel, de zon
maar vergaten het water
de oersprong, de bron.
.





















