Categorie archief: Poëzie evenementen

After hours in Beelden aan Zee

Vleugels

.

Op vrijdag 10 juli vullen museum Beelden aan Zee in Scheveningen en Het Zwarte Schaap het museum met verhalen. Woorden die raken. Klanken die bewegen. Een avond vol voordrachten, muziek, workshops en ontmoetingen. Beelden aan Zee is niet alleen een museum van de beeldhouwkunst maar zoekt regelmatig de verbinding met andere vormen van kunst zoals bijvoorbeeld jazz, woordkunst en poëzie.

Het Zwarte Schaap is het podium voor spoken word en gesproken literatuur uit Den Haag. Hier krijgen zowel beginnende als ervaren makers een plek om te vertellen wat er speelt, om verhalen te laten horen die je nergens anders hoort. Tijdens After Hours brengen ze primeurs, bijzondere samenwerkingen en performances die je laten voelen wat literatuur kan doen.

Op 10 juli kun je onder andere voordrachten zien van Rachel Rumai Diaz (1990) & Maureen Ghazal (1995) en Maryam Abdelalim & Iduna Paalman (1991). Ook is er een Open Mic en kun je poëzie en meditatie doen (en nog veel meer). Tickets kun je hier bestellen. Om alvast in de sfeer te komen hier een gedicht van Maureen Ghazal dat in mei 2025 op de voorpagina van Trouw verscheen getiteld ‘Vleugels’.

.

Vleugels

.

Je weet dat het geen vanzelfsprekendheid is
om over de drempel van je voordeur te stappen.

’s Avonds maak je een wandeling
je loopt de dag door, ademt diep de duisternis in
die kalm is.

De hand van je geliefde laat je zo nu en dan los
morgen zal alles zich hernemen
je staat op uit een warm bed, wast je gezicht.

Je huis bewoon je als een tweede lichaam
je vertrouwt erop dat de muren je ruggengraat vormen
op de houten vloer leg je onbedekt je gemoed neer.

Soms waan je je een vogel al ben je
je ervan bewust dat je vleugels mist
je beweegt horizontaal, ook dat is weelde.

En toch heb je bij alles wat je doet
het idee dat de dingen zich kunnen omkeren
een dag die nacht wordt
de ruimte waarin je beweegt die vernauwt
je handen die andere handen omklemmen
tot ze verbleken en loslaten.

Op je netvlies spelen beelden af uit een ander landschap
de mensen die er wonen leven met ingehouden adem
spreken een taal die de jouwe zou kunnen zijn.

Je zou ze vleugels willen geven
in plaats daarvan richt je voor het slapengaan
je handen tot de hemel.

.

Voskuil

Dichters op de begraafplaats

.

Gistermiddag was er op begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag een bijeenkomst van dichters, georganiseerd door Dichter bij de Dood,  die een gedicht hadden geschreven (en daar voordroegen) over de, in Den Haag geboren, schrijver J.J. Voskuil (1926-2008) naar aanleiding van zijn honderdste geboortedag (1 juli). Het eerste aardige weetje dat ik tegenkwam over J.J. Voskuil was dat hij ooit debuteerde met een gedicht. Het titelloze gedicht met de beginregel ‘Als ik groot ben’ werd door Voskuil kennelijk tijdens zijn studie geschreven.

In ‘Bij nader inzienstaat beschreven hoe Maarten Koning het aan Chris van Heel schenkt, die het wil opnemen in een bundel met bijlage ‘anonieme poëzie van het volk’. Chris van Geel (1917-1974) publiceerde het uiteindelijk in 1963 in het tijdschrift Barbarber, met vermelding van Voskuils naam. Het gedicht werd opnieuw gepubliceerd in Van Geels bundel ‘Dank aan de koekoek’ (1980) en is opgenomen in Van Geels ‘Verzamelde Gedichten’.

-Als ik groot ben
als ik groot ben
wil ik kousen
weet je van die hele blote
strak getrokken om m’n poten
-kousen, kousen, gekke kind
zorg maar eerst eens voor een vrind
zo maar kousen is zo zonde
.
Ook ik ben gevraagd door de organisator van de bijeenkomst over Voskuil een gedicht te schrijven. Dat heb ik uiteraard gedaan en dat gedicht is getiteld  ‘Daarbuiten’ .
.

Daarbuiten

 

De zon scheen net als de dag ervoor, de bomen en de koppen

als altijd naar buiten gericht, er was geen aanleiding voor een

 

gesprek. Wel vragen, altijd vragen en verwijten en verwachtingen.

Onuitgesproken, onder de huid etterend, een samenleving binnen

 

schijnbaar beschermende muren. Een dag was pas een dag bij het uit-

klokken, bij het fietsenhok, de fijne avond die plichtmatig, speels verveeld

 

uit bekende monden klonk. Daarbuiten lag een wereld te ontdekken, tot

een moment van wekken; 07.00 uur, op weg  naar opnieuw een opstelling,

 

een trekken en duwen, vriendschappelijk toneel, gedwongen enthousiasme,

terwijl daarbuiten de bomen meewarig de kruinen schudden. Het licht

 

in dunne strepen op de vloer. Tot een lamellengordijn ook die rust

verstoort en de aandacht verlegd naar de onrust van tot elkaar verhouden.

.

 

Die dag,

Kreek Daey Ouwens

.

Ik herinner me nog goed dat we dichter Kreek Daey Ouwens (1942) voor een bijdrage in MUGzine vroegen, het was voor nummer 9 in 2021. Het was door een gedicht dat ik las in de bundel ‘Wij zijn de menigte die moeder heet‘ uit 2018, samengesteld door Ester Naomi Perquin. Ik was meteen onder de indruk van haar poëzie en we besloten haar te vragen voor MUGzine. Ze reageerde meteen heel enthousiast op de uitnodiging en naar aanleiding van haar bijdrage had ik een heel leuk en inhoudelijk mooi gesprek met haar over de telefoon.

Na de publicatie van MUGzine nummer 9 verscheen poëzie van haar hand later in poëzietijdschrift Awater en schreef ik nog over haar poëzie in een dubbelgedicht. Tot ik las dat ze zou optreden bij Poetry International 2026 in Rotterdam. Ik was bij de opening van het festival en opnieuw was ik onder de indruk van haar performance en het gedicht dat ze daar voordroeg ‘Die dag,’.  Dit gedicht is ook opgenomen in de festivalbundel ‘Achter mij is een schaduw’ waarvan de titel uit juist dit gedicht genomen is. Dat gedicht wil ik hier graag met jullie delen.

.

Die dag,

.

Ik heb niets gevoeld

Ik heb niets geweten

Ik had het moeten weten, lief!

Ik sliep

Ik werd wakker

Ik stond op

Ik maakte koffie voor mezelf

Zo ver was ik van jouw sterven, dat ik koffie

maakte voor mijzelf.

.

-Daar is de deur

en daar is de deur

en daar is de deur en daar is de deur

en daar is de deur-

.

Ik ga naar buiten

Ik loop over straat

Ik loop over mijn kam

.

Achter mij is een schaduw

De schaduw is scheef

De schaduw is niet van mij

Zoals de schaduw van de bomen niet van de bomen is

.

Als ik mijn schaduw wil aanraken is er het ontwijken,

.

Foto: Theo Rikken

 

 

Dichtregel in gebarentaal

Boaz Blume en Sam Onclin

 Na bijna 40 jaar dichtregels in geschreven woord te hebben geplaatst, is er nu voor het eerst een dichtregel in gebarentaal op een Rotterdamse vuilniswagen te bewonderen. Volledig in stilte, maar met groot enthousiasme en zwaaiende handen. Tijdens Poetry International  van afgelopen weekend, onthulde het dove- en slechthorende dichtersduo Boaz Blume en Sam Onclin samen met Thomas van Brakel manager Inzameling & Hergebruik een dichtregel in geschreven tekst (andere zijde van de wagen) én gebarentaal.

Met begeleiding van verschillende gebarentolken introduceerde Thomas van Brakel de vuilniswagen en benoemde de unieke samenwerking: “Ik ben trots op de dichtregels op onze wagens, omdat wat vuilnis is voor de één, kunst is voor de ander. En omdat dichten schoonheid is, en wij proberen schoonheid te brengen naar Rotterdam. We maken de stad schoon en voegen ook nog schoonheid toe. Dat op een inclusieve wijze doen, die alle Rotterdammers bereikt, is een groot goed. Want buiten is van ons allemaal.”

Dichter Boaz Blume was ontzettend blij: “In mijn dromen zijn de gebaren stormen, levend, krachtig en onvoorspelbaar. Dansende handen schrijven gedichten in de lucht, zichtbaar voor wie wil kijken”. Deze regel is een viering van hoe ik denk: in beelden, in beweging. De Nederlandse Gebarentaal is voor mij niet alleen communicatie, maar een artistieke expressie die mijn identiteit en creativiteit vormgeeft.”

Op de foto van links naar rechts: dichtersduo Som Onclin (haar optredens variëren van poëtische voordrachten waarin ik de kracht van gebarentaal onderzoek, tot dynamische theatervoorstellingen waarin ze verhalen vertelt via gebaren en lichaamsbewegingen) en Boaz Blume ( lid van het dove dichterscollectief Kitchen’s Light , treedt op met eigen werk in de Nederlandse Gebarentaal en docent Gebarentaal) en manager Inzameling & Hergebruik Thomas van Brakel. Uiterst rechts de gebarentolk.
.
                                                                                                                      Foto: Rosa Quist Photography

Opening Poetry International 2026

Lynthia Julius

.

Afgelopen donderdagavond was de feestelijke opening van Poetry International 2026, alweer de 56ste editie, in Theater Zuidplein in Rotterdam. Het thema van deze editie is ‘Word on the street’ en voor de opening van het festival wordt elk jaar een gastregisseur uitgenodigd uit een andere kunstdiscipline. Dit keer was dit componist Merlijn Twaalfhoven, bekend om zijn grootschalige en interdisciplinaire muziekprojecten op vaak onconventionele locaties. Samen met de 18 dichters en het Koor op Zuid werd de opening een grote happening, waarbij vanaf het begin alle dichters en musici en een deel van het koor, en halverwege het programma ook het volledige koor op het podium aanwezig was en deelnam in het programma.

Dichters uit Nederland (Joost Baars, Kreek Daey Ouwens, Jörgen Gario, Nisrine Mbarki Ben Ayad), België (Dominique De Groen) en dichters uit Europa, Azië, Midden-Oosten, Australië, Afrika en Zuid Amerika. De dichters droegen, ondersteund en aangevuld door muziek en koor (en de zaal) een gedicht voor en voor boven het toneel was op een boventiteling, steeds de vertaling in het Nederlands te lezen.

Voor mij was de hele opening één groot hoogtepunt maar vooral de bijdrage van Joost Baars, Pia Tafdrup (Denemarken) door de bijdrage vanuit de zaal, Dalia Taha (Palestina) en Hendri Yulius Wijaya (Indonesië) vond ik indrukwekkend. Uiteraard werd door festivaldirecteur Diana Chin-A-Fat, stil gestaan bij het overlijden van Lieke Marsman. Al met al een fantastisch mooie avond. Uit de festivalbundel ‘Achter mij is een schaduw’ koos ik voor een gedicht van de Zuid Afrikaanse Lynthia Julius (1993) getiteld ‘Ménage à moi’.

Julius is een van de meest veelbelovende jonge stemmen binnen de hedendaagse Zuid-Afrikaanse poëzie. Ze groeide op in diamantstad Kimberley, en schrijft vanuit het Gariep-Afrikaans van de Noord-Kaap, in voortdurende wisselwerking met het Standaardafrikaans van de canon. Als filosoof opgeleid en later geschoold in Creatief Schrijven, gaf ze haar rauwe, compromisloze poëzie extra precisie en gelaagdheid. Julius laat zich niet inkaderen en schrijft met loepzuivere eerlijkheid over identiteit, macht en moederschap.

.

Ménage à moi

.

meisjes die met zichzelf spelen

zien de hemel

maar gaan er niet heen

.

zij met hun Olivia Grey

en chardonnay

die hun binnenste

verkennen met vingers en Rabbits

hun eigen benen laten beven

van lakens dammen maken

.

die hun kamerdeuren sluiten

niet wachten op een pik

in kussens kreunen

.

Lynthia is geboren

Lynthia is uit het zelfdoodsbed opgestaan

Lynthia komt

.

Haarlemse Dichtlijn 2026

Cora de Vos

.

Afgelopen Hemelvaartsdag werd de jaarlijkse Haarlemse Dichtlijn georganiseerd. En hoewel ik een enthousiaste jaarlijkse deelnemer ben, was ik dit jaar tot mijn grote verdriet, helaas verhinderd. De Haarlemse Dichtlijn is elk jaar een hoogtepunt, een moment waarop je vele bekende dichtvrienden en -collega’s ontmoet en waar, door de organisatie veel energie en enthousiasme in wordt gestopt. Elk jaar krijgen 100 dichters de mogelijkheid om voor te dragen in de Haarlemse binnenstad.

Zo ook dit jaar. Het thema van dit jaar was ‘Gedaantewisseling’ en dankzij mijn medebestuurslid bij Meander en bestuurslid van de Haarlemse Dichtlijn Peer van den Hoven, ben ik in bezit gekomen van de festivalbundel. Deze bundel is verkrijgbaar bij de organisatie en ik heb na lezing gekozen om het gedicht ‘Uitwaaien’ van dichter Cora de Vos hier te plaatsen. Volgend jaar doe ik graag weer mee.

.

Uitwaaien

.

We trotseren de storm, waaien

uit onze jas, onze kippenveldhuid,

onze sluipmoordende cellen.

.

We smeken de laaiende wind:

neem ze mee, breek ze af,

verpulver ze tot niets!

.

We houden elkaar stevig vast

wankelen maar vallen niet,

niets blaast ons meer om.

.

Terug in de luwte van ons huis

trekken we een nieuwe huid aan,

wanen we ons schoon.

.

Oversteken

Marijke Hanegraaf

.

Toen ik een stapel poëziebundels wilde opruimen kwamen uit een van de bundels twee ansichtkaarten vallen. De ene was van de Volkskrant, uitgegeven ter gelegenheid van de 13e nacht van de poëzie (1993) met daarop waarschijnlijk het motto van die editie ‘De belichaming van de werkelijkheid maakt een verschil van dag en Nacht’. De andere was een gedichtenkaart ‘aangeboden door de Stichting Literaire Activiteiten Nijmegen’ met een gedicht van Marijke Hanegraaf (1946), een foto van Marjolijn Irik en bewerkt door Karla Mulder. Een mooi initiatief van SLAM. Ik heb een zwak voor stichtingen die literaire activiteiten organiseren. Zo was de allereerste poëziewedstrijd die ik won in Zwolle met het gedicht ‘In de tussentijd‘ en die werd georganiseerd door het SLAZ. Deze Stichting Literaire Activiteiten Zwolle bestaat niet meer maar ik heb er mooie herinneringen aan.

Nu is het niet voor het eerst dat ik iets in een poëziebundel vind, al eerder vond ik krantenknipsels, brieven, essays, persoonlijke notities en ook poëzie-ansichtkaarten. Deze twee kan ik dus mooi toevoegen aan dit stapeltje. Overigens vond ik ook een kaartje van de Nacht van de Poëzie in Utrecht in een gelijknamige bundel uit 1992 (de 12e editie). Een kaartje koste je in 1992 de somma van fl 40,- (40 gulden). Tegenwoordig koop je een kaartje voor € 47,50 maar in de voorverkoop voor maar € 34,- (moet je wel lid van ILFU zijn). Wat dat betreft is de prijs echt mooi laag gebleven, 34 jaar na dato.

Het gedicht van Marijke Hanegraaf is getiteld ‘Oversteken’ en is als afbeelding te klein om hier te kunnen lezen, daarom hier dat gedicht.

.

Oversteken

.

Opnieuw heerste in de uiterwaard het rusteloze

van stervelingen

.

maar ze droegen andere helmen, blauwe en gele

hoog op het hoofd als uitgelaten petten.

.

We trachtten de verre bewegingen te doorgronden

verzochten de rivier dringend zich te gedragen en

keer op keer dachten we terug aan de geniesoldaat

.

hoe hij een canvas boot over het blote water joeg

die woensdag om vijftien uur in ’44.

.

Achteraf kunnen we hem en zijn kameraden

minuten stilte geven, maar nooit meer

de beloofde nacht, het tamelijk veilig duister.

.

De boog is gehesen, de koelte van beton bewaakt.

We zagen ginds het roerloze van pijlers groeien

.

beschouwden lang genoeg de overkant als overkant.

Er ligt een brug die het voorbijgaan draagt.

.

AMAI en MUG

Instadichtersbal

.

Op zaterdag 28 maart organiseert AMAI het jaarlijkse Instadichtersbal in de Steentjeskerk in Eindhoven. Tijdens deze avond vol live optredens (van onder andere Ingmar Heytze en Yanaika Zomer), voordrachten en performances komen dichters, lezers en taalmakers bij elkaar en wordt het AMAIZING magazine 2026 feestelijk gepresenteerd. Van 1 december 2025 tot en met 12 januari 2026 konden Instagram dichters hun werk insturen voor de AMAI Awards. De jury bestaande uit Yanaika Zomer (1979) en Lotte Dodion (1987) selecteerde 144 gedichten uit de duizenden inzendingen en die worden gepubliceerd in het nieuwe AMAIZING Magazine.
Naast de winnende gedichten bevat het magazine een reeks verdiepende artikelen, interviews en portretten die de rijkdom van de Nederlandse online poëzie zichtbaar maken. Zo bevat het magazine een artikel met Lotte Dodion en Yanaika Zomer over de kracht van poëzie en de rol van Instagram, een interview met Bette Westera over schrijven voor kinderen en een portret van Ivo en Guido de Wijs en Theo Danes over light verse, vakmanschap en de kunst van het schaven aan taal.
Tickets voor het Instadichtersbal zijn nog te verkrijgen via de website van AMAI. Naast het Instadichtersbal werkt AMAI aan een Schrijverskompas, een overzicht van geselecteerde literaire magazines, microzines en schrijfplatforms die men in het magazine en op de website presenteren aan de lezers, deelnemers en volgers. Ook MUGzine is hiervoor benaderd en uiteraard werken we graag met AMAI mee aan het verder verrijken van het poëtisch landschap.
Geen blogbericht, ook niet een bericht over een evenement als dit, zonder gedicht, daarom een gedicht gekozen van Yanaika Zomer dat ik nam van haar website kustwijf.nl getiteld ‘Eén gedicht’ dat ze schreef voor Internationale Vrouwendag 2025.
.
Eén gedicht
.

Ik wil één gedicht voor alle vrouwen. Het zou een
monument worden en tegelijkertijd een toevluchtsoord
van woorden die nodig zijn om een plek te bouwen
die ons heel houdt.
Ik schrijf er kamers in. Zinnen zijn het pleisterwerk
op wonden, de wanden slechts in potlood,
zodat we vrij zijn om ons binnen of buiten de lijnen
te bewegen. Ze uit te vegen tot zachte roze rullen
die we wegblazen als een kus van een vlakke hand.

Hier is een plek voor de vrouw die inwaarts schreeuwt
zo hard ze kan in een land waar zij wordt stuk gezwegen.
Er is een bed voor de vrouw die nog leeft, omdat ze
deed waar zij het bangst voor was. Een rugtas en haar
kind in halfslaap op de heup genomen.
Hier komen de vrouwen die niet voldoen, omdat de
norm een vorm is die niemand past. Je hoeft
maar weinig te doen om een lastige vrouw te zijn.
In dit gedicht ligt een wet te wachten die zacht is
voor het vrouwenlijf. Hier verblijven zij die
kozen of dat niet mochten, hulp zochten, maar niet
kregen, achterbleven met een lege schoot of meer leven
dan ze konden dragen.

Hier is plek voor Zij Die Hen zullen heten of een M in hun pas
kregen als een verkeerd gespelde naam. Hier gaan de vrouwen
die niet bidden tot de goede God of de juiste huid bewonen.
Hier zal het meisje wonen die in bomen klimt en probeert
om staand te plassen. Hier past de vrouw die niet geloofd wordt,
beroofd en weggehoond wordt. De vrouw die moeder, loeder, hoer,
secreet, een nymf, een milf, frigide heet. Een maagd, een heks,
te sexy is, die lesbisch is of niet meer van mannen houdt, de vrouw
die ziek is of te oud, want niet meer vruchtbaar is,
het vermogen mist tot gehoorzaamheid.

Ik wil één gedicht voor alle vrouwen. Opgevouwen tot
een klein geheim, bewaard in de zakken van jurken en
broeken, onder sluiers en de bandjes van een kanten bh.
En dat we het aan elkaar kunnen geven of herlezen
wanneer we zoeken naar woorden, een plek die vrouwen
heel houdt of onszelf.

.

Nacht van de poëzie

Peggy Verzett

.

Vandaag pakte ik, zonder te kijken, uit een reeks dunne dichtbundeltjes de bundel ‘Nacht van de Poëzie, 2006’ uit mijn kast. Deze bundeltjes met gedichten van deelnemende dichters aan de Nacht zijn klein van omvang (22 dichters met bijna allemaal 1 gedicht) dus het was eenvoudig om de bundel ergens halverwege opnieuw ongezien te openen en daar de dichter Peggy Verzett (1958) te ontdekken met een gedicht zonder titel. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in haar bundel ‘Prijken die buik’ (2005) uit de cyclus ‘Cultnat’. Verzett is dichter, beeldend kunstenaar (olieverfschilderijen) docent Nederlands en Beeldende Vormgeving.

In 2010 verscheen van haar de bundel ‘Vissing’, in 2016 de bundel  ‘Haar vliegstro‘, in 2021 de bundel ‘Sneeuweieren / Snow Eggs’ en in 2023 de bundel ‘een ronde bol een ronde bol’. Uit de festival bundel van de Nacht van de Poëzie het volgende gedicht.

.

wij zagen een geborduurde

en een gevorderde winnaar

.

wij kozen de gevorderde

met de verre stad

.

achter droeg een verre stad met een brede rivier

toe-toe-toebedeelde morgens op willekeurige doorsneden

.

onze bladschuiven valhoogten en composieten

de wind weegt het vlees van de hypocrises

.

Anna!

hier is wat fraais begonnen

zet ’t likhout op een kier

.

door de gaten van onze kapsels

helt een lucht van gewelfde zucht

,

tussen de lamplicht en lamplicht

die langs zouden komen

.

Diana Ozon en de Digitale Stad

Poëzie in Cyberspace en meer

.

Afgelopen vrijdag was ik in de Koninklijke Bibliotheek. In Club Erasmus aldaar werd een activiteite in het kader van de Poëzieweek georganiseerd met de intrigerende titel ‘Poëzie in Cyberspace: Diana Ozon & De Digitale Stad’. Presentator Melissa Giardina interviewde Dichter, schrijver en performer Diana Ozon (1959) pseudoniem van Diana Groenveld, en Lenny Vos, literatuuronderzoeker. Het programma was georganiseerd door Sophie Ham van de KB (conservator digitale collecties).

Het was om meerdere redenen een interessante en leuke middag. Diana Ozon bracht als een van de eerste dichters in Nederland taal en technologie samen. Ze was nauw betrokken bij De Digitale Stad (DDS) opgericht in 1994, waar kunstenaars, hackers, activisten, krakers en nieuwsgierige mensen elkaar konden vinden  in een virtuele stad. Speciaal voor deze middag had Diana haar persoonlijk archief (met heel leuke en herkenbare foto’s uit die tijd) geraadpleegd en had ze vele foto’s uit die tijd meegebracht.

Onderwerpen die in het gesprek werden geadresseerd waren hoe technologie en subculturen elkaar beïnvloeden, wat de rol was van de krakersbeweging, hoe de verhoudingen waren destijds als het ging om de verdeling man/vrouw in de poëzie en uiteraard gaf Diana Ozon een performance waarbij ze putte uit haar oudste werk. Opvallend hierin was het gebruik van allerlei technologische en digitale termen, woorden en afkortingen. Zelfs in haar liefdesgedichten.

Al met al was het gesprek tussen de dichter, de interviewer en de literatuurwetenschapper heel interessant voor zowel poëzieliefhebbers als voor zij die geïnteresseerd zijn in de ontwikkelingen van de (digitale) technologie in Nederland en zelfs geïnteresseerden in de subculturen van de jaren ’80 en ’90. In een gesprek dat ik na de activiteit had met Diana Ozon refereerde ze nog aan het project ‘Dichter aan huis’ in Den Haag, waar ze goede herinneringen aan had. In 2003 nam Diana Ozon deel aan Dichter aan huis en uit de gelijknamige bundel nam ik haar gedicht zonder titel over dat oorspronkelijk verscheen in haar bundel ‘Ja, ik wil’ uit 2002.

.

O louterend water

mijn mooi molecule …

.

Jij stijgt tot de lippen

en slaat op de klippen.

Bron van alle leven

en kosmisch gegeven.

Helder van kleur

en reukloos van geur …

.

Voor meer dan tachtig procent

weet ik dat jij mij bent.

Je was in de moederbuik

en staat onder het kelderluik.

Je valt uit de hemel

en rijst uit de aarde …

.

O allerhoogste waarde

die men eider gratis gunt

jij vindt vanzelf

je diepste punt.

En jouw stille gronden

uit de hemel gezonden …

.

Kokend als damp of

bikkelhard als ijs

jij zit overal en

bent altijd op reis.

O louterend water

Mijn mooi molecule …

.

We prezen de Aarde,

de hemel, de zon

maar vergaten het water

de oersprong, de bron.

.