Site-archief
Airco
Shana DeBusschere
.
Dag vijf van -Kort weg- en vandaag een gedicht van de Vlaamse Shana De Busschere (1993). Over haar heb ik niet veel kunnen vinden behalve dat ze in 2016 meedeed aan de Turing Gedichtenwedstrijd en daar haar gedicht opgenomen zag in de bundel ‘Toch, nachtegaal, zing voort!’ de 100 beste gedichten. Haar gedicht, een sonnet, ‘Airco’ lees je hieronder.
.
Airco
.
Ook onze steden zijn oorlogsgezind:
alles moet weg of opengereten.
Wat nu slechts steengruis is, werd ooit bemind.
De minnaars zijn al lang vergeten.
Hun kinderen lopen verloren vooruit.
Ze graven een hart op, dat ze fileren.
Ze kauwen en slikken. Ze braken het uit.
Zoveel verleden valt niet te verteren.
In een web van ijzer en steen bonkt hard
het hart. Uitgespuwd, maar niet vergeten,
wie erin schreef en die taal heeft ontward:
wie zich aan liefde heeft volgevreten.
Zelfs wanneer alles zich heeft gereset,
zal het hart nog kloppen in dit sonnet.
.
Oversteken
Marijke Hanegraaf
.
Toen ik een stapel poëziebundels wilde opruimen kwamen uit een van de bundels twee ansichtkaarten vallen. De ene was van de Volkskrant, uitgegeven ter gelegenheid van de 13e nacht van de poëzie (1993) met daarop waarschijnlijk het motto van die editie ‘De belichaming van de werkelijkheid maakt een verschil van dag en Nacht’. De andere was een gedichtenkaart ‘aangeboden door de Stichting Literaire Activiteiten Nijmegen’ met een gedicht van Marijke Hanegraaf (1946), een foto van Marjolijn Irik en bewerkt door Karla Mulder. Een mooi initiatief van SLAM. Ik heb een zwak voor stichtingen die literaire activiteiten organiseren. Zo was de allereerste poëziewedstrijd die ik won in Zwolle met het gedicht ‘In de tussentijd‘ en die werd georganiseerd door het SLAZ. Deze Stichting Literaire Activiteiten Zwolle bestaat niet meer maar ik heb er mooie herinneringen aan.
Nu is het niet voor het eerst dat ik iets in een poëziebundel vind, al eerder vond ik krantenknipsels, brieven, essays, persoonlijke notities en ook poëzie-ansichtkaarten. Deze twee kan ik dus mooi toevoegen aan dit stapeltje. Overigens vond ik ook een kaartje van de Nacht van de Poëzie in Utrecht in een gelijknamige bundel uit 1992 (de 12e editie). Een kaartje koste je in 1992 de somma van fl 40,- (40 gulden). Tegenwoordig koop je een kaartje voor € 47,50 maar in de voorverkoop voor maar € 34,- (moet je wel lid van ILFU zijn). Wat dat betreft is de prijs echt mooi laag gebleven, 34 jaar na dato.
Het gedicht van Marijke Hanegraaf is getiteld ‘Oversteken’ en is als afbeelding te klein om hier te kunnen lezen, daarom hier dat gedicht.
.
Oversteken
.
Opnieuw heerste in de uiterwaard het rusteloze
van stervelingen
.
maar ze droegen andere helmen, blauwe en gele
hoog op het hoofd als uitgelaten petten.
.
We trachtten de verre bewegingen te doorgronden
verzochten de rivier dringend zich te gedragen en
keer op keer dachten we terug aan de geniesoldaat
.
hoe hij een canvas boot over het blote water joeg
die woensdag om vijftien uur in ’44.
.
Achteraf kunnen we hem en zijn kameraden
minuten stilte geven, maar nooit meer
de beloofde nacht, het tamelijk veilig duister.
.
De boog is gehesen, de koelte van beton bewaakt.
We zagen ginds het roerloze van pijlers groeien
.
beschouwden lang genoeg de overkant als overkant.
Er ligt een brug die het voorbijgaan draagt.
.
Tent
Lote Vilma Vītiņa
.
Wanneer ik op zoek ben naar dichters, gedichten of onderwerpen die met poëzie te maken hebben of poëzie in het algemeen, kom ik regelmatig website pagina’s tegen die ik interessant vind. Gelukkig hebben de uitvinders van het wereldwijde web daar een fijn knopje voor uitgevonden; de bookmark. Meestal vergeet ik die bookmarks weer maar af en toe bekijk ik ze weer en dan valt me op dat er veel moois te ontdekken is op de websites die ik heb vastgezet.
Een van die pagina’s is Versopolis.com. Op deze website kwam ik de dichter Lote Vilma Vītiņa (1993) uit Letland tegen. Zij is dichter, schrijver, striptekenaar en illustrator. Ze werkt graag met zowel tekst als tekeningen en schrijft naast poëzie ook boeken voor kinderen en jongeren. Lote Vilma’s debuutbundel ‘Meitene’ (Meisje) verscheen in 2021. Haar gedichten zijn gepubliceerd in verschillende literaire tijdschriften in Letland en poëziebundels, waaronder de bundel met gedichten van jonge dichters ‘Kā pārvarēt niezi galvaskausā’ (Hoe je de jeuk in je schedel kunt overwinnen) uit 2018, samengesteld door Artis Ostups en uitgegeven door Valters Dakša.
Een recensent zegt over haar gedichten in deze bundel: “Ondanks het feit dat alles zo kalm en herkenbaar lijkt uit onze eigen zomers van onze kindertijd, schuilt er een nauwelijks merkbare spanning in deze regels, en ontstaat er in de geest van de achterdochtige lezer een situatie waarin de schijnbare rust mogelijk verstoord kan worden en het idyllische landschap de potentie krijgt om een stukje tv-nieuws te worden dat eindigt met een oproep om kinderen niet zonder toezicht achter te laten.”
In het gedicht ‘Tent’ (Telsts) komt deze spanning mooi naar voren. De vertaling is van de dichter zelf.
.
Tent
.
Alles is versteend.
uitgeknepen nat
een donkere tent
slakken zonder schelp
En wat moest ik doen?
toen je vond
en kozen mij
onder alle meisjes
rond het vuur
was er
vuur helemaal
de vormen van tieners
zijn zo vaag
onhandig als ze
elkaar passeren
flessen
gevuld met pulsen
in een belangrijke kring
in het donker
Je moet het in het donker doen.
maar jij
Je was slim.
je had een zaklamp
een warme straal gleed eroverheen
mijn gezicht
wat bijna
verbrijzeld in zijn licht
en ik heb je aangeboden
de meest kostbare
wat ik had
verlangen dat zich gedurende vele jaren heeft opgestapeld
zoals sommige geknipte haren
in een schoenendoos
het is een fragiel
afgesloten ruimte
je bevindt je in
een tent
twee tongen
beweging
maar men doet dat niet
onthoud de andere
.
Flanders Literature
Albert Bontridder
.
Behalve van poëzie hou ik erg van alles wat met poëzie te maken heeft. Ook websites over poëzie of over dichters mag ik graag bekijken. Of het nu van één dichter is of, zoals in het geval van de poëziesectie van de website ‘Flanders Literature’, een website over meerdere dichters of poëzie in het algemeen, het heeft mijn interesse. Op de website ‘Flanders Literature’ staat in de poëzie sectie een overzicht van Vlaamse dichters. Het zijn er 45 en ik durf te beweren dat elk van deze dichters wel ergens op dit blog voorbij komt. Waarom deze website over het literaire landschap van Noord-België een Engelstalige titel heeft is me overigens een raadsel. Juist de Vlamingen staan bekend om hun behoud van de Nederlandse taal.
Eén van de 45 dichters is Albert Bontridder (1921-2015). Deze Vlaamse architect en dichter was, vanaf 1949, redacteur van het vernieuwende tijdschrift ‘Tijd en Mens‘, waarmee hij het modernisme in de Vlaamse poëzie en literatuur introduceerde. Bontridder debuteerde in 1951 met de bundel ‘Poésie se brise’ in het Frans en ‘Hoog water’ in het Nederlands. Zijn doorbraak kwam in 1955 met zijn maatschappelijk geëngageerde gedichten over Willie McGee in ‘Dood hout’.
Hij won in 1957 de Arkprijs van het Vrije Woord. In 1967 werd hij opgenomen in de groep rond het tijdschrift Kentering. In 1972 mocht Bontridder de Jan Campert-prijs in ontvangst nemen. In 1975 werd hij voorzitter van PEN Vlaanderen, in 1984 lid van de Académie Royale de Belgique, Classe des Beaux-Arts, en van 1987 tot 1993 was hij voorzitter van de Europese Vereniging ter Bevordering van de Poëzie.
Uit zijn laatste bundel uit 2012 getiteld ‘Wonen in de vloed’ komt het gedicht ‘Overweging’.
.
Overweging
.
De maat van alle dingen
– zo die al bestaat –
is de juiste nabijheid,
inclusief de geboden afstand
van wat mét ons
en tégen ons is,
niet in enige afgebakende ruimte,
niet in een vermoede
of gevreesde confrontatie,
maar in het begrip
van de buigzame,
weerbare,
slijtbare
tussenruimte.
.
Fries en fruitig
Tsjêbbe Hettinga
“Wat was die man goed” schrijft Hans Puper in 2017 in zijn recensie op de website van Meander, van de bundel ‘Het vaderpaard / it faderpaard‘ uit 2017 van de Friese dichter Tsjêbbe Hettinga (1949-2013). Hettinga behoort ongetwijfeld tot de grootste dichters die Friesland heeft voortgebracht. Hij paarde een uniek taalscheppend vermogen aan een even uniek voordrachtstalent, waarmee hij zijn toehoorders steeds weer wist te betoveren.
Ik las in het magazine Mezza van maart 2025 een kort interview met (toen nog) voormalig dichter des vaderlands Tsead Bruinja (1974) over het Fries (zijn taal). Bruinja antwoord op de vraag wat zijn favoriete Friese boek is: “De gedichtenbundel Het vaderpaard of in het Fries It faderpaard van Tsjêbbe Hettinga. Hij had beperkt zicht, en toch nam hij je mee in de meest beeldende, liefdevolle, ruige en speelse gedichten.”
De meeste vertalingen in deze bundel zijn gemaakt door Hettinga en Benno Barnard. De gedichten die Hettinga niet zelf letterlijk voorvertaalde, zijn door Tsead Bruinja en Teake Oppewal samen met Barnard naar het Nederlands vertaald. Tsjêbbe Hettinga (1949-2013) kreeg als Fries dichter internationale bekendheid, mede na een fameus optreden op de Frankfurter Buchmesse (1993).
In 2001 kreeg hij de Friese prestigieuze Gysbert Japicxprijs voor zijn zevende dichtbundel ‘Fan oer see en fierder’ uit 2000. Een deel van zijn werk is al eerder met een Nederlandse vertaling verschenen. Uit de bundel die je in full text kunt vinden op het web, nam ik het gedicht ‘Nieuwe lente’ of (en) in het Fries ‘Nije maitiid’.
Nieuwe lente
de bomen rond
de boerenerven
dragen nu meer macht
dan het nieuwerwetse proletariaat
dat mijn dorp bezeilt
en mijn land verhardt
want de bladeren en de bloemen
baden in de zon en
veranderen het landschap
er komt geen hand aan te pas
.
Nije maitiid
de beammen om
de boerehiemen hinne
drage nomearmacht
asit nijmoaderige proletariaat
dat myn doarp besylt
enmyn lân ferhurdet
want de blêden en de blommen
baaie yn ’esinneen
feroarjeitlânskip
sûnderien hântaast
.
Ntozake Shange
Gedicht bij een tentoonstelling
.
Afgelopen weekend was ik in Parijs en daar bezocht ik het Fotomuseum, het MEP (Maison Européenne de la Photographie). In dit museum is een prachtige tentoonstelling van het werk van de Nederlandse fotograaf Dana Lixenberg (1964) met de titel ‘American Images’ (nog te zien tot 24 mei). De tentoonstelling, die meer dan drie decennia omvat, brengt een geëngageerd en diep menselijk oeuvre samen en schetst een gelaagd portret van de Verenigde Staten, waarin zowel beroemdheden als minder bekende personen met gelijke zorg worden benaderd en met waardigheid worden geportretteerd, aldus de aankondiging.
Het deel dat mij bijzonder aansprak en waar het engagement van Lixenberg heel duidelijk naar voren komt is het deel over Imperial Courts dat is begonnen in 1993 en doorloopt tot heden ten dage. Imperial Courts is een sociale woningbouwproject in Watts, Los Angeles, Californië. Een plek van armoede, onveiligheid, drugs en misdaad maar ook een plek waar de mensen die daar wonen een hechte gemeenschap vormen.
Lixenberg kreeg het voor elkaar om het vertrouwen van de bewoners te winnen en zij maakte op drie verschillende momenten (1993, 2008 en 2015) foto’s van de bewoners in hun wijk, en een documentaire over het leven in Imperial Courts. Sommige bewoners zie je terug steeds iets ouder, andere zijn overleden of zitten in de gevangenis maar wat steeds opnieuw uit haar foto’s en de documentaire blijkt is het menselijke aspect en de bijzondere wijze waarop de bewoners Lixenberg in hun hart hebben gesloten.
Van haar eerste serie uit 1993 werden een aantal foto’s gepubliceerd in het magazine Vibe tezamen met een gedicht van Ntozake Shange (1948-2018) getiteld People of Watts (de wijk Watts, waarin de Imperial Courts deel van uitmaakt). Ntozake Shange was een Amerikaanse toneelschrijfster en dichter. Als zwarte feministe behandelde ze in veel van haar werk thema’s rond ras en zwarte emancipatie.
.
People of Watts
.
where we come from, sometimes, beauty
floats around us like clouds
the way leaves rustle in the breeze
and cornbread and barbecue swing out the backdoor
and tease all our senses as the sun goes down.
dreams and memories rest by fences
Texas accents rev up like our engines
customized sparkling powerful as the arms
that hold us tightly black n fragrant
reminding us that once we slept and loved
to the scents of magnolia and frangipani
once when we looked toward the skies
we could see something as lovely as our children’s
smiles white n glistenin’ clear of fear or shame
young girls in braids as precious as gold
find out that sex is not just bein’ touched
but in the swing of their hips the light fallin cross
a softbrown cheek or the movement of a mere finger
to a lip many lips inviting kisses southern
and hip as any one lanky brother in the heat
of a laid back sunday rich as a big mama still
in love with the idea of love how we play at lovin’
even riskin’ all common sense cause we are as fantastical
as any chimera or magical flowers where breasts entice
and disguise the racing pounding of our hearts
as the music that we are
hard core blues low bass voices crooning
straight outta Compton melodies so pretty
they nasty cruising the Harbor Freeway
blowin’ kisses to strangers who won’t be for long
singing ourselves to ourselves Mamie Khalid Sharita
Bessie Jock Tookie MaiMai Cosmic Man Mr. Man
Keemah and all the rest seriously courtin’
rappin’ a English we make up as we go along
turnin’ nouns into verbs braids into crowns
and always fetchin’ dreams from a horizon
strewn with bones and flesh of those of us
who didn’t make it whose smiles and deep
dark eyes help us to continue to see
there’s so much life here.
.
Harde en zachte magiesystemen
Maxime Garcia Diaz
.
Na het debuut in 2021 van de Nederlands-Uruguayaanse dichter Maxime Garcia Diaz (1993) met ‘Het is warm in de hivemind‘ schreef ik al dat haar poëzie de grenzen opzoekt en dat ik daar wel van hou, van poëzie die de rafelrandjes opzoekt. En met rafelrandjes bedoel ik de grenzen die dichters in hun poëzie opzoeken en (soms) te buiten gaan. Wat overigens een verschil is met dichters die menen dat proza en poëzie twee dingen zijn die je willekeurig kan uitwisselen. Een prozagedicht okay, een gedicht van 6 pagina’s als een kort verhaal, nee, dat is voor mij een grens die voorbij de poëzie gaat (namelijk proza).
In haar nieuwe bundel ‘Het netwerk moet gebouwd worden’ gaat Maxime Garcia Diaz verder waar ze was gebleven met ‘Het is warm in de hivemind’. In de recensies die ik tot nu toe heb gelezen van deze nieuwe bundel lees ik woorden als wanordelijk, overdadig, experimenteel maar ook verrassend gevoelig en intiem. In de recensie in de Volkskrant schrijft Daan Doesborgh: “Maxime Garcia Diaz is ongeveer even oud als het moderne internet. Al toen ze succes boekte op de Nederlandse slampodia was haar poëzie doorspekt met de vocabulaire van iemand die veel tijd online heeft doorgebracht”.
Toen ik dat gelezen had en ik de bundel doorlas moest ik meteen aan Diana Ozon denken. Zij was in 1994 als dichter nauw betrokken bij De Digitale Stad en in haar poëzie kwamen allerlei termen en woorden voor die heel erg bij die digitale vernieuwing paste. Datzelfde zie ik nu terug in de bundel ‘Het netwerk moet gebouwd worden’. En waar Ozon vooral de technische kant van de digitalisering verkende onderwerp Maxime Garcia Diaz haar poëzie aan een onderdompeling in de donkere, absurde en wrede verlokkingen van het internet. In beide gevallen zijn de digitale stad en het internet het decor van de poëzie van deze twee dichters.
Als voorbeeld heb ik het gedicht ‘Harde en zachte magiesystemen’ uit deze nieuwe bundel genomen.
.
Harde en zachte magiesystemen
.
eeuwenoude kernherinnering
vierkamerige harten
rijzende apen en vallende engelen
ik wil alleen zijn in dit lichaam
.
het helderste object in de hemel
(het is een vreselijke taal)
sommige dagen ben ik stomgeslagen
.
lang geleden schreef sylvia
liefs, je holle meisje
ze had een moeder en ging het donker in
jouw donker waar je schoppend en schreeuwend heen ginhg
ik heb niets meer aan spraak
.
mijn geest is zwak
nee mijn geest is georganiseerd
.
schep het zachte ijs
bevries opnieuw voor een paar uur
of tot het stevig is
.
sommige dagen
ben ik stomgeslagen
.
De val
Eddy van Vliet
.
In de bundel ‘Gedichten 1993‘een keuze uit de tijdschriften, samengesteld door Hubert van Herreweghen (1920-2016) en Willy Spillebeen (1932)lees ik een gedicht van Eddy van Vliet. Eddy van Vliet was het pseudoniem van de Vlaamse dichter Eduard Léon Juliaan (1942 – 2002). Ik heb me altijd verbaasd en afgevraagd waarom iemand , een Vlaming, met zo’n welluidende naam zich van een pseudoniem voorzag dat zo Nederlands klinkt. Maar dat terzijde.
In de bundel staat het gedicht ‘De val’ van Eddy van Vliet dat werd genomen uit Dietsche Warande & Belfort (tegenwoordig beter bekend onder de veel mindere naam DW B) en gaat over hoe een man die zichzelf oud vindt (Eddy was denk ik 51 toen hij dit schreef, hoezo oud?) maar toch ook leeftijdloos, en weet er een mooie draai aan te geven in de slotzinnen.
.
De val
.
Ik ben heel goed in het vinden van de stoep
die struikelen doet. Een leeftijdloos moment.
De oude man die zich terugvindt in het wankelend kind.
.
Tussen vliegen en de onontkoombaarheid
van de zwaartekracht. ik verwacht mijn schaterlach
op andermans gezicht: de slapstick. De bananenschil
en de ober die zijn borden redden wil.
.
Wat niets van dit alles verschilt: het strelen
van vrouwenarmen, als steeds bereid
te beweren dat zij mij ontvangen.
.
Stadsdichtersavond
Poëzieweek 2026
.
Wanneer ik door de activiteiten van de Poëzieweek 2026 blader word ik daar een beetje verdrietig van. Niet door het aanbod, integendeel, maar wel door het aanbod vanuit Nederland. Wat een schrale vertoning vergeleken bij het aanbod uit Vlaanderen. Ik schat dat 1 op de 8 activiteiten in Nederland plaatsvind en de overige 7 in Vlaanderen. Een oorzaak? Waarschijnlijk, maar ik weet dat niet zeker, is het niet ondersteunen van de Poëzieweek door een partij van enig formaat (zoals tot een paar jaar geleden de CPNB) in Nederland één van de oorzaken. Wanneer een grote, invloedrijke partij zich verbindt aan de Poëzieweek, hier reclame voor maakt, activiteiten en communicatie aanjaagt (zoals bijvoorbeeld Het Poëziecentrum in Gent) dan is het aan de individuele organisaties om erop in te spelen. Ik mis zo’n partij in Nederland. En waarschijnlijk zijn er legio activiteiten in den lande die niet worden aangemeld op de website van de Poëzieweek (doe dit!) en valt het in de beleving mee. Daar hou ik me dan maar aan vast.
Maar los van dit gemis is er gelukkig toch nog wel wat te genieten, vooral dus in Vlaanderen maar ook zeker hier en daar in Nederland. Bijvoorbeeld in Groningen, in het Forum aan de Nieuwe Markt 1. Op donderdag 29 januari is daar de Stadsdichtersavond van 20.00 tot 21.30 uur. Wel moet je een kaartje kopen (€ 12,50) maar dat is te overzien. Op de eerste dag van de landelijke Poëzieweek draagt de zittende stadsdichter Esmé van den Boom (1993) het stokje over tijdens een feestelijke stadsdichtersavond. Wie de nieuwe stadsdichter is wordt op deze avond bekend gemaakt.
Zelf neemt Esmé op grootse wijze afscheid van haar rol waarin de ontmoeting centraal stond, met de try-out van de poëtische voorstelling All Real Living is Meeting. Daarnaast zijn er optredens van schrijver Lieke van den Krommenacker, Spoken Word artiest en schrijver Oumaima Belkhdar en dichter en voormalig stadsdichter Lilian Zielstra. Esmé was Huisdichter van de Rijksuniversiteit Groningen, finalist van Write Now! en deelnemer aan het Zomerkamp van Das Mag. De gemeente Groningen kende haar het Hendrik de Vriesstipendium toe voor haar bundel ‘Eigen kamers’ uit 2019, over de toekomstdromen en -angsten van Groningse vrouwen. Daarnaast stond ze op vele podia als Noorderzon, Read My World, Dichters in de Prinsentuin en de Frankfurter Buchmesse. Uit haar bundel ‘Eigen kamers’ komt het gedicht hieronder zonder titel.
.
De mouwen van de truien die je droeg
in de lente om je lichaam geen zonlicht te gunnen.
Nu is het zomer en de honger je metgezel.
Jullie hebben elkaar beter leren kennen en soms
kleeft er suiker in de hoek van zijn waarschuwing:
Van wat er verloren kan gaan
en dat het makkelijker aan de muren
ontsnappen is dan aan je eigen tong.
Weet je nog dat je vroeger zong?
Dat er vrienden waren, een vrouw bij
de bakkerskraam die je een koekje gaf
dat je vingers van toen om je enkels
van nu zouden passen.
Je geest is groter dan de kuil in je matras.
Zo borduurt angst een ultimatum in je sloop
je eet een halve appel, oogst hoop.
.
Activiteiten in de Poëzieweek
Koninklijke Bibliotheek
.
Van 29 januari tot 4 februari is de Poëzieweek in Vlaanderen en Nederland. In de weken tot het begin van de Poëzieweek zal ik regelmatig een activiteit eruit kiezen, hier belichten en voorzien van wat extra informatie. Vandaag een activiteit van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag die begint op 15 januari en eindigt op 28 februari. Je zal zien dat veel activiteiten zich niet strikt aan de Poëzieweek houden en dat is natuurlijk prima, ik pleit al veel langer voor een Maand van de Poëzie zoals in de Verenigde Staten het geval is..
De collectie van de Koninklijke Bibliotheek bevat duizenden dichtbundels. In de expositie naar aanleiding van de Poëzieweek kun je onder andere gedichten bewonderen die door kunstenaars zijn geïllustreerd met etsen, houtsneden, collages, zeefdrukken en litho’s. Zo worden de gedichten niet alleen een plezier om te lezen, maar ook om naar te kijken. Er is gekozen voor een selectie van 15 vrouwelijke dichters die allemaal belangrijke prijzen hebben gewonnen, zoals de P.C. Hooft-prijs.
Tijdens de Poëzieweek zelf organiseert de KB 2 leuke programma’s. Deze staan in het teken van punk-, pop- en performancedichter Diana Ozon en de vertegenwoordiger van spoken word en afscheidnemend Dichter der Nederlanden Babs Gons. Hun werk vind je ook in deze expositie. Daarnaast wordt werk van Ellen Deckwitz (1982), schrijfster van het poëziegeschenk 2026 getoond. Op de achterwand kun je bijzondere uitgaven van enkele generaties dichters bekijken, van Judith Herzberg (1934) en Hagar Peeters (1972) tot Hannah van Binsbergen (1993). Hun gedichten werden door kunstenaars geïllustreerd met etsen, houtsneden, collages, zeefdrukken en litho’s.
De expositie is gratis toegankelijk en te vinden in Club Erasmus op de eerste verdieping. Van de genoemde dichters koos ik Ellen Deckwitz (als dichter van het Poëzieweek geschenk). Uit Het Liegend Konijn, nummer 1 uit 2014 met als thema Oorlog koos ik haar gedicht ‘2011, Amsterdam’.
.
2011, Amsterdam
.
In dit hoekje ziet u luitenant Barney, die heeft PTSS
omdat hij zoveel schreeuwt. In de volgende zaal
vindt u de vrouw die altijd gelijk met het luchtalarm
afgaat.
.
Natuurlijk waren er kwade tongen die beweerden
dat het regelen van een levensverzekering minder
voorstelde dan het waarborgen van zeg maar
een pollepel uit het Derde Rijk, wel
.
de pers noemde de bejaardententoonstelling
een prachtige expo van live beelden.
.
Een prachtige expo van afbrandende opnames,
in dit hoekje vindt u een brandslang, ook
achter glas.
.














