Site-archief
Poëzieperiscoop
Geplaatst door woutervanheiningen
Trenčín
.
Van vrienden Ed en Brenda kreeg ik een appje vanuit Slowakije, vanuit Trenčín. In dat appje foto’s en een filmpje van een soort periscoop op een plein waaruit je, door te draaien aan de handel aan de zijkant, gedichten te horen krijgt. Uiteraard word ik daar nieuwsgierig van en Brenda stuurde me, nog voor ik kon gaan zoeken al een link toe (waarvoor dank!) over dit alleraardigste initiatief.
Het betreft hier de Kaledomat of, zoals ie vernoemd is, de Poesiomat. Het is een bijzonder object dat lijkt op een periscoop van een onderzeeër. Het heeft een slinger en na het draaien werden er in eerste instantie kerstliederen uit verschillende landen van de Europese Unie afgespeeld. Nu biedt het echter gedichten van Trenčín-dichters van nu en vroeger, natuurgeluiden die verbonden zijn met de plek waar het staat, liederen en sprookjes.
Sinds 2015 plaatst de Tsjechische vereniging Piána na ulici, opgericht door Ondřej Kobza, poesiomats in de straten van de stad. “Oorspronkelijk ging het vooral om jukeboxen voor poëzie, maar in de loop der tijd is het concept uitgegroeid tot de huidige vorm, waarbij de Poesiomat de symboliek van een plek probeert vast te leggen – het is een soort versterker van de genius loci (de garantie van een plaats) “, legt Ondřej Kobza uit. “De magie van een plek kan verschillende vormen aannemen. Daarom kan een luisteraar van een Poesiomat, naast gedichten, bijvoorbeeld een sprookje of natuurgeluiden tegenkomen “, voegt hij eraan toe.
De Poesiomat die op het Štúrovo-plein in Trenčín in december 2025 is geplaatst, is de meest beluisterde van heel Tsjechië en Slowakije (meer dan 80 staan er al her en der), al meer dan 45.000 keer werden er gedichten afgespeeld. De Poesiomat werd ingesproken door acteurs en actrices van het Normálka Theater in Trenčín en door de acteur en mimespeler Pavol Seriš.
Een van de dichters die te horen zijn in de Poesiomat is de dichter Rudolf Dobiáš (1934). Deze dichter heeft een zeer bewogen leven achter de rug, wat terugkomt in een van zijn bekendste gedichten ‘Niet-verzonden brief’, vertaald uit het Slowaaks door John Minahene.
.
Niet-verzonden brief
.
Met mijn eigen kruis in een koude cel
, ver van de hemel,
schreef ik naar huis: Ik voel me heel goed,
ik heb niets nodig.
De bewakers waken over mij,
wat heb ik nog te vrezen?
Ik weet dat Gods molens mij malen
en tot brood vermalen.
Mijn lichaam gloeit nu als door koorts
in Gods eigen gloeiende kolen,
en deze vier muren van puur wit
verheerlijken en prijzen Hem.
Mama, ik voel me prima. Dat is waar,
maar ik vind het wel jammer dat ik niet bij je kan zijn.
.
Geplaatst in Dichter in verzet, Favoriete dichters, Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken
Tags: 1934, 45.000 keer afgespeeld, 80 Poesiomats, dichter, dichters, garantie van een plaats, gedicht, gedichten, gedichten in de openbare ruimte, gedichten op vreemde plekken, John Minahene, Kaledomat, liederen, mimespeler, Niet-verzonden brief, Normálka Theater, Ondřej Kobza, Pavol Seriš, periscoop, Piána na ulici, poëzie, poëzieperiscoop, Poesimat, Rudolf Dobiáš, Slowaakse dichter, Slowakije, sprookjes, Trenčín, Tsjechië, versterker van de genius loci, vertaler, Vertaling, Štúrovo-plein
Dichtregel in gebarentaal
Geplaatst door woutervanheiningen
Boaz Blume en Sam Onclin
Na bijna 40 jaar dichtregels in geschreven woord te hebben geplaatst, is er nu voor het eerst een dichtregel in gebarentaal op een Rotterdamse vuilniswagen te bewonderen. Volledig in stilte, maar met groot enthousiasme en zwaaiende handen. Tijdens Poetry International van afgelopen weekend, onthulde het dove- en slechthorende dichtersduo Boaz Blume en Sam Onclin samen met Thomas van Brakel manager Inzameling & Hergebruik een dichtregel in geschreven tekst (andere zijde van de wagen) én gebarentaal.
Met begeleiding van verschillende gebarentolken introduceerde Thomas van Brakel de vuilniswagen en benoemde de unieke samenwerking: “Ik ben trots op de dichtregels op onze wagens, omdat wat vuilnis is voor de één, kunst is voor de ander. En omdat dichten schoonheid is, en wij proberen schoonheid te brengen naar Rotterdam. We maken de stad schoon en voegen ook nog schoonheid toe. Dat op een inclusieve wijze doen, die alle Rotterdammers bereikt, is een groot goed. Want buiten is van ons allemaal.”
Dichter Boaz Blume was ontzettend blij: “In mijn dromen zijn de gebaren stormen, levend, krachtig en onvoorspelbaar. Dansende handen schrijven gedichten in de lucht, zichtbaar voor wie wil kijken”. Deze regel is een viering van hoe ik denk: in beelden, in beweging. De Nederlandse Gebarentaal is voor mij niet alleen communicatie, maar een artistieke expressie die mijn identiteit en creativiteit vormgeeft.”
Geplaatst in Gedichten in vreemde vormen, Gedichten op vreemde plekken, Nieuws, Poëzie evenementen
Tags: Boaz Blume, dichter, dichterscollectief, dichtersduo, dichtregels, dove- en slechthorende dichtersduo, dynamische theatervoorstellingen, foto, gebarentaal, gedicht, gedichten, gedichten in bijzondere vormen, gedichten in de buitenruimte, gedichten op vreemde plekken, Kitchen's Light, manager Inzamelinmg & Hergebruik, poëtische voordrachten, poëzie, poetry international, Rosa Quist Photography, Rotterdam, Sam Onclin, Thomas van Brakel, vuilwagens
Rijmelarij
Geplaatst door woutervanheiningen
Holland op z’n malst
.
In de nieuwsbrief van Meander en op verschillende social media kanalen verzorgt Jos van Hest al geruime tijd de rubriek Readymades. In deze rubriek verzamelt hij allerhande uitingen die hij tegenkomt en die op de een of andere manier als een vorm van readymade poëzie gezien kan worden. In de Volkskrant is er een rubriek die een beetje hetzelfde doet onder de noemer ‘De poëzie ligt op straat’.
Ik moest meteen denken aan deze twee vrolijke vormen van ‘poëzie’ toen ik in een kringloopwinkel een bundeltje tegen kwam (en kocht) met de titel ‘Holland op z’n malst’ uit 1978, een bundeling van koddige en ernstige opschriften op luifels, wagens, glazen, borden, graven en elders, samengesteld door Sam Waagenaar. Lezend in dit grappige bundeltje moest ik ook regelmatig denken aan de categorie Gedichten op vreemde plekken die ik jarenlang op dit blog heb bijgehouden.
In zijn inleiding schrijft Waagenaar dat na de serie oorlogen tegen Engeland er een tijd aanbrak van welvaart, In de schilderkunst maar ook in de literatuur. Hij haalt Vondel, Hooft en Cats aan en naar aanleiding van het lofschrift van Vollenhove op de dichter P.C. Hooft waarin hij schrijft: “Zoo ooit uw pen zich eer of duur belooft, begin toch niets in ’t Neerduitsch zonder Hooft” vervolgt hij met: “Dat stukje literair advies werd volkomen nonchalant opzij gegooid, maar toch, misschien geïnspireerd door de grote Nederlandse dichters, nam Jan en Alleman de pen op en dichtte op zijn beurt.”
De resultaten waren niet direct verbeterde ediuties van de Gijsbrecht maar dat deed er niet toe, als ’t maar rijmde. Zodoende werd het rijmen en dichten een soort volksziekte, waarbij vergeleken het tegenwoordig op papier zetten van Sinterklaasgedichtjes niets anders dan een bloedarmoedige imitatie is. Ook de middenstand gaf zich hieraan over. Omdat er destijds nog geen reclame-experts waren, deed men dit gewoon zelf. Gedichtjes en rijmen werden geplaats op glazen, geschilderd op uithangborden, muren, deuren, schuttingen en toiletten.
In 1690 had een Amsterdamse uitgever Jeroen Jeroense, het idee om een verzameling aan te leggen van al deze puntdichten en graffiti.Veertig jaar later, in 1731 had hij drie verdere versies uit zijn uitgebreide verzameling toegevoegd. Uit de 2500 door Jeroense verzamelde dichterlijke vondsten koos Waagenaar 350 rijmelarijen en deze werden in dit bundeltje gepubliceerd. Hieronder een paar van de leukste voorbeelden.
.
Een paar Glas-schriften:
Hoe kan een jonge Vrou, een out man zoo bedriegen? Een ander maakt het Kint, en hy moet zitten wiegen.
Die in Venus Lusthof wil wandelen, moet stout zyn in ’t verzoek en zagtjes in het handelen.
Myn hert en tong blyft even jong. Maar myn standaart en myn bienen willen my niet langer dienen.
Een paar Luifel-schriften:
Tot een bakker omtrent Heusden:
Kain sloeg Abel in ’t Oosten doot, daarom woont hier Abel in ’t Westen, en hij bakt er broot.
Tot een Spekverkoper:
Die Saucysen koopt en weduwen trouwt, weet niet wat daar is in gedouwt.
Een paar Graf-schriften:
te Maaslands Sluis:
Hier in der aarde, by de swarte mollen, leid een Ontvanger van verscheiden Tollen; Is de Ziel in den Hemel, zo is alle dingen wel, want daar waaren ‘er veel die hem wenschten in de Hel.
Hier lyt Tryn Snaps, sy had altyd veel klaps, en dit en heeft ‘er tot den einde niet berouwen, maar ze leit daar ze leit, ze zal nou haar bek wel houwen.
.
Geplaatst in Dichtbundels, Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken, light verse
Tags: 1690, 1731, 1978, 2500 vondsten, 350 rijmelarijen, Amstyerdam, De poëzie ligt op straat, Deuren, dichtbundel, dichter, drie versies, gedicht, gedichten, gedichten op vreemde plekken, gedichtenbundel, Gijsbrecht, glazen, graffiti, graven, Holland op z'n malst, Jacob Cats, Jeroen Jeroense, Jos van Hest, kringloopwinkel, luiels, Meander, muren, P.C. Hooft, poëzie, poëziebundel, puntdichten, readymades, rijmen, Sam Waagenaar, schuttingen, toiletten, uithangborden, Volkskrant, Vondel
Gedicht op een watertoren
Geplaatst door woutervanheiningen
J.J.L. ten Kate
.
Het is alweer even geleden dat ik iets heb geplaatst in de categorie gedichten op vreemde plekken. Dat is vooral te danken aan het feit dat de meeste gedichten (vooral die in de openbare ruimte) op muren en ramen worden aangebracht en hoe leuk en inventief die vaak ook zijn, de drager van het gedicht (raam, muur) blijft dezelfde. Toch zal ik vandaag een nieuwe ‘drager’ aan de gedichten-op-vreemde-plekken serie toevoegen en dat is een watertoren. En wel de watertoren in Dordrecht
In het verleden was de bevolking van Dordrecht afhankelijk van pompen, putten en grachten voor drinkwater. Deze waren erg vies en fungeerden vooral als een doorgeefluik van allerlei ziekten. In de jaren 1870 werd de IJzerenbuiswaterleiding aangelegd, maar de kwaliteit van het drinkwater bleef ondermaats. Pas in 1883 leverde de gemeentelijke Hoogdrukwaterleiding Dordrecht schoner drinkwater aan een deel van de inwoners. Dichter en theoloog Jan Jacob Lodewijk ten Kate (1819-1889) schreef hierover het volgende gedicht:
.
De vijand, vaak de schrik
van Neêrlands lage
gronden.
Heeft hij dit huis betreên.
Vertrekt, als weldoend
vriend van zieken en
gezonden,
En richt naar Dordt zijn
schreên.
.
Hiermee wilde Ten Kate vieren dat er eindelijk veiliger drinkwater werd geproduceerd in Dordrecht en dat de tijd van epidemieën voorbij zou zijn. Hoewel er een grote stap werd gezet richting schoon en veilig drinkwater voor die tijd, was de waterkwaliteit nog verre van het niveau dat uiteindelijk bereikt zou worden. Het gedicht van ten Kate is nu aangebracht op de wand van de watertoren die heden ten dage geen dienst meer doet als watertoren, want het waterleidingbedrijf maakt tegenwoordig gebruik van krachtige pompen.
Ten Kate was een zeer productief dichter, die gemakkelijk kon rijmen. Hij debuteerde in 1836 met de bundel ‘Gedichten’. Zijn bekendste gedicht is ‘De schepping’ (1866), waarin hij probeert Bijbelse en natuurwetenschappelijke standpunten met elkaar in overeenstemming te brengen. Hij vertaalde ook buitenlandse literatuur, waaronder ‘Paradise Lost’ van Milton en in 1879 de ‘Faust’ van Goethe. Dat hij ook in het buitenland werd gewaardeerd blijkt uit het feit dat hij in 1865 de Zweedse koninklijke onderscheiding Litteris et Artibus in ontvangst mocht nemen.
.
Geplaatst in Dichtbundels, Favoriete dichters, Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken
Tags: 1819, 1836, 1865, 1870, 1883, 1889, Bijbels, De schepping, debuut, dichtbundel, dichter, Dirdrecht, Faust, gedicht, gedichten, gedichten op vreemde plekken, gedichtenbundel, Goethe, Ijzerenbuiswaterleiding, J.J.L. ten Kate, Jan Jacob Lodewijk ten Kate, John Milton, Litteris et Artibus, natuurwetenbschap, Paradise Lost, poëzie, poëziebundel, theoiloog, watertoren, Zweedse koninklijke onderscheiding
Rattenhoofdstad
Geplaatst door woutervanheiningen
The Chicago Rat Hole
.
Op zoek naar de rafelranden van de poëzie ben ik in de loop der jaren al vele wonderlijke en bijzondere plekken en gebeurtenissen tegen gekomen. Vrijwel al die berichten heb ik gerangschikt in de categorie Gedichten op vreemde plekken of Gedichten in vreemde vormen. Vandaag wil ik daar een gedicht aan toevoegen dat zich op een bijzondere plek bevindt én, en dit betreft niet zozeer het gedicht zelf maar de aanleiding tot het gedicht, een bijzondere vorm betreft.
Het gaat over de Chicago Rat Hole. Op een stoep in Roscoe Village aan de noordkant van Chicago bevindt zich een gat. Het gat is een afdruk van een knaagdier – een rat, of zoals sommigen veronderstellen, een eekhoorn – die volgens de legende zo’n twintig jaar geleden in vers cement is gevallen. De afdruk dus van een dode rat. Op zichzelf niet verassend in een stad die in 2022 al achtmaal op rij de rattenhoofdstad van de Verenigde Staten was.
Omdat het gat nogal wat bezoekers trok bleek iemand het een goed idee te vinden om het gat te vullen met cement. Bezorgd om het behoud van het gat, groef een volhardende buurman het gat uit (met zijn kentekenplaat!) naar zijn originele vorm en sindsdien, nadat Winslow Dumaine, een kunstenaar en komiek, er een foto van op sociale media plaatste, gaan berichten over de Chicago Rat Hole viraal. Naar aanleiding van de tweet die hij erover plaatste en het viraal gaan, heeft de Chicago Rat Hole al een eigen Wikipedia-pagina, veel media-aandacht en een speciale markering die het als “museum” op Google Maps vermeldt.
Inmiddels is de Chicago Rat Hole een toeristische attractie die concurreert met Bean in Millennium Park en wordt hij wel het Stonehenge van Chicago genoemd. Maar er is dus meer. en daar komt de poëzie om de hoek. Een dichter schreef een gedicht over de Chicago Rat Hole en de Riot Fest Historical Society heeft er zelfs een plaquette aan gewijd. Inmiddels is de Chicago Rat Hole ook een soort van moderne bedevaartplaats geworden waar mensen allerlei geschenken achterlaten zoals muntjes, gedichten, rubber eendjes, Starbucks mokken en allerlei voedsel en drankjes. Een gedicht dat werd achtergelaten bij de Rat Hole in (mijn) vertaling gaat als volgt:
In het hart van Chicago verschijnt een gat,
een rattenvormige leegte die mensen aantrekt.
Diepe emoties, een geleidende zucht. Samenkomend, onder de stadshemel.
Betuig uw respect en laat uw gevoelens de vrije loop.
.
Geplaatst in Gedichten in vreemde vormen, Gedichten op vreemde plekken
Tags: 2022, afdruk, cement, Chicago, dichter, eekhoorn, een kunstenaar, gedicht, gedichten, gedichten in vreemde vormen, gedichten op vreemde plekken, Geschenken, google maps, kentekenplaat, knaagdier, komiek, museum, noord Chicago, plaquette, rattenhoofdstad, Riot Fest Historical Society, Roscoe Village, social media, Stonehenge van Chicago, The Bean, The Chicago Rat Hole, toeristische attractie, tweet, Verenigde Staten van Amerika, viraal, Wikipedia pagina, Winslow Dumaine
Autopsychografie
Geplaatst door woutervanheiningen
Fernando Pessoa
.
Het is zeker niet de eerste keer dat ik hier schrijf over de Portugese dichter Fernando Pessoa (1888-1935), dat was namelijk al in 2010 toen ik over het gedicht ‘De schaapsherder’ schreef dat (uiteraard in de Portugese versie) te lezen is als je in Lissabon over een fietspad langs de rivier de Taag fietst. Daarnaast heb ik een aantal keren over Pessoa geschreven omdat gedichten van zijn hand werden opgenomen in bloemlezingen en verzamelbundels.
En vandaag wil ik opnieuw een blog aan zijn poëzie wijden. In 2009 publiceerde de Arbeiderspers de bundel ‘Gedichten’ van Pessoa, opnieuw in een vertaling van August Willemsen. Deze (bijna vaste) vertaler van het werk van Pessoa bracht met dit boek een ruime keus uit Pessoa’s poëzie en een beknopte selectie uit diens proza samen.
Bij leven publiceerde deze kantoorklerk uit Lissabon slechts enkele werken. Na zijn dood werd op zijn huurkamer een kist aangetroffen met 27.000 volgekrabbelde velletjes. Uit die chaos kon een kolossaal oeuvre worden samengesteld. Pessoa creëerde diverse ‘heteroniemen’ – afzonderlijke ‘schrijverspersoonlijkheden’ met elk een eigen stijl en woordkeus.
Alberto Caeiro is de natuurdichter van het platteland, bekend om zijn heldere, vrije verzen. Zijn leerling, dokter Ricardo Reis, is de man van de klassieke invloeden, die in streng metrische verzen schrijft. Scheepsbouwkundig ingenieur Álvaro de Campos is de droomfiguur, de schrijver van lange versregels en futuristisch woordengedaver. En dan is er nog de sterk symbolistische en mystiek getinte poëzie die Pessoa onder eigen naam publiceerde.
Allemaal komen ze terug in deze 190 pagina’s tellende bloemlezing. Ik koos het gedicht ‘Autopsychografie’ en dat zou, aan de vorm te zien, zo maar eens van zijn heteroniem Ricardo Reis kunnen zijn. Het gedicht werd in 1931 geschreven.
.
Autopsychografie
.
De dichter wendt slechts voor.
Hij veinst zo door en door
Dat hij zelfs voorwendt pijn te zijn
Zijn werkelijk gevoelde pijn.
.
En zij die lezen wat hij schreef,
Voelen in de gelezen pijn
Niet de twee die hij geleden heeft,
Maar een die de hunne niet kan zijn.
.
En zo rijdt op zijn rails in ’t rond
Tot vermaak van onze rede,
Die opwindtrein, in dichtermond
Ook wel ‘het hart’ geheten.
.
Geplaatst in Dichtbundels, Favoriete dichters, Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken
Tags: 1888, 1931, 1935, 2009, 2010, Alberto Caeiro, August Willemsen, Autopsychografie, Álvaro de Campos, bloemlezingen, De schaapsherder, dichtbundel, dichter, droomfiguur, Fernando Pessoa, fietspad, futuristisch woordengedaver, gedicht, gedichten, gedichten op vreemde plekken, gedichtenbundel, heteroniemen, kantoorklerk, klassieke invloeden, Lissabon, natuurdichterheldere vrije verzen, poëzie, poëziebundel, proza en poëzie, Ricardo Reis, samensteller, scheepsbouwkundig ingenieur, schrijverspersoonlijkheden, streng metrische verzen, symbolistisch en mystiek, Taag, vertaler, Vertaling, verzamelbundels
Zomergedichten
Geplaatst door woutervanheiningen
Rafael Willemsen
.
De zomer van 2025 stond in Limburg niet alleen in het teken van zon, warmte en toerisme, maar kreeg een bijzondere culturele invulling dankzij het project Zomergedichten, geïnitieerd door Cubiss, de provinciale ondersteuningsorganisatie van bibliotheken in Limburg . Drie bibliotheken (De Domijnen (Sittard e.o.), Bibliorura (Roermond) en Mijn Streek Bibliotheek (Kerkrade e.o.) sloegen de handen ineen om poëzie zichtbaar te maken in het straatbeeld. Toen ik dit las moest ik meteen aan het project Weesgedichten denken. Het verschil zit erin dat bij Weesgedichten dichters gevraagd werden (en betaald voor deelname) en bij Zomergedichten iedereen mee kon doen.
Met dit initiatief wilden de bibliotheken poëzie gratis toegankelijk maken voor iedereen en het gemeenschapsgevoel versterken. Ze riepen lokale dichters en amateur-poëten op om hun mooiste gedichten in te sturen. Vrijwilligers uit de regio hebben de ingezonden gedichten met de hand in sierlijke letters op aangemelde ramen van winkels, woningen en openbare gebouwen aangebracht. Ook dit onderdeel lijkt me één op één overgenomen van Weesgedichten.
Helaas was het in Nederland niet mogelijk het initiatief van de Zoek naar Schittering samen met de bibliotheken in Zuid Holland (en een aantal andere bibliotheken die enthousiast waren) voort te zetten. Het blijkt toch een kostbare zaak te zijn en vind maar ergens geld voor zoiets. Alle hulde dus voor de bibliotheken in Limburg die met een bijna-kopie toch het straatbeeld hebben verlevendigd met gedichten. Een van de dichters die mee deed was Rafael Willemsen (Infɇrno) uit Maastricht met het gedicht ‘Opzich’.
.
Opzich
.
Subsidie
Als je door de fabriekspoort loopt
Is het een gunstige afwijzing
Voor een nieuw idee
.
Verf, plaksel en dode dieren
Eerst alles aftapen, à la ‘American Psycho’
Dan een knuffel maken van echte eenden
.
Budgetterende troubadours,
Dansend onder feministische finishlijnen,
Als een literaire boyband,
Op een rode loper van 200 gulden
Want dat is altijd wel handig om te hebben
.
Geplaatst in Bibliotheken, Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken, Poëzie evenementen
Tags: 2025, amateurdichters, Bibliorura, Bibliotheek, bibliotheken, Cubiss, De Domijnen, De zoek naar schittering, dichter, gedicht, gedichten, gedichten in de openabre ruimte, gedichten op vreemde plekken, gemeenschapsgevoel, Infɇrno, inschrijving, Kerkrade, Limburg, Maastricht, Mijn Streek Bibliotheek, Opzich, poëzie, Provinciale Ondersteuningsinstelling, raamgedichten, Rafael Willemsen, Roermond, sierlijke letters, Sittard, straatpoëzie, Weesgedichten, zomer, Zomergedichten, Zuid Holland
Dichters op het dak
Geplaatst door woutervanheiningen
Eelco van der Waals
.
Op 21 juni jongstleden, de langste dag op het noordelijk halfrond, werd op het dak van de Helena in het oude centrum van Den Haag, de eerste bijeenkomst van Dichters op het Dak georganiseerd. Initiatiefnemer Eelco van der Waals nodigde een aantal dichters uit (ik was uitgenodigd maar helaas kon ik die dag niet, ik hoop binnenkort een keer daar te mogen voordragen) om hun poëzie voor te dragen. Onder hen de dichters Alexander Franken, Diann van Faassen, Edith de Gilde en Jos van Hest.
Op het dak rond de Energiekas staat het Voorleespaviljoen voor beknopte sessies met een eigen poëzie ruilbibliotheekje. En op de ruiten van de Energiekas staan de eerste gedichten van de dakdichters. Poëzie met uitzicht is het handelsmerk van de dakdichters.
Dichters op het dak gebruikt EnergieKas als ontmoetingsplek en inspiratiebron, brengt dichters bijeen en laat mensen gedichten schrijven waarbij mensen van alle leeftijden en uit alle lagen van de samenleving betrokken worden. Ook beheert de groep een dichtbundel ruilbibliotheek in de Silo: breng wat, haal wat.
De Midzomernacht van Dichters op het dak in de Energiekas is het begin van een reeks, dus wanneer je op zaterdag 21 juni verhinderd was, zoals ik, ben je van harte welkom bij een van de volgende bijeenkomsten. De dakdichters hebben ook een eigen facebookgroep waar de activiteiten gedeeld worden.
Hieronder een gedicht van de initiatiefnemer dichter, tekenaar en fotograaf Eelco van der Waals (1956), geschreven daags na de eerste voordrachten op 21 juni.
.
met boompjes in bakken,
een tuin in de hoogte
die bloeit op de stad
tot boven de vlaggen
gevoed door de sappen
die gaan door de stam,
domein van de mensen
met hun vragen en zorgen,
die dromen van morgen
Geplaatst in Favoriete dichters, Gedichten op vreemde plekken, Poëzie evenementen, Poëziepodia, Social media
Tags: 1956, 21 juni, activiteiten, Alexander Franken, Boom dak wolk, dakdichters, Den Haag, Diann van Faassen, dichtbundel ruilbibliotheek, dichter, Dichters op het Dak, Edith de Gilde, Eelco van der Waals, EnergieKas, Facebookgroep, fotograaf, gedicht, gedichten, gedichten op vreemde plekken, Helena, Jos van Hest, langste dag, Midzomernacht, nieuw initiatief, poëzie, Silo, tekenaar, Voorleespaviljoen
Gedicht op een klok
Geplaatst door woutervanheiningen
Kevin Clark
.
Zo nu en dan ga ik (nog eens) op zoek naar gedichten op plaatsen waar je ze niet zo snel verwacht. Al moet ik onderhand toegeven dat gedichten op werkelijk alle denkbare plekken zijn aangebracht. Als je de rubriek ‘gedichten op vreemde plekken’ terugleest kom je vele (meer dan 100) voorbeelden tegen van gedichten op auto’s, boten, lichaamsdelen, gebruiksvoorwerpen en ga zo maar door.
Nu vond ik een nieuw voorbeeld van een gedicht op de wijzerplaat van een klok. Het gedicht is van dichter en essayist Kevin Clark (1950), Poet Laureate van San Luis Obispo County, Californië in 2020. Gedecoreerd dichter met vele prijzen, schrijver van ‘The Mind’s Eye’ A Guide to Writing Poetry (2007) en dichter van verschillende dichtbundels. Het gedicht op de klok vond ik niet terug maar wel een ander gedicht van Clark uit 2003 getiteld ‘Parallel Paths’.
.
Parallel Paths
.
Today you’re lucky, in love with your wife
for the first time in weeks, both of you
out for a walk in the overgrown park.
No need to hold hands
like that sadly animate couple
you can see through a clearing
on a parallel path.
She lets
go and turns from him. You notice
how in their weather misery hangs
faintly familiar in the cold shadows.
As if having recently unlearned
the habit of empathy, the sky
over their forest seems to laugh
at whatever they say, a woman
turning from a man, their dog
flexed on a heap of duff
pretending to study the sparrows.
Now the woman feigns confidence,
stepping gracefully
away. Two lives severed
irrevocably.
Such a capricious drug,
the present. Look for instance
at this woman’s immediate future.
Like yourself once, she will forget
the names of old haunts, her voice
a clever imposter, someone else
filling her mouth, not with words,
but vocables intending her own worth.
Or right now: how all of these thoughts
have occurred to you in a flash.
When you look up, your wife’s vanished.
But really she’s there, of course,
off the path, among the ancient
waist-high grasses, holding out to you
a single mutable wildflower
burning in its own ochre light.
From here to that flower exist
no guarantees. Best to get on with it.
Geplaatst in Gedichten op vreemde plekken
Tags: 1950, 2003, 2007, 2020, A Guide to Writing Poetry, Amnerikaans dichter, auo, boot, Californië, dichter, essayist, gebruiksvoorwerp, gedicht, gedicht op een klok, gedichten, gedichten op vreemde plekken, Kevin Clark, klok, lichaamsdeel, Parallel Paths, poëzie, poem, poet, Poet Laureate, poetry, San Luis Obispo County, The Mind's Eye, verenigde staten, wijzerplaat
Gedichten bij kunst
Geplaatst door woutervanheiningen
Kunstroute Schuytgraaf
.
In 2022 is de komst van de kunstroute in Schuytgraaf, een nieuwe wijk in Arnhem, aangekondigd. De route zou vijf kunstwerken die speciaal voor de wijk worden gemaakt tellen. Het afgelopen jaar heeft Productiehuis Plaatsmaken in Arnhem, dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van de route, gewerkt om de locaties van de kunstwerken met de kunstenaars Arash Fakhim, Larissa Esvelt, Femke Herregraven, Keiko Sato en Rob Voerman en in samenspraak met de Gemeente Arnhem te bepalen.
En nu is het zover. Niet alleen zijn de kunstwerken gerealiseerd maar er is ook iets moois aan toegevoegd: Gedichten. Dichters Maarten Buser, Marije Langelaar, Francis Nagy, Roos Marijn Peperkamp, Tim Lenders, Marieke Polderdijk en Willem van Zadelhoff, werd gevraagd een gedicht te schrijven om vervolgens geplaatst te worden op nutshuisjes die in een halve cirkel door de wijk staan met in die cirkel op verschillende plekken de kunstwerken.
In totaal zijn tien gedichten geplaatst (elke dichter 1 gedicht, van Marije Langelaar maar liefst 4 gedichten). Ik koos voor het gedicht 1. ‘De Schutgraaf’ van Maarten Buser (1991).
.
De Schutgraaf
.
Wat krijg je als je een boerderij
binnenstebuiten aantrekt?
Opa’s van oma’s, oma’s van opa’s,
.
waar ze woonden kromp uiteindelijk
tot een krijttekening van stenen
Eerst was dat nog spannend: geen betere
.
bewaker dan de grond; straks de Romeinen,
Batavieren, ijstijd, maar iedereen wil thuis
slapen. Een leeg veld is monumentaal
.
door wat er onder ligt, blijft leeg: het gat
in het lusje van de wijk die als een jas
in het landschap is gelegd
.
Gedicht van Maarten Buser
Kunstwerk van Rob Voerman
Geplaatst in Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken, Literaire wandelingen, Poëzie en Kunst
Tags: 10 gedichten, 1991, 2021, 2024, 7 dichters, Arash Fakhim, Arnhem, De Schutgraaf, dichter, Femke Herregraven, Francis Nagy, gedicht, gedichten, gedichten in de buitenruimte, gedichten op vreemde plekken, gedichtenroute, Keiko Sato, Kunstenaars, kunstroute, kunstwerken, Larissa Esvelt, Maarten Buser, Marieke Polderdijk, Marije Langelaar, nieuwe wijk, nutshuisjes, poëzie, poëzieroute, Productiehuis Plaatsmaken, Rob Voerman, Roos Marijn Peperkamp, Schuytgraaf, Tim Lenders, Willem van Zadelhoff



















