Site-archief

Bevroren in de tijd

Frozen poets

.

De website frozenpoets.blogspot.com ken ik al wat langer maar vreemd genoeg heb ik er hier, op dit blog, nog nooit aandacht aan besteed. En een beetje aandacht verdient dit blog. Dichter Albert Hagenaars verzamelt al sinds oktober 2010 foto’s en voorbeelden van standbeelden, graven en andere artefacten van (inmiddels) 439 dichters.

Het doet me denken aan een combinatie van de categorie Gedichten op vreemde plekken en mijn instagram accounts @meerovergedichten en @struikeloverpoëzie, maar ere wie ere toekomt, deze blog is uniek in zijn soort en biedt heel veel geweldige informatie over dichters en poëzie. Neem dus vooral een uitgebreid bezoek en verwonder je over de prachtige beelden, de graven en andere artefacten die men in de loop der tijd heeft gewijd aan dichters.

Een van de dichters die ik er uit vond springen is George Rodenbach (1855-1898) en dan vooral het beeld dat er van hem gemaakt is en geplaatst is op zijn graf op begraafplaats Père Lachaise in Parijs. De foto is gemaakt door Albert Hagenaars zelf in oktober 2010 (daar dus terug te vinden).

Georges Raymond Constantin Rodenbach  was een Belgische symbolistische dichter en romanschrijver uit een Franse moeder en een Duitse vader. Rodenbach werkte als advocaat en journalist. Hij was een van de eerste medewerkers van het literaire tijdschrift La Jeune Belgique, en bracht de laatste tien jaar van zijn leven door in Parijs als correspondent van de Journal de Bruxelles. Hij publiceerde acht dichtbundels en vier romans, evenals korte verhalen, toneelstukken en kritieken. Een groot deel van zijn oeuvre is het resultaat van een hartstochtelijke idealisering van de rustige Vlaamse stadjes waarin hij zijn jeugd en vroege adolescentie had doorgebracht. Daarnaast wordt zijn werk gekenmerkt door een ‘zeer persoonlijk cachet van stilte, wazigheid, subtiele melancholie en mysticisme’. Rodenbach debuteerde in 1877 met de dichtbundel ‘Le Foyer et les Champs’. Zijn poëzie verscheen vooral in zijn beginjaren als schrijver en dichter, later zou hij zich meer op romans en korte verhalen toeleggen.

Natuurlijk bij deze informatie een gedicht van George Rodenbach en wel een zeer toepasselijk gedicht ‘Zoet herdenken’ dat verscheen in De Tweede Ronde, jaargang vijf uit 1984 in een vertaling van Peter Verstegen.

.

Zoet herdenken

.

O zoet herdenken van een liefde die verging!
O zoet herdenken van een droom die niet mocht wezen!
Je wandelt en denkt droef aan verzen, ooit gelezen;
Zeeschuim geeft aan het strand zilveren schittering.
.
Je hoort nog klokgelui, al is de kerk verdwenen!
O zoet herdenken van ziekbed en van herstel!
Bekoring van gedempte stemmen, van stil spel,
Waardoor de wildste ritmen ver verwijderd schenen.
.
Liefde die eindigt lijkt avondmelancholie;
Wie onderaan de berg zijn bloem geplukt heeft, moet
Zijn knieën verder sparen, ook zijn longen die
.
Zo moeten zwoegen als hij tot de top wil komen,
Want was de liefde die je ziel deed overstromen
Van langer duur geweest, dan was ze niet zo zoet!
.

Gedichten op bankjes

Gedichten op vreemde plekken

.

In 2010 begon ik de rubriek ‘Gedichten op vreemde plekken’ omdat ik een afbeelding tegen kwam van een gedicht in een toilet. Ik vond dat toen zo bijzonder maar ook grappig dat ik op zoek ging naar plekken waar je niet meteen een gedicht verwacht. En dat waren er nogal wat! In 2013 bereikte ik deel 100 van deze rubriek, waarna ik gestopt ben met tellen. Als je nu de rubriek in zijn geheel wil lezen ben je denk ik een dag bezig.

Ik denk dat ik eigenlijk alle vreemde plekken wel een keer heb behandeld (al weet je dat natuurlijk nooit, mocht je een echt bijzondere plek tegenkomen mail me deze dan), en daarom ben ik op Instagram een account begonnen met foto’s van lezers @meerovergedichten en later ook nog @struikeloverpoezie.

Als ik zo terugkijk krijg ik het idee dat vooral bankjes in de openbare ruimte populair zijn om gedichten op te plaatsen. Ik heb even een kleine steekproef gedaan en ben eens gaan zoeken op gedichten / poëzie op bankjes. Je weet niet wat je dan allemaal tegenkomt. In Ekeren, Amersfoort, Schalkwijk, Waspik, Purmerend, Berg en Dal, Halle-Zoersel, Amsterdam, Melle,  Denderleeuw, Apeldoorn, Delft, Leeuwarden en Nijmegen staan bankjes met gedichten of dichtregels, en zo kan ik nog wel even door gaan.

Uiteraard vind ik het een bijzonder goed idee om de buitenruimte op te fleuren of aan te kleden met openbare bankjes waarop je ook nog eens van poëzie kan genieten. Een charmant voorbeeld van zo’n bankje kwam ik een paar jaar geleden tegen in Belper (Peak district in Engeland). Slechts een regel was er in gekrast. Het bankje maakte deel uit van het Belper poëziepad. De regel luidt:

 

“I think that I shall never see

a poem lovely as a tree”

.

De regel komt uit het gedicht ‘Trees’ van Joyce Kilmer (1886-1918) uit ‘Poetry 2’, no. 5 (1915). Het volledige gedicht kun je hier lezen.

.

Trees

.

I think that I shall never see
A poem lovely as a tree.
A tree whose hungry mouth is prest
Against the earth’s sweet flowing breast;
A tree that looks at God all day,
And lifts her leafy arms to pray;
A tree that may in Summer wear
A nest of robins in her hair;
Upon whose bosom snow has lain;
Who intimately lives with rain.
Poems are made by fools like me,
But only God can make a tree.
.

Mooie plekjes

Gedichten op vreemde plekken

.

Hoewel ik de term ‘Gedichten op vreemde plekken’ eigenlijk al niet meer relevant vind, want wat zijn vreemde plekken? Elke plek buiten een bundel was ooit, toen ik met deze categorie begon in april 2010, een vreemde plek. Inmiddels vele honderden voorbeelden verder, de website straatpoëzie.nl  en mijn instagram account @meerovergedichten waar ik nog steeds foto’s plaats die ik neem en toegestuurd krijg, wilde ik toch nog een keer een bijdrage aan deze fijne categorie leveren. Van Bart, Ed en Stefanie kreeg ik onderstaande voorbeelden van gedichten op vreemde plekken of zoals hier het geval gedichten in de openbare ruimte.

Het eerste voorbeeld is een gedicht van André van Zwieten, mooi gezet in een frame van kant achter een raam in Dorestad. Het tweede voorbeeld is een gedicht van Lizet Burgersdijk en Marcelle Hilgers en is getiteld ‘Een DIJk van een WIJF’ en het staat bij de Waal ten oosten van Nijmegen. Het laatste gedicht is van Jan Paul Bresser, getiteld ‘Voorjaar’ en dit gedicht maakt deel uit van de Poëzieroute Wassenaar.

.

Meerovergedichten

Instagram

.

Op dit blog schrijf ik dagelijks over poëzie, over dichters, dichtbundels, gedichten in vreemde vormen en op vreemde plekken. In totaal deel ik die berichten in, in zo’n 70 categorieën (en dan beperk ik me nog). In de loop der tijd heb ik bijvoorbeeld al ver over de 100 berichten geplaatst van gedichten op bijzondere plekken als flessen, wc’s, parkeergarages, t-shirts, huid (tatoeages), schoenen, auto’s, boten en ga zo maar door. Hierdoor krijg ik nog steeds regelmatig foto’s toegestuurd van vrienden en familie (waarvoor mijn hartelijke dank!). Daarnaast fotografeer ik zelf ook elke vorm van poëzie die ik tegenkom, maar ook graven van dichters, woonhuizen, huizen waar een dichter geboren is, of beelden van dichters (het is een vriendelijke afwijking zullen we maar zeggen.

Omdat ik niet over elke foto een bericht schrijf (dat zou teveel van hetzelfde zijn) heb ik besloten die foto’s te gaan plaatsen op een Instagram account. Instagram is hip and happening en ook daar zie je in toenemende mate dichters die actief zijn (ik heb daar al eens over geschreven https://woutervanheiningen.wordpress.com/2017/11/23/instagrampoezie/

Ik zal daar niet zoals in die post zelf gedichten gaan plaatsen maar vooral zaken over poëzie die jullie en mij zijn opgevallen of die we tegen zijn gekomen. Het adres van dit Instagram account is https://www.instagram.com/meerovergedichten/

Zo ontving ik gisteren een bericht van Cunera met drie foto’s van gedichten onder bruggen. En dan niet zoals het gedicht van Daniël Dee onder de Mathenesserbrug in Rotterdam dat daar werd aangebracht door Jiske Foppe en kornuiten maar gedichten onder vaste bruggen die je alleen maar kan lezen vanaf het water.

.