Site-archief

Langzaam leren lezen

Hoe lees je poëzie?

.

In Hard//hoofd van juli 2018 kwam ik een interessant artikel tegen van Vera Martens, ten tijden van dit artikel literatuurwetenschapper en programmamaker bij cultureel podium de Kargadoor in Utrecht en tegenwoordig senior adviseur cultuureducatie bij Rijnbrink, de Provinciale Ondersteuningsinstelling voor bibliotheken in Gelderland en Overijssel. Het artikel is getiteld ‘Langzaam leren lezen’ en gaat over het lezen van poëzie.

Naar aanleiding van een vraag aan haar vader en later een vriendin over het lezen van poëzie gaat ze met zichzelf een uitdaging aan om een week lang elke dag poëzie te lezen. Voor de doorgewinterde poëzielezer die ik ben een peulenschil maar zij stelt zich daarbij de volgende vraag: Wat zou er gebeuren als ik me zou verdiepen in leesstrategieën om deze vervolgens toe te passen op een aantal dichtbundels die staan te verstoffen in mijn boekenkast?

Bij deze uitdaging maakt ze gebruik van close reading. Dit is een methode uit de literatuurwetenschap waarbij je een tekst, in dit geval een gedicht, ‘naïef’ leest, achtergrondinformatie en eventuele moeilijke woorden opzoekt, de structuur van het gedicht analyseert en het werk interpreteert. Daarnaast maakt ze gebruik van de inzichten uit ‘Olijven moet je leren lezen’ van Ellen Deckwitz (1982) uit 2016.

Voor haar experiment leest ze gedichten uit bundels van Gerrit Achterberg, Ester Naomi Perquin, Alexis de Roode, Erik Spinoy, Tomas Tranströmer en Wislawa Szymborska en via YouTube luistert ze naar voordrachten Vicky Francken en Marjolijn van Heemstra. Vooral dat laatste vind ik opmerkelijk want het lezen van een gedicht is in mijn beleveing toch echt wezenlijk anders dan er naar luisteren.

In het artikel schrijft ze dat ze maximaal tien gedichten per dag leest omdat het een enorme opgave is “want gedichten zijn geen gemakkelijke teksten die lekker weglezen. Ze bestaan niet uit alledaags taalgebruik, maar uit ongebruikelijke woordcombinaties en zinstructuren. Mijn brein wordt flink uitgedaagd om de taal steeds om te zetten naar een beeld in mijn hoofd.” Het experiment levert haar een aantal bevindingen op.

  1. Het alledaagse wordt opmerkelijk. Zinnen als  “Een vrouw passeert. De echo raapt gehaast haar stappen op.” van Paul Rodenko en “De avondzon verpluist in zachte mist.” van Gerrit Achterberg, zorgen ervoor dat ze iets gewoons zoals het geluid van voetstappen of de lucht bewuster gaat waarnemen.
  2. Zelfkennis door poëzie. Een gedicht is voor meerdere interpretaties vatbaar. Als je weet dat jouw interpretatie net zoveel zegt over het gedicht als over jezelf, leer je door gedichten te lezen jezelf beter kennen.
  3. Poëzie heeft meerdere lagen. Hier komt close reading om de hoek kijken. Wanneer ze nauwkeuriger gaat lezen en moeilijke woorden en achtergrondinformatie over een gedicht opzoekt, krijgt het gedicht telkens een extra betekenis of verandert de interpretatie.
  4. Esthetische waarde van taal. Gedichten kunnen simpelweg bloedmooi zijn. Prachtig verwoord kunnen het kunststukjes van taal zijn.

Aan het einde van het artikel met voorbeelden van gedichten die ze las komt ze tot de volgende conclusie: “Het lezen van de gedichten bracht me rust en reflectie, iets wat ik in mijn volle, gehaaste leven wel kon gebruiken. Mijn angst voor gedichten is verdwenen, maar ik heb ook ontdekt dat sommige poëzie me gewoon niet ligt. Gedichten lezen doe je  niet alleen met je hersenen, maar ook met je hart. Dat je kennis nodig zou moeten hebben om poëzie te kunnen lezen, is een mythe die ontkracht wordt zodra je een beginnetje maakt.”

Een conclusie waar ik het helemaal mee eens ben. Ook voor iemand die dagelijks en al vele jaren lang poëzie leest bestaat er zoiets als geweldige poëzie en helemaal niet zulke beste poëzie, en beide omschrijvingen zijn meningen en onderhevig aan smaak van degene die het stelt. En zelfs in poëzie waar je niets mee hebt of die je echt niet begrijpt kunnen prachtige zinnen wonen. Wil je het hele artikel lezen klik dan hier.

Ik wil hier graag eindigen met een gedicht van Marjolein van Heemstra waar Vera Martens in haar artikel over schrijft getiteld ‘Als Mozes had doorgevraagd‘ uit haar gelijknamige debuutbundel uit 2009.

.

Als Mozes had doorgevraagd

.

Moest ik mijn land verlaten: ik zou blijven.
Stond mijn stad in brand: ik draaide om.
Moest ik mijn kind offeren: ik weigerde.
Zolang jij je niet laat kennen houd ik
benen op de grond, armen om het kind.
Mij scheep je bij geen bramenstruik af
met ‘ik ben die ik ben’, een kleine vlam, een donderstem.
Mozes was iemand van zijn tijd: dankbaar voor het leven,
bang om door te vragen en ook: een man,
die vragen niet zoveel.
Ik was blijven staan bij die struik tot je verscheen.
Geen smoesjes van doeken voor ogen omdat je straling te fel.
Mozes was brandgloed gewend, ik tl.
Kom maar op, zou ik zeggen. Zeg ik nu: Kom maar op.
Als niet Mozes, maar ik bij Horeb had gestaan ging het zo:

ik: Wie ben je?
jij: Ik ben die ik ben.
ik: Ik ook.
jij: Ja, jij ook.

Dan had ik je aangeraakt en jij mij.
Was de Bijbel geen boek, maar een omhelzing.

.

Illustratie: Rosanne van Leusden

Desertie

Eriek Verpale

.

De Vlaamse dichter en schrijver Eriek Verpale (pseudoniem van Eric Verpaele) werd vooral bekend als schrijver van de roman ‘Alles in het klein’ (1990), dat in 1992 in de zeer prestigieuze NCR-prijs kreeg. Toch heeft Verpale (1952-2015) in zijn leven vele gedichten, een theaterstuk en dagboeknotities nagelaten. In 2015 verscheen op de website van Deus Ex Machina, tijdschrift dat nieuwe literatuur uit binnen- en buitenland met bijzondere aandacht voor jonge en/of debuterende auteurs & vertalers publiceert, een mooi in memoriam bij zijn overlijden.

In dit stuk lees ik dat Eriek Verpale werd opgevoed door zijn uit Litouwen afkomstige joodse overgrootmoeder, die vlak naast hem woonde. Hierdoor werd zijn belangstelling gewekt voor de joodse cultuur. Verpale heeft dan ook verschillende vertalingen uit het Jiddisch en Hebreeuws op zijn naam staan. Hij was redacteur van Koebel, medewerker aan diverse literaire tijdschriften en aan het Belgisch-Israëlitisch Weekblad. Hij debuteerde met neoromantische ‘Polder- en andere gedichten’ (1975) en won met ‘Op de trappen van Algiers’ (1980) de literaire prijs van de Stad Gent. In 1994 verscheen de gedichtenverzameling ‘Nachten van Beiroet‘.

In 2016 deelde ik op dit blog al eens een prachtig liefdesgedicht van Verpale getiteld ‘Co. 7’. Ditmaal heb ik gekozen voor het gedicht ‘Desertie’ uit het Deus Ex Machina nummer Melancholie, een oud zeer,  van december 2006, wat je, ondanks de titel, ook kan lezen als een liefdesgedicht.

.

Desertie

.

Vlucht niet. Nog niet.
Ik moet je nog slaan
mijn veel te grote handen kapot
aan jouw smalste verdriet.
Vlucht niet, dit is een bevel,
blijf staan of ik schiet
vol plattegronden.
Want ik zal je zoeken.
Ik kom met honden,
ik onderzoek alle hoeken,
keer dozen vol oude klasfoto’s om,
dring binnen in archieven,
lees je brieven. Voddenrapers
bezorgen mij morgen al je kleren.
Je moet mij nog alles leren:
de taal der dieren, want kijk,
kijk naar de vogels in de lucht,
hoe zelfs zÌj altijd terugkeren,
‘s nachts. Elders te koud.
Dus vlucht niet, maar bewaar mij.
Wat is een gevangene zonder cipier?
Ik wil nog niet vrij. Laat daarom
de deur op een kier.

.

10 jaar Dichter bij de Dood

1 november 2026

Op zondag 1 november, tijdens Allerzielen, wordt op begraafplaats Oud Eik en Duinen voor de 10e keer Dichter bij de Dood georganiseerd. Ontwikkeld in 2016 door Marjon van der Vegt en Liesbeth de Blécourt en sinds enkele jaren ondersteunt door poëziestichting Ongehoord! in mijn persoon, is dit jaarlijkse project inmiddels uitgegroeid tot een bijzondere activiteit die soms wel honderden bezoekers trekt (beetje afhankelijk van het weer). Aanstaande zondag wordt het zacht en droog weer dus we verwachten een grote toeloop van nieuwsgierige mensen maar ook zeker van trouwe bezoekers die dit project al jaren volgen.

Dichter bij de Dood is ooit ontstaan omdat de initiatiefnemers van mening waren dat er meer over de dood en rouw zou kunnen en moeten worden gesproken. Voor velen is rouw, overlijden en de dood nog altijd iets in de taboesfeer terwijl er juist zoveel troost en schoonheid ligt in het herdenken en stil staan bij geliefden, familie en vrienden die zijn overleden.

Waar in vorige jaren de dichters zich verbonden aan een bekende Nederlander (er liggen nogal wat bekende mensen begraven op Oud Eik en Duinen), hebben de dichters zich dit jaar verbonden aan een onbekende. Met Allerzielen dragen de dichters, die in een route aan het begin van de begraafplaats staan opgesteld, verlicht door fakkels en een verlichte plek onder een, eveneens verlichte, paraplu, een gedicht op aan een persoon die begraven ligt op de begraafplaats waaraan zij zich hebben verbonden. Ook zullen zij een kort gedicht van troost voordragen.

Dichter bij de Dood begint om 18.45 en duurt tot 21.00 uur. Zoals elk jaar is er van de voorgedragen gedichten een bundeltje samengesteld die bezoekers meekrijgen. Ook dit jaar wordt Dichter bij de Dood ondersteund door Monuta, stadsdeel Segbroek van de gemeente Den Haag en de Cultuur Schakel in Den Haag. De ingang van begraafplaats Oud Eik en Duinen is aan de Laan van Oud Eik en Duinen 40 in Den Haag. Toegang is gratis.

Deelnemende dichters zijn: Marilou Klapwijk, Karen de Boer, Jaap van Oostrum, Hans Franse, Brigitte Spiegeler, Remco Lausberg, Jos de Waard, Jan en Gepke, Hans Monnickendam, Marjon van der Vegt, Liesbeth de Blécourt en ik zelf.

Om alvast in de troostrijke sfeer te komen hier een gedicht van P.N. van Eyck (1887-1954) uit de bundel ‘Verzameld werk 1’ uit 1958.

.

O Dood, geheime nachtegaal

Die in de donkere hagen zingt

Uw nooit ontraadselbaar verhaal

Dat tot in ’t diepst der harten dringt,

.

En lokt ons beiderzijds van ’t pad

Over het dompe dove mos

Voort van de wemellichte stad

Naar ’t ver en stil en duister bos, –

.

Ik volg u, dood, zing gij mij voor,

Ik zal niet talmen aan de zoom,

Dat ik de laatste sterregloor

Ontvinge voor mijn laatste droom.

.

Wat is herinnering van licht?

Ik ben tot duisternis bereid.

Onhoorbaar sluit de nacht zich dicht…

Mijn ziel wordt vol van eeuwigheid.

.


Zo wordt u gelukkig

Billy Collins

.

Billy Collins (1941) is een Amerikaanse dichter die van 2001 tot 2003 Poet Laureate (dichter des vaderlands zeg maar) van de Verenigde Staten was. Hij was een vooraanstaand professor aan het Lehman College van de City University of New York tot 2016. Collins werd in 1992 erkend als een Literary Lion van de New York Public Library en werd van 2004 tot en met 2006 verkozen tot dichter van de staat New York. In 2016 werd Collins opgenomen in de American Academy of Arts and Letters . Sinds 2020 is hij docent in het MFA-programma aan Stony Brook Southampton.

Billy Collins wordt als dichter in Nederland zeer gewaardeerd. Dat blijkt uit het feit dat Kees van Kooten in 2010 een vertaling van zesentwintig van de meest exemplarische gedichten van Collins bundelde in ‘Zo wordt u gelukkig‘. En dat dichter Ingmar Heytze een groot bewonderaar is van de poëzie van Collins. Overigens werd ook hij door Kees van Kooten geattendeerd op zijn bestaan door voornoemde bundel (net als ik).

In een recensie van deze bundel schreef een recensent van het Dagblad van het Noorden: ‘Van Kooten laat zien dat humor in de literatuur zeer serieus genomen dient te worden en bezorgt zijn lezers daarmee urenlang leesplezier.’ Alle reden dus om een gedicht van Collins in vertaling van Kees van Kooten hier te delen. Ik koos voor het gedicht ‘Vanishing point’ in vertaling ‘verdwijnpunt’. Alle gedichten staan in twee talen naast elkaar in de bundel maar ik plaats hier alleen de vertaling.

.

Verdwijnpunt

                                     ‘Ik wil Parijs verbijsteren met een appel.’

                                                                                  -Paul Cézanne

.

U dacht dat het niet meer was dan een potloodstip

zoals academiestudenten midden op het doek plaatsten

voordat zij aan de schuur, de koeien en de schoven begonnen,

.

of anders het punt waar de treinrails samenkomen,

de plek waar machinisten naar turen vanuit hun cabine

die door de zinderende prairie

de dimensie uit dendert.

.

Maar hier sta ik op het verdwijnpunt

terugkijkend naar alles wat mij inzoomt,

schuren, koeien, rails, hooibergen, boeren, de hele mikmak

slinkend tot alles hier in dit gaatje verdwijnt

alsof het wordt aangetrokken door een horizontale zwaartekracht.

.

Ik ben de catcher achter de thuisplaat van de wereld,

de wetenschapper die een lekje in de werkelijkheid onderzoekt.

.

Ik zie hoe de geschiedenis van de bouwkunst zich oplost

in louter rechte lijnen die zichzelf ontvluchten

als mannen die vlam hebben gevat.

Alle standbeelden sinds Phidias komen hier samen.

Stel u een tijdperk voor dat al zijn eigen feiten

uit de encyclopedie kan verzwelgen.

.

Ik ben beland in de meetkundige hemel

waar elke ooit gestarte lijn zou willen zijn.

Hier verdwijnen zelfs uit tekeningen de verdwijnpunten.

En als u mij niet gelooft, moet u maar eens

kijken waar het perspectief van uw garage eindigt.

.

Wel eens gehoord van de appel die P{arijs verbijsterde?

Dit is hier de neus van de mier die het universum opsnoof.

.

Derrel Fest

Derrel Niemeijer (1977-2016)

.

Op 13 oktober 2016 overleed de eerste nachtburgemeester van Eindhoven, dichter, uitgever, columnist en allround bijzonder mens Derrel Niemeijer (1977-2016). Naar aanleiding van zijn overlijden 10 jaar geleden organiseren Abraham von Solo en Irene Siekman op 10 en 11 oktober het Derrelfest 2026. Ik heb louter mooie herinneringen aan deze rebelse maar eigenlijk heel lieve en correcte man die ons veel te vroeg verliet. Zijn manier van dichten, zijn performances, zijn volledig uit de hand gelopen B@Mfest, zijn liefde voor de poëzie, ik schreef voor zijn herdenkingsbundel het gedicht ‘Voor Derrel’ en zoals in het gedicht beschreven zal ik hem mij altijd herinneren.

En nu dus een herdenking van deze kleurrijke dichter, die als beginnend dichter graag naar de podia van poëziestichting Ongehoord! kwam en passagier van het eerste uur van de Poëziebus was. In zijn eigen Eindhoven op plekken waar veel van zijn voetstappen liggen. Zoals in de Gouden Bal en in Artspace Flipside. Komt allen want dit gaat iets bijzonders worden, al is het maar een grote reünie van dichters die Derrel van dichtbij gekend en gewaardeerd hebben. Hieronder vind je de uitnodiging, er is ook een Facebookgroep aangemaakt voor dit event.


Op zaterdag 10 oktober: Het grootste en gekste Open Podium voor woordkunst dat je je kunt voorstellen!
Iedereen kan meedoen.
Iedereen komt aan de beurt.
Alle remmen los!
En dat alles ter ere van de tien jaar geleden naar de eeuwige dichtvelden verhuisde Nachtburgemeester van Eindhoven: Derrel Niemeijer.
De volgende dag op zondag 11 oktober is er een heuse herdenkingshappening met een uitgebreid cultureel programma in de voormalige Artspace Flipside in Woensel (tegenwoordig T56).
Met onder andere, mogelijk wel of niet, in volstrekt willekeurige volgorde, lijfelijk dan wel in geest aanwezig:
DICHTERS: Lynn van Hooff, Gijs ter Haar, Jules Deelder, Doeko L., Petra Fenijn, Von Solo, Monique Hendriks, Gert Vanlerberghe, O’ ten Tic Tim, Pom Wolff, Hans F. Marijnissen, Menno Smit, Simon Vinkenoog, Andrew Cartwright, Joz Knoop, Gerard Scharn, Willem Adelaar, Paul Sterk, Pit van Nes, Irene Siekman, Finn Pelser, William S. Burroughs, Lea Theunissen, Jan Ducheyne, Think Poets e.v.a.
MUZIEK: Iris Penning, Stijn Charpentier, Woordspoken
FILM: Gershard Coxx (unieke avant-première)
Met kunstexpo!
PRAKTISCH:
10 oktober, 15:00 uur – laat (inloop 14:00 uur)
(Sl)open Mic @ Cafe de Gouden Bal
Hoogstraat 112a (gratis toegang)
11 oktober, 14:00 – 16:30 uur (inloop 13:00 uur)
Happening @ Artspace Flipside (T56)
Tarwelaan 56 (gratis toegang)
met kunstexpo!
derrelfest.podiumpoezie.nl
En natuurlijk geen bericht over Derrel zonder gedicht van Derrel. Uit zijn bundel ‘Krankzinnig Aangedicht!!!!!!‘ uit 2013 het gedicht ‘Bedorven vruchten’.
.
Bedorven vruchten
.
Op baby’s gaan zitten is
niet hetzelfde als babysitten, dat had de moeder moeten
vertellen van te voren.
Nu geen geld
en 1 dood op mijn geweten.
Zal niet de 1ste keer zijn
dat ik iets heb gedood,
op de handdoek
nog het massagraf van
fruitvliegjes en
de vensterbank ligt vol
met anders gevleugelde.
Elfjes gooi ik op sterk water
want wil alleen
een “Engeltje” in
mijn leven.

.

Jan Kal

Hekeldichten

.

Vandaag stond ik voor mijn boekenkast en pakte ik, ongezien, de bundel ‘Ik proef iets wat bedorven is‘ uit 2016 uit mijn kast. Deze fijne bundel vol hekeldichten is samengesteld door een redactie bestaande uit Alexis de Roode, Daniël Dee en Benne van der Velde en verscheen bij uitgeverij Passage. Ik opende de bundel op een willekeurige pagina (pagina 72) en daar staat het gedicht ‘Fonds voor de Letteren-bestuurders’ van Jan Kal (1946). Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘1000 sonnetten’ uit 1997.

.

Fonds voor de Letteren-bestuurders

.

U dacht dat ze hun eigen zakken vulden?

H.C. ten Berge toch wel uitgezonderd?

Hij zat op 38 000 gulden

ik op een twaalfde: 3200.

.

Ten Berge vond die misstand niet te dulden,

en sprak, drie jaar aaneen nu: ‘Opgedonderd.’

Hij, om zijn werk, waarvan de mensen smulden,

krijgt zesenveertig mille. Bent u verwonderd?

.

Ach, ik ben indiaan noch Eskimo.

Ik zing van Haarlem, niet van Mexico.

Mijn naam is Kal, niet Schurft, laat staan ten Berge.

.

Ik ben geen epigoon van Ezra Pound

maar heb, net als The Voice, mijn eigen sound.

En ik dicht duidelijk. Dat is het erge.

.

Ogenneuk

Piet-Hein Zijl

.

Ik kocht de bundel ‘Zoals een haan een ei legt’, de beste 100 gedichten uit de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2009. Het leuke aan dit soort bundels is dat er veel dichters in staan waar ik nog nooit van gehoord heb, dichters die blijkbaar in een zekere anonimiteit de pen ter hand nemen (of het toetsenbord) en daar een gedicht mee schrijven, opsturen naar de wedstrijdredactie en daar dan worden uitgekozen als één van de beste 100 inzenders. Ik heb al eerder geschreven over de editie van 2012, 2013, 2014, en 2016, en nu dus die van 2009.

In deze editie ken ik van de 100 beste gedichten (het zijn minder dan 100 dichters want een aantal is met twee gedichten opgenomen) er welgeteld 9 en dan alleen van naam (de enige die ik ken van een  bundel die ik gerecenseerd heb is Robin Veen). Maar lezend in de bundel kwam ik bij het laatste gedicht met de intrigerende titel ‘ogenneuk’. Bij het lezen van zo’n titel heb ik meteen een beeld en dat blijkt wonderwel te kloppen met hetgeen de dichter in het gedicht heeft willen beschrijven.

Het gedicht is van Piet-Hein Zijl (1946). Zijl is beeldend kunstenaar, tekenaar en graficus (etser), pianist en dus blijkbaar ook dichter. Heel veel meer kwam ik niet tegen maar laat het gedicht voor zichzelf spreken.

.

ogenneuk

.

met de jongedame van de kassa had ik

een halfminuutje of daaromtrent

ogenneuk want we lachen glim over mijn dichten over tijd

misschien kwam ik ook wel eerder klaar

of had ik me eerder al uit in elk geval de diepte van haar ogen

teruggetrokken zo sprankelend bruin en amandelvormig jong

of zij welllicht uit de mijne

.

dit alles na voltanken

Suzi in elk geval stroomde ervan over

zou binnenkort weleens over tijd kunnen zijn

net als mijn dochter dat is

.

met autobaby maar ook met mensenbaby amandelvormig ogend

zal kleinzoon Milo willen spelen

ook met de baby natuurlijk van zijn moeder het broertje

zo luidt de bestelling

‘mijn baby’ heet nu al trots zijn bezit

.

nu nog zijn mama met buikgriepachtige verschijnselen

die geen veel te vroege baby baren mag

geef alsjeblieft Milo zijn echte broertje of dan maar zusje

.

Ewewig

Dichter aan huis

.

Tussen 1991 en 2011 organiseerde de stichting ‘Dichter aan huis‘ een tweejaarlijks poëzie-evenement, vanaf 2013 gecombineerd met proza, in huiskamers in Den Haag. Het programma bood ruimte aan poëzie in al zijn facetten, van hermetische poëzie tot light verse, en proza in alle disciplines zoals fictie, non-fictie, thrillers, reisverhalen, geschiedenis en biografieën. Helaas, met nog een herstart in 2016, bleef het bij 11 edities en werd de stichting die dit bijzonder sympathieke en zeer goed bezochte evenement organiseerde, in 2017 opgeheven.

Maar zoals er altijd bij ‘Dit was het nieuws’ wordt gezegd, ‘Gelukkig hebben we de foto’s nog’ of in het geval van Dichter aan huis; Gelukkig hebben we de bundels nog. Want in de loop van de tijd dat dit evenement werd georganiseerd, werden er bundels met poëzie uitgegeven van de deelnemende dichters. En dat waren niet de minste. Heel veel bekende dichters kwamen de huiskamers van gewone Hagenaars binnen om daar voor een klein maar zeer geïnteresseerd publiek hun poëzie voor te dragen.

In de loop der tijd heb ik verschillende van de uitgegeven bundels weten te bemachtigen. En afgelopen week heb ik weer een exemplaar (1997) gekocht met de titel ‘Alleen de kamer luistert’ een zin genomen uit het gedicht ‘Nacht’ van Johanna Kruit (1940-2026) dat in de bundel is opgenomen. Het omslag werd genomen uit een tekening van een andere deelnemende dichter Eva Gerlach (1948). Ook opgenomen is het gedicht ‘Ewewig’ van Herman de Coninck (1944-1997).  Hij zou meedoen aan de editie van 1997 maar tijdens de voorbereidingen kwam het bericht dat hij plotseling was overleden. Hij zou als een van de meest prominente dichters deelnemen aan de manifestatie. Als eerbetoon werd het door hem ingezonden gedicht ‘Ewewig’ in de bundel opgenomen. Omdat Herman de Coninck al sinds jaar en dag een van mijn favorietste dichters is en het gegeven dat het alweer even geleden is dat ik een gedicht van hem plaatste, is reden genoeg om het gedicht, dat oorspronkelijk verscheen in ‘Vingerafdrukken‘ uit 1997 hier met jullie te delen.

.

Ewewig

.

Simon Vinkenoog over de zee nabij Kaapstad:

‘Ongelooflijk hoe waterpas, hè!’

‘En zo weinig scheepjes!’

‘Jamaar, ’t is zondag.’

.

Later verteld Phil du Plessis hoe zijn grootvader

metselaar was, viool speelde, en een glazen oog had.

Om te zien of een muur waterpas stond, legde hij zijn glazen

oog erop, begon viool te spelen, en als het oog stil bleef liggen

.

was de muur waterpas. Zo schrijft werkelijkheid soms

een strofe of twee voor me op en begint viool te spelen,

omdat het zondag is.

.

Twaalf niet zo moeilijke gedichten

Hans Vlek

.

De dichter Hans Vlek (1947-2016) is geen onbekende dichter op dit blog. Al een aantal maal kwam hij en zijn poëzie voorbij. Na zijn dood werd in 2024 het Hans Vlek genootschap opgericht met het doel de herinnering aan de dichter Hans Vlek levend te houden en bij te dragen aan de kennis en waardering van zijn werk. Het Genootschap wordt bestuurd door Teunis IJdens, Antoon van Rosmalen, Renske van Dillen en Sander Bax. Ook is er een comité van aanbeveling waar naast dichters Frans Kuipers en Jan Kuijper ook mijn bibliotheek collega en directeur van de bibliotheek in Den Bosch Nan van Schendel, schrijver A. F. Th. van der Heijden en Roos Vlek (dochter van Hans) zitting hebben.

Doel van het Hans Vlek Genootschap is om beschikbare informatie over werk en leven van de dichter toegankelijk te maken; nieuwe informatie te verzamelen en toegankelijk te maken; lezingen, festivals en andere openbare evenementen te (doen) organiseren; studie naar het werk van Hans Vlek en verwante dichters, schrijvers, beeldend kunstenaars en musici te bevorderen; publicaties te (doen) uitgeven.

En dat laatste is nu precies wat het Genootschap gaat doen. Op 4 juli, de Vlekdag, 10 jaar na zijn overlijden, organiseren zij samen met Huis73 (de bibliotheek) onder andere de presentatie van de bundel ‘Twaalf niet zo moeilijke gedichten’ in een oplage van 150 genummerde exemplaren. Deze bundel bevat twaalf eerder gepubliceerde gedichten van Hans Vlek die sinds 2 juli 2025 bij zes zogenaamde Vlekflitsen, om de twee maanden, werden voorgedragen op een openbare plek in Den Bosch. Meer informatie over het Genootschap vind je op hun website hansvlek.nl 

Ik heb de inhoud van deze bundel mogen inzien en ik heb gekozen voor het gedicht ‘Fatum’ dat oorspronkelijk verscheen in zijn bundel ‘Iets eetbaars’ uit 1966.

.

Fatum

.

Of ik nu goede gedichten schrijf

of niet, of ik nu 1 liter melk

of bier drink, of als

het ophoudt te regenen

En ga zo maar even door

– Het is een goedkoop thema

zoals ook lucht goedkoop is

maar onmisbaar

ik weet het –

.

Mijn haren zullen schaarser

m’n brilleglazen dikker

en m’n ogen kleiner worden.

Ook zal ik niet meer door

voor aanstormende auto’s weg te sprinten

veilig de overkant bereiken.

.

Ik bedoel dichters

gaan ook dood. Iets anders

houd ik niet voor mogelijk

.

Zomereditie MUG

Frouke Arns

.

Zoals ik pas geleden al schreef hebben we voor MUGzine nummer 33 voor het eerst een gastredacteur gevraagd. De eerste gastredacteur is Wim van Til en hij heeft een aantal zeer fijne dichters gevraagd een bijdrage te leveren. Naast gedichten van hemzelf heeft hij twee aanstormende talenten weten te strikken; Famke Houthoff en Solaris, en hij heeft Frouk Arns weten te overreden om een bijdrage te leveren waar ik persoonlijk heel blij mee ben. Ik heb grote waardering voor de poëzie van Frouke. En als klap op de vuurpijl heeft Wim ook nog eens de zeer getalenteerde Julia le Fevre zover gekregen dat zij voor de illustraties zorgde. Al met al een bijzonder geslaagd eerste gastredacteurschap dat zeker navolging gaat krijgt.

We verwachten nummer 33 van MUG in juli te publiceren, de laatste hand wordt momenteel gelegd aan de afwerking. Om alvast in de sfeer te komen heb ik een gedicht van Frouke Arns erbij gepakt uit De Revisor jaargang 2016 getiteld ‘Plattegrond’.  Frouke Arns (1964) is tekstschrijver, redacteur, literair vertaler en dichter. In de periode 2015-2016 was zij Stadsdichter van Nijmegen. Haar gedichten werden gepubliceerd in onder meer de Poëziekrant, Het Liegend Konijn, Schrijven Magazine, Het Parool en nrc.next. Arns viel met haar werk verschillende keren in de prijzen. Zo won ze onder andere de Meander Dichtersprijs, de literaire prijs van de Stad Harelbeke en de jury- en publieksprijs van de Nijmeegse editie van ‘Aan het woord!’. Ook heeft ze inmiddels twee romans gepubliceerd, haar derde roman verschijnt deze zomer.

.

Plattegrond

.

Berlijn was jong aan haar oevers, het bier liep over straat.
Op een bank zat een vrouw te bellen, haar vlees hing
aan alle kanten over, haar stem kristalhelder in de nacht.
.
Ik werd aangesproken in het Spreepark door een Penner
die me wegwijs wilde maken; in ruil daarvoor hield hij zijn hand op.
Bij Zenner dansten dames met watergolven zich terug hun jeugd in.
.
Blote heren lagen in het Tierpark op beladen gras. Augustus, de stad was open-
gebroken en klam, overal resten van muur en wespen. Eentje stak;
ik voelde het gif de hele nacht gonzen.
.
Later zag ik hoog vanuit de koepel wat de stad beneden niet prijsgeeft
– sprakeloos lag zij aan mijn voeten – van scheiding geen sprake.
Wolken dreven de dag uiteen.
.
Bij het monument
had iemand gevraagd wat het gekost heeft en
iemand had geantwoord: miljoenen
.