Site-archief

Uit mijn boekenkast

Th. van Os

.

Vandaag stond ik voor mijn boekenkast (op een stoel, je moet variëren in planken vind ik) en daar pakte ik, ongezien, de bundel ‘Ik heb alleen woorden’ De 100 meest troostrijke gedichten over afscheid en rouw uit de Nederlandse poëzie, van een plank. Opnieuw zonder te kijken opende ik de bundel en daar staat op pagina 139 het gedicht zonder titel van Th. van Os (1954). Th. van Os publiceerde diverse romans als ‘Zonde van begeerte’ en ‘Zelf bommen leggen’, en dichtbundels als ‘Berliner lullaby’  (1997) en ‘Vrouwenliefde & andere gedichten’ (2008). Het gedicht dat ik ongezien koos komt oorspronkelijk uit zijn bundel ‘Beurtzang‘ uit 1996.

.

Je bent gestorven maar niet dood.

Je beeld verschijnt als ik wat sta

te staren naar een pagina:

een Hawaii-bloes paars met rood,

je lange vingers op het bruidssatijn,

een hoofd waarvan ik weet dat het van jou moet zijn.

.

Ik heb je langzaam zien vervagen

tot ik de ramen van de kamer sloot

bang dat een zuchtje wind je weg zou dragen,

tot ik de lakens voor het raam hing

en jij zo licht de achterdeur uitging.

.

Wanneer ik naar de bakker loop voor brood,

wanneer ik hyacinten ruik of chocola,

wanneer ik coniferen zie, avondrood

of schoorsteenrook, daar ga je dan,

de wolken achterna.

.

 

Ovidius

Toon Tellegen

.

Staande voor mijn boekenkast, doe ik wat ik de laatste maanden elke week doe. Zonder te kijken pak ik een bundel uit één van mijn boekenkasten vol poëziebundels. Vandaag is dat ‘Gedichten 1977-1999’ van Toon Tellegen (1941) uit 2000. Opnieuw opende ik de bundel op een willekeurige pagina en daar op pagina 79 staat het gedicht ‘Ovidius’. Ernaast op pagina 78 staat het gedicht ‘De mug’. Nu heb ik al iets met muggen als in het leukste en kleinste poëziemagazine van de Lage Landen (die iets op zich laat wachten want de distributeur heeft een vergissing gemaakt maar heeft beloofd dat #34 er snel komt) dus alleen hierom al vind ik dit een fijn gedicht, maar dit plaatste ik al eens op dit blog. Daarom toch gekozen voor het gedicht ‘Ovidius’ dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘De aanzet tot een web’ uit 1981.

.

Ovidius

 

Als de ochtend komt met nevels en geschreeuw

en de honden van de slaap zijn hongerig weggeslopen,

dan schrijft hij

met zijn eigenaardig zoete pen

een brief aan zijn vijand, de meest verhevene.

Hij schrijft:

‘Er is geen plaats in mij voor nog meer wonden.’

.

Op zijn dak hoort hij het trippelen

van een barbaarse mus.

.

Een goede voorbereiding

Ester Naomi Perquin

.

Vandaag deed ik een greep in mijn boekenkast, terwijl ik ergens anders naar keek. Het bleek dat ik de bundel  ‘Meervoudig afwezig’ van een plank had gepakt, geschreven door Ester Naomi Perquin en gepubliceerd in 2017. Perquin die in 2027 het geschenk van de Poëzieweek schrijft en die afgelopen weekend (samen met Piet Piryns) nog de presentatie van de Nacht van de poëzie voor haar rekening nam. Ik opende de bundel op een willekeurige pagina en daar stond het gedicht ‘een goede voorbereiding’.

.

Een goede voorbereiding

.

Wij brengen vader bij de kistenmaker en hij laat ons kleuren zien.
Formaten. Stijlen. Beits of lak. Na eindeloos praten worden
in zijn linkerzijde twee scharnieren aangebracht.
Goudkleurig, twintig cent per stuk.
‘Gegarandeerd roestvrij’.

Wij leggen alles in hem terug, het gehoest waarmee hij
’s ochtends ontwaakte, hoe hij bij vertrek zijn das omsloeg
(kruislings over de borst), het houten speelgoed
dat hij voor ons maakte, de dingen die hij
na het eten aan ons vroeg.

De kistenmaker ziet het allemaal gelaten aan. ‘Is de poep
van een ijsbeer warm of koud?’ ‘Loopt een trap liefst
naar beneden of naar boven?’

Zijn ziekeduivenfluitje. Lofzang, boegeroep. Tekenfilmfiguren
die hij vroeger na kon doen; de kistenmaker houdt hem geduldig
voor ons open. ‘vergeet u de pianovingers niet. De vorm
van het gezicht. Die wordt vaak meegenomen.’

Wij kussen beurtelings zijn voorhoofd; de kistenmaker doet hem
voorzichtig dicht. Voor wie de scharnieren niet ziet
lijkt hij volkomen intact; een vader die straks
uitgerust weer overeind zal komen.

.

Oktober

Vasalis

.

Ik stond weer eens voor mijn boekenkast, overigens iets dat ik vrijwel elke dag doe maar dit terzijde, en ik pakte zonder te kijken een bundel van een plank. De regelmatige lezer van dit blog weet nu wat er komt. Ik open de bundel zonder te kijken op een willekeurige pagina en het gedicht dat ik daar aantref plaats ik hier.

Maar vandaag ging het iets anders. De bundel die ik pakte was ‘De vogel phoenix’ van Vasalis (1909-1998) maar wel de versie uit 1948, die ik ooit van een vriend voor mijn verjaardag cadeau kreeg. Omdat dit toch wel een bijzondere bundel is opende ik deze niet op een willekeurige bladzijde maar begon ik er in te bladeren en te lezen.

En al lezend kwam ik het gedicht ‘Oktober’ tegen. En omdat oktober net begonnen is besloot ik dit prachtige gedicht hier te plaatsen. Een beetje ‘blind gepakt’ dus maar niet helemaal.

.

Oktober

.

Teder en jong, als werd het voorjaar
maar licht nog, want zonder vruchtbegin,
met dunne mist tussen de gele blaren
zet stil het herfstgetijde in.

Ik voel alleen, dat ik bemin,
zoals een kind, iets jongs, iets ouds,
eind of begin? Iets zo vertrouwds
en zo van alle strijd ontheven –
niet als een einde van het leven,
maar als de lente van de dood.

De kruinen ijl, de stammen bloot
en dit door stilte en mist omgeven.

.

De dronkaard

Simon Carmiggelt

.

Vandaag sta ik voor mijn boekenkast en daar heb ik, zonder te kijken, een bundel uit gepakt. Het is de bundel ‘De gedichten’ van Simon Carmiggelt (1913 – 1987) uit 1974. Opnieuw open ik de bundel op een willekeurige pagina (pagina 42) en daar staat het gedicht ‘De dronkaard’.

.

De dronkaard

.

De ochtend heeft hem vaak op straat gevonden.

Maar spoedig dampt hij zich weer in.

Hij droomt zich zelf een huis, net als een spin.

Een glanzend huis, met draadjes vastgebonden.

.

De wereld overziet hautain zijn ongelijk.

Maar hij berust niet in het aards bestel.

Met taaie ijver mijdt hij onze hel

en klimt de trappen naar zijn hemelrijk.

.

Het stinkt er en de engel is een slet.

De cherubijnen zingen als de Bonte Trein.

Maar vaag bekeken, mag het er toch zijn.

En het is ver van hier, ver van zijn bed.

.

En elke morgen is zijn web verstoord.

En elke avond zit hij er weer in.

Gevangen in zichzelf, een rare spin,

die langzaam door de vliegen wordt vermoord.

.

Rondeel

Ida Gerhardt

.

Voor mijn boekenkast sta ik, en zonder te kijken laat ik mijn vingers langs de ruggen gaan. Stop en kijk en daar staat de bundel ‘Verzamelde gedichten II’ van Ida Gerhardt (1905-1997) uit 1995. Ik open de bundel op een willekeurige pagina. En op bladzijde 697 daar staat het gedicht ‘Rondeel’ met de ondertitel ‘Voor mannenstem’.

.

Rondeel

Voor mannenstem

.

Ik heb mij in mijn liefste vergist;

ik ga mijn wegen in nevel en mist.

Zij was in mijn dromen bij dag en bij nacht,

zij is niet gekomen, ik had haar verwacht.

.

Zij heeft mij gesmaad om mijn povere staat.

Ik werk, ik vind mijn brood niet op straat.

Ik heb mij in mijn liefste vergist;

ik ga mijn wegen in nevel en mist.

.

Ik heb eens gevonden in weer en in wind

een schelp ongeschonden, ik was nog een kind.

Ik had hem verkoren, zijn glans ging verloren;

ik weet voor mijn leven iets wat ik niet wist.

Ik heb mij in mijn liefste vergist.

.

Jan Kal

Hekeldichten

.

Vandaag stond ik voor mijn boekenkast en pakte ik, ongezien, de bundel ‘Ik proef iets wat bedorven is‘ uit 2016 uit mijn kast. Deze fijne bundel vol hekeldichten is samengesteld door een redactie bestaande uit Alexis de Roode, Daniël Dee en Benne van der Velde en verscheen bij uitgeverij Passage. Ik opende de bundel op een willekeurige pagina (pagina 72) en daar staat het gedicht ‘Fonds voor de Letteren-bestuurders’ van Jan Kal (1946). Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘1000 sonnetten’ uit 1997.

.

Fonds voor de Letteren-bestuurders

.

U dacht dat ze hun eigen zakken vulden?

H.C. ten Berge toch wel uitgezonderd?

Hij zat op 38 000 gulden

ik op een twaalfde: 3200.

.

Ten Berge vond die misstand niet te dulden,

en sprak, drie jaar aaneen nu: ‘Opgedonderd.’

Hij, om zijn werk, waarvan de mensen smulden,

krijgt zesenveertig mille. Bent u verwonderd?

.

Ach, ik ben indiaan noch Eskimo.

Ik zing van Haarlem, niet van Mexico.

Mijn naam is Kal, niet Schurft, laat staan ten Berge.

.

Ik ben geen epigoon van Ezra Pound

maar heb, net als The Voice, mijn eigen sound.

En ik dicht duidelijk. Dat is het erge.

.

Duisterpoedersuiker

Joris Miedema

.

Vandaag sta ik voor mijn boekenkast en laat mijn vingers over de vele poëziebundels gaan. Dan pak ik zonder te kijken een bundel uit de kast en dat blijkt ‘‘Algen uit een andere dimensie‘ uit 2023 te zijn van Joris Miedema (1978). Opnieuw open ik de bundel op een willekeurige pagina en daar op pagina 39 staat het gedicht ‘duisterpoedersuiker’.

.

duisterpoedersuiker

.

ik heb mijn handen niet meer op een rij

waar trek ik mijn haren dan mee uit?

ik doe het duister

in een vergiet

.

er komt verstrooid donker uit

als duisterpoedersuiker

voor op brood

voor op de vrolijke dingen

in het leven

.

ik doe een beetje op de marmeren

steen van mijn vader

als een kleedje tegen de ondoorbroken stilte

.

Boottocht met muziek

Anna Enquist

.

Vrijdag dus een greep uit mijn boekenkast. Vandaag pakte ik de bundel ‘Klaarlichte dag’ uit 1996 van Anna Enquist (1945) uit een van mijn boekenkasten. Zonder te kijken opende ik deze bundel op pagina 49 en daar staat het gedicht ‘Boottocht met muziek’.

.

Boottocht met muziek

.

Als het dan moet, dan met twee hoorns

aan boord. Je stapt in de wiegende bek

van de boot, de hoornspelers blazen

een dun accoord, blazen weg wat je weet

langs muren en tuinen, spelen dwars door

het laatste woord. het kan je niet schelen.

.

Hoornblazers dragen het hart op de arm,

zij duwen hun lied met de vuist in de keel

over water voort. Ze voeren je blind naar

het stilste licht, waar geen overkant is.

Als het dan moet, dan tussen boven-

en onderstem, met twee hoorns aan boord.

.

Lernert Engelberts

Nog eens

.

Daar sta ik weer voor mijn almaar uitdijende boekenkast (stapels dichtbundels op dichtbundels). En dit keer pak ik zonder te kijken de bundel ‘Ik heb alleen woorden’ De honderd meest troostrijke gedichten over afscheid en rouw uit de Nederlandse poëzie, uit 1998 . De bundel gedichten werd verzameld door Hans Warren en Mario Molengraaf. Ik open de bundel op een willekeurige bladzijde (pagina 70 dit keer) en daar staat het gedicht ‘Nog eens’ van dichter en televisiemaker Lernert Engelberts (1977) dat werd opgenomen uit de bundel ‘Oedipoes werpt jongen’ uit 1996.

.

Nog eens

.

De dood, de mooiste

van alle mogelijkheden,

laat ook vannacht op zich wachten.

Al ligt het koele mes tegen

zijn pols, zijn vlees lijkt van ijzer.

.

Al heeft hij de afscheidsbrief geschreven

-waarin hij vraagt om begrip niet om compassie-

morgenvroeg wordt hij gewoon weer wakker,

slaat de dekens van zich af,

scheurt de brief tot kleine stukjes,

legt het mes terug in de la.

.