De dronkaard
Simon Carmiggelt
.
Vandaag sta ik voor mijn boekenkast en daar heb ik, zonder te kijken, een bundel uit gepakt. Het is de bundel ‘De gedichten’ van Simon Carmiggelt (1913 – 1987) uit 1974. Opnieuw open ik de bundel op een willekeurige pagina (pagina 42) en daar staat het gedicht ‘De dronkaard’.
.
De dronkaard
.
De ochtend heeft hem vaak op straat gevonden.
Maar spoedig dampt hij zich weer in.
Hij droomt zich zelf een huis, net als een spin.
Een glanzend huis, met draadjes vastgebonden.
.
De wereld overziet hautain zijn ongelijk.
Maar hij berust niet in het aards bestel.
Met taaie ijver mijdt hij onze hel
en klimt de trappen naar zijn hemelrijk.
.
Het stinkt er en de engel is een slet.
De cherubijnen zingen als de Bonte Trein.
Maar vaag bekeken, mag het er toch zijn.
En het is ver van hier, ver van zijn bed.
.
En elke morgen is zijn web verstoord.
En elke avond zit hij er weer in.
Gevangen in zichzelf, een rare spin,
die langzaam door de vliegen wordt vermoord.
.
Geplaatst op 25 september 2026, in Dichtbundels, Favoriete dichters, Uit mijn boekenkast en getagd als 1913, 1974, 1987, Blind gepakt, De dronkaard, De gedichten, dichtbundel, dichter, gedicht, gedichten, gedichtenbundel, poëzie, poëziebundel, Simon Carmiggelt, Uit mijn boekenkast. Markeer de permalink als favoriet. Een reactie plaatsen.





Een reactie plaatsen
Comments 0