Site-archief
Eden
Jules Deelder
.
Vandaag voor mijn boekenkast gaan staan en daar, ongezien, de bundel ‘Dag & Nacht‘ van Jules Deelder (1944-2019) uit 2014 (uitgegeven destijds voor zijn 70ste verjaardag) gepakt. De gedichten in deze bundel zijn gekozen en ingeleid door (toen nog) burgemeester van Rotterdam Ahmed Aboutaleb. Zonder te kijken een willekeurige pagina opgeslagen , 82 in dit geval, en daar staat het gedicht ‘Eden’. Deelder is een vaste gast op mijn blog, zo kwam ik erachter dat de eerste keer dat ik over hem schreef al uit 2008 dateert.
.
Eden
.
Het leven in de Hof van Eden
was te mooi om waar te wezen
.
De zon kwam op de zon ging onder
De tijd was nog niet uitgevonden
.
Er was hemel er was aarde
Er was lucht en er was water
.
In het bos de wilde beesten
Er was Adam er was Eva
.
Ze leefden met elkaar in vrede
Zonder doel en zonder reden
.
Ze kenden oorzaak noch gevolg
Er was toekomst noch verleden
.
Ze waren en dat was genoeg
Te zijn zonder het te weten
.
Daar schrik je toch van
Nico Dijkshoorn
.
Vandaag stond ik voor mijn boekenkast en daar pakte ik, zonder te kijken, de bundel van P. Kouwes , pseudoniem van Nico Dijkshoorn (1960) getiteld ‘Daar schrik je toch van’ de eerste 1000 gedichten (2008), van een plank. Vervolgens (jullie kennen de procedure) op een willekeurige bladzijde geopend en daar stond het gedicht ‘Lenie ’t Hart’.
.
Lenie ’t Hart
.
nadat
de
voorzichtig
vrijgelaten
lenie ’t hart
voor
de zeventiende
maal
binnen
een
week
op haar
buik
zeehondencrèche
pieterburen
weer
binnenkroop
moest
men
constateren
dat
zij helaas
te veel
aan
zeehonden
gewend was
.
Niek Verhaagen
Uit mijn boekenkast
.
Vandaag pakte ik de bundel ‘Dichters bij de Bezige Bij 1944-1984’ uit 1984, uit mijn boekenkast, opende deze op een willekeurige bladzijde (in dit geval pagina 275) en daar staat het gedicht zonder titel dat hieronder is overgenomen van Niek Verhagen (1915-1948). Het gedicht verscheen oorspronkelijk in zijn bundel ‘De laatste Adam’ uit 1944.
Als dichter is Niek Verhaagen vrijwel vergeten, toch kwam ik een aardig stuk tegen over hem en zijn poëzie op het blog van Teunis Bunt. In dat artikel schrijft hij onder andere: “In zijn beste gedichten mijdt Verhaagen de grote woorden en heeft hij vooral aandacht voor het alledaagse”.
.
Wat wilt Gij?… Dat ik verzen schrijven zal,
die ene deugd die ik misschien nog kende?-
Och, als ik mij aan deze stilte wende
en aan het lege beeld van dit verval,
.
dan zou ik woorden vinden, arm en smal
en haast geluidloos, maar toch allengs stemden
de klanken, die het levensritme remden,
te zamen … Als ik stil ben, klinkt het al.
.
De dood
K. Golesorkhi
.
Vandaag sta ik voor mijn boekenkast en daar pak ik, zonder te kijken, een bundel uit. Het blijkt de bundel ‘Stem van alarm stem van vuur’ geëngageerde poëzie uit Latijns-Amerika, Afrika en Azië. Ik open de bundel op een willekeurige pagina ((pagina 34) en daar staat een gedicht getiteld ‘De dood’ van K. Golesorkhi (1944-1974) met wie ik een verjaardag deel. Golsorkhi (zoals zijn naam luidt) was een Iraanse journalist, dichter en marxistisch activist. Golsorkhi was in 1969 hoofdredacteur van de kunstsectie van de krant Kayhan , waar hij populariteit verwierf met zijn linkse en revolutionaire poëzie. In 1974 kreeg hij de doodstraf als marxistisch revolutionair opgelegd door het regime van de Sjah.
.
De dood
.
Vraag mij niet naar liefde;
in dit land van toenemende duisternis
heeft, in de aanwezigheid van angst,
liefde
de Dood getrouwd,
en de Dood,
de bijtende Dood, de vluchtende Dood,
is een buurman voor je eeuwige eenzaamheid
in het wrede angstgif van slangen.
.
Hier is de stem van de mensen gevangene
van hun keel,
en bloed
zie je, wanneer je je ogen ook opent.
Vraag mij dus niet naar liefde;
kijk naar mijn borst
vóór hij verbrand is door kruit.
.
liefdesgedicht
Jean Pierre Rawie
.
Tussen alle bezigheden door ben ik momenteel erg druk met het lezen, ervaren, begrijpen, en genieten van een aantal nieuwe bundels waar ik een recensie over wil schrijven. Recensies van de bundels ‘Spiegel van de ziel’ van Antoon Van den Braembussche, ‘Randschade’ van Johan Clarysse, ‘Eenzame goden’ van Han van der Vegt, ‘Ruisen van berken’ van Jan Kleefstra en ‘Urgent & Uniek’ van Anne Broeksma (in die volgorde ook) komen allemaal in de komende maanden op dit blog.
Omdat ik elke dag iets wil schrijven over poëzie, betekent dat, dat ik soms ga voor het (zonder te kijken) kiezen voor een bundel uit mijn boekenkast, daar een willekeurig gedicht uit te kiezen en dat te delen op dit blog. Dat is dan ook wat ik vandaag gedaan heb. Het is de bundel ‘Wij hebben alles nog te goed‘ de mooiste liefdesgedichten van Jean Pierre Rawie (1951) uit 2001. En hoewel de titel suggereert dat het hier om liefdesgedichten gaat (en eigenlijk is dat ook zo, de liefde kent tenslotte vele gezichten), zijn de gedichten in deze bundel af en toe wrang, negatief, wraakzuchtig en donker.
Ik opende de bundel op pagina 15 en daar las ik het gedicht ‘Spinrag’. Een liefdesgedicht zoals ik ze graag lees.
.
Spinrag
.
Je had iets baan de heg staan te verschikken;
ik haalde de herfstdraden uit je haar,
en wist: dit is éen van die ogenblikken
die ik in mijn herinnering bewaar,
tegen de tijd.
Maar straks, als wij al weg
zijn en geen weet meer van ons tweeën hebben,
straks rukt wellicht in deze zelfde heg
de wind nog aan de spinnewebben.
.
De geheimen van wikke en dille
Wiel Kusters en Gerrit Kouwenaar
.
Vandaag, omdat het vrijdag is en ik het erg druk heb gehad, een bundel uit mijn boekenkast ‘blind gepakt’. In dit geval eens geen dichtbundel (verrassing!) maar ‘aantekeningen over poëzie’ van Wiel Kusters met de titel ‘De geheimen van wikke en dille’ uit 1988. In dit boek staan “indrukken die een gewone, aandachtige lezer van poëzie opdoet, verwoord op een manier die andere gewone en aandachtige lezers met gemak kunnen volgen”. Eigenlijk zou dit een motto van mijn blog kunnen zijn.
Maar terug naar Wiel Kusters (1947) en dit boek. Hij begint met een stuk over de dichter Kouwenaar en laat dat nou precies de dichter zijn over wie ik, zonder te kijken, een pagina opende (188). Daar staat het gedicht van Gerrit Kouwenaar (1923-2014) zonder titel met de beginzin ‘Men is vandaag ontzettend onsterfelijk’.
.
Men is vandaag ontzettend onsterfelijk
het is eindelijk de echte heldere herfst
die er haast nog niet is.
.
de bladeren vergelen, nog betrekkelijk groen
de wind is nog blauw, wijst geen enkele richting
de grond ligt nog onder het gras
.
men rookt de zwarte sigaar van de dokter
men raakt bezweet door het werpen van darts
men drinkt zijn zevende glas
.
in een ligstoel later men stippelt
onder het genot van dit tijdstip
een reis uit
.
de reis voor de komende heldere winter
en men vindt met de pink weer die heldere weg
naar dat denkbeeldige eindpunt-
.
Blind gepakt
Jive!
.Vandaag ben ik maar weer eens voor een van mijn boekenkasten gaan staan en heb daar, zonder te kijken, een willekeurige dichtbundel uit de kast gepakt. het bleek de bundel ‘Aambeeld‘ van Bernlef (1937-2012) te zijn uit 1998. Op nieuw pakte ik de bundel om deze op een willekeurige pagina topen te slaan en daar stond het gedicht ‘Dansles’. Ook bij dit gedicht had ik meteen een beeld. In een van de laatste afleveringen van ‘So you think you can dance’ werd door een koppel een Jive gedanst. In mijn idee een beetje ouderwetse dans maar na deze uitvoering was ik om: energiek, wild, technisch en prachtig om naar te kijken. De uitroep van het meisje in het gedicht begrijp ik nu ook veel beter.
.
Dansles
.
Leer mij jiven roept het meisje
Leer mij dat!
.
In de vensterbank zit de oude kat
te loeren naar de slanke lijster
.
op de achtegrond het bandje
met de iets te geblondeerde zangeres
‘There’ll Never Be Another You’
.
Leer mij jiven roept het meisje
Leer mij dat!
.
In de vensterban zit
nog steeds de oude kat.
.
Kort weg
Annelies van Dyck
.
Omdat ik even een weekje wat anders te doen heb zal ik hier, op dit blog, dagelijks een gedicht delen. Een vakantiegedicht zoals de vaste lezer van dit blog wel bekend is. Vandaag heb ik voor de lol eens een inschatting gemaakt van het aantal dichtbundels in mijn boekenkasten en ik kom rond de 1800 tot 2000 dichtbundels. Genoeg bronnen om uit te putten lijkt me. Om maar eens goed te beginnen wil ik hier het gedicht met de titel ‘Kruimels’ delen van dichter Annelies van Dyck uit haar fijne bundel ‘We doen alsof het helpt‘ uit 2022. Want kruimels zijn het, de gedichten uit de bundels die ik hier de komende week zal rondstrooien.
.
Kruimels
.
Je wordt steeds meer een meisje
jonger zelfs dan mijn kinderen
al lijk je ouder dan ik:
.
jij bent tenminste af.
Hoe nieuwer mijn jaren, hoe meer je me past
als een enkele sok.
.
Weinig heb ik van je over, een foto
in vale kleuren, twee tekeningen
op te transparant papier, de tape met je stem
.
een hoofd waarin wij af en toe spelen.
.
Eenzaam
J.C. Bloem
.
Ook vandaag ben ik voor mijn boekenkast gaan staan en heb ik, dit keer met enig strekken, je wilt niet steeds dezelfde plank nemen, zonder te kijken een bundel gepakt. Dat is dit keer de bundel ‘Verzamelde gedichten’ van J. C. Bloem (1887-1966), een vijfde druk uit 1976. Ik open de bundel op een willekeurige bladzijde, 169 in dit geval, en daar staat het gedicht ‘Eenzaam’.
.
Eenzaam
.
Besloten in ’t gewonde zelf
Blijft elk, die niet meer hopen mag,
Toch rijst voor hem aan ’t laag gewelf
Steeds dag na grijze dag.
.
Maar is het zwak, een enkle maal,
Te wensen, dat er iemand was,
Die spreken zou in de éne taal,
Waardoor het hart genas?
.
Een mens, die oordeelt noch verwijt,
Maar die begrijpt door de eigen nood
Hoezeer de helse daaglijksheid
Des levens alles doodt.
.
Vergeefs. Onscheidbaar is de smart
Van ’t leven en moet doorgeleefd:
Er is voor de eenzaamheid van ’t hart
Geen mens, die uitkomst geeft.
.













