Site-archief
De geheimen van wikke en dille
Wiel Kusters en Gerrit Kouwenaar
.
Vandaag, omdat het vrijdag is en ik het erg druk heb gehad, een bundel uit mijn boekenkast ‘blind gepakt’. In dit geval eens geen dichtbundel (verrassing!) maar ‘aantekeningen over poëzie’ van Wiel Kusters met de titel ‘De geheimen van wikke en dille’ uit 1988. In dit boek staan “indrukken die een gewone, aandachtige lezer van poëzie opdoet, verwoord op een manier die andere gewone en aandachtige lezers met gemak kunnen volgen”. Eigenlijk zou dit een motto van mijn blog kunnen zijn.
Maar terug naar Wiel Kusters (1947) en dit boek. Hij begint met een stuk over de dichter Kouwenaar en laat dat nou precies de dichter zijn over wie ik, zonder te kijken, een pagina opende (188). Daar staat het gedicht van Gerrit Kouwenaar (1923-2014) zonder titel met de beginzin ‘Men is vandaag ontzettend onsterfelijk’.
.
Men is vandaag ontzettend onsterfelijk
het is eindelijk de echte heldere herfst
die er haast nog niet is.
.
de bladeren vergelen, nog betrekkelijk groen
de wind is nog blauw, wijst geen enkele richting
de grond ligt nog onder het gras
.
men rookt de zwarte sigaar van de dokter
men raakt bezweet door het werpen van darts
men drinkt zijn zevende glas
.
in een ligstoel later men stippelt
onder het genot van dit tijdstip
een reis uit
.
de reis voor de komende heldere winter
en men vindt met de pink weer die heldere weg
naar dat denkbeeldige eindpunt-
.
Vasalisvogel
Vicky Francken
.
Dag zes alweer van -Kort weg- en opnieuw ben ik in mijn boekenkast gedoken voor een gedicht. Ik word altijd erg blij wanneer ik lees dat een dichter zijn of haar (hun) klassiekers kennen. Toen ik in ‘Röntgenfotomodel‘ van Vicky Franken (1989) uit 2017 het gedicht ‘Vasalisvogel’ las moest ik meteen aan de bundel ‘De vogel Phoenix‘ van Vasalis (1909-1998) denken uit 1947. Een prachtige bundel van een van mijn lievelingsdichters. Dat deze bundel ten grondslag ligt aan dit gedicht mag duidelijk zijn, al is het maar door de feniks uit de voorlaatste regel.
.
Vasalisvogel
.
Ik droomde toen het vrede was al dat er vrede was
waar die nog niet bestond: een witte duif
die zich in cirkels een beroerte vloog –
.
Met mijn hielen kerfde ik een kruis,
ik was al als de dood, het was alsof
de dood zich in mijn hoofd bevond.
.
Ik keek omhoog en zag de vrede vliegen.
Ze leek intens tevreden, barstte snel
en hevig los.
.
In haar val heb ik haar aangekeken.
Ze bleef zo stil, welhaast afwezig,
ik trok haar in twijfel, ze leek wel god.
.
Nu neem ik haar veren brandend in mijn hand,
verbind haar snavel, zing een psalm.
.
Ik strooi haar as uit in mijn ogen.
.
Vrede, wrede feniks,
sticht alsof het niets is brand.
.
dichter over dichter
Hanna Kirsten over Marleen de Crée
.
In de laatste bundel van Hanna Kirsten (1947) getiteld ‘Voetafdruk van stilte‘ staat een gedicht voor Marleen de Crée (1941-2021). Marleen de Crée leerde ik kennen toen we haar voor MUGzine #6 in 2021 vroegen. Ze reageerde meteen enthousiast en haar gedichten die ze inleverde rond het thema ‘Insomnia’ waren zo goed gekozen en geschreven. Ik was dan ook verrast en verdrietig toen ik vernam van haar zelf verkozen dood samen met haar man Jean.
Het gedicht ‘voor marleen de crée ‘met een zacht potlood’ wordt in ‘Voetafdruk van stilte’ voorafgegaan door woorden van Marleen: “De stilte, Hanna, is het woord willen en zonder het woord kunnen we niet zeggen dat we de stilte liefhebben’.
.
voor marleen de crée ‘met een zacht potlood’
.
vita vita
leven en lezen
met de nadruk op geen van beide
en het hart op alle twee
.
oktober is wachttijd
verwaaid blijven liggen
in het wit tussen de regels
.
fluisterlicht
verloren woorden die jou
in de stilte van het water
hoorbaar maken
sybilla legt warme vleugels
rond mijn stem
druppelpunt is raakpunt
wortels in de grond
.
uit jouw stilte
groeien woorden
rozen en rozen.
.
Liefdesgedicht
Hanna Kirsten
.
Opnieuw leer ik een dichter kennen; Hanna Kirsten (1947). Ik kende haar niet maar ik heb hier haar nieuwste bundel in handen, uitgegeven door uitgeverij P begin dit jaar. Hanna Kirsten, pseudoniem van Johanna Bral, was tien jaar werkzaam als lerares Nederlands en Verbale Expressie in Antwerpen. Ze publiceerde gedichten in tal van tijdschriften en werd met haar poëzie in verschillende bloemlezingen opgenomen. Ze debuteerde in 1973 met ‘Adem voor vogels’ en publiceerde ze nog ‘Het is erg wit wat er staat’ (1975), ‘De kou is uit de lucht’ (1979), ‘De lucht hangt nog vol dagen’ (1983), ‘Elders wonen’ (2003), ‘Korst en kruim’ (2005) en ‘Hoe sterk is de hechtzijde’ (2007).
En dan verschijnt er nu, 18 jaar na haar laatste bundel dus een nieuwe bundel ‘Voetafdruk van stilte’. Dichter Lut De Block schrijft in het voorwoord over deze bundel: “Voetafdruk van stilte bevat subtiele, intimistische gedichten over liefde en ouder worden, waarbij alle clichés over ‘starre oudjes, triomfantelijk ontkracht worden. de actuele gedichten (over asielzoekers, discriminatie, covid) lijken eenvoudig maar zijn diepmenselijk en geëngageerd. en zoals de winterwereld zachter oogt met een aarzelend laagje sneeuw, zo klinken de gerijpte ‘in memoriam’-gedichten nooit somber of doods. Ze krijgen een Szymborskiaanse lichtvoetigheid mee en getuigen vooral van het leven. ”
Dat belooft veel en ik moet zeggen dat Lut de Block de spijker op zijn kop slaat. In sobere, soms ingetogen maar heldere gedichten beschrijft Hanna Kirsten precies die onderwerpen. Ik ben vooral erg geporteerd van het hoofdstuk getiteld ‘jy is my liefling en ek is so bly’ een zin uit het gedicht ‘Allerliefste’ van de Zuid Afrikaanse dichter Breyten Breytenbach. Uit dat deel van de bundel nam ik het titelloze gedicht op pagina 35.
.
ik loop traag
een afdalende weg
droom van een zachte winter
.
mensen op leeftijd
dor hout?
.
zacht hout van naaldbomen
hun toppen door de wolken heen
.
onmacht en rusteloosheid
breken op als ijs dat gaat kruien
.
liefste, herinner me
aan je aanwezigheid
in het kleurveld van een dag
woorden zijn gevonden veren
.
zing van een lente
geen betere tijd
om te zoenen
.
Literair Paspoort
Internationaal Poëziefestival
.
Tot 2013 had Den Haag een jaarlijks literair festival onder de naam Dichter aan huis. Het ene jaar dichters en het andere jaar schrijvers droegen in huiskamers voor uit eigen werk. Met een passe-partout kon je één of twee dagen naar hartenlust van poëzie genieten. De manifestatie ‘Dichter aan Huis’, die in 1991 als een éénmalige gebeurtenis was bedacht, en in 1993 nog eens éénmalig werd herhaald, was een dermate groot succes dat de organisatie er wegens succes een tweejaarlijkse traditie van maakte. In 2016 was nog eenmaal een herstart van dit festival maar daarna hield Dichter aan Huis op te bestaan.
Ik vind dit om twee redenen heel jammer. Allereerst is een festival als deze, bij mensen thuis in hun woonkamer, heel intiem en verrassend. Je bent met een kleine groep liefhebbers en de dichters zitten bijna bij je op schoot. Heel anders dan een groot festival waarbij de dichter op een podium in de verte staat (zoiets heeft uiteraard ook zijn charme). De andere reden dat ik het spijtig vind dat het ophield te bestaan is dat dit in de wijk werd georganiseerd waar ik woon. Ik had mijn huiskamer heel graag ter beschikking gesteld aan een optredend dichter.
En het waren niet de eerste de beste dichters die hier voordroegen: Jean-Pierre Rawie, Charlotte Mutsaers, Abdelkader Benali, Ilja Leonard Pfeijffer, Adriaan van Dis, F. Starik, Ilja Leonard Pfeijffer en Rutger Kopland zijn maar een paar van de namen die destijds meededen met dit festival.
De stichting Dichter aan Huis deed echter meer. Zo organiseerde men in ambassadeurswoningen het internationale poëziefestival Literair Paspoort in Den Haag en Wassenaar met tal van internationale dichters, waarbij samengewerkt werd met verschillende ambassades in de hofstad en de Nederlandse Taalunie. Het festival had drie edities: 1998, 2002 en 2004. De editie 2000 werd afgelast vanwege niet-toekenning van een deel van de benodigde subsidie.
Van elke editie werd een bundel samengesteld. Ik heb die van 2002 en 2004 pas geleden gekocht bij Colette. In de versie van 2002 staan vele prachtige internationale dichters uit alle delen van de wereld maar ook uit Nederland zoals Remco Campert, Gerrit Kouwenaar, Serge van Duijnhoven en K. Michel . Het is bijna een Poetry International programma. Uit deze bundel koos ik een gedicht van de Vlaamse dichter Geert van Istendael (1947) met het toepasselijke gedicht ‘Keukentafel’ want ik weet dat er ook aan de keukentafel gedichten werden voorgedragen.
.
Keukentafel
.
Er zit een gat in het blad. En het is krom.
Het heeft gewerkt en zij heeft laten werken.
Eenkennig werd zij nooit. Veelgodendom
van sap en bier en bloed was altijd welkom
binnen de kringen van haar heiligdom.
.
Haar stutten zijn geen zuilen. Het zijn poten,
viervuldig hun geloof, maar steeds oprecht.
Wat niet beweegt is wat het beste vecht.
.
De stilte
Jan van Nijlen
.
Dat er heel veel themapoëziebundels zijn uitgegeven in de loop der jaren zal voor de vaste lezer van dit blog geen nieuws zijn. Over de meest uiteenlopende onderwerpen zijn bloemlezingen verschenen. Of het nu gaat over verzet, roken, fietsen, troost, de tweede wereldoorlog of beta’s, je kunt het zo gek niet bedenken of er is een verzameling gedichten van gemaakt.
Blijkbaar voorziet de bundeling van gedichten per onderwerp of thema in een vraag van poëzieliefhebbers. In de jaren 1979, 1980 en 1981 verscheen bij Erven Thomas Rap een serie Thema-poëzie. Onderwerpen waren de fiets, de moeder, Het werk, de vogel, de stad, het kind, de tuin en de dood. Maar ook de stilte. In 1980 stelde Kees Fens de bloemlezing ‘De stilte’ samen en in die bloemlezing staat het gedicht ‘De laatste dagen’ van Jan van Nijlen. Deze Vlaamse dichter (1884-1965) was ambtenaar, dichter en essayist.
In 1906 debuteerde van Nijlen met de bundel ‘Verzen’ en voor zijn werk (proza en poëzie) ontving hij onder andere de Constantijn Huygensprijs (1963) en de Staatsprijs Vlaamse Poëzie (1934). Van Nijlen is bij de meeste mensen (zeker in Antwerpen) bekend door zijn gedicht ‘Bericht aan de reizigers’ dat uit zijn bundel ‘Geheimschrift’ uit 1934 komt en dat in 2011 in het centraal station van Antwerpen onthuld werd.
Van Jan van Nijlen is in de bloemlezing ‘De stilte’ het gedicht ‘De laatste dagen’ opgenomen uit ‘De dauwtrapper’ uit 1947.
.
De laatste dagen
.
Een blauwe schotel bleef, met enkle vruchten,
vannacht in het prieel op tafel staan,
en daarop schijnt, door winde en wilde wingerd,
een laatste straal van de verdoofde maan.
.
Geen wind beweegt de donkre notelaren,
rond zonnebloem en volle dahlia
gonst geen insekt: ’t is de volmaakte vrede
die eeuwig lijkt, als kwam niets daarna.
.
O laatste, warme dagen van september,
de weemoed van uw licht gloeit ook in mij,
ik laat, als gij, mij met een glimlach glijden
naar dood en vrede, beiden zo nabij.
.















