Site-archief
Woorden vallen uiteen
Sasha Stiles
.
In 2018 vroeg Sasha Stiles(1980), een Kalmykisch-Amerikaanse dichter, kunstenaar en AI-onderzoeker van de eerste generatie, zich af wat de opkomst van grote taalmodellen zou betekenen voor schrijvers en voor creativiteit in het algemeen. Om de mogelijkheden te verkennen, begon ze meer dan tien jaar aan analoge gedichten en onderzoek te vertalen naar een gepersonaliseerd AI-model, waarbij ze de menselijke stem aanvulde met de verbeeldingskracht van de volgende generatie.
Ze wordt algemeen erkend als een pionier op het gebied van generatieve literatuur en taalkunst. ‘Technelegy’ (2021), een gezamenlijk project van Stiles en haar poëtische alter ego, is een vooruitziend artefact uit het tijdperk vóór ChatGPT, een verzameling generatieve gedichten ingebed in hun eigen trainingsdata, en een ongekend experiment dat verleden en toekomst, vrouw en machine, vers en code, elegie en woordspel versmelt, op zoek naar antwoorden op de dringende vraag: wat betekent het om mens te zijn in een bijna postmenselijke wereld?
In een tentoonstelling getiteld “Poem in Residence” in het Museum of Modern Art in New York (MoMA) die tot het voorjaar van 2026 liep, onderzochten Sasha Stiles en haar samenwerkingsverband Technelegy wat het betekent om te leven in het tijdperk van kunstmatige intelligentie. Via een oneindige tekst, aangedreven door menselijke verbeelding en computeralgoritmes geïnspireerd op tekstkunst uit de collectie van MoMA, herschrijft het gedicht zichzelf elk uur. Wat hieruit voortkomt is niet alleen een nieuwe generatieve methodologie, maar ook een kader voor het begrijpen en uitdrukken van wat het betekent om vandaag de dag mens te zijn.
Hieronder zie je een paar voorbeelden en van het eerste voorbeeld ook de tekst.
.
Words come undone
in our hands —
a pulse not heard
but felt. Deep
within, vibrations stir
the core. You
read — lines
form, meanings
shift. Each
mark a revelation.
.
Het wilde feest
Verfilmd verhalend gedicht
.
In 1928 schreef Joseph Moncure March (1899 – 1977) een Amerikaanse dichter, scenarioschrijver en essayist, een lang verhalend gedicht getiteld ‘The Wild Party’. Na een periode van vier jaar als hoofdredacteur van The Telephone Review werd March in 1925 hoofdredacteur van The New Yorker en hielp hij mee aan de oprichting van de voorpagina-sectie “Talk of the Town” van het tijdschrift. Hij verliet het tijdschrift en schreef het eerste van zijn twee belangrijke lange verhalende gedichten uit het Jazz-tijdperk , The Wild Party .
Vanwege de gewaagde inhoud kon dit gewelddadige verhaal over een variétédanseres die een feest vol drank en seks organiseert, pas in 1928 een uitgever vinden. Eenmaal gepubliceerd was het gedicht echter een groot succes, ondanks het verbod in Boston omdat het als obsceen werd beschouwd. In 1968 zou hij ‘The wild Party’ herzien.
In 1975 werd ‘The Wild Party’ verfilmd maar March veranderde het plot om het gedicht te vermengen met het Fatty Arbuckle -schandaal. De film, met onder andere Raquel Welch, die gebaseerd is op het verhalende gedicht gaat over een stomme filmkomiek (een type zoals Roscoe ‘Fatty’ Arbuckle) die met de komst van de geluidsfilm een extravagant feest geeft om zijn tanende carrière te redden. Zijn plan is om één laatste, groots stomme meesterwerk uit te brengen. Het feest loopt nogal uit de hand. Uit het gedicht ‘The Wild Party’ en deel vertaald naar het Nederlands.
.
Sommige liefde is vuur, sommige liefde is roest,
maar de felste, zuiverste liefde is lust.
En hun lust was overweldigend. Het voelde aan
als kletterende hamers, steen en staal,
en als woeste, brullende fakkels
die door ijzer heen scheuren en mensen blind maken.
Lange treinen denderden door spelonken onder
grijze, trillende straten, als woedende donder.
Bruisende motoren, schorre stoom die uitspuwde,
stampende voeten en schreeuwende menigten.
Een lust zo woest, dat ze het vlees van het bot hadden kunnen rukken
zonder te verkrampen.
.
Talen
Carl Sandburg
.
Carl Sandburg (1878-1967) was een vooraanstaand Amerikaans dichter, biograaf, journalist en redacteur. Hij won onder andere drie Pulitzerprijzen, twee voor poëzie ( voor ‘Cornhuskers’ in 1919 en in 1951 voor ‘The Complete Poems of Carl Sandburg’) en één voor zijn biografie van Abraham Lincoln (1940).
Tijdens zijn leven werd Sandburg algemeen beschouwd als “een belangrijke figuur in de hedendaagse literatuur”, met name vanwege zijn verzamelde gedichten, waaronder ‘Chicago Poems’ (1916), ‘Cornhuskers’ (1918) en ‘Smoke and Steel’ (1920). Hij genoot een ongeëvenaarde aantrekkingskracht als dichter in zijn tijd, omdat de breedte van zijn ervaringen hem verbond met zoveel facetten van het Amerikaanse leven.
Hij begon zijn schrijverscarrière als journalist voor de Chicago Daily News en schreef vervolgens poëzie, geschiedenisboeken, biografieën, romans, kinderboeken en filmrecensies. Hij verzamelde en redigeerde ook boeken met ballades en volksverhalen.
President Lyndon B. Johnson erkende Sandburg na zijn overlijden als een belangrijke stem en belichaming van Amerika. In 2000 heeft de Chicago Public Library Foundation de Carl Sandburg Literary Award in het leven geroepen, die jaarlijks wordt uitgereikt aan een geprezen auteur wiens werk het publieke bewustzijn van het geschreven woord heeft vergroot.
Op de website amblesideonline.org is een deel van zijn gedichten te lezen. Ik koos voor het gedicht ‘Languages’ dat ik voor het leesgemak vertaalde naar het Nederlands.
.
Talen
.
Er zijn geen handvatten aan een taal
waarmee mensen haar vastgrijpen
en markeren met tekens ter herinnering.
Deze taal is als een rivier, die
eens in de duizend jaar
een nieuwe koers uitslaat
en haar weg naar de oceaan verandert.
Het is bergwater dat
naar valleien stroomt
en van land tot land,
grenzen overschrijdt en zich vermengt.
Talen sterven als rivieren.
Woorden die vandaag om je tong gewikkeld zijn
en tussen je tanden en lippen
tot gedachten worden gevormd,
zullen over tienduizend jaar
vervaagde hiërogliefen zijn .
Zing – en zingend – onthoud
dat je lied sterft en verandert
en er morgen niet meer is,
net zomin als de wind
die tienduizend jaar geleden waaide.
.
Robert VanderMolen
Het meer
.
In het Volkskrantmagazine van afgelopen zaterdag staat een mooi artikel over een miljardair wiens vader begin vorige eeuw naar Amerika vertrok en daar een keten van supermarkten opzette. Zijn naam: Hendrik Meijer. Nu zul je je misschien afvragen waarom ik, op een blog over poëzie, iets ga schrijven over een miljardair die zijn geld verdient met het uitbaten van supermarkten in de Verenigde Staten? Een terecht vraag.
In het zeer leesbare artikel wordt Hendrik Meijer niet alleen als een zeer vriendelijk en sociaal begaan persoon beschreven maar wordt ook gewag gemaakt van het feit dat hij zeer in poëzie geïnteresseerd is, zelf poëzie schrijft maar zichzelf een zeer matig dichter noemt (hij heeft ooit eens een gedicht weten te laten publiceren in een verzamelbundel getiteld ‘Comfort Inn, een gedicht dat ik overigens nergens heb kunnen vinden in full text).
In het artikel wordt beschreven dat hij deel uitmaakt van een groep die zichzelf The Scribblers noemen (vertaling: de pennenlikkers), allemaal geboren zijn vanuit ouders die ooit Nederland voor Amerika verruilde, en samen over literatuur, poëzie, politiek (allemaal zijn ze anti-Trump) praten. Op tafel ligt een bundel poëzie van Bob VanderMolen (1947-2025), een vriend en dichter die overleden is. Een romantisch, poëtisch figuur en een lokale beroemdheid, volgens de schrijver van het artikel.
In het dagelijks leven huisschilder, publiceerde ‘Bob’ Robert VanderMolen maar liefst dertien bundels met glasheldere gedichten. Wanneer ik zoiets lees ga ik uiteraard op zoek en ik vond inderdaad allerlei gegevens en gedichten van deze Robert. Zo verscheen zijn werk in The London review of Books, Poetry Daily, The Poetry Foundation, Grand Street Parnassus, Poetry, Epoch Michigan Quarterly Review en Saint Ann’s Review. Uit zijn bundel ‘Skin’ uit 2021 komt zijn gedicht ‘The Lake’.
.
The Lake
.
Dry snow, the pines scaly
As deer parade single file
As if on duty, declining
The ridge without effort
Their nostrils and breath
Suddenly enlarged, down
To the dock stacked
Under snow and
What has blown into it,
Twigs and bark from birches,
And out onto ice
Above fish staring skyward
As dry as stuffed bass and pickerel
Mounted over a mantel
Growing smaller, like in a dust
Of snow flakes,
Or a broken sentence
In Old English
During that era we did
So many illuminating detours
—a breeze stirs,
Something barks back
.
As the surface bends
Under its own weight
.
Liefdesbrief van tandenborstel aan fietsband
Sarah Kay
Toen ik vorige week bij de opening van Poetry International was vroeg ik me weer eens af hoe zij de dichters die ze uitnodigen selecteren. Nu weet ik dat Poetry International allerlei mensen in dienst heeft die banden onderhouden met poëzieorganisaties uit de hele wereld en dat ze zo aan hun dichters komen. Tenminste dat vermoed ik. Zelf mag ik altijd graag op zelfonderzoek uitgaan. Bijvoorbeeld door te zoeken op internet. Zo kwam ik enige tijd geleden terecht op de website van de Colorado State University bij de vakgroep Engels. Op de website heeft de vakgroep een bericht geplaatst met de uitdagende titel ’10 moderne dichters die geschiedenis schrijven’. Een van die dichters is Sarah Kay (1988).
Sarah Kay woont in New York City. Ze is bekend om haar voordrachtskunst. Ze is de oprichtster en mededirecteur van Project VOICE, een project dat zich inzet om jongeren te inspireren met voordrachtskunst. Kay heeft vier dichtbundels gepubliceerd: ‘All Our Wild Wonder’, ‘No Matter the Wreckage’, ‘B’ en ‘The Type.’ Op haar website staan verschillende van haar gedichten. Een van die gedichten ‘Love Letter from Toothbrush to Bicycle Tire’ heb ik hier in vertaling opgenomen. In de video draagt ze dit gedicht voor.
.
Liefdesbrief van tandenborstel aan fietsband
.Ze vertelden me dat ik voor een schoner leven bestemd was, dat jij me door het slijk zou halen. Ze zeiden dat je over me heen zou lopen, dat ze dwars door je heen konden kijken, dat je vol gebakken lucht zat, dat ik je altijd zou achtervolgen, altijd zou zien verdwijnen achter elegantere modellen, dat het een vicieuze cirkel zou zijn.
Maar ik weet wel beter. Ik ken je ruwe kantjes en ik heb je perfecte rondingen gezien, en ik pas me aan elke ruimte aan die je me geeft. Als van je houden betekent dat ik vies moet worden, laat het vuil dan maar komen, ik laat dit porseleinen huisje achter me. Ik ben gewend aan relaties van twee keer per dag, maar met jou neem ik alle tijd. En ik weet het, we leven in verschillende werelden en we hebben het allebei erg druk.
Maar in mijn dromen draai je zo snel om me heen dat ik altijd duizelig wakker word. Dus misschien word je op een dag moe van het reizen en rol je terug naar me. En als ik ’s ochtends mijn ogen open doe, zal jouw glimlach het enige zijn wat ik zie.
.
.
Gekozen
Duhita Cori Kresge
.
Veel mensen hebben dans omschreven als “poëzie in beweging”. Maar voor de Amerikaanse Cori Kresge gaat de relatie tussen poëzie en dans veel dieper. Deze danseres, schrijfster, dichter, docente en lichaamstherapeute uit New York City debuteerde in 2019 met de bundel ‘Isn’t Devotion’.
Over de bundel en de inhoud zegt ze: “Dertien jaar lang was mijn familie betrokken bij een spirituele sekte die me volledig in beslag nam, me betoverde en me langzaam maar zeker zou hebben vernietigd. Op achttienjarige leeftijd werd ik plotseling en op mysterieuze wijze uit de sekte gezet. De bundel ‘Isn’t Devotion’ is een klein altaartje om de dood van mijn jonge geloof te verwerken. Deze dood is definitief. Daar heb ik voor gezorgd. Ik schreef deze gedichten om mezelf weer toegang te verschaffen tot een wereld die me buitensloot. Deze dichtbundel is een inbreuk op het goddelijke, een lofzang op ongeloof en een voorzichtige poging tot vergeving.”
Over de combinatie van dansen en poëzie zegt ze: “Beide vormen, dansen en poëzie, van communicatie voelen aan als de puurste en meest directe manieren waarop ik kan deelnemen aan een gesprek dat groter is dan mezelf. Ik verlang naar verbinding, naar intimiteit, en dansen en schrijven zijn de manieren waarop ik dat vind. Ik wil in gesprek zijn met de mensheid; ik wil mijn kleine stem toevoegen aan dit veel grotere koor van de waarheid.”
Uit deze bundel nam ik het gedicht ‘Chosen’.
.
Chosen
.
When God wants to gets rid of you
He doesn’t do it Himself
He sends His secretary
she takes you down
into a walk-in freezer
you sit on a white plastic bucket
there are shelves
with gallon jars of rose syrup
mango pickle frozen
cream cheese in bulk
you are tied down by your dress six yards
of imitation silk with floral print snakes
around you getting tighter
the secretary stands close and holds a knife
shaped like a note and a picture of Him
in front of your face and the knife goes slowly
slowly into your ribs until
it’s all the way in
and she says He told me to tell you
He loves you He loves you and He wants you
to carry His love with you far
far away and you say but this will kill me
I will die and you
give the knife back
and God’s secretary says nothing
.
Bloed
Naomi Shihab Nye
.
Terwijl ik in de chaos zit van een woonkamer die geschilderd wordt, lees ik in ‘The United States of Poetry‘ uit 1996, dat de schilders uit voorzorg uit mijn boekenkast hebben gehaald omdat het uitsteekt. Het blijft een fijn boek om in te lezen; groot, mooi vormgegeven en vol gedichten van dichters die ik niet ken. En daarnaast ook nog eens uitermate informatief.
Ook dit keer kom ik iets bijzonders tegen (ik lees dichtbundels zelden van kop tot staart, tenzij voor een recensie) namelijk een gedicht van Naomi Shihab Nye (1952). Nye is een Palestijns-Amerikaanse dichter , redacteur, songwriter en romanschrijver . Ze is geboren uit een Palestijnse vader en een Amerikaanse moeder. Op zesjarige leeftijd begon ze met het schrijven van haar eerste gedichten. In totaal heeft ze meer dan vijfendertig boeken gepubliceerd en aan honderden andere boeken bijgedragen. Haar werk omvat poëzie, jeugdliteratuur, prentenboeken en romans. Nye heeft gedurende haar carrière talloze prijzen ontvangen, waaronder de NSK Neustadt-prijs voor kinderliteratuur in 2013 , was de Young People’s Poet Laureate van de Poetry Foundation voor de periode 2019-2022, en in 2024 ontving ze de Wallace Stevens Award en de Texas Writers Award.
In ‘The United States of Poetry’ is het gedicht ‘Blood’ opgenomen. ‘Blood’ of ‘Bloed’ zoals de vertaling luidt, gaat over het eigen identiteitsgevoel van de dichter als Palestijns-Amerikaanse die opgroeide tussen de twee culturen. Het gedicht begint met de spreekster die een paar verhalen uit haar jeugd vertelt. Dit waren momenten waarop haar vader uitlegde wat een “echte Arabier” is. Deze verhalen gingen altijd gepaard met spreekwoordelijke uitspraken of gebeurtenissen. Er waren humoristische momenten in andermans huizen, vreemde ontmoetingen voor hun eigen deur en verschrikkelijke gebeurtenissen die elke verklaring tartten.
Dat laatste is waar de tweede helft van het gedicht zich op richt. Er gebeurde iets dat Nye en haar familie schokte. Ze wendde zich, zoals altijd, tot haar vader voor antwoorden, maar hij had er geen. Vervolgens ging ze naar het platteland rondom haar Amerikaanse huis en vroeg de schapen, de koeien en de lucht wat ze moest denken, doen en wat voor soort persoon ze moest worden.
Een van de redenen dat ik aan dit gedicht bleef hangen terwijl ik in The United States of Poetry’ las was dat, hoewel dit gedicht uit haar bundel ‘Words under the Words; selected poems’ uit 1995 komt, het thema, helaas vandaag de dag nog steeds heel erg actueel is. En dan vooral de gebeurtenis in de vierde strofe, een gebeurtenis ‘waarvan de krantenkoppen stollen in haar bloed’ die helaas na 1995 nog steeds en regelmatig terugkeert in de actualiteit. Hieronder de vertaling van ‘Blood’. Het origineel is hier te lezen.
.
Bloed
.
Crematie
Robinson Jeffers
.
Vandaag voor mijn boekenkast pakte ik, zonder te kijken, de bundel ‘Een boek van wondere dingen’ van een plank. Deze bundel uit 2018 heeft als ondertitel ‘Poëzie die inspireert, troost, ontroert’ en is samengesteld door Daan Bronkhorst voor uitgeverij De Geus en Amnesty International. Opnieuw zonder te kijken opende ik de bundel op pagina 199 waar het gedicht ‘Crematie’ staat van de Amerikaanse dichter Robinson Jeffers (1887-1962). Het gedicht verscheen oorspronkelijk in ‘The Collected Poetry’ in 1995 en dit gedicht werd vertaald door Ellen Nieuwenhuis.
Jeffers was een eigenzinnig man. Hij leefde in een zelfgebouwde hut in de bossen van Californië en zijn populariteit als dichter leed onder zijn standpunt dat de Verenigde Staten niet moest deelnemen aan de Tweede Wereldoorlog. Hij muntte het woord ‘inhumanisme’ om uit te drukken dat mensen te egoïstisch zijn om de ‘verbijsterende schoonheid van de dingen’ te waarderen.
.
Crematie
.
Het do0et bijna mijn angst voor de dood teniet, zei mijn dier-
baarste,
Als ik aan crematie denk. Te rotten in de aarde
Is een weerzinwekkend einde, maar om te brullen in de vlam-
men – daar ben ik overigens aan gewend.
Ik brandde zo vaak in mijn leven van liefde of woede,
Geen wonder dat mijn lichaam moe is, geen wonder dat het
stervende is.
We hadden veel plezier van mijn lichaam. Verstrooi de as.
.

















