Site-archief

Lizzy Sara May

Bijna vergeten dichter

.

Dichter en schrijfster Lizzy Sara May (1918-1988) zal voor de meeste lezers waarschijnlijk geen bekende naam zijn. Wellicht heb je ooit de naam weleens gehoord maar haar werk wordt niet of nauwelijks nog gelezen. Ze werd als Lissie Sara Maij geboren (Lizzy Sara May is een wat internationaler klinkend pseudoniem). Ze was aanvankelijk balletdanseres en mimespeelster, en debuteerde in 1956 met ‘Blues voor voetstappen’ waarin ze duidelijk affiniteit vertoont met het werk van de Vijftigers. De bundel werd opgedragen aan haar overleden joodse ouders. Ook in de daarna volgende dichtbundels experimenteerde ze met rijmloze associatieve verzen. Zoals in ‘Weerzien op een plastic-huid’ uit 1957. Ze werd echter bekender door haar proza, dat deels autobiografisch is en vaak de moeilijke relatie van een vrouw tot haar vader behandelt.

In de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw publiceerde ze met regelmaat in literaire tijdschriften als De Gids, De Nieuwe Stem, Maatstaf, en Roeping. In 1988 verscheen voor het laatst een dichtbundel van haar hand getiteld ‘Het depressionisme’. In 1978 werden gedichten van haar gebundeld in ‘Gebruikspoëzie’. Een dichter die werd gewaardeerd maar nooit helemaal is doorgebroken. De relatie tot haar vader, de oorlog en het jood-zijn vormen de centrale thema’s van haar werk.

Dat blijkt ook uit het gedicht ‘Vaderhand’ dat ik las in ‘O wie was mijn vader wie was ik’ gedichten over de vader, bijeengebracht door Lucie Th. Vermij uit 1995. Dat gedicht (met de zin waarnaar de verzamelbundel is genoemd) werd gepubliceerd in ‘Tijd voor magnetisch vuur’ uit 1963.

.

Vaderhand

.

Beter het donkere dorp

dan de lichtende stad die

op elke straathoek vraagt

om vuur

zie mijn vader

.

en mijn vader gaf vuur

.

de hele nacht branden de

reclames gaten in de hemel

het dorp daarentegen ligt over

pasgekarnde aarde te slapen

en melkt zijn dromen

zei mijn vader

.

en mijn vader brandde gaten

.

niemand besloeg het plaveisel

als een held

heldhaftig kroop ik tussen

huizen door tussen steden door

kroop[ ik heldhaftig langs

lange wegen

.

waar was de held die viel

die werd weggedragen

.

mijn vader droeg zichzelf

.

ik keek naar het vuiurwerk

maar er was geen ster zo groot

of er hingen tranen aan

ik keek ik keek ik sprong

door de lichtende duisternis

van mijn kinderjaren

.

o wie was mijn vader woe was ik

.

matrozen liepen door tuinen

soldaten liepen door de goten

ik lag op een speelweide

en zag de grote mensen

.

en de vaderhand

verend gespannen van kracht

werd een mens werd een man

liep fluitend naar een

melodramatisch einde

.

Zij is mijn moeder niet maar zwaait

Kira Wuck

.

Het kan je zomaar gebeuren, je loopt in een park en er zwaait iemand naar je. Iemand die je niet kent. Kira Wuck (1978) schreef er het gedicht ‘Zij is mijn moeder niet maar zwaait’ over. Het komt uit haar bundel ‘Finse meisjes’ uit 2012.

.

Zij is mijn moeder niet maar zwaait

.

Een vrouw met rossig haar

en zwarte rok loopt door het park

zij is mijn moeder niet maar zwaait

.

soms ging ik naar de stad

misschien liep ze tussen de mensen

op haar hoge hakken

een angstige reiger

waaromheen de lucht bevroor

.

ik zocht en zocht tot er niemand meer was

.

misschien huilde ze

misschien was ze gelukkig

.

Gebonden

Herman van Veen

.

Dat Herman van Veen bekend en geliefd is mag wel duidelijk zijn. Op zijn Wikipedia pagina staat hij omschreven als toneelartiest, acteur, auteur, singer-songwriter, muzikant en schilder. Dat hij ook dichter was wordt niet genoemd, wat opvallend is want op zijn eigen website staat wel een kopje ‘schrijver’ met daaronder het kopje ‘liedjes, verhalen & gedichten’.

Die liedjes en die verhalen kennen de meeste van ons wel, de verhalen van Alfred J. Kwak en liedjes als ‘Hilversum 3’ en ‘Anne’ om er maar een paar uit een eindeloos lange reeks te noemen. De gedichten zijn minder bekend. En toch was er een tijd dat ook de poëzie van Herman van Veen zeer goed verkocht.  In een gratis mee te nemen boekentafel op het station van Den Haag vond ik zijn bundel “gebonden” uit 1978. Het betreft hier een derde druk binnen 5 maanden! Hoewel de bundel stevig is (96 pagina’s) zijn veel van de gedichten kort tot zeer kort. Een paar voorbeelden:

.

kind

mens

in onvolwassen staat

de reutel

nog niet in de keel hebbende

*

al eeuwen

gebukt

onder het juk

van de armen

deo in excelsis

deo in dorant

*

ze waren zo beschaafd

ze neukten met mes en vork

en nooit met volle mond

.

Grappig, soms curieus maar altijd met het taalgevoel dat we van Herman van Veen kennen. Maar er staan ook serieuze gedichten (allemaal zonder titel overigens) in deze bundel, gedichten waarover je je gedachten kan laten gaan. Het gedicht over een soldaat maakt dat duidelijk.

.

als een soldaat

iemand doodschiet

schiet hij

uiteindelijk

zichzelf dood

.

dat dacht de man

voor het vuurpeloton

.

maar

hij had geen tijd meer

om dat uit te leggen

.

en dat maakte hem nog verdrietiger

.

maar hij had tenminste de troost

dat zijn verdriet

van korte duur was

.

Tot slot nog een aantekening. In deze bundel staan een paar, in twee verschillende handschriften geschreven tekstjes als ‘denkend aan alle goede momenten die we samen met H.v.V. hebben doorgebracht, voelde ik me “gebonden” jou deze bundel te geven. En: Met de zoete herinnering aan een onverwacht, gestolen samenzijn met jou, Baukje, Lekkum, 2 februari 1979. Ook dat maakt zo’n bundel extra bijzonder.

.

Rijmelarij

Holland op z’n malst

.

In de nieuwsbrief van Meander en op verschillende social media kanalen verzorgt Jos van Hest al geruime tijd de rubriek Readymades. In deze rubriek verzamelt hij allerhande uitingen die hij tegenkomt en die op de een of andere manier als een vorm van readymade poëzie gezien kan worden. In de Volkskrant is er een rubriek die een beetje hetzelfde doet onder de noemer ‘De poëzie ligt op straat’.

Ik moest meteen denken aan deze twee vrolijke vormen van ‘poëzie’ toen ik in een kringloopwinkel een bundeltje tegen kwam (en kocht) met de titel ‘Holland op z’n malst’ uit 1978, een bundeling van koddige en ernstige opschriften op luifels, wagens, glazen, borden, graven en elders, samengesteld door Sam Waagenaar. Lezend in dit grappige bundeltje moest ik ook regelmatig denken aan de categorie Gedichten op vreemde plekken die ik jarenlang op dit blog heb bijgehouden.

In zijn inleiding schrijft Waagenaar dat na de serie oorlogen tegen Engeland er een tijd aanbrak van welvaart, In de schilderkunst maar ook in de literatuur. Hij haalt Vondel, Hooft en Cats aan en naar aanleiding van het lofschrift van Vollenhove op de dichter P.C. Hooft waarin hij schrijft: “Zoo ooit uw pen zich eer of duur belooft, begin toch niets in ’t Neerduitsch zonder Hooft”  vervolgt hij met: “Dat stukje literair advies werd volkomen nonchalant opzij gegooid, maar toch, misschien geïnspireerd door de grote Nederlandse dichters, nam Jan en Alleman de pen op en dichtte op zijn beurt.”

De resultaten waren niet direct verbeterde ediuties van de Gijsbrecht maar dat deed er niet toe, als ’t maar rijmde. Zodoende werd het rijmen en dichten een soort volksziekte, waarbij vergeleken het tegenwoordig op papier zetten van Sinterklaasgedichtjes niets anders dan een bloedarmoedige imitatie is. Ook de middenstand gaf zich hieraan over. Omdat er destijds nog geen reclame-experts waren, deed men dit gewoon zelf. Gedichtjes en rijmen werden geplaats op glazen, geschilderd op uithangborden, muren, deuren, schuttingen en toiletten.

In 1690 had een Amsterdamse uitgever Jeroen Jeroense, het idee om een verzameling aan te leggen van al deze puntdichten en graffiti.Veertig jaar later, in 1731 had hij drie verdere versies uit zijn uitgebreide verzameling toegevoegd. Uit de 2500 door Jeroense verzamelde dichterlijke vondsten koos Waagenaar 350 rijmelarijen en deze werden in dit bundeltje gepubliceerd. Hieronder een paar van de leukste voorbeelden.

.

Een paar Glas-schriften:

Hoe kan een jonge Vrou, een out man zoo bedriegen? Een ander maakt het Kint, en hy moet zitten wiegen.

Die in Venus Lusthof wil wandelen, moet stout zyn in ’t verzoek en zagtjes in het handelen.

Myn hert en tong blyft even jong. Maar myn standaart en myn bienen willen my niet langer dienen.

Een paar Luifel-schriften:

Tot een bakker omtrent Heusden:

Kain sloeg Abel in ’t Oosten doot, daarom woont hier Abel in ’t Westen, en hij bakt er broot.

Tot een Spekverkoper:

Die Saucysen koopt en weduwen trouwt, weet niet wat daar is in gedouwt.

Een paar Graf-schriften:

te Maaslands Sluis:

Hier in der aarde, by de swarte mollen, leid een Ontvanger van verscheiden Tollen; Is de Ziel in den Hemel, zo is alle dingen wel, want daar waaren ‘er veel die hem wenschten in de Hel.

Hier lyt Tryn Snaps, sy had altyd veel klaps, en dit en heeft ‘er tot den einde niet berouwen, maar ze leit daar ze leit, ze zal nou haar bek wel houwen.

.

Jouw muren vormden maar een huis

Saskia De Vriese

.

In 2025 verscheen bij uitgeverij De Zeef de bundel ‘Vulpasta’ van Saskia De Vriese (1978). In het dagelijks leven begeleider van personen met een beperking en hun netwerk, in haar vrije tijd dichter. Deze bundel behaalde de shortlist van De Zeef Poëzieprijs en eerder, in 2023 won zij met haar gedicht ‘Jouw muren vormden maar een huis’ dat ook in ‘Vulpasta’ staat, de Poëzieprijs Boontje in Dendermonde.

Zij volgde poëziecursussen bij ‘De Dichters’ en lessen bij Ivo van Strijtem. Gedichten van De Vriese verschenen in verschillende gelegenheidsbundels en bloemlezingen en haar gedicht ‘Bewaarder’ die ook in ‘Vulpasta’ is opgenomen, was het Uitverkoren gedicht van Woordentij in juli 2025. In een recensie op Meander schrijft Taco van Peijpe dat  Saskia De Vrieze met de bundel ‘Vulpasta’ een origineel en overtuigend debuut heeft geschreven: ‘In eenvoudige taal, zonder een woord te veel, geeft de dichter indringende sfeertekeningen. Bij elkaar vertellen de gedichten over belevenissen van een hoofdpersoon die zich ontwikkelt als was het een romanpersonage.’

Ik heb gekozen voor het fraai gecomponeerde gedicht ‘Jouw muren vormden maar een huis’ waarvan ik goed begrijp dat dit gedicht bekroond werd.

.

Jouw muren vormden maar een huis

.

ik wist al aan je voordeur dat ik niet lang zou blijven

een hoge drempel binnenshuis

geen kapstok voor mijn oude jas in je hal

te grote maten in je keuken

te weinig kruiden in je kast

.

op zolder stof van jaren ongeduld

dat de haren in mijn neus liet kriebelen, niet mijn zinnen

gegolfde pannen op je dak

waren die van glas gemaakt, ik had wat langer kunnen blijven

.

en in je tuin alleen een afgezaagde eik

die niet meer neer hoeft te kijken

op de adders onder het gras

geen weelderig groen

geen enkel achterpoortje

.

Vloek van de oorlog

Li Tai Po

.

De Chinese lyriek behoort, samen met de Hebreeuwse en de Indische lyriek, tot de oudste van de wereldliteratuur (meer dan duizend jaar oud). Maar voor de Chinezen blijft deze literatuur tot op de dag van vandaag actueel en gelezen. En dat betreft vooral de verzen van lyricus, avonturier en drinker uit de T’ang periode Li Tai Po (701-762) of zoals hij tegenwoordig beter bekend is Li Bai. Li Bai wordt ook wel de onsterfelijke dichter genoemd en wordt beschouwd als de grootste Chinese dichter aller tijden.

In de bundel ‘Hart van Jade’ Chinese lyriek uit 1978 (derde druk) wordt Li Bai echter steeds opgevoerd als Li Tai Po en leefde hij van 702-763. Dichter Willem Brandt (1905-1981) heeft bijna dertig jaar in het Verre Oosten doorgebracht. Zijn poëzie is als resultaat daarvan sterk door oosterse motieven beïnvloed. Zijn aanrakingen met China gaven hem het gevoel van een bijzondere affiniteit ten aanzien van de klassieke Chine lyriek waarvan hij vele verzen herdicht heeft. Volgens deskundigen komen zijn herdichtingen het origineel op onnavolgbare wijze nabij (aldus de inslagtekst van de bundel).

Omdat Brandt zijn aantekeningen begint met Li Tai Po en omdat dit algemeen wordt gezien als de grootste dichter van China hier een gedicht van hem uit de bundel getiteld ‘Vloek van de oorlog’ een titel die nog steeds helaas heel actueel is.

.

Vloek van de oorlog

.

Een mager paard graast in de sneeuw van Tientsjan;

drie legerscharen roeiden zich hier uit.

Een snoer van bekkenelen op de vlakte,

geschrei van hengsten als een schrille fluit,

en raven rijgen, zwarte kraal na kraal,

zich aan de takken die hun knoken rekken.

Dode soldaten tot in het portaal

van het paleis. Laat nu de generaal

zijn doden wekken!

.

Vervloekt de oorlog, vloek over het zwaard.

Wat is het einde van uw waanzin waard?

.

De wijze zal slechts ’t eigen hart doorkerven

tot offerbloed, opdat de mens ervaart

hoe uit de dood het leven te verwerven.

.

Kristal

Ruben van Rompaey

.

Ondanks dat mijn boekenkasten inmiddels uit hun voegen barsten en ik in de meer dan 5500 berichten op dit blog vele dichters de revue heb laten passeren stuit ik nog altijd op nieuwe namen in de poëzie. Zo ook vandaag. In dit geval Ruben van Rompaey (1978). Ik las zijn bundel ‘Houdbare Oevers’ uit 2019.  Van Rompaey is internationaal bekend als componist maar is daarnaast kunstenaar en auteur en dus dichter. ‘Houdbare Oevers’ is zijn debuutbundel.

Na zijn masteropleiding tot docerend en uitvoerend musicus in Rotterdam verbleef hij respectievelijk in New Orleans en Istanboel, waar hij Jazz, oriëntaalse percussie en cultuur studeerde. Hij trad onder meer op in Japan en de Verenigde Staten. In die periode werd hij ook steeds meer geïnteresseerd in literatuur. Als voorpublicatie van zijn debuutbundel verschenen al gedichten in Brabant Cultureel en het in Roemenië gevestigde  internationaal opererende Contemporary Literary Horizon.

Inmiddels woont hij weer in zijn geboorteplaats Bergen op Zoom en werkt hij als docent levensbeschouwing in Antwerpen en treedt hij vooral op als musicus. Uit zijn bundel koos ik het gedicht ‘Kristal’.

.

Kristal

.

Een handjevol liefde

behoeft zoveel het ziet

de sneeuwprinses ontdooit

verder gaat ze niet

.

Die onverlate strooit

het zand in ieders oog

zowaar mijn geestverwant

heerser die zich tooit

.

Symmetrisch symbool

tevoorschijn uit een traan

verdrong ze het dan maar

vergeten als clochard

.

Kouder dan de nacht

alleen de maan verwarmt

de vreemdeling omarmt

incognito haar naam

.

Trapsgewijs erheen

de wijsheid op haar pad

mijn kussen op haar been

er onvoltooid omheen

.

Focus

Bernard Wesseling

.

Nadat ik de bundel ‘Focus’ kocht van schrijver, dichter, slammer en vertaler Bernard Wesseling (1978) ben ik op zoek gegaan naar meer informatie over deze dichter. Mijn eerste bevinding was dat ‘Focus’ uit 2006 de C. Buddingh’ prijs (prijs voor het beste poëziedebuut) won in 2007.  Daarna volgden de bundels: ‘Naar de daken’ (2012) die genomineerd werd voor de J.C. Bloem-prijs en’& de dag ligt open als een ei in zijn gebroken schaal’ uit 2016. Zijn laatste dichtbundel ‘Ontkrachtingen en affirmaties’ verscheen in 2024. Naast zijn dichtwerk schreef Wesseling een aantal romans.

Zijn poëzie is vertaald in het Frans, Grieks en Spaans. Hij vertaalt poëzie en proza (vaak samen met punkrocker Jan de Nijs) vanuit het Engels. In de bundel ‘Focus’  klinkt een koortsige stem die vat probeert te krijgen op de chaos in de wereld. Want wat de een verdraagt is de ander te veel. Dat blijkt uit de bijzondere mix van onderwerpen en thema’s in de bundel, zijn vocabulaire, is zeer hedendaags en in de greep van een alomtegenwoordige beeldcultuur. In een recensie wordt dit debuut benoemd als een koortsig, bezwerend poëziedebuut van een groot talent.

Uit de bundel koos ik het gedicht ‘Zen & de kunst van weten wanneer je te veel bent’.

.

Zen & de kunst van weten wanneer je te veel bent

.

Wie in een vulkaangod gelooft denkt twee keer na

voordat hij de grond onder kwat want hij weet

lava kruipt waar het niet kan komen

.

Het is deze steeg, deze engte heeft iets weg van een trechter

mijn blaas steegvormig

.

Een agent die voor agent speelt laat me afknijpen

wat ik ervan geleerd heb

incasseren

.

Ik bel mijn enige zus en spreek het uit:

je bent een prachtmens

en ik meen het ik meen altijd alles dus

waarom dit niet

.

Tegen de hond die ik niet heb: kop dicht mormel!

voordat hij begint te blaffen want die stuurloze herder is echt

.

Mijn laatste Lucky

wat een junk met succes moet weet ik ook niet

.

 

En wat ik haast vergeten zou

Bas Belleman

.

Journalist, essayist, dichter, vertaler en Shakespeare-kenner Bas Belleman (1978) studeerde cultuur- en wetenschapsstudies aan de Universiteit Maastricht. Naast recensies over proza in Trouw schreef hij over poëzie in Passionate Magazine, de Groene Amsterdammer en het poëzietijdschrift Awater. Ook was hij columnist van dagblad De Gelderlander, schreef hij essays en columns voor Filosofie Magazine en verzorgde hij de programmering van de Maastricht International Poetry Nights. Enkele jaren was Belleman jurylid van de AKO Literatuurprijs. In 2021 verscheen poëzie van Bas in MUGzine #7.

In 2003 debuteerde hij met de bundel ‘Nu nog volop ventilatoren’, deze bundel werd genomineerd voor de Cees Buddingh’-prijs voor beste debuutbundel,  gevolgd jij door ‘Hout’ in 2006 en ‘De drift van Sneeuwwitje’ in 2014. In 2020 verscheen de Nederlandse vertaling ‘Shakespeares Sonnetten’ met daarin de 154 sonnetten en ‘A Lover’s Complaint’. In 2021 won hij voor dit werk de Filter vertaalprijs.

Uit zijn debuutbundel ‘Nu nog volop ventilatoren’ onder redactie van Gerrit Komrij, koos ik het laatste gedicht uit de bundel getiteld ‘En wat ik haast vergeten zou’.

.

En wat ik haast vergeten zou

.

Nog even dit:

.

het woord ‘vervreemdend

.

(een tafel een pen een scheur

in de vitrage voor het raam en ergens

ter lande valt een bonte vogel dood;

zéér vervreemdende regels!)

.

sturen we met liefde naar

de Eeuwige Papierversnipperaar.

.

 

Dagelijkse poëzie chat

Stel zelf je poëziebundel samen

.

Tijdens Poetry International 2025 heeft deze organisatie een poëzie applicatie (app) ontwikkelt en ter beschikking gesteld. De naam van deze app is Daily Poetry Chat. Op de site van Poetry International werd de app als volgt aangekondigd: Een app die poëzie op een verrassend persoonlijke manier naar je toe brengt, afgestemd op je stemming, het weer of wat je ook maar bezighoudt. Stel je eigen poëziebundel samen, deel je favoriete gedichten met vrienden en laat je elke dag verrassen door een gedicht dat bij je huidige gemoedstoestand past.

Tijdens het festival toen de app gepresenteerd werd, hebben dichter Ingmar Heytze en presentator Jennifer Muntslag samen deze app live getest en aan het publiek laten zien wat de mogelijkheden van de app zijn. En die zijn er. Zo kun je in het chatvenster precies omschrijven wat voor soort gedicht je zou willen lezen. Op basis van trefwoorden, gemoedstoestand of zomaar een willekeurig onderwerp kun je je vraag stellen. Omdat deze app een nieuwe technische ontwikkeling betreft vroeg ik een gedicht over nieuwe technische ontwikkelingen.  Als antwoord kreeg ik: Ik heb een gedicht gevonden dat de intrigerende relatie tussen technologie en menselijke ervaring verkent. Geschreven door Sara Uribe, biedt het een blik op hoe nieuwe ontwikkelingen ons leven beïnvloeden. Het bericht eindigt met: Ik ben benieuwd of dit gedicht in lijn is met wat je zocht!

Je kunt in de chat kiezen om gedichten in thema’s te kiezen die de chat je voorlegt of zelf je thema’s kiezen. De taal van de app is niet de taal van (veel van de) gedichten, de gedichten zijn handmatig vertaald en ook beschikbaar in de oorspronkelijke taal. Daarnaast kun je je gedichten opslaan in gepersonaliseerde bundels die met je smaak en stemming meegroeien, en je kunt samen met vrienden een bundel samen stellen of je gedichten delen met vrienden. Kortom, op naar je app store en downloaden maar voor elke dag iets nieuws wat bij je stemming of interesse past.

Het gedicht van de Mexicaanse dichter Sara Uribe (1978) werd vertaald door Lisa Thunissen

.

GEDICHT WAARIN DE SPREKER ER AMPER IN SLAAGT OM MET EEN KORTE VRAAG DE LIJST INSTRUCTIES TE ONDERBREKEN DIE WORDEN GEDICTEERD DOOR EEN MEGAFOON BOVEN HAAR HOOFDEINDE OVER WAT VOOR GEDICHTENMEN ZOU WILLEN DAT ZE SCHRIJFT

We willen dat je een gedicht schrijft in termijnen zonder rente.
Een gedicht met 24 uursservice. Een gedicht met wifi.
Een gedicht gemaakt om op Instagram te posten.
Een gedicht met make-up die niet op dieren is getest.
We willen, uiteraard, een gedicht zonder conserveermiddelen, een vetarm gedicht.
Een cafeïnevrij gedicht, lactosevrij en zonder gluten.

.

————————-Maar willen jullie een gedicht of een venti chai latte soya?

.

We willen een woorden-maak-machientje
een muziekdoosje zonder ballerina
een op afstand bestuurbaar speeltje inclusief batterijen.
Het noumenon-gedicht.
Het homerische gedicht in praesens plus quamperfectum.
Het fenomenale levende kogelgedicht.
Het multidisciplinaire nv-gedicht.
hetzondercatactischetewordenallerpoëtischstegedichtooitgeschreven.com
We willen een polyglot, acrobatisch gedicht, een gedicht
met een T-shirt waarop staat [there is no poem b].
Een gedicht dat je kunt zingen. Dat zichzelf kan bedruipen.
Een gedicht zonder houdbaarheidsdatum.  Ja we willen
een gedicht dat aftelt van negenennegentig tot nul
na het teken van de anesthesioloog. Ja we willen een gedicht dat niet wakker wordt tijdens de operatie.

.