Site-archief

Twee koningen

Tim Pardijs

.

Toen ik mijn kast aan het opruimen was kwam ik de krant van Wintertuin Literair Productiehuis ‘de uitvreters‘ tegen uit 2012. In 2017 deelde ik al eens een gedicht uit deze krant van Rinske Kegel. En toen ik de namen las van de bijdragende dichters en schrijvers vielen me een paar dingen op. Een aantal dichters ken ik, hebben op een podium gestaan dat ik organiseerde, heb ik over geschreven en/of hebben een bijdrage geleverd aan MUGzine (Wout Waanders, Elfie Tromp, Rinske Kegel, Maarten Inghels, Dennis Gaens) maar een aantal, met name dichters, ken ik niet.

En omdat ik altijd nieuwsgierig ben naar nieuwe namen en nieuwe dichters (zelfs al zijn ze van jaren geleden of in het ergste geval al overleden) heb ik de krant opnieuw gelezen. Namen als Johan Roos, Oscar Wyers, Bart van Oost, Bessel en Nasja Covers, allemaal dichters die veelbelovend waren, anders waren ze niet opgenomen in deze krant neem ik aan, maar waar ik dus nog niet eerder heb gehoord. Dat zegt op zichzelf natuurlijk niets. Dichters kunnen een andere weg in zijn geslagen (gaan bijvoorbeeld proza schrijven), stoppen met het schrijven van poëzie of hebben, al dan niet bewust, gekozen voor een bestaan in de schaduw.

Een naam die ik ook las in deze krant, is die van Tim Pardijs (1978), voormalig stadsdichter van Zutphen (2013-2014) en tegenwoordig schrijver, dichter, redacteur bij literair tijdschrift Liter en museumdocent bij CODA. Zijn naam kende ik maar ik had nog niet eerder iets van hem gelezen. Daarom, uit ‘de uitvreters’ het gedicht van zijn hand getiteld ‘2 koningen 13:14-19’.

.

2 koningen 13:14-19

.

Dit is hoe ik heers. Schilden geheven de grenzen bewaakt

met vooral: goede pijlen. Van de twee bomen met veren

van de sterkste vogels. Handenvol schieten mijn

mannen er af en geen pijl vliegt zonder mijn doel.

.

Maar vandaag bezoek ik jou, stervende man van God

met je onmogelijke opdracht. ‘Sla tegen de aarde.’

Mijn brandende ogen kijken naar onze handen op de

boog. Het touw snijdt als je woorden door mijn schild.

.

Hoe vaak kan je met een bos pijlen op de grond

slaan voordat de witte veren groezelig worden,

de blanke schachten versplinteren? Hoe leeg

.

wil je mijn handen hebben? Ik voel je

zachte vingers nog op de mijne,

iedere keer als ik een boog span.

.

Straatpoëzie in het ‘nieuws’

Willem Hussem

.

In de zomerspecial Lezen en Luisteren van Elseviers Weekblad (week 29/30) staat een aardig artikel over Straatpoëzie met als titel ‘Alleen dichters (soms dwazen) mogen schrijven op muren en glazen, geschreven door René van Rijckevorsel. In het artikel beschrijft René een wandeling met Gerben Beutick (masterstudent journalistiek en redactie stagiair bij dagblad Trouw, die deze wandeling langs poëzie in de openbare ruimte verzorgt in opdracht van de bibliotheek Utrecht.

In het artikel wordt de wandeling beschreven; langs welke gedichten men gaat, iets van de achtergrond van de gedichten en de dichters en er wordt wat breder stil gestaan bij straatpoëzie in het algemeen. Straatpoëzie die niet begint bij de neonletters op het verzekeringskantoor Nieuw Rotterdam, een regel van Lucebert ‘Alles van waarde is weerloos’ daterend van 1978, maar die al veel ouder is. Zo wordt bijvoorbeeld de regel ‘De cost gaet voor de baet uyt’ van de Romeinse toneelschrijver Platus dat al sinds 1912 de gevel van een gebouw aan het Damrak in Amsterdam siert, en de regels op de beurs van Berlage van Albert Verwey ‘Beidt uw tijd’ en Duur uw uur’ uit 1903.

Die laatste regels, en dan met name ‘Beidt uw tijd’ staan me heel goed bij. Toen ik in Amsterdam studeerde liep ik dagelijks langs de Beurs van Berlage en las ik die regel al (jaren ’80 van de vorige eeuw). Destijds heb ik er zelfs over geschreven in het huisblad van de P.A. Tiele Academie in Den Haag ‘Schuddegeest’.

De schrijver van het zeer inhoudelijke artikel maakt wat mij betreft wel een uitglijder. Over Ingmar Heytze (1970) van 2009 – 2011 de eerste stadsdichter van Utrecht en ruim vertegenwoordigd in de stad met straatpoëzie, schrijft René: “Heel virtuoos ongetwijfeld, maar het is geen poëzie die patsboem binnenkomt, zoals het gedicht over Truus” (Truus van Lier, verzetsvrouw die haar leven verloor in de oorlog). Ik vind hier wat van. Heytze wegzetten als een dichter zonder inhoud gaat me echt te ver. René begaat hier de fout die veel lezers van poëzie maken en dat is dat een gedicht emotioneel moet zijn of in ieder geval een emotie moet losmaken bij de lezer (en dan bedoelen ze meestal niet de emotie van schoonheid ervaren).

Elders in het artikel wordt het gedicht dat ik hier onder met jullie wil delen van Willem Hussem (1900-1974) als populair en aansprekend beoordeeld. Een aardig gedicht, zeker, maar in vergelijking met gedichten van Heytze zeker niet erboven uit stekend. Uiteraard wordt de onvolprezen studie ‘Poëzie buiten het boek‘ uit 2017 waar ze in 2021 op promoveerde, van Kila van der Starre (1988) aangehaald in het artikel, evenals de gedichten op vuilniswagens in Rotterdam en de Letters van Utrecht. Al met al geen nieuws maar aardig om te lezen, zeker voor lezers die niet veel hebben met poëzie.

.

zet het blauw

van de zee

tegen het

blauw van de

hemel veeg

er het wit

van een zeil

in en de

wind steekt op

.

 

 

Lizzy Sara May

Bijna vergeten dichter

.

Dichter en schrijfster Lizzy Sara May (1918-1988) zal voor de meeste lezers waarschijnlijk geen bekende naam zijn. Wellicht heb je ooit de naam weleens gehoord maar haar werk wordt niet of nauwelijks nog gelezen. Ze werd als Lissie Sara Maij geboren (Lizzy Sara May is een wat internationaler klinkend pseudoniem). Ze was aanvankelijk balletdanseres en mimespeelster, en debuteerde in 1956 met ‘Blues voor voetstappen’ waarin ze duidelijk affiniteit vertoont met het werk van de Vijftigers. De bundel werd opgedragen aan haar overleden joodse ouders. Ook in de daarna volgende dichtbundels experimenteerde ze met rijmloze associatieve verzen. Zoals in ‘Weerzien op een plastic-huid’ uit 1957. Ze werd echter bekender door haar proza, dat deels autobiografisch is en vaak de moeilijke relatie van een vrouw tot haar vader behandelt.

In de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw publiceerde ze met regelmaat in literaire tijdschriften als De Gids, De Nieuwe Stem, Maatstaf, en Roeping. In 1988 verscheen voor het laatst een dichtbundel van haar hand getiteld ‘Het depressionisme’. In 1978 werden gedichten van haar gebundeld in ‘Gebruikspoëzie’. Een dichter die werd gewaardeerd maar nooit helemaal is doorgebroken. De relatie tot haar vader, de oorlog en het jood-zijn vormen de centrale thema’s van haar werk.

Dat blijkt ook uit het gedicht ‘Vaderhand’ dat ik las in ‘O wie was mijn vader wie was ik’ gedichten over de vader, bijeengebracht door Lucie Th. Vermij uit 1995. Dat gedicht (met de zin waarnaar de verzamelbundel is genoemd) werd gepubliceerd in ‘Tijd voor magnetisch vuur’ uit 1963.

.

Vaderhand

.

Beter het donkere dorp

dan de lichtende stad die

op elke straathoek vraagt

om vuur

zie mijn vader

.

en mijn vader gaf vuur

.

de hele nacht branden de

reclames gaten in de hemel

het dorp daarentegen ligt over

pasgekarnde aarde te slapen

en melkt zijn dromen

zei mijn vader

.

en mijn vader brandde gaten

.

niemand besloeg het plaveisel

als een held

heldhaftig kroop ik tussen

huizen door tussen steden door

kroop[ ik heldhaftig langs

lange wegen

.

waar was de held die viel

die werd weggedragen

.

mijn vader droeg zichzelf

.

ik keek naar het vuiurwerk

maar er was geen ster zo groot

of er hingen tranen aan

ik keek ik keek ik sprong

door de lichtende duisternis

van mijn kinderjaren

.

o wie was mijn vader woe was ik

.

matrozen liepen door tuinen

soldaten liepen door de goten

ik lag op een speelweide

en zag de grote mensen

.

en de vaderhand

verend gespannen van kracht

werd een mens werd een man

liep fluitend naar een

melodramatisch einde

.

Zij is mijn moeder niet maar zwaait

Kira Wuck

.

Het kan je zomaar gebeuren, je loopt in een park en er zwaait iemand naar je. Iemand die je niet kent. Kira Wuck (1978) schreef er het gedicht ‘Zij is mijn moeder niet maar zwaait’ over. Het komt uit haar bundel ‘Finse meisjes’ uit 2012.

.

Zij is mijn moeder niet maar zwaait

.

Een vrouw met rossig haar

en zwarte rok loopt door het park

zij is mijn moeder niet maar zwaait

.

soms ging ik naar de stad

misschien liep ze tussen de mensen

op haar hoge hakken

een angstige reiger

waaromheen de lucht bevroor

.

ik zocht en zocht tot er niemand meer was

.

misschien huilde ze

misschien was ze gelukkig

.

Gebonden

Herman van Veen

.

Dat Herman van Veen bekend en geliefd is mag wel duidelijk zijn. Op zijn Wikipedia pagina staat hij omschreven als toneelartiest, acteur, auteur, singer-songwriter, muzikant en schilder. Dat hij ook dichter was wordt niet genoemd, wat opvallend is want op zijn eigen website staat wel een kopje ‘schrijver’ met daaronder het kopje ‘liedjes, verhalen & gedichten’.

Die liedjes en die verhalen kennen de meeste van ons wel, de verhalen van Alfred J. Kwak en liedjes als ‘Hilversum 3’ en ‘Anne’ om er maar een paar uit een eindeloos lange reeks te noemen. De gedichten zijn minder bekend. En toch was er een tijd dat ook de poëzie van Herman van Veen zeer goed verkocht.  In een gratis mee te nemen boekentafel op het station van Den Haag vond ik zijn bundel “gebonden” uit 1978. Het betreft hier een derde druk binnen 5 maanden! Hoewel de bundel stevig is (96 pagina’s) zijn veel van de gedichten kort tot zeer kort. Een paar voorbeelden:

.

kind

mens

in onvolwassen staat

de reutel

nog niet in de keel hebbende

*

al eeuwen

gebukt

onder het juk

van de armen

deo in excelsis

deo in dorant

*

ze waren zo beschaafd

ze neukten met mes en vork

en nooit met volle mond

.

Grappig, soms curieus maar altijd met het taalgevoel dat we van Herman van Veen kennen. Maar er staan ook serieuze gedichten (allemaal zonder titel overigens) in deze bundel, gedichten waarover je je gedachten kan laten gaan. Het gedicht over een soldaat maakt dat duidelijk.

.

als een soldaat

iemand doodschiet

schiet hij

uiteindelijk

zichzelf dood

.

dat dacht de man

voor het vuurpeloton

.

maar

hij had geen tijd meer

om dat uit te leggen

.

en dat maakte hem nog verdrietiger

.

maar hij had tenminste de troost

dat zijn verdriet

van korte duur was

.

Tot slot nog een aantekening. In deze bundel staan een paar, in twee verschillende handschriften geschreven tekstjes als ‘denkend aan alle goede momenten die we samen met H.v.V. hebben doorgebracht, voelde ik me “gebonden” jou deze bundel te geven. En: Met de zoete herinnering aan een onverwacht, gestolen samenzijn met jou, Baukje, Lekkum, 2 februari 1979. Ook dat maakt zo’n bundel extra bijzonder.

.

Rijmelarij

Holland op z’n malst

.

In de nieuwsbrief van Meander en op verschillende social media kanalen verzorgt Jos van Hest al geruime tijd de rubriek Readymades. In deze rubriek verzamelt hij allerhande uitingen die hij tegenkomt en die op de een of andere manier als een vorm van readymade poëzie gezien kan worden. In de Volkskrant is er een rubriek die een beetje hetzelfde doet onder de noemer ‘De poëzie ligt op straat’.

Ik moest meteen denken aan deze twee vrolijke vormen van ‘poëzie’ toen ik in een kringloopwinkel een bundeltje tegen kwam (en kocht) met de titel ‘Holland op z’n malst’ uit 1978, een bundeling van koddige en ernstige opschriften op luifels, wagens, glazen, borden, graven en elders, samengesteld door Sam Waagenaar. Lezend in dit grappige bundeltje moest ik ook regelmatig denken aan de categorie Gedichten op vreemde plekken die ik jarenlang op dit blog heb bijgehouden.

In zijn inleiding schrijft Waagenaar dat na de serie oorlogen tegen Engeland er een tijd aanbrak van welvaart, In de schilderkunst maar ook in de literatuur. Hij haalt Vondel, Hooft en Cats aan en naar aanleiding van het lofschrift van Vollenhove op de dichter P.C. Hooft waarin hij schrijft: “Zoo ooit uw pen zich eer of duur belooft, begin toch niets in ’t Neerduitsch zonder Hooft”  vervolgt hij met: “Dat stukje literair advies werd volkomen nonchalant opzij gegooid, maar toch, misschien geïnspireerd door de grote Nederlandse dichters, nam Jan en Alleman de pen op en dichtte op zijn beurt.”

De resultaten waren niet direct verbeterde ediuties van de Gijsbrecht maar dat deed er niet toe, als ’t maar rijmde. Zodoende werd het rijmen en dichten een soort volksziekte, waarbij vergeleken het tegenwoordig op papier zetten van Sinterklaasgedichtjes niets anders dan een bloedarmoedige imitatie is. Ook de middenstand gaf zich hieraan over. Omdat er destijds nog geen reclame-experts waren, deed men dit gewoon zelf. Gedichtjes en rijmen werden geplaats op glazen, geschilderd op uithangborden, muren, deuren, schuttingen en toiletten.

In 1690 had een Amsterdamse uitgever Jeroen Jeroense, het idee om een verzameling aan te leggen van al deze puntdichten en graffiti.Veertig jaar later, in 1731 had hij drie verdere versies uit zijn uitgebreide verzameling toegevoegd. Uit de 2500 door Jeroense verzamelde dichterlijke vondsten koos Waagenaar 350 rijmelarijen en deze werden in dit bundeltje gepubliceerd. Hieronder een paar van de leukste voorbeelden.

.

Een paar Glas-schriften:

Hoe kan een jonge Vrou, een out man zoo bedriegen? Een ander maakt het Kint, en hy moet zitten wiegen.

Die in Venus Lusthof wil wandelen, moet stout zyn in ’t verzoek en zagtjes in het handelen.

Myn hert en tong blyft even jong. Maar myn standaart en myn bienen willen my niet langer dienen.

Een paar Luifel-schriften:

Tot een bakker omtrent Heusden:

Kain sloeg Abel in ’t Oosten doot, daarom woont hier Abel in ’t Westen, en hij bakt er broot.

Tot een Spekverkoper:

Die Saucysen koopt en weduwen trouwt, weet niet wat daar is in gedouwt.

Een paar Graf-schriften:

te Maaslands Sluis:

Hier in der aarde, by de swarte mollen, leid een Ontvanger van verscheiden Tollen; Is de Ziel in den Hemel, zo is alle dingen wel, want daar waaren ‘er veel die hem wenschten in de Hel.

Hier lyt Tryn Snaps, sy had altyd veel klaps, en dit en heeft ‘er tot den einde niet berouwen, maar ze leit daar ze leit, ze zal nou haar bek wel houwen.

.

Jouw muren vormden maar een huis

Saskia De Vriese

.

In 2025 verscheen bij uitgeverij De Zeef de bundel ‘Vulpasta’ van Saskia De Vriese (1978). In het dagelijks leven begeleider van personen met een beperking en hun netwerk, in haar vrije tijd dichter. Deze bundel behaalde de shortlist van De Zeef Poëzieprijs en eerder, in 2023 won zij met haar gedicht ‘Jouw muren vormden maar een huis’ dat ook in ‘Vulpasta’ staat, de Poëzieprijs Boontje in Dendermonde.

Zij volgde poëziecursussen bij ‘De Dichters’ en lessen bij Ivo van Strijtem. Gedichten van De Vriese verschenen in verschillende gelegenheidsbundels en bloemlezingen en haar gedicht ‘Bewaarder’ die ook in ‘Vulpasta’ is opgenomen, was het Uitverkoren gedicht van Woordentij in juli 2025. In een recensie op Meander schrijft Taco van Peijpe dat  Saskia De Vrieze met de bundel ‘Vulpasta’ een origineel en overtuigend debuut heeft geschreven: ‘In eenvoudige taal, zonder een woord te veel, geeft de dichter indringende sfeertekeningen. Bij elkaar vertellen de gedichten over belevenissen van een hoofdpersoon die zich ontwikkelt als was het een romanpersonage.’

Ik heb gekozen voor het fraai gecomponeerde gedicht ‘Jouw muren vormden maar een huis’ waarvan ik goed begrijp dat dit gedicht bekroond werd.

.

Jouw muren vormden maar een huis

.

ik wist al aan je voordeur dat ik niet lang zou blijven

een hoge drempel binnenshuis

geen kapstok voor mijn oude jas in je hal

te grote maten in je keuken

te weinig kruiden in je kast

.

op zolder stof van jaren ongeduld

dat de haren in mijn neus liet kriebelen, niet mijn zinnen

gegolfde pannen op je dak

waren die van glas gemaakt, ik had wat langer kunnen blijven

.

en in je tuin alleen een afgezaagde eik

die niet meer neer hoeft te kijken

op de adders onder het gras

geen weelderig groen

geen enkel achterpoortje

.

Vloek van de oorlog

Li Tai Po

.

De Chinese lyriek behoort, samen met de Hebreeuwse en de Indische lyriek, tot de oudste van de wereldliteratuur (meer dan duizend jaar oud). Maar voor de Chinezen blijft deze literatuur tot op de dag van vandaag actueel en gelezen. En dat betreft vooral de verzen van lyricus, avonturier en drinker uit de T’ang periode Li Tai Po (701-762) of zoals hij tegenwoordig beter bekend is Li Bai. Li Bai wordt ook wel de onsterfelijke dichter genoemd en wordt beschouwd als de grootste Chinese dichter aller tijden.

In de bundel ‘Hart van Jade’ Chinese lyriek uit 1978 (derde druk) wordt Li Bai echter steeds opgevoerd als Li Tai Po en leefde hij van 702-763. Dichter Willem Brandt (1905-1981) heeft bijna dertig jaar in het Verre Oosten doorgebracht. Zijn poëzie is als resultaat daarvan sterk door oosterse motieven beïnvloed. Zijn aanrakingen met China gaven hem het gevoel van een bijzondere affiniteit ten aanzien van de klassieke Chine lyriek waarvan hij vele verzen herdicht heeft. Volgens deskundigen komen zijn herdichtingen het origineel op onnavolgbare wijze nabij (aldus de inslagtekst van de bundel).

Omdat Brandt zijn aantekeningen begint met Li Tai Po en omdat dit algemeen wordt gezien als de grootste dichter van China hier een gedicht van hem uit de bundel getiteld ‘Vloek van de oorlog’ een titel die nog steeds helaas heel actueel is.

.

Vloek van de oorlog

.

Een mager paard graast in de sneeuw van Tientsjan;

drie legerscharen roeiden zich hier uit.

Een snoer van bekkenelen op de vlakte,

geschrei van hengsten als een schrille fluit,

en raven rijgen, zwarte kraal na kraal,

zich aan de takken die hun knoken rekken.

Dode soldaten tot in het portaal

van het paleis. Laat nu de generaal

zijn doden wekken!

.

Vervloekt de oorlog, vloek over het zwaard.

Wat is het einde van uw waanzin waard?

.

De wijze zal slechts ’t eigen hart doorkerven

tot offerbloed, opdat de mens ervaart

hoe uit de dood het leven te verwerven.

.

Kristal

Ruben van Rompaey

.

Ondanks dat mijn boekenkasten inmiddels uit hun voegen barsten en ik in de meer dan 5500 berichten op dit blog vele dichters de revue heb laten passeren stuit ik nog altijd op nieuwe namen in de poëzie. Zo ook vandaag. In dit geval Ruben van Rompaey (1978). Ik las zijn bundel ‘Houdbare Oevers’ uit 2019.  Van Rompaey is internationaal bekend als componist maar is daarnaast kunstenaar en auteur en dus dichter. ‘Houdbare Oevers’ is zijn debuutbundel.

Na zijn masteropleiding tot docerend en uitvoerend musicus in Rotterdam verbleef hij respectievelijk in New Orleans en Istanboel, waar hij Jazz, oriëntaalse percussie en cultuur studeerde. Hij trad onder meer op in Japan en de Verenigde Staten. In die periode werd hij ook steeds meer geïnteresseerd in literatuur. Als voorpublicatie van zijn debuutbundel verschenen al gedichten in Brabant Cultureel en het in Roemenië gevestigde  internationaal opererende Contemporary Literary Horizon.

Inmiddels woont hij weer in zijn geboorteplaats Bergen op Zoom en werkt hij als docent levensbeschouwing in Antwerpen en treedt hij vooral op als musicus. Uit zijn bundel koos ik het gedicht ‘Kristal’.

.

Kristal

.

Een handjevol liefde

behoeft zoveel het ziet

de sneeuwprinses ontdooit

verder gaat ze niet

.

Die onverlate strooit

het zand in ieders oog

zowaar mijn geestverwant

heerser die zich tooit

.

Symmetrisch symbool

tevoorschijn uit een traan

verdrong ze het dan maar

vergeten als clochard

.

Kouder dan de nacht

alleen de maan verwarmt

de vreemdeling omarmt

incognito haar naam

.

Trapsgewijs erheen

de wijsheid op haar pad

mijn kussen op haar been

er onvoltooid omheen

.

Focus

Bernard Wesseling

.

Nadat ik de bundel ‘Focus’ kocht van schrijver, dichter, slammer en vertaler Bernard Wesseling (1978) ben ik op zoek gegaan naar meer informatie over deze dichter. Mijn eerste bevinding was dat ‘Focus’ uit 2006 de C. Buddingh’ prijs (prijs voor het beste poëziedebuut) won in 2007.  Daarna volgden de bundels: ‘Naar de daken’ (2012) die genomineerd werd voor de J.C. Bloem-prijs en’& de dag ligt open als een ei in zijn gebroken schaal’ uit 2016. Zijn laatste dichtbundel ‘Ontkrachtingen en affirmaties’ verscheen in 2024. Naast zijn dichtwerk schreef Wesseling een aantal romans.

Zijn poëzie is vertaald in het Frans, Grieks en Spaans. Hij vertaalt poëzie en proza (vaak samen met punkrocker Jan de Nijs) vanuit het Engels. In de bundel ‘Focus’  klinkt een koortsige stem die vat probeert te krijgen op de chaos in de wereld. Want wat de een verdraagt is de ander te veel. Dat blijkt uit de bijzondere mix van onderwerpen en thema’s in de bundel, zijn vocabulaire, is zeer hedendaags en in de greep van een alomtegenwoordige beeldcultuur. In een recensie wordt dit debuut benoemd als een koortsig, bezwerend poëziedebuut van een groot talent.

Uit de bundel koos ik het gedicht ‘Zen & de kunst van weten wanneer je te veel bent’.

.

Zen & de kunst van weten wanneer je te veel bent

.

Wie in een vulkaangod gelooft denkt twee keer na

voordat hij de grond onder kwat want hij weet

lava kruipt waar het niet kan komen

.

Het is deze steeg, deze engte heeft iets weg van een trechter

mijn blaas steegvormig

.

Een agent die voor agent speelt laat me afknijpen

wat ik ervan geleerd heb

incasseren

.

Ik bel mijn enige zus en spreek het uit:

je bent een prachtmens

en ik meen het ik meen altijd alles dus

waarom dit niet

.

Tegen de hond die ik niet heb: kop dicht mormel!

voordat hij begint te blaffen want die stuurloze herder is echt

.

Mijn laatste Lucky

wat een junk met succes moet weet ik ook niet

.