Site-archief
Duisterpoedersuiker
Joris Miedema
.
Vandaag sta ik voor mijn boekenkast en laat mijn vingers over de vele poëziebundels gaan. Dan pak ik zonder te kijken een bundel uit de kast en dat blijkt ‘‘Algen uit een andere dimensie‘ uit 2023 te zijn van Joris Miedema (1978). Opnieuw open ik de bundel op een willekeurige pagina en daar op pagina 39 staat het gedicht ‘duisterpoedersuiker’.
.
duisterpoedersuiker
.
ik heb mijn handen niet meer op een rij
waar trek ik mijn haren dan mee uit?
ik doe het duister
in een vergiet
.
er komt verstrooid donker uit
als duisterpoedersuiker
voor op brood
voor op de vrolijke dingen
in het leven
.
ik doe een beetje op de marmeren
steen van mijn vader
als een kleedje tegen de ondoorbroken stilte
.
Lizzy Sara May
Bijna vergeten dichter
.
Dichter en schrijfster Lizzy Sara May (1918-1988) zal voor de meeste lezers waarschijnlijk geen bekende naam zijn. Wellicht heb je ooit de naam weleens gehoord maar haar werk wordt niet of nauwelijks nog gelezen. Ze werd als Lissie Sara Maij geboren (Lizzy Sara May is een wat internationaler klinkend pseudoniem). Ze was aanvankelijk balletdanseres en mimespeelster, en debuteerde in 1956 met ‘Blues voor voetstappen’ waarin ze duidelijk affiniteit vertoont met het werk van de Vijftigers. De bundel werd opgedragen aan haar overleden joodse ouders. Ook in de daarna volgende dichtbundels experimenteerde ze met rijmloze associatieve verzen. Zoals in ‘Weerzien op een plastic-huid’ uit 1957. Ze werd echter bekender door haar proza, dat deels autobiografisch is en vaak de moeilijke relatie van een vrouw tot haar vader behandelt.
In de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw publiceerde ze met regelmaat in literaire tijdschriften als De Gids, De Nieuwe Stem, Maatstaf, en Roeping. In 1988 verscheen voor het laatst een dichtbundel van haar hand getiteld ‘Het depressionisme’. In 1978 werden gedichten van haar gebundeld in ‘Gebruikspoëzie’. Een dichter die werd gewaardeerd maar nooit helemaal is doorgebroken. De relatie tot haar vader, de oorlog en het jood-zijn vormen de centrale thema’s van haar werk.
Dat blijkt ook uit het gedicht ‘Vaderhand’ dat ik las in ‘O wie was mijn vader wie was ik’ gedichten over de vader, bijeengebracht door Lucie Th. Vermij uit 1995. Dat gedicht (met de zin waarnaar de verzamelbundel is genoemd) werd gepubliceerd in ‘Tijd voor magnetisch vuur’ uit 1963.
.
Vaderhand
.
Beter het donkere dorp
dan de lichtende stad die
op elke straathoek vraagt
om vuur
zie mijn vader
.
en mijn vader gaf vuur
.
de hele nacht branden de
reclames gaten in de hemel
het dorp daarentegen ligt over
pasgekarnde aarde te slapen
en melkt zijn dromen
zei mijn vader
.
en mijn vader brandde gaten
.
niemand besloeg het plaveisel
als een held
heldhaftig kroop ik tussen
huizen door tussen steden door
kroop[ ik heldhaftig langs
lange wegen
.
waar was de held die viel
die werd weggedragen
.
mijn vader droeg zichzelf
.
ik keek naar het vuiurwerk
maar er was geen ster zo groot
of er hingen tranen aan
ik keek ik keek ik sprong
door de lichtende duisternis
van mijn kinderjaren
.
o wie was mijn vader woe was ik
.
matrozen liepen door tuinen
soldaten liepen door de goten
ik lag op een speelweide
en zag de grote mensen
.
en de vaderhand
verend gespannen van kracht
werd een mens werd een man
liep fluitend naar een
melodramatisch einde
.
Zij is mijn moeder niet maar zwaait
Kira Wuck
.
Het kan je zomaar gebeuren, je loopt in een park en er zwaait iemand naar je. Iemand die je niet kent. Kira Wuck (1978) schreef er het gedicht ‘Zij is mijn moeder niet maar zwaait’ over. Het komt uit haar bundel ‘Finse meisjes’ uit 2012.
.
Zij is mijn moeder niet maar zwaait
.
Een vrouw met rossig haar
en zwarte rok loopt door het park
zij is mijn moeder niet maar zwaait
.
soms ging ik naar de stad
misschien liep ze tussen de mensen
op haar hoge hakken
een angstige reiger
waaromheen de lucht bevroor
.
ik zocht en zocht tot er niemand meer was
.
misschien huilde ze
misschien was ze gelukkig
.
Gebonden
Herman van Veen
.
Dat Herman van Veen bekend en geliefd is mag wel duidelijk zijn. Op zijn Wikipedia pagina staat hij omschreven als toneelartiest, acteur, auteur, singer-songwriter, muzikant en schilder. Dat hij ook dichter was wordt niet genoemd, wat opvallend is want op zijn eigen website staat wel een kopje ‘schrijver’ met daaronder het kopje ‘liedjes, verhalen & gedichten’.
Die liedjes en die verhalen kennen de meeste van ons wel, de verhalen van Alfred J. Kwak en liedjes als ‘Hilversum 3’ en ‘Anne’ om er maar een paar uit een eindeloos lange reeks te noemen. De gedichten zijn minder bekend. En toch was er een tijd dat ook de poëzie van Herman van Veen zeer goed verkocht. In een gratis mee te nemen boekentafel op het station van Den Haag vond ik zijn bundel “gebonden” uit 1978. Het betreft hier een derde druk binnen 5 maanden! Hoewel de bundel stevig is (96 pagina’s) zijn veel van de gedichten kort tot zeer kort. Een paar voorbeelden:
.
kind
mens
in onvolwassen staat
de reutel
nog niet in de keel hebbende
*
al eeuwen
gebukt
onder het juk
van de armen
deo in excelsis
deo in dorant
*
ze waren zo beschaafd
ze neukten met mes en vork
en nooit met volle mond
.
Grappig, soms curieus maar altijd met het taalgevoel dat we van Herman van Veen kennen. Maar er staan ook serieuze gedichten (allemaal zonder titel overigens) in deze bundel, gedichten waarover je je gedachten kan laten gaan. Het gedicht over een soldaat maakt dat duidelijk.
.
als een soldaat
iemand doodschiet
schiet hij
uiteindelijk
zichzelf dood
.
dat dacht de man
voor het vuurpeloton
.
maar
hij had geen tijd meer
om dat uit te leggen
.
en dat maakte hem nog verdrietiger
.
maar hij had tenminste de troost
dat zijn verdriet
van korte duur was
.
Tot slot nog een aantekening. In deze bundel staan een paar, in twee verschillende handschriften geschreven tekstjes als ‘denkend aan alle goede momenten die we samen met H.v.V. hebben doorgebracht, voelde ik me “gebonden” jou deze bundel te geven. En: Met de zoete herinnering aan een onverwacht, gestolen samenzijn met jou, Baukje, Lekkum, 2 februari 1979. Ook dat maakt zo’n bundel extra bijzonder.
.
Jouw muren vormden maar een huis
Saskia De Vriese
.
In 2025 verscheen bij uitgeverij De Zeef de bundel ‘Vulpasta’ van Saskia De Vriese (1978). In het dagelijks leven begeleider van personen met een beperking en hun netwerk, in haar vrije tijd dichter. Deze bundel behaalde de shortlist van De Zeef Poëzieprijs en eerder, in 2023 won zij met haar gedicht ‘Jouw muren vormden maar een huis’ dat ook in ‘Vulpasta’ staat, de Poëzieprijs Boontje in Dendermonde.
Zij volgde poëziecursussen bij ‘De Dichters’ en lessen bij Ivo van Strijtem. Gedichten van De Vriese verschenen in verschillende gelegenheidsbundels en bloemlezingen en haar gedicht ‘Bewaarder’ die ook in ‘Vulpasta’ is opgenomen, was het Uitverkoren gedicht van Woordentij in juli 2025. In een recensie op Meander schrijft Taco van Peijpe dat Saskia De Vrieze met de bundel ‘Vulpasta’ een origineel en overtuigend debuut heeft geschreven: ‘In eenvoudige taal, zonder een woord te veel, geeft de dichter indringende sfeertekeningen. Bij elkaar vertellen de gedichten over belevenissen van een hoofdpersoon die zich ontwikkelt als was het een romanpersonage.’
Ik heb gekozen voor het fraai gecomponeerde gedicht ‘Jouw muren vormden maar een huis’ waarvan ik goed begrijp dat dit gedicht bekroond werd.
.
Jouw muren vormden maar een huis
.
ik wist al aan je voordeur dat ik niet lang zou blijven
een hoge drempel binnenshuis
geen kapstok voor mijn oude jas in je hal
te grote maten in je keuken
te weinig kruiden in je kast
.
op zolder stof van jaren ongeduld
dat de haren in mijn neus liet kriebelen, niet mijn zinnen
gegolfde pannen op je dak
waren die van glas gemaakt, ik had wat langer kunnen blijven
.
en in je tuin alleen een afgezaagde eik
die niet meer neer hoeft te kijken
op de adders onder het gras
geen weelderig groen
geen enkel achterpoortje
.
Vloek van de oorlog
Li Tai Po
.
De Chinese lyriek behoort, samen met de Hebreeuwse en de Indische lyriek, tot de oudste van de wereldliteratuur (meer dan duizend jaar oud). Maar voor de Chinezen blijft deze literatuur tot op de dag van vandaag actueel en gelezen. En dat betreft vooral de verzen van lyricus, avonturier en drinker uit de T’ang periode Li Tai Po (701-762) of zoals hij tegenwoordig beter bekend is Li Bai. Li Bai wordt ook wel de onsterfelijke dichter genoemd en wordt beschouwd als de grootste Chinese dichter aller tijden.
In de bundel ‘Hart van Jade’ Chinese lyriek uit 1978 (derde druk) wordt Li Bai echter steeds opgevoerd als Li Tai Po en leefde hij van 702-763. Dichter Willem Brandt (1905-1981) heeft bijna dertig jaar in het Verre Oosten doorgebracht. Zijn poëzie is als resultaat daarvan sterk door oosterse motieven beïnvloed. Zijn aanrakingen met China gaven hem het gevoel van een bijzondere affiniteit ten aanzien van de klassieke Chine lyriek waarvan hij vele verzen herdicht heeft. Volgens deskundigen komen zijn herdichtingen het origineel op onnavolgbare wijze nabij (aldus de inslagtekst van de bundel).
Omdat Brandt zijn aantekeningen begint met Li Tai Po en omdat dit algemeen wordt gezien als de grootste dichter van China hier een gedicht van hem uit de bundel getiteld ‘Vloek van de oorlog’ een titel die nog steeds helaas heel actueel is.
.
Vloek van de oorlog
.
Een mager paard graast in de sneeuw van Tientsjan;
drie legerscharen roeiden zich hier uit.
Een snoer van bekkenelen op de vlakte,
geschrei van hengsten als een schrille fluit,
en raven rijgen, zwarte kraal na kraal,
zich aan de takken die hun knoken rekken.
Dode soldaten tot in het portaal
van het paleis. Laat nu de generaal
zijn doden wekken!
.
Vervloekt de oorlog, vloek over het zwaard.
Wat is het einde van uw waanzin waard?
.
De wijze zal slechts ’t eigen hart doorkerven
tot offerbloed, opdat de mens ervaart
hoe uit de dood het leven te verwerven.
.













