Site-archief
Latrine poëzie
Toiletpoëzie
De inscripties op de latrines van het voormalige Geboorteklooster in Tepoztlán, Mexico, zijn bijna volledig in de vergetelheid geraakt, maar bieden een onverwacht staaltje poëzie. Tegenwoordig is in het voormalige klooster het Museo de la Natividad gevestigd. Tijdens de renovatie van het historische gebouw werd graffiti ontdekt op de muren van de latrines. Aanvankelijk kon echter niemand de inhoud ontcijferen.
Gelukkig werd er tegelijkertijd aan de inwoners van Tepoztlán gevraagd om deel te nemen aan een ‘herinneringswedstrijd’ en voorwerpen met een betekenisvolle boodschap naar het museum te brengen. Tot ieders verbazing meldde zich een vrouw met een stuk papier waarop een familielid de volledige tekst van de graffiti op het toilet had geschreven.
In tegenstelling tot wat je misschien zou verwachten in een oude kerkbadkamer, waren de korte teksten geen gebeden of religieuze verwijzingen, maar een reeks scabreuze gedichten, geschreven in 1840 door José Manuel de Mata en vervolgens in 1895 in het klooster geschilderd door José Donaciano. Ze gaan allemaal over toiletbezoek. Elk gedicht is nu afgedrukt op museumborden voor de latrine waar ze werden gevonden. Hier zijn enkele voorbeelden:
‘Als je tijdens het eten fatsoenlijk bent, in je kleding en spraak, gedraag je dan ook netjes tijdens het toiletbezoek; toon jezelf dan niet onfatsoenlijk.’
‘Over ontlasting maken we allemaal grapjes, en wanneer de tijd rijp is en de darmen weer tot rust komen, daalt de koning van zijn troon en verlaat de paus zijn stoel.’
Hoewel het klooster onder meer bekendstaat om het behoud van zijn originele muurschilderingen uit de Renaissance, is de poëzie van het buitentoilet een unieke bezienswaardigheid op zich.
Om toch met een hedendaags toiletgedicht te eindigen hier het gedicht ‘Sanitaire saltarello’ van dichter Erik Heyman (1960-2010).
.
Sanitaire saltarello
.
Laat alle water dan maar hier verdwijnen,
keer het de rug toch toe, neem het niet mee,
en raak verlost van alle onderhuidse pijnen.
Druk hier uw wil nog door, vergeef de druppel
niet die met de moed der wanhoop de om-
knelling wil vermijden. En zwijg mij dood, er is
papier genoeg om al uw zonden te belijden.
Weet dat ik u uit uw gedachten haal.
Dus lees en veeg mij weg, negeer mij straal.
.
Graffiti gedicht
Joris van Casteren
.
De Rotterdamse dichter, schrijver en journalist Joris van Casteren(1976) werd in 1997 werd op zijn eenentwintigste redacteur bij het weekblad De Groene Amsterdammer, alwaar hij tot medio 2002 in dienst bleef. Naast zijn werkzaamheden als journalist was Van Casteren redacteur van de Poëziekrant en publiceerde hij gedichten in onder meer Maatstaf en Passionate. Zijn poëzie verscheen onder meer in bloemlezingen als ‘De 100 beste gedichten van 2001’ (2002) en in ‘Nederlandse poëzie van de 19de t/m de 21ste eeuw’ (2004) van Gerrit Komrij.
Na het overlijden van F. Starik werd hij coördinator van de stichting De Eenzame Uitvaart te Amsterdam in november 2018. Maandelijks schrijft hij in De Volkskrant over zijn belevenissen in deze functie, waarbij de levens van de eenzaam overledenen centraal staan.
In De Academische Boekengids 43 uit 2004 is een gedicht van Van Casteren opgenomen met als titel ‘Graffiti’.
.
Graffiti
.
Het rangeerterrein en
ter reiniging een trein
.
Kleerscheuren van het
overklommen hekwerk
.
Begonnen met een letter
over cijferklasse 1 heen
.
Morgen door het glas geen
forens of koe te zien, alleen
.
over de coupé, van oord
tot oord, terug en heen
.
m’n buitenboordse woord
waarvoor ik deze trein leen
.
Glimlachend elegant
Fernando Pessoa
.
Zo nu en dan neem ik de vuistdikke Canon van de Europese poëzie ter hand en blader ik er in op zoek naar inspiratie of gewoon een mooi gedicht. Toen ik dat pas weer deed stopte ik met bladeren bij een gedicht van de Portugese dichter Fernado Pessoa (1888 – 1935). Deze veeltalige dichter is één van de belangrijkste Portugese dichters en zeker één van de belangrijkste twintigste-eeuwse dichters.
Toen ik een aantal jaar geleden in Lissabon was op vakantie viel me al op hoe vaak Pessoa in het straatbeeld voorkomt. In de vorm van foto’s, beelden en graffiti. Dat staat in schril contrast met zijn leven. Vooral het literaire werk vereist, volgens Pessoa, ‘eenzaamheid’. Hij staat dan ook wel bekend als een “verkillende, lucide, sfynxachtig afwezige man” (Wikipedia: Willemsen, 2000). Pessoa wilde tijdens zijn leven obscuur blijven, daarna mocht de roem komen. Hij was bang voor onbekende mensen en onbekende plaatsen en kon er niet tegen gefotografeerd te worden. Zo zijn er maar weinig foto’s van hem bekend maar daar staat tegenover dat, misschien wel door zijn karakteristieke uiterlijk, er heel veel kunstwerken zijn gemaakt met zijn uiterlijk als uitgangspunt; schilderijen, etsen, standbeelden, collages, (pen) tekeningen, cartoons en graffiti.
Fernando Pessoa kent een grote populariteit in Nederland. Sinds de eerste vertalingen door August Willemsen eind jaren zeventig. Tot op de dag van vandaag blijft werk van hem vertaald worden. Het gedicht dat in ‘500 gedichten die iedereen gelezen moet hebben’ de canon van de Europese poëzie (samenstelling Ilja Leonard Pfeijffer en Gert Jan de Vries) is opgenomen is een vertaling van August Willemsen. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Gedichten’ uit 1978.
.
Zij kwam, glimlachend, elegant,
De voetstap ongehaast en licht,
En ik, die voel met mijn verstand,
Maakte meteen ’t juiste gedicht.
.
Ik spreek daarin niet over haar
Noch ook hoe zij, volwassen kind,
De hoek omsloeg van gindse straat,
Hoek waar de eeuwigheid begint…
.
In het gedicht spreek ik van zee,
Beschrijf de golven en de pijn.
Herlezend zie ik een van twee:
De hoek – ofwel de waterlijn.
.
Red poem
Rives Granade
.
Kunstenaar Rives Granade uitv het plaatsje Mobile in Alabama in de Verenigde Staten exposeerde afgelopen jaar met, wat hij noemt, poetically charged architectural fusions. Omdat ik graag de grens tussen poëzie en kunst verken viel mijn oog op één van de schilderijen die deze tentoonstelling bevatte (de tentoonstelling was tot december 2015). Het betreft hier het schilderij ‘Red Poem’.
Hoewel Red Poem geen gedicht is, volgens mij is het zelfs geen tekst of taal, deed het me erg herinneren aan eerdere kunstwerken van kunstenaars die zich lieten inspireren door poëzie.
Zo ook Rives Granade. De schilderijen in deze tentoonstelling hebben allemaal een tekstueel element, een soort graffiti met een poëtische referentie. Dit slaat terug op Rives’ filosofie over het maken van kunst, het creëren van ruimte en het definiëren van kleur.
Veel van de werken in Red Poem zijn een middenweg tussen taal, architectuur en beeldhouwkunst. Het uitgangspunt voor deze werken was het lezen van poëzie. Rives schrijft ook poëzie, zijn dichtbundel komt in het voorjaar van 2016 uit.
.

















