Site-archief

Poëzie op de pijler

Met je neus in de wind

.

In de loop der jaren heb ik al heel veel blogberichten geschreven over poëzie in de buitenruimte en poëzie op vreemde plekken (lees: buiten het boek), dit was onder andere de reden dat ik destijds bij het opzetten van straatpoëzie.nl als partner gevraagd werd. Nog steeds krijg ik met enige regelmaat een berichtje van vrienden  maar ook van anderen, wanneer men een gedicht ergens in de buitenruimte of op een object een gedicht tegenkomt. Speciaal hiervoor heb ik de Instagram account @struikeloverpoezie aangemaakt. Hier plaats ik de foto’s die men mij toestuurt of die ik zelf maak wanneer ik weer eens ergens een gedicht tegenkom.

Maar soms kom ik een bericht tegen van een gedicht, dichtregels of poëzie op een plek, waarvan ik denk: dat is de moeite waard om op dit blog over te schrijven. Meestal is dat wanneer de plek heel bijzonder is. Zo ook in dit geval. Dichtregels op de pijler van een brug.

In 2023 werd het kunstwerk ‘Met je neus in de wind, met de wind in je neus’ geplaatst op één van de pijlers van de Blauwe Huisbrug, de brug over de Linge van Rumpt naar Beesd. In het kader van het project ‘Poëzie in de openbare ruimte’ van de gemeente West Betuwe en Het Collectief van kunstenaars en cultuurmakers in West Betuwe.

Het werk toont een jonge vrouw met haar neus in de wind, lekker de natuur opsnuivend. Met als vrolijk detail een kers om haar oor hangend: wie heeft dat nou niet gedaan vroeger?! Alleen daarom al viel ik meteen voor dit bericht, de geboortekaart van mijn oudste dochter had als illustratie een meisje met twee kersen aan haar oor hangend. Haar golvende groene haar staat voor de Betuwe met de fruitbomen en is gevuld met toepasselijke items als fruit, bloesem, fietsen, luchtballonnen en meer. Het omringende blauw symboliseert de rivieren waartussen de Betuwe ligt.

.

 

Mijn activiteit in de Poëzieweek

Struikeloverpoëzie en MUGzine

.

Van 27 januari tot en met 2 februari is het Poëzieweek in Nederland en Vlaanderen. Ik schreef er al verschillende keren over en over de activiteiten die er georganiseerd worden in deze week. Vorig jaar organiseerde ik via mijn instagram account een krijtpoëzie activiteit, ik vroeg aan mijn lezers om een gedicht met krijt op een muur of weg te krijten, te fotograferen en dan aan mij te mailen. Die foto’s deelde ik dan via mijn Instagramaccount.

Dit jaar doe ik ook weer wat met Instagram en ook via MUGzine, het minipoëziemagazine dat ik maak met Marie-Anne en Bart, gaan we aandacht besteden aan de Poëzieweek.

Via mijn account @struikeloverpoezieweek2022 wil ik deze Poëzieweek foto’s van uitingen van poëzie delen die je tegenkomt. Dat mag een straatnaambord zijn van een straat vernoemd naar een dichter, een gedicht of dichtregel die je buiten of ergens binnen tegenkomt (denk aan straatpoëzie) een standbeeld van een dichter, een café dat is vernoemd naar een dichter, een dichtregel die gebruikt wordt in een campagne of reclame, een poëtisch kunstwerk, je mag het zo gek maken als je zelf wilt als er maar een link is naar een dichter of poëzie. Stuur je foto naar woutervanheiningen@yahoo.com er schrijf er iets bij over de context van de foto. Ik zal je foto met naamsvermelding (ook van je Instagramaccount) dan plaatsen op @struikeloverpoezieweek2022

Op mugzines gaan we ook iets met de Poëzieweek doen. Elke dag van de Poëzieweek zullen we een gedicht uit één van de edities van de afgelopen twee jaar plaatsen die naar ons idee een relatie heeft met the thema van de Poëzieweek. Mocht je de edities van MUGzine nog niet gelezen hebben of ben je (nog) geen donateur, dan maak je op deze manier op een heel toegankelijke en leuke manier kennis met de dichters en gedichten die in één van die edities stonden. Hier alvast een voorproefje van het gedicht ‘Boom’ uit nummer 2 van mijn hand.

.

Boom

.
Ik wil boom zijn.
Niet gewenst of ongewenst
door haastige voorbijgangers,
boomomhelzers, verstokte wandelaars.

.
Gewoon boom. Langs de weg,
vanzelfsprekend onbelangrijk
voorbijgaand van aard, nooit
bij stil gestaan,

.
met de eigenschappen van een golf
in een oceaan of een wolk
in een lucht,
er zijn zonder er

.
te hoeven zijn, niet gemist
bij individuele absentie
geaccepteerd om wat het is,
boom.

.

.

Poëzieproject

Philipsdorp

.

Sommige poëzieprojecten zijn niet meteen wat je ervan verwacht. Bij een kop over een poëzieproject in Philipsdorp (Eindhoven) dacht ik dat er een vorm gebruikt was die je steeds vaker ziet in Nederland namelijk het aanbrengen van gedichten op muren van huizen en andere gebouwen. Maar dit was toch van een andere orde.

Op initiatief van het Woonbedrijf bij de oplevering van een grootschalig renovatieproject werd op verschillende gerenoveerde huizen een woord aangebracht, dus geen gedicht. Wladimir Manshanden en Rob Stork vroegen de inwoners naar (positieve) eigenschappen van ons mensen, met als achterliggende gedachte dat wat ons als mens onderscheidt van de steeds meer alomtegenwoordige algoritmes.

Een aantal bewoners van Philipsdorp heeft dan ook een ‘handtekening’ op hun huis gezet. Niet met hun naam maar met een woord dat hun gevoel weergeeft over het wonen in de buurt. Met dit project wilde Manshanden passanten die door Philipsdorp komen, verrassen en even aan het denken zetten. Bewust zijn van de plek waar ze op dat moment zijn. Door middel van een woord, de meest uitgekleedde vorm van poëzie.

In de Gagelstraat in Philipsdorp staat op een schutting een gedicht van een onbekende dichter dat als volgt gaat:

.

Mannen uit één stuk

oogverblindend mooie vrouwen

Gagelstraat, O Gagelstraat

een straat om van te houwen

 

.

 

Poëzie op straat

Verlaten poëzie

.

De humor ligt op straat maar soms ligt de poëzie ook op straat. Op http://straatpoezie.nl/ kun je honderden voorbeelden vinden van poëzie die je tegenkomt wanneer je nietsvermoedend (of juist heel vermoedend) op straat loopt. Maar wat misschien nog wel verrassender is, is wanneer je poëzie tegenkomt die iemand heeft achtergelaten in de vorm van graffiti op een muur, een viaduct, op straat (met stoepkrijt) of zoals in Apeldoorn in 2017 op een bord dat iemand op een bankje in een winkelcentrum heeft neergezet. Het aardige van dit soort poëzie is het tijdelijke en vergankelijke. Waar een muurgedicht in bijvoorbeeld Leiden, als het gaat slijten, opgeknapt wordt of weer leesbaar wordt gemaakt, is de verlaten vorm van poëzie juist onderwerp van schoonmaak, verwijdering, of verdwijning.

Het gedicht is wat moeilijk leesbaar daarom hier de tekst van de onbekende dichter @

.

Ik zie ze veel liggen

.

Juist in deze tijd

de eenzame handschoen

we raken ze kwijt

de één zonder ander

één verloren geland

De ander een jaszak

Geen een aan de hand

Ze missen elkaar

Want samen alleen

De handen wat kouder

Tis bijna gemeen

Er komt vast wat warmte

Zo gaat ’t altijd

Nu eerst heerst de kalmte

De handschoen blijft kwijt

.

Tekstboom

Gedichten in vreemde vormen

.

Op de hoek van het Reitdiep en het Starkenborghkanaal in de gemeente Zuidhorn in Groningen is in september 2007 een tekstboom, een beeld in de vorm van een boom, van Regina Verhagen onthuld met daarop een gedicht van Gerrit Krol. Het kunstwerk met de titel ‘Vaarwater’ staat op het kruispunt van beide waterwegen. De tekstboom maakt deel uit van het project ‘Woordenstroom’ (meer info op https://www.provinciegroningen.nl/fileadmin/user_upload/Documenten/Downloads/woordenstroom07.pdf). Woordenstroom is een kunstproject met 12 beelden met poëzie langs de vaarweg van Lemmer naar Delfzijl.

De tekst van Gerrit Krol op de tekstboom luidt:

.

Vaarwater

.

Geen land, maar water

Geen water, maar land

Land dat op water drijft

Vlak land derhalve

Twee kanalen die elkaar snijden

Liggen in hetzelfde vlak

Land waarin gesneden wordt

Water waarin gesneden wordt

Vaarwater

.

 

Poëzie in het leslokaal

Symposium

.

Vijfentwintig jaar geleden werkte in in Wateringen en één keer per jaar werd daar in samenwerking met alle basisscholen de Voorlees- en Declamatiewedstrijd gehouden. Kinderen uit de hoogste vier klassen van het basisonderwijs kwamen op een middag bij elkaar en lazen voor een jury voor óf declameerde een gedicht uit het hoofd. En hoewel de keuze van gedichten vaak wat voorspelbaar was (‘Ik ben lekker stout’ van Annie M.G. Schmidt) werd ik destijds toch regelmatig verrast door leerlingen die lange en mooie gedichten uit hun hoofd konden voordragen. Daarna ben ik nooit meer een dergelijk initiatief tegen gekomen en zeker niet in die omvang.

Ik moest daar aan denken toen ik van Kila van der Starre (o.a. van https://straatpoezie.nl ) op een symposium over poëzievoordracht in de klas werd gewezen met als thema ‘Uitgesproken poëzie’ op 5 november in Utrecht. Na een geslaagd eerste symposium over poëzie in de klas in 2018 met als thema ‘Als je goed om je heen kijkt..’ nu dus een vervolg.

Werd in 2018 onderzocht op welke manieren poëzie tot ons komt buiten het boek (op gebouwen, muren, via televisie en radio, op poëziepodia en via social media) en ingezet zou kunnen worden in het voortgezet onderwijs, in november heeft het symposium  de voordracht, de kunst van het memoriseren en declameren als onderwerp. https://www.lezen.nl/nl/uitgesproken-po%C3%ABzie-0  Ben je docent of leerkracht, vind je poëzie belangrijk in de klas (wie vindt dit niet) dan zou ik zeggen meld je aan en koop een ticket voor dit symposium.

Omdat ik poëzie in de klas een erg warm hart toedraag heb ik voor https://meandermagazine.nl/ een uitgebreid artikel geschreven over dit onderwerp. Binnenkort verschijnt dit artikel en wordt verspreid middels de nieuwsbrief. Meandermagazine stuurt elke week een nieuwsbrief over poëzie met vele recensies, artikelen en nieuwtjes over poëzie naar haar meer dan 6000 abonnees. Meander magazine is ook op zoek naar nieuwe vrijwilligers die de poëzie een warm hart toedragen. Heb je wat tijd over meld je dan aan bij Meander via de contactknop onder colofon.

Jan Kal schreef in de bundel ‘Schrijverssonnetten’ uit 1980 het gedicht ‘Waarom ik geen Neerlandistiek studeer’ waarin hij zegt: ‘Heeft één gedicht dat op z’n poten staat / niet meer gewicht dan een professoraat?’ waarmee ik maar wil aangeven hoe bijzonder en belangrijk een gedicht kan zijn voor een mens dus ook (en misschien wel zeker) voor een leerling in de klas.

.

Waarom ik geen Neerlandistiek studeer

.

Van de beroemdste dertien dichtersnamen

uit China’s achtste eeuw, Tang-dynastie,

behaalden tien het Literair Examen

en gingen er twee af voor hun tsjin-sji,

.

Toe Foe em Meng Hau Jan, maar nummer drie,

Li Po, de grootste, wou zich niet bekwamen

tot hoge ambten, maar schreef poëzie

zonder zich voor zijn lage rang te schamen.

.

Daarom studeer ik geen Neerlandistiek.

Heeft één gedicht dat op z’n poten staat

niet méér gewicht dan een professoraat?

.

Ik mijd dus alle jury’s, elke kliek,

(al neem ik wel graag prijzen in ontvangst).

Mooie sonnetten schrijven duurt het langst.

.

 

 

 

Gedicht als (korte) film

Remco Campert en Alessio Cuomo

.

Vorige week was ik in Gent en daar kwam ik, lopende door de stad, allerlei gedichten tegen die op muren en ramen waren aangebracht. Zo ook het gedicht  ‘Verzet’van Remco Campert. Het gedicht is aangebracht op een zijmuur van het Het Vrijzinnig Centrum Geuzenhuis. Verschillende vrijzinnige verenigingen vinden hier onderdak. Het café werd lang opengehouden door Motte Claus, de schoonzus van Hugo Claus. Zij was ook een van de initiatiefnemers van de Poëzieroute in Gent Het gedicht past bij het publiek van het Geuzenhuis: kritische en maatschappelijk geëngageerde mensen. Toen ik deze week wat aan het zoeken was op internet kwam ik een artikel tegen van mei 2018 over dit specifieke gedicht op deze plek in Gent.

Filmmaker Alessio Cuomo liep met zijn vriendin in Gent toen hij het gedicht op een muur zag staan. Hij was er zo door geraakt dat hij met de tekst aan de slag wilde. “Met het gedicht toont Campert dat verzet niet betekent dat je meedoet met de rest, maar dat je bij jezelf stil moet staan.” Dus stuurde hij Remco Campert een brief met het verzoek dit gedicht te ‘verfilmen’. Ook vroeg hij Campert of hij de hoofdrol wilde spelen in de filmische bewerking. Daar stemde Campert mee in. De film toont onder andere beelden van de schrijver achter zijn typemachine, maar ook de natuur van landgoed Rhijnauwen in Bunnik vlakbij Utrecht, waar tijdens de Tweede Wereldoorlog zo’n vijfhonderd verzetsstrijders zijn gefusilleerd.

Volgens Cuomo was Campert blij met het resultaat. Al was de schrijver het filmen na een uur of drie wel redelijk zat. Hij was wellicht niet erg bekend met de gebruikelijke lange opnamedagen die er voor een film nodig zijn. “Sommige stukken moesten een paar keer worden opgenomen. Toen Campert weer een zin moest herhalen, zei hij: ‘Wanneer is het nou klaar? Ik kan het gedicht niet meer aanhoren’.”
.

.

Poëzie onderzocht

Wat resultaten

.

In 2017 is een uitgebreid artikel verschenen op de Leesmonitor over poëzie in Nederland. Bronnen van dit artikel zijn het onvolprezen onderzoek dat Kila van der Starre deed naar poëzie in Nederland (2017) en gegevens van de stichting Marktonderzoek Boekenvak. Een aantal interessante gegevens wil ik uit dit artikel met jullie delen.

Allereerst is er de conclusie dat vrijwel iedereen in Nederland weleens in aanraking komt met poëzie. Maar liefst 97% van de ondervraagden geeft aan dat dit het geval is.  In de meeste gevallen is er sprake van ‘er zomaar tegenaan lopen’.  Dit kan door het bezoeken van een bijzondere gelegenheid (huwelijk, begrafenis of speech 84%) maar ook in de openbare ruimte 72%. Naast dit onderzoek is Kila van der Starre verantwoordelijk voor https://straatpoezie.nl/ waarop al bijna 2200 gedichten te vinden zijn in de openbare ruimte. Daarnaast komt men poëzie tegen op televisie 72% en in tijdschriften en kranten respectievelijk 68% en 67%. Met de aanwezigheid van poëzie en de kans er mee geconfronteerd te worden zit het wel goed dus.

Dat mensen het waarderen wanneer ze op een dergelijke manier in aanraking komen met poëzie blijkt uit het cijfer dat ze hiervoor geven in het onderzoek, namelijk een 7. Andere manieren om in aanraking te komen met poëzie zijn via het lezen van poëziebundels die men heeft gekregen 40%, het zelf schrijven van poëzie (meestal voor een speciale gelegenheid) 45%, het beluisteren van poëzie op een besloten voordracht 66%! of via Internet wanneer men er naar op zoek gaat 35%.

Als het gaat om de verdeling man/vrouw dan blijkt uit de onderzoeken dat vooral vrouwen met poëzie bezig zijn; ze komen er meer mee in aanraking, lezen meer, luisteren vaker naar poëzie, schrijven zelf vaker poëzie en zoeken meer naar poëzie op het internet. Als ik kijk naar de reacties en volgers van mijn blog dan kan ik niet anders dan concluderen dat deze cijfers op waarheid berusten. Wanneer er naar leeftijd wordt gekeken is er niet veel verschil tussen de leeftijdsgroepen als het gaat om lezen, luisteren, schrijven, delen en opzoeken van poëzie. Alleen wanneer er gekeken wordt naar bijvoorbeeld de sociale media dan blijkt dat meer jongere mensen hier mee te maken krijgen. Op zichzelf vind ik dat geen opmerkelijke uitkomst. Ook het gegeven dat mensen met een HBO-WO opleiding vaker in contact komen met poëzie kan ik nog wel plaatsen.

In tegenstelling wat je misschien zou denken, namelijk dat poëzie een heel individuele ervaring is, blijkt dat Nederlanders poëzie het vaakst in een sociale context ervaren. Dit gebeurt veelal auditief. Denk hierbij aan speciale gelegenheden (zowel zoeken naar als ondergaan).

De belangrijkste reden waarom mensen poëzie willen ervaren zijn minder verrassend. Op nummer een staat het willen ervaren en geraakt willen worden door poëzie. Op twee staat het willen opzoeken van een gedicht voor een speciale gelegenheid en op drie staat dat men aan het denken wil worden gezet door een gedicht. Tot slot blijkt uit deze onderzoeken dat naarmate men bekender is met een gedichtsoort, hoe lager men het poëziegehalte vindt. Zo is 90% bekend met Sinterklaasrijmen maar wordt dit maar door 30% of minder al hoog poëtisch ervaren. Terwijl het Poëzieweekgeschenk en de dichter des Vaderlands minder bekend zijn (respectievelijk 36% en 45%) worden deze wel in hoge mate als poëtisch beschouwd (85% of meer).

Al met al interessante onderzoeken waarin voor mij best nog een aantal verrassingen zaten. Om na al deze cijfers en onderzoeksresultaten niet zomaar te eindigen zonder ook een gedicht te plaatsen hier nog een gedicht over poëzie van Hans Andreus (1926 – 1977) uit ‘Verzamelde gedichten uit 1983, over en voor u, de lieve lezer.

.

Voor de lieve lezer

.

De woorden der gemakkelijkheid,

woorden van rose sluimer,

kamer behangen met pastelkleurige dromen,

dat is de poëzie die u lust.

.

Volièrevogeltjes wapperen er in rond

en de meisjes hebben er een zeer zoete hals

en de dichter staat nimmer voor u

dan gekleed in het bleekblauwe avondkostuum

van de maan.

.

Maar de poëzie die wil zeggen

dat ons aller broeder de mens is

een ellendige broeder,

een koude zuster,

een slaande aarde-

en wellicht ook een verre zon van liefde,

maar deze alleen te bezichtigen middels

een zwart glaasje in het oog geplant,

.

die poëzie

eet u snel tegen, nietwaar?

.

En dat slechts een kiezel

de hemel parende met de aarde kan zien

dat hoort u maar hoort u niet-

.

en vouwt de op elkaar verliefde handen

en denkt: ach ik, ach ja en amen.

.

 

Ik kijk

Iech Loer

.

Dat er vele gedichten in de openbare ruimte te lezen zijn in Nederland en Vlaanderen weet ik al heel lang en na het verschijnen van https://straatpoezie.nl/ weet een steeds groter deel van Nederland en België dit ook. Toch krijg ik nog steeds zo nu en dan foto’s toegestuurd van vrienden en bekenden met poëzie op muren, bruggen, huizen en andere objecten in de openbare ruimte. Zo kreeg ik van Cunera een tweetal foto’s die ze nam in Maastricht. Het aardige van https://straatpoezie.nl/ is dat ik nu kan opzoeken waar dit precies is, welk gedicht en van wie het is (dat was op de foto’s overigens wel goed te zien) maar ook een stukje achtergrond informatie en zelfs een vertaling. Chapeau, nogmaals, dus voor deze geweldige website en haar geestelijk moeder Kila van der Starre. Het gedicht ‘Iech loer’ is van Frans Budé, de vertaling uit het Maastrichts  ‘ik kijk’ is van Ed Silanou. Het gedicht is geschreven op initiatief van de dialectvereniging, de Veldekring, ter gelegenheid van het 85-jarige bestaan. Het gedicht staat geschreven op twee blinde ramen op de gevel van een kapperszaak gelegen aan het Onze Lieve Vrouwenplein/hoek Achter de Comedie in Maastricht.

.

Iech loer

.

Iech loer
nao de luij
op straot, huur
wied eweg
veugel roond
park en Maos.
Wie gruuts alles
zingk vendaog.

Niks is gries
de wolke
die kroepe
zien veur
mörge, kläöre
vaanzelf op

.

Ik kijk

.

Ik kijk
naar de mensen
op straat, hoor
ver weg
vogels rond
park en Maas.
Hoe groots alles
zingt vandaag.

Niets is grijs
de wolken
die aankomen kruipen
zijn voor
morgen, die klaren
vanzelf op.

.

2000 straatgedichten

Straatpoezie.nl

.

Zoals jullie weten ben ik partner en groot fan van https://straatpoezie.nl/, de website waar gedichten in de openbare ruimte (op straat, in parken op molens, ramen, muren, deuren en ga zo maar door) geplaatst kunnen worden en waar je per gemeente, per dorp of stad kunt terug vinden waar er allemaal gedichten te vinden zijn op ‘straat’. Vorige week kreeg ik van Kila van der Starre, de geestelijk moeder van dit prachtige initiatief, te horen dat er inmiddels 2000 gedichten op https://straatpoezie.nl/ vermeld staan. En de teller loopt gewoon door. Ook ik kom nog regelmatig gedichten op straat tegen en als de ondergrond waarop zo’n gedicht is geplaatst interessant genoeg is plaats ik die hier op dit blog.

Via de account van Bertjanssen3 via Instagram kreeg ik van Ruben Philipsen nog een tip. Helaas weet ik niet precies waar deze schoorsteen zich bevindt maar ik vind het een mooi voorbeeld van poëzie in de buitenruimte en als zodanig een aanwinst voor https://straatpoezie.nl/ (als deze er niet al opstaat).

.

Achter mijn rug

zocht de avond

sluipend onderdak

bij de sterren

.