Site-archief
Al van kleins af aan
Roziena Salihu
.
Als liefhebber mag ik graag rondstruinen op de website van Poetry Circle want daar staat allerlei informatie over getalenteerde, vaak jonge, dichters. Wat me dan ook opvalt is dat al die jonge dichters zichzelf vaak niet zien als dichter maar als woordkunstenaar of als creatieveling in de brede zin des woords. Zo vind ik combinaties in de volgende disciplines: dichter/spoken word artiest/beeldend kunstenaar/filmer/tattoo artist/ schrijver/fotograaf/theatermaker/collage artiest/acteur/verhalenverteller/muzikant en coach.
Aan de ene kant heb ik hier geen mening over in de zin dat ik zelf ook niet alleen dichter ben, maar het verschil is dat ik creatief gezien daarnaast alleen blogger ben en geen andere creatieve aspiraties heb. Het lijkt me dan ook lastig kiezen uit al die mogelijke combinaties. Dat gezegd hebbende zit er erg veel talent tussen de dichters/performers op Poetry Circle. Een aantal van de daar geportretteerde dichters ken ik (bijvoorbeeld van de Poëziebus -Steff Geelen en Rellie Telg-, de Kunstbende – Daniëlle Zawadi- en Raamwerk | Dichtwerk -Benzokarim-) of zijn inmiddels landelijk bekend (Derek Otte en Babs Gons) maar er staan ook namen bij die ik niet ken.
Zoals bijvoorbeeld Roziena Salihu (1994). In 2018 werd haar werk voor het eerst gepubliceerd in de bundel ‘En ze leefde nog’. Ook is ze een van de schrijvers die is opgenomen in de bundel ‘Hardop‘ die in 2019 verscheen, samengesteld door Babs Gons. Ze werd gescout voor het nieuwe talentontwikkelingstraject WOLK, dat tot stand is gekomen door een samenwerking tussen Poetry Circle Nowhere, Tilt en Watershed. Daarnaast schrijft ze proza, maakt ze documentaires en is actrice.
Voor aan het sympathieke Raadgedicht deed ze mee. Dat gedicht lees je hieronder.
.
Al van kleins af aan
leren ze ons
over moed
we lezen het in boeken
zien het in cartoons
en vlak voor het slapengaan
vertellen ze het ons,
over prinsen, over ridders
over het redden van prinsessen
en in al die verhalen gaat het altijd hetzelfde
.
Moed
daar word je mee geboren
staat gelijk aan het ontbreken van angst
het redden van prinsessen uit hoge torens
doet alleen een moedig man
.
Maar dat is het ding met sprookjes
het is en blijft op fantasie gebaseerd
en de verhalen die wij hoorden als kind
zijn inmiddels enorm gedateerd
.
Want als we de echte verhalen horen
de geschiedenis terug volgen
dan heeft moed niks te maken met wapens of zwaarden
dan komt er geen prinses en geen ridder aan te pas
dan kan iedereen het vinden
terwijl het daarvoor nooit in je zat
.
Want we worden er niet mee geboren
en da’s maar goed ook, liever niet
want moed heb je pas nodig
als het verschrikkelijk tegenzit
.
En soms is het niet groots
en ook niet gewelddadig
soms zit moed gewoon in
het kleine, het alledaagse
.
Er is maar één correcte definitie van moed
dat ondanks dat iets eng is
je het toch gewoon doet.
.
Kinderkleuren
Sara Eelen
.
Als een van de jongste leden van Collectief Dichterbij viel Sara tweemaal in de prijzen bij de Turnhoutse voorronde TXT van de Kunstbende. Eelen (1994) is meer dan alleen dichter, zo fotografeert en filmt ze maar ze werkt ook met audio en, uiteraard, tekst. Voor dat ze debuteerde in 2020 met de dichtbundel ‘Het nodige breken’ bij uitgeverij Vrijdag werd werk van haar hand gepubliceerd in Het Liegend Konijn, Deus Ex Machina, Kluger Hans, Hard//Hoofd en Papieren Helden. Ook werd haar werk al bekroond bij Frappant TXT, de Babylon Interuniversitaire Literaire Prijs en de Poëzieprijs Stad Harelbeke.
Sara is een van de drijvende krachten achter de Klimaatdichters en Hart boven Hard, een burgerbeweging, opgericht in 2014 die als missie heeft:
Hart boven Hard wil een inclusieve en duurzame samenleving helpen creëren, waarin de waarde van mensen voorgaat op het pure streven naar winst. Hart boven Hard beweegt en verbindt burgers over maatschappelijke thema’s en sectoren heen om hun gedeelde bekommernissen creatief te uiten én de samenleving te winnen voor het realiseren van alternatieven. Op deze manier wordt de participatieve democratie beoefent die Hart voor Hard meer wil zien.
Van deze geëngageerde dichter hier het gedicht ‘Kinderkleuren’.
.
Kinderkleuren
.
Het roze potlood is altijd als eerste op in de kleurdoos
want de vader en de moeder moeten steeds opnieuw getekend
hun wangen extra dik aangezet, een laagje fond de teint.
.
Mengen leert het kind pas later.
Net als het feit dat mensen niet roze zijn
en moeders en vaders niet altijd in dezelfde afbeelding passen.
.
Niemand wil het kind nu al leren
dat het meer rode en blauwe plekken moet arceren
of beter nog de vader doorzichtig laat.
.
Het is al goed dat het zichzelf niet langer
tussen de ouders in tekent
de handen als stekelige bollen op elkaar
.
dat het in de bladspiegel plaats laat voor verdriet
daar kunnen we later nog wat mee.
.
Gedicht als (korte) film
Remco Campert en Alessio Cuomo
.
Vorige week was ik in Gent en daar kwam ik, lopende door de stad, allerlei gedichten tegen die op muren en ramen waren aangebracht. Zo ook het gedicht ‘Verzet’van Remco Campert. Het gedicht is aangebracht op een zijmuur van het Het Vrijzinnig Centrum Geuzenhuis. Verschillende vrijzinnige verenigingen vinden hier onderdak. Het café werd lang opengehouden door Motte Claus, de schoonzus van Hugo Claus. Zij was ook een van de initiatiefnemers van de Poëzieroute in Gent Het gedicht past bij het publiek van het Geuzenhuis: kritische en maatschappelijk geëngageerde mensen. Toen ik deze week wat aan het zoeken was op internet kwam ik een artikel tegen van mei 2018 over dit specifieke gedicht op deze plek in Gent.
Filmmaker Alessio Cuomo liep met zijn vriendin in Gent toen hij het gedicht op een muur zag staan. Hij was er zo door geraakt dat hij met de tekst aan de slag wilde. “Met het gedicht toont Campert dat verzet niet betekent dat je meedoet met de rest, maar dat je bij jezelf stil moet staan.” Dus stuurde hij Remco Campert een brief met het verzoek dit gedicht te ‘verfilmen’. Ook vroeg hij Campert of hij de hoofdrol wilde spelen in de filmische bewerking. Daar stemde Campert mee in. De film toont onder andere beelden van de schrijver achter zijn typemachine, maar ook de natuur van landgoed Rhijnauwen in Bunnik vlakbij Utrecht, waar tijdens de Tweede Wereldoorlog zo’n vijfhonderd verzetsstrijders zijn gefusilleerd.
Volgens Cuomo was Campert blij met het resultaat. Al was de schrijver het filmen na een uur of drie wel redelijk zat. Hij was wellicht niet erg bekend met de gebruikelijke lange opnamedagen die er voor een film nodig zijn. “Sommige stukken moesten een paar keer worden opgenomen. Toen Campert weer een zin moest herhalen, zei hij: ‘Wanneer is het nou klaar? Ik kan het gedicht niet meer aanhoren’.”
.
.
Domoren en dromers
Hans Verhagen
.
Dichter, journalist, schilder en filmmaker Hans Verhagen (1939) debuteerde in 1961 met de (in eigen beheer uitgegeven) dichtbundel ‘Anatomie van een Noorman’. In 1963 volgde ‘Rozen & Motoren’, bij uitgeverij Nijgh & van Ditmar. Hij maakte deel uit van de redactie van Gard Sivik, wat later De Nieuwe Stijl werd.
Vanaf de jaren tachtig houdt hij zich vrijwel alleen bezig de schilderkunst. Hij maakte in 2004 een comeback als dichter met de bundel ‘Moeder is een rover’, gevolgd door ‘Draak‘ (2006) en ‘Zwarte gaten’ (2008). In 2003 verschenen zijn verzamelde gedichten in de bundel ‘Eeuwige Vlam’.
In 2009 ontvangt hij de P.C. Hooft-prijs voor zijn poëzie vanwege zijn humor, zijn engagement, zijn poëtische durf en eigenzinnigheid. Uit ‘De eeuwige vlam’ het gedicht ‘Domoren en dromers’.
.
Domoren en dromers
.
De grote roergangers van deze tijd,
alle rimpels met zich mee dragend van de levenszee,
vrezen geen verzet van de domoren van het verstand:
‘wie denkt, denkt vroeg of laat wel met ons mee’.
.
Maar wie met de onvervalste wijsheid van een ongeschoolde
en van dromen en drift doortrilde hand
de hemel aansnijdt om zijn naam te kerven
in de regenbogen –
die beschouwt de gangster aan het roer als vijand.
.
Poëtische kunst of kunstzinnige poëzie?
Shirin Neshat
.
Shirin Neshat (1957) is in Iran geboren en vluchtte na de revolutie aldaar naar de Verenigde Staten. Shirin Nesha. Tegenwoordig woont ze in New York met haar vriend, de Iraans-Amerikaanse filmer Shoja Y. Azari. Centraal in het werk van Shirin Neshat staat de Iraanse vrouw. Ze combineert tekst met beeld vanwege de relatie tussen de inhoud van die twee. De tekst fungeert in haar werk als een stem om de stereotype negatieve beelden en de slachtofferrol van Iraanse vrouwen aan de kaak te stellen. Veel van de teksten zijn poëziefragmenten van een beroemde Iraanse dichteres, wiens geschriften handelen over de ervaringen van de vrouw in de Iraanse cultuur. Andere teksten die Neshat in haar werk gebruikt, zijn religieus van aard en gaan over het verlangen van Iraanse vrouwen om deel te nemen aan de revolutie. Shirin Neshat werd in 1957 geboren in Qazvin, een stadje in het noordwesten van Iran waar haar vader arts was. Net als haar vier broers en zusjes ging ze op haar zeventiende voor haar studie naar het buitenland. Vanaf 1974 woonde ze bij familie in Los Angeles en volgde aan de Berkeley Universiteit een opleiding voor beeldend kunstenaar. Ze gaf het schilderen op toen ze begin jaren tachtig met haar toenmalige vriend in New York een non-commerciële galerie begon, The Storefront for Art and Architecture.
.
Over het gebruik van poëzie in haar werk zegt ze: “I feel the use of poetry is particularly apt because literature has historically played a major part in the struggle against political repression.”
De onderstaande foto’s komen uit de serie “Unveiling” (1993-1997). Om dit werk te kunnen maken deed Neshat een chador aan. Ze fotografeerde de delen van haar lichaam die niet werden bedekt door de chador; haar handen, haar ogen en haar voeten. Deze delen beschreef ze met hedendaagse liefdes poëzie uit Iran.
.











