Categorie archief: Poëziebus

De 43ste nacht van de poëzie

Wees niet verdrietig, hier is de nacht

.

Onder dit motto of deze dichtregels van dichter Antjie Krog was afgelopen zaterdag op zondagnacht de 43ste Nacht van de Poëzie. En dit keer voelde het heel vertrouwd en was het bijna zoals thuiskomen. Dat moet ik even uitleggen. Elke Nacht van de Poëzie voelt als thuis, het vieren van de poëzie, van de dichtkunst, van de dichters tijdens een avond en nacht is een feest. Om samen met een uitverkocht Tivoli maar liefst 19 dichters en verschillende entr’acts te mogen beleven, dichters en bekenden te spreken en naast het aankopen van dichtbundels ook ons eigen mini poëziemagazine MUGzine te promoten, is elke keer weer een hoogtepunt van het jaar.

Maar dit jaar voelde anders, dit jaar waren er verschillende dichters uitgenodigd die ik ken, jaren geleden op podia had uitgenodigd toen ze nog volledig onbekend waren, op open podia tegen kwam bij poëziestichting Ongehoord!, bij de Poëziebus en dichters die de afgelopen jaren in MUGzine hadden gestaan.

Zo traden Lotte Dodion, Lucas Rijneveld en Merlijn Huntjens op. De eerste twee ken ik van Ongehoord! en Lotte van de Poëziebus, Lucas van samen een podium delen in Zeist, Merlijn van Ongehoord!, de Poëziebus en MUGzine. Ook Anton Korteweg (in rolstoel, hij had zijn onderbeen gebroken maar was er gewoon) van MUGzine en tot slot Dean Bowen waar ik destijds samen mee in de Raad van Toezicht van de Poëziebus zat en wie zelf de eerste editie mee ging (waar ik ook aan deelnam maar niet als meerijdend dichter). En dan was er Lin An Phoa die de Nacht mocht openen nadat ze deze vorig jaar de Nacht sloot en die ik bij een poëzieavond in Beelden aan Zee had leren kennen als begenadigd dichter en Ingmar Heytze die ik al op zoveel podia tegen kwam (poëzie lagogo, Augusta Peaux festival etc.).

Allemaal dichters waar ik de afgelopen jaren mee ben gegroeid en die ik heb gevolgd. Maar er was meer. Een prachtig en gedenkwaardig optreden van Antjie Krog, David van Reybrouck als dichter, Francesca Birlogeanu die ik niet kende maar die ik zeker ga volgen, Charles Ducal, Els de Moor en ga zo maar door. En als verrassing tussen de dichter optredens door Jenny Areans (op 84 jarige leeftijd en dan zo zuiver zingen) samen met Cor Bakker, Duo Zeffiretti (Virtuoos klavecimbelspel met barokzang van de ‘Freddy Mercury van de klassieke muziek’) dat heel veel indruk maakte, Elmer die de zaal liet kolken en Klezmagic die net voor de afsluitend dichter Merlijn Huntjens iedereen de voetjes van de vloer liet gaan. En dan natuurlijk niet te vergeten het heerlijke langjarige presentatie duo Ester Naomi Perquin en Piet Piryns. Kortom opnieuw een Nacht om nooit te vergeten.

Uit de Nachtbundel die elke bezoeker krijgt bij binnenkomst koos ik voor het gedicht ‘Aan de dood’ van dichter Ivar van der Walle (1998) uit zijn in 2026 verschenen bundel ‘Aluminiumfolie’.

.

Aan de dood

.

Ik wil geloven dat ik je heb verzonnen.

Je bestond wel maar ik heb je verzonnen,

besloten je niet los te laten,

iedere dag te overwegen.

.

Ik heb je verzonnen zoals

mensen verzinnen hoeveel schepjes suiker

ze in hun koffie lekker vinden.

Als iemand die wacht op een ongekreukte liefde.

.

Ik liet je binnen.

Het leek verstandig om je uit te nodigen,

zoals mensen besluiten in een dorp te blijven wonen,

agenda’s meenemen.

.

Ik gaf je een eenpersoonsmatras in de keuken.

Ik liet je aan het woord met geliefden,

zo kwamen ze achter mijn ogen.

.

Ik heb je verzonnen

als muziek bij een afscheid.

Sinds het orkest me heeft omringd,

ga ik nergens meer vandaan.

.


Lucas Rijneveld

Anton Korteweg

Maarten van der Graaff

Merlijn Huntjens

Lotte Dodion

Lin An Phoa

 

 

Derrel Fest

Derrel Niemeijer (1977-2016)

.

Op 13 oktober 2016 overleed de eerste nachtburgemeester van Eindhoven, dichter, uitgever, columnist en allround bijzonder mens Derrel Niemeijer (1977-2016). Naar aanleiding van zijn overlijden 10 jaar geleden organiseren Abraham von Solo en Irene Siekman op 10 en 11 oktober het Derrelfest 2026. Ik heb louter mooie herinneringen aan deze rebelse maar eigenlijk heel lieve en correcte man die ons veel te vroeg verliet. Zijn manier van dichten, zijn performances, zijn volledig uit de hand gelopen B@Mfest, zijn liefde voor de poëzie, ik schreef voor zijn herdenkingsbundel het gedicht ‘Voor Derrel’ en zoals in het gedicht beschreven zal ik hem mij altijd herinneren.

En nu dus een herdenking van deze kleurrijke dichter, die als beginnend dichter graag naar de podia van poëziestichting Ongehoord! kwam en passagier van het eerste uur van de Poëziebus was. In zijn eigen Eindhoven op plekken waar veel van zijn voetstappen liggen. Zoals in de Gouden Bal en in Artspace Flipside. Komt allen want dit gaat iets bijzonders worden, al is het maar een grote reünie van dichters die Derrel van dichtbij gekend en gewaardeerd hebben. Hieronder vind je de uitnodiging, er is ook een Facebookgroep aangemaakt voor dit event.


Op zaterdag 10 oktober: Het grootste en gekste Open Podium voor woordkunst dat je je kunt voorstellen!
Iedereen kan meedoen.
Iedereen komt aan de beurt.
Alle remmen los!
En dat alles ter ere van de tien jaar geleden naar de eeuwige dichtvelden verhuisde Nachtburgemeester van Eindhoven: Derrel Niemeijer.
De volgende dag op zondag 11 oktober is er een heuse herdenkingshappening met een uitgebreid cultureel programma in de voormalige Artspace Flipside in Woensel (tegenwoordig T56).
Met onder andere, mogelijk wel of niet, in volstrekt willekeurige volgorde, lijfelijk dan wel in geest aanwezig:
DICHTERS: Lynn van Hooff, Gijs ter Haar, Jules Deelder, Doeko L., Petra Fenijn, Von Solo, Monique Hendriks, Gert Vanlerberghe, O’ ten Tic Tim, Pom Wolff, Hans F. Marijnissen, Menno Smit, Simon Vinkenoog, Andrew Cartwright, Joz Knoop, Gerard Scharn, Willem Adelaar, Paul Sterk, Pit van Nes, Irene Siekman, Finn Pelser, William S. Burroughs, Lea Theunissen, Jan Ducheyne, Think Poets e.v.a.
MUZIEK: Iris Penning, Stijn Charpentier, Woordspoken
FILM: Gershard Coxx (unieke avant-première)
Met kunstexpo!
PRAKTISCH:
10 oktober, 15:00 uur – laat (inloop 14:00 uur)
(Sl)open Mic @ Cafe de Gouden Bal
Hoogstraat 112a (gratis toegang)
11 oktober, 14:00 – 16:30 uur (inloop 13:00 uur)
Happening @ Artspace Flipside (T56)
Tarwelaan 56 (gratis toegang)
met kunstexpo!
derrelfest.podiumpoezie.nl
En natuurlijk geen bericht over Derrel zonder gedicht van Derrel. Uit zijn bundel ‘Krankzinnig Aangedicht!!!!!!‘ uit 2013 het gedicht ‘Bedorven vruchten’.
.
Bedorven vruchten
.
Op baby’s gaan zitten is
niet hetzelfde als babysitten, dat had de moeder moeten
vertellen van te voren.
Nu geen geld
en 1 dood op mijn geweten.
Zal niet de 1ste keer zijn
dat ik iets heb gedood,
op de handdoek
nog het massagraf van
fruitvliegjes en
de vensterbank ligt vol
met anders gevleugelde.
Elfjes gooi ik op sterk water
want wil alleen
een “Engeltje” in
mijn leven.

.

Niet te dicht bij de zon

Merlijn Huntjens

.

Dit jaar publiceerde Merlijn Huntjens (1991) bij uitgeverij de Harmonie zijn nieuwe bundel ‘Onder mij de mat’.  Merlijn ken ik al vanaf 2013, hij stond op het podium van poëziestichting Ongehoord!, reisde mee met de Poëziebus in 2015 en zijn gedichten verschenen in MUGzine #6 in 2021.

Pasgeleden was ik in de boekhandel Dominicanen in Maastricht (voor wie deze boekhandel niet kent, ga er heen! prachtig gehuisvest in een voormalige Dominicaner kerk) en struinend door de poëziesectie (waar in een verleden ook mijn eigen debuutbundel ‘Zichtbaar alleen‘ waarnaar dit blog vernoemd is, zich in de collectie bevond) kwam ik deze bundel weer tegen en las daarin het gedicht ‘Niet te dicht bij de zon’.

Ik moest meteen aan het verhaal van Icarus denken maar Merlijn Huntjens geeft er zo zijn eigen draai aan. In recensies van de bundel ‘Onder mij de mat’ lees ik: ‘Onder mij de mat nodigt de lezer uit tot fysieke en emotionele eerlijkheid. De gedichten blijven hangen door hun combinatie van zintuiglijke en existentiële scherpte, en zetten aan tot nadenken over wie we zijn, waar we vandaan komen en wat het betekent om te vallen, zowel letterlijk als figuurlijk.’ (Danny Danker) en: ‘Bij het lezen en herlezen van deze bundel nam Merlijn Huntjens me bij de hand en toonde me verschillende fysieke en transcendente zaken in de bewustzijnstoestand tussen de materiële en de immateriële wereld.’ (Anneruth Wibaut).

Hoe het ook zij, ik werd gegrepen door het gedicht ‘Niet te dicht bij de zon’ en wist dat ik dit hier met jullie wilde delen. Een mooie opstap naar het lezen van de hele bundel wat mij betreft.

.

Niet te dicht bij de zon

.

het blijft ultralang licht

in de zomervakantie die zich onder mij opent

.

een schaakbord

op een kraakhelder gekleurd jaren negentig tafelkleed

met buzz lightyear die woody op zijn rug heeft genomen

.

het beeld wordt herhaald

totdat buzz en woody niet meer op tafel passen

er aan de zijkant vanaf vallenb

dat is geen vliegen dat is sierlijk neerstorten

.

oma laat me winnen

omdat ze na afloop tegen mij wil zeggen dat ik gewonnen heb

zwarte pionnen vallen door het bord

de tafel

loodrecht omlaag

.

opa vraagt wie er gewonnen heeft

ik kan het niet meer zegt ze

ik kan ook niet meer

mijn voorouders vragen met regelmaat aan elkaar

of de dingen die in tekenfilms gebeuren kunnen bestaan

.

 

Al van kleins af aan

Roziena Salihu

.

Als liefhebber mag ik graag rondstruinen op de website van Poetry Circle want daar staat allerlei informatie over getalenteerde, vaak jonge, dichters. Wat me dan ook opvalt is dat al die jonge dichters zichzelf vaak niet zien als dichter maar als woordkunstenaar of als creatieveling in de brede zin des woords. Zo vind ik combinaties in de volgende disciplines: dichter/spoken word artiest/beeldend kunstenaar/filmer/tattoo artist/ schrijver/fotograaf/theatermaker/collage artiest/acteur/verhalenverteller/muzikant en coach.

Aan de ene kant heb ik hier geen mening over in de zin dat ik zelf ook niet alleen dichter ben, maar het verschil is dat ik creatief gezien daarnaast alleen blogger ben en geen andere creatieve aspiraties heb. Het lijkt me dan ook lastig kiezen uit al die mogelijke combinaties. Dat gezegd hebbende zit er erg veel talent tussen de dichters/performers op Poetry Circle. Een aantal van de daar geportretteerde dichters ken ik (bijvoorbeeld van de Poëziebus -Steff Geelen en Rellie Telg-, de Kunstbende – Daniëlle Zawadi- en Raamwerk | Dichtwerk -Benzokarim-) of zijn inmiddels landelijk bekend (Derek Otte en Babs Gons) maar er staan ook namen bij die ik niet ken.

Zoals bijvoorbeeld Roziena Salihu (1994). In 2018 werd haar werk voor het eerst gepubliceerd in de bundel ‘En ze leefde nog’. Ook is ze een van de schrijvers die is opgenomen in de bundel ‘Hardop‘ die in 2019 verscheen, samengesteld door Babs Gons. Ze werd gescout voor het nieuwe talentontwikkelingstraject WOLK, dat tot stand is gekomen door een samenwerking tussen Poetry Circle Nowhere, Tilt en Watershed. Daarnaast schrijft ze proza, maakt ze documentaires en is actrice.

Voor aan het sympathieke Raadgedicht deed ze mee. Dat gedicht lees je hieronder.

.

Al van kleins af aan

leren ze ons

over moed

we lezen het in boeken

zien het in cartoons

en vlak voor het slapengaan

vertellen ze het ons,

over prinsen, over ridders

over het redden van prinsessen

en in al die verhalen gaat het altijd hetzelfde

.

Moed

daar word je mee geboren

staat gelijk aan het ontbreken van angst

het redden van prinsessen uit hoge torens

doet alleen een moedig man

.

Maar dat is het ding met sprookjes

het is en blijft op fantasie gebaseerd

en de verhalen die wij hoorden als kind

zijn inmiddels enorm gedateerd

.

Want als we de echte verhalen horen

de geschiedenis terug volgen

dan heeft moed niks te maken met wapens of zwaarden

dan komt er geen prinses en geen ridder aan te pas

dan kan iedereen het vinden

terwijl het daarvoor nooit in je zat

.

Want we worden er niet mee geboren

en da’s maar goed ook, liever niet

want moed heb je pas nodig

als het verschrikkelijk tegenzit

.

En soms is het niet groots

en ook niet gewelddadig

soms zit moed gewoon in

het kleine, het alledaagse

.

Er is maar één correcte definitie van moed

dat ondanks dat iets eng is

je het toch gewoon doet.

.

 

Niet naar het water kijken

Merlijn Huntjens

.

De Limburgse dichter en maker Merlijn Huntjens (1991) ken ik al vanaf 2013 toen hij als jonge dichter voordroeg op een podium van poëziestichting Ongehoord! Na zijn voordracht kocht ik destijds zijn bundel ‘Ja, blokfluit’ met daarin 10 tracks (gedichten) en 1 bonustrack. Het verbaasde mij dan ook toen ik las dat zijn uitgeverij De Harmonie, zijn nieuwe bundel ‘Onder mij de mat’ als debuut afficheert. Helemaal omdat Merlijn in 2022 ook nog een scrapbook (met gedichten) bij Wintertuin uitgeverij heeft gepubliceerd met de titel ‘de zee waait terug’.

Dat Merlijn geen nieuwe naam in de poëzie is blijkt onder andere ook uit het feit dat hij al poëzie publiceerde in De Revisor, Het Liegend Konijn, Tirade, Kluger Hans en MUGzine #6. Daarnaast stond hij drie keer in de finale van het NK poetry slam en was hij één van de dichters die met de Poëziebus meereed in 2015. Hij is artistiek leider van PANDA, een collectief dat verhalen van Limburgse bodem op onorthodoxe wijze vertelt en literaire programma’s samenstelt. Het maakt zich tevens sterk voor literatuur en poëzie op scholen en creëert ruimte voor jong talent uit de regio.

Omdat er momenteel overal aandacht is voor zijn nieuwe bundel grijp ik nog even terug naar ‘de zee waait terug’. In deze bundel schrijft hij over een fictief eiland waar een gesloten gemeenschap woont. De mensen maken er onderdeel uit van een oud en magisch universum. De gedichten vertellen het verhaal van de teloorgang van deze oude wereld en de onzekere toekomst die erop volgt: wat is de invloed van technologische vooruitgang in een wereld van tradities en rituelen? Is er in een steeds donker wordende wereld nog ruimte voor individuele kwetsbaarheid? In de gedichten onderzoekt Merlijn hoe de eilanders omgaan met radicale veranderingen en het verlies dat daarmee gepaard gaat. Uit deze bundel het gedicht ‘niet naar het water kijken, niet naar het water kijken’.

.

niet naar het water kijken, niet naar het water kijken

.

demi wil ademhalen boven de wereld
naast een satelliet zwemmen in de ruimte
om dichterbij de droge maan te zijn.

haar eerste woning spoelde weg
doordat de zee het eiland opat.
ze herinnert zich dat ze door het gesprongen raam
met het matras als vlot naar buiten stroomde
in haar tuin opgevangen werd door een brandweerman.

haar opgevouwen telescoop past
in de kofferbak van de sedan van haar broer
ze hangt hem aan haar rugzak
wanneer ze het dak
van haar spiegeleihuis op klimt
via de boom die vlak naast het huis groeit.

demi is het hoogste punt van het eiland.
ze kijkt naar de maan.
ze denkt dat ze daarboven iets heeft gezien:
donkere kraters als koeienvlekken
kurkdroge vlaktes, nergens gras of verrassingen.

.

Troost je

Yousra Benfquih

.

Mij wordt weleens gevraagd waar ik de inspiratie vandaan haal om elke dag een blog te schrijven. Vaak is dat door het lezen van poëziebundels (ik heb er genoeg), poëzietijdschriften, berichten over poëzie, nieuws of actualiteiten of simpelweg wanneer ik ergens tegen een gedicht aan loop (letterlijk of figuurlijk). De leukste manier echter om op een onderwerp, dichter of gedicht te komen is door het browsen (zonder doel rond bewegen) op Internet. Tik een paar onwaarschijnlijke zoektermen in, voeg daar poëzie, gedicht, dichter, poetry of poem aan toe en je staat verteld van waar je allemaal mee geconfronteerd wordt. Een andere manier is ditzelfde te doen maar dan op afbeeldingen te kijken.

Dit is precies waar ik de inspiratie en de inhoud van mijn blog vandaan heb. Ik stuitte op de website sampol.be (Samenleving en Politiek) en daar las ik over de Zomerreeks 2021: Samenleving en Poëzie. In de Zomerreeks werd het woord gegeven aan dichters (in samenwerking met het Poëziecentrum in Gent) en werd hen gevraagd te reflecteren over de samenleving. Maar liefst 45 dichters hebben gehoor gegeven aan deze oproep en van hen (vrijwel allemaal Vlaamse dichters en een enkele Nederlandse dichter) werd een gedicht opgenomen op de website.

De gedichten lezend koos ik voor een gedicht van Yousra Benfquih. Haar naam kende ik van haar voorgenomen deelname aan de tour van de Poëziebus in 2017 (die toen door omstandigheden voor haar niet doorging). Yousra Benfquih (1988) is mensenrechtenjuriste en werkt aan de universiteit Antwerpen aan een doctoraat over gelijkheid in het onderwijs. Daarnaast is ze ook een getalenteerd en gelauwerd schrijfster en ‘spoken word’ artiest. In haar poëzie speelt Benfquih met het delicate evenwicht tussen humor en ernst en tussen ongemak en ontroering. Ze stond al op uiteenlopende podia – van de Arenbergschouwburg tot Bozar – en werkte samen met talrijke organisaties zoals Amnesty International Vlaanderen en Passa Porta. Het gedicht op Sampol.be is getiteld ‘Troost je’.

.

Troost je

.

In het weiland waarin je slaapt
verwijl je niet lang genoeg om oude
dromen op te rakelen, een ouder lied

nochtans kende je het uit het hoofd,
er ontbreken noten, eeltloze vingers ook
om je frons glad te strijken, de geschiedenis

slaapt om jouw ogen, is niet meer
dan een rimpel, wimpel, deken dat de wind
doorlaat, je mond en ogen rafelende koudegaten

van een huis zonder dak: je huid,
je wenkbrauwen de dekveren
van op aarde onbeholpen albatrossen:

het liefst wil je bidden,
geluidloos huiswaarts scheren
maar het is lang wachten

op het keren van de wind, troost je,
hoog in de lucht heb je geen woonst
nodig, troost je, geen brood of bad,

en ook aan de koude zijn je botten
vast gewend geraakt,
dus troost je,

het keren van de wind duurt lang
maar slapen mag je hier vannacht.

.

Spoken word

Myron Hamming

.

Ik schrijf zo nu en dan over spoken word. Nu is dat ook niet meteen mijn specialiteit of heeft het mijn voorkeur als het gaat om poëzie, maar interessant vind ik het wel. Toen ik nog poëziepodia organiseerde met poëziestichting Ongehoord! in de bibliotheek van Rotterdam nodigden wij ook met enige regelmaat spoken word dichters uit. Ook de deelnemers van de Poëziebus die daar optraden hadden vaak een spoken word achtergrond.

Spoken word zie ik als afdeling van het warenhuis dat poëzie is (met al haar onderdelen, variëteiten, afdelingen en shop-in-shops) maar er zijn verschillen met de klassieke poëzie (ook die in de vrije vorm). Bij spoken word gaat het om de voordracht. Om de performance en het ritme. Je vertelt een verhaal  waarvoor je niet alleen je woorden, maar ook je lichaam en gezichtsuitdrukking gebruikt. Dat kan heel mooi en indringend zijn, een totaalbeleving, theatraal en overtuigend, maar ik zie toch te vaak dat al deze elementen tenkoste gaan van de poëtische kracht van de tekst.

Spoken word dichter Myron Hamming (1994) zegt daarover in de Flow: “Je zou spoken word poëzie met een verhaal kunnen noemen. Een persoonlijk verhaal, verteld met het hart, ‘met soul’. Spoken word is allereerst geschreven voor het podium, voor een publiek. Ritme is daarom belangrijk net als klank en timing. In een samenleving die verhardt, biedt spoken word hoop en verbinding.”

Ook dichter der Nederlanden Babs Gons (1971) is begonnen als spoken word dichter en performer. Maar uiteindelijk is zij ook als gepubliceerd dichter gedebuteerd in 2021 met de bundel ‘Doe het toch maar‘. Blijkbaar is de wens van veel spoken word dichters toch om ooit vereeuwigd te worden op papier. Op video is dit natuurlijk veel makkelijker; je begint een YouTube kanaal en filmen maar.

Dat de verstrengeling tussen de twee, of zoals ik al schreef spoken word als deel van de poëziefamilie, steeds meer vorm krijgt blijkt ook uit de podia en festivals waar dichters acte de présence geven en gevraagd worden. Ook in de teksten van spoken word dichters zie ik iets veranderen, ze worden minder persoonlijk en verhalend en meer poëtisch en verdichtend. Dat zie je ook in het gedicht ‘We zagen lichtpuntjes in de verte en noemden ze toekomst’.

.

We zagen lichtpuntjes in de verte en noemden ze toekomst’

.

hier binnen in de ruimte
die je herinnert met groots gemak
leg ik alles neer dat je mist
alles dat je voelde
alles dat je zag

vouw ik hier zacht in de naden en kieren
hier binnen
schijnen wij nog
omdat jullie weigeren te vergeten
want enkel hier
geloof ik niet in eindes

zolang ik durf te wachten op het eerste dauw
durf te verlangen
en te flirten met het eerste licht
als lichtpuntjes flikkerend in de verte
als steden op randen van kusten
om op te vallen

in die verte
aan dezelfde kust
aan dezelfde rand van het podium
zijn we weer een avondlang ons eigen dorp
onze eigen stad onze eigen wereld en dat verhaal vertellen we
samen als één gezicht één stem
door de bas die in oren zoemen blijft
door de kelen schor en de stemmen weg

waar zich een wereld afspeelt en waar dat ook is
waar de klok even vergeet mee te slaan
waar de tijd even hikt en hapert
waar het niet uitmaakt hoe donker het buiten is
het licht blijft hier

in die tussentijd vertellen we samen ons verhaal
kijken we samen uit over de lichtpuntjes flikkerend in de verte
en noemen ze toekomst
en doen we dit
voor dat ene moment
en dat moment is ons alles waard
want daar zijn we nooit echt weggeweest
daarvoor ligt hier
teveel van ons achtergelaten
en is hier
teveel dat op ons wacht

.

Hoveling bij nacht

Jolies Heij

.

Het is al weer even geleden dat ik een erotisch gedicht plaatste dus dacht hop met de geit. Op zoek kwam ik onder andere op de website Easytoys. Zij organiseerde in 2019 een erotische gedichtenwedstrijd. Verder op de website niets meer over gevonden, ik vraag me dan ook af of daar iets poëtisch uit voort is gekomen. Verder zoekend kwam ik op de website Poëzie verrijkt het leven en daar kwam ik een gedicht van Jolies Heij (1964) tegen. Jolies ken ik al lang, van de Poëziebus-tour 2019, Dichter bij de bar (2014) en verschillende poëziepodia.

Het gedicht ‘Hoveling bij kaarslicht’ gaat over een ‘slechte man’. Jolies Heij geeft toe, dat zij weleens een relatie heeft met een slechte man. Dit moderne sonnet verscheen in de bundel ‘Van het Oosterdok 2014’.

.

Hoveling bij kaarslicht
.
We huisden in het café bij regen:
een nurkse buikdanseres probeerde
een spreekpop uit. Verderop lagen
massagraven te weken. De kroegbaas

jammert alsof ik hem versta. Even later
wil hij dineren bij kaarslicht, daarna
de wax op mijn billen laten sissen.
Ik vraag of het normaal is dat mijn

kozakkenman een laars in mijn mond plant
giftig zaad in mijn tepelkloven spuit.
Soms praten wij met elkaar. Als hij het

doet, doet hij het zeker en vlug, al is
de afwerking wat stug. Normaal is het
niet, zegt mijn hoveling, maar wel nobel.

.

De Dromende Dansers

Rik van Boeckel meets The Dub Ark

.

Ik ken dichter/performer Rik van Boeckel (1952) al een groot aantal jaren. Zo stonden we al in 2014 samen met een aantal andere dichters in theater De Veste in Delft, en bij ‘Dichter bij de bar‘, maar Rik was ook een van de deelnemers aan de eerste editie van De Poëziebus in 2015. Dat hij groot fan is van Linton Kwesi Johnson, net als ik, hoor je onmiddellijk wanneer je de CD ‘De Dromende Dansers’ opzet. Zijn nieuwste creatie, na onder meer een reisverhaal en zijn dichtbundel ‘Beweeg als een strateeg‘ uit 2018 is de CD ‘De Dromende Dansers‘.

Het is niet de eerste CD van deze performance dichter met zijn onafscheidelijke djembé. In de jaren ’80 van de vorige eeuw bracht hij als popdichter al twee cassettes uit en in 2010 zijn eerste CD ‘Ode aan de mode’ waarin hij poëzie brengt op de klanken van hip hop en Latin muziek. In 2014 volgt dan de EP ‘Cheer Yourself Up’ met een mix van reggae en Dancehall. Maar ook bij zijn bundel ‘Beweeg als een strateeg’ zit een begeleidende CD met muzikale poëzie.

En nu dan een nieuwe CD (2023) met (heel netjes) een tekstboekje. In de kleuren groen, geel en rood, waarmee de link naar de muzieksoort die op dit album te horen zijn meteen gekenschetst worden: Reggae en Dubreggae. Rik wordt op dit album bijgestaan door een collectief van muzikanten dat bekend staat als The Dub Ark: Eric van Drunen Littel (aka Clever Lee), Aernout van Hees (aka Dr. EchopleX) en Joep Smeenk (aka Ube da Dube). En samen zetten zij een muzikale achtergrond neer voor de teksten van Rik die er zijn mag. Ik hoor een mix van Linton Kwesi Johnson, Lee Scratch Perry maar ook Black Uhuru en zelfs Doe Maar klinkt door in het zeer diverse palet van percussie en muzikale klanken.

Rik schreef de teksten op verschillende plekken op deze wereld: Portugal, Ibiza maar ook gewoon in Nederland. Voor wie van poëzie en percussie houdt is dit een aanrader. Ik koos van het album de tekst van ‘Een lied van waanzin’.

.

Een lied van waanzin

.

De tijd gaat voorbij

de tijd verdwijnt in de eeuwigheid

waar mensen leven waar mensen feesten

waar wolken huilen waar mensen sterven

.

Zo klinkt een lied van waanzin

en een verdrietig hart

dit is een moment om te voelen

van blijdschap tot aan smart

.

Verhalen van vrijheid zingen het liefst

laat de onderdrukking varen

doe dit maanden doe dit jaren

ze zingen dit trots en luid

.

Zo klinkt een lied van waanzin

en een verdrietig hart

dit is een moment om te voelen

van blijdschap tot aan smart

.

Regenbogen bedekken de zon

de maan verborgen in duisternis

zal langzaam verder groeien

donder zal harten raken

jaren van wind en zang

bereiken de leistenen heuvels

zij zullen haar verder dragen

naar de horizon achter de duinen

universele duinen aan de Noordzee

.

Zo klinkt een lied van waanzin

en een verdrietig hart

dit is een moment om te voelen

van blijdschap tot aan smart

.

Katrijn

Daan Janssens

.

In 2017 ging de Vlaamse Daan Janssens (1994) als één van de deelnemende dichters mee met de Poëziebus. Omdat ik het interessant vind om na al die jaren eens te kijken hoe het met jonge dichters gaat die destijds meegingen op de Poëziebus ben ik op zoek gegaan.

Daan Janssens is inmiddels stadsdichter van Hoogstraten geweest van 2017-2019 en in 2021 stond hij samen met Babeth Fonchie en Maan Methven bij ‘Vers van het Mes’ bij Perdu. Zij schreven een ‘kleine poëtica’, waarin ze zich uitspraken over hun rol in het poëzielandschap, en optreden in Vlaanderen en Nederland.

Ook was hij een van de makers van de Podcast ‘grensgangers’ (samen met Jens Meijen, Lisa Weeda en Onias Landveld) waarin ze met dichters uit Nederland en Vlaanderen praten over hun werk en het literaire landschap in de twee landen.

Daarnaast is hij mede oprichter van Dans! Dichter! Dans! een VZW die de ontwikkeling bevordert van beloftevolle schrijvers die graag over de disciplinaire grenzen kijken die eigen zijn aan de literatuur.

Het gedicht ‘Katrijn – een gedicht voor onze kerk’ schreef hij als stadsdichter van Hoogstraten.

.

Katrijn – een gedicht voor onze kerk

.

je kan niet ontkennen dat je mij ziet
al hul ik mij in de mistige herfstdagen of klauwt
mijn kruin naar de hoogste middagzon

.

ik ben de oermoeder van deze stad
en ik ben blij dat je weet dat je voor je moeder moet zorgen

.

dat je weet dat eeuwen hun tol eisen
dat ze sporen nalaten – geen groef
in mijn bakstenen lijf is onberoerd
geen schemering zonlicht langs mijn ramenmozaïek
tot in het binnenste van mijn catacomben

.

dat ik
zelfs gehuld in al jouw goede zorgen
steeds statig boven de kruinen van ieders huis reik
dat ik uitkijk op de dagen die komen – en weet
wat er altijd al was

.

want jullie allemaal zijn de kinderen van mijn oeverloze blik

.