Categorie archief: Zoals de wind in maart graven beroert
19 jaar en 1 dag
Remedie
.
Ik kwam er vandaag achter dat ik gisteren, 19 jaar geleden ben begonnen met dit blog. De aanleiding was de voorgenomen publicatie van mijn debuutbundel ‘Zichtbaar alleen‘ die ik samen met kunstenaar en fotograaf Ruben Philipsen maakte. Grappig om dat eerste bericht terug te lezen, opgesteld in de derde persoon enkelvoud, alsof het over iemand anders ging dan mijzelf. Indertijd had ik geen idee waar ik aan begon. Ja een dichtbundel maken en laten uitgeven, dat was duidelijk maar een blog? Mijn uitgever Henriëtte Faas zei dat het een goed idee was om op die manier wat aandacht aan de bundel te besteden. En omdat ik wilde dat de bundel een succes zou worden ben ik gaan bloggen.
Nu 19 jaar en 1 dag later blog ik nog steeds. Als sinds ruim 17 jaar elke dag. Over poëzie, je kunt tenslotte maar zoveel kwijt over een dichtbundel, al zijn er in de loop van de tijd wel vier aan toegevoegd: ‘Je hebt me gemaakt met je kus‘ (met Alja Spaan), ‘Zoals de wind in maart graven beroert‘, ‘Winterpijn‘ en ‘XX-XY‘ waarvan de laatste twee als E-bundel. En natuurlijk heb ik al lang weer genoeg gedichten geschreven om een nieuwe bundel te vullen, en die staat ook op de planning maar de tijd ontbreekt me momenteel om hier iets mee te doen (komt nog).
In de afgelopen 19 jaar (en 1 dag) ben ik me meer en meer gaan toeleggen op het schrijven over poëzie, en alles wat maar een beetje met poëzie te maken heeft of er tegen aan schuurt. Een blik op de categorieën geeft dat goed weer, en ik zou er zo nog tien of twintig categorieën aan toe kunnen voegen maar ik probeer het te beperken. Tegenwoordig weten ook uitgeverijen mij te vinden en sturen me dichtbundels toe, die ik heel graag recenseer.
terugkijkend kan ik alleen maar tevreden zijn over de ontwikkeling van dit blog. Met bijna 500 vaste abonnees en inmiddels bijna 6000 blogberichten, meer dan 2 miljoen boeken en meer dan 1 miljoen bezoekers denk ik dat ik voor veel mensen iets breng dat ze waarderen. En dat is waar ik het voor doe, mijn liefde voor poëzie delen. Geen blogbericjh zonder gedicht, en naar aanleiding van dit bericht koos ik voor het gedicht ‘Remedie’ van dichter Harmen Wind (1945-2010) uit de bundel ‘Plaatselijke tijd’ uit 1997. Vooral door de eerste zin van de tweede strofe. En voor papier mag je ook dit blog lezen.
.
Remedie
.
Tegen de angst. Al wat ik schrijf
weerstaat mijn wanhoop, elke zin
waaraan ik ademloos begin
jaagt mij de stuipen van het lijf.
.
Want op papier ben ik niet bang.
Hier gelden vastgestelde wetten
die mij uit razernij ontzetten
en redden van de ondergang.
.
Kunst zet het leven naar zijn hand,
brengt het terug tot dunne lijnen
die zich, tegen verval bestand,
tot het verstilde beeld verfijnen
van windfiguren in wit zand
waarin ik veilig kan verdwijnen.
.
Avier
Luuk Wojcik
.
Terwijl ik mijn huis aan het schoonmaken was kwam ik een oude koffer tegen die ik jarenlang voor mijn werk had gebruikt. Terwijl ik de inhoud aan het selecteren was op wat er weg kon en wat ik wilde bewaren kwam ik ook verschillende dingen tegen die met mijn poëzie verleden te maken hebben. Een aankondiging van het Haagse Hofjesfestival waar ik in 2018 voor het eerst aan meedeed, een visitekaartje van Atelier9en40 van Alja Spaan waar ik bij Alkmaar Anders voordroeg, een aantal ansichtkaarten van het Alkmaars Dichtersgilde uit 2018, een proefdruk van twee bundels ( ‘Zoals de wind in maart graven beroert‘ en ‘Je hebt me gemaakt met je kus‘), een proefdruk van de eerste bundel van Evy Van Eynde ‘Zal ik liefde noemen‘ die ik uitgaf met MUGbooks in 2019 en een A4 van Avier.
Avier was een onafhankelijk literair vlugschrift dat verscheen in 2012 t/m 2014. Dat er na 2014 nog wel sprake was van enige activiteit blijkt uit het feit dat mijn A4 Avier een gratis winternummer was (nummer 17) uit 2016. De publicaties werden verzorgd door de Stichting Literaire Activiteiten Avier (SLA | Avier) en bevatten werk van zowel bekende als minder bekende dichters. Het snelschrift werd verspreid tijdens de vier keer per jaar georganiseerde presentaties van de stichting. De samengestelde website is inmiddels uit de lucht.
In mijn winternummer staan gedichten afgedrukt van Jana Beranová, Else Kemps, Piet Gerbrandy, Stella Bergsma, Jean Pierre Rawie, Jesse Laport, Koenraad Goudeseune, Delphine Lecompte en Luuk Wojcik. Omdat de laatste naam mijn niet bekend voorkwam wilde ik wat meer over hem te weten komen.
Luuk Wojcik (1993) publiceerde in Meander, Absint en op De Optimist. Iemand zei ooit tegen hem: ‘Ik ben blij dat er mensen zijn zoals jij.’ Iemand anders zei tegen hem: ‘Het enige dat erger is dan verrotte jongens zijn jongens die erover liegen.’ De meningen zijn dus verdeeld over Luuk. Hij verdient zijn geld momenteel als keuken-assistent en werkt aan een coming of age-voorstelling met muzikant Pieke. Dit is een tekst van De Optimist uit 2016. Daarna is er weinig bekend over Luuk behalve een bericht uit 2020 waarin hij als kok aan het woord is.
Desalniettemin toch aardig om zijn gedicht ‘Op een plein’ hier met jullie te delen.
.
Op een plein
.
Dit is hoe een auto
langzaam voorbij rijdt
met zoekende ogen achter de ruiten: dreigend, ’s avonds.
Een plastic zak is een autoraam.
.
Er staan bomen meer dan bankjes.
Er is altijd wel wat, er zijn hier tradities.
.
Hier loop je alsof je ieder moment een traptrede tegen kunt komen.
In een razend tempo groeien de stenen.
In een situatie vlakbij een casino schreeuwen mannen naar moeders.
.
Azuurblauwe neonletters van het hotel verlichten de gezichten
van de minderjarige meisjes in de nachtwinkel.
.
Op de achterliggende weg zoeft een brommer voorbij.
Ik steek mijn arm uit, en maak van mijn hand een pistool, volg hem ermee,
maar ik heb niets in mijn lichaam dat op kogels lijkt.
.
Tijd
Jeroen de Vos
.
Toen ik mijn dichterschap serieus begon (na de publicatie van mijn debuutbundel ‘Zichtbaar alleen, waar dit blog naar vernoemd is) waren er een paar dichters waar ik al snel kennis mee maakte via mijn uitgeverij. Dat waren onder andere David Muiderman, Karel Kramer (van wie net de tweede druk verschenen is van zijn bundel ‘Delft, zwarte inkt’ bij mijn facilitaire uitgeverij MUGbooks) en Jeroen de Vos. Van hem verscheen in 2009 in de serie ‘Haags fris’ de bundel ‘Soms zijn drie woorden genoeg’. In 2011 bij het verschijnen van mijn bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert’ deed hij een voordracht en ik deelde een podium met hem in Maassluis.
Toen ik deze week iets aan het opzoeken was kwam ik zijn bundel ‘Soms zijn drie woorden genoeg’ tegen. Wat me lezend in de bundel, opviel was dat Jeroen de Vos zoveel humor en mededogen in zijn gedichten stopt. Dat bleek al eerder in een bericht dat ik schreef over Hoe schrijf je poëzie (dat weer mooi aansluit bij het bericht dat ik hier eergisteren plaatste).
Daarom vandaag nog een gedicht uit deze fijne bundel getiteld ‘Tijd’.
.
Tijd
.
Mijn vader lag al twee weken in het ziekenhuis
en op de vijftiende dag zat er ineens een engel aan zijn bed.
De engel richtte zich tot mij en zei:
‘het is tijd voor je vader om te gaan.’
‘Sinds wanneer maak jij de dienst uit? schreeuwde mijn
vader vanuit het bed.
De engel keek even ontdaan naar mijn vader die nu toch
wat kleur in zijn bleke gezicht begon te krijgen.
‘Het is bepaald’ stotterde hij ‘Het staat in de kaarten’.
‘wat een onzin!’ brulde mijn vader.
‘Kom Jeroen, we gaan.’
Mijn vader pakte zijn spullen en vervolgens mijn hand.
.
Terwijl ik min of meer achter hem aan holde
zei mijn pa ‘Kom, jongen snel naar huis…
want langs je moeder komt hij nooit’.
.
Chicago blues
Wouter van Heiningen
.
In het kader van vakantiegedichten vandaag een gedicht van mijzelf. Ik heb een aantal jaar geleden een drietal gedichten geschreven na een reis door de Verenigde Staten. Het gedicht hieronder ‘Chicago blues’ komt uit mijn bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert’ uit 2011.
.
Chicago blues
.
Deze stad ademt de blues
vlak onder de huid bijgezet
in het geheugen van schoonmakers
en slachters
.
hier trekt de gospel
van mond tot hart
en biedt zij troost
als bijvangst van de fles
.
het centrum als een pacemaker
die in een oud en versleten lijf
ligt te wachten op de laatste regel
uit een lied van Muddy Waters
.
‘You ain’t gonna trouble
poor me, anymore’
.
Je naam
Dubbelgedicht
.
Het is alweer even geleden dat ik een dubbelgedicht hier plaatste. Een dubbelgedicht zijn twee gedichten van twee dichters die qua inhoud of titel iets gemeen hebben. Zo ook de twee voorbeelden die ik vandaag aan elkaar wil koppelen. Het betreft hier twee gedichten waar je naam een belangrijke rol in speelt.
Allereerst het gedicht ‘Je naam ben ik vergeten’ van dichter Hans Verhagen (1939-2020). In zijn dichtbundel ‘Duizenden Zonsondergangen’ uit 1971 staat het gedicht ‘Je naam ben ik vergeten’ . Daartegenover wil het het gedicht ‘Mus’ zetten dat ik schreef en staat in mijn bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert’ uit 2012. Aan de ene kant is er de naam die vergeten is en aan de andere kant de naam die nooit meer vergeten zal worden. Een mooi thema voor een dubbelgedicht leek me.
.
Je naam ben ik vergeten
.
Ik heb geen naam,
ik heb geen kleren aan,
ik heb geen lichaam.
.
Ik heb jou,
jij hebt mij,
meer hebben we niet nodig,
En mocht je mij niet treffen,
zo zal het altijd zijn,
Maria Magdalena.
.
Mus
.
Ook als je echt zo heet
vergeet ik nooit je naam
.
hoe je wegdook
na een zachte streling van je wang
de rode blos tot diep
in je hals
.
je voorzichtige lach
die de ochtend deed smelten
tot een zee van tijd
.
de dagen dat ik je zocht
in veel te volle straten
en altijd weerkeerde
tot het plaats delict
.
je naam nog korter
dan mijn liefde was gegeven
.
als je echt zo heet
.
Help mijn man is klusser!
Koenraad Goudeseune
.
Ik weet niet of het programma ‘Help mijn man is klusser!’ bekend is, maar ik moest er onwillekeurig aan denken toen ik het gedicht ‘Klusser’ van Koenraad Goudeseune las. Niet dat het in dit gedicht gaat over gemankeerde klusmannen die hun vrouw tot hysterie en verdriet drijven door hun huis te gaan verbouwen en het dan niet afmaken, het huis in een staat van oorlog achterlatend, en toch moest ik hieraan denken.
De in Ieper (West Vlaanderen) geboren Koenraad Goudeseune (1965) publiceerde zijn eerste gedichten in Dietsche Warande & Belfort en het Nieuw Wereldtijdschrift. Hij debuteerde in 1987 met de bundel ‘Album’ die hij in eigen beheer uitgaf. In 1998 verscheen zijn tweede bundel ‘Dat zij mij leest ‘bij uitgeverij Atlas.
In 2011 verschijnt zijn bundel ‘Dichters na mij’ en de omslag van deze bundel doet mij heel erg aan mijn eigen bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert’ uit datzelfde jaar. Uit deze bundel dus het gedicht ‘Klusser’. Een bijzonder gedicht, waarin de hoofdpersoon andere problemen heeft dan het niet afmaken van de verbouwing, met een verrassend einde.
.
Klusser
.
Je was in een Doe Het Zelf.
Je weet hoe makkelijk het is
te zondigen tegen je enige principe:
ga nooit zo’n winkel binnen.
Je deed het toch, je wist weer beter.
.
Je had naast een hamer iets nodig
dat je zelf in elkaar kon steken
iets met een handleiding
en pijlen die van hoe het precies zat
de richting wezen.
.
En je vond alleen een hamer.
En toen je uit de winkel kwam,
had je alleen een hamer bij je
En je liep over straat als een idioot.
.
En je was niet blij dat je hem had gestolen.
.
Art & Jazz
10 jaar
.
Tussen 4 en 27 oktober wordt in Muzee de Scheveningse Salon georganiseerd door de stichting Art & Jazz. Art & Jazz bestaat dit jaar 10 jaar en dat wordt gevierd. Vanmiddag tussen 14.00 en 17.00 uur is er een middag vol poëzie en muziek.
Ik zal hier samen met een aantal andere Haagse dichters en muzikanten voordragen. En speciaal voor deze middag zal ik mijn bundels ‘Zichtbaar alleen’ en ‘Zoals de wind in maart graven beroert’ voor een actieprijs van € 10,- verkopen (of € 5,- per stuk).
Muzee is aan de Neptunusstraat 90 in Scheveningen, de toegang is gratis!
.

















