Site-archief

Poëzieperiscoop

Trenčín

.

Van vrienden Ed en Brenda kreeg ik een appje vanuit Slowakije, vanuit Trenčín. In dat appje foto’s en een filmpje van een soort periscoop op een plein waaruit je, door te draaien aan de handel aan de zijkant, gedichten te horen krijgt. Uiteraard word ik daar nieuwsgierig van en Brenda stuurde me, nog voor ik kon gaan zoeken al een link toe (waarvoor dank!) over dit alleraardigste initiatief. 

Het betreft hier de Kaledomat of, zoals ie vernoemd is, de Poesiomat. Het is een bijzonder object dat lijkt op een periscoop van een onderzeeër. Het heeft een slinger en na het draaien werden er in eerste instantie kerstliederen uit verschillende landen van de Europese Unie afgespeeld. Nu biedt het echter gedichten van Trenčín-dichters van nu en vroeger, natuurgeluiden die verbonden zijn met de plek waar het staat, liederen en sprookjes.

Sinds 2015 plaatst de Tsjechische vereniging Piána na ulici, opgericht door Ondřej Kobza, poesiomats in de straten van de stad. “Oorspronkelijk ging het vooral om jukeboxen voor poëzie, maar in de loop der tijd is het concept uitgegroeid tot de huidige vorm, waarbij de Poesiomat de symboliek van een plek probeert vast te leggen – het is een soort versterker van de genius loci (de garantie van een plaats) “, legt Ondřej Kobza uit. “De magie van een plek kan verschillende vormen aannemen. Daarom kan een luisteraar van een Poesiomat, naast gedichten, bijvoorbeeld een sprookje of natuurgeluiden tegenkomen “, voegt hij eraan toe.

De Poesiomat die op het Štúrovo-plein in Trenčín in december 2025 is geplaatst, is de meest beluisterde van heel Tsjechië en Slowakije (meer dan 80 staan er al her en der), al meer dan 45.000 keer werden er gedichten afgespeeld. De Poesiomat werd ingesproken door acteurs en actrices van het Normálka Theater in Trenčín en door de acteur en mimespeler Pavol Seriš. 

Een van de dichters die te horen zijn in de Poesiomat is de dichter Rudolf Dobiáš (1934). Deze dichter heeft een zeer bewogen leven achter de rug, wat terugkomt in een van zijn bekendste gedichten ‘Niet-verzonden brief’, vertaald uit het Slowaaks door John Minahene.

.

Niet-verzonden brief

.

Met mijn eigen kruis in een koude cel
, ver van de hemel,
schreef ik naar huis: Ik voel me heel goed,
ik heb niets nodig.

De bewakers waken over mij,
wat heb ik nog te vrezen?
Ik weet dat Gods molens mij malen
en tot brood vermalen.

Mijn lichaam gloeit nu als door koorts
in Gods eigen gloeiende kolen,
en deze vier muren van puur wit
verheerlijken en prijzen Hem.

Mama, ik voel me prima. Dat is waar,
maar ik vind het wel jammer dat ik niet bij je kan zijn.

.

Schatplicht

Albert Hagenaars

.

Van de in Bergen op Zoom geboren en wonende dichter Albert Hagenaars (1955), die als dichter een bijdrage leverde aan MUGzine #25, kreeg ik een aantal bundels opgestuurd. De eerste die ik ter hand nam was meteen ook zijn meest recente uitgave (2023) getiteld ‘Schatplicht’. Dit keer geen dichtbundel maar een bloemlezing van zijn literaire werk aan de hand van fragmenten uit boeken, ongepubliceerd werk als dagboekbladen en reisverslagen, overzichtslijstjes, interviews en tal van foto’s.

Deze bloemlezing omvat alle hierboven genoemde onderdelen van 1977 tot 2023. Het boek begint met een stuk over A.I. Niet de A.I. die je verwacht (artificial intelligence) maar die van Aanschaf Informatie. De eerste keer dat ik van Albert Hagenaars hoorde was toen hij de A.I. schreef voor NBD Biblion (op basis van aanschaf informatie bepalen bibliotheken welke boeken ze kopen) van mijn bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert‘. Inmiddels heeft hij meer dan 1400 aanschaf informaties geschreven, aanvankelijk over poëzie, met name Vlaamse dichters, later ook over kunstboeken (Hagenaars is naast dichter ook beeldend kunstenaar en galeriehouder) en reisliteratuur.

Verder een aantal interviews (Haagse Courant, Meander, met een Engelse interviewer Neil Leadbeater), dagboekfragmenten, Hagenaars visie op een passie hebben voor boeken, over recenseren en over poëzie vertalen. Een stukje over de twee keer dat hij deelnam aan een poëziewedstrijd (en beide keren in de prijzen viel), een overzicht van zijn poëzie in de openbare ruimte ( in Bergen op Zoom kom ik regelmatig een gedicht van zijn hand tegen op een gevel van een gebouw), romanfragmenten en zo kan ik nog wel even door gaan.

Als je een interessant boek wil lezen over een dichtersleven met alle ins & outs dan kan ik je ‘Schatplicht’ zeer aanraden. En om het helemaal af te maken zijn ook nog eens een groot aantal gedichten opgenomen die in de loop der jaren verschenen in zijn poëziebundels. Maar ook het gedicht ‘Onder de sneeuw’ dat verscheen op de website van Meander bij een interview dat Alja Spaan met Albert Hagenaars had in 2022.

.

Onder de sneeuw

.

Paul Celan

.

De woorden verliezen warmte

en kleur, zetten zich schrap

op de richel van de zegging,

.

schrappen dan elkaar

weg

waar ze winnen aan belang.

.

Hij schrijft zich uit de sneeuw

en verduistert wat hij zag

toen ze hem zagen.

.

Pijn is geen emotie, liefde

.

geen redding.

.

Poëziewandeling voor achterblijvers

Poëziewandeling crematoria Twente

.

In 2021 vierden de gezamenlijke crematoria van Twente het 50-jarig jubileum. Ter gelegenheid daarvan is er op het gedenkpark in Enschede een bijzondere wandeling uitgezet: ‘Poëziewandeling voor de achterblijvers’. Op diverse plekken langs de wandelroute zijn gedichten, geschreven door dichters van het collectief DIE (Dichters in Enschede), te lezen en te beluisteren. De poëzie biedt troost en een moment van stilstaan bij het gemis van dierbaren. De hele wandeling is ongeveer twee kilometer lang.

Van de gedichten die te lezen zijn tijdens de wandeling te lezen zijn koos ik voor het gedicht ‘Spoorzoeker’ van dichter Jos Eertink (1983). Hij was stadsdichter van Enschede van 2019-2021. Hij studeerde communicatiewetenschappen an de universiteit Twente, werkte jarenlang voor het Wilminktheater en is sinds zijn studietijd actief als dichter.

.

Spoorzoeker

.

wie ik was geworden

was ik altijd met jou

.

met jou en je vingers gevouwen

onder het laken in de mijne

.

met jou en je knikjes in stilte

na de dingen die ik zei

.

met de schaduw van je laarzen

geworpen over mijn schoenen

.

met mijn schoenen door de sneeuw

en ergens nog je knikjes in stilte

.

Charlotte Van den Broeck

Voor Ward Zwart

.

In 2021 publiceerde Charlotte Van den Broeck (1991) de bundel ‘Aarduitwrijvingen’. In deze bundel staat het gedicht ‘Voor Ward Zwart’. De Antwerpse illustrator en striptekenaar Ward Zwart (1986-2020) was bevriend met Charlotte en maakte met haar de bundel ‘Cosmos, Texaco’ (2020). Zwart maakte potlood- en houtskooltekeningen bij haar gedichten. Naar aanleiding van zijn plotseling overlijden (hij nam zijn eigen leven) schreef ze dit gedicht.

Charlotte Van den Broeck leerde Ward Zwart kennen in Watou waar ze samen een muur gemaakt en geïllustreerd hebben (met een gedicht van haar hand). Peter Verhelst vroeg haar of ze een gedicht voor Ward wilde schrijven dat in Watou aangebracht kon worden. Zelf zegt ze daarover: “Het leek me het enige zinvolle dat er kon gebeuren, dat een gedicht voor hem op die plek terugkeert.”

.

Voor Ward Zwart

.

welke dag is het vandaag, de hele dag al wist de datum zich
uit waar geworden vrees, een haas schiet uit de struiken, de schuwe roerdomp
duikt in het riet

we moeten ons behoeden voor de opmars van goudjakhalzen in het oosten van het land
we moeten melding maken van de olieblauwe vlek op het papier, eronder

liggen de lege straten
we wandelen vanop de rug gezien en daar volstaat het
om te schoppen tegen de peilloze somberte, een kopstoot

tegen het sip, je vertelt het verhaal van het stokstaartje
dat werd opgenomen in een groep vosmangoesten en stelt me gerust:
in geen van beide soorten heeft de leeuw interesse

en op dagen dat de leeuw bijt
is hij van zeefdrukinkt en houtskool, voor het afscheid

hadden we elkaar een glimp van wilde tapirs beloofd wetende
dat de kans klein is, dat tapirs
tegenover ons geen enkele verplichting bezitten, maar we hebben tijd

en theekoeken en tijdens het wachten
bedenken we een naam voor de onbekende boom die binnenkort
voor het eerst in duizend jaar zal bloeien

we noemen hem ‘de slaappalmveer’
terwijl ik het neerschrijf, ga jij alvast op zoek

.

Roosterpoëzie

Norbert De Beule

.

Tijdens mijn bezoek aan de Permeke bibliotheek in Antwerpen viel mijn oog op een rooster naast een boom op het plein waaraan de bibliotheek ligt. Het bleek geen gewoon rooster maar een rooster met daarin een gedicht van Norbert De Beule (1957). Toen ik verder keek bleken er meer van dit soort roosters op het plein te liggen. De gedichten zijn geplaatst bij de heraanleg van het De Coninckplein. Antwerpen Boekenstad selecteerde regels uit de boomgedichten van het stadsdichtersproject ‘Bomenstad’ van Peter Holvoet-Hanssen.

Norbert De Beule debuteerde als dichter  in 1987 met de dichtbundel ‘Rockoco’, een aflevering van Quarant-Dash? – Tijdschrift voor literaire scherpzinnigheid, dat al na één jaargang ophield te bestaan. Hierna volgde verschillende bundels als ‘Yelle!’ (2003), ‘Ebdiep’ (2006), ‘Boekhouder van het Rusteloze’ (2009) en ‘Tri ti tiii’ (2013) welke werd genomineerd voor de Herman de Coninckprijs. Ook schreef De Beule meerdere poëzieprogramma’s voor scholen.

Op het Coninckplein in Antwerpen staat dus een gedicht van hem zonder titel (al lijkt het ‘de populier’ te heten als ik de plek op Straatpoëzie.nl geloven mag).

.

De populier waarop

de beroemdste glimlach

doordringt verzamelde

maar liefst tweehonderd

jaarringen die de boom

van binnenuit verlichtten

vandaar die groteske

uitstraling

.

Gedichten op bankjes

Gedichten op vreemde plekken

.

In 2010 begon ik de rubriek ‘Gedichten op vreemde plekken’ omdat ik een afbeelding tegen kwam van een gedicht in een toilet. Ik vond dat toen zo bijzonder maar ook grappig dat ik op zoek ging naar plekken waar je niet meteen een gedicht verwacht. En dat waren er nogal wat! In 2013 bereikte ik deel 100 van deze rubriek, waarna ik gestopt ben met tellen. Als je nu de rubriek in zijn geheel wil lezen ben je denk ik een dag bezig.

Ik denk dat ik eigenlijk alle vreemde plekken wel een keer heb behandeld (al weet je dat natuurlijk nooit, mocht je een echt bijzondere plek tegenkomen mail me deze dan), en daarom ben ik op Instagram een account begonnen met foto’s van lezers @meerovergedichten en later ook nog @struikeloverpoezie.

Als ik zo terugkijk krijg ik het idee dat vooral bankjes in de openbare ruimte populair zijn om gedichten op te plaatsen. Ik heb even een kleine steekproef gedaan en ben eens gaan zoeken op gedichten / poëzie op bankjes. Je weet niet wat je dan allemaal tegenkomt. In Ekeren, Amersfoort, Schalkwijk, Waspik, Purmerend, Berg en Dal, Halle-Zoersel, Amsterdam, Melle,  Denderleeuw, Apeldoorn, Delft, Leeuwarden en Nijmegen staan bankjes met gedichten of dichtregels, en zo kan ik nog wel even door gaan.

Uiteraard vind ik het een bijzonder goed idee om de buitenruimte op te fleuren of aan te kleden met openbare bankjes waarop je ook nog eens van poëzie kan genieten. Een charmant voorbeeld van zo’n bankje kwam ik een paar jaar geleden tegen in Belper (Peak district in Engeland). Slechts een regel was er in gekrast. Het bankje maakte deel uit van het Belper poëziepad. De regel luidt:

 

“I think that I shall never see

a poem lovely as a tree”

.

De regel komt uit het gedicht ‘Trees’ van Joyce Kilmer (1886-1918) uit ‘Poetry 2’, no. 5 (1915). Het volledige gedicht kun je hier lezen.

.

Trees

.

I think that I shall never see
A poem lovely as a tree.
A tree whose hungry mouth is prest
Against the earth’s sweet flowing breast;
A tree that looks at God all day,
And lifts her leafy arms to pray;
A tree that may in Summer wear
A nest of robins in her hair;
Upon whose bosom snow has lain;
Who intimately lives with rain.
Poems are made by fools like me,
But only God can make a tree.
.

Stoeppoëzie

Saint Paul

.

Gedichten op de stoep zijn geen nieuw gegeven. Zo schreef ik al eerder over gedichten op de stoep in Toronto  en in Boston maar in Saint Paul geven ze er toch net weer een andere draai aan. In Saint Paul  (Minneapolis) in de Verenigde Staten is sinds 2008 sprake van verfraaing van de stoepen aldaar middels het aanbrengen van gedichten op stoepen. Dit kunstproject begon in 2008 met de voormalige Public Art Saint Paul City-kunstenaar Marcus Young onder de naam ‘Everyday Poems for City Sidewalks’. Tegenwoordig is dit project verder geëvolueerde in de richting van het aanbrengen van zogenaamde stempels in het beton (stoepen zijn daar van beton) en is er het inzenden en beoordelen van poëzie bij gekomen.

Sidewalk Poetry 2023  zoals het project nu heet, accepteert poëzie-inzendingen in Dakota, Hmong, Somalisch, Spaans en Engels.  Hiermee wordt recht gedaan aan de opmerkelijke culturen en groepen die in de stad aanwezig zijn. Het wordt als een begin gezien, er kunnen er in de komende jaren nog andere talen aan worden toegevoegd. Voor de Sidewalk Poëziewedstrijd 2023 werden schrijvers gevraagd om na te denken over  ‘Network of Mutuality’ of de ‘verbondenheid van alle gemeenschappen’  uit  de brief van Dr. Martin Luther King Jr. uit de gevangenis van Birmingham , en de Dakota-filosofie van Mitákuye Owásiŋ ,  wat ‘al mijn relaties’ of ‘al mijn familieleden’ betekent. ” Wat betekenen deze uitingen van onderlinge verbondenheid voor jou?

Ook de curatoren van deze Sidewalk Poetry wedstrijd zijn van zeer divers pluimage: Kevin Yang (Hmong-Amerikaans), Marian Hassan (Somalisch-Amerikaans), Fong Lee (Hmong-Amerikaans), Thressa Johnson, Aesha Mohamed (Somalisch-Amerikaans), Tanagidan To Win (Inheems Amerikaans) en Michael Kleber-Diggs. Er werden meer dan 200 inzendingen gedaan en uit dit aantal zijn, na een lang beoordelingsproces door juryleden en curatoren, 15 gedichten gekozen, die in de zomer en herfst  van 2023 tot trottoirstempels moesten worden verwerkt en op de trottoirs van Saint Paul werden geplaatst.

Een van de gedichten die werden gekozen is van , de ook hier bekende dichter Anne Sexton (1928-1974). Blijkbaar werd niet alleen actueel werk van levende dichters toegestaan.

.

Of je haar hoort

als de stille ritmische golven

kabbelend op de eroderende kust

of als de dreunende schok van takken

bezwijken onder vers gevallen sneeuw,

slik de storm

generaties terugreiken.

Zij is daar.

Jouw waarheid.

Wacht tot je luistert, volg.

.

Openstratendag

Lotte Dodion

.

Afgelopen zondag 17 september 2023 vond in Antwerpen de OpenStratenDag plaats. In bijna 50 straten verspreid over Antwerpen organiseerden bewoners een straatfeest met een extra boodschap: ze willen een autoloze zondag in de hele stad, en een beleid dat meer gericht is op stedelijke leefkwaliteit. Stadsdichters Lotte Dodion, Cleo Klapholz, Ruth Lasters en Lies Van Gasse schreven elk een nieuw stadsgedicht voor het initiatief. Die verschenen als levensgrote krijtgedichten in zes straten verspreid over stad Antwerpen.

Deze vorm van straatpoëzie is opzichzelf niet nieuw maar blijft toch bijzonder. In het filmpje dat van dit gedicht gemaakt is krijg je een mooi idee van hoe je dit gedicht goed kan lezen (vanuit de positie van een drone). Om het gedicht toch wat toegankelijker te maken kun je het hieronder lezen.

Lotte Dodion zegt over deze vorm van poëzie: “Als maatschappij hebben we een dubbele missie tot ontharden: zowel de landschappen waarin wij bewegen als wijzelf zijn veel te verhard geraakt. De gevolgen daarvan worden steeds voelbaarder. Maar de toestand is niet onomkeerbaar. Aan ons de keuze om het anders te doen.” In die zin is het gedicht ‘Ontaard’ van Lotte Dodion een oproep tot ontharding.

.

Ontaard

.

Ssssssissend zingt een stem uit de grond:

Ontaard Ontaard Ontaard mijn uitgestrekt gezicht

uitgestreken gemaakt asfaltfilters en injecties van beton ik ben zo hard

geraakt ik mis mijn rimpels mijn groeven mijn traankanalen natuurlijk wil ik jullie dragen

prooiend gloeiend en glooiend mijn wijsheid van jaren waardig laat mij aarden.

.

 

Zomernacht

C.O. Jellema

.

De zomer loopt ten einde, tragisch maar waar, en hoewel de temperaturen deze week er geen aanleiding toe geven komt de herfst eraan. Maar nu zijn er nog die lange zomernachten. Zwoel, plakkerig en helder. En gisteravond terwijl ik ’s avonds nog een korte wandeling maakte moest ik denken aan een gedicht van C. O. Jellema dat ik afgelopen week las.

Van mijn broer kreeg ik maar liefst 5 bundeltjes van Jellema uit de kringloopwinkel. Het gedicht waar ik aan moest denken  komt uit een van die bundels ‘Stemtest’ uit 2003. Cornelius Onno (Cor) Jellema (1936-2003) was dichter en essayist. Hij debuteerde in 1961 met enkele gedichten in literair tijdschrift De Gids. Aanvankelijk kreeg zijn werk weinig aandacht, maar in 1981 brak hij definitief door met de bundel ‘De schaar van het vergeten’.

In zijn vroege gedichten zocht Jellema naar een relatie tussen de ‘verteller’ in het gedicht, en de wereld buiten die ‘verteller’. Later speelt ‘de tijd’ een belangrijke rol in zijn werk. In enkele bundels probeert hij een synthese tussen ‘voelen’ en ‘denken’, ofte wel emotie en ratio, te bewerkstelligen. De gedichten van C.O. Jellema zijn gekenmerkt door een strakke vorm, en geregeld maakt hij gebruik van de sonnetvorm.

Na enig onderzoek kwam ik erachter dat het gedicht ‘Zomernacht’ ook voorkomt op de onvolprezen website straatpoezie.nl. Het gedicht werd in 2008 aangebracht aan de Oude Kerkhof Noordzijde 1 in Leens (Groningen) waar Jellema lange tijd woonde.

.

Zomernacht

.

Doe nu die gedachten dicht van je.
Denk nu eens liever niet na over morgen.
Kijk niet steeds weer die bosrand van gisteren
na, bramenplukker die je bent zoals vroeger
maar nu. Maak even geen onderscheid tussen
een wie en hoezo en de kans op anders.
.
Doe in je hoofd uit de lamp, hoor wat er is,
ademt en ritselt, kwaakt in de kikkers.
Leef met je lichaam van nachtwind de koelte.
Geeuw je een gat in het hart en proef het
zo rood al sap van bramen. Wees langzaam
door vogels gezongen het wordende licht.

.

Bruggedicht

Alphen aan den Rijn

.

Sinds begin van dit jaar ben ik van lid van het comité van aanbeveling van de stichting ‘De zoek naar schittering’, gepromoveerd naar lid van de Raad van Toezicht. De zoek naar schittering onder aanvoering van Jiske Foppe is onder andere verantwoordelijk voor het plaatsen van gedichten in de openbare ruimte en dan vooral onder bruggen. In 2022 heb ik Jiske geholpen bij de poëziewedstrijd (georganiseerd door KHABBAZ.nl en samen met o.a. dichter Etwin Grootscholten) die moest leiden naar een gedicht dat aangebracht kon worden op de Alphensebrug. Deze zoektocht heeft geresulteerd in een winnaar van deze wedstrijd Kimm Mulder met haar gedicht.

De afgelopen maand is het winnende gedicht in een ontwerp van Bart Oppenheimer aangebracht onder de brug (zodat wanneer de brug open staat je het gedicht kan lezen) door Atelier Leo Mineur. De officiële opening van het bruggedicht in Alphen aan den Rijn, opnieuw georganiseerd door KHABBAZ is op zaterdag 20 mei om 14.00 uur.

Het winnende gedicht was al te lezen toen de ontwerpers bezig waren met het aanbrengen daarom kan ik het hier delen. Wil je in het echt zien hoe mooi het bruggedicht is geworden ga dan op 20 mei naar Alphen om de brug te zien.

.

Wie verbindt nog

wie vindt nog

de parels in dagen

wie proeft het geluk

overbrugt hier

de tijd

wie verlangt

terug naar vroeger

wie droomt er

van later

wie plukt hier

vandaag

de dag voor altijd

.