Site-archief

Johanna Kruit (1940-2026)

Doodgaan

.

Afgelopen woensdag, 8 juli, overleed dichter en schrijver Johanna Kruit. Johanna Kruit was geen onbekende op dit blog, ik schreef al over haar en haar werk in 2018 en later nog een aantal keren.  Ted van Lieshout schreef in een reactie op haar overlijden: “Johanna was een toonaangevende dichteres en stond in het circuit van de kinder- en jeugdpoëzie vaak alleen in een gezelschap van vooral mannelijke dichters”. En: “Te midden van hen viel ze op met een dromerigheid en zachtheid die, ook qua sfeer en variatie, opvallend goed bij haar pasten en bij het landschap waar zij zich het meest thuis voelde: Zeeland.”

Dat Zeeland een belangrijke plaats innam in haar werk kwam voort uit het feit dat ze een Zeeuwse was. Geboren in Zoutelande en gestorven in Middelburg leefde en werkte ze vanuit deze provincie. Ook in haar poëzie komt Zeeland, de kust, het strand en de zee regelmatig voor. Zoals in ‘Brief aan de zee’ en ‘Strandwandeling‘. In 1976 debuteerde ze met de dichtbundel ‘Achter een glimlach’, een bundel die ze schreef nadat ze met een hernia lange tijd op bed door moest brengen.

Hierna schreef ze heel veel boeken en bundels en werd ze bekend om haar kinder- en jeugdpoëzie. Ze schreef voor Vrij Nederland, Margriet, Okki, Taptoe en Mik-Mak. In 1996 kreeg ze een Vlag en Wimpel voor haar jeugdbundel ‘Zoals wind om het huis’. Kruit wordt samen met de schrijvers Leendert Witvliet, Wiel Kusters, Remco Ekkers en Ted van Lieshout gerekend tot de zogenoemde Blauw Geruite Kiel-groep, genoemd naar de voormalige kinderkrant van Vrij Nederland, die lang onder redactie stond van Karel Eykman.

Johanna Kruit won met haar werk een groot aantal prijzen en haar poëzie wordt nog steeds regelmatig opgenomen in bloemlezingen en bundels. In 2024 werd ze geëerd met de Prijs van de Zeeuwse Boekhandel.

In 1989 verscheen de bundel ‘Als een film in je hoofd’ en daarin staat een prachtig gedicht over doodgaan. Toepasselijker dan dit kon ik geen gedicht vinden.

.

Doodgaan

.

Doodgaan is leuk. Op de feestavond van school b.v.
je ligt heel stil, armen gekruist op de borst.
Geen wimper beweegt (of toch?). Na afloop zegt
iedereen hoe mooi het was. Hoe dood je lag.

Geen wonder. Opa kon het ook en mijn vader.
Goed gezien hoe dood zij lagen. Zelfs die vlieg
deed hen niets. Geen centje pijn of kriebel.

Doodgaan is leuk als het niet echt gebeurt.
Na afloop sta je op. Iedereen klapt en roept bis.
Maar ik denk aan vader en opa, en hoe stom dood
gaan eigenlijk is.

.

Foto: Marit Barentsen

Voskuil

Dichters op de begraafplaats

.

Gistermiddag was er op begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag een bijeenkomst van dichters, georganiseerd door Dichter bij de Dood,  die een gedicht hadden geschreven (en daar voordroegen) over de, in Den Haag geboren, schrijver J.J. Voskuil (1926-2008) naar aanleiding van zijn honderdste geboortedag (1 juli). Het eerste aardige weetje dat ik tegenkwam over J.J. Voskuil was dat hij ooit debuteerde met een gedicht. Het titelloze gedicht met de beginregel ‘Als ik groot ben’ werd door Voskuil kennelijk tijdens zijn studie geschreven.

In ‘Bij nader inzienstaat beschreven hoe Maarten Koning het aan Chris van Heel schenkt, die het wil opnemen in een bundel met bijlage ‘anonieme poëzie van het volk’. Chris van Geel (1917-1974) publiceerde het uiteindelijk in 1963 in het tijdschrift Barbarber, met vermelding van Voskuils naam. Het gedicht werd opnieuw gepubliceerd in Van Geels bundel ‘Dank aan de koekoek’ (1980) en is opgenomen in Van Geels ‘Verzamelde Gedichten’.

-Als ik groot ben
als ik groot ben
wil ik kousen
weet je van die hele blote
strak getrokken om m’n poten
-kousen, kousen, gekke kind
zorg maar eerst eens voor een vrind
zo maar kousen is zo zonde
.
Ook ik ben gevraagd door de organisator van de bijeenkomst over Voskuil een gedicht te schrijven. Dat heb ik uiteraard gedaan en dat gedicht is getiteld  ‘Daarbuiten’ .
.

Daarbuiten

 

De zon scheen net als de dag ervoor, de bomen en de koppen

als altijd naar buiten gericht, er was geen aanleiding voor een

 

gesprek. Wel vragen, altijd vragen en verwijten en verwachtingen.

Onuitgesproken, onder de huid etterend, een samenleving binnen

 

schijnbaar beschermende muren. Een dag was pas een dag bij het uit-

klokken, bij het fietsenhok, de fijne avond die plichtmatig, speels verveeld

 

uit bekende monden klonk. Daarbuiten lag een wereld te ontdekken, tot

een moment van wekken; 07.00 uur, op weg  naar opnieuw een opstelling,

 

een trekken en duwen, vriendschappelijk toneel, gedwongen enthousiasme,

terwijl daarbuiten de bomen meewarig de kruinen schudden. Het licht

 

in dunne strepen op de vloer. Tot een lamellengordijn ook die rust

verstoort en de aandacht verlegd naar de onrust van tot elkaar verhouden.

.

 

poëzieprijzen

Een overzicht

Ik hoor weleens dat je als schrijver of dichter pas echt meetelt als je een prijs hebt gewonnen of gekregen. En, wordt er dan vaak achteraan gezegd, dat is vrijwel elke dichter (in dit geval) omdat er zo ontzettend veel poëzie- en dichtersprijzen zijn. Nu kan ik beamen dat er veel prijzen worden uitgereikt in dichtersland maar zo ontzettend veel zijn er nu ook weer niet. Ja er zijn vele kleine prijzen en winnaars van dichtwedstrijden (die zijn er genoeg) maar de prijzen die er toe doen, dat zijn er niet zo vreselijk veel. Ik ben eens gaan zoeken en kwam tot de volgende prijzen in Nederland (NL) en Vlaanderen (V). Ik heb een aantal prijzen overgeslagen die niet meer worden uitgereikt of die overgegaan zijn in een andere prijs (bijvoorbeeld de Turing gedichtenwedstrijd , de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en de VSB poëzieprijs).

  • De Grote poëzieprijs voor een Nederlandstalige bundel, opvolger van de VSB Poëzieprijs (NL)
  • Herman de Coninckprijs voor een Nederlandstalige bundel (V)
  • P.C. Hooftprijs. oeuvreprijs wisselend poëzie en proza (NL)
  • Constantijn Huygens-prijs, oeuvreprijs voor poëzie en proza (NL)
  • Prijs der Nederlandse Letteren, driejaarlijkse onderscheiding (NL)
  • Driejaarlijkse cultuurprijs voor letteren (V)
  • Poëzieprijs Melopee, jaarlijkse prijs voor oorspronkelijk Nederlandstalig gedicht (V)
  • C. Buddingh’-prijs, voor een Nederlandstalig poëziedebuut (NL)
  • Debutantenprijs van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (NL)
  • NK Poetryslam, voor slampoëzie (NL)
  • Belgisch Kampioenschap poetry slam (V)
  • Ida Gerhardt poëzieprijs (NL)
  • Sybren Poletprijs, driejaarlijks voor experimentele literatuur (NL)
  • Jotie ‘T Hooft poëzieprijs (tweejaarlijks) voor het beste neo-romantische gedicht (V)
  • Poëzieprijs Boontje (VL)
  • Adriaan Roland Holstprijs, voor een oeuvre (NL)
  • Johan Polak poëzieprijs (NL)

Daarnaast zijn er nog een aantal regionale en gespecialiseerde prijzen:

  • Kees Stip-prijs
  • Awater poëzieprijs
  • Jan Campert-prijs
  • J.C. Bloem-poëzieprijs
  • Jana Beranová-prijs
  • Theo Thijssenprijs
  • Anna Blamanprijs
  • Rob de Vos-prijs (Meander)
  • Frans Vogel poëzieprijs
  • Granate prijs
  • De Zeef poëzieprijs

En heel veel lokale en kleine dichtersprijzen en gedichtenwedstrijden uiteraard. Maar dat zijn er echt teveel om op te noemen. Alle reden dus om te denken dat je als dichter een vrij grote kans maakt op een prijs. Uit al deze prijzen en winnaars heb ik een dichter, Maaike de Wolf, gekozen die in 2025 de Herman de Coninckprijs won met haar bundel ‘De dansvloer is van iedereen’. Uit deze bundel komt het gedicht ‘Holte’.

.

Holte

.

Mijn rechterbeen herbergt een banaal soort pijn
die opspeelt als het kouder, nu het ouder wordt.
Wees niet verbaasd als je ziet wie ik ben, mijn hartslag daalt
zo onder de veertig slagen als ik zit, als ik hier blijf, wachtend.
Zie ook de meedogenloze gokker, de obsessief strijkende huisvrouw
die aan mij verloren gingen, talent dat tussen mijn benen ontsnapte.
Nog steeds meisje dat dezelfde wapens als de jongens wil, schrik niet
als ik mijn haren in een neonroze verdwijnpunt verf.
Zoekend naar woorden zak ik een baarmoeder in.
Op de bodem lig ik, badend in belofte.

.

 

Jonge dichter

Julia Jacobs

.

In Hollands Maandblad, tijdschrift voor literatuur en politiek sinds 1959, verscheen in het januari nummer van 2025 het debuut van dichter en schrijver Julia Jacobs (2007) met het gedicht ‘Tegenspraak’. In het mei nummer van 2026 verscheen opnieuw een gedicht van deze piepjonge dichter. Hoewel ze actief is op social media (Instagram) is er verder niet veel van haar bekend behalve dat ze momenteel communicatie-trainee is bij de onderwijsgroep EduMare.

Ze trad al op bij NoordWoord in Groningen maar inmiddels is alle informatie daar door die organisatie alweer verwijderd. Omdat Julia nog zo nieuw is in het Nederlandse dichterslandschap wilde ik hier het gedicht ‘Zwerf on’ met jullie delen, tenslotte is niet iedereen abonnee van Hollands Maandblad.

.

Zwerf on

.

Je kan zwerven als een harmonica

je hoofd vol stoppen als een doosje blauwe druiven

schoenen kopen in Stockholm, een trui in San Francisco

de berg beklimmen waar je met je familie waterdunne limonade dronk

in de hoop een thermolaag over je huid te kweken

.

jezelf splitsen als een KitKat

om in meerdere magen tegelijk te kunnen verdwijnen

in het geheim een vliegbrevet halen

je van top tot teen in spijkerstof hullen

om eenzaamheid te incasseren in cowboystijl

.

naar iedereen in elke ruimte die je binnenloopt

lachen met je kaken in de aanslag

en kaartspellen uitdelen

.

als de huismus dan maar stopt met in je oren tetteren

.

zoals toen je daar die zomer met je meiden liep,

struikelde en met je neus tussen de keien viel

alsof het boter was.

.

Gastredacteur Mugzine

Wim van Til

.

Vanaf dit jaar, te beginnen met de zomereditie die verschijnt medio juli/augustus, hebben wij van MUGzine iets nieuws. Het gastredacteurschap. Vanaf nu willen we elk jaar een dichter of poëzieliefhebber uitnodigen om als gastredacteur op te treden voor MUGzine en zelf te bepalen welke dichters en mogelijk ook welke kunstenaar/illustrator er in het zomernummer verschijnt.

De eerste dichter en allround poëzieliefhebber en kenner die we vroegen is Wim van Til (1955). Wim is naast dichter leraar Nederlands. Hij richtte in het jaar 2000 het Poëziecentrum Nederland op, een studie- en documentatiecentrum voor moderne Nederlandstalige poëzie dat ruim 17.000 bundels, vele bloemlezingen en vertaalde poëzie omvat en een uitgebreid knipselarchief met recensies, besprekingen, interviews en geschreven portretten van dichters en secundaire literatuur herbergt.

Sinds 1975 verschijnen met onregelmatige tussenpozen gedichten van hem in tijdschriften en bloemlezingen. Wim van Til debuteerde in 1981 met de bundel ‘Dichtmaken open’. Wim van Til ontving voor zijn werk bij het Poëziecentrum Nederland de eerste Esther Jansma-prijs.

Maar Wim is ook dichter en in de nieuwe MUGzine verschijnen ook nieuwe gedichten van zijn hand. Nu hier alvast een voorbeeld van zijn kunne, uit de bundel ‘De reestap over het leenveld’ uit 2002 het gedicht ‘Alles begint en herbegint met zwijgen’.

 

Alles begint en herbegint met zwijgen

.

Alles begint en herbegint met zwijgen
Alles begint en herbegint met zwijgen, de taal
die het verleden spreekt, is eigen. Wat eigen is,
is stervensmoe fragiel. Wie kilt mijn vragen nu
mijn weemoed strekt, wie warmt de dagen nu ik

leegte zie in naderend verschiet? Ginds in het oer
versliep zich onze dag. En elke stap daarna wordt
trager en trager; steeds sneller dwalen onze gebaren
terug naar het leenveld van onze ontmoeting.

Rondom mij herhaalt zich het water, herhaalt zich
herhaald wat ik vraag en een antwoord voltrekt
in dat ene moment van volmaaktheid als de dag
onaangedaan stil hangt tot de beulsknecht zich buigt.

Het zal eerder sneeuwen in de zomer dan dat haar
gestalte zich loutert en luistert voordat mijn woord
van zwijgen naar zwijgen vergaat.

.

Voorproefje

Josse Kok

.

Momenteel ben ik bezig met het lezen van de nieuwe bundel van Josse Kok getiteld ‘Schulp’ die dit jaar verscheen bij uitgeverij Opwenteling. Opwenteling is een uitgeverij die ik al tijden volg omdat ze een eigen gezicht en geluid hebben. Ik schreef al over dichters die bij Opwenteling publiceerden als Anouk Smies en Joris Miedema en over hun durf om buiten de lijntjes te kleuren.

En nu lees ik, met veel plezier, dat kan ik alvast prijs geven, de nieuwste bundel van dichter Josse Kok (1983). Op de website van Opwenteling lees ik:  Na enkele jaren voordragen bracht hij in 2013 zijn debuut ‘Ik heb geslacht’ uit bij Uitgeverij Liverse te Dordrecht, die werd genomineerd voor de Buddingh’-prijs 2014. In 2018 verscheen zijn tweede bundel ‘Probeert u het later nog eens’ bij Opwenteling, in 2026 opgevolgd dus door ‘Schulp’. Werk van hem verscheen onder andere in Liegend Konijn, De Optimist en Revisor.

Om nog niet alles prijs te geven maar toch een kijkje in de keuken van Josse te geven hier alvast een gedicht uit ‘Schulp’ over een bijzonder beestje de Axolotl (zoek maar op).

.

Axolotl

.

Ergens beneden, in mijn troggen

waar de bodems tektonisch knuffelen

zwemt een roze amfibie in mij rond.

.

Ik wil hem de weg naar buiten wijzen,

laten zien aan nieuwsgierige biologen

want hij verdient een warmer water.

Als ik hem zie bewegen en wil

grijpen, ontspartelt hij mij.

.

Hij is de bacterie die ik niet kwijt

mag raken, een teer doodsvonnis

dat zich verschuilt in mijn borst.

.

Zijn aanwezigheid ontsluiert

mijn zwakte, voedt de zachte

tint in mijn starre korst.

.

Derde dag

Een gewone dag

.

Op dag drie van mijn vakantie pakte ik de bundel ‘Het refrein van andermans leven’ van Arnold Jansen op de Haar uit 2016 erbij. Arnold Jansen op de Haar (1962) is schrijver, dichter en columnist en hij publiceerde romans en dichtbundels.  Hij debuteerde met het gedicht ‘Joegoslavisch requiem’ in het literaire tijdschrift Maatstaf. Hij debuteerde in 2002 met de bundel ‘Soldatenlaarzen’. Uit de bundel ‘Het refrein van andermans leven’ koos ik het gedicht ‘Een gewone dag’ puur en alleen omdat het woord bibliotheek erin voorkomt.

.

Een gewone dag

.

zo’n dag die begint met

het broodvlees van gister

.

vannacht in een droom

leefden je ouders nog

.

rond tien uur overweeg je

diverse vormen van zelfmoord

.

hoor hoe onder de colonnades

de gesluierde vrouwen praten

.

met de getoverde ogen

en hun zoetgevooisde waterpijp

.

(men kan zich natuurlijk

een klein beetje geil wandelen)

.

de vaalgrijze bibliotheek

van paddington is alvast warm gestookt

.

je denk aan je lief

in het land waar je woonde

.

en hoe ze met twee mannen zou

of in het openbaar vervoer

.

of speciaal voor jou

in glanzend strak

.

vannacht zul je weer

van je ouders dromen

.

je moet ze tegen iets beschermen

maar weet niet wat

.

Dit hier is bijna nergens

Henk van Raak

.

Enige tijd geleden was ik in Tilburg in de zeer goed geoutilleerde tweedehandsboekenzaak de Boekenschop (dit is geen verschrijving). Ruim 30.000 boeken hebben ze op voorraad en de opbrengst gaat naar een goed doel. De poëzieafdeling beslaat maar liefst een volledige kast (ruim 5 meter), iets waar de gemiddelde boekenwinkel een puntje aan kan zuigen. Op zichzelf begrijp ik dat wel, aan poëzie valt gewoon te weinig te verdienen en een tweede handswinkel kan oudere bundels gewoon langer in voorraad hebben, waar ik dan juist weer heel blij van word.

Ik kocht er de bundel van Paul Celan, een bundel van Lévi Weemoedt die ik nog niet had en de bundel ‘Door mij spreken verboden stemmen‘. Van de eigenaar van de winkel kreeg ik bij het afrekenen nog een bundeltje mee van een heel goede klant van haar die in 2025 op 72 jarige leeftijd was overleden, de journalist en dichter Henk van Raak. Van Raak was betrokken bij de oprichting van de Literaire Kring Goirle en een tijd lang voorzitter. Hij was ook een serieus boekenverzamelaar, zijn huis was tot en met de zolder gevuld met boeken.

Als dichter debuteerde hij in 2013 met de bundel ‘Dit hier is bijna nergens’ en in 2015 verscheen ‘Plaatsen waar ik nog ben’. Zijn derde bundel waar hij aan werkte zal niet gepubliceerd worden. Favoriete dichters had van Raak ook en niet de minste; Fernando Pessoa, Constantínos Kaváfis, Federico Garcia Lorca en de Nederlandse dichters Rutger Kopland en Judith Herzberg.

De toon van zijn poëzie is melancholisch en zijn dichterlijke houding is filosofisch-beschouwend. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het gedicht ‘Herinnering’.

.

Herinnering

.

Al droom ik graag terug naar het verleden,

ik weet dat de herinnering het minst

van alles te vertrouwen is.

.

Men kleedt haar aan als een etalagepop

en maakt van wat schamele kleding was

een blauw tuniek met zilveren knopen.

.

Met terugwerkende kracht wordt

rechtgezet dat ik mij vroeger

knollen voor citroenen liet verkopen.

.

Deze aarde, wij hebben ze opgebruikt

Herwig Hensen

.

Afgelopen weekend las ik wat in de bundel ‘De Nederlandstalige poëzie in pocketformaat’ samengesteld door Philip Hoorne en Chrétien Breukers uitgegeven door Compaan uitgevers in 2012. Het aardige aan dit soort verzamelbundels is dat je altijd ontdekkingen doet, elke weer opnieuw namen van dichters tegenkomt die je niet kent. En dat was ook dit keer het geval.

In de bundel is een gedicht opgenomen met de titel ‘Deze aarde, wij hebben ze opgebruikt’ van Herwig Hensen. Meteen moest ik denken aan de Klimaatdichters, had ik een naam gemist? Maar niets bleek minder waar, Herwig Hensen (1917-1989) was al lang overleden toen de Klimaatdichters zich verenigden in een collectief met die naam.

De Vlaamse Herwig Hensen (pseudoniem van Florent Constant Albert Mielants jr.) was schrijver, docent wiskunde, docent dramaturgie en dichter. Aanvankelijk stond de poëzie van Herwig Hensen onder invloed van het impressionisme en het symbolisme van Karel van de Woestijne. Zijn later werk werd meer introvert. Zijn klassieke verzen geven afwisselend een smart weer om de waanzin van deze wereld en een bejubelen van het wonder van het leven.

Voor zijn werk werd hij meerdere malen bekroond, zo kreeg hij onder andere de Grote Driejaarlijkse Staatsprijs voor Poëzie (1938-1940). Zijn werk werd in meerdere talen vertaald. Hensen debuteerde in 1934 met een in eigen beheer uitgegeven bundel getiteld ‘Verzen’. Het gedicht ‘Deze aarde, wij hebben ze opgebruikt’ werd genomen uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1988. Het gedicht dateert waarschijnlijk uit 1971. Toen was deze dichter zijn tijd dus al ver vooruit met zijn gedachten en zorgen om het milieu en de waanzin van de wereld.

.

Deze aarde, wij hebben ze opgebruikt

.

Deze aarde, wij hebben ze opgebruikt:

Grond, wateren, beemden, bomen,

De vrucht die smaakt. De bloem die ruikt,

En ’t land waarvan wij dromen

.

Wat geven wij onze kinderen mee

Behalve spreuken en kogels?

Niet eens het zuivre zout van de zee

En ’t zingen van de vogels

.

Maar wél het gif en het haastige kruit,

en haat die alom kan passen.

Sindsdien doven de lentes uit

en dorren vroeg de grassen.

 

Belofte slaat over in ongeduld

voor wie geen hoop meer bewaren.

Wat zijn wij onder zoveel schuld?:

Bedriegers of barbaren?

.

Poëziewandelingen

Dorien De Vylder

.

Op de website In de voetsporen van schrijvers, literaire wandelingen in Nederland en Vlaanderen, staan tal (20) van interessante literaire poëziewandelingen. Eén van die wandelingen wil ik hier behandelen en wel die in Damme. Want behalve dat Damme een heel gezellig en mooi historisch dorpje is in West Vlaanderen, herbergt het dorp ook het Tijl Uilenspiegelmuseum (de moeite waard) en profileert het zich al jarenlang als boekendorp van Vlaanderen.

Naar aanleiding van 25 jaar Damme Boekendorp vernieuwde Stad Damme in 2022, in samenwerking met curator Willy Tibergien van boekhandel Diogenes, een reeds bestaande literaire wandeling. De literaire wandeling werd een Poëziewandelpad en telt tien gedichten van tien dichters die bij het poëziefonds van uitgeverij Vrijdag publiceren.

Naast Esohe Weyden, Moya De Feyter, Sylvie Marie en David Troch is Dorien De Vylder één van de dichters waarvan een gedicht is opgenomen. Dorien De Vylder (1988) studeerde in 2011 af als apotheker. Ze debuteerde als dichter in 2017 met de bundel ‘Vertraagd stilleven’ gevolgd in 2020 door de bundel ‘Heerlijk afgebakend eindeloos’. Haar gedicht ‘Alles is er’ werd opgenomen in ‘De 44’, een bloemlezing met de 44 beste gedichten van de Herman de Coninckprijs 2021.

Ze won verschillende poëzieprijzen en  bracht haar poëzie op het podium van onder andere het Kunstenfestival Watou, Felix Poetry Festival en Dichters in de Prinsentuin. Werk van haar verscheen in Het gezeefde gedicht, Het Liegend Konijn, Meander Magazine en Poëziekrant. Ook was ze enkele jaren (eind)redacteur bij het literaire tijdschrift Kluger Hans.

Uit haar bundel ‘Heerlijk afgebakend eindeloos’ nam ik het gedicht ‘Luciferdoosje’.

.

Luciferdoosje

.

Die strakke oostenwind, het eerste okkernootje, slaap in een
pissebed, deze maïshakselaar-schorpioen, een cheetasprint,
een verpletterende golf en een majestueuze rots, een leeg en
geblutst olievat met een houten kruis op gebonden, kastanjeglans,
een weggewaaide vlakte, een kapotte bladblazer, hoogzwangere
maretakbol, in een grimas getrokken nachtmerrie, blanco info-
bord, die dolende taxonoom, erosie, zwavelgeel, pimpelmees,
de vertrappelde vouwmeter, deze verreiker-giraf, de pauzeknop,
de pas genivelleerde asfaltweg. Al deze objecten raap ik op uit
de berm, ik pulk ze uit het onkruid, vanonder een peukje, vanuit
een achtergelaten reiskoffer, er gaat niks verloren, in mijn kleine,
kartonnen doosje vang ik ze op en schuif het dicht.

.