Site-archief
Wie zijn we morgen
Babs Gons
.
Schrijver, dichter, spoken word artiest, theatermaker, columnist en voormalig Dichter der Nederlanden Babs Gons (1971) is geen vreemde op mijn blog. Als inspiratiebron, jurylid, optredend dichter, voorwoordschrijver, maar ook gewoon als dichter. Ik ben Babs door de jaren heen bijzonder gaan waarderen, als dichter maar ook als verbinder en mens. En nu is er een nieuwe bundel van haar hand verschenen.
De bundel ‘Wie zijn we morgen’ bevat urgente, geëngageerde poëzie over identiteit, macht en gemeenschap, waarin het persoonlijke met het publieke wordt verbonden en er ruimte komt voor nieuwe stemmen, en hoop, aldus de uitgeverij. En dat is precies wat we verwachten van Babs Gons. De titel verwijst naar het gedicht met de gelijknamige titel die ze schreef vlak voor ze werd geïnaugureerd als, toen nog Dichter des Vaderlands. Een titel die zij, geheel terecht in mijn ogen, veranderde naar Dichter der Nederlanden.
Het gedicht ‘Wie zijn we morgen’ schreef ze bij de start van het herdenkingsjaar Slavernijverleden dat liep van 1 juli 2023 tot en met 1 juli 2024. En nu is er dus de bundel met dezelfde titel. Uit de bundel koos ik het gedicht ‘Wat we verdedigen’, een gedicht waar je alle populisten en machthebbers (bijvoorbeeld de minister van defensie) mee om de oren zou willen slaan om ze in te peperen dat een grote verantwoordelijkheid rust op hun schouders en dat ze die verantwoordelijkheid serieus dienen te nemen.
.
Wat we verdedigen
.
sterke legers worden niet slechts gebouwd
door zwaar materieel en gebeden
defensie begint bij omarmend rijm
bij zeges op velden van kunstgras
bij krantenpapier en waterverftekeningen
.
defensie begint
bij het afwegen van woorden
weten dat taal niet onschuldig is
dat je met drie lettergrepen
iemands veiligheid te grabbel kunt gooien
bij weten wat we buitensluiten
wie we welkom heten
wie we tot zondebok maken
.
defensie begint bij kinderen
genoeg bieden om terug te kunnen veren
een stem te geven in toekomstplannen
de straat de plek te laten zijn
waar je je mag laten horen
voor je idealen
.
een land dat zich wapent
begint bij ontwapenende ontmoetingen
buiten het isolement van dat ene mens
in de nabijheid van vele anderen
.
want om een macht
tot een andere macht te verheffen
zullen we elkaar moeten treffen
niet om elkaar te vrezen
en te verdelen
maar om elke dag
weer opnieuw te beginnen
.
Jonge dichter
Julia Jacobs
.
In Hollands Maandblad, tijdschrift voor literatuur en politiek sinds 1959, verscheen in het januari nummer van 2025 het debuut van dichter en schrijver Julia Jacobs (2007) met het gedicht ‘Tegenspraak’. In het mei nummer van 2026 verscheen opnieuw een gedicht van deze piepjonge dichter. Hoewel ze actief is op social media (Instagram) is er verder niet veel van haar bekend behalve dat ze momenteel communicatie-trainee is bij de onderwijsgroep EduMare.
Ze trad al op bij NoordWoord in Groningen maar inmiddels is alle informatie daar door die organisatie alweer verwijderd. Omdat Julia nog zo nieuw is in het Nederlandse dichterslandschap wilde ik hier het gedicht ‘Zwerf on’ met jullie delen, tenslotte is niet iedereen abonnee van Hollands Maandblad.
.
Zwerf on
.
Je kan zwerven als een harmonica
je hoofd vol stoppen als een doosje blauwe druiven
schoenen kopen in Stockholm, een trui in San Francisco
de berg beklimmen waar je met je familie waterdunne limonade dronk
in de hoop een thermolaag over je huid te kweken
.
jezelf splitsen als een KitKat
om in meerdere magen tegelijk te kunnen verdwijnen
in het geheim een vliegbrevet halen
je van top tot teen in spijkerstof hullen
om eenzaamheid te incasseren in cowboystijl
.
naar iedereen in elke ruimte die je binnenloopt
lachen met je kaken in de aanslag
en kaartspellen uitdelen
.
als de huismus dan maar stopt met in je oren tetteren
.
zoals toen je daar die zomer met je meiden liep,
struikelde en met je neus tussen de keien viel
alsof het boter was.
.
Groeken
Piet Hein
.
Ik kreeg het bundeltje ‘Ik denk dat hartzeer erger is’ 60 groeken van Piet Hein. Ik was even verward; Piet Hein? Groeken? Was Piet Hein niet onze nationale zeeheld? En wat zijn in hemelsnaam groeken? Om met de eerste vraag te beginnen, ja Piet Hein (1577-1629) is de man van de Zilvervloot, je weet wel, de schepen met zilver (ter waarde van een bedrag van maar liefst 11 miljoen gulden wat een gigantisch bedrag vertegenwoordigde destijds) uit Bolivia dat hij veroverde op de Spanjaarden in 1828.
Maar het betreft hier een heel andere Piet Hein (1905-1996), en ook nog eens geen Nederlander maar een Deens schrijver, natuur- en wiskundige, industrieel ontwerper, uitvinder en dichter die veel publiceerde onder het pseudoniem Kumbel (Oudnoors voor grafsteen). Deze Piet Hein schreef in meer dan 50 jaar duizenden groeken, zogenaamde lyrische aforismen, die hem wereldberoemd maakte.
In 1984 verscheen bij uitgeverij Bert Bakker dan ook de bundel ‘Ik denk dat hartzeer erger is’ 60 groeken in een vertaling van Marko Fondse en Peter Verstegen. Deze groeken hebben allerlei onderwerpen en zijn dan weer poëtisch, dan weer humoristisch, ze hebben een luchtige of juist serieuze ondertoon. De groeken van Hein werden vertaald in het Engels, Duits en Esperanto en dus ook in het Nederlands. Hieronder een paar voorbeelden.
.
Bemoediging
.
Is maagzuur al een ergernis
ik denk dat hartzeer erger is.
Dus dank de hemel en wees blij
als je maar lijdt aan één van bei.
.
Gave
.
Prachtige gaven zijn
geest en benul,
maar wat ze nog ver
overtreft,
is de gave om zo’n
ongelooflijke sul
te zijn dat je ’t zelf
niet beseft.
.
Alwetendheid
.
Wie weet wat hij
niet weet, belijdt
in zekere zin
alwetendheid.
.
Lieke Marsman (1990-2026)
Bericht van overlijden
.
Vandaag, op de dag dat Poetry International van start gaat in Rotterdam, werd bekend gemaakt dat schrijver, dichter, essayist, filosoof en voormalig Dichter des Vaderlands (2021-2023) Lieke Marsman is overleden aan de gevolgen van kraakbeenkanker. Hoewel bekend was dat ze ongeneeslijk ziek was kwam dit bericht toch onverwacht. Met haar overlijden verdwijnt opnieuw een bijzondere stem uit de poëzie in Nederland.
Ze debuteerde als dichter in 2010 met de bundel ‘Wat ik mijzelf graag voorhoud’ maar eigenlijk werd al een gedicht van haar gepubliceerd toen ze nog maar 12 jaar oud was. In 2010 werd ook een gedicht van haar opgenomen in de jubileumbundel ‘Nog een lente‘ van Meander waar ze haar poëzie ook al deelde voor haar officiële debuut. Haar werk werd meerdere malen bekroond, de laatste maal in 2025 toen ze de Constantijn Huygens-prijs kreeg voor haar gehele oeuvre, en ze was een graag geziene gast op vele poëziepodia en in de media.
In 2022 verscheen in de groep Het mooiste gedicht, een gedicht van Lieke Marsman dat ze schreef als dichter des Vaderlands met de titel ‘Ter gelegenheid van poëzie’. Ik ben ervan overtuigd dat de poëzie van Lieke Marsman nog vele generaties gelezen zal worden. In haar te korte leven heeft ze zoveel moois geschreven (niet alleen poëzie). In het gedicht ‘Ter gelegenheid van poëzie’ zullen veel mensen troost vinden om het verdriet van een te jong gestorven vrouw en dichter.
.
Foto: VPRO
Pijnbank
Gwy Mandelinck
.
Uit de bundel ‘Overval’ uit 1997 komt het gedicht ‘Pijnbank’ van de Vlaamse schrijver, dichter en stichter van de Poëziezomers in Watou, Gwy Mandelinck (1937 – 2024).
.
Pijnbank
.
Je strijkt. Terwijl je voet naar binnen staat
gedraaid, lijk je ingekeerd te zijn.
Zodra je mij bedreigt gaan neus en lip omhoog.
Die geven tanden bloot. Je hoofd wordt rood
.
en je besprenkelt breed het pak
waarin ik zat. Je heetste binnenkant
komt stomend op mij neer. een pijnbank
is die plank. je zet mij naar je hand.
.
Derde dag
Een gewone dag
.
Op dag drie van mijn vakantie pakte ik de bundel ‘Het refrein van andermans leven’ van Arnold Jansen op de Haar uit 2016 erbij. Arnold Jansen op de Haar (1962) is schrijver, dichter en columnist en hij publiceerde romans en dichtbundels. Hij debuteerde met het gedicht ‘Joegoslavisch requiem’ in het literaire tijdschrift Maatstaf. Hij debuteerde in 2002 met de bundel ‘Soldatenlaarzen’. Uit de bundel ‘Het refrein van andermans leven’ koos ik het gedicht ‘Een gewone dag’ puur en alleen omdat het woord bibliotheek erin voorkomt.
.
Een gewone dag
.
zo’n dag die begint met
het broodvlees van gister
.
vannacht in een droom
leefden je ouders nog
.
rond tien uur overweeg je
diverse vormen van zelfmoord
.
hoor hoe onder de colonnades
de gesluierde vrouwen praten
.
met de getoverde ogen
en hun zoetgevooisde waterpijp
.
(men kan zich natuurlijk
een klein beetje geil wandelen)
.
de vaalgrijze bibliotheek
van paddington is alvast warm gestookt
.
je denk aan je lief
in het land waar je woonde
.
en hoe ze met twee mannen zou
of in het openbaar vervoer
.
of speciaal voor jou
in glanzend strak
.
vannacht zul je weer
van je ouders dromen
.
je moet ze tegen iets beschermen
maar weet niet wat
.
Tongval van het verdwijnen
Anke Cuijpers
Slopersverdriet
Philip Hoorne
.
Vandaag een gedicht van een dichter in de geest van een andere dichter. Philip Hoorne (1964) is een Vlaamse dichter, schrijver, bloemlezer en recensent. Hij debuteerde in 2002 met de bundel ‘Niets met jou’ in de Sandwich-reeks onder redactie van Gerrit Komrij. De bundel werd genomineerd voor de Vlaamse Debuutprijs. Voor zijn tweede bundel ‘Inbreng nihil’ uit 2004 werd hij genomineerd voor de J.C. Bloemprijs.
Zijn werk werd opgenomen in meerdere bloemlezingen, onder meer in ‘De Nederlandse poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw in duizend en enige gedichten’ van Gerrit Komrij en verschijnt in literaire tijdschriften als Het liegend konijn, De Revisor, Bunker Hill, Landauer en Tirade. Hoorne richtte de poëzierecensiewebsite Poëzierapport op en schreef recensies voor onder meer Knack, de Poëziekrant en Meander.
In 2022 verscheen ‘Beste meneer, Bloem’, een selectie uit 20 jaar op J.C. Bloem geïnspireerd werk, uitgegeven door de Stichting Mr. J.C. Bloem Poëzieprijs. Wanneer een dichter wordt genomineerd voor de J.C. Bloemprijs, zoals Hoorne in 2005, dan wordt deze gevraagd een gedicht te schrijven geïnspireerd op de persoon Bloem, zijn werk of zelfs een regel of titel uit zijn oeuvre. In deze bundel zijn 20 van deze dichters (niet alle dichters hebben gereageerd op het verzoek tot het schrijven van een dergelijk gedicht) met hun gedicht opgenomen waaronder dus het gedicht ‘Slopersverdriet’ van Philip Hoorne.
.
Slopersverdriet
Naar ‘Insomnia’ van J.C. Bloem
.
Denkend aan de daad kan ik niet slopen,
En niet slopend denk ik aan de daad,
En mijn hamer aarzelt voor hij slaat,
Zijn puin en gruis mijn enige hopen?
.
Hoe onmachtig klinkt het schriel ‘ga lopen’,
Als een muur tegen de vlakte gaat.
Stof waait door de opgebroken straat.
‘k Denk dat ik mij beter op kan knopen.
.
Om de vrouw die zich te weinig geeft,
Slechts eens per maand wil minnekozen,
Te min haar vreugde om mijn krachtig zaad,
.
Tot meer paringsdaden niet in staat.
Op steenslag zal ik mijn kiemen lozen,
‘k Wil in mij geen leven dat niet leeft.
.
Jarig
Jana Beranova
.
Alle dichters die op dit blog aan de orde komen zijn ooit geboren en hebben dus een geboortedag. Wanneer een dichter nog leeft heeft deze dus ook een verjaardag. Nou is het niet mijn gewoonte om bij elke verjaardag van elke dichter die nog leeft een blog aan die dichter te wijden maar vandaag maak ik een uitzondering.
Vandaag is dichter Jana Beranová (1932) jarig en ze wordt 94 jaar. Omdat ik Jana als dichter en mens goed heb leren kennen in de afgelopen bijna 20 jaar en omdat ik al twee keer in de jury van de prijs die naar haar vernoemd is heb mogen plaats nemen, leek het me niet meer dan goed en rechtvaardig hier even stil te staan bij deze bijzondere vrouw.
Jana Beranová is Tsjechische van geboorte, maar moest na 1948 met haar ouders vluchten en kwam in Nederland terecht. Zij studeerde in Rotterdam af in de economie. Zij werd bekend met haar vertalingen van Tsjechische schrijvers en dichters, onder wie Milan Kundera (onder andere zijn klassieker ‘De ondraaglijke lichtheid van het bestaan’) en de Tsjechische schrijver, dichter en journalist en Nobelprijswinnaar (1984) Jaroslav Seifert (1901-1986).
In 2008 verscheen ‘De geboorte van Sisyphus‘: de verzamelde in het Nederlands vertaalde poëzie van een oud-stadgenoot van Jana, de Tsjechische dichter en immunoloog Miroslav Holub (1923-1998). Inmiddels was haar naam als dichter en vertaler gevestigd en van 2009 tot 2010 was ze stadsdichter van Rotterdam. Jana was docente poëzie aan de Amsterdamse schrijversvakschool en politiek actief binnen de schrijversorganisatie PEN International, dat zich inzet voor vervolgde schrijvers. Landelijke beroemdheid kreeg zij met een tekst die ze maakte voor Amnesty International: ‘Als niemand luistert naar niemand vallen er doden in plaats van woorden’.
Voor haar inspanningen voor de Tsjechische literatuur kreeg Jana Beranová in 2005 van de Tsjechische staat een hoge onderscheiding. In 2024 ontving ze de prestigieuze Gratias Agit Prijs, voor haar bijdrage aan de promotie van Tsjechië in het buitenland. Voor haar inzet voor de Rotterdamse letteren kreeg Beranová in 2008 de Erasmusspeld. In 2025 werd de driejaarlijkse Anna Blaman Prijs aan haar toegekend voor haar gehele oeuvre.
Sinds 2019 wordt de Jana Beranováprijs uitgereikt aan een Nederlandstalige auteur die de artistieke vrijheid en integriteit vooropstelt, zonder te hechten aan waardering op grond van conventionele, modieuze of morele criteria. Ik voel mij vereerd dat ik al tweemaal in de jury ben gevraagd voor deze bijzondere prijs.
Zoals ik hierboven al schreef heb ik mooie herinneringen aan de momenten dat ik samen met Jana mocht voordragen (zoals bij de begrafenis van wederzijdse vriend en dichter Hvroje Pero Senda (1945-2013), dat ze in de jury zat van de poëziewedstrijd van poëziestichting Ongehoord! en de malen dat ik haar sprak en naar haar mocht luisteren zoals bijvoorbeeld bij de uitreiking van de naar haar genoemde prijs in 2023 toen de prijs werd uitgereikt aan Wim T. Schippers. Bij deze van harte gefeliciteerd Jana en op naar de 100!
Uit de bundel ‘Tussentonen’ uit 2004 haar gedicht ‘Jasje’.
.
Jasje
.
Alle seizoenen waren harde winters.
Zou ze zich verborgen hebben in dit bontjasje
dat hij ooit met liefde gewatteerd
om haar smalle schouders had gelegd?
Zou zij zo de kou hebben kunnen weren
van al die landverhuizingen en andere doden,
van de angst en de grimmige wortels
zodat ze zacht zou vallen als ze zou vallen?
Zou ze op een dag
in dit jasje
de oneindige koude
zijn ingedoken?
Je bewaart het, bladert het door: de mouwen,
het haast onvindbare sluitinkje, de kraag;
het ding slijt, rafelt, vervaalt als een veelgelezen boek.
Je schudt met de mot de tijd eruit
en vult het op met je eigen lijf
al durf je zo de straat niet op.
Niemand weet dat het jasje
van geverfd konijn is
en niet van nerts.
.















