Categorie archief: MUGzine
Lang verwacht
Een nieuwe MUGzine
.
We hebben er even op moeten wachten (wat problemen met de distributeur) maar hij is er! De nieuwe MUGzine, editie 34. En in deze nieuwe editie staat weer veel moois, zoals poëzie van Dorien De Vylder, Masja Vrijland en Hanna Kirsten (de Meanderdichter van deze editie). Maar ook een korte Muggencolumn van Karel Feenstra, natuurlijk een kakelverse Luule en uiteraard wordt dit alles voorafgegaan door weer een poëtisch voorwoord van onze redactiefilosoof Marianne. De kunst is dit keer van een oude (jonge) bekende namelijk Marilou Klapwijk die eerder al als dichter een bijdrage leverde.
Wil je nu, als ware poëzieliefhebber, dit moois graag op papier ontvangen, dan kan dat. Word jaardonateur en je ontvangt 5 x per jaar een nieuwe MUG via de post in je brievenbus. Als nieuwe donateur krijg je van ons nog een leuk extraatje. Donateur ben je al voor € 22,50 per jaar. Voor dat bedrag koop je een dichtbundel of krijg je 100 pagina’s poëzie en illustraties/kunst via de MUG.
Een van de dichters die dit keer in de nieuwe MUGzine staat is de Vlaamse Dorien De Vylder (1988). Zij is dichter en apotheker. Haar debuut ‘Vertraagd stilleven’ (2017) werd gevolgd door ‘Heerlijk afgebakend eindeloos’ (2020). Ze bracht haar poëzie al op het podium van onder meer Kunstenfestival Watou, Felix Poetry Festival en Dichters in de Prinsentuin, maar ook op boten, in roze caravans en in gevangenissen. In 2020 won ze de publieksprijs van Cultuurlaureaat Lochristi. Als voorproefje hier het gedicht ‘Alles is er’ dat verscheen in literair tijdschrift DB W.
.
Alles is er
.
Er is water. Het stroomt niet
onder een pier. Het stroomt niet. Het stroomt niet onder een pier
die er is, maar niet wordt bewandeld door mensen
die er zijn. Het water draagt geen schepen,
voert geen handel, geen piraterij,
huisvest geen zeemeerminnen, dolfijnen of boodschappen in flessen.
Het is er. En al het overige vermelde ook.
Er is droog land. Er is water. Er zijn levende wezens
maar ze raken elkaar niet aan.
Ze zijn er, het droge land, het water, de levende wezens.
Alles is er. Om in liefde en vruchtbaarheid te voorzien.
.
Ovidius
Toon Tellegen
.
Staande voor mijn boekenkast, doe ik wat ik de laatste maanden elke week doe. Zonder te kijken pak ik een bundel uit één van mijn boekenkasten vol poëziebundels. Vandaag is dat ‘Gedichten 1977-1999’ van Toon Tellegen (1941) uit 2000. Opnieuw opende ik de bundel op een willekeurige pagina en daar op pagina 79 staat het gedicht ‘Ovidius’. Ernaast op pagina 78 staat het gedicht ‘De mug’. Nu heb ik al iets met muggen als in het leukste en kleinste poëziemagazine van de Lage Landen (die iets op zich laat wachten want de distributeur heeft een vergissing gemaakt maar heeft beloofd dat #34 er snel komt) dus alleen hierom al vind ik dit een fijn gedicht, maar dit plaatste ik al eens op dit blog. Daarom toch gekozen voor het gedicht ‘Ovidius’ dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘De aanzet tot een web’ uit 1981.
.
Ovidius
Als de ochtend komt met nevels en geschreeuw
en de honden van de slaap zijn hongerig weggeslopen,
dan schrijft hij
met zijn eigenaardig zoete pen
een brief aan zijn vijand, de meest verhevene.
Hij schrijft:
‘Er is geen plaats in mij voor nog meer wonden.’
.
Op zijn dak hoort hij het trippelen
van een barbaarse mus.
.
Een uitwisseling
Kreek Daey Ouwens
.
Van dichter en schrijver Kreek Daey Ouwens (1942) kreeg ik een bericht dat ze samen met een aantal partners een project gaat doen om mensen met een psychische kwetsbaarheid en met literair talent en ambitie aan het werk te zetten om poëzie en verhalen te gaan schrijven. Ik leerde Kreek Daey Ouwens kennen toen ik haar vroeg om een bijdrage te leveren aan MUGzine #9 in 2021. Daarna heb ik nog een aantal keer over haar en haar werk geschreven en was ik blij verrast toen ze optrad bij de opening van Poetry International in juni dit jaar En nu komt ze, op 84 jarige leeftijd dus met een heel nieuw project dat ze samen doet met de Vlaamse Hugo Franssen, die maandelijks de schrij(f)(vers)groep van Kunsthuis Yellow Art, een groep mensen met psychische kwetsbaarheid en literair talent en ambitie, begeleidt in Geel (België).
In haar verzameld werk ‘Mijnwerk’ Kroniek van een familie in scherven (2023) legt Kreek Daey Ouwens een fragmentarische puzzel van hoe het er bij haar thuis, in een groot mijnwerkersgezin met elf kinderen en inwonende grootouders, aan toe ging in de jaren 50 van vorige eeuw. Voor de schrij(f)(vers)groep heeft ze daar een brede selectie van puzzelstukjes uit geselecteerd met daarbij de uitnodiging er direct vanuit eigen ervaring reflecties over neer te schrijven. Voorjaar 2026 is de oogst daarvan binnengekomen.
De groep gaat er nu mee aan de slag door middel van het maken van een podcast in de vorm van een luisterverhaal, een podcast-reeks waarbij de stemmen van de schrijversgroep en van Kreek Daey Ouwens op zoek gaan naar elkaar en in dialoog gaan. Begin 2027 zal de presentatie zijn van het project waarbij audiofragmenten te horen zullen zijn. Daarnaast wordt er werk voorgedragen en zullen de schrijvers met elkaar in gesprek gaan over het project. De presentaties zullen plaatsvinden in Museum Dr. Guislain in Gent (museum van de geschiedenis van de psychiatrie) en in Eindhoven.
In dit project wordt onder andere samengewerkt met het Poëziecentrum in Gent, de Warande (Cultuurhuis Turnhout), deBuren (Vlaams-Nederlands huis voor cultuur en debat) en Uylenspiegel (vereniging van en voor psychiatrische patiënten). Het project wordt ondersteund door Literatuur Vlaanderen.
Geen bericht over een dichter zonder een gedicht van die dichter, daarom een gedicht van Kreek Daey Ouwens uit haar laatste bundel ‘Guillaume’ (De bundel gaat over haar verstandelijk gehandicapte jongere broertje) waar ze de driejaarlijkse KANTL-prijs voor poëzie kreeg en die indirect tot die nieuwe project leidde.
.
Kraai, zegt Vader
Zeg eens kraai!
Bomen helemaal zwart
Vader opnieuw:
Kraai!
Zeg Kraai!
Jouw thuis,
dat was de oude kat,
moeders washandje
te groot kind op een wip
We zitten aan tafel. Het hek piept.
Vader komt thuis. Hij is al bijna binnen.
We zijn blij als Vader thuiskomt.
En we zijn ook een beetje bang.
Moeder brengt een lepel pap naar Guillaumes mond.
Zijn tong is dik.
Vader grijpt de lepel.
Rakelings langs Guillaumes oog.
Kun je nog steeds niet praten!
Dag stad
Twan Vet
.
Dichter, liedtekstdichter, prozaschrijver en voormalig stadsdichter van Amersfoort (2021-2024) Twan Vet (1998) is geen onbekende. Zo verscheen poëzie van hem in MUGzine #28, en schreef ik al over zijn debuutbundel ‘Troostpogingen‘ uit 2025. Je kunt je overigens afvragen of debuutbundel wel van toepassing is want in 2024 verscheen van hem de bundel ‘Dag stad’ met daarin een selectie van de stadsgedichten die hij schreef als stadsdichter.
Werk van Twan Vet verscheen ook in literaire tijdschriften en kranten als De Revisor, Het Liegend Konijn, DW B, Deus Ex Machina en NRC. Daarnaast is hij regelmatig te zien en horen op de radio en op festivals als Dichters in de Prinsentuin. Een van mijn favoriete schrijvers, en tegenwoordig presentator van het radioprogramma Taalstaat op radio 1, Ronald Giphart, schreef als aanbeveling over de bundel ‘Dag stad’: “Deze onweerstaanbare bundel van Twan vet heb ik al een tijdje bij me om onderweg in de trein te lezen, of luierend in bed, of op kantoor, in mijn huiskamer en zelfs als ik aan het koken ben. Vets taal is licht, helder en complex tegelijk, zijn trefzekere woorden dagen uit om verder te reizen naar vertrouwde onbekende werelden. Gedichten die je blijven vergezellen”.
Alle reden dus om een gedicht uit deze bundel te kiezen en hier te plaatsen. Ik koos voor het gedicht ‘Er wordt op je gewacht’.
.
Er wordt op je gewacht
.
We stapelden stenen in een stad, gingen ervoor staan,
bogen ons hoofd wat, dachten: het is nog niet af.
.
Er moest nog karakter in, levensdrift,
mensen zoals jij en ik.
.
Hier ligt nu de stad en weten we:
niets is ooit af in dit bestaan.
.
De kroegen, kerken, kunstenaars –
niets is ooit klaar, zelfs niet vandaag.
.
Zo is het uitzicht op de dag hier
niet alleen een canvas van wat was,
.
maar vooral van wat nog kan.
Hier ligt dus vandaag voor jou de stad –
.
er wordt op je gewacht.
.
De 43ste nacht van de poëzie
Wees niet verdrietig, hier is de nacht
.
Onder dit motto of deze dichtregels van dichter Antjie Krog was afgelopen zaterdag op zondagnacht de 43ste Nacht van de Poëzie. En dit keer voelde het heel vertrouwd en was het bijna zoals thuiskomen. Dat moet ik even uitleggen. Elke Nacht van de Poëzie voelt als thuis, het vieren van de poëzie, van de dichtkunst, van de dichters tijdens een avond en nacht is een feest. Om samen met een uitverkocht Tivoli maar liefst 19 dichters en verschillende entr’acts te mogen beleven, dichters en bekenden te spreken en naast het aankopen van dichtbundels ook ons eigen mini poëziemagazine MUGzine te promoten, is elke keer weer een hoogtepunt van het jaar.
Maar dit jaar voelde anders, dit jaar waren er verschillende dichters uitgenodigd die ik ken, jaren geleden op podia had uitgenodigd toen ze nog volledig onbekend waren, op open podia tegen kwam bij poëziestichting Ongehoord!, bij de Poëziebus en dichters die de afgelopen jaren in MUGzine hadden gestaan.
Zo traden Lotte Dodion, Lucas Rijneveld en Merlijn Huntjens op. De eerste twee ken ik van Ongehoord! en Lotte van de Poëziebus, Lucas van samen een podium delen in Zeist, Merlijn van Ongehoord!, de Poëziebus en MUGzine. Ook Anton Korteweg (in rolstoel, hij had zijn onderbeen gebroken maar was er gewoon) van MUGzine en tot slot Dean Bowen waar ik destijds samen mee in de Raad van Toezicht van de Poëziebus zat en wie zelf de eerste editie mee ging (waar ik ook aan deelnam maar niet als meerijdend dichter). En dan was er Lin An Phoa die de Nacht mocht openen nadat ze deze vorig jaar de Nacht sloot en die ik bij een poëzieavond in Beelden aan Zee had leren kennen als begenadigd dichter en Ingmar Heytze die ik al op zoveel podia tegen kwam (poëzie lagogo, Augusta Peaux festival etc.).
Allemaal dichters waar ik de afgelopen jaren mee ben gegroeid en die ik heb gevolgd. Maar er was meer. Een prachtig en gedenkwaardig optreden van Antjie Krog, David van Reybrouck als dichter, Francesca Birlogeanu die ik niet kende maar die ik zeker ga volgen, Charles Ducal, Els de Moor en ga zo maar door. En als verrassing tussen de dichter optredens door Jenny Areans (op 84 jarige leeftijd en dan zo zuiver zingen) samen met Cor Bakker, Duo Zeffiretti (Virtuoos klavecimbelspel met barokzang van de ‘Freddy Mercury van de klassieke muziek’) dat heel veel indruk maakte, Elmer die de zaal liet kolken en Klezmagic die net voor de afsluitend dichter Merlijn Huntjens iedereen de voetjes van de vloer liet gaan. En dan natuurlijk niet te vergeten het heerlijke langjarige presentatie duo Ester Naomi Perquin en Piet Piryns. Kortom opnieuw een Nacht om nooit te vergeten.
Uit de Nachtbundel die elke bezoeker krijgt bij binnenkomst koos ik voor het gedicht ‘Aan de dood’ van dichter Ivar van der Walle (1998) uit zijn in 2026 verschenen bundel ‘Aluminiumfolie’.
.
Aan de dood
.
Ik wil geloven dat ik je heb verzonnen.
Je bestond wel maar ik heb je verzonnen,
besloten je niet los te laten,
iedere dag te overwegen.
.
Ik heb je verzonnen zoals
mensen verzinnen hoeveel schepjes suiker
ze in hun koffie lekker vinden.
Als iemand die wacht op een ongekreukte liefde.
.
Ik liet je binnen.
Het leek verstandig om je uit te nodigen,
zoals mensen besluiten in een dorp te blijven wonen,
agenda’s meenemen.
.
Ik gaf je een eenpersoonsmatras in de keuken.
Ik liet je aan het woord met geliefden,
zo kwamen ze achter mijn ogen.
.
Ik heb je verzonnen
als muziek bij een afscheid.
Sinds het orkest me heeft omringd,
ga ik nergens meer vandaan.
.
Maarten van der Graaff
Merlijn Huntjens
Lin An Phoa
Nieuwe MUG
Editie 34
.
De nieuwe editie van MUGzine, editie 34 alweer, komt eraan. Dit keer met de dichters Hanna Kirsten (de Meanderdichter deze keer), Masja Vrijland en Dorien De Vylder. Een Muggedicht dat niet echt een gedicht is maar een minicolumn, van Karel Feenstra, een dagverse Luule, een poëtisch voorwoord en kunst van Marilou Klapwijk.
Natuurlijk komt ook deze editie gratis op de website van MUGzine, maar de ware poëzieliefhebber wil zo’n poëtisch kleinood natuurlijk gewoon in handen hebben en lezen. Dat kan. Word donateur voor maar € 22,50 per jaar en ontvang 5 edities (nummers 31 t/m 34 en later dit jaar #35) en altijd een leuk extraatje. Interesse? Stuur een mailtje naar mugazines@yahoo.com Hiermee steun je ons en kunnen wij oudere, jonge, talentvolle en gearriveerde dichters in het zonnetje blijven zetten en illustrators en kunstenaars een plekje bieden om hun werk te laten zien.
Eén van de deelnemende dichters uit # 34 is Masja Vrijland (1971). Masja Vrijland studeerde Taal- en Cultuurstudies en is actief op verschillende poëziepodia. Regelmatig treedt zij op met voordrachten uit eigen werk, zoals tijdens de Kunstschouw Ellemeet, alternatief muziekfestival Midgard, Nacht van het boek of Literaire wandeling Tilburg. Ze maakte deel uit van een voorleestheater dat eigen werk voordroeg in Tilburg, Amsterdam en Nijmegen. Eerder publiceerde zij in literaire tijdschriften zoals Op Ruwe Planken, Hollands Maandblad, Meander, Meelij & Afschuw, korreltje Zeezout, De poëzie lacht op straat, gebeitelde gedichten in Tilburg. Haar bundel ‘Het huis’ kwam uit bij Consulaat der letteren. Haar nieuwe bundel ‘Straks vertrekt onze trein’ is in voorbereiding. Als voorproefje het gedicht ‘Amulet’ (niet in de nieuwe MUGzine).
.
Amulet
.
Zeg nou maar gewoon wat er gebeurde
en leg het af tegen een veer
vertel hoe ik ether kocht op bestelling
en aan mijn vader gaf zodat de woestijnbaby’s
ongemerkt in een emmer uitdoofden
zoals hij mijn band plakte
of een haanhoofd afzaagde met ons broodmes
voor de wedergeboorte van zijn nieuwe haan
terwijl ik mijn oor tegen de schuurdeur hield
in het dons ploften ’s nachts jonge kevers
die onder het zaagsel vandaan kropen
in mijn wilde kamer als zandzakken uit
luchtballonnen naast mijn schuldige hoofd
ik wil niet dat je zwijgt
getuig tegen mij
zonder balsem van magisch spreken
ik heb geen scarabee nodig
om mij te behouden
.
Niet te dicht bij de zon
Merlijn Huntjens
.
Dit jaar publiceerde Merlijn Huntjens (1991) bij uitgeverij de Harmonie zijn nieuwe bundel ‘Onder mij de mat’. Merlijn ken ik al vanaf 2013, hij stond op het podium van poëziestichting Ongehoord!, reisde mee met de Poëziebus in 2015 en zijn gedichten verschenen in MUGzine #6 in 2021.
Pasgeleden was ik in de boekhandel Dominicanen in Maastricht (voor wie deze boekhandel niet kent, ga er heen! prachtig gehuisvest in een voormalige Dominicaner kerk) en struinend door de poëziesectie (waar in een verleden ook mijn eigen debuutbundel ‘Zichtbaar alleen‘ waarnaar dit blog vernoemd is, zich in de collectie bevond) kwam ik deze bundel weer tegen en las daarin het gedicht ‘Niet te dicht bij de zon’.
Ik moest meteen aan het verhaal van Icarus denken maar Merlijn Huntjens geeft er zo zijn eigen draai aan. In recensies van de bundel ‘Onder mij de mat’ lees ik: ‘Onder mij de mat nodigt de lezer uit tot fysieke en emotionele eerlijkheid. De gedichten blijven hangen door hun combinatie van zintuiglijke en existentiële scherpte, en zetten aan tot nadenken over wie we zijn, waar we vandaan komen en wat het betekent om te vallen, zowel letterlijk als figuurlijk.’ (Danny Danker) en: ‘Bij het lezen en herlezen van deze bundel nam Merlijn Huntjens me bij de hand en toonde me verschillende fysieke en transcendente zaken in de bewustzijnstoestand tussen de materiële en de immateriële wereld.’ (Anneruth Wibaut).
Hoe het ook zij, ik werd gegrepen door het gedicht ‘Niet te dicht bij de zon’ en wist dat ik dit hier met jullie wilde delen. Een mooie opstap naar het lezen van de hele bundel wat mij betreft.
.
Niet te dicht bij de zon
.
het blijft ultralang licht
in de zomervakantie die zich onder mij opent
.
een schaakbord
op een kraakhelder gekleurd jaren negentig tafelkleed
met buzz lightyear die woody op zijn rug heeft genomen
.
het beeld wordt herhaald
totdat buzz en woody niet meer op tafel passen
er aan de zijkant vanaf vallenb
dat is geen vliegen dat is sierlijk neerstorten
.
oma laat me winnen
omdat ze na afloop tegen mij wil zeggen dat ik gewonnen heb
zwarte pionnen vallen door het bord
de tafel
loodrecht omlaag
.
opa vraagt wie er gewonnen heeft
ik kan het niet meer zegt ze
ik kan ook niet meer
mijn voorouders vragen met regelmaat aan elkaar
of de dingen die in tekenfilms gebeuren kunnen bestaan
.
Ruisen van berken, een recensie
Jan Kleefstra
.
De Friese dichter Jan Kleefstra (1964) is geen onbekende, zo stond hij in MUGzine #30 en ik schreef al eens eerder over hem op dit blog. En nu is er een nieuwe bundel van hem gepubliceerd bij uitgeverij Aspekt met als titel ‘Ruisen van berken’.
De bundel is netjes uitgegeven met een omslagafbeelding van een berkenbos van Christiaan Kuitwaard. De bundel kent geen hoofdstukken en de gedichten hebben geen titels.
Het openingsgedicht lijkt een soort mantra voor de bundel te bevatten:
.
Fluister maar niet
in al dit gedruis ga je toch verloren
.
zo nu en dan een klein woord ertussendoor
.
wind heeft tijdenlang nodig de op hoge
stelten vertrokken verzen neer te halen
.
hier en daar als zaad neergestrooid
halen ze de oneindigheid niet
.
maar als je hier zo graag wilt leven
.
heb nog een beetje geduld
.
In dit gedicht maar dit is in vrijwel alle gedichten het geval, verhoudt de dichter zich tot de natuur. En dan niet alleen de natuur van de berken in de titel (maar daarover later meer) maar allerlei vormen van natuur; vogels (ik noteerde de zwaluw, de lijster, de gans, de leeuwerik, de stern, de havik, de raaf, de spreeuw en de meeuw), het weer (regen, wind, wolken, mist) maar ook het leven in een dorp (het uitzicht, de beperkingen van een dorp, de weilanden, het bos) en de seizoenen (en dan vooral de winter).
De dichter neemt je mee in zijn wereld, en beschrijft deze in een mix van de genoemde onderdelen: “pas dan schudt ook de wind haar veren” of “licht dat een wulp meebracht”, “dat zwaluwen een dag langer / de winter zacht maken” of “het vogelarm sjouwen van de voortjagende hemel”.
Wat verder opvalt is het ontbreken van de mens in de gedichten. Er is een ik van waaruit indrukken en ervaringen worden gedeeld en benoemd, de dichter die alles ziet, in zich opneemt, hoort en weergeeft in poëzie. Ik weet niet of dat het is dat de gedichten mij tot rust brengen, of dat bij elk gedicht de lezer in ‘rust’ (ook als er wind waait of berken ruisen) wordt gesust, maar het werkt.
Dat de bundel ‘Ruisen van berken’ als titel heeft meegekregen verraste me na lezing. De berken komen eigenlijk pas voor in de laatste gedichten. Veel prominenter aanwezig zijn de wind, de meeuwen en de wolken die vanaf het begin tot het einde regelmatig langskomen. Omdat de bundel geen hoofdstukken kent en de gedichten geen titels is het eigenlijk een lang verhalend gedicht dat in stukjes is opgeknipt. Dat zorgde er bij mij in ieder geval voor dat ik de bundel in één stuk heb gelezen, de dichter gunt je geen rust maar schenkt je die in de vaak verstilde gedichten. Ik heb ervan genoten.
Tot slot nog een gedicht uit de bundel.
.
Maar aan één zijde van de sloot waait het
laten we daar gaan zitten
een territorium verover je niet zomaar
.
het nadert anders dan het ons achterlaat
.
de onrust van de meeuwen
voorspelt een hongerig voorjaar
.
kijk maar wat er siddert
daar waar met de eenden
plekken onberoerd zijn gebleven
.
.
We geven de zaak uit handen
MUGzine #33
.
Omdat wij, de makers van MUGzine, een bepaald idee hebben over hoe we MUGzine willen maken (verrassend eigenwijs, lieflijk irritant en niet onopgemerkt) hebben we voor de nieuwe editie iets nieuws bedacht: De gastredacteur. We willen poëziekenners en -liefhebbers gaan vragen of ze gastredacteur willen zijn van MUGzine. Hoe vaak en wanneer we dat gaan doen, tsja dat weten we zelf eigenlijk nog niet, maar tenminste een keer per jaar.
Een gastredacteur krijgt van ons de vrije hand om dichters te benaderen en te vragen om een bijdrage. Uiteraard geven we een gastredacteur wat kaders mee, MUGzine kent tenslotte haar beperkingen (A6 dus geen ellenlange gedichten en geen heel lange regels). En wanneer een gastredacteur ook een kunstenaar of illustrator wil aandragen dan mag dat ook.
Als eerste gastredacteur vroegen we Wim van Til (1955), voor wie ook maar enige notie heeft van de stand van de poëzie in Nederland, geen onbekende. Wim wist dichter en schrijver Frouke Arns te strikken en twee debuterende jonge talenten Famke Houthoff en Solaris. Uiteraard droeg hij zelf een paar gedichten aan en voor de illustraties wist hij niemand minder dan Julia le Fevre binnen te halen, de dochter van Esther Jansma.
Natuurlijk wordt de nieuwe editie geopend door onze redactiefilosoof Marianne en tekende Bart van BRRT.graphic.design voor de vormgeving, is de rubriek Muggenzuchten terug en ronden we ook deze editie af met een Luule.
Zoals je inmiddels ongetwijfeld weet is elke editie van MUGzine gratis te lezen op mugzines.nl maar de ware liefhebber wil natuurlijk het papieren kleinood dat van elk nummer wordt gemaakt thuis ontvangen. Dat kan heel eenvoudig door donateur te worden. Klik hier en lees hoe.
Geen blog zonder gedicht, dit keer van de gastredacteur zelve.
.
Bagdad-Amersfoort, enkele reis
.
Waar zwijgen zich keert tegen de kade,
deze tien vingers dit landschap betasten
en mijn muze rust in de val van blad,
verdwijnt wat ik liefheb.
Mijn woorden gaan scheep in de maan,
mijn lippen houden de wacht bij de bron.
Tot het water terugkeert,
houden mijn lippen de wacht.
.


















