Categorie archief: Dichter in verzet
Niemand op de begraafplaats
Shrouq Doghmosh
.
De Palestijnse schrijver en dichter Shrouq Doghmosh (1996) werd in Gaza geboren. Ze heeft een bachelor in Arabische taal en literatuur aan de Al-Azhar Universiteit in Gaza. Ze schrijft korte verhalen en publiceerde een bundel met de titel ‘I Was Killed at This Time’. Op 14 september jongstleden werd in een ruimte van Border Kitchen in Den Haag, haar nieuwe bundel met korte verhalen en gedichten gepresenteerd getiteld ‘Niemand op de begraafplaats’, verhalen en gedichten uit Gaza. Deze bundel werd vertaald door Djuke Poppinga en verschijnt in de reeks ‘Voices from Gaza’.
Elke bundel bevat een pop-up, waardoor elk exemplaar uniek is — er zijn 1500 exemplaren gedrukt. Alle opbrengsten van de boekverkoop vanavond gaan rechtstreeks naar de basisschool @futurecreators2026 In Gaza. Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘Gedicht X’.
.
Gedicht X
.
Ik weet dat je geen hart bij je hebt,
geen longen, geen ogen,
maar je hebt vast wel een mond.
Gaat iemand die vroeger overal op kauwde
– vlees, bomen, stenen –
zich niet vervelen?
.
O oorlog,
Raak je nooit uitgeput?
Ga even aan de kant zitten.
Peuter ons vlees los dat tussen je tanden zit
en laat ons even met rust.
.
Ik probeer me voor je te verbergen
in een ingebeelde omhelzing,
zodat je vanavond niets te eten zult vinden.
Ga je dan jezelf opeten?
Of zul je me uiteindelijk vinden?
.
Verlichte nacht
Richard Dehmel
.
De Duitse dichter en schrijver Richard Dehmel (1863-1920) is voor de meeste lezers waarschijnlijk een onbekende. Maar Dehmel was in zijn tijd een omstreden dichter. Vanuit een hedendaags perspectief verwonderen wij ons erom maar in die tijd waren er heel andere normen en waarden. Waarom ging het?
Dehmels dichtbundel ‘Weib und Welt’ (Vrouw en Wereld) veroorzaakte eind jaren negentig van de 19e eeuw een schandaal. Dehmel werd aangeklaagd door de diep conservatieve dichter Börries von Münchhausen en vervolgd wegens obsceniteit en godslastering. Ondanks dat hij op technische gronden werd vrijgesproken, veroordeelde de rechtbank het werk als obsceen en godslasterlijk en beval dat het verbrand moest worden. Dehmel zou opnieuw worden vervolgd wegens obsceniteit en godslastering, maar werd net als eerder weer vrijgesproken.
De bundel drijft dan ook op erotiek, iets waar tegenwoordig niemand meer van opkijkt maar in het zeer conservatieve Duitsland van eind 19e eeuw was dat bijna zoiets als godslastering. In bijvoorbeeld het gedicht ‘Ins Weite’ spreekt Dehmel van ‘manna van de grenzeloze nacht’ en ‘het kwellend verlangen van wei, woud en wolkendek’. Dehmel bezingt tamelijk onverholen en ontegenzeggelijk subliem de vrouwelijke schaamstreek, het opperwezen alsmede de duivel.
Ook het gedicht ‘Venus Consolatrix’ (Troosteres Venus) werd als godslasterlijk en onzedelijk beoordeeld, en daarom moest het gedeeltelijk zwart worden gemaakt. In dit gedicht biedt Maria Magdalena haar ontblote geslachtsdeel aan als rustplaats, hét vlees dat Christus zelf begeerd zou hebben, aldus het gedicht. Ongetwijfeld iets waar ook hedendaagse christenen zich nog aan zouden ergeren.
Dehmel experimenteert er vrolijk op los in de bundel en hoewel de lust een grote rol speelt, net als de godsdienst, de vrouw en het vleselijk verlangen, zijn de gedichten nooit platvloers of schunnig. Op de website van Emile van Brakel vond ik een vertaling (van hem) van het gedicht ‘Verklärte Nacht’ of in vertaling ‘Verlichte nacht’. Oordeel zelf.
.
Verlichte nacht
.
Twee mensen gaan door kaal, kil woud;
de maan loopt mee, hun blik beschouwt.
De maan loopt over hoge eiken
geen wolkje omfloerst ’t hemellicht,
waarin de zwarte kruinen reiken.
De stem klinkt van een vrouwsgezicht:
Ik draag een kind, en niet van jou,
in zond’ en schuld ga ik naast jou.
Ik heb mijzelf zo zwaar misdaan;
Ik geloofde niet meer in geluk
toch hield een zwaar verlangen aan
naar levensvrucht, naar moedergeluk
en plicht – toen heb ik mij verstout,
liet mijn schaamte huiverend boud
bevoelen door ’n man zonder naam
én prees zelfs mijn ijdel gemoed.
Nu heeft het leven zich gewroken,
nú heb ik jou, o jou ontmoet.
Zij loopt met onbeholpen tree,
zij kijkt omhoog, de maan loopt mee;
haar donk’re blik verdrinkt in licht.
De stem klinkt van een mansgezicht.
Wees het kind door jou gekregen
toch onbezwaard toegenegen,
o zie, hoe klaar het heelal schittert!
Het grote Al glanst om ons twee,
jij drijft met mij op koude zee,
maar een eigen warmte glinstert
van jou in mij, van mij in jou;
’t vreemde kind met licht verkoren,
wordt voor en van mij geboren,
jij hebt de glans in mij geraakt,
jij hebt mijzelf tot kind gemaakt.
Hij pakt haar bij de volle dij,
in de lucht mengt zich hun adem vrij,
twee mensen gaan door helverlichte nacht.
.
Rode zone
Irina Tsylik
.
Browsend (één van mijn favoriete woorden in de Engelse taal) door de collectie Internet, stuitte ik op een artikel in de Trouw van september 2025 met de veelbelovende titel ‘Gedicht van de week’ waarin elke week een dichter of poëzieliefhebber een gedicht bespreekt dat hen raakt. In dit geval was dat de Vlaamse dichter en schrijver Maud Vanhauwaert (1984) die een gedicht van de Oekraïense dichter Irina Tsylik (1982) besprak.
Iryna Tsilyk is behalve dichter en schrijfster vooral ook filmmaker, lid van de European Film Academy en Ukrainian PEN International . Ze won de Directing Award: World Cinema Documentary voor de film ‘The Earth Is Blue as an Orange’ op het Sundance Film Festival in de Verenigde Staten in 2020. Naast poëzie schrijft ze ook proza en kinderboeken en haar werk is vertaald in het Engels, Duits, Frans, Pools, Litouws, Tsjechisch, Roemeens, Catalaans, Zweeds, Grieks, Italiaans en Deens. In het artikel van Maud is te lezen dat haar man als soldaat aan het front dient en dat geeft het gedicht een extra emotionele lading.
Het gedicht, dat in Trouw in het Engels is afgedrukt (in vertaling door een Russische vertaler) heb ik verder door vertaald naar het Nederlands en is is getiteld ‘Rode zone’.
.
Rode zone
.
Op weg naar de ‘rode zone’ van de oorlog,
telkens als ik mezelf betrap op extreme zorgvuldigheid
bij de voorbereiding van mijn lichaam:
Ik scheer alles zorgvuldig,
ik besteed veel tijd aan mijn manicure,
ik kies mooi ondergoed uit.
Zo bereid je je voor op een speciale intieme date.
“Je weet maar nooit wie je zal uitkleden.
Misschien wel vanavond,” –
zei mijn oma altijd,
als ze iets bijzonders in gedachten had.
Ik heb ook iets bijzonders in gedachten.
Ik kan het ook niet laten om te denken aan een mogelijke date
met die minnares
met koude ogen, natte vingers
en haar dat ruikt naar zwarte weidebloemen.
“Kom op, niet vandaag,” zeg ik. “Alsjeblieft, niet vandaag.”
Ze lacht lang in stilte,
en er verschijnt iets roods tussen haar tanden.
Maar vandaag kleed ik me zelf uit in mijn eentje.
.
De dood
K. Golesorkhi
.
Vandaag sta ik voor mijn boekenkast en daar pak ik, zonder te kijken, een bundel uit. Het blijkt de bundel ‘Stem van alarm stem van vuur’ geëngageerde poëzie uit Latijns-Amerika, Afrika en Azië. Ik open de bundel op een willekeurige pagina ((pagina 34) en daar staat een gedicht getiteld ‘De dood’ van K. Golesorkhi (1944-1974) met wie ik een verjaardag deel. Golsorkhi (zoals zijn naam luidt) was een Iraanse journalist, dichter en marxistisch activist. Golsorkhi was in 1969 hoofdredacteur van de kunstsectie van de krant Kayhan , waar hij populariteit verwierf met zijn linkse en revolutionaire poëzie. In 1974 kreeg hij de doodstraf als marxistisch revolutionair opgelegd door het regime van de Sjah.
.
De dood
.
Vraag mij niet naar liefde;
in dit land van toenemende duisternis
heeft, in de aanwezigheid van angst,
liefde
de Dood getrouwd,
en de Dood,
de bijtende Dood, de vluchtende Dood,
is een buurman voor je eeuwige eenzaamheid
in het wrede angstgif van slangen.
.
Hier is de stem van de mensen gevangene
van hun keel,
en bloed
zie je, wanneer je je ogen ook opent.
Vraag mij dus niet naar liefde;
kijk naar mijn borst
vóór hij verbrand is door kruit.
.
Wie zijn we morgen
Babs Gons
.
Schrijver, dichter, spoken word artiest, theatermaker, columnist en voormalig Dichter der Nederlanden Babs Gons (1971) is geen vreemde op mijn blog. Als inspiratiebron, jurylid, optredend dichter, voorwoordschrijver, maar ook gewoon als dichter. Ik ben Babs door de jaren heen bijzonder gaan waarderen, als dichter maar ook als verbinder en mens. En nu is er een nieuwe bundel van haar hand verschenen.
De bundel ‘Wie zijn we morgen’ bevat urgente, geëngageerde poëzie over identiteit, macht en gemeenschap, waarin het persoonlijke met het publieke wordt verbonden en er ruimte komt voor nieuwe stemmen, en hoop, aldus de uitgeverij. En dat is precies wat we verwachten van Babs Gons. De titel verwijst naar het gedicht met de gelijknamige titel die ze schreef vlak voor ze werd geïnaugureerd als, toen nog Dichter des Vaderlands. Een titel die zij, geheel terecht in mijn ogen, veranderde naar Dichter der Nederlanden.
Het gedicht ‘Wie zijn we morgen’ schreef ze bij de start van het herdenkingsjaar Slavernijverleden dat liep van 1 juli 2023 tot en met 1 juli 2024. En nu is er dus de bundel met dezelfde titel. Uit de bundel koos ik het gedicht ‘Wat we verdedigen’, een gedicht waar je alle populisten en machthebbers (bijvoorbeeld de minister van defensie) mee om de oren zou willen slaan om ze in te peperen dat een grote verantwoordelijkheid rust op hun schouders en dat ze die verantwoordelijkheid serieus dienen te nemen.
.
Wat we verdedigen
.
sterke legers worden niet slechts gebouwd
door zwaar materieel en gebeden
defensie begint bij omarmend rijm
bij zeges op velden van kunstgras
bij krantenpapier en waterverftekeningen
.
defensie begint
bij het afwegen van woorden
weten dat taal niet onschuldig is
dat je met drie lettergrepen
iemands veiligheid te grabbel kunt gooien
bij weten wat we buitensluiten
wie we welkom heten
wie we tot zondebok maken
.
defensie begint bij kinderen
genoeg bieden om terug te kunnen veren
een stem te geven in toekomstplannen
de straat de plek te laten zijn
waar je je mag laten horen
voor je idealen
.
een land dat zich wapent
begint bij ontwapenende ontmoetingen
buiten het isolement van dat ene mens
in de nabijheid van vele anderen
.
want om een macht
tot een andere macht te verheffen
zullen we elkaar moeten treffen
niet om elkaar te vrezen
en te verdelen
maar om elke dag
weer opnieuw te beginnen
.
Wij waren getuigen
Zwarte markt
.
Een paar welken geleden was ik in Antwerpen op een rommelmarkt en daar lag bij een standje een groot boek met een bijzondere tekening voorop. Het bleek een boek met gedichten en tekeningen te zijn over de tweede wereldoorlog dat bij uitgeverij Vrij Nederland verscheen in 1946. Het betreft hier de bundel ‘Wij waren getuigen’. Deze bundel met 30 gedichten van Theun de Vries en tekeningen van Piet Klaasse wordt ingeleid door Jan H. de Groot (1901-1990) en Ed Hoornik (1910-1970). De bundel bevat naast gedichten en tekeningen ook houtsneden en spotprenten die kritiek uiten op of een aanklacht vormen tegen de nazi’s en de Duitse bezetting 1940 – 1945.
Op Bevrijdingsdag leek het me een goed moment om ook op dit blog stil te staan bij herdenken en de gruwelheden van de tweede wereldoorlog. Uit dit boek met gedichten over de oorlog, dat overigens gratis via Delpher te lezen is, koos ik het gedicht ‘Zwarte markt’.
.
Zwarte markt
.
Zijn wij niet nationaal?
Wij spreken Hollands taal
En Leev’ren kaas en boter –
Ons risico is groter
Dan van U allemaal.
.
Zijn wij niet nationaal?
Wij kwanslen ei en aal,
De handel is ons hei;lig;
In onze zak blijft veilig
Het Joodse kapitaal.
.
Zijn wij niet nationaal?
Al scheren wij U kaal:
Bedenk bij al uw plagen
Hoeveel wij voor U wagen,
Zwijg – en betaal.
.

















