Categorie archief: Dichter in verzet

Uit de tijdschriften

Volodymyr Vakoelenko

.

Wanneer ik in de Koninklijke Bibliotheek (KB) ben dan ga ik altijd even naar het tijdschriftenkabinet. Dat is een afgescheiden ruimte waar de tijdschriften waarop de KB een abonnement heeft, liggen. Ik mag daar altijd graag de literaire- en poëzietijdschriften inkijken. Het is ondoenlijk om op al die prachtige bladen een abonnement te hebben (als uitzondering heb ik een abonnement op Awater) en daar kun je ze allemaal gratis lezen. Dat geldt overigens ook voor grote openbare bibliotheken, die hebben vaak ook meerdere abonnementen.

Nu las ik de Liter, Terras en de Poëziekrant. In de Terras #28, een tijdschrift voor internationale literatuur en kunst, gemaakt door schrijvers, dichters en vertalers van over de hele wereld, las ik het gedicht ‘De prijs’ in een vertaling van Tobias Wals. Het thema van deze editie van Terras is Strijd. Volodymyr Vakoelenko (1972-2022) was een Oekraïense schrijver en dichter, voornamelijk bekend om zijn kinderboeken. Na zijn studie keerde hij terug naar zijn geboortedorp Kapytolivka , waar hij woonde met zijn autistische zoon. In maart 2022, een paar weken na de grote invasie van Rusland, werd hij door de Russische bezetters ontvoerd en vermoord.

Hij was coördinator en samensteller van verschillende tijdschriften en bloemlezingen. Bovendien was hij medeorganisator van gepubliceerde literaire projecten. Zijn werk is gepubliceerd in bloemlezingen, anthologieën en tijdschriften. Zijn werken zijn vertaald in het Krim-Tataars , Wit-Russisch , Duits , Engels , Esperanto en Russisch.

.

De prijs

.

Ik maai het veld met een boog om het kwaad

Heen, zorg dat ik mijn afstand houd.

Nog tot voor kort was de natuur bedaard,

Nu ziet zij van vermoeidheid grauw.

.

Dit pad heb ik gekozen voor mijzelf,

Ik heb mij naar het leven geplooid,

Met laarzen drek van anderen gepeild

En witgloeiend gevloek gestrooid.

.

Ook als je ouder wordt blijft alles klote,

Hoeveel gezwoeg moet je doorstaan

Voor niets? Ik ben een verdwaalde coyote

Jankend naar een futloze maan.

.

Aan wie kan ik vragen wat mij zo kwelt,

Wat doe ik niet zoals het hoort?

In plaats van zilver krijg ik kopergeld,

Beknibbeld wordt zelfs op het woord,

.

Waarin de sleutel ligt. En zonder lot

Is er geen voor- of tegenspoed.

De versvoet ligt onder de sneeuw verstopt –

Zo dwaal ik rond. Met zwaar gemoed.

.

Verlichte nacht

Richard Dehmel

.

De Duitse dichter en schrijver Richard Dehmel (1863-1920) is voor de meeste lezers waarschijnlijk een onbekende.  Maar Dehmel was in zijn tijd een omstreden dichter. Vanuit een hedendaags perspectief verwonderen wij ons erom maar in die tijd waren er heel andere normen en waarden. Waarom ging het?

Dehmels dichtbundel ‘Weib und Welt’ (Vrouw en Wereld) veroorzaakte eind jaren negentig van de 19e eeuw een schandaal. Dehmel werd aangeklaagd door de diep conservatieve dichter Börries von Münchhausen en vervolgd wegens obsceniteit en godslasteringOndanks dat hij op technische gronden werd vrijgesproken, veroordeelde de rechtbank het werk als obsceen en godslasterlijk en beval dat het verbrand moest worden. Dehmel zou opnieuw worden vervolgd wegens obsceniteit en godslastering, maar werd net als eerder weer vrijgesproken.

De bundel drijft dan ook op erotiek, iets waar tegenwoordig niemand meer van opkijkt maar in het zeer conservatieve Duitsland van eind 19e eeuw was dat bijna zoiets als godslastering. In bijvoorbeeld het gedicht ‘Ins Weite’ spreekt Dehmel van ‘manna van de grenzeloze nacht’ en ‘het kwellend verlangen van wei, woud en wolkendek’. Dehmel bezingt tamelijk onverholen en ontegenzeggelijk subliem de vrouwelijke schaamstreek, het opperwezen alsmede de duivel.

Ook het gedicht ‘Venus Consolatrix’ (Troosteres Venus) werd als godslasterlijk en onzedelijk beoordeeld, en daarom moest het gedeeltelijk zwart worden gemaakt. In dit gedicht biedt Maria Magdalena haar ontblote geslachtsdeel aan als rustplaats, hét vlees dat Christus zelf begeerd zou hebben, aldus het gedicht. Ongetwijfeld iets waar ook hedendaagse christenen zich nog aan zouden ergeren.

Dehmel experimenteert er vrolijk op los in de bundel en hoewel de lust een grote rol speelt, net als de godsdienst, de vrouw en het vleselijk verlangen, zijn de gedichten nooit platvloers of schunnig. Op de website van Emile van Brakel vond ik een vertaling (van hem) van het gedicht ‘Verklärte Nacht’ of in vertaling ‘Verlichte nacht’. Oordeel zelf.

.

Verlichte nacht

.

Twee mensen gaan door kaal, kil woud;
de maan loopt mee, hun blik beschouwt.
De maan loopt over hoge eiken
geen wolkje omfloerst ’t hemellicht,
waarin de zwarte kruinen reiken.
De stem klinkt van een vrouwsgezicht:

Ik draag een kind, en niet van jou,
in zond’ en schuld ga ik naast jou.
Ik heb mijzelf zo zwaar misdaan;
Ik geloofde niet meer in geluk
toch hield een zwaar verlangen aan
naar levensvrucht, naar moedergeluk
en plicht – toen heb ik mij verstout,
liet mijn schaamte huiverend boud
bevoelen door ’n man zonder naam
én prees zelfs mijn ijdel gemoed.
Nu heeft het leven zich gewroken,
nú heb ik jou, o jou ontmoet.

Zij loopt met onbeholpen tree,
zij kijkt omhoog, de maan loopt mee;
haar donk’re blik verdrinkt in licht.
De stem klinkt van een mansgezicht.

Wees het kind door jou gekregen
toch onbezwaard toegenegen,
o zie, hoe klaar het heelal schittert!
Het grote Al glanst om ons twee,
jij drijft met mij op koude zee,
maar een eigen warmte glinstert
van jou in mij, van mij in jou;
’t vreemde kind met licht verkoren,
wordt voor en van mij geboren,
jij hebt de glans in mij geraakt,
jij hebt mijzelf tot kind gemaakt.

Hij pakt haar bij de volle dij,
in de lucht mengt zich hun adem vrij,
twee mensen gaan door helverlichte nacht.

.

Rode zone

Irina Tsylik

.

Browsend (één van mijn favoriete woorden in de Engelse taal) door de collectie Internet, stuitte ik op een artikel in de Trouw van september 2025 met de veelbelovende titel ‘Gedicht van de week’ waarin elke week een dichter of poëzieliefhebber een gedicht bespreekt dat hen raakt. In dit geval was dat de Vlaamse dichter en schrijver Maud Vanhauwaert (1984) die een gedicht van de Oekraïense dichter Irina Tsylik (1982) besprak.

Iryna Tsilyk  is behalve dichter en schrijfster vooral ook filmmaker, lid van de European Film Academy en Ukrainian PEN International . Ze won de Directing Award: World Cinema Documentary voor de film ‘The Earth Is Blue as an Orange’ op het Sundance Film Festival in de Verenigde Staten in 2020. Naast poëzie schrijft ze ook proza en kinderboeken en  haar werk is vertaald in het Engels, Duits, Frans, Pools, Litouws, Tsjechisch, Roemeens, Catalaans, Zweeds, Grieks, Italiaans en Deens. In het artikel van Maud is te lezen dat haar man als soldaat aan het front dient en dat geeft het gedicht een extra emotionele lading. 

Het gedicht, dat in Trouw in het Engels is afgedrukt (in vertaling door een Russische vertaler) heb ik verder door vertaald naar het Nederlands en is is getiteld ‘Rode zone’.

.

Rode zone

.

Op weg naar de ‘rode zone’ van de oorlog,
telkens als ik mezelf betrap op extreme zorgvuldigheid
bij de voorbereiding van mijn lichaam:
Ik scheer alles zorgvuldig,
ik besteed veel tijd aan mijn manicure,
ik kies mooi ondergoed uit.
Zo bereid je je voor op een speciale intieme date.

“Je weet maar nooit wie je zal uitkleden.
Misschien wel vanavond,” –
zei mijn oma altijd,
als ze iets bijzonders in gedachten had.

Ik heb ook iets bijzonders in gedachten.

Ik kan het ook niet laten om te denken aan een mogelijke date
met die minnares
met koude ogen, natte vingers
en haar dat ruikt naar zwarte weidebloemen.

“Kom op, niet vandaag,” zeg ik. “Alsjeblieft, niet vandaag.”

Ze lacht lang in stilte,
en er verschijnt iets roods tussen haar tanden.

Maar vandaag kleed ik me zelf uit in mijn eentje.

.

De dood

K. Golesorkhi

.

Vandaag sta ik voor mijn boekenkast en daar pak ik, zonder te kijken, een bundel uit. Het blijkt de bundel ‘Stem van alarm stem van vuur’ geëngageerde poëzie uit Latijns-Amerika, Afrika en Azië. Ik open de bundel op een willekeurige pagina ((pagina 34) en daar staat een gedicht getiteld ‘De dood’ van K. Golesorkhi (1944-1974) met wie ik een verjaardag deel. Golsorkhi (zoals zijn naam luidt) was een Iraanse journalist, dichter en marxistisch activist. Golsorkhi was in 1969 hoofdredacteur van de kunstsectie van de krant Kayhan , waar hij populariteit verwierf met zijn linkse en revolutionaire poëzie. In 1974 kreeg hij de doodstraf als marxistisch revolutionair opgelegd door het regime van de Sjah.

.

De dood

.

Vraag mij niet naar liefde;

in dit land van toenemende duisternis

heeft, in de aanwezigheid van angst,

liefde

de Dood getrouwd,

en de Dood,

de bijtende Dood, de vluchtende Dood,

is een buurman voor je eeuwige eenzaamheid

in het wrede angstgif van slangen.

.

Hier is de stem van de mensen gevangene

van hun keel,

en bloed

zie je, wanneer je je ogen ook opent.

Vraag mij dus niet naar liefde;

kijk naar mijn borst

vóór hij verbrand is door kruit.

.

 

Van Toorn over Roland Holst

Dichter over dichter

.

Afgelopen mei verscheen bij uitgeverij Querido de bundel ‘Ik maak je hierin aanwezig’, een keuze uit de gedichten van Willem van Toorn samengesteld door Benno Barnard en Marjoleine de Vos. Willem van Toorn (1935-2024) laat een rijk poëtisch oeuvre na, dat meer dan vijftien bundels beslaat. In 1960 debuteerde hij met de bundel ‘Terug in het dorp’ en zijn laatst verschenen bundel dateert uit 2020 en had als titel ‘De dagen’.

In ‘Ik maak je hierin aanwezig’ is dus een keuze opgenomen uit de vijftien bundels. Lezend in de bundel bleef ik even hangen bij het gedicht ‘In memoriam Adriaan Roland Holst’ omdat ik nu eenmaal een categorie op dit blog heb dat bestaat uit gedichten van dichters over of voor collega dichters. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Bezweringen’ uit 2013.

Ik lees er een aanklacht in die van alle tijden is en juist nu weer opmerkelijk actueel.

.

In memoriam Adriaan Roland Holst

.

 Trok adel zich in verre wolken

          voorgoed terug?

A. Roland Holst, ‘Voor West-Europa’, 1940

.

Verwarrend is het hier in het huis te slapen waar

u voor ‘Charles Edgar du Perron et Menno ter Braak’

het in memoriam schreef dat nooit een hond meer leest

in dit land zonder memorie. ‘Dit bloedjaar’

.

noemde u 1940, toen zij, broederpaar,

de dood in gingen. Lang – en toch nog maar

zeventig jaar – geleden. Uw oud dorp wacht dit voorjaar

weer bereidwillig op de nieuwehorden

.

van strand en zee. U zou het onherkenbaar

vinden – zoals zij trouwens het groot gebaar

van uw gedichten: van vroeger, te zwaar geworden

.

voor hun klein alfabet, leesbaar

misschien pas weer als straks het water

echt tot de lippen stijgt in Europa.

.

Poëzieperiscoop

Trenčín

.

Van vrienden Ed en Brenda kreeg ik een appje vanuit Slowakije, vanuit Trenčín. In dat appje foto’s en een filmpje van een soort periscoop op een plein waaruit je, door te draaien aan de handel aan de zijkant, gedichten te horen krijgt. Uiteraard word ik daar nieuwsgierig van en Brenda stuurde me, nog voor ik kon gaan zoeken al een link toe (waarvoor dank!) over dit alleraardigste initiatief. 

Het betreft hier de Kaledomat of, zoals ie vernoemd is, de Poesiomat. Het is een bijzonder object dat lijkt op een periscoop van een onderzeeër. Het heeft een slinger en na het draaien werden er in eerste instantie kerstliederen uit verschillende landen van de Europese Unie afgespeeld. Nu biedt het echter gedichten van Trenčín-dichters van nu en vroeger, natuurgeluiden die verbonden zijn met de plek waar het staat, liederen en sprookjes.

Sinds 2015 plaatst de Tsjechische vereniging Piána na ulici, opgericht door Ondřej Kobza, poesiomats in de straten van de stad. “Oorspronkelijk ging het vooral om jukeboxen voor poëzie, maar in de loop der tijd is het concept uitgegroeid tot de huidige vorm, waarbij de Poesiomat de symboliek van een plek probeert vast te leggen – het is een soort versterker van de genius loci (de garantie van een plaats) “, legt Ondřej Kobza uit. “De magie van een plek kan verschillende vormen aannemen. Daarom kan een luisteraar van een Poesiomat, naast gedichten, bijvoorbeeld een sprookje of natuurgeluiden tegenkomen “, voegt hij eraan toe.

De Poesiomat die op het Štúrovo-plein in Trenčín in december 2025 is geplaatst, is de meest beluisterde van heel Tsjechië en Slowakije (meer dan 80 staan er al her en der), al meer dan 45.000 keer werden er gedichten afgespeeld. De Poesiomat werd ingesproken door acteurs en actrices van het Normálka Theater in Trenčín en door de acteur en mimespeler Pavol Seriš. 

Een van de dichters die te horen zijn in de Poesiomat is de dichter Rudolf Dobiáš (1934). Deze dichter heeft een zeer bewogen leven achter de rug, wat terugkomt in een van zijn bekendste gedichten ‘Niet-verzonden brief’, vertaald uit het Slowaaks door John Minahene.

.

Niet-verzonden brief

.

Met mijn eigen kruis in een koude cel
, ver van de hemel,
schreef ik naar huis: Ik voel me heel goed,
ik heb niets nodig.

De bewakers waken over mij,
wat heb ik nog te vrezen?
Ik weet dat Gods molens mij malen
en tot brood vermalen.

Mijn lichaam gloeit nu als door koorts
in Gods eigen gloeiende kolen,
en deze vier muren van puur wit
verheerlijken en prijzen Hem.

Mama, ik voel me prima. Dat is waar,
maar ik vind het wel jammer dat ik niet bij je kan zijn.

.

Wie zijn we morgen

Babs Gons

.

Schrijver, dichter, spoken word artiest, theatermaker, columnist en voormalig Dichter der Nederlanden Babs Gons (1971) is geen vreemde op mijn blog. Als inspiratiebron, jurylid, optredend dichter, voorwoordschrijver, maar ook gewoon als dichter. Ik ben Babs door de jaren heen bijzonder gaan waarderen, als dichter maar ook als verbinder en mens. En nu is er een nieuwe bundel van haar hand verschenen.

De bundel ‘Wie zijn we morgen’ bevat urgente, geëngageerde poëzie over identiteit, macht en gemeenschap, waarin het persoonlijke met het publieke wordt verbonden en er ruimte komt voor nieuwe stemmen, en hoop, aldus de uitgeverij. En dat is precies wat we verwachten van Babs Gons. De titel verwijst naar het gedicht met de gelijknamige titel die ze schreef vlak voor ze werd geïnaugureerd als, toen nog Dichter des Vaderlands. Een titel die zij, geheel terecht in mijn ogen, veranderde naar Dichter der Nederlanden.

Het gedicht ‘Wie zijn we morgen’ schreef ze bij de start van het herdenkingsjaar Slavernijverleden dat liep van 1 juli 2023 tot en met 1 juli 2024. En nu is er dus de bundel met dezelfde titel. Uit de bundel koos ik het gedicht ‘Wat we verdedigen’, een gedicht waar je alle populisten en machthebbers (bijvoorbeeld de minister van defensie) mee om de oren zou willen slaan om ze in te peperen dat een grote verantwoordelijkheid rust op hun schouders en dat ze die verantwoordelijkheid serieus dienen te nemen.

.

Wat we verdedigen

.

sterke legers worden niet slechts gebouwd

door zwaar materieel en gebeden

defensie begint bij omarmend rijm

bij zeges op velden van kunstgras

bij krantenpapier en waterverftekeningen

.

defensie begint

bij het afwegen van woorden

weten dat taal niet onschuldig is

dat je met drie lettergrepen

iemands veiligheid te grabbel kunt gooien

bij weten wat we buitensluiten

wie we welkom heten

wie we tot zondebok maken

.

defensie begint bij kinderen

genoeg bieden om terug te kunnen veren

een stem te geven in toekomstplannen

de straat de plek te laten zijn

waar je je mag laten horen

voor je idealen

.

een land dat zich wapent

begint bij ontwapenende ontmoetingen

buiten het isolement van dat ene mens

in de nabijheid van vele anderen

.

want om een macht

tot een andere macht te verheffen

zullen we elkaar moeten treffen

niet om elkaar te vrezen

en te verdelen

maar om elke dag

weer opnieuw te beginnen

.

 

Wij waren getuigen

Zwarte markt

.

Een paar welken geleden was ik in Antwerpen op een rommelmarkt en daar lag bij een standje een groot boek met een bijzondere tekening voorop. Het bleek een boek met gedichten en tekeningen te zijn over de tweede wereldoorlog dat bij uitgeverij Vrij Nederland verscheen in 1946. Het betreft hier de bundel ‘Wij waren getuigen’. Deze bundel met 30 gedichten van Theun de Vries en tekeningen van Piet Klaasse wordt ingeleid door Jan H. de Groot (1901-1990) en Ed Hoornik (1910-1970). De bundel bevat naast gedichten en tekeningen ook houtsneden en spotprenten die kritiek uiten op of een aanklacht vormen tegen de nazi’s en de Duitse bezetting 1940 – 1945.

Op Bevrijdingsdag leek het me een goed moment om ook op dit blog stil te staan bij herdenken en de gruwelheden van de tweede wereldoorlog. Uit dit boek met gedichten over de oorlog, dat overigens gratis via Delpher te lezen is, koos ik het gedicht ‘Zwarte markt’.

.

Zwarte markt

.

Zijn wij niet nationaal?

Wij spreken Hollands taal

En Leev’ren kaas en boter –

Ons risico is groter

Dan van U allemaal.

.

Zijn wij niet nationaal?

Wij kwanslen ei en aal,

De handel is ons hei;lig;

In onze zak blijft veilig

Het Joodse kapitaal.

.

Zijn wij niet nationaal?

Al scheren wij U kaal:

Bedenk bij al uw plagen

Hoeveel wij voor U wagen,

Zwijg – en betaal.

.

Tongval van het verdwijnen

Anke Cuijpers

Anke Cuijpers is schrijfster en dichter. Ze volgde een divers scala aan beroepsopleidingen, van maatschappelijk werker tot verzekeringsadviseur, en werkte in meer dan een dozijn ambachten, variërend van schoonmaker en lopende band werk tot copywriter. Een tijdlang was ze mede-eigenaar van een goedlopend eetcafé. Ze gooide het roer om nadat ze het literaire vak ging studeren aan de Schrijversvakschool Amsterdam (proza en poëzie). Ze publiceerde in de literaire tijdschriften Het Liegend Konijn, Kluger Hans, de Poëziekrant en De Revisor. Ze droeg meermaals voor in de Prinsentuin in Groningen. Op 7 mei is ze een van de dienstdoende dichters in een van de mooiste boekhandels ter wereld, Boekhandel Dominicanen in Maastricht, waar de Klimaatdichters  optreden in een pop-up expositie van Dorine van der Ploeg
.
In de nieuwe bundel van de Klimaatdichters ‘Tongval van het verdwijnen’ gedichten vanuit niet menselijk perspectief, is het gedicht ‘Wrange vrucht’ van haar hand opgenomen. Bij haar bijdrage is de volgende tekst opgenomen: Met takken die eindigen in doorns en kleine appelvruchten die bovendien hard en wrang van smaak zijn, is de wilde appel door bastaardering verdrongen door cultuurvarianten. In Nederland is hij uitgestorven. De zeldzame Vlaamse exemplaren worden bedreigd door schuurschade.
.
Wrange vrucht
.
wilde boom worden in mezelf een kringloop
zijn, maar wist niet hoe vanwaar ik hing, herfst
dacht ik soms, is dat een container waarin ik pas
.
wilde wortel schieten wilde in de grond
wilde de regen wormen en de mieren horen wilde
met neven en nichten in een boomgaard staan
.
voelde herten tegen de takken schuren
waaraan mijn kleine lijf te plukken viel,
hoe anders dan als wind, ik dacht sindsdien
.
aan vallen, iets moet een appel doen om te
verleiden, het vlees te laten rotten zodat de pitten
verder alle werk, lieve God, was dit zoals het was.
.

Deze aarde, wij hebben ze opgebruikt

Herwig Hensen

.

Afgelopen weekend las ik wat in de bundel ‘De Nederlandstalige poëzie in pocketformaat’ samengesteld door Philip Hoorne en Chrétien Breukers uitgegeven door Compaan uitgevers in 2012. Het aardige aan dit soort verzamelbundels is dat je altijd ontdekkingen doet, elke weer opnieuw namen van dichters tegenkomt die je niet kent. En dat was ook dit keer het geval.

In de bundel is een gedicht opgenomen met de titel ‘Deze aarde, wij hebben ze opgebruikt’ van Herwig Hensen. Meteen moest ik denken aan de Klimaatdichters, had ik een naam gemist? Maar niets bleek minder waar, Herwig Hensen (1917-1989) was al lang overleden toen de Klimaatdichters zich verenigden in een collectief met die naam.

De Vlaamse Herwig Hensen (pseudoniem van Florent Constant Albert Mielants jr.) was schrijver, docent wiskunde, docent dramaturgie en dichter. Aanvankelijk stond de poëzie van Herwig Hensen onder invloed van het impressionisme en het symbolisme van Karel van de Woestijne. Zijn later werk werd meer introvert. Zijn klassieke verzen geven afwisselend een smart weer om de waanzin van deze wereld en een bejubelen van het wonder van het leven.

Voor zijn werk werd hij meerdere malen bekroond, zo kreeg hij onder andere de Grote Driejaarlijkse Staatsprijs voor Poëzie (1938-1940). Zijn werk werd in meerdere talen vertaald. Hensen debuteerde in 1934 met een in eigen beheer uitgegeven bundel getiteld ‘Verzen’. Het gedicht ‘Deze aarde, wij hebben ze opgebruikt’ werd genomen uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1988. Het gedicht dateert waarschijnlijk uit 1971. Toen was deze dichter zijn tijd dus al ver vooruit met zijn gedachten en zorgen om het milieu en de waanzin van de wereld.

.

Deze aarde, wij hebben ze opgebruikt

.

Deze aarde, wij hebben ze opgebruikt:

Grond, wateren, beemden, bomen,

De vrucht die smaakt. De bloem die ruikt,

En ’t land waarvan wij dromen

.

Wat geven wij onze kinderen mee

Behalve spreuken en kogels?

Niet eens het zuivre zout van de zee

En ’t zingen van de vogels

.

Maar wél het gif en het haastige kruit,

en haat die alom kan passen.

Sindsdien doven de lentes uit

en dorren vroeg de grassen.

 

Belofte slaat over in ongeduld

voor wie geen hoop meer bewaren.

Wat zijn wij onder zoveel schuld?:

Bedriegers of barbaren?

.