Site-archief
Jan Kal
Hekeldichten
.
Vandaag stond ik voor mijn boekenkast en pakte ik, ongezien, de bundel ‘Ik proef iets wat bedorven is‘ uit 2016 uit mijn kast. Deze fijne bundel vol hekeldichten is samengesteld door een redactie bestaande uit Alexis de Roode, Daniël Dee en Benne van der Velde en verscheen bij uitgeverij Passage. Ik opende de bundel op een willekeurige pagina (pagina 72) en daar staat het gedicht ‘Fonds voor de Letteren-bestuurders’ van Jan Kal (1946). Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘1000 sonnetten’ uit 1997.
.
Fonds voor de Letteren-bestuurders
.
U dacht dat ze hun eigen zakken vulden?
H.C. ten Berge toch wel uitgezonderd?
Hij zat op 38 000 gulden
ik op een twaalfde: 3200.
.
Ten Berge vond die misstand niet te dulden,
en sprak, drie jaar aaneen nu: ‘Opgedonderd.’
Hij, om zijn werk, waarvan de mensen smulden,
krijgt zesenveertig mille. Bent u verwonderd?
.
Ach, ik ben indiaan noch Eskimo.
Ik zing van Haarlem, niet van Mexico.
Mijn naam is Kal, niet Schurft, laat staan ten Berge.
.
Ik ben geen epigoon van Ezra Pound
maar heb, net als The Voice, mijn eigen sound.
En ik dicht duidelijk. Dat is het erge.
.
Maar ook geen maar
Marijke Voerman
.
Wanneer ik de naam Marijke Voerman (1976) google dan kom ik allerlei berichten tegen maar eigenlijk niets waarmee ik haar in verband kan brengen met een gedicht van haar hand in de bundel die ik nu in mijn handen heb. Ze blijkt directeur van het Cabral instituut te zijn (privé school in Amsterdam) en daarvoor was ze onder andere onderwijzer aan het Luzac College en het PCC in Alkmaar.
En toch schrijf ik over haar, als dichter. Want in de eerder genoemde bundel ‘Hier lonkt een spiegel’ uit 2001, in opdracht gemaakt van Bureau Interim, onder redactie van Suzanne Meeuwissen en Ruben van Gogh, is een gedicht van haar opgenomen getiteld ‘Maar ook geen maar’. Ik schreef eerder over deze bundel in 2013 toen ik met een nieuwe categorie begon op dit blog ‘uit mijn boekenkast‘, een categorie waarin ik nog steeds regelmatig berichten in plaats, tegenwoordig onder de titel ‘blind gepakt’.
Terug naar Marijke Voerman. Ze studeerde Nederlands aan de universiteit van Amsterdam en stond dus wel te boek als dichter, anders wordt je niet door de samenstellers gevraagd. De titel van de bundel ‘Hier lonkt een spiegel’ komt uit het gedicht ‘Dit is mijn dag’ van Menno Wigman: “Hier lonkt een spiegel naar verwonderd licht. Daar breekt een vlinder uit. En dat ben ik.”
.
Maar ook geen maar
.
Ik wil weten waar ik aan toe ben
geef mij geen hyperbool of cirkel
geen homerische vergelijking
geen onnodige dubbele punt
geen gelul achteraf na de komma,
een misschien in een stem
maar ook geen maar.
Wel een goedgeplaatste punt
als een begrepen grap
een klinkend zoentje
het ‘ja’ van de bruid
het feest der herkenning
van o ja, ik heb het, eureka!
Stevig herkenbaar
als stamppot andijvie
en boeren na cola.
.
Penelopeia
Roan Kasanmonadi
.
Een vriend van me wees me op het feit dat hij samenwerkt met twee dichters. Beide namen zeiden me vooralsnog niets maar ik ga dan uiteraard wel op zoek. Een van de namen was die van Roan Kasanmonadi (1995) een Rotterdamse dichter, modern danser en spoken word artiest die arts en psychiater in opleiding is (tegenwoordig heb je niet één richting meer in je leven valt me weleens op maar vele). In zijn werk combineert Roan abstracte associaties met alledaagse taal en verwijzingen naar popcultuur, zo lees ik op de website van deBuren.
Roan trad op bij Poetry International, Mensen Zeggen Dingen en op de Nacht van de Poëzie. Zij debuutbundel ‘Vuurbloem’ werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs in 2025. En naast al deze bezigheden is hij ook nog eens redactielid van De Revisor. Op de website van deburen.eu las ik een gedicht van zijn hand getiteld ‘Penelopeia’ dat hij schreef als deelnemer aan de schrijfresidentie van deBuren in 2024 waarbij hem gevraagd werd zich te laten inspireren door het Olympisch motto ‘harder, sterker, sneller-samen? In dit gedicht brengt hij de Griekse mythologie en scholieren samen over de druk aan verwachtingen te voldoen. Het gedicht staat ook in zijn debuutbundel.
.
En wat ik haast vergeten zou
Bas Belleman
.
Journalist, essayist, dichter, vertaler en Shakespeare-kenner Bas Belleman (1978) studeerde cultuur- en wetenschapsstudies aan de Universiteit Maastricht. Naast recensies over proza in Trouw schreef hij over poëzie in Passionate Magazine, de Groene Amsterdammer en het poëzietijdschrift Awater. Ook was hij columnist van dagblad De Gelderlander, schreef hij essays en columns voor Filosofie Magazine en verzorgde hij de programmering van de Maastricht International Poetry Nights. Enkele jaren was Belleman jurylid van de AKO Literatuurprijs. In 2021 verscheen poëzie van Bas in MUGzine #7.
In 2003 debuteerde hij met de bundel ‘Nu nog volop ventilatoren’, deze bundel werd genomineerd voor de Cees Buddingh’-prijs voor beste debuutbundel, gevolgd jij door ‘Hout’ in 2006 en ‘De drift van Sneeuwwitje’ in 2014. In 2020 verscheen de Nederlandse vertaling ‘Shakespeares Sonnetten’ met daarin de 154 sonnetten en ‘A Lover’s Complaint’. In 2021 won hij voor dit werk de Filter vertaalprijs.
Uit zijn debuutbundel ‘Nu nog volop ventilatoren’ onder redactie van Gerrit Komrij, koos ik het laatste gedicht uit de bundel getiteld ‘En wat ik haast vergeten zou’.
.
En wat ik haast vergeten zou
.
Nog even dit:
.
het woord ‘vervreemdend
.
(een tafel een pen een scheur
in de vitrage voor het raam en ergens
ter lande valt een bonte vogel dood;
zéér vervreemdende regels!)
.
sturen we met liefde naar
de Eeuwige Papierversnipperaar.
.
De Griekse liefde
Doris
.
In de loop der jaren zijn er vele vertalingen van klassieke dichters en gedichten gepubliceerd. Denk aan Ovidius’ (43 v.Chr. – 17 na Chr.) ‘Amores’ in een vertaling van Marietje D’Hane-Scheltema, Sappho (ca. 625 tot 565 voor Chr.), Gaius Valerius Catullus (±84-54 v.Chr.) en Quintus Horatius Flaccus (65 tot 8 voor Christus). Daar kan ik vandaag een uitgave aan toevoegen op dit blog en wel de bundel ‘De Griekse liefde’ honderdvijftig epigrammen, redactie door Paul Claes en Mon Nys en vertaald door Paul Claes uit 1997.
De Griekse liefde is een bloemlezing van de mooiste epigrammen van de Griekse en Byzantijnse dichters die schreven tussen 500 voor en 500 na Christus. In deze bundel wordt ernst afgewisseld met humor, krasse spotgedichten en ontroerende grafschriften met heteroseksuele lyriek en pederastische erotiek. De oude Grieken namen geen blad voor de mond en dat blijkt uit bijvoorbeeld dit korte gedicht:
Wens
.
Ik wou dat ik de wind was:
jij wandelde op het strand
met je beide borsten bloot
en ik blies er zachtjes in
.
Of deze:
.
Afgang
.
Slapen al aardig grijs,
lul lam tussen de benen,
ballen buiten dienst.
.
Mooie oude dag!
Neuken? Kennen we nog wel,
kunnen we niet meer.
.
Maar er staan ook meer romantische liefdes gedichten in deze vermakelijke bundel. Sommige erotisch of expliciet seksueel en andere weer heel onschuldig. Van de erotische poëtische gedichten hier ‘Doris’.
.
Doris
.
Ik spreidde haar roze dijen
open en ik verzonk in haar
bloem als een god.
.
Met haar ranke benen om me heen
rende ze zonder te verflauwen
de wedsloop van de liefde
.
met smachtende ogen die braken
en dekblaadjes die wild
sidderde in de storm
.
tot onze witte waanzin
was uitgewoed en zij slap lag:
een lam lichaam.
.
Gezonde democratie
Hans van Willigenburg
.
In 2008 verscheen van Hans van Willigenburg de bundel ‘Objectief verzuipen’. Van Willigeburg (1963) is dichter, journalist, copywriter, romanschrijver en programmamaker. Hij is wekelijks te horen op Radio Rijnmond. De bundel ‘Objectief verzuipen’ is zijn poëziedebuut. Zijn verhalen en poëzie verschenen onder meer in Maatstaf, Hollands Maandblad, De Brakke Hond, Dietsche Warande & Belfort en Propria Cures, maar zijn gedichten werden ook opgenomen in diverse bloemlezingen, waaronder de bloemlezing van Ilja Leonard Pfeijffer, ‘De Nederlandse poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten’.
In de bundel Objectief verzuipen’ staat het gedicht ‘Gezonde democratie’ dat ook is opgenomen in de bloemlezing ‘Ik proef iets dat bedorven is’ uit 2016 onder redactie van Daniël Dee, Alexis de Roode en Benne van der Velde. Ik las het gedicht en moest meteen aan mijn gedicht ‘De grote leider‘ denken. Helaas is de strekking van dit gedicht nog altijd actueel of misschien wel actueler dan ooit nu het populisme groeit.
.
Gezonde democratie
.
de lijstrekker
één meter vijfentachtig
spierwitte tanden
correcte das
dito pak
pretogen
die zeggen
‘alles verloopt tot dusver perfect
een sterke jongen die mijn feestje
nu nog verpest’
.
zwaait naar zijn ritmisch klappende achterban
betreed nog steeds trouw zwaaiend het spreekgestoelte
terwijl rechts van hem een adviseur met oordopje
klein
vlekkerige huid
hem voor de zekerheid
en op gebiedende wijze
de heilige trits nog eens influistert
.
-Volk! Verandering! Victorie!-
.
alvorens zijn salariseisen
een verdieping lager
in de catacomben van de hal
naar een ander kamp te mailen
.















