Site-archief

Gerust

Lianne Sasja van Kalken

.

In 2024 schreef ik al een bericht over een bundel ‘Bar’ van Lianne van Kalken uit 2007. Naast dat zij wethouder was (waar ik vier jaar mee heb samengewerkt) bleek zij ook in haar jonge jaren een dichtbundel te hebben uitgegeven bij uitgeverij Textmessage in Vlaardingen onder de naam Lianne Sasja van Kalken (1990). Met 17 jaar was ze destijds de jongste poëziedebutant van Nederland.

In de ontmoetingen die ik met haar had hebben we het hier over gehad en ze vertelde me dat ze nog een paar exemplaren had liggen. Een van die exemplaren heb ik van haar gekregen bij haar afscheid als wethouder. Op de achterflap staat: Ze schrijft ogenschijnlijk naïef en tegelijkertijd gevaarlijk volwassen. Haar onderwerpen zijn zo triviaal als die van Herzberg, haar taal helder als van Kopland. Een belofte die uitkomt.

Die belofte is nooit helemaal uitgekomen als dichter, wel als gepromoveerd dr., politica en wethouder. Lianne was één van de winnaars van Doe Maar dicht Maar in 2007 en was deel van de redactie van Krakatau. Ik heb de hele bundel met veel plezier gelezen en ik koos als gedicht ‘Gerust’.

.

Gerust

.

een haven slaapt zich wakker

na één nachtje zaterdag

.

aan de overkant van het water

is het net zo leeg als hier

.

hij niet

wij maken zondag heel

.

na weer een dag

nachtwaken.

.

 

Jonge stadsdichter

Sonya Wartanjan

.

Sinds februari 2026 is de 19 jarige Sonya Wartanjan junior stadsdichter van Vlaardingen. De komende twee jaar schrijft zij, samen met de eveneens per februari zittende nieuwe stadsdichter van Vlaardingen Sander Groen, in opdracht van de gemeente en lokale organisaties, over het wel en wee in de stad. Haar persoonlijk doel is om vooral jongeren te enthousiasmeren voor poëzie.

Door haar docent Nederlands op het Groen van Prinstererlyceum werd ze gewezen op de oproep van cultureel centrum Kade 40, om zich aan te melden voor de functie. Ze stuurde vier gedichten in (twee was een voorwaarde) en niet snel daarna kreeg ze het bericht dat ze de nieuwe junior stadsdichter was geworden. Voor deze functie hadden niet veel jongeren zich gemeld en dat is voor Sonya een extra motivatie om zich in te zetten voor jongeren. Ze zegt hierover: “Veel jongeren houden van muziek en eigenlijk is dat ook een vorm van poëzie. Ik wil hen stimuleren om hun gevoelens door middel van poëzie onder woorden te brengen.”

Sonya is al haar hele leven creatief bezig, in eerste instantie met tekenen en schilderen en later ook met woorden. Voor een schoolopdracht schreef ze onder andere een stiftgedicht en een collagegedicht. En voor haar profielwerkstuk stelde ze zelfs een eigen dichtbundel samen.

Sonya omschrijft haar stijl van dichten als heel beeldend en sfeervol. “Ik schrijf op een manier waarop je het snel voor je kunt zien. Niet heel letterlijk, maar wel origineel. Het geeft een bepaalde sfeer.” Haar Armeense achtergrond speelt daarin een belangrijke rol. “De Armeense taal is heel nauw verbonden met het beeldend verwoorden. In het Armeens zijn veel woorden geschreven als beeldspraak. Het is een melancholische en poëtische taal, dus via die taal krijg ik ook poëzie mee.”

Tijdens de participatieavond voor omwonenden van de Grote Kerk in Vlaardingen (waar de bibliotheek gevestigd gaat worden) droeg ze het gedicht ‘Waar woorden thuiskomen: de stem van stilte’ voor dat ze voor deze gelegenheid schreef.

.

Waar woorden thuiskomen: de stem van stilte

 

Ooit leefden woorden gevangen in perkament

Tot deze te bereiken vielen

Voor ieder ander

 

Waar eens het Woord de stilte droeg

Vinden nu ontelbare woorden

Een thuis

 

Rustend op planken

 

De gewelven dragen echo’s

Niet alleen van heilig gezang

 

Maar ook van bladerende handen,

Van zoekende, nieuwsgierige geesten

 

Waar vragen voorheen omhoog werden gezonden

Liggen antwoorden nu binnen handbereik

 

Voor geïnteresseerden, ongeïnteresseerden

Kenners van kunde

En onkunde

 

Hedendaags klinken er vele stemmen

 

Reve, Mulisch en Hermans

Maar ook Grunberg, Gül en Bervoets

 

également Japin, évidemment

Schrijvers met een eigen stem,

Zij die hun woorden hebben toevertrouwd aan papier

En gepikeerde hoofden

 

Schrijvers die gedachten delen

En mensen kennis bijbrengen

 

Over het diepe roerselen in henzelf

De drijfveer tot doen

Een frisse blik van inspiratie

 

Fictieve en waarheidsgetrouwe verhalen

Zijn vastgelegd

En worden geschonken aan lezers

 

Toch dobbert de stilte nabij

Die spreekt, bijna zingt

Als lijflied van respect

 

Om zich op minutieus

Menselijk level

Te verwonderen

 

Over al het indringende

En gewone gedachtegoed

 

Dat als reflectie op papier is gefragmenteerd

Waar elk gelezen woord opnieuw tot leven komt

En zich thuis binnenbaant

.

Sonya Wartanjan en Sander Groen

 

Poëzieweek 2026

Ramsey Nasr

Afgelopen week was ik in Assen in het Drents museum. Daar kwam ik behalve het gedicht ‘Symbiose’ uit 2011 van Jean Pierre Rawie (hieronder) in de hal bij de lift, ook dichter, schrijver, acteur en verzamelaar Ramsey Nasr tegen. In de bijzondere tentoonstelling Mikrokosmos – De wereld in een Wunderkammer komen klassieke Wunderkammer-objecten, hedendaagse rariteiten en beeldende kunst samen. Delen van verzamelingen van onder andere schrijver, dichter, bibliofiel en presentator Boudewijn Büch (1948-2002), bioloog Midas Dekkers, Tattoo-artiest Henk Schiffmacher, en ontdekkingsreiziger Redmond O’Hanlon zijn daar te bewonderen. Ik kan een bezoek aan het Drents Museum daarom ook zeker aanbevelen, zeer de moeite waard.

Toen ik vervolgens een paar dagen later op de website van de Poëzieweek 2026 aan het rondkijken was, kwam ik Ramsey Nasr (1974) opnieuw tegen. Onder leiding van Martine Wendrickx zet hij het nieuwe jaar in met vurige, intieme, kritische en liefdevolle gedichten in Het Predikheren, de bibliotheek van Mechelen in Vlaanderen op zondag 4 januari 2026.  Reden dat ik bij dit bericht bleef hangen was dat Het Predikheren, de bibliotheek in Mechelen is ingericht door KSA architecten, dezelfde interieurarchitecten die mijn nieuwe bibliotheek in Vlaardingen in de Grote Kerk gaan inrichten. Alle reden dus om een gedicht van Ramsey Nasr te plaatsen hier. In dit geval het gedicht het liefdesgedicht ‘In bed’ dat komt uit de bundel ’27 gedichten en geen lied’ uit 2000.

.

In bed

.

En dan te denken dat het niet

Meer worden zal dan dit: mijn lief

Haar lijf zacht op te tillen als

Zij plassen moet en mij niet ziet.

.

Indische maand

Noto Soeroto

.

Vanavond mag ik samen met zangeres Lia Schlärmann-Koot de Indische maand openen in de bibliotheek van Vlaardingen. Wij organiseren deze Indische maand al een aantal jaar en er is altijd veel aandacht voor en aanloop naar de tentoonstellingen en de activiteiten. Dit jaar is er extra aandacht voor gedichten van Noto Soeroto. Raden Mas Noto Soeroto (1888-1951) was een Javaanse prins uit het Jogjakarta adellijke huis Paku Alaman en was dichter en schrijver van Nederlands-Indische literatuur en journalist uit Nederlands-Indië. Hij leverde een belangrijke bijdrage aan het Nederlandse literaire systeem door nieuwe literaire thema’s te verkennen en zich te richten op inheemse protagonisten, en tegelijkertijd aandacht te vestigen op de inheemse cultuur en de situatie van de inheemse bevolking.

Ik zal vanavond samen met Lia de vitrine tentoonstelling openen over deze Javaanse Indische dichter die van 1906 tot 1932 dichterlijke furore maakte met zijn bundels in Nederland. Daarnaast is er de presentatie van het fotoboek van Dick van Oosten over de Indië herdenking en Koempoelan en de fotoreportage ‘Andere ogen’ welke Martin Hokke maakte met zijn dochter Milena tijdens de Koempoelang (vergadering of bijeenkomst) in cultureel centrum de Windwijzer. Een vol programma kortom.

Omdat ik altijd de link zoek naar dichters en ik de dichter Noto Soeroto nog niet kende hier een gedicht van zijn hand uit ‘De Tijdspiegel’ jaargang 71 uit 1914 getiteld ‘N.M’.

.

N.M. 

.

Ik wilde u met bloemen vereeren;
ik weet dat ze u lief zijn.
Zoo zocht ik naar bloemen, veelkleurig en geurig,
in den tuin van mijn eigen gedachten,
om daarvan een tuiltje te maken,
dat zich zal weerspiegelen in ’n glimlach van uw gemoed.
Vergeefs zocht ik echter;
geen enkele bloem vond ik daar,
in den tuin van mijn eigen gedachten.
Daar kwam een vroom gezang tot mijne ooren aangewiekt
en drong tot diep in mijne ziel.
Ik spoedde me naar mijn deur en zag
een vromen zanger langs mijn lage woning langzaam gaan.
Zijn schreden richtten zich naar gindschen tempel van licht
en in zijn armen droeg hij ’n vracht van de heerlijkste bloemen,
die mijn huis met ’n zoeten geur vervulden.
De bloempjes, die den armen des zangers waren ontslipt,
die had ik opgeraapt
en bond ze saâm tot een schuchter tuiltje.
Dit leg ik voor u neer, opdat ik moog’ genieten
van úwe vreugde om bloemen uit dichter-levenshof
.

De bol is rond

Michael Tedja

.

De in Rotterdam geboren maar in Vlaardingen opgegroeide, schrijver, dichter, beeldend kunstenaar en curator Michael Tedja (1971) is niet alleen een zeer veelzijdig man maar ook echt een kunstenaar. Ik leid dat af aan zijn oeuvre maar ook aan het feit dat hij in woorden zijn universum heeft benoemd. Of zoals hij het noemt de fictieve ruimte waarbinnen zijn beeldend werk, zijn poëzie en proza samenkomen. Hij noemt dit Het Holarium. Deze virtuele ruimte bestaat uit een systeem opgebouwd uit fragmenten van taal, ritme en onderzoek die samen een coherente entiteit vormen. Het verzamelen van deze fragmenten wordt door hem ‘aquaholisme’ genoemd, net als ‘Holarium’ een samenvoeging van de woorden aquarium en holisme (het zoeken naar verbindingen die losse eigenschappen tot één geheel maken). Het Holarium was ook de titel van zijn eerste solotentoonstelling in Museum Jan Cunen in Oss in 2002.

Tedja debuteerde als dichter in 2005 met de bundel ‘De aquaholist’ bij de Rotterdamse uitgeverij Sea Urchin, een uitgeverij gespecialiseerd in ‘historical avant-garde and counterculture’, met gedichten en prozagedichten. In 2013 verschijnt zijn tweede bundel met de titel ‘Tot hier en verder’. De titel is gebaseerd op de betekenis van de naam Tedja. Deze betekent in het Surinaams: tot hier. Te = tot, en dja = hier. In 2015 verschijnt de bundel ‘Regen’ dat afkomst en racisme als thema heeft.

En nu, dit jaar verschijnt zijn bundel ‘Lift’, een ‘eigenzinnig en gelaagd kunstwerk dat een kritische blik biedt op de samenleving.  Tedja kreeg voor zijn literaire werk de Sybren Poletprijs (2021) en de Jana Beranováprijs 2020. Uit zijn laatste bundel ‘Lift’ heb ik een gedicht gekozen waarin de lift een centrale rol speelt.

.

Het verschil tussen

rijk en arm was als koren op het

mechaniek. De

relaties tussen de flatbewoners.

.

Ik wilde die

relatiegeschiedenis omverwerpen, het mechaniek

van de lift veranderen

en opbouwen

met ronde informatie

in de vorm van een wereldbol

.

De wereldbol was eindig

en oneindig, universeel en persoonlijk.

.

Net zoals de bollen,

die altijd bol waren, waar

ik die ook liet staan of aan ophing.

De cirkel was bol

en die was rond.

.

Gesprek op radio 1

Bij Dijkstra en Evenblij Ter Plekke

.

Zondagavond wordt op radio 1 (BNNVARA) het radioprogramma Dijkstra en Evenblij Ter Plekke vanuit Vlaardingen uitgezonden. Ik ben gevraagd om een bijdrage te verzorgen over de in Vlaardingen geboren dichter Lévi Weemoedt. Ik zal deelnemen aan dat programma in de rubriek ‘Literatuur voor BIJ of IN het hardvuur’. Het gesprek zal gaan over Lévi Weemoedt (1948), zijn werk en leven en de link met Vlaardingen uiteraard. Het programma is te beluisteren op Radio 1( van 19.00 – 21.00 uur). Het literaire onderdeel is in het laatste half uur (tussen half negen en negen uur).

Voor de lezer van dit blog is Lévi Weemoedt geen onbekende, zo schreef ik al verschillende malen over zijn bundels als ‘Van harte beterschap‘ uit 1982, ‘Geduldig lijden’ uit 1977, ‘Rijk verleden‘ uit 1999, ‘Geen bloemen’ uit 1978 en ‘Pessimisme kun je leren‘ uit 2018. Daarnaast heb ik meerdere korte gedichtjes van zijn hand opgenomen uit verzamelbundels.

Om alvast in de stemming te komen voor zondagavond hier een gedicht ‘Achterblijvers’ uit ‘Geduldig lijden’.

.

Achterblijvers

Ik fiets maar door het Westland.
Ik maal de trappers rond.
Ik ben altijd zo treurig.
Maar fietsen is gezond.

Van koeien en van eendjes
zie ik nog niet de helft.
Maar ik zie elk dood vogeltje
van Vlaardingen tot Delft.

Achter mij in mijn mandje
jankt mijn kleine hond.
Die loopt, in plaats van fietsen,
veel liever op de grond.

Die loopt veel liever te rennen
achter een leuke meid.
Daar ben ik best jaloers op.
Ik ben de mijne kwijt.

Dat gaat zo in het leven.
Dat is gerust normaal.
En fietsen, zegt de dokter,
is goed voor elke kwaal.

Dus fiets ik maar door ’t Westland.
Ik maal de trappers rond.
Ik ben altijd zo treurig.
Maar fietsen is gezond.

.

Gelijk de Phoenix

Jaap van Yperen

.

Van mijn collega kreeg ik een, door de bibliotheek Rotterdam, afgeschreven tijdschrift met de titel ‘Vlaardingen vooruit’ dat werd uitgegeven ter gelegenheid van de grote tentoonstelling , welke gehouden werd van 3 tot en met 14 augustus 1946. Volgens het redactionele stukje voorin had dit blad tot doel de ontwikkeling der gemeente Vlaardingen in de loop der jaren te demonstreren. Van een klein vissersdorp aan de Maas werd Vlaardingen tot de derde (!) zeehaven van Nederland en een belangrijk industriecentrum.

Toen ik dit las moest ik meteen aan iets denken uit 1997. In dat jaar werd ik directeur van de bibliotheek Maassluis en Maasland. In de bibliotheek stond een kast vol boeken in het Fries. Ik verwonderde mij hierover en mijn collega’s wisten mij ook niet meer te vertellen dan dat er veel vraag was naar Friese boeken. Later begreep ik dat na de tweede wereldoorlog er heel veel mensen uit het noorden van Nederland (Groningen, Friesland en Drenthe) naar het Rijnmond gebied waren getrokken omdat er hier heel veel werk was te vinden. Het belangrijke industriecentrum in Vlaardingen zal hierin ongetwijfeld een rol hebben gespeeld.

Terug naar ‘Vlaardingen vooruit’. Op pagina drie onder het redactioneel commentaar en de woorden van de toenmalige burgemeester is een gedicht geplaatst van ene Jaap van Yperen (1901-1972). Jaap van IJperen (van Yperen was zijn pseudoniem) schreef voornamelijk sonnetten. Hij was zeeman en arbeider op een scheepswerf. Hij debuteerde in 1945 met de bundel ‘Blauwe lucht’ en pas in 1956 verscheen zijn tweede bundel ‘De Aeolusharp’. In 1968 verscheen ‘Twee vrienden op een havenhoofd’ maar daarvan ben ik niet zeker of het poëzie was en in 1971 verscheen, onder auspiciën van de Culturele Raad van Vlaardingen, ter gelegenheid van de 70e verjaardag van de dichter ‘Archief 70 gedichten’.  In 2001 verscheen ten slotte postuum nog, in beperkte oplage, in Vlaardingen een bundeltje ‘Heimwee’.

In ‘Vlaardingen vooruit’ is zijn sonnet ‘Gelijk de Phoenix’ opgenomen, een gedicht dat vlak na de oorlog, nog duidelijk de oorlog als onderwerp heeft.

.

Gelijk de Phoenix

.

Ik hoor de lichte golfslag breken tegen

De sterke kademuren waar voorheen

Je vissersvloot zo dikwijls heeft gelegen

Maar ach, dat is al weer zo lang geleên

.

Toen is de oorlog over ons gekomen,

De vijand nam je schepen één voor één.

Zullen wij van ’t verleden blijven dromen

Of onze blik der toekomst richten heen?

.

Nu loop ik langs je lege kaden, zoekend,

Vergeefs misschien, ’t verloren paradijs.

Maar een legende die ik eenmaal las

.

Spookt door mijn hoofd, en in mijzelve vloekend

Den ik; mijn oude Vlaardingen herrijs,

Gelijk de Phoenix uit zijn eigen as.

.

 

Oceaan

Lianne van Kalken

.

Ik schrijf al vele jaren over poëzie en dichters en dat doe ik met veel plezier. Een van de leukste aspecten aan het schrijven over poëzie is het ontdekken van nieuwe dichters, dichters die ik al kende maar niet als dichter maar als schrijver bijvoorbeeld. En daar is nu een categorie aan toegevoegd. Dichters die ik ken vanuit een heel andere hoek (in dit geval een wethouder) maar niet als dichter.

Van een vriendin hoorde ik dat een van de wethouders waar ik regelmatig mee te maken heb beroepshalve, ook dichter is. Het gaat hier om Lianne van Kalken (1990) tegenwoordig wethouder in Vlaardingen maar reeds op 17 jarige leeftijd debuterend dichter met de bundel ‘Bar’ in 2007. Ze stond in de Doe Maar Dicht Maar-bundels van 2005 en 2006. In 2007 was ze één van de beste tien winnaars. Ook publiceerde ze in het tijdschrift ‘Zuiderlucht’. Naast het schrijven van gedichten was ze redacteur bij Krakatau waar ze gedichten publiceerde en recensies voor schreef. In ‘De 21ste eeuw in 185 gedichten’ is een gedicht van haar opgenomen. En op Hekelvers is een fraai gedicht van haar opgenomen uit haar debuutbundel.

Ik wil hier het gedicht ‘Oceaan’ met jullie delen. Een gedicht waarin met plezier met de taal wordt gespeeld.

.

Oceaan
.
Ik koester je om de inktvlekken
die je mij kan laten vuil maken opdat jou
.
De ijzige blik van je mond als je slaapt
wandelt,
je loop van stappen kent geen vastere grond
onder je – dat weet je.
.
De komma’s die ik door je kan denken
achter elke zin bestaat geen einde.
.
Opdat je trouwer bent dan alle
golden retrievers bij elkaar en
hóe ironisch: je bent niet eens
een hondenvriend.
‘.
Omdat ik los kan laten van je terwijl
tegelijkertijd mijn hele zijn tegenstribbelt
maar omdat het principe kan zijn in mij.
.
Je bestaan brengt trillingen over
van hier tot troost en verder
dan de grootste afstand.

Ik koester je
omdat mijn taal geen gebrek
aan je kan spreken.

‘.

 

 

Daar zal ik zijn

Voordracht

.

Jaren geleden wilde ik een keer een gedicht schrijven dat vooral op ritme en muzikaliteit leunde, een gedicht vol assonanties, alliteraties, binnenrijm en dat vooral voortkwam uit allerlei associaties die bij me op kwamen. Dat gedicht, ‘Daar zal ik zijn’, is anders dan dat ik normaal schrijf maar het is om voor te dragen heel fijn. Er zit een flow in, een ritme en twee korte stops die het voordragen van dit gedicht tot een groot plezier maken.

Op 28 januari, middenin de Poëzieweek 2024 was ik gevraagd voor te dragen in de bibliotheek Holy (Vlaardingen), een van de vestigingen van de bibliotheek waar ik directeur van ben. Je begrijpt dat je dan geen nee zegt, vooral niet omdat ik dit podium en dit initiatief van harte steun. Meer dan 35 liefhebbers waren op deze middag afgekomen en ik droeg het gedicht ‘Daar zal ik zijn’ voor, niet wetende dat ik gefilmd werd.

Omdat de voordracht van dit gedicht op YouTube terug is te vinden en omdat ik dit gedicht nog niet eerder deelde op dit blog vandaag dan beide.

.

Daar zal ik zijn
.
Je schouders schokken als Schokland in de straffe westenwind
donderend vanuit het water op je ranke flanken spelen ze met
de seizoenen, je zoenen zijn zoeter dan het Suikerfeest en laten
me weten, dat eten van je schoot, dik makend lekker is en gekker
is dan het leven van de liefde (doe je aan de lijn?) en sterven van
verlangen naar je wangen en je lijf, vertrouwd op alle manieren
die ik ken, gehouwen uit het steen van beelden van weelde en toen

.

Draaf door mijn dromen in kleur en zwart wit, je zit als gegoten
in zadels van paarden van waarde, de manen geladen met de wind
die je voedt, die je vult en vervult en gaat liggen als de zon dooft,
je gelooft in de kracht van dat ene, dat unieke, maar gaat uit van
dat wat is verschenen, gelezen en gehoord, aangeboord door bronnen
van kennis van vrienden en familie –vader, moeder, zus- die ik niet
zie maar wel mag kennen uit je boeken die onverminderd zoek zijn

.

Ik vraag niet om meer of iets anders dan dat wat je mij schenkt,
loop niet om twijfels heen, verschijn vaker in het licht van hetgeen
jij beschijnt, verdwijn of kwijn niet weg voor jou – ik moet hier nu
eenmaal zijn – en schurk me, warm me aan je ogenschijnlijk ware
gedaante, laat het water stromen uit kranen over wegen en lanen in
beschutte straten, in putten en verlaten huizen in kieren en kluizen
want daar wil ik me bevinden, in de vaten van jouw bescheiden woning
.

 

Weesgedichten

In Nederland

.

Vorig jaar in december schreef ik over Weesgedichten in België, een initiatief vanuit de gemeente en bibliotheek van Aalst om tijdens de Poëzieweek een bloemlezing van straatpoëzie over de stad uit te storten. Bibliotheken in Vlaanderen konden zich aanmelden en pakketten met gedichten afnemen en inwoners van de gemeenten die meededen konden een gedicht adopteren dat dan door een vrijwilliger of medewerker van de bibliotheek op een raam van het woonhuis werd geschreven. Deze ‘schrijvers’ konden een korte cursus handbelettering krijgen of werden geselecteerd op hun fraaie handschrift, zodat het gedicht op het raam niet alleen inhoudelijk een verfraaiing was maar ook visueel mooi.

Toen al schreef ik dat het mooi zou zijn als we dit ook naar Nederland konden exporteren vanuit Vlaanderen. Onder andere naar aanleiding van dit bericht werd ik door Jiske Foppe , directeur van stichting De zoek naar schittering, benaderd (ik ben lid van de raad van toezicht van deze stichting én bibliotheekdirecteur) of we niet konden gaan praten met de initiatiefnemers.  Dat hebben we gedaan en inmiddels is er geld om te onderzoeken of dit kan. Maar er is meer dan geld nodig. Belangrijk zijn de afspraken met de Vlaamse evenknie, de bibliotheken en natuurlijk het Nederlandse publiek.

Het idee is om een pilot te draaien in Zuid Holland (met bibliotheken in Zuid Holland en met wat ondersteuning vanuit de Provinciale steunorganisatie ProBiblio) in de Poëzieweek 2024. Ik zal met mijn bibliotheek uiteraard deelnemen. Dat wil zeggen dat inwoners van Vlaardingen, Maassluis en Midden-Delfland de mogelijkheid krijgen om een gedicht aangebracht te krijgen op een raam van hun huis. Uiteraard zijn er wel wat voorwaarden, maar er is veel mogelijk. De lijst met gedichten bevat naast een aantal bekende namen ook namen van jonge veelbelovende dichters uit Nederland en Vlaanderen en elke bibliotheek staat het vrij om dichters uit het eigen werkgebied toe te voegen (bijvoorbeeld een stads-, dorps- of wijkdichter).

Om dit mooie project te steunen en onder de aandacht van mijn collega’s te brengen heb ik op de voorramen van mijn huis twee voorbeelden geschreven samen met Jiske. Een gedicht van mijzelf en een ander gedicht uit de lijst van Sylvie Marie. Bedenk hierbij dat wij geen ervaren beletteraars zijn maar het geeft een mooi idee van hoe het er kan uitzien. Mocht je nu al geïnteresseerd zijn om een gedicht op je raam te willen meld je dan alvast aan via deze link (ook om te laten weten dat er een vraag is vanuit Nederland!). En wie weet staat er volgend jaar een prachtig gedicht op jouw raam.

Op mijn raam zoals gezegd een wat ouder gedicht van mij getiteld ‘Strand’.

.

Strand

.

Daar loopt ze

het doldrieste water

met haar benen doorklievend

en dan ineens rent ze

terug naar mij

.

“kwallen” zegt ze.

.