Site-archief

Jonge stadsdichter

Sonya Wartanjan

.

Sinds februari 2026 is de 19 jarige Sonya Wartanjan junior stadsdichter van Vlaardingen. De komende twee jaar schrijft zij, samen met de eveneens per februari zittende nieuwe stadsdichter van Vlaardingen Sander Groen, in opdracht van de gemeente en lokale organisaties, over het wel en wee in de stad. Haar persoonlijk doel is om vooral jongeren te enthousiasmeren voor poëzie.

Door haar docent Nederlands op het Groen van Prinstererlyceum werd ze gewezen op de oproep van cultureel centrum Kade 40, om zich aan te melden voor de functie. Ze stuurde vier gedichten in (twee was een voorwaarde) en niet snel daarna kreeg ze het bericht dat ze de nieuwe junior stadsdichter was geworden. Voor deze functie hadden niet veel jongeren zich gemeld en dat is voor Sonya een extra motivatie om zich in te zetten voor jongeren. Ze zegt hierover: “Veel jongeren houden van muziek en eigenlijk is dat ook een vorm van poëzie. Ik wil hen stimuleren om hun gevoelens door middel van poëzie onder woorden te brengen.”

Sonya is al haar hele leven creatief bezig, in eerste instantie met tekenen en schilderen en later ook met woorden. Voor een schoolopdracht schreef ze onder andere een stiftgedicht en een collagegedicht. En voor haar profielwerkstuk stelde ze zelfs een eigen dichtbundel samen.

Sonya omschrijft haar stijl van dichten als heel beeldend en sfeervol. “Ik schrijf op een manier waarop je het snel voor je kunt zien. Niet heel letterlijk, maar wel origineel. Het geeft een bepaalde sfeer.” Haar Armeense achtergrond speelt daarin een belangrijke rol. “De Armeense taal is heel nauw verbonden met het beeldend verwoorden. In het Armeens zijn veel woorden geschreven als beeldspraak. Het is een melancholische en poëtische taal, dus via die taal krijg ik ook poëzie mee.”

Tijdens de participatieavond voor omwonenden van de Grote Kerk in Vlaardingen (waar de bibliotheek gevestigd gaat worden) droeg ze het gedicht ‘Waar woorden thuiskomen: de stem van stilte’ voor dat ze voor deze gelegenheid schreef.

.

Waar woorden thuiskomen: de stem van stilte

 

Ooit leefden woorden gevangen in perkament

Tot deze te bereiken vielen

Voor ieder ander

 

Waar eens het Woord de stilte droeg

Vinden nu ontelbare woorden

Een thuis

 

Rustend op planken

 

De gewelven dragen echo’s

Niet alleen van heilig gezang

 

Maar ook van bladerende handen,

Van zoekende, nieuwsgierige geesten

 

Waar vragen voorheen omhoog werden gezonden

Liggen antwoorden nu binnen handbereik

 

Voor geïnteresseerden, ongeïnteresseerden

Kenners van kunde

En onkunde

 

Hedendaags klinken er vele stemmen

 

Reve, Mulisch en Hermans

Maar ook Grunberg, Gül en Bervoets

 

également Japin, évidemment

Schrijvers met een eigen stem,

Zij die hun woorden hebben toevertrouwd aan papier

En gepikeerde hoofden

 

Schrijvers die gedachten delen

En mensen kennis bijbrengen

 

Over het diepe roerselen in henzelf

De drijfveer tot doen

Een frisse blik van inspiratie

 

Fictieve en waarheidsgetrouwe verhalen

Zijn vastgelegd

En worden geschonken aan lezers

 

Toch dobbert de stilte nabij

Die spreekt, bijna zingt

Als lijflied van respect

 

Om zich op minutieus

Menselijk level

Te verwonderen

 

Over al het indringende

En gewone gedachtegoed

 

Dat als reflectie op papier is gefragmenteerd

Waar elk gelezen woord opnieuw tot leven komt

En zich thuis binnenbaant

.

Sonya Wartanjan en Sander Groen

 

Meesterwerk

Frederique van Domburg

.

Via een vriend hoorde ik van Frederique van Domburg (1991). Ze studeerde voor Theater docent/maker aan Artez in Arnhem. Vanuit die studie is ze gaan werken. Zo begon ze met een jongen van klei die Ave Maria op een kleine piano speelt, een piano in een koffer. Toen kwam er nog een koffer bij en nog één en kroop zij zelf ook in een koffer.
Er ontstond een bijna-levend prentenboek waarin iedere koffer die opengaat een nieuwe bladzijde was van een verhaal. Met deze voorstelling ‘Een jongen en een zee’ won ze in 2018 de jonge makers-jury prijs op het festival Puppet Internationaal.

Maar ze doet meer. Zo tekent, borduurt en boetseert ze, en schrijft ze gedichten op haar website . Altijd nieuwsgierig ben ik uiteraard een kijkje wezen nemen en vond daar mooie staaltjes van haar schrijfkunst. Zoals het gedicht ‘Meesterwerk’. Misschien nog wat ruw aan de randjes maar de moeite waard. Elk gedicht wordt samengesteld uit woorden die ze uitknipt en achter elkaar legt, een vorm van collagepoëzie zeg maar.

.

Meesterwerk

.
ik blijf vergeten
ik stap in de gevoelens
van vreemden en
vlinders alsof ik iets
anders kan worden
gedragen ga worden
ik heb van nature
iets onthouden een taal
een kier een deur
die kinderen vinden
binnen één zak met
zwerfvuil  ik denk
weleens er is weinig sprake
van een levenseinde
ik ga met hoge leeftijd
echt alles worden

.

Négligés

Yousra Benfquih

.

In 2017 zou de Vlaamse, van Marokkaanse komaf, Yousra Benfquih als dichter mee gaan met de Poëziebus. Door omstandigheden is daar toen helaas niet doorgegaan. Wel kwam ze in de Poeziebusbundel met een gedicht. Yousra Benfquih is mensenrechtenjuriste en doctoraal onderzoekster aan de Universiteit Antwerpen (Recht & Ontwikkeling). Maar het recht deelt haar hart met de kunsten, om meer specifiek te zijn tekenen en schilderen en schrijven. Ze begon het academiejaar met een schrijfopleiding aan de Academie van Borgerhout, werd toegelaten tot de Parijse residentie van de Buren en won de TXT-on-stage wedstrijd Naft voor Woord.

Uit de Poëziebundel van de Poëziebus 2017 met de veelzeggende titel ‘Staalkaart van de Nederlandstalige podiumpoëzie’ het gedicht ‘Négligés’ van haar hand.

.

Négligés

.

Daal dieper af, daal enkel af

maak, alle meervoud van je los:

je hemden

je bloesjes

je doorkijkverdrieten.

Kom, ik vouw je in mij als:

enkelvoud.

Hier ben je, hier is het

voor één keer

altijd genoeg.

.

Marjan de Ridder

Marjan de Ridder

.

De Vlaamse dichter/performer Marjan de Ridder (1988) kwam ik tegen bij een voordracht in Breda. Ik kende haar van naam en van het gegeven dat ze als deelnemer was mee geweest met de Poëziebus en daar zag en hoorde ik haar voor het eerst performen. Op dat moment wist ik dat ik over haar ging schrijven.

Marjan ziet kunst als spelen, ze vindt dat je met alles kan schilderen: pureepatatjes, geluid, woorden. Overal vindt ze dingen om haarzelf mee uit te drukken, ze is avontuurlijk (maar niet praktisch) en kan zich moeilijk op één ding focussen.

Ze heeft roots in het koorzingen  en in de rap en ze schildert, tekent en drukt monotype. Altijd heeft ze een schetsboek of schrijfboek bij zich. Het gedicht ‘Huil naar de maan’ is een nieuw of vers gedicht zoals Marjan het zegt.

Over het gedicht zegt ze: ik ben niet goed in relaties, en denk altijd dat ik met iemand een soort band heb die er eigenlijk niet is, uiteindelijk ben ik een soort ‘manic pixie dreamgirl’ (een manic pixie dreamgirl helpt de man bij zijn zoektocht naar geluk, zonder het eigen geluk na te streven). Voor veel mensen en als ik hen heb opgevrolijkt met mijn nogal sterke energie laten ze mij vaak zitten… huilen daar ben ik te trots voor, ik zal altijd alle pijn achter positiviteit en humor verschuilen. (in welk geval dan ook).

.

Huil naar de maan

.

wikkel ons af

haal ons op

 

span ons vel in zeilen

 

en vertel me dat we naar het Noorden trekken

omdat ik mijn hoofd daar wel koel kan houden

 

en huil, huil naar de maan

 

zwem in mijn wachten

pest me om me te testen

spoel van mij de resten van vertrouwen

en vraag mij vijf keer ongemanierd of ik morgen met jou zal trouwen

… om het daarna weer af te houden

 

en huil maar, huil maar naar de maan

 

trek aan de haren van de nachtmerries die we zouden bewaren voor wanneer het oorlog was

en lach maar, lach maar naar de nacht

naar de vos die stil is en de wolf die mistig en listig aast

… wij, … het aasdier, nu al stukgebeten

tandenknarsen kan je het best in de nacht leren

 

ook huilen, meerder keren

 

wij kunnen dit van ons afwassen in de ochtend, zeg je dan

maar je spreekt voor jezelf

want alles is nu droogte

het watersysteem verkalkt, net als mijn ogen

 

huil maar in de nacht, zet morgen je “dag zonlicht”

– zonneschijnlach

schone schijn lach –

maar op

 

en huil, meisje, maar enkel… in de nacht.

.