Vasalisvogel

Vicky Francken

.

Dag zes alweer van -Kort weg- en opnieuw ben ik in mijn boekenkast gedoken voor een gedicht. Ik word altijd erg blij wanneer ik lees dat een dichter zijn of haar (hun) klassiekers kennen. Toen ik in ‘Röntgenfotomodel‘ van Vicky Franken (1989) uit 2017 het gedicht ‘Vasalisvogel’ las moest ik meteen aan de bundel ‘De vogel Phoenix‘ van Vasalis (1909-1998) denken uit 1947. Een prachtige bundel van een van mijn lievelingsdichters. Dat deze bundel ten grondslag ligt aan dit gedicht mag duidelijk zijn, al is het maar door de feniks uit de voorlaatste regel.

.

Vasalisvogel

.

Ik droomde toen het vrede was al dat er vrede was

waar die nog niet bestond: een witte duif

die zich in cirkels een beroerte vloog –

.

Met mijn hielen kerfde ik een kruis,

ik was al als de dood, het was alsof

de dood zich in mijn hoofd bevond.

.

Ik keek omhoog en zag de vrede vliegen.

Ze leek intens tevreden, barstte snel

en hevig los.

.

In haar val heb ik haar aangekeken.

Ze bleef zo stil, welhaast afwezig,

ik trok haar in twijfel, ze leek wel god.

.

Nu neem ik haar veren brandend in mijn hand,

verbind haar snavel, zing een psalm.

.

Ik strooi haar as uit in mijn ogen.

.

Vrede, wrede feniks,

sticht alsof het niets is brand.

.

Airco

Shana DeBusschere

.

Dag vijf van -Kort weg-  en vandaag een gedicht van de Vlaamse Shana De Busschere (1993). Over haar heb ik niet veel kunnen vinden behalve dat ze in 2016 meedeed aan de  Turing Gedichtenwedstrijd en daar haar gedicht opgenomen zag in de bundel ‘Toch, nachtegaal, zing voort!’ de 100 beste gedichten. Haar gedicht, een sonnet,  ‘Airco’ lees je hieronder.

.

Airco

.

Ook onze steden zijn oorlogsgezind:
alles moet weg of opengereten.
Wat nu slechts steengruis is, werd ooit bemind.
De minnaars zijn al lang vergeten.

Hun kinderen lopen verloren vooruit.
Ze graven een hart op, dat ze fileren.
Ze kauwen en slikken. Ze braken het uit.
Zoveel verleden valt niet te verteren.

In een web van ijzer en steen bonkt hard
het hart. Uitgespuwd, maar niet vergeten,
wie erin schreef en die taal heeft ontward:
wie zich aan liefde heeft volgevreten.

Zelfs wanneer alles zich heeft gereset,
zal het hart nog kloppen in dit sonnet.

.

De klok

M. Mok

.

Dag vier van -kort weg- en vandaag een wat ouder gedicht van een dichter waar je eigenlijk nooit meer iets van hoort of leest. En dat is niet helemaal terecht. Natuurlijk, er komen alleen maar steeds meer dichters bij en de aandacht kan maar één keer verdeeld worden, maar Maurits Mok (1907-1989) verdient het zo nu en dan weer even voor het voetlicht gehaald te worden. Mok schreef als een bezetene; romans, kinderboeken en maar liefst ruim 40 dichtbundels. Waaronder ‘Berijmde bokkesprongen‘ uit 1962. Uit deze bundel het gedicht ‘de klok’.

.

De klok

.

De klok slaat één, de klok slaat negen,

dat ligt er aan,

zij jaagt door druil van nacht en regen

haar broos vermaan.

.

Zij roept gelijk in poel en polder

èn puit èn ros,

zij laat in kelder en op zolder

haar wachtwoord los.

.

Gedenk dan gij, in buis of badpak,

de grote dag:

eens treft u, puilende of platzak,

de laatste slag.

.

Al deze mensen

Hans Lodeizen

.

Dag drie van -Kort weg- met dit keer een gedicht van Hans Lodeizen (1924-1950) dat ik nam uit de Ooievaarpocket 103 ‘De dichter en de dood’ ingeleid en bijeengebracht door Chr. Leeflang uit 1961. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Het innerlijk behang en andere gedichten‘ uit 1950. Het gedicht is getiteld ‘Al deze mensen…’.

.

Al deze mensen…

.

al deze mensen

bezig met zichzelf

bezig dood te gaan

.

tenslotte is het mijn eigen

leven waaraan ik bouw,

mijn eigen leven en

al de andere levens

tenslotte ben ik er alleen

.

tenslotte stroomt de hele

wereld uit mij als bloed

uit een ader, mijn oogopslag

is een wond en die wond is de

wereld, is mijn leven

waaraan ik dood bloed

.

als ik dood ben

zul je aan me denken

ik heb voor jou geleefd

jij was mijn enige

want het was jouw leven

waaraan ik bouwde

tenslotte was jij er alleen

.

Deadline

Jean Pierre Rawie

.

Dag twee van -Kort weg- en dus geen deadline. Of toch, als titel van het gedicht dat ik voor vandaag gekozen heb van Jean Pierre Rawie (1951) uit de bundel ‘Vergeet mij niet’ gedichten over afscheid en herinnering (hoe toepasselijk) een Rainbow Pocket uit 2003. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Woelig stof‘ uit 1989.

.

Deadline

.

Ik ondervond het sterven aan den lijve,
in dagelijkse omgang met de dood;
ik leef nog; en ik kan er idioot
genoeg niets dieps of zinnigs over schrijven.

De meeste grote woorden zijn te groot
voor zoiets doodgewoons: in leven blijven.
Maar toch, ik kan de liefde nog bedrijven
en bijna alles doen ‘wat God verbood’.

Zo is het dus, jezelf te overleven;
ik kijk naar buiten door dezelfde ruit,

ik schrijf zoals ik altijd heb geschreven,
ik denk, voel, wind mij op en maak geluid,

maar ik besef: door stervenden omgeven
schuif ik alleen mijn deadline voor mij uit.

.

Kort weg

Annelies van Dyck

.

Omdat ik even een weekje wat anders te doen heb zal ik hier, op dit blog, dagelijks een gedicht delen. Een vakantiegedicht zoals de vaste lezer van dit blog wel bekend is. Vandaag heb ik voor de lol eens een inschatting gemaakt van het aantal dichtbundels in mijn boekenkasten en ik kom rond de 1800 tot 2000 dichtbundels. Genoeg bronnen om uit te putten lijkt me. Om maar eens goed te beginnen wil ik hier het gedicht met de titel ‘Kruimels’ delen van dichter Annelies van Dyck uit haar fijne bundel ‘We doen alsof het helpt‘ uit 2022. Want kruimels zijn het, de gedichten uit de bundels die ik hier de komende week zal rondstrooien.

.

Kruimels

.

Je wordt steeds meer een meisje

jonger zelfs dan mijn kinderen

al lijk je ouder dan ik:

.

jij bent tenminste af.

Hoe nieuwer mijn jaren, hoe meer je me past

als een enkele sok.

.

Weinig heb ik van je over, een foto

in vale kleuren, twee tekeningen

op te transparant papier, de tape met je stem

.

een hoofd waarin wij af en toe spelen.

.

Ver voorbij aan wat wij waarnemen

Nieuw gedicht

.

Op Instagram en Facebook las ik berichten dat de Klimaatdichters met een nieuwe bundel uitkomen. Mooi natuurlijk want alle aandacht voor het klimaat is nodig. In een bericht van de Vlaamse dichter Elise Vos (1984) op Facebook over deze nieuwe bundel ‘Tongval van het verdwijnen’ lees ik allerlei namen van plantjes en dieren die ik niet ken zoals het zoemertje, boomfranjemos, diepzeehengelvis, rode panda, glaskikker, handjesereprijs en geelbuikvuurpad (okay, de Rode Panda ken ik uit Blijdorp).

Het deed me meteen denken aan een gedicht dat ik vorig jaar schreef naar aanleiding van een artikel over het leven diep in de oceanen waar planten, vissen en andere dieren leven waar de meeste mensen echt nog nooit van gehoord hebben. Logisch want deze dieren zie je nooit en kom je nergens tegen. Ze leven op enorme dieptes en blijven daar ook.

Dit gedicht had wat mij betreft zo opgenomen kunnen worden in deze nieuwe bundel van de Klimaatdichters, temeer ook het diepzeeleven ernstig bedreigd wordt door klimaatverandering en het opwarmen van de zeeën en oceanen. Daarom hier alsnog dit gedicht dat overigens verscheen in de bundel van de Haarlemse Dichtlijn 2025.

.

Ver voorbij aan wat wij waarnemen

 

In het wierenwoud, waar knotswier en

zee-eik met helmgras strijdt, ligt de

zeeraket op de loer

 

In het wormenrif speelt de pauwkokerworm

met de kloten van de zeenaaktslak,

onbeschermd als hij is

 

In de sponstuin wachten zakpijpen

een zelfde lot als de hydropoliepen,

tenzij zee-anemonen ervoor gaan liggen

 

En op de zeegrasvlakte haakt de steelkwal

in op de adderzeenaald, gruwelijke taferelen waar geen

ruwezeerasp iets aan kan veranderen

 

En steeds in dit onderwatergeweld

ligt in de maerlmaliën het roodwier

innig omarmd met de onderwaterheide,

zo kan het dus ook.

.

Koeiendichter

Alexis Murenzi en Lisette Ma Neza

.

In een artikel in de Volkskrant las ik dat slamdichter Lisette Ma Neza (1998), een Brabantse met Rwandese roots, wonend in Brussel, de Jonge Veer heeft gekregen, een aanmoedigingsprijs voor taaltalenten, uit handen van Gershwin Bonevacia. Bonevacia won zelf de Gouden Ganzenveer en de winnaar van die prijs mag sinds 2022 bepalen wie de Jonge Veer wint.

In het interview dat in het artikel is opgenomen wordt Ma Neza gevraagd naar haar inspiratiebronnen. Ze noemt Radna Fabias, Babs Gons maar ook Rwandese koeiendichters. En dan word ik nieuwsgierig. Koeiendichters, hoe, waarom, waar en wie? Op zoek naar koeiendichters kwam ik Alexis Murenzi (1981) tegen. Een, in Rwanda, beroemde pastorale dichter, bekend om zijn gedichten over cultuur en koeien. Hij is bekend van, en gespecialiseerd in het rondtrekken en bezingen van de zogenaamde Inyambo koeien die bekend staan om hun enorme horens. Zo treedt hij bijvoorbeeld op tijdens de Umuganura ceremonie (de nationale eerste oogst) waar hij dicht en zingt voor deze koeien.

Deze koeien zijn een traditioneel symbool van Rwanda en zijn gedichten gaan over de namen (Amazina y’inka), hun eigenschappen en de Rwandese cultuur. Volgens hem belichamen de koeien de Rwandese waarden en moeten in ere gehouden worden. Hij wil ook een Inkamikanihigo-club oprichten (in deze naam is de naam van een koe verwerkt) voor bekwame koeiendichters, podiumartiesten en zangers van traditionele muziek.

Omdat ik nergens een gedicht van Murenzi kon vinden, noch van een andere koeiendichter, hier een gedicht van de Spaanse dichter Federico Garcia Lorca (1898-1936) over een koe, uit de bundel ‘Dichter in New York uit 1997.

.

Koe

.

De koe, geraakt, viel om, languit

bomen en beken klommen in zijn horens.

Zijn snuit bloedde de hemel in.

.

Zijn snuit van honingbijen

onder de trage snor van het kwijl.

Een witte gil joeg de ochtend overeind.

.

De dode koeien en de levende,

blos van daglicht of honing van de stal,

sloegen met ogen halfdicht aan het blaten.

.

Leg aan de wortels uit

en aan dit kind hier dat zijn mes al slijpt

dat ze de koe nu rustig kunnen eten.

.

Hierboven verbleken

manen en halsslagaders.

Vier hoeven trillend in de lucht.

.

Leg aan het maanlicht uit,

aan deze nacht van gele rotsen

dat ze is heengegaan, de koe van as.

.

Dat ze gegaan is blatende

onder de puinen van de starre luchten

waar de dronkaards zich voederen met de dood.

.

 

Domburg in mei

Willem Gussekloo

.

Van mijn broer kreeg ik vijf bundeltjes in stemmig groen/grijs, van dichter en marketingman (voor strategie en konsept) Willem Gussekloo (1939-1992). De bundeltjes dragen titels als ‘jargon’, ‘merkwaardig’, ‘verstild’, ‘bewogen’ en ‘geflest’ en werden uitgegeven tussen 1980 en 1985 in eigen beheer. In een van de bundeltjes zat een brief van Gussekloo aan zijn klanten (vermoed ik) met een nieuwjaarsgroet voor 1985 en een adreswijziging.

In deze brief schrijft hij onder andere: “O ja. Waar heb ik in 1984 mijn halve brilletje in bordeauxrood etui laten liggen? En waar m’n zilveren Pelikan-vulpen waar zonder ik gans hulpeloos ben? Ik verlies m’n verstand nog eens. Zo zie je maar, het leven van een kleine zelfstandige is vreselijk. Ook heb ik mijn hele – fantastisch gesorteerde – adressenbestand letterlijk uit handen laten vallen zodat het mogelijk is dat sommigen dit bundeltje niet ontvangen.”

Geschreven met een typmachine door wat we nu een ZZP-er zouden noemen. Heel veel is er niet over Gussekloo als dichter te vinden. Hij schreef bundeltjes waarin marketingterminologie en het dagelijks leven op een ironische of verstilde manier werden besproken. En hij was actief in de kring rondom cabaretier Ivo de Wijs, die hem omschreef als een ‘liefste vijand’ vanwege zijn voortreffelijke pen en amusante observaties binnen de reclamesector.

De dichtbundeltjes zijn gering van omvang (maximaal 36 pagina’s en de gedichten zijn kort en vaak meer slogans dan gedichten. Ik moest bij het lezen regelmatig aan de Luule denken die wij (van MUGzine) als vorm hebben bedacht; kort, puntig, poëtisch, grappig. Een paar voorbeelden:

.

sos

.

na de breinstorm

van gistermiddag

worden

nog steeds

twee deelnemers

vermist

.

84

.

bijna iedereen

en alles

heeft dus

1984

gehaald:

nu kunnen

we weergaan zeuren

en somberen

over

het jaar

1990

.

Maar niet alle gedichten bestaan uit een reeks van 1 of 2 woorden onder elkaar gerangschikt. Er zijn gedichten waarin de dichter het van de marketing en reclameman wint. Zoals in het gedicht ‘domburg in mei’.

.

domburg in mei

.

te vroege badgasten

zoeken warmte

bij sterke drank

en open haard.

ik koop een oude zomerschouw

en probeer

me in te denken

wat het ding

vroeger beleefd heeft

op kille avonden

in het zeeuwse voorjaar:

als de vrouw zich wat eerder

ontpopte uit de klederdracht

en de man

dan ook maar

wat eerder

uit de broeken stapte

om samen

weer warm te worden

met de bedstee-deuren

dicht

.

Ik alleen heb een

Sasja Janssen

.

Ik lees in de bundel ‘Ik trek mijn species aan’ van Sasja Janssen (1968) uit 2014, en daar blijf ik hangen bij een, op het eerste gezicht erotisch gedicht. Omdat het alweer even geleden is dat ik erotische poëzie deelde op dit blog ga ik dat vandaag met dat gedicht doen. Het gedicht zonder titel mag dan op het eerste gezicht erotisch zijn maar in een commentaar op de bundel van Fleur Speet van Athenaeum Boekhandel, lees ik ‘Dit is zinnelijke oerkrachtpoëzie’.

In 2015 werd ze genomineerd met deze bundel, in het juryverslag lees ik: ‘In deze uitdagend beklijvende bundel heeft Sasja Janssen ‘genoeg over ik gedicht’. In een fabelachtig echt spel tussen begin en einde en alles daartussenin, worden soorten van mensen geboren die vervolgens trachten te overleven. Misschien is seksualiteit het enige houvast, of in elk geval een benadering van identiteit. Zonder de soortnaam vrouw, is er geen beginnen aan. En dan nog: ‘Ik red het niet, dat gedoe over leven en dood’. De zinnen in ‘Ik trek mijn species aan’ prikkelen, pesten, doen lachen en nadenken in een perfect aan elkaar geregen korset van woorden.’

Hoe het ook zij, ik vind dit gedicht intrigerend en dat is voldoende reden om het hier te delen.

.

Ik alleen heb een kutje

als zeewier in bad of om een man gespannen huid

koele tegels, vaker dat vlees

er is dat nauwe, dat zoete, maar liever niet het stuwen

op een harde tl-middag als ik daar ben en jij niet.

.

Ik ben mijn geslacht

weg die kalverpoten die verleiden moesten

geen buik die hijgen gaat, mijn borsten

als ja mijn borsten iets anders doen

dan legt mijn hoofd zich erbij neer van een heel andere orde te zijn.

.