Ter wereld
Joke van Leeuwen
Soms is de titel van een gedicht al voldoende om tijdens een vakantie dit op mijn blog te plaatsen. In het geval van het gedicht ‘Ter wereld’ van Joke van Leeuwen (1952) uit haar bundel ‘Fladderen voor de vloed‘ uit 2007, lijkt me dat vrij voor de hand liggen.
Ter wereld
Eens daverend eruit gedaan
het droge in, naar handen,
dat longen mochten openslaan,
dat lucht erin, dat kleren aan,
dat lavend zog gevonden.
Dat aangevangen te bestaan
uit ketens moeders, voorgoed
moeders, wetend van hoe
onbedaarlijk baarlijk zij zijn
losgebonden.
Als je groot bent
Tjitske Jansen
.
Vakantie is bij uitstek een periode van spel, en spelen moet en kun je je hele leven blijven doen. In het gedicht zonder titel van Tjitske Jansen (1971) uit haar onvolprezen debuutbundel ‘Het moest maar eens gaan sneeuwen‘ uit 2003, komt dat mooi naar voren.
.
Als je groot bent
wil je dan niet meer spelemn
of mag het dan niet meer?
.
Is er een leeftijd waarop iemand je komt vertellen:
‘Vanaf heden is pelen verboden’, en wie
zou degene zijn die mij dat kwam vertellen?
.
Toen ik weer de zon in liep, zag ik de buurvrouw
met een gieter achter mijn vader aanrennen.
Het mocht dus nog! Opgelucht
.
ging ik vissen in de beek. Ik nam mee:
een emmer en een tak met daaraan een touw.
Een haakje had ik niet nodig.
.
Doe een wens
Nachoem Wijnberg
.
Uit de bundel ‘Het leven van’ uit 2009 van Nachoem Wijnberg (1961) komt het korte maar wonderlijke liefdesgedicht ‘Doe een wens’.
.
Doe een wens
.
Wil je iets voor me doen?
Honderd nachten achter elkaar naast mij slapen.
Daarna doe ik voor jou wat jij wilt.
Als je op de honderdste dag hoort dat je niemand anders meer
hebt hoef je die nacht niet te komen.
Als je ooit nog een keer bij mij op bezoek zal komen doe het
dan vannacht.
.
Gezocht
Ester Naomi Perquin
.
Ze is al jaren een van de presentatoren van de Nacht van de Poëzie en een van mijn favoriete dichters; Ester Naomi Perquin (1980). Daarom ook in deze vakantie een gedicht van haar hand, dit keer het gedicht ‘Gezocht’ uit haar bundel ‘Servetten halfstok‘ uit 2007.
.
Gezocht
.
Man met grote handen en dito boekenkasten
bij voorkeur uitzicht op zee.
.
Veel gerookt mag er worden en films gekeken
waarvan ik het einde al weet.
.
Beloftes voor later het liefst onoprecht zodat
wat hij vertelt steeds weer uit kan gelegd
.
als een broek die te kort is,
een man die daar altijd in past,
.
die van mij leert te houden maar
onredelijk is en behoorlijk kan slaan,
.
academisch niveau, die dan onverwacht
met een kinderwens voor me zal staan.
Pijnbank
Gwy Mandelinck
.
Uit de bundel ‘Overval’ uit 1997 komt het gedicht ‘Pijnbank’ van de Vlaamse schrijver, dichter en stichter van de Poëziezomers in Watou, Gwy Mandelinck (1937 – 2024).
.
Pijnbank
.
Je strijkt. Terwijl je voet naar binnen staat
gedraaid, lijk je ingekeerd te zijn.
Zodra je mij bedreigt gaan neus en lip omhoog.
Die geven tanden bloot. Je hoofd wordt rood
.
en je besprenkelt breed het pak
waarin ik zat. Je heetste binnenkant
komt stomend op mij neer. een pijnbank
is die plank. je zet mij naar je hand.
.
In het voorbij gaan
Sabine Kars
.
In het bundeltje ‘Van het Oosterdok 2013‘, gedichten en berichten van het Open Podium dat wordt georganiseerd in de OBA (de bibliotheek van Amsterdam, door Jos van Hest, lees ik een gedicht van Sabine Kars. Sabine (1971) ken ik al lang en waardeer ik zeer als mens en dichter, zo was ze in 2018 al eens dichter van de maand en verscheen ze in nummer 2 van MUGzine (het eerste nummer waarin we dichters vroegen gedichten bij te dragen).
In de bundel van het Open Podium van het Oosterdok 2013 is het gedicht ‘in het voorbijgaan’ opgenomen.
.
in het voorbijgaan
.
er is geen ruimte meer
voor ons voor wie we
wilden zijn
.
we slapen
met de ogen open
en de schuld tussen ons in
.
in de holte
van ongeboren woorden
die tot stilte manen
verstrijken we
.
wachtend wit
maar dan sneeuwer
.
Vierde dag
Jan Kal
.
Vierde dag alweer en vandaag gekozen voor een gedicht van Jan Kal (1946). Dit keer uit de bundel ‘Assepoester’ uit 1981 met tekeningen van Irene Wolfferts. In deze bundel staan 39 sonnetten en als ik de voorlaatste bladzijde mag geloven (en waarom zou ik dat niet doen?) dan zijn deze sonnetten geschreven tussen 10 november 1975 en 7 maart 1980. Ik koos voor het sonnet met nummer I.
.
I
.
Er was eens een rijk man. Hij had een vrouw
van wie de levensdraad ten einde liep.
Er was één dochter, die ze bij zich riep,
met goudblond haar en ogen hemelsblauw.
.
Ze zei: ‘Liefkind, gedenk toch wie je schiep,
dan blijft de Lieve Heer je altijd trouw.
Weet dat ik uit de hemel je aanschouw.’
Daarna sloot zij haar ogen en ontsliep.
.
Vaak ging hert meisje naar haar Moeders graf,
en in de winter werd een wit tapijt
van schone sneeuw daarover uitgespreid.
.
De voorjaarszon smolt heel het kleed er af,
en op een dag met prachtig
trouwde haar Vader voor de tweede keer.
.
Derde dag
Een gewone dag
.
Op dag drie van mijn vakantie pakte ik de bundel ‘Het refrein van andermans leven’ van Arnold Jansen op de Haar uit 2016 erbij. Arnold Jansen op de Haar (1962) is schrijver, dichter en columnist en hij publiceerde romans en dichtbundels. Hij debuteerde met het gedicht ‘Joegoslavisch requiem’ in het literaire tijdschrift Maatstaf. Hij debuteerde in 2002 met de bundel ‘Soldatenlaarzen’. Uit de bundel ‘Het refrein van andermans leven’ koos ik het gedicht ‘Een gewone dag’ puur en alleen omdat het woord bibliotheek erin voorkomt.
.
Een gewone dag
.
zo’n dag die begint met
het broodvlees van gister
.
vannacht in een droom
leefden je ouders nog
.
rond tien uur overweeg je
diverse vormen van zelfmoord
.
hoor hoe onder de colonnades
de gesluierde vrouwen praten
.
met de getoverde ogen
en hun zoetgevooisde waterpijp
.
(men kan zich natuurlijk
een klein beetje geil wandelen)
.
de vaalgrijze bibliotheek
van paddington is alvast warm gestookt
.
je denk aan je lief
in het land waar je woonde
.
en hoe ze met twee mannen zou
of in het openbaar vervoer
.
of speciaal voor jou
in glanzend strak
.
vannacht zul je weer
van je ouders dromen
.
je moet ze tegen iets beschermen
maar weet niet wat
.













