Ik, om maar iemand te noemen
Anton Korteweg
.
Dichter Anton Korteweg (1944) publiceerde onlangs alweer zijn vijftiende dichtbundel. In deze bundel staan luchthartige en scherpe, ontroerend en licht melancholische gedichten zoals we van hem gewend zijn. Korteweg is een man die zijn zegeningen telt, en de kleine dissonanten in het leven maakt hij onschadelijk in zijn poëzie.
Arjen Peters schreef over Anton Korteweg: ‘Een van de aangenaamste Hollandse dichters is Anton Korteweg, een te burgerlijk calvinist om in dit tranendal op verlossing te mogen hopen, en dat weet hij verdraaid goed.’ En een van mijn favoriete dichters van alle tijden Herman de Coninck schreef over hem: ‘Zo lees ik in moeilijke dagen Anton Korteweg. En dan kan ik mijn geluk weer aan.’
Allemaal superlatieven voor een dichter die zijn plek binnen de Nederlandse poëzie meer dan verdiend heeft. Daarom ook hier een gedicht uit zijn laatste bundel ‘Ik, om maar iemand te noemen’ getiteld ‘Even een dagje doen’.
.
Even een dagje doen
.
Uiteindelijk heeft het licht van je gewonnen:
je benen bungelen allemaal uit bed,
nog even en je eerste stappen zijn gezet
de nieuwe dag in, zowat nummer dertigduizend.
De krant ligt al te wachten naast je bord.
Een beker melk, want dat is goed voor elk.
Waar slaan ze deze keer elkaar in gort?
.
Even een dagje doen, moet je daar nou als mens
mee mogen, moeten, kunnen, willen doorgaan,
soms stoïcijns, soms woedend, bevend van verdriet?
Allez, vooruit, veel erger wordt het niet.
.
Dit hier is bijna nergens
Henk van Raak
.
Enige tijd geleden was ik in Tilburg in de zeer goed geoutilleerde tweedehandsboekenzaak de Boekenschop (dit is geen verschrijving). Ruim 30.000 boeken hebben ze op voorraad en de opbrengst gaat naar een goed doel. De poëzieafdeling beslaat maar liefst een volledige kast (ruim 5 meter), iets waar de gemiddelde boekenwinkel een puntje aan kan zuigen. Op zichzelf begrijp ik dat wel, aan poëzie valt gewoon te weinig te verdienen en een tweede handswinkel kan oudere bundels gewoon langer in voorraad hebben, waar ik dan juist weer heel blij van word.
Ik kocht er de bundel van Paul Celan, een bundel van Lévi Weemoedt die ik nog niet had en de bundel ‘Door mij spreken verboden stemmen‘. Van de eigenaar van de winkel kreeg ik bij het afrekenen nog een bundeltje mee van een heel goede klant van haar die in 2025 op 72 jarige leeftijd was overleden, de journalist en dichter Henk van Raak. Van Raak was betrokken bij de oprichting van de Literaire Kring Goirle en een tijd lang voorzitter. Hij was ook een serieus boekenverzamelaar, zijn huis was tot en met de zolder gevuld met boeken.
Als dichter debuteerde hij in 2013 met de bundel ‘Dit hier is bijna nergens’ en in 2015 verscheen ‘Plaatsen waar ik nog ben’. Zijn derde bundel waar hij aan werkte zal niet gepubliceerd worden. Favoriete dichters had van Raak ook en niet de minste; Fernando Pessoa, Constantínos Kaváfis, Federico Garcia Lorca en de Nederlandse dichters Rutger Kopland en Judith Herzberg.
De toon van zijn poëzie is melancholisch en zijn dichterlijke houding is filosofisch-beschouwend. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het gedicht ‘Herinnering’.
.
Herinnering
.
Al droom ik graag terug naar het verleden,
ik weet dat de herinnering het minst
van alles te vertrouwen is.
.
Men kleedt haar aan als een etalagepop
en maakt van wat schamele kleding was
een blauw tuniek met zilveren knopen.
.
Met terugwerkende kracht wordt
rechtgezet dat ik mij vroeger
knollen voor citroenen liet verkopen.
.
Luminale fase
MUGzine #32
.
De donateurs hebben als het goed is vandaag of gisteren de nieuwste uitgave van het meest eigenwijze en meest particuliere poëziemagazine van de lage landen in de bus gekregen. Dit keer was de richting ‘De luminale of liminale fase fase’. Uit het voorwoord van onze redactiefilosoof: ‘Wat als wij de uitkomst zijn van een aardverschuiving die nog plaatsvinden moet, de landing van een vlucht naar voren drie seconden voor het nu’.
Met poëzie van Katelijne Brouwer (1966), Lies Wullaert en Meanderdichter Annet Zaagsma (1971). Of wat te denken van de illsutraties van de jongste kunstenaar tot nu toe Pseudowight (2002). Natuurlijk de vaste rubriek, de Luule op de achterzijde maar vooral veel poëzie. Heb je #32 al in huis? Veel leesplezier! Wil je 5 keer per jaar MUGzine ontvangen per post? Word dan donateur voor maar € 22,50. Daar koop je tegenwoordig bijna geen dichtbundel meer voor.
Voorproefje? Natuurlijk. Van de allereerste Meanderdichter Annet Zaagsma het gedicht ‘Koe’ uit haar derde bundel ‘Opgelet. Het materiaal moet ademen’ uit 2022.
.
Koe
.
dit maatwerk polyester kunstdier
is een aanwinst voor uw bedrijf, school of organisatie
zoals een cabriodak appelluizen tegenhoudt
kosmonauten zweefafval eten
groenoogdazen liefst vezels van palmbladeren
een mantelmeeuw met eetlepel
uw klittenbandfixatie kan ontwarren
vult zij transparante containers met rauwe gehaktballetjes
die zij van zichzelf aanprijst. kniesoor
dit is spelen voor volwassen onderwereldfiguren
in het dagelijks leven bezig met niets
dan geluidsoverlast voorkomen
mijn computer zegt: alles begint met melk
de wereld is drijfhout
aan uw voeten
.
Hotelkamer
Koningsdag
.
Vanmorgen hoorde ik op de radio dat de koning en koningin vannacht in een van der Valkhotel hebben geslapen in Hurdegaryp (ze zijn zo gewoon gebleven). Omdat ik vandaag een gedicht wilde delen dat over een koning of over een vrijmarkt gaat (maar die kon ik zo snel niet vinden) heb ik dit gegeven aangegrepen. In de bundel ‘Door mij spreken verboden stemmen’ bloemlezing uit de moderne buitenlandse poëzie 1900-1950 samengesteld door Sybren Polet uit 1975 (1e druk 1961) vond ik het gedicht ‘Hotelkamer’.
Ik zie dat helemaal voor me, de koning en koningin in een kamer in een vleugel waar buiten de prinsesjes alleen maar beveiliging aanwezig is. ’s Morgens naar het ontbijtbuffet in de ontbijtzaal waar opnieuw geen andere gasten aanwezig zijn; broodje kaas, broodje jam, koffie en thee, heerlijk kneuterig allemaal. Het gedicht ‘Hotelkamer’ van de Tsjechische dichter Jiří Wolker (1900-1924) beschrijft zo’n kamer, zoals ook in het hotel waar de koninklijke familie verblijft. Het gedicht ‘Hotelkamer’ werd vertaald door J. Molitor.
Jiří Wolker behoort, ondanks zijn vroegtijdige dood op 23 jarige leeftijd (tuberculose), tot de belangrijkste Tsjechische dichters. Tijdens zijn leven publiceerde hij slechts drie boeken: ‘Host do domu‘ (Gast in het huis), ‘Svatý Kopeček’ en ‘Těžká hodina’ (Het zware uur) alle drie uitgegeven in 1921. De gedichten in ‘Host do domu’ worden gekenmerkt door elementen als harmonie, afwezigheid van conflicten, de schoonheid van het leven en liefde voor mensen en alledaagse dingen.
Wolker was samen met Karel Teige de oprichter van de Tsjechische kunststroming Proletářské umění (Proletarische kunst). Daarom werd hij beschouwd als een proletarische dichter, hoewel hij nooit tot de proletariërs behoorde. Deze stroming beeldde vooral de arbeidersklasse uit , haar onderdrukking en uitbuiting. Ze werd gekenmerkt door haat tegen oorlog en een verlangen naar een rechtvaardige wereld.
,
Hotelkamer
.
Een kamertje van zes kroon,
nummer vijfentwintig,
met uitzicht op een muur, wasstel en bed,
knikkebolt op een samengelijmde
stoel en tuurt
als een jonkvrouw rijk aan jaren,
die veel gezien heeft, niet bemind, geen min ervaren.
Wie des middags al komt voor de nacht
gaat zitten op het bed, met lege handen,
en denkt ingespannen na
of niet iemand
of niet iemand uit deze vreemde stad
kan komen om hem een onbetaalde glimlach te brengen
en iets goedigs, lichts en warms te zeggen,
dat zelfs de allerdroefste dingen in de kamer zien,
dat alles toch niet zó is als zij soms wel denken.
.
Waarheid
Rien Vroegindeweij
.
Dag zeven van – Kort weg – en vandaag een gedicht van de Rotterdamse dichter Rien Vroegindeweij (1944) met als titel ‘Waarheid’. Ik vind dit om een paar redenen een erg goed gedicht. Het zet je aan tot nadenken, er zit een twist in, en in een tijd waarin de waarheid maar al te makkelijk met voeten wordt getreden ook nog eens actueel, zeker ook nu nog in het huidige China. Het gedicht nam ik uit de bundel ‘Gemengde berichten’ uit 2006.
.
Waarheid
.
In de keizerrijken van het oude China
stond de waarheid onomstotelijk vast.
.
Iedereen werd geacht haar te kennen
en geen fratsen met haar uit te halen.
.
Dichters die aan haar wetten tornden
werden van het hof verbannen
.
naar verre en eenzame gebieden
waar de mooiste poëzie werd geschreven.
.
Deze aarde, wij hebben ze opgebruikt
Herwig Hensen
.
Afgelopen weekend las ik wat in de bundel ‘De Nederlandstalige poëzie in pocketformaat’ samengesteld door Philip Hoorne en Chrétien Breukers uitgegeven door Compaan uitgevers in 2012. Het aardige aan dit soort verzamelbundels is dat je altijd ontdekkingen doet, elke weer opnieuw namen van dichters tegenkomt die je niet kent. En dat was ook dit keer het geval.
In de bundel is een gedicht opgenomen met de titel ‘Deze aarde, wij hebben ze opgebruikt’ van Herwig Hensen. Meteen moest ik denken aan de Klimaatdichters, had ik een naam gemist? Maar niets bleek minder waar, Herwig Hensen (1917-1989) was al lang overleden toen de Klimaatdichters zich verenigden in een collectief met die naam.
De Vlaamse Herwig Hensen (pseudoniem van Florent Constant Albert Mielants jr.) was schrijver, docent wiskunde, docent dramaturgie en dichter. Aanvankelijk stond de poëzie van Herwig Hensen onder invloed van het impressionisme en het symbolisme van Karel van de Woestijne. Zijn later werk werd meer introvert. Zijn klassieke verzen geven afwisselend een smart weer om de waanzin van deze wereld en een bejubelen van het wonder van het leven.
Voor zijn werk werd hij meerdere malen bekroond, zo kreeg hij onder andere de Grote Driejaarlijkse Staatsprijs voor Poëzie (1938-1940). Zijn werk werd in meerdere talen vertaald. Hensen debuteerde in 1934 met een in eigen beheer uitgegeven bundel getiteld ‘Verzen’. Het gedicht ‘Deze aarde, wij hebben ze opgebruikt’ werd genomen uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1988. Het gedicht dateert waarschijnlijk uit 1971. Toen was deze dichter zijn tijd dus al ver vooruit met zijn gedachten en zorgen om het milieu en de waanzin van de wereld.
.
Deze aarde, wij hebben ze opgebruikt
.
Deze aarde, wij hebben ze opgebruikt:
Grond, wateren, beemden, bomen,
De vrucht die smaakt. De bloem die ruikt,
En ’t land waarvan wij dromen
.
Wat geven wij onze kinderen mee
Behalve spreuken en kogels?
Niet eens het zuivre zout van de zee
En ’t zingen van de vogels
.
Maar wél het gif en het haastige kruit,
en haat die alom kan passen.
Sindsdien doven de lentes uit
en dorren vroeg de grassen.
Belofte slaat over in ongeduld
voor wie geen hoop meer bewaren.
Wat zijn wij onder zoveel schuld?:
Bedriegers of barbaren?
.
Vasalisvogel
Vicky Francken
.
Dag zes alweer van -Kort weg- en opnieuw ben ik in mijn boekenkast gedoken voor een gedicht. Ik word altijd erg blij wanneer ik lees dat een dichter zijn of haar (hun) klassiekers kennen. Toen ik in ‘Röntgenfotomodel‘ van Vicky Franken (1989) uit 2017 het gedicht ‘Vasalisvogel’ las moest ik meteen aan de bundel ‘De vogel Phoenix‘ van Vasalis (1909-1998) denken uit 1947. Een prachtige bundel van een van mijn lievelingsdichters. Dat deze bundel ten grondslag ligt aan dit gedicht mag duidelijk zijn, al is het maar door de feniks uit de voorlaatste regel.
.
Vasalisvogel
.
Ik droomde toen het vrede was al dat er vrede was
waar die nog niet bestond: een witte duif
die zich in cirkels een beroerte vloog –
.
Met mijn hielen kerfde ik een kruis,
ik was al als de dood, het was alsof
de dood zich in mijn hoofd bevond.
.
Ik keek omhoog en zag de vrede vliegen.
Ze leek intens tevreden, barstte snel
en hevig los.
.
In haar val heb ik haar aangekeken.
Ze bleef zo stil, welhaast afwezig,
ik trok haar in twijfel, ze leek wel god.
.
Nu neem ik haar veren brandend in mijn hand,
verbind haar snavel, zing een psalm.
.
Ik strooi haar as uit in mijn ogen.
.
Vrede, wrede feniks,
sticht alsof het niets is brand.
.
Airco
Shana DeBusschere
.
Dag vijf van -Kort weg- en vandaag een gedicht van de Vlaamse Shana De Busschere (1993). Over haar heb ik niet veel kunnen vinden behalve dat ze in 2016 meedeed aan de Turing Gedichtenwedstrijd en daar haar gedicht opgenomen zag in de bundel ‘Toch, nachtegaal, zing voort!’ de 100 beste gedichten. Haar gedicht, een sonnet, ‘Airco’ lees je hieronder.
.
Airco
.
Ook onze steden zijn oorlogsgezind:
alles moet weg of opengereten.
Wat nu slechts steengruis is, werd ooit bemind.
De minnaars zijn al lang vergeten.
Hun kinderen lopen verloren vooruit.
Ze graven een hart op, dat ze fileren.
Ze kauwen en slikken. Ze braken het uit.
Zoveel verleden valt niet te verteren.
In een web van ijzer en steen bonkt hard
het hart. Uitgespuwd, maar niet vergeten,
wie erin schreef en die taal heeft ontward:
wie zich aan liefde heeft volgevreten.
Zelfs wanneer alles zich heeft gereset,
zal het hart nog kloppen in dit sonnet.
.














