poëzieprijzen

Een overzicht

Ik hoor weleens dat je als schrijver of dichter pas echt meetelt als je een prijs hebt gewonnen of gekregen. En, wordt er dan vaak achteraan gezegd, dat is vrijwel elke dichter (in dit geval) omdat er zo ontzettend veel poëzie- en dichtersprijzen zijn. Nu kan ik beamen dat er veel prijzen worden uitgereikt in dichtersland maar zo ontzettend veel zijn er nu ook weer niet. Ja er zijn vele kleine prijzen en winnaars van dichtwedstrijden (die zijn er genoeg) maar de prijzen die er toe doen, dat zijn er niet zo vreselijk veel. Ik ben eens gaan zoeken en kwam tot de volgende prijzen in Nederland (NL) en Vlaanderen (V). Ik heb een aantal prijzen overgeslagen die niet meer worden uitgereikt of die overgegaan zijn in een andere prijs (bijvoorbeeld de Turing gedichtenwedstrijd , de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en de VSB poëzieprijs).

  • De Grote poëzieprijs voor een Nederlandstalige bundel, opvolger van de VSB Poëzieprijs (NL)
  • Herman de Coninckprijs voor een Nederlandstalige bundel (V)
  • P.C. Hooftprijs. oeuvreprijs wisselend poëzie en proza (NL)
  • Constantijn Huygens-prijs, oeuvreprijs voor poëzie en proza (NL)
  • Prijs der Nederlandse Letteren, driejaarlijkse onderscheiding (NL)
  • Driejaarlijkse cultuurprijs voor letteren (V)
  • Poëzieprijs Melopee, jaarlijkse prijs voor oorspronkelijk Nederlandstalig gedicht (V)
  • C. Buddingh’-prijs, voor een Nederlandstalig poëziedebuut (NL)
  • Debutantenprijs van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (NL)
  • NK Poetryslam, voor slampoëzie (NL)
  • Belgisch Kampioenschap poetry slam (V)
  • Ida Gerhardt poëzieprijs (NL)
  • Sybren Poletprijs, driejaarlijks voor experimentele literatuur (NL)
  • Jotie ‘T Hooft poëzieprijs (tweejaarlijks) voor het beste neo-romantische gedicht (V)
  • Poëzieprijs Boontje (VL)
  • Adriaan Roland Holstprijs, voor een oeuvre (NL)
  • Johan Polak poëzieprijs (NL)

Daarnaast zijn er nog een aantal regionale en gespecialiseerde prijzen:

  • Kees Stip-prijs
  • Awater poëzieprijs
  • Jan Campert-prijs
  • J.C. Bloem-poëzieprijs
  • Jana Beranová-prijs
  • Theo Thijssenprijs
  • Anna Blamanprijs
  • Rob de Vos-prijs (Meander)
  • Frans Vogel poëzieprijs
  • Granate prijs
  • De Zeef poëzieprijs

En heel veel lokale en kleine dichtersprijzen en gedichtenwedstrijden uiteraard. Maar dat zijn er echt teveel om op te noemen. Alle reden dus om te denken dat je als dichter een vrij grote kans maakt op een prijs. Uit al deze prijzen en winnaars heb ik een dichter, Maaike de Wolf, gekozen die in 2025 de Herman de Coninckprijs won met haar bundel ‘De dansvloer is van iedereen’. Uit deze bundel komt het gedicht ‘Holte’.

.

Holte

.

Mijn rechterbeen herbergt een banaal soort pijn
die opspeelt als het kouder, nu het ouder wordt.
Wees niet verbaasd als je ziet wie ik ben, mijn hartslag daalt
zo onder de veertig slagen als ik zit, als ik hier blijf, wachtend.
Zie ook de meedogenloze gokker, de obsessief strijkende huisvrouw
die aan mij verloren gingen, talent dat tussen mijn benen ontsnapte.
Nog steeds meisje dat dezelfde wapens als de jongens wil, schrik niet
als ik mijn haren in een neonroze verdwijnpunt verf.
Zoekend naar woorden zak ik een baarmoeder in.
Op de bodem lig ik, badend in belofte.

.

 

De dood

K. Golesorkhi

.

Vandaag sta ik voor mijn boekenkast en daar pak ik, zonder te kijken, een bundel uit. Het blijkt de bundel ‘Stem van alarm stem van vuur’ geëngageerde poëzie uit Latijns-Amerika, Afrika en Azië. Ik open de bundel op een willekeurige pagina ((pagina 34) en daar staat een gedicht getiteld ‘De dood’ van K. Golesorkhi (1944-1974) met wie ik een verjaardag deel. Golsorkhi (zoals zijn naam luidt) was een Iraanse journalist, dichter en marxistisch activist. Golsorkhi was in 1969 hoofdredacteur van de kunstsectie van de krant Kayhan , waar hij populariteit verwierf met zijn linkse en revolutionaire poëzie. In 1974 kreeg hij de doodstraf als marxistisch revolutionair opgelegd door het regime van de Sjah.

.

De dood

.

Vraag mij niet naar liefde;

in dit land van toenemende duisternis

heeft, in de aanwezigheid van angst,

liefde

de Dood getrouwd,

en de Dood,

de bijtende Dood, de vluchtende Dood,

is een buurman voor je eeuwige eenzaamheid

in het wrede angstgif van slangen.

.

Hier is de stem van de mensen gevangene

van hun keel,

en bloed

zie je, wanneer je je ogen ook opent.

Vraag mij dus niet naar liefde;

kijk naar mijn borst

vóór hij verbrand is door kruit.

.

 

Ban

Piet Gerbrandy

.

Afgelopen dinsdag was ik te gast in De Chocoladefabriek, de bibliotheek van Gouda, voor een dag over merk-waardige medewerkersreis (een combinatie van marketing/communicatie en HRM) voor mijn werk. In de Chocoladefabriek waren we te gast in het deel waar de Drukkerswerkplaats is gevestigd. Een werkplaats met ouderwetse drukpersen, letterbakken, loden letters en waar de sfeer van een ouderwetse drukkerij hangt.

Maar er was in deze ruimte ook een lijn gespannen met allerlei voorbeelden van het drukwerk dat men daar maakt. En uiteraard, anders was ik er hier niet over begonnen, hing daar ook een fraai vormgegeven en gedrukt gedicht van Piet Gerbrandy (1958) getiteld ‘Ban’. Het gedicht dat in de gelijknamige bundel verscheen, werd door  dichter, classicus en poëzie-recensent Piet Gerbrandy geschreven voor de bibliofiele uitgeverij Sub Signo Leonis van de Drukkerswerkplaats.

De bundel ‘Ban’ dat ik een kleine genummerde oplage van 60 exemplaren verscheen, werd in 2017 feestelijk gepresenteerd en het eerste exemplaar werd overhandigt aan dichter Hedwig Selles.(1968). Het betreft hier een kleine bundel van 14 pagina’s.

Hieronder de foto van het drukwerk en de tekst van dit gedicht.

.

Ban

.

De dichter gaat zwanger van wat Muze of demonen hem opdringen.

Welke stappen zijn er nodig om wat dwars zit uit te bannen en met lezers te delen?

.

De dichter moet baren in ritme en klank, vluchtige taal groeit op

tot een lichaam van zinnen, woorden zoeken een bed van

letters in een hut van papier, waarin de lezer welkom is.

.

Zonder vormgever, zetter, drukker en binder is het gedicht dakloos en kwetsbaar.

.

Twaalf niet zo moeilijke gedichten

Hans Vlek

.

De dichter Hans Vlek (1947-2016) is geen onbekende dichter op dit blog. Al een aantal maal kwam hij en zijn poëzie voorbij. Na zijn dood werd in 2024 het Hans Vlek genootschap opgericht met het doel de herinnering aan de dichter Hans Vlek levend te houden en bij te dragen aan de kennis en waardering van zijn werk. Het Genootschap wordt bestuurd door Teunis IJdens, Antoon van Rosmalen, Renske van Dillen en Sander Bax. Ook is er een comité van aanbeveling waar naast dichters Frans Kuipers en Jan Kuijper ook mijn bibliotheek collega en directeur van de bibliotheek in Den Bosch Nan van Schendel, schrijver A. F. Th. van der Heijden en Roos Vlek (dochter van Hans) zitting hebben.

Doel van het Hans Vlek Genootschap is om beschikbare informatie over werk en leven van de dichter toegankelijk te maken; nieuwe informatie te verzamelen en toegankelijk te maken; lezingen, festivals en andere openbare evenementen te (doen) organiseren; studie naar het werk van Hans Vlek en verwante dichters, schrijvers, beeldend kunstenaars en musici te bevorderen; publicaties te (doen) uitgeven.

En dat laatste is nu precies wat het Genootschap gaat doen. Op 4 juli, de Vlekdag, 10 jaar na zijn overlijden, organiseren zij samen met Huis73 (de bibliotheek) onder andere de presentatie van de bundel ‘Twaalf niet zo moeilijke gedichten’ in een oplage van 150 genummerde exemplaren. Deze bundel bevat twaalf eerder gepubliceerde gedichten van Hans Vlek die sinds 2 juli 2025 bij zes zogenaamde Vlekflitsen, om de twee maanden, werden voorgedragen op een openbare plek in Den Bosch. Meer informatie over het Genootschap vind je op hun website hansvlek.nl 

Ik heb de inhoud van deze bundel mogen inzien en ik heb gekozen voor het gedicht ‘Fatum’ dat oorspronkelijk verscheen in zijn bundel ‘Iets eetbaars’ uit 1966.

.

Fatum

.

Of ik nu goede gedichten schrijf

of niet, of ik nu 1 liter melk

of bier drink, of als

het ophoudt te regenen

En ga zo maar even door

– Het is een goedkoop thema

zoals ook lucht goedkoop is

maar onmisbaar

ik weet het –

.

Mijn haren zullen schaarser

m’n brilleglazen dikker

en m’n ogen kleiner worden.

Ook zal ik niet meer door

voor aanstormende auto’s weg te sprinten

veilig de overkant bereiken.

.

Ik bedoel dichters

gaan ook dood. Iets anders

houd ik niet voor mogelijk

.

Van Toorn over Roland Holst

Dichter over dichter

.

Afgelopen mei verscheen bij uitgeverij Querido de bundel ‘Ik maak je hierin aanwezig’, een keuze uit de gedichten van Willem van Toorn samengesteld door Benno Barnard en Marjoleine de Vos. Willem van Toorn (1935-2024) laat een rijk poëtisch oeuvre na, dat meer dan vijftien bundels beslaat. In 1960 debuteerde hij met de bundel ‘Terug in het dorp’ en zijn laatst verschenen bundel dateert uit 2020 en had als titel ‘De dagen’.

In ‘Ik maak je hierin aanwezig’ is dus een keuze opgenomen uit de vijftien bundels. Lezend in de bundel bleef ik even hangen bij het gedicht ‘In memoriam Adriaan Roland Holst’ omdat ik nu eenmaal een categorie op dit blog heb dat bestaat uit gedichten van dichters over of voor collega dichters. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Bezweringen’ uit 2013.

Ik lees er een aanklacht in die van alle tijden is en juist nu weer opmerkelijk actueel.

.

In memoriam Adriaan Roland Holst

.

 Trok adel zich in verre wolken

          voorgoed terug?

A. Roland Holst, ‘Voor West-Europa’, 1940

.

Verwarrend is het hier in het huis te slapen waar

u voor ‘Charles Edgar du Perron et Menno ter Braak’

het in memoriam schreef dat nooit een hond meer leest

in dit land zonder memorie. ‘Dit bloedjaar’

.

noemde u 1940, toen zij, broederpaar,

de dood in gingen. Lang – en toch nog maar

zeventig jaar – geleden. Uw oud dorp wacht dit voorjaar

weer bereidwillig op de nieuwehorden

.

van strand en zee. U zou het onherkenbaar

vinden – zoals zij trouwens het groot gebaar

van uw gedichten: van vroeger, te zwaar geworden

.

voor hun klein alfabet, leesbaar

misschien pas weer als straks het water

echt tot de lippen stijgt in Europa.

.

Zomereditie MUG

Frouke Arns

.

Zoals ik pas geleden al schreef hebben we voor MUGzine nummer 33 voor het eerst een gastredacteur gevraagd. De eerste gastredacteur is Wim van Til en hij heeft een aantal zeer fijne dichters gevraagd een bijdrage te leveren. Naast gedichten van hemzelf heeft hij twee aanstormende talenten weten te strikken; Famke Houthoff en Solaris, en hij heeft Frouk Arns weten te overreden om een bijdrage te leveren waar ik persoonlijk heel blij mee ben. Ik heb grote waardering voor de poëzie van Frouke. En als klap op de vuurpijl heeft Wim ook nog eens de zeer getalenteerde Julia le Fevre zover gekregen dat zij voor de illustraties zorgde. Al met al een bijzonder geslaagd eerste gastredacteurschap dat zeker navolging gaat krijgt.

We verwachten nummer 33 van MUG in juli te publiceren, de laatste hand wordt momenteel gelegd aan de afwerking. Om alvast in de sfeer te komen heb ik een gedicht van Frouke Arns erbij gepakt uit De Revisor jaargang 2016 getiteld ‘Plattegrond’.  Frouke Arns (1964) is tekstschrijver, redacteur, literair vertaler en dichter. In de periode 2015-2016 was zij Stadsdichter van Nijmegen. Haar gedichten werden gepubliceerd in onder meer de Poëziekrant, Het Liegend Konijn, Schrijven Magazine, Het Parool en nrc.next. Arns viel met haar werk verschillende keren in de prijzen. Zo won ze onder andere de Meander Dichtersprijs, de literaire prijs van de Stad Harelbeke en de jury- en publieksprijs van de Nijmeegse editie van ‘Aan het woord!’. Ook heeft ze inmiddels twee romans gepubliceerd, haar derde roman verschijnt deze zomer.

.

Plattegrond

.

Berlijn was jong aan haar oevers, het bier liep over straat.
Op een bank zat een vrouw te bellen, haar vlees hing
aan alle kanten over, haar stem kristalhelder in de nacht.
.
Ik werd aangesproken in het Spreepark door een Penner
die me wegwijs wilde maken; in ruil daarvoor hield hij zijn hand op.
Bij Zenner dansten dames met watergolven zich terug hun jeugd in.
.
Blote heren lagen in het Tierpark op beladen gras. Augustus, de stad was open-
gebroken en klam, overal resten van muur en wespen. Eentje stak;
ik voelde het gif de hele nacht gonzen.
.
Later zag ik hoog vanuit de koepel wat de stad beneden niet prijsgeeft
– sprakeloos lag zij aan mijn voeten – van scheiding geen sprake.
Wolken dreven de dag uiteen.
.
Bij het monument
had iemand gevraagd wat het gekost heeft en
iemand had geantwoord: miljoenen
.

Poëzieperiscoop

Trenčín

.

Van vrienden Ed en Brenda kreeg ik een appje vanuit Slowakije, vanuit Trenčín. In dat appje foto’s en een filmpje van een soort periscoop op een plein waaruit je, door te draaien aan de handel aan de zijkant, gedichten te horen krijgt. Uiteraard word ik daar nieuwsgierig van en Brenda stuurde me, nog voor ik kon gaan zoeken al een link toe (waarvoor dank!) over dit alleraardigste initiatief. 

Het betreft hier de Kaledomat of, zoals ie vernoemd is, de Poesiomat. Het is een bijzonder object dat lijkt op een periscoop van een onderzeeër. Het heeft een slinger en na het draaien werden er in eerste instantie kerstliederen uit verschillende landen van de Europese Unie afgespeeld. Nu biedt het echter gedichten van Trenčín-dichters van nu en vroeger, natuurgeluiden die verbonden zijn met de plek waar het staat, liederen en sprookjes.

Sinds 2015 plaatst de Tsjechische vereniging Piána na ulici, opgericht door Ondřej Kobza, poesiomats in de straten van de stad. “Oorspronkelijk ging het vooral om jukeboxen voor poëzie, maar in de loop der tijd is het concept uitgegroeid tot de huidige vorm, waarbij de Poesiomat de symboliek van een plek probeert vast te leggen – het is een soort versterker van de genius loci (de garantie van een plaats) “, legt Ondřej Kobza uit. “De magie van een plek kan verschillende vormen aannemen. Daarom kan een luisteraar van een Poesiomat, naast gedichten, bijvoorbeeld een sprookje of natuurgeluiden tegenkomen “, voegt hij eraan toe.

De Poesiomat die op het Štúrovo-plein in Trenčín in december 2025 is geplaatst, is de meest beluisterde van heel Tsjechië en Slowakije (meer dan 80 staan er al her en der), al meer dan 45.000 keer werden er gedichten afgespeeld. De Poesiomat werd ingesproken door acteurs en actrices van het Normálka Theater in Trenčín en door de acteur en mimespeler Pavol Seriš. 

Een van de dichters die te horen zijn in de Poesiomat is de dichter Rudolf Dobiáš (1934). Deze dichter heeft een zeer bewogen leven achter de rug, wat terugkomt in een van zijn bekendste gedichten ‘Niet-verzonden brief’, vertaald uit het Slowaaks door John Minahene.

.

Niet-verzonden brief

.

Met mijn eigen kruis in een koude cel
, ver van de hemel,
schreef ik naar huis: Ik voel me heel goed,
ik heb niets nodig.

De bewakers waken over mij,
wat heb ik nog te vrezen?
Ik weet dat Gods molens mij malen
en tot brood vermalen.

Mijn lichaam gloeit nu als door koorts
in Gods eigen gloeiende kolen,
en deze vier muren van puur wit
verheerlijken en prijzen Hem.

Mama, ik voel me prima. Dat is waar,
maar ik vind het wel jammer dat ik niet bij je kan zijn.

.

Die dag,

Kreek Daey Ouwens

.

Ik herinner me nog goed dat we dichter Kreek Daey Ouwens (1942) voor een bijdrage in MUGzine vroegen, het was voor nummer 9 in 2021. Het was door een gedicht dat ik las in de bundel ‘Wij zijn de menigte die moeder heet‘ uit 2018, samengesteld door Ester Naomi Perquin. Ik was meteen onder de indruk van haar poëzie en we besloten haar te vragen voor MUGzine. Ze reageerde meteen heel enthousiast op de uitnodiging en naar aanleiding van haar bijdrage had ik een heel leuk en inhoudelijk mooi gesprek met haar over de telefoon.

Na de publicatie van MUGzine nummer 9 verscheen poëzie van haar hand later in poëzietijdschrift Awater en schreef ik nog over haar poëzie in een dubbelgedicht. Tot ik las dat ze zou optreden bij Poetry International 2026 in Rotterdam. Ik was bij de opening van het festival en opnieuw was ik onder de indruk van haar performance en het gedicht dat ze daar voordroeg ‘Die dag,’.  Dit gedicht is ook opgenomen in de festivalbundel ‘Achter mij is een schaduw’ waarvan de titel uit juist dit gedicht genomen is. Dat gedicht wil ik hier graag met jullie delen.

.

Die dag,

.

Ik heb niets gevoeld

Ik heb niets geweten

Ik had het moeten weten, lief!

Ik sliep

Ik werd wakker

Ik stond op

Ik maakte koffie voor mezelf

Zo ver was ik van jouw sterven, dat ik koffie

maakte voor mijzelf.

.

-Daar is de deur

en daar is de deur

en daar is de deur en daar is de deur

en daar is de deur-

.

Ik ga naar buiten

Ik loop over straat

Ik loop over mijn kam

.

Achter mij is een schaduw

De schaduw is scheef

De schaduw is niet van mij

Zoals de schaduw van de bomen niet van de bomen is

.

Als ik mijn schaduw wil aanraken is er het ontwijken,

.

Foto: Theo Rikken

 

 

Jenever

Lynn Vandermeulen

.

Ik heb hier op dit blog al vaker aandacht besteed aan bloemlezingen en verzamelbundels rond een bepaald thema. Dat zo’n thema echt van alles kan zijn bleek mij maar weer eens toen ik de bundel ‘Straks gaat het jenever sneeuwen’ op de kop tikte. In 2023 werd in het Nationaal Jenevermuseum in Schiedam de tentoonstelling georganiseerd met de gelijknamige naam.

In deze tentoonstelling stonden drie eeuwen Nederlandstalige jeneverpoëzie centraal. De titel ‘Straks gaat het jenever sneeuwen’ was gebaseerd op een gelijknamige bundel, waarin 148 jenevergedichten verzameld zijn. ‘De veelheid aan jeneverpoëzie, ook hedendaagse, nodigt ons uit om deze voor het voetlicht te brengen. Jenever kan de Muze wekken, maar komt ook veelvuldig zelfstandig in gedichten voor en wordt daarin bezongen, bejubeld, verguisd en beschuldigd. Het programma spreekt dan ook bewust diverse groepen aan; van poëten tot kroegtijgers en scholieren,’ aldus directeur Diederik von Bönninghausen destijds.

De tentoonstelling werd gepresenteerd in dichtvorm: Romantiek, Schiedam & Nederland, Matrozen & Soldaten en Jaargetijden. Een vijfde thema – Graan -van Korrel tot Borrel – was in Museummolen De Walvisch te bewonderen. De tentoonstelling is natuurlijk al lang weer verdwenen maar gelukkig waren de organisatoren zo verstandig een bundel van de poëzie uit de tentoonstelling uit te geven (door het PoëzieCentrum). Op deze manier is het verleden en de toekomst van jenever in poëzie bewaard gebleven voor de poëzieliefhebber.

Uit de bundel uit 2020, samengesteld door René Smeets nam ik het gedicht ‘Zoals’ van de Vlaamse dichter Lynn Vandermeulen. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Jenever en poëzie’ (heel toepasselijk) dat in 1998 door de Stedelijke Dienst voor Cultuur Hasselt en het Jenevermuseum Hasselt werd gepubliceerd.

.

Zoals

.

niet als champagne parels

die sterven op je tong

(tot slechts een dure gedachte rest)

.

niet als bier: teveel

en te vaak (een vluchtige

ontmoeting)

.

neen,

als jenever: langs de scherpte

van citroen, naar de rust

van rode bessen (met steeds

de zekerheid van graan)

.

–  dàt soort leven.

.

De lente komt

Ali Şerik

.

Afgelopen week moest ik in de bibliotheek van Utrecht zijn en wanneer ik daar ben loop ik altijd even naar de poëzie afdeling. Om wat tijd te doden nam ik plaats op een deel van de tijdschriften en krantenafdeling op de tweede verdieping en las ik het tijdschrift ‘Schreef’ proza en poëzie door en voor liefhebbers, uitgegeven door Taalpodium, een vereniging van ruim honderd (vrijetijds-)schrijvers en -dichters, waarvan diverse leden hun sporen verdiend hebben met het winnen van dicht- en verhalenwedstrijden, anderen met de uitgave van dichtbundels, verhalenbundels en romans.

In ‘Schreef’ dat vier keer per jaar verschijnt staat poëzie van allerlei dichters die niet of vaak nog maar net gepubliceerd zijn, opgenomen met een gedicht. Een van die dichters is Ali Şerik (1962). Deze uit Turkije afkomstige dichter publiceerde in Turkije drie dichtbundels en in Nederland inmiddels 5 bundels waaronder ‘De zachte veren van de tijd‘ uit 2024.

Voor het Nationale Boekblog schrijft hij van maart 2012 tot augustus 2013 elke vrijdag een gedicht. In 2024 begint hij hier opnieuw mee, nu maandelijks met een gedicht. Op dit moment publiceert hij ook regelmatig gedichten in het blad ‘Dichter’ van Plint. Ook is Ali recensent voor Meander.

In de ‘Schreef’ is het gedicht ‘De lente komt’ van zijn hand opgenomen. En hoewel de zomer bijna een feit is, toch een toepasselijk gedicht voor deze tijd van het jaar.

.

De lente komt

.

Wat zeker is, is dat de lente komt.

Of wij lief voor elkaar zijn

of het tegendeel proberen te bewijzen

de lente komt sowieso, als een eigenwijze kleuter.

.

De kou van de winter ontdooit

bomen schudden zich wakker

de leeuwerik is weer terug om te zingen.

De lente komt als vechtende meerkoeten.

.

De aarde ontwaakt met spinnen en vleermuizen

houten vogelnestjes worden schoongemaakt

winterjassen krijgen een stille plek.

De lente komt als de vleugels van zwanen.

.

Zaad voor nieuw leven ontkiemt

geschreeuw van kinderen steekt de straat over

iemand kust iemand vol op zijn of haar mond.

Wat zeker is, is dat de lente komt.

.