De Vogel in mijn Borst
Frans van Deursen en Leo Vroman
.
Begin 2014 overleed Leo Vroman, een dag later raakte zijn werk postuum alsnog het hart van zanger Frans van Deursen, die nog nooit één gedicht van Vroman gelezen had.
Hij ging op ontdekkingstocht door het enorme oeuvre dat Vroman naliet en wist meteen: deze gedichten moet ik zingen. Van Deursen vroeg een uitgelezen gezelschap muzikanten een eigenzinnige selectie uit Vromans werk op muziek te zetten. Het resultaat werd vastgelegd op de in 2015 verschenen cd ‘De Vogel in mijn Borst’.
Een jaar eerder al kwam het hartverscheurend mooie boek ‘Hoe mooi alles’ uit, waarin Vromans biografe Mirjam van Hengel de ontroerende liefdesgeschiedenis van Leo en Tineke Vroman beschrijft. Van Hengel en Van Deursen maken een poëtische reis door Vromans leven, liefde en werk en dompelen u onder in ontroerende verhalen, wonderschone gedichten en heel veel mooie muziek.
Hij had Vroman nog niet zo lang daarvoor ontdekt, vertelde hij aan Trouw en hij was al snel zo enthousiast dat hij met verschillende musici ging samenwerken om een album te maken. Liefdewerk, gedoemd te mislukken, beschrijft Spinvis, een van hen, naar aanleiding van zijn bijdrage aan het album: ‘Eigenlijk mislukt poëzie op muziek altijd. In een hoopje letters op papier zit geen lichaam, bij een liedje hoort een stem, een lijf. Een gedicht staat stil, een liedje beweegt in tijd.
Dat Van Deursen zich bewust is van het gevaar, blijkt uit de openingstrack van De vogel in mijn borst (2015). Wanneer hij ‘Toestemming’ uit 1972 leest, denk je even dat Vroman zelf zijn zegen aan het project gegeven moet hebben:
Toestemming
.
Je mag ieder gedicht
van mij graag zingen
maar niet altijd
met een gezicht
of begeleid
met hoe heten die dingen,
lieve vreemdeling.
Ikzelf, ik fluisterde
mijn woorden pas
als de schemering
de tekst verduisterde
en ik zeker was
dat niemand luisterde,
maar als je echt moet
in het publiek
is een beetje muziek
en de hele rest
mij ook goed hoor.
Mij is alles best.
.
Flanders Literature
Albert Bontridder
.
Behalve van poëzie hou ik erg van alles wat met poëzie te maken heeft. Ook websites over poëzie of over dichters mag ik graag bekijken. Of het nu van één dichter is of, zoals in het geval van de poëziesectie van de website ‘Flanders Literature’, een website over meerdere dichters of poëzie in het algemeen, het heeft mijn interesse. Op de website ‘Flanders Literature’ staat in de poëzie sectie een overzicht van Vlaamse dichters. Het zijn er 45 en ik durf te beweren dat elk van deze dichters wel ergens op dit blog voorbij komt. Waarom deze website over het literaire landschap van Noord-België een Engelstalige titel heeft is me overigens een raadsel. Juist de Vlamingen staan bekend om hun behoud van de Nederlandse taal.
Eén van de 45 dichters is Albert Bontridder (1921-2015). Deze Vlaamse architect en dichter was, vanaf 1949, redacteur van het vernieuwende tijdschrift ‘Tijd en Mens‘, waarmee hij het modernisme in de Vlaamse poëzie en literatuur introduceerde. Bontridder debuteerde in 1951 met de bundel ‘Poésie se brise’ in het Frans en ‘Hoog water’ in het Nederlands. Zijn doorbraak kwam in 1955 met zijn maatschappelijk geëngageerde gedichten over Willie McGee in ‘Dood hout’.
Hij won in 1957 de Arkprijs van het Vrije Woord. In 1967 werd hij opgenomen in de groep rond het tijdschrift Kentering. In 1972 mocht Bontridder de Jan Campert-prijs in ontvangst nemen. In 1975 werd hij voorzitter van PEN Vlaanderen, in 1984 lid van de Académie Royale de Belgique, Classe des Beaux-Arts, en van 1987 tot 1993 was hij voorzitter van de Europese Vereniging ter Bevordering van de Poëzie.
Uit zijn laatste bundel uit 2012 getiteld ‘Wonen in de vloed’ komt het gedicht ‘Overweging’.
.
Overweging
.
De maat van alle dingen
– zo die al bestaat –
is de juiste nabijheid,
inclusief de geboden afstand
van wat mét ons
en tégen ons is,
niet in enige afgebakende ruimte,
niet in een vermoede
of gevreesde confrontatie,
maar in het begrip
van de buigzame,
weerbare,
slijtbare
tussenruimte.
.
Genoeg
Theo Olthuis
.
Op 3 april verschijnt ‘Tongval van het verdwijnen’ de tweede klimaatdichtersbundel. In deze nieuwe verzameling gedichten van de Klimaatdichters, zoeken vijftig dichters de grenzen van de taal op om dier, plant, schimmel en bacterie een stem te geven. Waarom een groot aantal dichters, woordkunstenaars en spoken-word artiesten zich hebben verenigd in de Klimaatdichters (waaronder ikzelf) mag inmiddels wel duidelijk zijn. De laatste 10 jaar waren de warmste jaren ooit gemeten en wat dat voor consequenties heeft is duidelijk (al zijn er altijd mensen die dit ontkennen, niet gehinderd door enige vorm van kennis).
Toch is het besef dat de wereld risico loopt niet nieuw. In 1968 werd de Club van Rome opgericht en in 1972 bracht deze club het rapport ‘De grenzen aan de groei’ uit. Een alarmistisch rapport waarin al een verband werd gelegd tussen economische groei en de gevolgen hiervan voor het milieu. Hoewel het rapport veel aandacht kreeg en er in de afgelopen 50 jaar wel degelijk actie is ondernomen blijkt dat de mens nog altijd achter de zaken aanloopt.
Dat er destijds ook al oog was voor het milieu (en altijd is geweest) bleek mij opnieuw toen ik in ‘Roltrap naar de maan” Nederlandse kinderliedjes vanaf 1950, voor kleine en grote mensen, uit 1995 aan het lezen was. In het hoofdstuk ‘Anders loopt het in de soep’ liedjes over de wereld, staat een liedtekst van Theo Olthuis (1941-2024) schrijver en dichter. Olthuis schreef heel veel boeken en bundels voor kinderen en volwassenen, theaterstukken, aforismen, scenario’s en liedteksten voor televisie (onder andere voor Sesamstraat en Het Klokhuis).
Ook schreef hij teksten voor volwassenen zoals een liedtekst in deze bundel uit 1990 voor Herman van Veen. Het lied verscheen destijds als CD-single. De tekst doet nu heel lief aan, er is weinig alarmistisch aan maar ik vraag me af of, als Olthuis een dergelijk lied opnieuw had geschreven, dat nu opnieuw zo lieflijk zou zijn geweest.
.
Genoeg
.
Er is op iedereen gerekend
De aarde is gastvrij
Eén grote ronde tafel
Pak een stoel en kom erbij
Tast maar toe, wees niet bang
Er is genoeg voor iedereen
Schep maar op en ga je gang
.
O ja, ‘k zou het haast vergeten
Eén ding moet je even weten
Anders loopt het in de soep
Dan gaat het helemaal mis
Er is genoeg voor iedereen
Maar neem niet meer dan nodig is!
.
Astrologie voor beginners
Charlotte Van den Broeck
.
Vandaag voor mijn boekenkast gaan staan en daar pulkte ik, zonder te kijken, de bundel ‘Kameleon’ van Charlotte Van den Broeck uit 2015, tussen een dikke stapel dunnen bundels tevoorschijn. Opnieuw zonder te kijken liet ik de pagina’s door mijn vingers gaan en toen ik stopte (op pagina 42) las ik het gedicht ‘Astrologie voor beginners’. Nou weet ik niet of je in astrologie gelooft of dat je het meer ziet als een onschuldig volksvermaak. Maar wat Charlotte Van den Broeck (1991) mij hier voorschotelt is een verlangen naar duiding (zou astrologie dan toch…?) maar nee, uiteindelijk blijken er aan den einder slechts halogeenlampen aan een lege hemel te staan.
.
Astrologie voor beginners
.
Kilometers onder de korst
bewijst de aarde roodverbrand zijn rondheid.
.
Zo zullen ook wij op een dag
samenvallen op eenzelfde as: amper vrouw
bijna man met een uniseks regenjas.
.
Je blik, die mijn rok aan mijn enkels denkt.
Ik heb een huid, die enkel nog jouw vingers kent.
.
Die keer toen we de haas aanreden en in zijn ingewanden
de oorzaak van verdriet probeerden te lezen.
We vreesden dat het nooit zou drogen.
.
Misschien ligt er een antwoord in het oog van de telescoop.
Een verklarende wetmatigheid in de baan van Venus.
.
Nachtenlang hebben we gekeken.
We zagen enkel halogeenlampen aan een lege hemel.
.
.
Gebonden
Herman van Veen
.
Dat Herman van Veen bekend en geliefd is mag wel duidelijk zijn. Op zijn Wikipedia pagina staat hij omschreven als toneelartiest, acteur, auteur, singer-songwriter, muzikant en schilder. Dat hij ook dichter was wordt niet genoemd, wat opvallend is want op zijn eigen website staat wel een kopje ‘schrijver’ met daaronder het kopje ‘liedjes, verhalen & gedichten’.
Die liedjes en die verhalen kennen de meeste van ons wel, de verhalen van Alfred J. Kwak en liedjes als ‘Hilversum 3’ en ‘Anne’ om er maar een paar uit een eindeloos lange reeks te noemen. De gedichten zijn minder bekend. En toch was er een tijd dat ook de poëzie van Herman van Veen zeer goed verkocht. In een gratis mee te nemen boekentafel op het station van Den Haag vond ik zijn bundel “gebonden” uit 1978. Het betreft hier een derde druk binnen 5 maanden! Hoewel de bundel stevig is (96 pagina’s) zijn veel van de gedichten kort tot zeer kort. Een paar voorbeelden:
.
kind
mens
in onvolwassen staat
de reutel
nog niet in de keel hebbende
*
al eeuwen
gebukt
onder het juk
van de armen
deo in excelsis
deo in dorant
*
ze waren zo beschaafd
ze neukten met mes en vork
en nooit met volle mond
.
Grappig, soms curieus maar altijd met het taalgevoel dat we van Herman van Veen kennen. Maar er staan ook serieuze gedichten (allemaal zonder titel overigens) in deze bundel, gedichten waarover je je gedachten kan laten gaan. Het gedicht over een soldaat maakt dat duidelijk.
.
als een soldaat
iemand doodschiet
schiet hij
uiteindelijk
zichzelf dood
.
dat dacht de man
voor het vuurpeloton
.
maar
hij had geen tijd meer
om dat uit te leggen
.
en dat maakte hem nog verdrietiger
.
maar hij had tenminste de troost
dat zijn verdriet
van korte duur was
.
Tot slot nog een aantekening. In deze bundel staan een paar, in twee verschillende handschriften geschreven tekstjes als ‘denkend aan alle goede momenten die we samen met H.v.V. hebben doorgebracht, voelde ik me “gebonden” jou deze bundel te geven. En: Met de zoete herinnering aan een onverwacht, gestolen samenzijn met jou, Baukje, Lekkum, 2 februari 1979. Ook dat maakt zo’n bundel extra bijzonder.
.















