De val
Eddy van Vliet
.
In de bundel ‘Gedichten 1993‘een keuze uit de tijdschriften, samengesteld door Hubert van Herreweghen (1920-2016) en Willy Spillebeen (1932)lees ik een gedicht van Eddy van Vliet. Eddy van Vliet was het pseudoniem van de Vlaamse dichter Eduard Léon Juliaan (1942 – 2002). Ik heb me altijd verbaasd en afgevraagd waarom iemand , een Vlaming, met zo’n welluidende naam zich van een pseudoniem voorzag dat zo Nederlands klinkt. Maar dat terzijde.
In de bundel staat het gedicht ‘De val’ van Eddy van Vliet dat werd genomen uit Dietsche Warande & Belfort (tegenwoordig beter bekend onder de veel mindere naam DW B) en gaat over hoe een man die zichzelf oud vindt (Eddy was denk ik 51 toen hij dit schreef, hoezo oud?) maar toch ook leeftijdloos, en weet er een mooie draai aan te geven in de slotzinnen.
.
De val
.
Ik ben heel goed in het vinden van de stoep
die struikelen doet. Een leeftijdloos moment.
De oude man die zich terugvindt in het wankelend kind.
.
Tussen vliegen en de onontkoombaarheid
van de zwaartekracht. ik verwacht mijn schaterlach
op andermans gezicht: de slapstick. De bananenschil
en de ober die zijn borden redden wil.
.
Wat niets van dit alles verschilt: het strelen
van vrouwenarmen, als steeds bereid
te beweren dat zij mij ontvangen.
.
Vroeger was een bos
Peter Theunynck
.
In de bundel ‘Naar een nieuw zeeland’ lees ik een bijzonder gedicht. Bijzonder in vorm maar zeker ook in inhoud. In een omschrijving van de inhoud van deze bundel van de Vlaamse dichter en schrijver Peter Theunynck (1960) over wie ik al eerder schreef, lees ik dat deze bundel een taalexpeditie vol aangrijpende liefdesverzen en hekeldichten, ritmische gezangen en natuurlyriek is. Beeldrijke poëzie die balanceert tussen woede, gemis en verlangen.
In zekere zin lees ik een aantal van deze kenmerken en omschrijvingen terug in het gedicht ‘Vroeger was een bos’. De reden dat ik dit gedicht koos uit ‘Naar een nieuw zeeland’ uit 2010 is ook vooral omdat in een van de laatste regels ‘De laatste der Mohikanen‘ wordt aangehaald. Voor de jongere generaties zal dit niet veel zeggen maar in mijn jeugd was ‘De laatste der Mohikanen’ een zeer spannende jeugdserie naar een boek van James Fentimore Cooper én de titel van een gedicht van Jana Beranová.
Een andere reden is dat, in het licht absurdistische vraag en antwoordspel tussen een jongen en een vader? de dichter prachtige poëtische antwoorden geeft op de vragen van de jongen, in de regels die cursief zijn gedrukt. Alle reden dus om dit gedicht hier te delen.
.
Vroeger was een bos
.
Wat is dat geruis?
Het gehuil van een boom, jongen.
Wat is een boom?
Een vogelhuis van bladeren, jongen.
Wat zijn bladeren?
Het gedicht van de twijgen, jongen.
Wat zijn twijgen?
Het zwerfhout van de takken, jongen.
Wat zijn takken?
De smekende armen van de stam, jongen.
Wat is de stam?
Wat al niet huist in die knoestige bast, jongen.
Wat is bast?
Wat de schors scheidt van het hout, jongen.
Wat is hout?
Planken met nerven en kwasten, jongen.
Wat zijn planken?
In de haven gestapeld regenwoud, jongen.
Wat is regenwoud?
De laatste der Mohikanen, jongen.
Wat zijn Mohikanen?
Vroeger met je tomahawk, jongen.
Wat is vroeger?
Vroeger was een bos, jongen.
.
Verveling
Johanna Kruit
.
Vandaag ben ik voor mijn boekenkast gaan staan en zonder te kijken pakte ik een bundel uit de kast. Het bleek de bundel ‘Tikken tegen de maan’ 50 kindergedichten uit Nederland en Vlaanderen verzameld door Joke van Leeuwen met 48 gloednieuwe illustraties. De bundel uit 2010 is prachtig vorm gegeven en bevat inderdaad heel veel mooie illustraties bij de gedichten.
Zonder te kijken opende ik de bundel en daar op pagina 42 tegenover een tekening van Philip Hofman staat het gedicht ‘Verveling’ van Johanna Kruit (1940). Het gedicht verscheen oorspronkelijk in ‘Holland rijmt’ uit 1998.
.
Verveling
.
We deden niets
we keken maar naar wat gebeurde
hoe auto’s wachtten langs de stoeprand
hoe regen langs de ramen zeurde
we zwaaiden zelfs niet naar de buren
van de overkant.
.
We deden niets van wat we konden
en wilden niets van wat we moesten
we aten zelfs geen ijs of friet
we hoefden niets
we vonden iedereen een etter
en we verveelden ons te pletter.
.
En de winnaar is..
Rob de Vosprijs en MUGzine
.
Zoals ik op 30 januari jongstleden al schreef gaan MUGzine en Meander een poëtische alliantie aan. Nu is dat niet de eerste keer dat we een samenwerkingsactiviteit doen want in het decembernummer van 2023 verscheen er al een editie van MUGzine (#20) met daarin de winnaars en de genomineerden van de Rob de Vosprijs 2023. Winanaar was toen Steven Van Der Heyden die al in #14 van MUGzine als dichter publiceerde (een MUGzine die toen al als richting ‘Metamorfosen’ had).
De jury van de Rob de Vosprijs 2025 bestond dit keer uit juryvoorzitter Peter Vermaat (recensent) en de leden Hettie Marzak (recensent), Anneruth Wibaut (schrijver/dichter/recensent), Annet Zaagsma (dichter), Marc Bruynseraede (schrijver/dichter/recensent) en Tom Veys (schrijver/dichter/recensent). Winnaar van de editie van 2025 werd dichter Rik Dereeper (1962) met het gedicht ‘Veldstraat 39’. Dereeper won al vele poëzieprijzen in Vlaanderen en Nederland en hij publiceerde poëzie in onder andere Het Liegend Konijn, Poëziekrant en De Gids.
De tweede prijs ging naar Koenrad Moerman en de derde prijs naar Irene Schoenmacker. Ok de zeven genomineerden gedichten staan gepubliceerd in #31 van MUGzine. De kunst is van de in Duitsland woonachtige Mariken van Heugten, het muggedicht is dit keer van Irene Wiersma en natuurlijk heeft ook deze editie van MUGzine een opvallend voorwoord van Marianne Hermans en staat op de achterpagina als altijd een nieuwe Luule.
De verschijningsdatum van #31 van MUGzine is medio volgende week (zowel op de website van mugzines.nl als op papier. Altijd de papieren versie van MUGzine ontvangen? Word dan donateur en stuur een mail naar mugazines@yahoo.com of verleng je donatie door € 22,50 over te maken.
Van de winnaar een gedicht waarmee hij in 2013 in de top 100 van de Turing Gedichtenwedstrijd kwam getiteld ‘Vier manieren om te dumpen’.
.
Vier manieren om te dumpen
Sinds zijn sluitspier soms een steek laat vallen
(elk chassis verslijt) en hij ons dan bescheten opbelt,
komen wij zijn kamer poetsen, gooien kruis of munt
om wie hem straks zal deporteren naar een ver tehuis.
Of dat ik hem ontvoer, terwijl mijn broers snel delven
naast een landweg. Door het nekschot valt hij dieper
dan de avond, staart hij even hemelhoog. De leegte
van zijn mond en oren vul ik met dezelfde grond.
Of strootje trekkend: wie vertilt zo iemand tot de nok?
Ik hijg voorbij de treden. Eens zijn hals gestropt,
bekijken wij hoe rap hij trappelt op een luchtfiets –
tot de benen doodstil bengelen. Er sijpelt iets uit hem.
Of een geweldig offerfeest. We zorgen dat hij nimmer
wederkeert, hem spietsend aan het spit. We draaien,
draaien vader in het rond en klinken op zijn erfenis.
En wissen van ons witste hemd het bloed, de stront.
.
Mijn vader
Wim Hofman
.
Gisteren was Wim Hofman (1941) jarig en werd 85. Een mooie leeftijd en ik feliciteer hem van harte. Wim Hofman is vooral bekend als kinderboekenschrijver, illustrator maar ook als dichter. In MUGzine #12 was hij met een aantal gedichten vertegenwoordigd (samen met werk van Jana Beranová, Amina Belôrf en Anton Korteweg) en ik weet nog dat ik vereerd was dat hij mee wilde werken. Wim heeft een enorm oeuvre bij elkaar geschreven en getekend en ik las hem als kind al zelf en later voor aan mijn kinderen. Dat hij ook prachtige poëzie schreef daar kwam ik pas veel later achter.
Wim is veel gehuldigd en geprezen voor zijn werk, zo won hij twee gouden griffels, twee gouden penselen, drie zilveren griffels, de Zeeuwse boekenprijs, de Theo Thijssenprijs, de Zeeuwse prijs voor Kunsten en Wetenschappen en de Max Velthuijs-prijs. Reden des te meer om hier een gedicht van zijn hand te plaatsen, zodat nog meer mensen op het spoor van (vooral) de dichter Wim Hofman worden gezet.
In literair tijdschrift Tirade jaargang 44 uit 2000 verschenen een aantal gedichten van zijn hand. Ik nam ik het gedicht ‘Mijn vader’ dat hij schreef over zijn toen 90 jarige vader, met wat mij betreft de mooiste zinnen aan het einde van het gedicht.
.
Mijn vader
.
Diana Ozon en de Digitale Stad
Poëzie in Cyberspace en meer
.
Afgelopen vrijdag was ik in de Koninklijke Bibliotheek. In Club Erasmus aldaar werd een activiteite in het kader van de Poëzieweek georganiseerd met de intrigerende titel ‘Poëzie in Cyberspace: Diana Ozon & De Digitale Stad’. Presentator Melissa Giardina interviewde Dichter, schrijver en performer Diana Ozon (1959) pseudoniem van Diana Groenveld, en Lenny Vos, literatuuronderzoeker. Het programma was georganiseerd door Sophie Ham van de KB (conservator digitale collecties).
Het was om meerdere redenen een interessante en leuke middag. Diana Ozon bracht als een van de eerste dichters in Nederland taal en technologie samen. Ze was nauw betrokken bij De Digitale Stad (DDS) opgericht in 1994, waar kunstenaars, hackers, activisten, krakers en nieuwsgierige mensen elkaar konden vinden in een virtuele stad. Speciaal voor deze middag had Diana haar persoonlijk archief (met heel leuke en herkenbare foto’s uit die tijd) geraadpleegd en had ze vele foto’s uit die tijd meegebracht.
Onderwerpen die in het gesprek werden geadresseerd waren hoe technologie en subculturen elkaar beïnvloeden, wat de rol was van de krakersbeweging, hoe de verhoudingen waren destijds als het ging om de verdeling man/vrouw in de poëzie en uiteraard gaf Diana Ozon een performance waarbij ze putte uit haar oudste werk. Opvallend hierin was het gebruik van allerlei technologische en digitale termen, woorden en afkortingen. Zelfs in haar liefdesgedichten.
Al met al was het gesprek tussen de dichter, de interviewer en de literatuurwetenschapper heel interessant voor zowel poëzieliefhebbers als voor zij die geïnteresseerd zijn in de ontwikkelingen van de (digitale) technologie in Nederland en zelfs geïnteresseerden in de subculturen van de jaren ’80 en ’90. In een gesprek dat ik na de activiteit had met Diana Ozon refereerde ze nog aan het project ‘Dichter aan huis’ in Den Haag, waar ze goede herinneringen aan had. In 2003 nam Diana Ozon deel aan Dichter aan huis en uit de gelijknamige bundel nam ik haar gedicht zonder titel over dat oorspronkelijk verscheen in haar bundel ‘Ja, ik wil’ uit 2002.
.
O louterend water
mijn mooi molecule …
.
Jij stijgt tot de lippen
en slaat op de klippen.
Bron van alle leven
en kosmisch gegeven.
Helder van kleur
en reukloos van geur …
.
Voor meer dan tachtig procent
weet ik dat jij mij bent.
Je was in de moederbuik
en staat onder het kelderluik.
Je valt uit de hemel
en rijst uit de aarde …
.
O allerhoogste waarde
die men eider gratis gunt
jij vindt vanzelf
je diepste punt.
En jouw stille gronden
uit de hemel gezonden …
.
Kokend als damp of
bikkelhard als ijs
jij zit overal en
bent altijd op reis.
O louterend water
Mijn mooi molecule …
.
We prezen de Aarde,
de hemel, de zon
maar vergaten het water
de oersprong, de bron.
.
Brief
J.B. Charles
.
Na mijn voordracht bij De Groene Fee, het gezellige poëziepodium van Louis van Londen, kocht ik bij de boekentafel de bundel ‘De gedichten tot 1963’ van J.B. Charles (1910-1983) uit 1963. J.B. Charles (pseudoniem van Willem Nagel) begon op ruim dertigjarige leeftijd te publiceren. Hij werd bekroond met de Hendrik de Vriesprijs, de Jan Campertprijs en de romanprijs van de stad Amsterdam. In deze bundeling van zijn gedichten tot 1963 zijn de dichtbundels ‘Zendstation’ (1949), Waarheen daarheen’ (1954), ‘Het geheim’ (1951/1952) en ‘Ekskuseer mijn linkerhand’ (1959) opgenomen.
het meest geciteerde gedicht (destijds) van J. B. Charles is religieus van aard en toch weer niet:
- Hij alleen zou met een grote sigaar
- In de mond op straat mogen lopen,
- Met de duimen in zijn vest,
- Want Hij is God.
- Maar Hij doet het niet
- Want Hij is God.
Uit de bundel ‘De gedichten tot 1963’ koos ik voor het gedicht ‘Brief’.
.
Brief
.
In antwoord op Uw schrijven van
de dato dinges kan ik U berichten
ik doe reeds wat ik kan,
alleen ik kan niet veel verrichten
ik heb het zelf niet in de hand
en wat ik doe doe ik niet goed,
niet goed genoeg naar ik het kan,
dus wacht U af zoals ik ook maar doe,
verblijvend in de hoop U hiermee te verlichten:
ik doe al boor U wat ik kan.
.
Poëziefest
DOK Delft
.
Vanavond is er bij DOK Delft (de bibliotheek van Delft aan Vesteplein 100) een Poëziefest (geen feest, een fest, het staat er echt). Een avond vol activiteiten in het kader van de Poëzieweek 2026.
Wat kun je verwachten? Op het podium zullen bekende dichters zoals Joost Oomen en Sasja Janssen voordragen, je kunt naar de boekenmarkt, een workshop Poëzie en yoga door Elten Kiene meedoen, samen (vertaalde) poëzie lezen met VAK-docent Nadia Palliser of volg een workshop Poëzie schrijven door VAK-docent Marieke van der Honing. Voor de workshops dien je je wel van te voren op te geven). Deze avond wordt gehost door Angelika Geronymaki. De avond begint om 19.00 uur en duurt tot 22.00 (afsluiting met een borrel).
Als voorproefje van een van de voordragende dichters het gedicht ‘Lievegedicht’ van Joost Oomen (1990).
.
Lievegedicht
.
er zijn best wat mensen
die er niet in geloven
en er zijn mensen
die er wel in geloven
maar het helemaal verkeerd uitleggen
of verwarren met iets anders
die zeggen het is als een theekopje rum
terwijl het een theekopje jam moet zijn
die zeggen
een theekopje sinaasappelsap
waar de zon in schijnt
terwijl het juist het oranje sap zelf was
dat de zon deed schijnen
en het theekopje vertrok
als een zucht door de lucht
zo raakt alles door de war
een zwaan landt aan de verkeerde kant
van de waterspiegel
je gooit een stok en de hond komt
terug met een baar goud in zijn bek
je sok is nat, het hindert niet
je vindt haar mooier dan de maan
ze heeft krullen als de kringen in water
als er eendenkuikens voor het eerst
zwemmen gaan.
.
















