Site-archief
Ovidius
Toon Tellegen
.
Staande voor mijn boekenkast, doe ik wat ik de laatste maanden elke week doe. Zonder te kijken pak ik een bundel uit één van mijn boekenkasten vol poëziebundels. Vandaag is dat ‘Gedichten 1977-1999’ van Toon Tellegen (1941) uit 2000. Opnieuw opende ik de bundel op een willekeurige pagina en daar op pagina 79 staat het gedicht ‘Ovidius’. Ernaast op pagina 78 staat het gedicht ‘De mug’. Nu heb ik al iets met muggen als in het leukste en kleinste poëziemagazine van de Lage Landen (die iets op zich laat wachten want de distributeur heeft een vergissing gemaakt maar heeft beloofd dat #34 er snel komt) dus alleen hierom al vind ik dit een fijn gedicht, maar dit plaatste ik al eens op dit blog. Daarom toch gekozen voor het gedicht ‘Ovidius’ dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘De aanzet tot een web’ uit 1981.
.
Ovidius
Als de ochtend komt met nevels en geschreeuw
en de honden van de slaap zijn hongerig weggeslopen,
dan schrijft hij
met zijn eigenaardig zoete pen
een brief aan zijn vijand, de meest verhevene.
Hij schrijft:
‘Er is geen plaats in mij voor nog meer wonden.’
.
Op zijn dak hoort hij het trippelen
van een barbaarse mus.
.
Zo wordt u gelukkig
Billy Collins
.
Billy Collins (1941) is een Amerikaanse dichter die van 2001 tot 2003 Poet Laureate (dichter des vaderlands zeg maar) van de Verenigde Staten was. Hij was een vooraanstaand professor aan het Lehman College van de City University of New York tot 2016. Collins werd in 1992 erkend als een Literary Lion van de New York Public Library en werd van 2004 tot en met 2006 verkozen tot dichter van de staat New York. In 2016 werd Collins opgenomen in de American Academy of Arts and Letters . Sinds 2020 is hij docent in het MFA-programma aan Stony Brook Southampton.
Billy Collins wordt als dichter in Nederland zeer gewaardeerd. Dat blijkt uit het feit dat Kees van Kooten in 2010 een vertaling van zesentwintig van de meest exemplarische gedichten van Collins bundelde in ‘Zo wordt u gelukkig‘. En dat dichter Ingmar Heytze een groot bewonderaar is van de poëzie van Collins. Overigens werd ook hij door Kees van Kooten geattendeerd op zijn bestaan door voornoemde bundel (net als ik).
In een recensie van deze bundel schreef een recensent van het Dagblad van het Noorden: ‘Van Kooten laat zien dat humor in de literatuur zeer serieus genomen dient te worden en bezorgt zijn lezers daarmee urenlang leesplezier.’ Alle reden dus om een gedicht van Collins in vertaling van Kees van Kooten hier te delen. Ik koos voor het gedicht ‘Vanishing point’ in vertaling ‘verdwijnpunt’. Alle gedichten staan in twee talen naast elkaar in de bundel maar ik plaats hier alleen de vertaling.
.
Verdwijnpunt
‘Ik wil Parijs verbijsteren met een appel.’
-Paul Cézanne
.
U dacht dat het niet meer was dan een potloodstip
zoals academiestudenten midden op het doek plaatsten
voordat zij aan de schuur, de koeien en de schoven begonnen,
.
of anders het punt waar de treinrails samenkomen,
de plek waar machinisten naar turen vanuit hun cabine
die door de zinderende prairie
de dimensie uit dendert.
.
Maar hier sta ik op het verdwijnpunt
terugkijkend naar alles wat mij inzoomt,
schuren, koeien, rails, hooibergen, boeren, de hele mikmak
slinkend tot alles hier in dit gaatje verdwijnt
alsof het wordt aangetrokken door een horizontale zwaartekracht.
.
Ik ben de catcher achter de thuisplaat van de wereld,
de wetenschapper die een lekje in de werkelijkheid onderzoekt.
.
Ik zie hoe de geschiedenis van de bouwkunst zich oplost
in louter rechte lijnen die zichzelf ontvluchten
als mannen die vlam hebben gevat.
Alle standbeelden sinds Phidias komen hier samen.
Stel u een tijdperk voor dat al zijn eigen feiten
uit de encyclopedie kan verzwelgen.
.
Ik ben beland in de meetkundige hemel
waar elke ooit gestarte lijn zou willen zijn.
Hier verdwijnen zelfs uit tekeningen de verdwijnpunten.
En als u mij niet gelooft, moet u maar eens
kijken waar het perspectief van uw garage eindigt.
.
Wel eens gehoord van de appel die P{arijs verbijsterde?
Dit is hier de neus van de mier die het universum opsnoof.
.
Genoeg
Theo Olthuis
.
Op 3 april verschijnt ‘Tongval van het verdwijnen’ de tweede klimaatdichtersbundel. In deze nieuwe verzameling gedichten van de Klimaatdichters, zoeken vijftig dichters de grenzen van de taal op om dier, plant, schimmel en bacterie een stem te geven. Waarom een groot aantal dichters, woordkunstenaars en spoken-word artiesten zich hebben verenigd in de Klimaatdichters (waaronder ikzelf) mag inmiddels wel duidelijk zijn. De laatste 10 jaar waren de warmste jaren ooit gemeten en wat dat voor consequenties heeft is duidelijk (al zijn er altijd mensen die dit ontkennen, niet gehinderd door enige vorm van kennis).
Toch is het besef dat de wereld risico loopt niet nieuw. In 1968 werd de Club van Rome opgericht en in 1972 bracht deze club het rapport ‘De grenzen aan de groei’ uit. Een alarmistisch rapport waarin al een verband werd gelegd tussen economische groei en de gevolgen hiervan voor het milieu. Hoewel het rapport veel aandacht kreeg en er in de afgelopen 50 jaar wel degelijk actie is ondernomen blijkt dat de mens nog altijd achter de zaken aanloopt.
Dat er destijds ook al oog was voor het milieu (en altijd is geweest) bleek mij opnieuw toen ik in ‘Roltrap naar de maan” Nederlandse kinderliedjes vanaf 1950, voor kleine en grote mensen, uit 1995 aan het lezen was. In het hoofdstuk ‘Anders loopt het in de soep’ liedjes over de wereld, staat een liedtekst van Theo Olthuis (1941-2024) schrijver en dichter. Olthuis schreef heel veel boeken en bundels voor kinderen en volwassenen, theaterstukken, aforismen, scenario’s en liedteksten voor televisie (onder andere voor Sesamstraat en Het Klokhuis).
Ook schreef hij teksten voor volwassenen zoals een liedtekst in deze bundel uit 1990 voor Herman van Veen. Het lied verscheen destijds als CD-single. De tekst doet nu heel lief aan, er is weinig alarmistisch aan maar ik vraag me af of, als Olthuis een dergelijk lied opnieuw had geschreven, dat nu opnieuw zo lieflijk zou zijn geweest.
.
Genoeg
.
Er is op iedereen gerekend
De aarde is gastvrij
Eén grote ronde tafel
Pak een stoel en kom erbij
Tast maar toe, wees niet bang
Er is genoeg voor iedereen
Schep maar op en ga je gang
.
O ja, ‘k zou het haast vergeten
Eén ding moet je even weten
Anders loopt het in de soep
Dan gaat het helemaal mis
Er is genoeg voor iedereen
Maar neem niet meer dan nodig is!
.
Mijn vader
Wim Hofman
.
Gisteren was Wim Hofman (1941) jarig en werd 85. Een mooie leeftijd en ik feliciteer hem van harte. Wim Hofman is vooral bekend als kinderboekenschrijver, illustrator maar ook als dichter. In MUGzine #12 was hij met een aantal gedichten vertegenwoordigd (samen met werk van Jana Beranová, Amina Belôrf en Anton Korteweg) en ik weet nog dat ik vereerd was dat hij mee wilde werken. Wim heeft een enorm oeuvre bij elkaar geschreven en getekend en ik las hem als kind al zelf en later voor aan mijn kinderen. Dat hij ook prachtige poëzie schreef daar kwam ik pas veel later achter.
Wim is veel gehuldigd en geprezen voor zijn werk, zo won hij twee gouden griffels, twee gouden penselen, drie zilveren griffels, de Zeeuwse boekenprijs, de Theo Thijssenprijs, de Zeeuwse prijs voor Kunsten en Wetenschappen en de Max Velthuijs-prijs. Reden des te meer om hier een gedicht van zijn hand te plaatsen, zodat nog meer mensen op het spoor van (vooral) de dichter Wim Hofman worden gezet.
In literair tijdschrift Tirade jaargang 44 uit 2000 verschenen een aantal gedichten van zijn hand. Ik nam ik het gedicht ‘Mijn vader’ dat hij schreef over zijn toen 90 jarige vader, met wat mij betreft de mooiste zinnen aan het einde van het gedicht.
.
Mijn vader
.
Omdat ik schrijf
Roger de Neef
.
In 2021 schreef ik over een nieuwe dichter die ik had ontdekt. Voor mij was het een nieuwe dichter, niet voor Vlaanderen, daar was Roger M.J. de Neef (1941) al vele jaren lang een gevestigde naam in de poëzie. Daarna kwamen gedichten van zijn hand terug op dit blog. Een liefdesgedicht, een gedicht over een kindertekening en natuurlijk als deelnemende dichter aan MUGzine nummer 22 (2024).
Bij mijn ontdekking van Roger de Neef schreef ik over hem: “De Neef schrijft een sterk mythische poëzie die de rituele en archetypische dimensies van het bestaan poogt te doorgronden; vooral de plaats van het individu in de maatschappij en zijn afhankelijkheid van het verleden komen hierbij aan bod. Zijn poëzie maakt een hermetische indruk, mede door de vaak duistere beeldspraak en de elliptische of ongrammaticale zegging”.
Maar Roger de Neef heeft ook een geëngageerde kant. In de bundel ‘Wie nu zwijgt moet alles vrezen’ waar ik al eerder over schreef, is in het hoofdstuk dat handelt over het indelen van mensen op basis van huidskleur, het gedicht ‘Omdat ik schrijf’ opgenomen. Nog steeds in zijn geheel eigen stijl maar wel uitgesproken.
.
Omdat ik schrijf
.
Omdat ik schrijf
De dingen aanraak en benoem
Word ik voor een paria aangezien.
.
’s Avonds wanneer ik
Door de straat loop
Voel ik het voluit:
Ik ben dan vollediger
Want mijn lichaam
Bestaat uit vele soorten mensen.
.
Kijk maar
Als ik snel genoeg
Om mijn as wentel
En van continent verander
Worden al hun kleuren
Wetmatig wit als ik
.
Van woede wit.
.
Moed houden moet
Toon Tellegen
.
In de boekenwinkel kwam ik een wonderlijke, grote dichtbundel tegen, een bloemlezing getiteld ‘Maar geen bestemming’ gedichten over de oude dag uitgegeven door het PoëzieCentrum in 2024. In deze bloemlezing zijn gedichten opgenomen die het eenzijdige beeld van een trieste oude dag bijsturen, zonder daarom de realiteit van het ouder worden te verbloemen of te negeren. De dichters die zijn vertegenwoordigd weten waarover ze spreken. Hun verzen zijn het werk van de eigen oude dag, geschreven in een fase van het leven waarin wat in het verschiet ligt onvermijdelijk korter is dan wat was.
Ik word altijd wel blij en vrolijk van dit soort bundels. Niet voor niets proberen wij in MUGzine behalve jong en nieuw talent ook een open oog te hebben voor dichters die wat in de vergetelheid zijn geraakt of waar wat minder aandacht voor is maar die zoveel kwaliteit te brengen hebben.
In deze bloemlezing is werk opgenomen van dichters als Gerrit Kouwenaar, Cees Nooteboom, Toon Tellegen, Leo Vroman, Judith Herzberg, Antjie Krog, Mark Insingel, Stefan Hertmans, Esther Jansma en Hester Knibbe. Ik koos voor het prachtige gedicht ‘Moed houden moet’, een gedicht met een heel positieve kijk op het ouder zijn en het leven van Toon Tellegen (1941).
.
Moed houden moet
.
Als je oud bent ben je altijd oud geweest,
als je jong bent zul je altijd jong blijven,
maar als je dood bent ben je alles,
en elke dag iets anders
.
kinderen hollen naar buiten en roepen:
‘Moed houden! Wij gaan moed houden!’
.
Ik sta in de deuropening en zie ze verdwijnen,
ik heb het koud en denk:
moed houden moet, het is het enige wat werkelijk moet…
.
het is een dag als alle andere en ik ga weer naar buiten,
ik heb nog één seconde te leven.
.
dichter over dichter
Hanna Kirsten over Marleen de Crée
.
In de laatste bundel van Hanna Kirsten (1947) getiteld ‘Voetafdruk van stilte‘ staat een gedicht voor Marleen de Crée (1941-2021). Marleen de Crée leerde ik kennen toen we haar voor MUGzine #6 in 2021 vroegen. Ze reageerde meteen enthousiast en haar gedichten die ze inleverde rond het thema ‘Insomnia’ waren zo goed gekozen en geschreven. Ik was dan ook verrast en verdrietig toen ik vernam van haar zelf verkozen dood samen met haar man Jean.
Het gedicht ‘voor marleen de crée ‘met een zacht potlood’ wordt in ‘Voetafdruk van stilte’ voorafgegaan door woorden van Marleen: “De stilte, Hanna, is het woord willen en zonder het woord kunnen we niet zeggen dat we de stilte liefhebben’.
.
voor marleen de crée ‘met een zacht potlood’
.
vita vita
leven en lezen
met de nadruk op geen van beide
en het hart op alle twee
.
oktober is wachttijd
verwaaid blijven liggen
in het wit tussen de regels
.
fluisterlicht
verloren woorden die jou
in de stilte van het water
hoorbaar maken
sybilla legt warme vleugels
rond mijn stem
druppelpunt is raakpunt
wortels in de grond
.
uit jouw stilte
groeien woorden
rozen en rozen.
.
Stof
Marc Reugebrink
.
In 2021 overleed dichter Remco Ekkers (1941-2021) en naar aanleiding van zijn overlijden schreef ik toen een stuk op dit blog. Omdat het een belangrijke dichter was en in het bijzonder omdat ik zijn visie op poëzie deel (zie dit bericht). Deze maand was ik in Barneveld en daar kocht ik de bundel ‘Om honing gaat het niet’ uit 2023 van de in Vlaanderen woonachtige schrijver, essayist en dichter Marc Reugebrink (1960).
In deze bundel wordt uit alle macht gepoogd om te ontkomen aan het verlies, dat desalniettemin onvermijdelijk en alomtegenwoordig is. Dat lees ik op de achterkant van de bundel. In de bundel staan dan ook een aantal in memoriams. Voor Georges Henry, Ernalien Reugebrink, Koenraad Goudeseune en ook voor Remco Ekkers. Het gedicht ‘Stof’ i.m. Remco Ekkers wil ik hier met jullie delen in de rubriek Dichters over dichters.
.
Stof
.
We moeten door de stof, zei je,
maar zweeg over wat volgen zou.
.
Soms moet men een dode iets anders
laten doen dan een dode nog maar kan.
.
Je bijvoorbeeld tegenkomen in het park
en praten over regenwolken en daarna.
.
Of zwemmen in een meer in plaats van in de zee.
.
Terugroepen heeft geen zin, zeg ik,
stof is stof, ook na de regen.
.
En op de oever van het meer
spoelt als vanouds niets aan.
.
Maar ik zie je staan, toch, heel
even, alsof je wegkijkt over zee.
.















