Categorie archief: Meander
Lang verwacht
Een nieuwe MUGzine
.
We hebben er even op moeten wachten (wat problemen met de distributeur) maar hij is er! De nieuwe MUGzine, editie 34. En in deze nieuwe editie staat weer veel moois, zoals poëzie van Dorien De Vylder, Masja Vrijland en Hanna Kirsten (de Meanderdichter van deze editie). Maar ook een korte Muggencolumn van Karel Feenstra, natuurlijk een kakelverse Luule en uiteraard wordt dit alles voorafgegaan door weer een poëtisch voorwoord van onze redactiefilosoof Marianne. De kunst is dit keer van een oude (jonge) bekende namelijk Marilou Klapwijk die eerder al als dichter een bijdrage leverde.
Wil je nu, als ware poëzieliefhebber, dit moois graag op papier ontvangen, dan kan dat. Word jaardonateur en je ontvangt 5 x per jaar een nieuwe MUG via de post in je brievenbus. Als nieuwe donateur krijg je van ons nog een leuk extraatje. Donateur ben je al voor € 22,50 per jaar. Voor dat bedrag koop je een dichtbundel of krijg je 100 pagina’s poëzie en illustraties/kunst via de MUG.
Een van de dichters die dit keer in de nieuwe MUGzine staat is de Vlaamse Dorien De Vylder (1988). Zij is dichter en apotheker. Haar debuut ‘Vertraagd stilleven’ (2017) werd gevolgd door ‘Heerlijk afgebakend eindeloos’ (2020). Ze bracht haar poëzie al op het podium van onder meer Kunstenfestival Watou, Felix Poetry Festival en Dichters in de Prinsentuin, maar ook op boten, in roze caravans en in gevangenissen. In 2020 won ze de publieksprijs van Cultuurlaureaat Lochristi. Als voorproefje hier het gedicht ‘Alles is er’ dat verscheen in literair tijdschrift DB W.
.
Alles is er
.
Er is water. Het stroomt niet
onder een pier. Het stroomt niet. Het stroomt niet onder een pier
die er is, maar niet wordt bewandeld door mensen
die er zijn. Het water draagt geen schepen,
voert geen handel, geen piraterij,
huisvest geen zeemeerminnen, dolfijnen of boodschappen in flessen.
Het is er. En al het overige vermelde ook.
Er is droog land. Er is water. Er zijn levende wezens
maar ze raken elkaar niet aan.
Ze zijn er, het droge land, het water, de levende wezens.
Alles is er. Om in liefde en vruchtbaarheid te voorzien.
.
Berkenbosch
Elly de Waard
.
Dichter Elly de Waard (1940) schreef in haar werkzame leven al meer dan twintig dichtbundels, en als er een ding over gezegd kan worden dan is het wel dat de liefde een van de belangrijkste, zo niet hét belangrijkste onderwerp in haar poëzie. Het verlangen naar de geliefde, de idylle van het samenzijn, de pijn van het niet-samenzijn, het verdriet na de breuk, en daarnaast het lichamelijke, het zinnelijke, het sensuele.
De Waard schreef honderden gedichten over de liefde. Maar wat tot nu toe nog niet bekend was, is dat vele daarvan geïnspireerd waren door of geschreven voor een zekere C., van wie de identiteit en sekse onbekend blijft. Uit haar omvangrijke oeuvre heeft De Waard nu een selectie gemaakt van deze gedichten in de bundel met de veelzeggende titel ‘Liefdesgedichten’ die eerder dit jaar verscheen.
Op de website van Meander schrijft Ali Şerik in zijn recensie van deze bundel: “De gedichten van De Waard zitten vol ritme en cadans. De dichtregels sluiten op elkaar aan als het bouwmodel van de liefde. Veel gedichten zijn opgebouwd uit disticha. Bovendien beheerst zij de kunst van het afbreken van regels uitstekend. De meeste gedichten hebben geen titel en bestaan uit korte dichtregels die de lezer moeiteloos door het gedicht voeren. Haar toon is zuiver en zorgvuldig. Zij wil begrepen worden en werpt geen raadsels op.”
In deze bundel staat ook het gedicht ‘Berkenbosch’ dat oorspronkelijk verscheen in haar bundel ‘Onvoltooiing’ uit 1988 en het is opgenomen op haar persoonlijke website.
.
Berkenbosch
.
Zij haalde adem, als naalden
die diep door een stof
getrokken worden en regelmatig
ondergedoken is haar draad.
Wij sliepen onder de hanebalken,
het gevlekte, houten hobbelpaard
stond goeiig wakend in een hoek,
de ijsbeer op de grond droeg
op zijn kop mijn muts van bont. Ik was
je lading, lieveling, ik sprong
terwijl het vroor op je wagon, ik
stookte je vuur en samen stoomden
wij de zomen van de nacht langs en
het uur. O nooit moe van met het oog
van de naald van doen te hebben, naait haar
ademen haar slaap steeds vaster toe.
.
Nieuwe MUG
Editie 34
.
De nieuwe editie van MUGzine, editie 34 alweer, komt eraan. Dit keer met de dichters Hanna Kirsten (de Meanderdichter deze keer), Masja Vrijland en Dorien De Vylder. Een Muggedicht dat niet echt een gedicht is maar een minicolumn, van Karel Feenstra, een dagverse Luule, een poëtisch voorwoord en kunst van Marilou Klapwijk.
Natuurlijk komt ook deze editie gratis op de website van MUGzine, maar de ware poëzieliefhebber wil zo’n poëtisch kleinood natuurlijk gewoon in handen hebben en lezen. Dat kan. Word donateur voor maar € 22,50 per jaar en ontvang 5 edities (nummers 31 t/m 34 en later dit jaar #35) en altijd een leuk extraatje. Interesse? Stuur een mailtje naar mugazines@yahoo.com Hiermee steun je ons en kunnen wij oudere, jonge, talentvolle en gearriveerde dichters in het zonnetje blijven zetten en illustrators en kunstenaars een plekje bieden om hun werk te laten zien.
Eén van de deelnemende dichters uit # 34 is Masja Vrijland (1971). Masja Vrijland studeerde Taal- en Cultuurstudies en is actief op verschillende poëziepodia. Regelmatig treedt zij op met voordrachten uit eigen werk, zoals tijdens de Kunstschouw Ellemeet, alternatief muziekfestival Midgard, Nacht van het boek of Literaire wandeling Tilburg. Ze maakte deel uit van een voorleestheater dat eigen werk voordroeg in Tilburg, Amsterdam en Nijmegen. Eerder publiceerde zij in literaire tijdschriften zoals Op Ruwe Planken, Hollands Maandblad, Meander, Meelij & Afschuw, korreltje Zeezout, De poëzie lacht op straat, gebeitelde gedichten in Tilburg. Haar bundel ‘Het huis’ kwam uit bij Consulaat der letteren. Haar nieuwe bundel ‘Straks vertrekt onze trein’ is in voorbereiding. Als voorproefje het gedicht ‘Amulet’ (niet in de nieuwe MUGzine).
.
Amulet
.
Zeg nou maar gewoon wat er gebeurde
en leg het af tegen een veer
vertel hoe ik ether kocht op bestelling
en aan mijn vader gaf zodat de woestijnbaby’s
ongemerkt in een emmer uitdoofden
zoals hij mijn band plakte
of een haanhoofd afzaagde met ons broodmes
voor de wedergeboorte van zijn nieuwe haan
terwijl ik mijn oor tegen de schuurdeur hield
in het dons ploften ’s nachts jonge kevers
die onder het zaagsel vandaan kropen
in mijn wilde kamer als zandzakken uit
luchtballonnen naast mijn schuldige hoofd
ik wil niet dat je zwijgt
getuig tegen mij
zonder balsem van magisch spreken
ik heb geen scarabee nodig
om mij te behouden
.
De lente komt
Ali Şerik
.
Afgelopen week moest ik in de bibliotheek van Utrecht zijn en wanneer ik daar ben loop ik altijd even naar de poëzie afdeling. Om wat tijd te doden nam ik plaats op een deel van de tijdschriften en krantenafdeling op de tweede verdieping en las ik het tijdschrift ‘Schreef’ proza en poëzie door en voor liefhebbers, uitgegeven door Taalpodium, een vereniging van ruim honderd (vrijetijds-)schrijvers en -dichters, waarvan diverse leden hun sporen verdiend hebben met het winnen van dicht- en verhalenwedstrijden, anderen met de uitgave van dichtbundels, verhalenbundels en romans.
In ‘Schreef’ dat vier keer per jaar verschijnt staat poëzie van allerlei dichters die niet of vaak nog maar net gepubliceerd zijn, opgenomen met een gedicht. Een van die dichters is Ali Şerik (1962). Deze uit Turkije afkomstige dichter publiceerde in Turkije drie dichtbundels en in Nederland inmiddels 5 bundels waaronder ‘De zachte veren van de tijd‘ uit 2024.
Voor het Nationale Boekblog schrijft hij van maart 2012 tot augustus 2013 elke vrijdag een gedicht. In 2024 begint hij hier opnieuw mee, nu maandelijks met een gedicht. Op dit moment publiceert hij ook regelmatig gedichten in het blad ‘Dichter’ van Plint. Ook is Ali recensent voor Meander.
In de ‘Schreef’ is het gedicht ‘De lente komt’ van zijn hand opgenomen. En hoewel de zomer bijna een feit is, toch een toepasselijk gedicht voor deze tijd van het jaar.
.
De lente komt
.
Wat zeker is, is dat de lente komt.
Of wij lief voor elkaar zijn
of het tegendeel proberen te bewijzen
de lente komt sowieso, als een eigenwijze kleuter.
.
De kou van de winter ontdooit
bomen schudden zich wakker
de leeuwerik is weer terug om te zingen.
De lente komt als vechtende meerkoeten.
.
De aarde ontwaakt met spinnen en vleermuizen
houten vogelnestjes worden schoongemaakt
winterjassen krijgen een stille plek.
De lente komt als de vleugels van zwanen.
.
Zaad voor nieuw leven ontkiemt
geschreeuw van kinderen steekt de straat over
iemand kust iemand vol op zijn of haar mond.
Wat zeker is, is dat de lente komt.
.
Luminale fase
MUGzine #32
.
De donateurs hebben als het goed is vandaag of gisteren de nieuwste uitgave van het meest eigenwijze en meest particuliere poëziemagazine van de lage landen in de bus gekregen. Dit keer was de richting ‘De luminale of liminale fase fase’. Uit het voorwoord van onze redactiefilosoof: ‘Wat als wij de uitkomst zijn van een aardverschuiving die nog plaatsvinden moet, de landing van een vlucht naar voren drie seconden voor het nu’.
Met poëzie van Katelijne Brouwer (1966), Lies Wullaert en Meanderdichter Annet Zaagsma (1971). Of wat te denken van de illsutraties van de jongste kunstenaar tot nu toe Pseudowight (2002). Natuurlijk de vaste rubriek, de Luule op de achterzijde maar vooral veel poëzie. Heb je #32 al in huis? Veel leesplezier! Wil je 5 keer per jaar MUGzine ontvangen per post? Word dan donateur voor maar € 22,50. Daar koop je tegenwoordig bijna geen dichtbundel meer voor.
Voorproefje? Natuurlijk. Van de allereerste Meanderdichter Annet Zaagsma het gedicht ‘Koe’ uit haar derde bundel ‘Opgelet. Het materiaal moet ademen’ uit 2022.
.
Koe
.
dit maatwerk polyester kunstdier
is een aanwinst voor uw bedrijf, school of organisatie
zoals een cabriodak appelluizen tegenhoudt
kosmonauten zweefafval eten
groenoogdazen liefst vezels van palmbladeren
een mantelmeeuw met eetlepel
uw klittenbandfixatie kan ontwarren
vult zij transparante containers met rauwe gehaktballetjes
die zij van zichzelf aanprijst. kniesoor
dit is spelen voor volwassen onderwereldfiguren
in het dagelijks leven bezig met niets
dan geluidsoverlast voorkomen
mijn computer zegt: alles begint met melk
de wereld is drijfhout
aan uw voeten
.
Fries en fruitig
Tsjêbbe Hettinga
“Wat was die man goed” schrijft Hans Puper in 2017 in zijn recensie op de website van Meander, van de bundel ‘Het vaderpaard / it faderpaard‘ uit 2017 van de Friese dichter Tsjêbbe Hettinga (1949-2013). Hettinga behoort ongetwijfeld tot de grootste dichters die Friesland heeft voortgebracht. Hij paarde een uniek taalscheppend vermogen aan een even uniek voordrachtstalent, waarmee hij zijn toehoorders steeds weer wist te betoveren.
Ik las in het magazine Mezza van maart 2025 een kort interview met (toen nog) voormalig dichter des vaderlands Tsead Bruinja (1974) over het Fries (zijn taal). Bruinja antwoord op de vraag wat zijn favoriete Friese boek is: “De gedichtenbundel Het vaderpaard of in het Fries It faderpaard van Tsjêbbe Hettinga. Hij had beperkt zicht, en toch nam hij je mee in de meest beeldende, liefdevolle, ruige en speelse gedichten.”
De meeste vertalingen in deze bundel zijn gemaakt door Hettinga en Benno Barnard. De gedichten die Hettinga niet zelf letterlijk voorvertaalde, zijn door Tsead Bruinja en Teake Oppewal samen met Barnard naar het Nederlands vertaald. Tsjêbbe Hettinga (1949-2013) kreeg als Fries dichter internationale bekendheid, mede na een fameus optreden op de Frankfurter Buchmesse (1993).
In 2001 kreeg hij de Friese prestigieuze Gysbert Japicxprijs voor zijn zevende dichtbundel ‘Fan oer see en fierder’ uit 2000. Een deel van zijn werk is al eerder met een Nederlandse vertaling verschenen. Uit de bundel die je in full text kunt vinden op het web, nam ik het gedicht ‘Nieuwe lente’ of (en) in het Fries ‘Nije maitiid’.
Nieuwe lente
de bomen rond
de boerenerven
dragen nu meer macht
dan het nieuwerwetse proletariaat
dat mijn dorp bezeilt
en mijn land verhardt
want de bladeren en de bloemen
baden in de zon en
veranderen het landschap
er komt geen hand aan te pas
.
Nije maitiid
de beammen om
de boerehiemen hinne
drage nomearmacht
asit nijmoaderige proletariaat
dat myn doarp besylt
enmyn lân ferhurdet
want de blêden en de blommen
baaie yn ’esinneen
feroarjeitlânskip
sûnderien hântaast
.
Wij zitten, lul ter hand
Piet Gerbrandy
.
Over de Haagse dichter, classicus en poëzie-criticus Piet Gerbrandy en zijn manier van dichten schreef ik al eerder. Zijn poëzie wordt in verband gebracht met de stroming van hermetische poëzie in het Nederlands taalgebied (samen met andere vertegenwoordigers van deze stroming als Hans Faverey, Cees Nooteboom en Kees Ouwens).
Joris Lenstra schrijft over hermetische poëzie op de website van Meander: “Hermetische poëzie richt zich op de manier waarop mensen lezen, en hoe ze dat wat ze lezen, waarnemen en verinnerlijken. Er komen woorden op de lezer af die geen samenhang vertonen. Er rolt geen verhaal uit. Het is moeilijk, ontoegankelijk en levert dus geen rechtstreekse beloning op. Maar door geconcentreerd te lezen, door betekenissen van woorden op te zoeken, door te herlezen en zodoende in de tekst te duiken, worden bepaalde samenhangen voor de lezer zichtbaar. En zo ontrolt er zich toch een verhaal met een boodschap. Alleen gaat het verhaal hier gepaard met duurzame ervaringen, omdat de lezer moeite heeft moeten doen om er te komen.”
En ook: “De kracht van hermetische poëzie schuilt in de manier waarop taal de zintuiglijke waarnemingen bespeelt. Deze poëzie is vormgericht en vertoont in eerste instantie vaak weinig samenhang. De woorden moeten op een andere manier begrepen worden en hun samenhang verkrijgen.”
In de bundel ‘Nors en zonder haten’ (1999) is een gedicht opgenomen dat opvalt door de eerste zin. Wanneer je zo’n zin leest krijg je meteen zin om de rest van het gedicht tot je te nemen. Ik lees er allerlei verwijzingen in, van filosofen en grote denkers tot reïncarnatie, kunst, de venus van Milo en de tegenstelling tussen man en vrouw. Wanneer je met zo weinig woorden, die bij een oppervlakkige lezing (nooit doen bij hermetische poëzie of welke poëzie dan ook) willekeurig bij elkaar gezet lijken te zijn, zo veel beelden en ideeën kan oproepen, dan ben je een groot dichter. Alle reden dus om dit gedicht hier te delen.
.
Wij zitten, lul ter hand, op rug
van wijzen danig om ons heen
te denken.
Zo vinden wij de boomgrens
goed geregeld en waarderen
wij ontbreking van de dood.
Dat er de vrouw bestaat
met rondingen van zachtst
graniet, geen koude hoeken
van een zeer kristal, geen
snijdend erts, maar magma
zonder weerga, zint.
Ook dat zij vaak wel weet
waarom iets is.
.















