Site-archief
Tussen hemel en aarde
Leo Mesman
.
In de bundel ‘Tussen hemel en aarde’ uit 2013 heeft Gerrit Komrij ‘vignetten, voetnoten en verzuchtingen over de poëzie’ opgeschreven. een zeer informatief en vermakelijk boek over poëzie. Zo schrijft hij over een vers van Leo Mesman, getiteld ‘Op de poëzij’ dat je hieronder kan lezen: “het vers mag krom zijn maar de observaties zijn terecht. Het gekibbel der poëten kent geen einde. En je doet er maar het beste aan ervan te genieten, zoals je ook kunt genieten van al het vals gevlei en de jaloezij in de showbiz-wereld of de voetballerij. Wat mij betreft zouden ze morgen moge starten met een RTL Boulevard voorde poëzie (gelukkig ben ik a-typisch).”
Ik merk dat het lezen van beschouwende en inhoudelijke boeken over poëzie me op nieuwe ideeën en inzichten brengt en, niet onbelangrijk, heel erg leuk zijn om te lezen. Zo schrijft Komrij dat hij het gedicht tegenkwam op de website van Leo Mesman (1949). Natuurlijk ben ook ik daar een kijkje gaan nemen en wat blijkt? Zijn blog (want dat is het feitelijk, net als dit blog) is een bron van gedichten in allerlei vormen en verdeeld in vele categorieën. Voor de liefhebber zeker een aanrader om daar eens te gaan kijken. In het gedicht waarover Komrij (1944-2012) schreef ‘Op de poëzij’ komt hij zelf ook aan het woord.
.
Op de poëzij
.
‘Poëzie, ’t is maar aanstellerij’,
zegt de dichter Komrij.
Maar net al hij ben ik toch blij:
het brengt leven in de brouwerij.
.
Niet alleen de poëzij!
.
Je krijgt er ook nog gratis
het gekibbel bij,
met vals gevlei en jaloezij:
‘wie kijkt er meest naar mij?’
.
19 jaar en 1 dag
Remedie
.
Ik kwam er vandaag achter dat ik gisteren, 19 jaar geleden ben begonnen met dit blog. De aanleiding was de voorgenomen publicatie van mijn debuutbundel ‘Zichtbaar alleen‘ die ik samen met kunstenaar en fotograaf Ruben Philipsen maakte. Grappig om dat eerste bericht terug te lezen, opgesteld in de derde persoon enkelvoud, alsof het over iemand anders ging dan mijzelf. Indertijd had ik geen idee waar ik aan begon. Ja een dichtbundel maken en laten uitgeven, dat was duidelijk maar een blog? Mijn uitgever Henriëtte Faas zei dat het een goed idee was om op die manier wat aandacht aan de bundel te besteden. En omdat ik wilde dat de bundel een succes zou worden ben ik gaan bloggen.
Nu 19 jaar en 1 dag later blog ik nog steeds. Als sinds ruim 17 jaar elke dag. Over poëzie, je kunt tenslotte maar zoveel kwijt over een dichtbundel, al zijn er in de loop van de tijd wel vier aan toegevoegd: ‘Je hebt me gemaakt met je kus‘ (met Alja Spaan), ‘Zoals de wind in maart graven beroert‘, ‘Winterpijn‘ en ‘XX-XY‘ waarvan de laatste twee als E-bundel. En natuurlijk heb ik al lang weer genoeg gedichten geschreven om een nieuwe bundel te vullen, en die staat ook op de planning maar de tijd ontbreekt me momenteel om hier iets mee te doen (komt nog).
In de afgelopen 19 jaar (en 1 dag) ben ik me meer en meer gaan toeleggen op het schrijven over poëzie, en alles wat maar een beetje met poëzie te maken heeft of er tegen aan schuurt. Een blik op de categorieën geeft dat goed weer, en ik zou er zo nog tien of twintig categorieën aan toe kunnen voegen maar ik probeer het te beperken. Tegenwoordig weten ook uitgeverijen mij te vinden en sturen me dichtbundels toe, die ik heel graag recenseer.
terugkijkend kan ik alleen maar tevreden zijn over de ontwikkeling van dit blog. Met bijna 500 vaste abonnees en inmiddels bijna 6000 blogberichten, meer dan 2 miljoen boeken en meer dan 1 miljoen bezoekers denk ik dat ik voor veel mensen iets breng dat ze waarderen. En dat is waar ik het voor doe, mijn liefde voor poëzie delen. Geen blogbericjh zonder gedicht, en naar aanleiding van dit bericht koos ik voor het gedicht ‘Remedie’ van dichter Harmen Wind (1945-2010) uit de bundel ‘Plaatselijke tijd’ uit 1997. Vooral door de eerste zin van de tweede strofe. En voor papier mag je ook dit blog lezen.
.
Remedie
.
Tegen de angst. Al wat ik schrijf
weerstaat mijn wanhoop, elke zin
waaraan ik ademloos begin
jaagt mij de stuipen van het lijf.
.
Want op papier ben ik niet bang.
Hier gelden vastgestelde wetten
die mij uit razernij ontzetten
en redden van de ondergang.
.
Kunst zet het leven naar zijn hand,
brengt het terug tot dunne lijnen
die zich, tegen verval bestand,
tot het verstilde beeld verfijnen
van windfiguren in wit zand
waarin ik veilig kan verdwijnen.
.
Ruisen van berken, een recensie
Jan Kleefstra
.
De Friese dichter Jan Kleefstra (1964) is geen onbekende, zo stond hij in MUGzine #30 en ik schreef al eens eerder over hem op dit blog. En nu is er een nieuwe bundel van hem gepubliceerd bij uitgeverij Aspekt met als titel ‘Ruisen van berken’.
De bundel is netjes uitgegeven met een omslagafbeelding van een berkenbos van Christiaan Kuitwaard. De bundel kent geen hoofdstukken en de gedichten hebben geen titels.
Het openingsgedicht lijkt een soort mantra voor de bundel te bevatten:
.
Fluister maar niet
in al dit gedruis ga je toch verloren
.
zo nu en dan een klein woord ertussendoor
.
wind heeft tijdenlang nodig de op hoge
stelten vertrokken verzen neer te halen
.
hier en daar als zaad neergestrooid
halen ze de oneindigheid niet
.
maar als je hier zo graag wilt leven
.
heb nog een beetje geduld
.
In dit gedicht maar dit is in vrijwel alle gedichten het geval, verhoudt de dichter zich tot de natuur. En dan niet alleen de natuur van de berken in de titel (maar daarover later meer) maar allerlei vormen van natuur; vogels (ik noteerde de zwaluw, de lijster, de gans, de leeuwerik, de stern, de havik, de raaf, de spreeuw en de meeuw), het weer (regen, wind, wolken, mist) maar ook het leven in een dorp (het uitzicht, de beperkingen van een dorp, de weilanden, het bos) en de seizoenen (en dan vooral de winter).
De dichter neemt je mee in zijn wereld, en beschrijft deze in een mix van de genoemde onderdelen: “pas dan schudt ook de wind haar veren” of “licht dat een wulp meebracht”, “dat zwaluwen een dag langer / de winter zacht maken” of “het vogelarm sjouwen van de voortjagende hemel”.
Wat verder opvalt is het ontbreken van de mens in de gedichten. Er is een ik van waaruit indrukken en ervaringen worden gedeeld en benoemd, de dichter die alles ziet, in zich opneemt, hoort en weergeeft in poëzie. Ik weet niet of dat het is dat de gedichten mij tot rust brengen, of dat bij elk gedicht de lezer in ‘rust’ (ook als er wind waait of berken ruisen) wordt gesust, maar het werkt.
Dat de bundel ‘Ruisen van berken’ als titel heeft meegekregen verraste me na lezing. De berken komen eigenlijk pas voor in de laatste gedichten. Veel prominenter aanwezig zijn de wind, de meeuwen en de wolken die vanaf het begin tot het einde regelmatig langskomen. Omdat de bundel geen hoofdstukken kent en de gedichten geen titels is het eigenlijk een lang verhalend gedicht dat in stukjes is opgeknipt. Dat zorgde er bij mij in ieder geval voor dat ik de bundel in één stuk heb gelezen, de dichter gunt je geen rust maar schenkt je die in de vaak verstilde gedichten. Ik heb ervan genoten.
Tot slot nog een gedicht uit de bundel.
.
Maar aan één zijde van de sloot waait het
laten we daar gaan zitten
een territorium verover je niet zomaar
.
het nadert anders dan het ons achterlaat
.
de onrust van de meeuwen
voorspelt een hongerig voorjaar
.
kijk maar wat er siddert
daar waar met de eenden
plekken onberoerd zijn gebleven
.
.
2.000.000 bezoeken
and counting
.
Niet helemaal zonder trots kan ik melden dat ik, na eerdere mijlpalen, afgelopen april mijn 2 miljoenste bezoek mocht registreren op dit blog. Na ruim 18 en een half jaar schrijven over poëzie, toch niet de meest gelezen stroming binnen de literatuur, ben ik hier stiekem best trots op. Waarvan akte.
Variatie op een thema
Charles Ducal
.
Met veel plezier heb ik een tijdje terug bedacht dat bij het kiezen van een gedicht, het toeval een rol laten spelen, een best aardig idee kon zijn. Ik noem dat blind gepakt maar feitelijk is het met je ogen dicht een bundel uit je boekenkast pakken en dan willekeurig een bladzijde openslaan. Het gedicht op die bladzijde is het gedicht dat ik dan deel op dit blog. Dit is overigens voor een ieder die niet blogt maar van poëzie houdt (en over een enigszins omvangrijke poëziecollectie beschikt) altijd een goed idee.
Vandaag heb ik een variatie op dit thema toegepast. Dit keer niet met de ogen dicht een bundel gepakt maar de Poëziekalender 2025 (met als thema ‘Liever de liefde) ter hand genomen. Ik ben iemand die geen blaadjes afscheurt maar elke dag naar de dag van vandaag bladert en daar het gedicht leest. Dus mijn exemplaar is nog volledig. Je pakt vervolgens de kalender, laat de bladzijden door je vingers gaan en stopt op een willekeurig moment.
Dar heb ik gedaan en ik kwam op woensdag 2 juli uit bij het gedicht ‘Voor de overkant’ van de Vlaamse dichter Charles Ducal (1952, pseudoniem van Frans Dumortier). Het gedicht werd genomen uit de bundel ‘Alsof ik er haast ben’ verzamelde gedichten 1987-2012 uit 2012. Ik schreef al eerder over Charles Ducal, zo was hij in 2021 nog dichter van de maand oktober op dit blog.
.
Voor de overkant
.
Er is geen later, zegt zij, het blijft altijd nu.
Wij kijken naar de leeggelopen vijver
waarin dezelfde vogels sporen schrijven
op zoek naar voedsel in het slijk. Het residu
.
van wat uit mij is weggevloeid is zij.
Het enige wat ik nog uit de tijd wil halen
is de onmogelijkheid haar te verlaten,
niet nu, niet later. Dat zeg je nu, zegt zij.
.
Aan de overkant landt in het riet een reiger,
dezelfde reiger, maar zij ziet het niet.
Het slijk droogt op. Ik heb haar lief.
Het enige wat overschiet is mij zorgvuldig
.
voorbereiden.
.
Poëziepodia
September
.
Naast dit dagelijks blog, mijn bemoeienissen met De Zoek naar Schittering, Poëziestichting Ongehoord! en Meander, MUGbooks, MUGzine en nog zo wat dingen die ik rond poëzie doe, mag ik ook graag voordragen op podia. Natuurlijk zou ik dat graag doen op grote bekende podia in den landen maar daarvoor moet je gevraagd worden (wat overigens ook regelmatig gebeurt). Maar het is misschien wel net zo leuk om ook op podia in de omgeving voor te dragen. Dit zijn vaak wat kleinere podia, plaatselijk of regionaal met een vaste kern van dichters. Ik ken er vele en deze podia bieden beginnende en ervaren amateurdichters de ruimte en de mogelijkheid om hun poëzie ten gehore te brengen.
Komende weken ben ik op een aantal van deze podia te zien en te horen. Allereerst op 8 november in Wageningen bij Poëzie leeft! van uitgeverij Leeuwenhof. In het depot in Wageningen (Arboretumlaan 4) zal tussen 12 en 16 uur niet alleen de nieuwe bundel van Johan Meesters worden gepresenteerd maar er zal ook een rondwandeling zijn door het Arboretum waar een aantal dichters zal voordragen bij beelden in de beeldentuin. Ik zal daar als één van die dichters voordragen.
Op dinsdag 10 september draag ik voor bij podium Woordkunst in Maassluis. Oude bekende en een mooi initiatief in de gemeente waar ik werk. Vanaf 20.00 uur aan de P.C. Hooftlaan 6 in Maassluis.
En daags erna zal ik voordragen bij het vijfjarig bestaan van Podium Mooie Woorden van Literair De Lier. Vanaf 19.00 uur in De Vlietwoning aan de Bruidsbogerd 11 in Naaldwijk.
Van Johan Meesters hier een gedicht als voorproefje getiteld ‘Ik ben een ander als geen ander’.
.
Ik ben een ander als geen ander
.
in Leeuwenhof loopt geen leeuw
ik ben een valse Brabander
en ook geen echte Zeeuw
hooguit een Nederlander
.
mijn echte naam heb ik verbloemd
tot Johan – naar een voetballer
ook als filosoof beroemd
.
en al ben ik niet zo schrander
Meesters heb ik mij genoemd
.
ik ben een ander als geen ander
.
Half
Rian Visser
.
Vandaag op mijn verjaardag heb ik gekozen om gewoon een mooi gedicht te delen. Het is een gedicht van Rian Visser (1966) getiteld ‘Half’ en komt uit de bundel ‘Alle wensen van de wereld’ uit 2021. Ik koos dit gedicht omdat ik in dit gedicht de kern van mijn schrijverschap lees, waarom ik dicht, waarom ik blog. Daarom vandaag dit gedicht als mijn cadeau aan jou.
.
Half
.
We komen elkaar
halverwege tegen.
.
We geven elkaar
een halve handdruk
jij de hand en ik de druk
een halve knipoog
jij de knip en ik het oog
een halve glimlach
jij de glim en ik de lach.
.
We komen elkaar tegen
en stilletjesaan gaan we
elkaar beter verstaan.
.
Gebed
Adriaan Jaeggi
.
Voor mensen die in bibliotheken werken is de blog van Mark Deckers een must om te lezen. Hij duidt de ontwikkelingen in het bibliotheekwerk, verduidelijkt en beschouwd zaken die voor bibliotheekmedewerkers en leidinggevenden van belang zijn. Maar op zijn blog is veel meer te lezen dan alleen maar heel specifieke dingen voor bibliothecarissen. Zo besteedde hij al eens aandacht aan mijn blog (een paar keer al) in het kader van de landelijke Gedichtendag.
Maar ook in heel specifieke stukken is zijn liefde voor poëzie nooit ver weg. Zo las ik in een stuk over de overheid en de bibliotheek een gedicht van Adriaan Jaeggi (1963-2008). In 2002 verscheen Jaeggi’s eerste officiële dichtbundel, ‘Sorry dat ik het paard en de hond heb doodgeschoten’, na eerder twee romans te hebben gepubliceerd. Twee gedichten uit deze debuutbundel werden opgenomen in Gerrit Komrijs bloemlezing Nederlandse Poëzie. In 2006 en 2007 was Adriaan Jaeggi is Amsterdams eerste stadsdichter. In 2008 verscheen de bundeling van de gedichten die hij als Amsterdamse stadsdichter had geschreven: ‘Het is hier altijd laat van licht; Amsterdamse stadsgedichten’. Ook maakte hij deel uit van de zogeheten Poule des Doods, een gezelschap dichters dat, op initiatief van de dichter F. Starik, bij toerbeurt met een gedicht de begrafenis begeleidt van iemand die eenzaam is gestorven.
Maar terug naar het blog van Mark Deckers. In dat stuk heeft hij dus een gedicht van Jaeggi opgenomen. Gezien de aard van het gedicht en het feit dat het is beletterd en aangebracht in de OBA (de openbare bibliotheek van Amsterdam) doet mij vermoeden dat dit een stadsgedicht was. Hoe dan ook een toepasselijk gedicht voor in een bericht over bibliotheken.
.
Gebed
.
(uit te spreken in een bibliotheek)
.
Boek, vertel me hoe te leven
hoe ik de liefde moet overwinnen
vertel hoe anderen dat deden
wat de weg is, hoe
de kost te winnen
.
Boek, wij spreken in iconen
als Jolly Roger: avontuur,
een bloedend hart voor
liefde, eclips wijst ons
de toekomst
.
Kien, Bandini, Biberkopf,
Schveyk, Tiuri, Windvaantje,
Horse Badorties, Oblomov,
Owen, Rosenberg, Sassoon:
Egidius.
.
Boek, vertel me hoe te branden
als een tijger in de nacht.
Vertel het ook aan anderen, als
ze radeloos zijn en dwalen, als
hun afgod naar ze lacht.
.
Boek, wij zijn allang verloren
wees ons dus steeds genadig. Ik
getuig
dat er één is van elk van ons
en elk boek is mijn profeet.
Zorg dat iedereen dat weet.
.
Boek, vertel ons hoe we leven.
.












