Site-archief

Talen

Carl Sandburg

.

Carl Sandburg (1878-1967) was een vooraanstaand Amerikaans dichter, biograaf, journalist en redacteur. Hij won onder andere drie Pulitzerprijzen, twee voor poëzie ( voor ‘Cornhuskers’ in 1919 en in 1951 voor ‘The Complete Poems of Carl Sandburg’) en één voor zijn biografie van Abraham Lincoln (1940).

Tijdens zijn leven werd Sandburg algemeen beschouwd als “een belangrijke figuur in de hedendaagse literatuur”, met name vanwege zijn verzamelde gedichten, waaronder ‘Chicago Poems’ (1916), ‘Cornhuskers’ (1918) en ‘Smoke and Steel’ (1920). Hij genoot een ongeëvenaarde aantrekkingskracht als dichter in zijn tijd, omdat de breedte van zijn ervaringen hem verbond met zoveel facetten van het Amerikaanse leven.

Hij begon zijn schrijverscarrière als journalist voor de Chicago Daily News en schreef vervolgens poëzie, geschiedenisboeken, biografieën, romans, kinderboeken en filmrecensies. Hij verzamelde en redigeerde ook boeken met ballades en volksverhalen.

President Lyndon B. Johnson erkende Sandburg na zijn overlijden als een belangrijke stem en belichaming van Amerika. In 2000 heeft de Chicago Public Library Foundation de Carl Sandburg Literary Award in het leven geroepen, die jaarlijks wordt uitgereikt aan een geprezen auteur wiens werk het publieke bewustzijn van het geschreven woord heeft vergroot.

Op de website amblesideonline.org is een deel van zijn gedichten te lezen. Ik koos voor het gedicht ‘Languages’ dat ik voor het leesgemak vertaalde naar het Nederlands.

.

Talen

.

Er zijn geen handvatten aan een taal

waarmee mensen haar vastgrijpen

en markeren met tekens ter herinnering.

Deze taal is als een rivier, die

eens in de duizend jaar

een nieuwe koers uitslaat

en haar weg naar de oceaan verandert.

Het is bergwater dat

naar valleien stroomt

en van land tot land,

grenzen overschrijdt en zich vermengt.

Talen sterven als rivieren.

Woorden die vandaag om je tong gewikkeld zijn

en tussen je tanden en lippen
tot gedachten worden gevormd,

zullen over tienduizend jaar

vervaagde hiërogliefen zijn .

Zing – en zingend – onthoud

dat je lied sterft en verandert

en er morgen niet meer is,

net zomin als de wind

die tienduizend jaar geleden waaide.

.

Clerihew

Versvormen

.

Als je de categorie Versvormen op dit blog aanklikt, krijg je een grote hoeveelheid van verschillende versvormen te zien die ik door de jaren heen heb beschreven. Voor de liefhebber van ‘vaste’ versvormen is er dan ook heel wat te genieten op dit vlak, niet alleen zijn er heel veel versvormen (bekend en onbekend) maar er worden er ook nog altijd nieuwe bedacht.

Op de website mentalfloss.com (een website die nieuwsgierigheid stimuleert door kennis verrassend en plezierig te maken) las ik een artikel over een versvorm die ik nog niet kende, de clerihew. De clerihew is vernoemd naar zijn uitvinder, de Engelse schrijver Edmund Clerihew Bentley (1875-1956), die zijn eerste clerihew als tiener op school schreef in de jaren 1890. Het onderwerp was Sir Humphry Davy (die Bentley als Humphrey spelde ), de scheikundige uit het begin van de 19e eeuw die wordt beschouwd als de ontdekker van natrium en andere elementen. De allereerste clerihew ging als volgt:

Sir Humphrey Davy
Detested gravy.
He lived in the odium
Of having discovered Sodium.

In sommige publicaties verving Bentley ‘ detested’ door ‘abominated of ‘was not fond of’, wat een goede indicatie is van hoe weinig hij zich in deze specifieke gedichten bekommerde om het metrum. Sterker nog, clerihews zijn vaak opzettelijk aritmisch (en niet helemaal historisch accuraat) om ze kinderlijker en daardoor grappiger te laten lijken. 

Om als traditionele clerihew te worden aangemerkt, moet een gedicht aan de volgende regels voldoen:

  • Het moet vier regels lang zijn.
  • De eerste twee regels moeten rijmen, en de laatste twee regels moeten ook rijmen.
  • Het moet gaan over een persoon, die je in de eerste regel noemt.

Er is zelfs zoiets als een National Clerihew Day en laat dat nou op 10 juli zijn (vandaag dus, toeval bestaat niet denk ik).

Uiteraard heb ik ook een poging gedaan.

Boerenvoorganger Koekoek
was destijds al vaak de weg zoek.
Maar Lientje, die zich er daarna in vastbeet
heeft van die hele weg geen weet.

.

Robert VanderMolen

Het meer

.

In het Volkskrantmagazine van afgelopen zaterdag staat een mooi artikel over een miljardair wiens vader begin vorige eeuw naar Amerika vertrok en daar een keten van supermarkten opzette. Zijn naam: Hendrik Meijer. Nu zul je je misschien afvragen waarom ik, op een blog over poëzie, iets ga schrijven over een miljardair die zijn geld verdient met het uitbaten van supermarkten in de Verenigde Staten? Een terecht vraag.

In het zeer leesbare artikel wordt Hendrik Meijer niet alleen als een zeer vriendelijk en sociaal begaan persoon beschreven maar wordt ook gewag gemaakt van het feit dat hij zeer in poëzie geïnteresseerd is, zelf poëzie schrijft maar zichzelf een zeer matig dichter noemt (hij heeft ooit eens een gedicht weten te laten publiceren in een verzamelbundel getiteld ‘Comfort Inn, een gedicht dat ik overigens nergens heb kunnen vinden in full text).

In het artikel wordt beschreven dat hij deel uitmaakt van een groep die zichzelf The Scribblers noemen (vertaling: de pennenlikkers), allemaal geboren zijn vanuit ouders die ooit Nederland voor Amerika verruilde, en samen over literatuur, poëzie, politiek (allemaal zijn ze anti-Trump) praten. Op tafel ligt een bundel poëzie van Bob VanderMolen (1947-2025), een vriend en dichter die overleden is. Een romantisch, poëtisch figuur en een lokale beroemdheid, volgens de schrijver van het artikel.

In het dagelijks leven huisschilder, publiceerde ‘Bob’ Robert VanderMolen maar liefst dertien bundels met glasheldere gedichten. Wanneer ik zoiets lees ga ik uiteraard op zoek en ik vond inderdaad allerlei gegevens en gedichten van deze Robert. Zo verscheen zijn werk in The London review of Books, Poetry Daily, The Poetry Foundation, Grand Street Parnassus, Poetry, Epoch Michigan Quarterly Review en Saint Ann’s Review. Uit zijn bundel ‘Skin’ uit 2021 komt zijn gedicht ‘The Lake’.

.

The Lake

.

Dry snow, the pines scaly

As deer parade single file

As if on duty, declining

The ridge without effort

Their nostrils and breath

Suddenly enlarged, down

To the dock stacked

Under snow and

What has blown into it,

Twigs and bark from birches,

And out onto ice

Above fish staring skyward

As dry as stuffed bass and pickerel

Mounted over a mantel

Growing smaller, like in a dust

Of snow flakes,

Or a broken sentence

In Old English

During that era we did

So many illuminating detours

—a breeze stirs,

Something barks back

.

As the surface bends

Under its own weight

.

Rhizome

Wortel woorden

.

Soms lees ik iets, een zin of een woord in een krant, tijdschrift of op een website waar ik de betekenis niet van ken. Vroeger hadden wij thuis Readers Digest (De Nederlandse versie) en daar stond altijd 1 pagina met moeilijke woorden onder de titel Verrijk uw woordenschat. waarvan je dan de betekenis kon raden. Je kreeg dan 4 mogelijke betekenissen en de juiste zat daarbij. Ik heb daar heel veel woorden van geleerd waar ik later profijt van heb gehad. Ook zoiets als het Woordenboekspel kan je woordenschat behoorlijk vergroten.

Ik moest hier aan denken toen ik in een museum op een verklarend bordje bij een kunstwerk van de Belgische kunstenaar Michel Francois (1956) het woord Rhizome las. Ik vraag me af hoeveel van jullie lezers dit woord kennen? Waarschijnlijk de biologen en botanisten onder ons wel want het woord betekent zoveel als ondergrondse plantenstengel die wortels en scheuten uit zijn knopen laat groeien . Rizomen worden ook wel kruipende wortelstokken of gewoon wortelstokken genoemd. 

Wanneer je het woord opzoekt staat er ook een verwijzing bij naar de betekenis die het heeft in de filosofie: een concept in het poststructuralisme dat een samenstelling beschrijft die verbindingen mogelijk maakt tussen alle samenstellende elementen, ongeacht een vooraf bepaalde ordening, structuur of ingangspunt. Je begrijpt meteen waarom de filosofen deze term hebben omarmt. 

Zoekend naar een gedicht over Rhizome of het rizoom kwam ik terecht bij de dichter Forester McClatchey (@forestermcclatchey op Instagram) die een gedicht heeft geschreven over dit fenomeen (of toch in de sfeer van dit fenomeen) getiteld ‘Root Words’. McClatchey (1994) publiceerde gedichten in tijdschriften als ’32 Poems’, ‘The Hopkins Review’ en ‘Literary Matters’. Hij is naast dichter ook kunstenaar, schrijver, criticus en recensent. In februari van dit jaar debuteerde hij met de bundel ‘Killing Orpheus’ waarin hij de confrontatie aangaat met leven en dood vanuit het perspectief van beroemde sprekers uit de geschiedenis en literatuur, van Penelope tot het monster van Frankenstein. Het gedicht ‘Root Words’ is ook op de website ‘Versecraft‘ gedeeld en besproken.

.

Root Words

.

They say that trees can feel it when you walk.

Their fungal nerves are shuddering as your foot

thumps earth. They ponder you. A threat? They talk

about you, sending sugar through their roots,

uttering sugar-language, a grammar thick

as honey, in which every word is a root word,

and takes a week to say. A sentence trickles

over months. Conversations ooze in slurred

centuries. Long after you are dead,

they’re still debating you. They recall

the pattern of your feet, the seedlings snapped

by your passage, what little difference you made.

Your name goes dark in human circles first.

It’s held by trees a while. And then dispersed

.

Navajo poëzie

Shonto Begay

.

De 23ste Amerikaanse Poet Laureate (dichter des vaderlands) van 2019-2022 Joy Harjo (1951) schreef over de poëzie en literatuur van de inheemse bevolking van de Verenigde Staten: “De literatuur van de inheemse bevolking van Noord-Amerika definieert Amerika. Het is niet exotisch. De thema’s zijn specifiek, maar vaak universeel.” De dichters en gedichten die op de website van de Poetry Foundation verzameld zijn, laten zowel de universele als de specifieke benaderingen zien die inheemse Amerikaanse auteurs hebben gekozen om over diverse, inheemse culturen te schrijven.

De half Navajo, half Salt inheemse dichter, kunstenaar, illustrator, filmmaker, schrijver en docent Shonto Begay (1954) wordt op de website van de Colorado State University tot één van de 10 moderne Amerikaanse dichters die geschiedenis gaan schrijven, betiteld. Zijn werk is gepubliceerd in tal van tijdschriften en kranten, waaronder Canyon Road Arts, Warrior’s Voice en Arizona Daily Sun. Zijn kunst is op vele (solo)tentoonstellingen door de Verenigde Staten geëxposeerd geweest.

Zijn ervaringen met opgroeien in de inheemse Amerikaanse cultuur, zijn gedwongen verblijf op een kostschool van het Bureau of Indian Affairs en zijn tien jaar lange carrière als parkwachter bij de National Park Service hebben al zijn kunst en werk beïnvloed. Begays werk probeert de traditionele Navajo-cultuur levend te houden en tegelijkertijd de realiteit en de worstelingen van moderne inheemse Amerikanen weer te geven. Uit ‘Navajo, Visions and Voices Across the Mesa’ uit 1995 komt het gedicht ‘Down Highway 163.

.

Down Highway 163

.

The old lady in the back of the truck
Has seen days much colder
Someone’s grandmother
On the highway towards Kayenta
Only her face shows from a faded blanket
Her features are strong
Maybe she is related to the people in the front
Laughing and warm
Or maybe she is catching a ride to the trading post
She may even be returning
From the health clinic in Monument Valley
The back of the truck is cold
Among old spare tires and chains
Shovels and bare metal box
She is no stranger to Old Man Winter
She has seen many winters
It has been colder
.

Gekozen

Duhita Cori Kresge

.

Veel mensen hebben dans omschreven als “poëzie in beweging”. Maar voor de Amerikaanse Cori Kresge gaat de relatie tussen poëzie en dans veel dieper. Deze danseres, schrijfster, dichter, docente en lichaamstherapeute uit New York City debuteerde in 2019 met de bundel ‘Isn’t Devotion’.

Over de bundel en de inhoud zegt ze: “Dertien jaar lang was mijn familie betrokken bij een spirituele sekte die me volledig in beslag nam, me betoverde en me langzaam maar zeker zou hebben vernietigd. Op achttienjarige leeftijd werd ik plotseling en op mysterieuze wijze uit de sekte gezet. De bundel ‘Isn’t Devotion’ is een klein altaartje om de dood van mijn jonge geloof te verwerken. Deze dood is definitief. Daar heb ik voor gezorgd. Ik schreef deze gedichten om mezelf weer toegang te verschaffen tot een wereld die me buitensloot. Deze dichtbundel is een inbreuk op het goddelijke, een lofzang op ongeloof en een voorzichtige poging tot vergeving.”

Over de combinatie van dansen en poëzie zegt ze: “Beide vormen, dansen en poëzie, van communicatie voelen aan als de puurste en meest directe manieren waarop ik kan deelnemen aan een gesprek dat groter is dan mezelf. Ik verlang naar verbinding, naar intimiteit, en dansen en schrijven zijn de manieren waarop ik dat vind. Ik wil in gesprek zijn met de mensheid; ik wil mijn kleine stem toevoegen aan dit veel grotere koor van de waarheid.”

Uit deze bundel nam ik het gedicht ‘Chosen’.

.

Chosen

.

When God wants to gets rid of you
He doesn’t do it Himself
He sends His secretary
she takes you down

into a walk-in freezer
you sit on a white plastic bucket
there are shelves

with gallon jars of rose syrup
mango pickle frozen
cream cheese in bulk

you are tied down by your dress six yards
of imitation silk with floral print snakes
around you getting tighter

the secretary stands close and holds a knife
shaped like a note and a picture of Him
in front of your face and the knife goes slowly

slowly into your ribs until
it’s all the way in
and she says He told me to tell you

He loves you He loves you and He wants you
to carry His love with you far
far away and you say but this will kill me

I will die and you
give the knife back
and God’s secretary says nothing

.

De keizer van het roomijs

Wallace Stevens

.

De Amerikaanse dichter Wallace Stevens (1879-1955) is geen onbekende op dit blog. Zijn naam wordt genoemd bij berichten over metafysische poëzie, en dichters als Adrienne Rich (1929 – 2012) en Naomi Shihab Nye (1952). Maar tot een blogbericht over deze Amerikaanse modernistische dichter is het (nog) niet gekomen. Daar komt vandaag verandering in.

Wallace Stevens studeerde aan Harvard en vervolgens aan de New York Law School , en bracht het grootste deel van zijn leven door als leidinggevende bij een verzekeringsmaatschappij. Zijn eerste gedichten schrijft hij in die periode in zijn vrije tijd. In 1923 publiceert hij  ‘Harmonium’, gevolgd door een licht herziene en aangepaste tweede editie in 1930. Hierna verschijnen onder andere ‘Ideas of Order’ (1933),  en ‘Transport to Summer’ (1947). In de laatste jaren van zijn leven verschijnen nog ‘The Auroras of Autumn ‘(1950) en  ‘The Collected Poems of Wallace Stevens’ (1954). In totaal verschijnen er bij leven zeven bundels van zijn hand.

Veel van zijn gedichten behandelen de kunst van het maken van kunst en in het bijzonder poëzie. Zijn ‘Collected Poems’ (1954) won in 1955 de Pulitzerprijs voor poëzie. Zijn biograaf noemt als filosofen-dichters waarmee Stevens zich mag meten  Ezra Pound (1885-1972), T.S. Eliot (1888-1965) en  John Milton (1608-1674). E.E. Cummings (1894-1962) wordt door deze biograaf ‘een schaduw van een dichter’ genoemd. Zo zie je maar dat ook biografen het heel erg bij het verkeerde eind kunnen hebben.

Uit de bundel ‘Vir die bysiende leser / Voor de bijziende lezer’ uit 2000 in een vertaling van Tom van de Voorde hier het gedicht ‘De Keizer van het Roomijs’ of The Emperor of Ice-Cream’ zoals de Engelse titel luidt.

.

De Keizer van het Roomijs

.

Roep de man die dikke sigaren rolt,

Die met al zijn spieren, en zeg hem klop

Ritse klodders room in keukenkommen op.

Laat de deernen dreutelen in het soort kleren

Dat zij gewoon zijn te dragen, en laat de jongens

Bloemen brengen in de kranten van verleden maand.

Laat zijn finale zijn van schijn.

Alleen de keizer van het roomijs kan keizer zijn.

.

Haal uit het dennenhouten dressoir,

Dat drie glazen knoppen mist, het laken

Waarop ze ooit paustaartjes borduurde

En vouw het zo open dat haar gezicht is bedekt.

Als haar eeltige voeten er onder uitsteken, komen z\e

Tonen hoe koud ze is, en stom.

Zorg dat de lamp haar goed beschijnt.

Alleen de keizer van het roomijs kan de keizer zijn.

.

Ik ben!

John Clare

.

Ik schreef al eerder over een roman die ik aan het lezen ben ‘Wat we kunnen weten‘ van Ian McEwan. Nu ik de roman heb uitgelezen kan ik alleen maar zeggen: Lees dit fantastische boek! In dit boek zit zoveel; liefde, spanning, kijk op de toekomst en op de tijd van nu, een inkijkje in het literaire leven in Engelse universiteitssteden, een doemscenario, de klimaatverandering, suspense en ga zo nog maar even door. Razendknap gecomponeerd en, de reden dat ik dit boek ben gaan lezen, de zoektocht naar een verloren gewaand gedicht van uitzonderlijke schoonheid.

Ik zal hier niet verklappen hoe het verhaal gaat, maar dat ik vooral het tweede deel van het boek aan één stuk heb uitgelezen, maakt het voor mij een klein meesterwerk. En dan heb ik het nog niet over alle dichters, de stukken en quotes uit gedichten en de verhalen over poëzie en de wereld daarachter. Juist dat element maakte dat ik met enige regelmaat aantekeningen maakte voor dit blog. Wat te denken bijvoorbeeld van een van de hoofdpersonen Vivien die een dissertatie schreef over de Engelse dichter John Cale.

John Clare noemde ik in een post over de bundel ‘Country poems‘ nog een minder bekende naam. Wist ik veel dat John Clare (1793-1864) wordt gezien als een belangrijke 19e-eeuwse Engelse dichter en ook wel de ultieme romantische dichter wordt genoemd. Met bewondering voor de natuur en begrip van de orale traditie, maar met weinig formele scholing, schreef Clare talloze gedichten en prozastukken, waarvan vele pas postuum werden gepubliceerd.

Zijn werken belichten op prachtige wijze de natuur en het plattelandsleven en tonen zijn liefde voor zijn vrouw Patty en voor zijn jeugdliefde Mary Joyce. Hoewel zijn eerste boek ‘Poems Descriptive of Rural Life and Scenery’ (1820) , populair was bij zowel lezers als critici, had Clare het lange tijd moeilijk om professioneel door te breken. Zijn werk werd pas zo’n honderd jaar na zijn dood op grote schaal gelezen. Waarschijnlijk zijn beroemdste gedicht is ‘I am!’ dat verscheen in ‘The life of John Clare uitgegeven een jaar na zijn dood in 1865.

.

I am!

.

I am! yet what I am none cares or knows,

My friends forsake me like a memory lost;

I am the self-consumer of my woes,

They rise and vanish in oblivious host,

Like shades in love and death’s oblivion lost;

And yet I am! and live with shadows tost

.

Into the nothingness of scorn and noise,

Into the living sea of waking dreams,

Where there is neither sense of life nor joys,

But the vast shipwreck of my life’s esteems;

And e’en the dearest—that I loved the best—

Are strange—nay, rather stranger than the rest.

.

I long for scenes where man has never trod;

A place where woman never smil’d or wept;

There to abide with my creator, God,

And sleep as I in childhood sweetly slept:

Untroubling and untroubled where I lie;

The grass below—above the vaulted sky.

.

Ntozake Shange

Gedicht  bij een tentoonstelling

.

Afgelopen weekend was ik in Parijs en daar bezocht ik het Fotomuseum, het MEP (Maison Européenne de la Photographie). In dit museum is een prachtige tentoonstelling van het werk van de Nederlandse fotograaf Dana Lixenberg (1964) met de titel ‘American Images’ (nog te zien tot 24 mei). De tentoonstelling, die meer dan drie decennia omvat, brengt een geëngageerd en diep menselijk oeuvre samen en schetst een gelaagd portret van de Verenigde Staten, waarin zowel beroemdheden als minder bekende personen met gelijke zorg worden benaderd en met waardigheid worden geportretteerd, aldus de aankondiging.

Het deel dat mij bijzonder aansprak en waar het engagement van Lixenberg heel duidelijk naar voren komt is het deel over Imperial Courts dat is begonnen in 1993 en doorloopt tot heden ten dage. Imperial Courts is een sociale woningbouwproject in Watts, Los Angeles, Californië. Een plek van armoede, onveiligheid, drugs en misdaad maar ook een plek waar de mensen die daar wonen een hechte gemeenschap vormen.

Lixenberg kreeg het voor elkaar om het vertrouwen van de bewoners te winnen en zij maakte op drie verschillende momenten (1993, 2008 en 2015) foto’s van de bewoners in hun wijk, en een documentaire over het leven in Imperial Courts. Sommige bewoners zie je terug steeds iets ouder, andere zijn overleden of zitten in de gevangenis maar wat steeds opnieuw uit haar foto’s en de documentaire blijkt is het menselijke aspect en de bijzondere wijze waarop de bewoners Lixenberg in hun hart hebben gesloten.

Van haar eerste serie uit 1993 werden een aantal foto’s gepubliceerd in het magazine Vibe tezamen met een gedicht van Ntozake Shange (1948-2018) getiteld People of Watts (de wijk Watts, waarin de Imperial Courts deel van uitmaakt). Ntozake Shange was een Amerikaanse toneelschrijfster en dichter. Als zwarte feministe behandelde ze in veel van haar werk thema’s rond ras en zwarte emancipatie.

.

People of Watts

.

where we come from, sometimes, beauty
floats around us like clouds
the way leaves rustle in the breeze
and cornbread and barbecue swing out the backdoor
and tease all our senses as the sun goes down.

dreams and memories rest by fences
Texas accents rev up like our engines
customized sparkling powerful as the arms
that hold us tightly black n fragrant
reminding us that once we slept and loved
to the scents of magnolia and frangipani
once when we looked toward the skies
we could see something as lovely as our children’s
smiles white n glistenin’ clear of fear or shame
young girls in braids as precious as gold
find out that sex is not just bein’ touched
but in the swing of their hips the light fallin cross
a softbrown cheek or the movement of a mere finger
to a lip many lips inviting kisses southern
and hip as any one lanky brother in the heat
of a laid back sunday rich as a big mama still
in love with the idea of love how we play at lovin’
even riskin’ all common sense cause we are as fantastical
as any chimera or magical flowers where breasts entice
and disguise the racing pounding of our hearts
as the music that we are
hard core blues low bass voices crooning
straight outta Compton melodies so pretty
they nasty cruising the Harbor Freeway
blowin’ kisses to strangers who won’t be for long
singing ourselves to ourselves Mamie Khalid Sharita
Bessie Jock Tookie MaiMai Cosmic Man Mr. Man
Keemah and all the rest seriously courtin’
rappin’ a English we make up as we go along
turnin’ nouns into verbs braids into crowns
and always fetchin’ dreams from a horizon
strewn with bones and flesh of those of us
who didn’t make it whose smiles and deep
dark eyes help us to continue to see
there’s so much life here.

.

 

Shrikanth Reddy

Poëzie op een bus

.

Het Amerikaanse Poetry in Motion-programma werd in 1992 gelanceerd door de Poetry Society of America (PSA) en is tegenwoordig een van de populairste publieke literaire programma’s in de Amerikaanse geschiedenis. Sinds 1992 plaatsen MTA (Metropolitan Transportation Authority) New York City Transit en de Poetry Society of America gedichten in het openbaar vervoer van de stad, in bussen en treinen, op posters en aan de muren van metrostations.

Poetry In Motion selecteert en toont elk kwartaal twee gedichten, in totaal acht per jaar, in de metro van New York City Transit. In de loop der jaren heeft het soortgelijke programma’s in meer dan 30 steden in het hele land geïnspireerd. Tot de meest recente toevoegingen aan Poetry In Motion behoren ‘ Little Prayer’ van Danez Smith en ‘Everything’ van Srikanth Reddy in Nashville.

In de meeste steden worden de winnende gedichten op posters in de bussen geplaatst. In Nashville, Tennessee, was de vraag vanuit de Music City-wedstrijd om gedichten van maximaal 25 woorden aan te leveren. De winnende gedichten werden aan de buitenkant van de bus afgedrukt (evenals op posters, OV-kaarten en bushaltes). Hieronder het gedicht van Srikanth Reddy (1973). 

Reddy is hoogleraar Engels en creatief schrijven aan de Universiteit van Chicago, zijn poëzie is gepubliceerd in Jacket magazine, Poetry Northwest,  Harper’s Magazine enThe Guardian en zijn literaire kritiek is verschenen in The New York Times , Lana Turner, Raritan, PEN America en andere publicaties. In oktober 2021 werd Reddy benoemd tot redacteur van Phoenix Poets, een boekenreeks uitgegeven door de University of Chicago Press en in december 2022 nam hij de rol van poëzieredacteur op zich voor The Paris Review.

 

Everything

She was watching the solar eclipse
through a piece of broken bottle

when he left home.
He found a blue kite in the forest

on the day she lay down
with a sailor. When his name changed,

she stitched a cloud to a quilt
made of rags. They did not meet,

so they could never be parted.
So she finished her prayer,

& he folded his map of the sea.

.