Site-archief

Jan Kal

Hekeldichten

.

Vandaag stond ik voor mijn boekenkast en pakte ik, ongezien, de bundel ‘Ik proef iets wat bedorven is‘ uit 2016 uit mijn kast. Deze fijne bundel vol hekeldichten is samengesteld door een redactie bestaande uit Alexis de Roode, Daniël Dee en Benne van der Velde en verscheen bij uitgeverij Passage. Ik opende de bundel op een willekeurige pagina (pagina 72) en daar staat het gedicht ‘Fonds voor de Letteren-bestuurders’ van Jan Kal (1946). Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘1000 sonnetten’ uit 1997.

.

Fonds voor de Letteren-bestuurders

.

U dacht dat ze hun eigen zakken vulden?

H.C. ten Berge toch wel uitgezonderd?

Hij zat op 38 000 gulden

ik op een twaalfde: 3200.

.

Ten Berge vond die misstand niet te dulden,

en sprak, drie jaar aaneen nu: ‘Opgedonderd.’

Hij, om zijn werk, waarvan de mensen smulden,

krijgt zesenveertig mille. Bent u verwonderd?

.

Ach, ik ben indiaan noch Eskimo.

Ik zing van Haarlem, niet van Mexico.

Mijn naam is Kal, niet Schurft, laat staan ten Berge.

.

Ik ben geen epigoon van Ezra Pound

maar heb, net als The Voice, mijn eigen sound.

En ik dicht duidelijk. Dat is het erge.

.

Dilemma

Bart Boom

 

Het overkomt me weleens dat ik een gedicht lees van een dichter die ik niet ken en, wanneer ik op zoek ga naar meer informatie over die dichter, ik niets kan vinden. Dat gebeurde me met de dichter Bart Boom. In de bundel ‘Zoals een haan een ei legt’ de 100 beste gedichten uit de Turing  Nationale Gedichtenwedstrijd 2009 lees ik het gedicht ‘Dilemma’ van Bart Boom.

Op de website van de Turingfoundation bespreekt Gerrit Komrij dit gedicht in een programma van ‘Met het oog op morgen’ uit 2010. Hoewel hij spreekt over een gruwelkamer van poëtische gemeenplaatsen, en vindt hij het een pathetisch gedicht, toch heeft hij ook goede woorden over voor het gedicht. Hij vindt het ook een charmant gedicht. Een klassiek sonnet en in zijn soort zeer geslaagd.

Geen reden dus om het te negeren. En omdat ik op dit blog de volle breedte van de poëzie wil beschrijven en behandelen is er ook plaats voor onbekende dichters met poëzie die je tegenwoordig misschien niet vaak meer hoort maar die ook hun plek onder de poëzieparaplu verdienen.

.

Dilemma

.

De kamer kijkt nergens op uit, alleen

Drie vastbesloten grijze muren.

Ik kan hun zwijgen niet verduren

De echo van mijn eenzaamheid op steen.

.

Op kille vlerken daalt de avond neer

En stelt met schaduwen zijn vragen

Wortels onder ons behagen

Dichten is vluchten en biedt geen verweer.

.

Moet ik omwille van een kruimel brood

Het hart dat hongert laten  bloeden

Als een monnik die zich in zijn cel kastijdt

Of, van het uitzichtloze raam bevrijd,

Naar aders zoeken die het voeden

De stad, een vrouw, het leven en de dood?

.

Rhyme doesn’t pay

Paul van den Hout

.

Paul van den Hout (1939-2015) was een Nederlands dichter (light verse), vertaler en romanschrijver. Hij studeerde Grieks en Latijn in Leiden en Groningen en tijdens zijn studies raakte hij bevriend met voormalig dichter des vaderlands Driek van Wissen (1943-2010) en Jean Pierre Rawie (1951).

Als dichter publiceerde Van den Hout in het literaire tijdschrift Kort Verhaal, dat later zou worden omgedoopt tot De Tweede Ronde. Daarnaast verschenen er twee dichtbundels van zijn hand; ‘Oud heden’ (2002) en ‘De muze en de misdaad’ (2010) een verhaal in versvorm. Ook verschenen gedichten van hem in bloemlezingen zoals in ‘Komrij’s Nederlandse poëzie van de 19e t/m de 21ste eeuw in  2000 en enige gedichten’.

Dat de poëzie geen vetpot is blijkt ook uit het feit dat Van de n Hout voor zijn broodwinning een groot aantal titels uit de Bouquetreeks vertaalde.

In de bundel ‘Reisgenoten op dit narrenschip’ de geestigste gedichten uit vijftig nummers van De Tweede Ronde (1993), bijeengebracht en ingeleid door Jos Versteegen, kwam ik het sonnet ‘Rhyme doens’t pay’ tegen, een mooi voorbeeld van Van den Hout’s kunne.

.

Rhyme doesn’t pay

.

Van alle verzen die hij tobbend, weegt en wikt,

ze toetsend aan het oor, ze op de lippen proevend,

is ’t aantal dat hij overhoudt ronduit bedroevend,

als vel na volgeschreven vel wordt weggemikt.

.

Dan heeft die Dante het ‘m toch maar mooi geflikt,

verzucht hij, met verbeten nijd zijn pen dichtschroevend.

Maar ’s avonds in de kroeg hangt hij weer, dronken snoevend,

de Dichter uit, wat men – mèt zijn jenever – slikt.

.

Na jaren van droog brood, huurschuld en bedsermoenen

heeft hij toen op een nacht zijn hele werk verbrand

en, turend in het vuur, vervloekt zijn visioenen.

.

Zijn vrouw is trots op hem; ze kan hem nu wel zóenen:

hij heeft een heuse baan, een rekening courant,

en loopt ook nooit meer naast zijn braaf gepoetste schoenen.

.

 

Erik Heyman

Gerard Bodifée

.

Erik Heyman ( 1960-2010) was behalve dichter ook kernfysicus en docent. Hij debuteerde in 1981 met ‘Neergeschreven’ en was medewerker van de tijdschriften ‘Vers’ (dat zijn eerste bundel uitbracht) en ‘¿Quarant Dash?’. Na zijn bundel ‘IJstijd’ (1984) publiceerde hij ‘Dagmaat’ (1994) en ‘Mantis’ (2006).

Heymans poëzie werd bekroond met onder andere de Nationale Poëzieprijs te Harelbeke en een prijs van de Vlaamse Club te Brussel.
Op 25 februari 2010 overleed hij aan de gevolgen van een hersentumor. Erik Heyman was een gedreven leraar en dichter die met steeds groter wordende intervallen vier weldoordacht gecomponeerde bundels met uitgepuurde, gepolijste, poëzie publiceerde.

In de bundel ‘Dagmaat’ bij De Arbeiderspers, in het 3e hoofdstuk, ‘Geologie’, introduceert Heyman personages als Archimedes, Copernicus, Einstein, Bohr en Mandelbrot, van wie hij de beginselen van hun leer betrekt op zijn poëtica. Hij doet dat op originele wijze want elk gedicht begint met de regel ‘In haar gebarentaal boots ik haar na’. Zoals in het sonnet dat hij schreef over Vlaanderens bekendste geleerde, astrofysicus, filosoof, essayist en columnist Gerard Bodifée (1946).

 

Bodifée

.

In haar gebarentaal boots ik haar na,
want wie kent zachter van het woord de
wonde, de verwondering, de kleine
wijsheid van de wet, en van het weten

de verbijstering. Dat alles vreemd is,
en wij het steeds opnieuw vergeten.
Kleiner dan dit valt niet te breken:
de steen is hard, en onverstaanbaar

wordt dit teken. Wij zijn niet waakzaam,
en maken ons voortdurend van elkaar
afhandig. In ons bestaat de vrijheid
niet: wij kunnen niets meer

in mekaar genezen. Wij houden
vol, omdat wij altijd vrezen.

.

Ik hou van het beetje aarde dat jij bent

Pablo Neruda

.

Ook een mooi liefdesgedicht, een sonnet in dit geval, mag niet ontbreken in mijn vakantie, zeker niet op een mooie dag als vandaag. Daarom het gedicht ‘XVI’  uit ‘Honderd liefdessonnetten’ uit 1960 van de Chileens dichter en Nobelprijswinnaar (Literatuur) Pablo Neruda (1904-1973).

.

XVI

.

Ik hou van het beetje aarde dat jij bent,
omdat ik in alle melkwegweiden
geen andere ster heb. Jij weerspiegelt
en verveelvoudigt het heelal

.

Je grote ogen zijn het licht dat ik bewaar
uit de verslagen sterrenstelsels,
Je huid huivert net als de wegen
die de meteoor bereist in de regen.

,

Van zoveel maan waren voor mij je heupen,
van alle zon je diepe mond en zijn genot,
van zoveel gloeiend licht, als honing in de schaduw,

.

je hart geschroeid door lange rode stralen,
en zo bereis ik het vuur van je vorm,
en kus je, kleintje en planeet, duif en geografie.

.

Vierde dag

Jan Kal

.

Vierde dag alweer en vandaag gekozen voor een gedicht van Jan Kal (1946). Dit keer uit de bundel ‘Assepoester’ uit 1981 met tekeningen van Irene Wolfferts. In deze bundel staan 39 sonnetten en als ik de voorlaatste bladzijde mag geloven (en waarom zou ik dat niet doen?) dan zijn deze sonnetten geschreven tussen 10 november 1975 en 7 maart 1980. Ik koos voor het sonnet met nummer I.

.

I

.

Er was eens een rijk man. Hij had een vrouw

van wie de levensdraad ten einde liep.

Er was één dochter, die ze bij zich riep,

met goudblond haar en ogen hemelsblauw.

.

Ze zei: ‘Liefkind, gedenk toch wie je schiep,

dan blijft de Lieve Heer je altijd trouw.

Weet dat ik uit de hemel je aanschouw.’

Daarna sloot zij haar ogen en ontsliep.

.

Vaak ging hert meisje naar haar Moeders graf,

en in de winter werd een wit tapijt

van schone sneeuw daarover uitgespreid.

.

De voorjaarszon smolt heel het kleed er af,

en op een dag met prachtig

trouwde haar Vader voor de tweede keer.

.

Poëziecamera

Poëzie en AI, een toepassing

.

Na eerder berichten te hebben gepost op dit blog over poëzie en kunstmatige intelligentie (AI) met betrekking tot mijn eigen poëzie, over Chat GPT en de poëzie van Jules Deelder en Charles Bukowski, het schrijven van poëzie door Chat GPT en de macht van poëzie op AI gebied, nu iets nieuws namelijk een toepassing van AI in een camera, de Poetry Camera.

Poetry Camera maakt en drukt gedichten af over de mensen, objecten en omgeving die het fotografeert met behulp van AI. Het apparaat doet denken aan een instantcamera, met een grote, uitstekende cameralens op het hoekige frame die het onderwerp scant. Daaronder zit een gleuf waar het papier, dat op een bonnetje lijkt, de gedichten afdrukt die de AI Poetry Camera digitaal heeft geschreven. Het ontwerp oogt komisch met de forse ontspanknop en zoeker, maar er is ook een nostalgisch gevoel, wetende dat de gebruiker de strofen op een stuk papier krijgt in plaats van ze op een scherm te projecteren.

Het AI-taalmodel dat de Poetry Camera gebruikt, is afkomstig van Anthropic en heet Claude 4. Dankzij dit model kan het apparaat vrijwel direct gedichten schrijven in literaire taal. De gebruiker kan met de ingebouwde draaiknop het gewenste type AI-gegenereerd gedicht kiezen, van haiku, sonnet en limerick tot alliteraties in een gedicht en vrije versvorm. De afbeeldingen en gedichten worden vooralsnog niet digitaal opgeslagen op de Poetry Camera, wat betekent dat de gebruiker alleen een geprinte kopie heeft. Toch nog een beetje old school dus. 

Hieronder vind je een voorbeeld dat de Poetry Camera maakte van de achtergrond die ziet (het veld met de rode en blauwe vlakken).

.

Gouwe Ouwe

Breda

.

Vorige week was ik in Breda en daar kwam ik een aantal voorbeelden van poëzie tegen uit voorbije jaren (eeuwen). Zo fotografeerde ik in de etalage van een antiquariaat in het centrum een gedicht over een kruidenzoeker, zag ik in de Grote Kerk bij een bezoek aan de tentoonstelling René! I’m still standing – over liefde en verlies, in een vitrine Minnedichten opgedragen aan Anna van Lotharingen, geschreven door een onbekende vervaardiger in ca. 1540, en kwam ik in het Stedelijk Museum in Breda een sonnet (in het Frans) tegen uit het poëziealbum van Louise de Colligny, de vierde vrouw van Willem van Oranje.

Wat ik maar wil zeggen is dat voor wie er oog voor heeft is er veel moois te zien en te vinden op het gebied van de poëzie.

Hieronder het gedicht over de kruidenzoeker.

.

Lees voorzichtig, kruidenzoeker!

En met oordeel, ’t jonge kruid,

Wijl het soms in zijnen omvang,

Nadeel, meer dan nut insluit.

.

Zie eens hoe de wijze schepper,

Voor het schepsel op deez’ aard;

Ter verzorging en genezing

Duizend zegens heeft bewaard

.

Waaraan Hij, door alvermogen,

Een geneeskracht, rijkelijk schonk,

Die zoo duid’lijk in ’t herstellen,

Van een’ droeven lijder blonk.

.

Wedstrijd

Anouk Smies

.

De laatste tijd ben ik bezig met alles wat met AI te maken heeft. Beroepsmatig maar zeker ook uit nieuwsgierigheid naar AI op poëziegebied. Zo liet ik al; eens een gedicht van mijzelf beoordelen door Chat GPT, probeerde ik met behulp van datzelfde programma een gedicht te schrijven in de stijl van Deelder en Bukowski en probeerde ik met de AI bot een sonnet te schrijven.

Ik moest aan deze blogs denken toen ik de bundel ‘De drang om niemand af te maken‘ van dichter Anouk Smies (1975) herlas. In deze bundel uit 2021 schrijft Smies al over een wedstrijd tussen haar, als dichter, en kunstmatige intelligentie. Ik heb inmiddels al heel wat pogingen gelezen van dichters die kunstmatige intelligentie proberen te gebruiken om gedichten te schrijven maar vooralsnog blijven dit ijdele pogingen en haal je de door AI gemaakte gedichten er (nog steeds) vrij eenvoudig uit.

Smies benadert de door AI geschreven tekst echter op een andere manier. Niet wie het beste gedicht schrijft maar ‘wie het meest effectief jaloezie overwint’.

.

Wedstrijd

.

Op een verloren zondag

verlies ik me in een wedstrijd poëzie schrijven

tegen kunstmatige intelligentie

.

met als inzet de woorden

Liefde

Boom

Herfst

Geweld

.

Ik knoop een mens op aan de boom

die in de herfst van zijn leven de liefde vergeet

.

De computer laat

een mintgroene boom het seizoen opjutten

omdat geweld ook wel affectie heet

.

Ik zet een dramatisch element in, een vrouw die wil beschutten

De computer verschuift tactisch een kind

.

Kijk hoe de vrouw zich aan zijn benen vastklampt, roep ik

waardoor de nek sneller breekt

.

De computer laat de kleuter

door lust gestuurd

blaadjes losscheuren

terwijl hij zijn mond vult met grind

.

Als het kind de hemel niet meer proeft

en de echtgenote het knappen van wervels waarneemt

als elastiek dat nooit veerde

.

blijft onduidelijk wie het meest  effectief

jaloezie overwint

.

Liefde

Max Dendermonde

.

Een dichter waar je tegenwoordig nog maar zelden iemand over hoort is Max Dendermonde (1919-2004). Max Dendermonde is het pseudoniem van Hendrik Hazelhoff. Ik schreef al een paar keer over hem, in beide gevallen betrof het erotische gedichten uit zijn bundel ‘Soms een paar uur van tweezaamheid’ uit 1987. Dendermonde schreef echter ook andere poëzie. Zo publiceerde hij in 1954 de bundel ‘Tot zover voorlopig’ en in die bundel staat een sonnet getiteld ‘Liefde’.

.

Liefde

.

De dingen hebben soms een zelfde naam:

een lichte kus, elkaar verwilderd bijten,

zacht mokken, blindelings met huisraad smijten,

vreemd, het valt alles onder liefde saam.

.

Wie liefheeft en daar langzaam aan gewent,

ontdekt verbijsterd achter maan en rozen

het kleine strijdperk van twee tomelozen,

waar men elkaar om beurten tart en temt.

.

Eerst zacht van zin, later snel uitgestoeid,

elkander prikkelen, dan ronduit haten,

en ouder wordend: zacht weer, en vermoeid.

.

Zó gaat het ons, misschien in milder mate…

Twee slingerplanten in één wilde groei,

die ondanks alles elkaar niet verlaten.

.