Site-archief

Dilemma

Bart Boom

 

Het overkomt me weleens dat ik een gedicht lees van een dichter die ik niet ken en, wanneer ik op zoek ga naar meer informatie over die dichter, ik niets kan vinden. Dat gebeurde me met de dichter Bart Boom. In de bundel ‘Zoals een haan een ei legt’ de 100 beste gedichten uit de Turing  Nationale Gedichtenwedstrijd 2009 lees ik het gedicht ‘Dilemma’ van Bart Boom.

Op de website van de Turingfoundation bespreekt Gerrit Komrij dit gedicht in een programma van ‘Met het oog op morgen’ uit 2010. Hoewel hij spreekt over een gruwelkamer van poëtische gemeenplaatsen, en vindt hij het een pathetisch gedicht, toch heeft hij ook goede woorden over voor het gedicht. Hij vindt het ook een charmant gedicht. Een klassiek sonnet en in zijn soort zeer geslaagd.

Geen reden dus om het te negeren. En omdat ik op dit blog de volle breedte van de poëzie wil beschrijven en behandelen is er ook plaats voor onbekende dichters met poëzie die je tegenwoordig misschien niet vaak meer hoort maar die ook hun plek onder de poëzieparaplu verdienen.

.

Dilemma

.

De kamer kijkt nergens op uit, alleen

Drie vastbesloten grijze muren.

Ik kan hun zwijgen niet verduren

De echo van mijn eenzaamheid op steen.

.

Op kille vlerken daalt de avond neer

En stelt met schaduwen zijn vragen

Wortels onder ons behagen

Dichten is vluchten en biedt geen verweer.

.

Moet ik omwille van een kruimel brood

Het hart dat hongert laten  bloeden

Als een monnik die zich in zijn cel kastijdt

Of, van het uitzichtloze raam bevrijd,

Naar aders zoeken die het voeden

De stad, een vrouw, het leven en de dood?

.

Ogenneuk

Piet-Hein Zijl

.

Ik kocht de bundel ‘Zoals een haan een ei legt’, de beste 100 gedichten uit de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2009. Het leuke aan dit soort bundels is dat er veel dichters in staan waar ik nog nooit van gehoord heb, dichters die blijkbaar in een zekere anonimiteit de pen ter hand nemen (of het toetsenbord) en daar een gedicht mee schrijven, opsturen naar de wedstrijdredactie en daar dan worden uitgekozen als één van de beste 100 inzenders. Ik heb al eerder geschreven over de editie van 2012, 2013, 2014, en 2016, en nu dus die van 2009.

In deze editie ken ik van de 100 beste gedichten (het zijn minder dan 100 dichters want een aantal is met twee gedichten opgenomen) er welgeteld 9 en dan alleen van naam (de enige die ik ken van een  bundel die ik gerecenseerd heb is Robin Veen). Maar lezend in de bundel kwam ik bij het laatste gedicht met de intrigerende titel ‘ogenneuk’. Bij het lezen van zo’n titel heb ik meteen een beeld en dat blijkt wonderwel te kloppen met hetgeen de dichter in het gedicht heeft willen beschrijven.

Het gedicht is van Piet-Hein Zijl (1946). Zijl is beeldend kunstenaar, tekenaar en graficus (etser), pianist en dus blijkbaar ook dichter. Heel veel meer kwam ik niet tegen maar laat het gedicht voor zichzelf spreken.

.

ogenneuk

.

met de jongedame van de kassa had ik

een halfminuutje of daaromtrent

ogenneuk want we lachen glim over mijn dichten over tijd

misschien kwam ik ook wel eerder klaar

of had ik me eerder al uit in elk geval de diepte van haar ogen

teruggetrokken zo sprankelend bruin en amandelvormig jong

of zij welllicht uit de mijne

.

dit alles na voltanken

Suzi in elk geval stroomde ervan over

zou binnenkort weleens over tijd kunnen zijn

net als mijn dochter dat is

.

met autobaby maar ook met mensenbaby amandelvormig ogend

zal kleinzoon Milo willen spelen

ook met de baby natuurlijk van zijn moeder het broertje

zo luidt de bestelling

‘mijn baby’ heet nu al trots zijn bezit

.

nu nog zijn mama met buikgriepachtige verschijnselen

die geen veel te vroege baby baren mag

geef alsjeblieft Milo zijn echte broertje of dan maar zusje

.